Tag: 20e eeuw

Vrije dichters

                                                                                         Door Bart FM Droog

Of: hoe Martijn Benders met een vertaald Amerikaans gedicht de draak stak met de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd.

“De dichtkunst is in Nederland langzamerhand een zaak van geleide appreciatie geworden. Wie niet behoort tot een groepering, waarvan tenminste één hoofdman kunstoverheidsfunctionaris of een zeer goede vriend van een dergelijke functionaris is, zal zelden erkend worden als dichter, laat staan in aanmerking komen voor een prijs of een reisbeurs. Zijn en haar lot is meestal: doodgezwegen te worden! (…)”
Lees verder >>

Over Bertus Aafjes, Cees Buddingh’ en P. Hoogenboom

                                                                               Door Bart FM Droog

Als je het hebt over het boek in 1942 zullen veel mensen denken aan illegaal drukwerk of juist aan producten uit de naziboekenhoek. Het gros van wat toen verscheen bestond evenwel uit ‘normale’ boeken. Het was een zeer goede tijd voor de boekenbranche. Boekhandelaren verzuchtten zelfs dat ze door de drukte niet aan hun administratie toekwamen of klaagden dat hun winkel op een warenhuis begon te lijken – al die verkoop! Veel gekker moest het niet worden.[1]
Lees verder >>

De plicht van de dichter – Hugo Claus en de politiek



Op 15 maart 2013 verschijnt bij De Bezige Bij – Antwerpen de essaybundel De plicht van de dichter. Hugo Claus en de politiek, onder redactie van Kevin Absillis, Sarah Beeks, Kris Lembrechts en Georges Wildemeersch. Ter gelegenheid van het verschijnen van dit boek organiseert het Studie- en Documentatiecentrum Hugo Claus op deze dag bovendien een aantal activiteiten op de stadscampus van de Universiteit Antwerpen.

Lees verder >>

Boekenweekgeschenk 1941 – een daad van verzet

                                                                                                                      Door Bart FM Droog

Ter gelegenheid van de boekenweek 1941 verscheen de bloemlezing Novellen en gedichten, samengesteld door Victor E. van Vriesland en Emmy van Lokhorst. Het kwam uit in een oplage van 67.000 exemplaren, en was bestemd voor iedereen die van 1 tot 8 maart 1941 voor fl. 2,50 aan boeken kocht.

Op 27 februari publiceerde de NSB-krant Het Nationale Dagblad een artikel waarin schande wordt gesproken over de aanwezigheid van verzen van ‘den Jood Maurits Mok‘. Van Vriesland, een van de samenstellers, was ook van joodse komaf. Een nationaal-socialistisch boekhandelaar doet op 28 februari zijn beklag bij de uitgever, de Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels: “Een mooi gebonden werkje […] om een aantal Jodendichters […] naar voren te kunnen brengen.”

H. Lohse, de leider van de met boekencensuur belaste Duitse instantie Referat Schrifttum, is zeer verontwaardigd – let wel – dit speelt in de dagen direct ná de Februaristaking (25 en 26 februari 1941).
Lees verder >>

Na tweeëntwintig jaar nieuwe bundel van Shrinivāsi

Terwijl de redactie van de NPE verwoede pogingen doet te achterhalen hoeveel ‘reguliere’ dichtbundels er nu precies in 2012 verschenen zijn, dendert de bundelproductie in 2013 vrolijk door. Van de bijna twintig in 2013 nieuw verschenen werken wil ik graag de bundel Hecht en sterk (In de Knipscheer) van de Surinaamse dichter Shrinivāsi (1926) uitlichten. Niet alleen omdat het alweer tweeëntwintig jaar geleden is dat zijn vorige boek verscheen, maar ook omdat Nederlandstalige poëzie uit Zuid-Amerika behoorlijk zeldzaam is. Uit het boek:

                    voor de scholieren van Nickerie

Een bruine zandweg,
scholieren, twee
babbelen
fietsen
binnen de brasa
van de milde morgenzon

Verdwijnen
om de bocht…

De bruine zandweg
draagt hun jeugdig spoor
hun luide lach
hun taal en wensen
   en toekomstig leven

© Shrinivāsi, 2013
brasa (Sranan): omhelzing

De razernij van dit bewegen

                                                                                                             Door Bart FM Droog

Poëzie die vanuit oprechte emotie en in klare taal geschreven is, die stoot en rijt, dát is mijn poëzie.

Dat is – in eigentijdse hertaling – zo ongeveer wat de jonggestorven Piet van Renssen (1902-1936) in 1931 schreef, als (deel van) zijn poëtica in de bloemlezing Christelijke dichters van dezen tijd.

fragment omslag

Het is een door Cor Alons fraai vormgegeven boek, met een ietwat misleidende titel – want hoewel deze anthologie werk bevat van dichters uit de protestantse hoek, zijn er geen stichtelijke verzen in opgenomen. De meeste gedichten zijn door de dichters zélf gekozen. Zoals dit verbijsterende Hells Angels-gedicht-avant la lettre van A.J.D. van Oosten (1898-1969):

MOTORRIT

De razernij van dit bewegen
streeft iedere drift verwaand voorbij –
wij hebben stout den dood bestegen,
mensch, ga opzij

Wij zijn de duivelsche gevaren
die daverend langs de straten gaan,
wat komt, zoolang wij ’t stuur bewaren
’t er ook op aan?!

Lees verder >>

Verdwenen dichteressen

Al eerder kwam bij onderzoek voor de Nederlandse Poëzie Encyclopedie (NPE) aan het licht dat door een kleine vergissing auteurs letterlijk uit de geschiedenis kunnen verdwijnen. Zo schreef de Vlaamse bibliograaf Rob. Roemans in 1932 dat Herman Teirlinck (1879-1967) ook werk had gepubliceerd onder de naam Jeannette Nijhuis. Nadien voer vrijwel iedereen blind op Roemans’ oordeel, en pende over: Jeannette Nijhuis = Herman Teirlinck.

Dat was heel spijtig voor Jeannette Nijhuis‘ nagedachtenis, want ze heeft in de jaren 1874-1938 wel degelijk bestaan. Ze stond in het begin van de twintigste eeuw bekend als jong aanstormend dichttalent. In 1928 was ze de eerste die Dracula van Bram Stoker naar het Nederlands vertaalde – een vertaling die bijna veertig jaar stand hield.

Lees verder >>

Literair Akkoord – de reeks (1958-1984)

Met de voltooiing van de pagina over Literair Akkoord 27 zijn nu alle zevenentwintig delen van de Literair Akkoord-bloemlezingenreeks beschreven. Daarmee is een verrassend inkijkje in het literaire leven 1956-1983 ontstaan. Want elk afzonderlijk deel bestaat uit een keuze van het beste op poëzie-, proza- en (aanvankelijk ook) essayistisch vlak dat in het voorgaande jaar in literaire en culturele tijdschriften verscheen.

In de eerste jaren werd die keuze gemaakt uit Nederlandstalig werk uit Vlaamse (‘Zuidnederlandse’) en Nederlandse (‘Noordnederlandse’) periodieken. Vanaf Literair Akkoord 15 (1972) is ook de Friestalige literatuur in beeld – al is Literair Akkoord 16 geheel Friesvrij. Dat leidde op 5 december 1973 tot grote consternatie in de Leeuwarder Courant: “Gekozen is er echter niets, zelfs geen woord [Fries]. Het zou wel aardig geweest zijn indien de redacteuren dit gegeven even hadden willen verantwoorden.”

Lees verder >>

Taal

 
Marsmans ‘Verzen’, toetsing van een ergocentrisch interpretatiemodel: zo luidt de titel van een 510 pagina’s tellend proefschrift waarop de schrijfster die zich later Hannemieke Stamperius zou noemen, in 1977 cum laude promoveerde. Ik was tweedejaars student Nederlands; promoties kwamen toen zelden voor. Stamperius had alle mogelijke betekenisconstellaties van Marsmans bundel geïnventariseerd en deed daar gedetailleerd verslag van. Een fraaie wetenschappelijke toekomst lag voor haar.
 
Daar kwam het niet van. Onder het pseudoniem Hannes Meinkema was Stamperius ook schrijfster van fictie. Haar grootste succes was En dan is er koffie dat een jaar eerder was verschenen. Het boek beleefde tientallen drukken. Een generatie jonge vrouwen herkende zich in de relatieperikelen van Rosa en haar Dorus; langzaam ontgroeide Rosa vervelende, claimende ouders. Wie de titel van het boek ziet, verwacht een parlandostijl. In die verwachting wordt de lezer niet teleurgesteld. Het boek bevat zeer alledaagse, zeer doodgewone zinnen.

Piggelmee’s maker: L.C. Steenhuizen

Iedereen kent Piggelmee. Maar over zijn maker, L.C. Steenhuizen (1860-1926), die het eerste Piggelmeeverhaal onder het pseudoniem Leopold in 1920 publiceerde, stond tot vandaag zo goed als niets te boek. Zijn geboorte- en sterfjaren waren bij de Koninklijke Bibliotheek niet bekend. In het Letterkundig Museum was het vergeefs zoeken naar materiaal over Steenhuizen. In het onvolprezen Lectuur Repertorium (ed. 1952-1954) staat hij zelfs niet als auteur van Piggelmee vermeld. Terwijl hij, met ruim anderhalf miljoen gedrukte exemplaren van Van het toovervischje / Van het tovervisje, toch een van de succesvolste Nederlandse kinderboekenschrijvers uit de twintigste eeuw was.

Hij was niet alleen kinderboekenschrijver, maar ook prozaïst en dichter. Die als zodanig ontdekt werd in het Gentse Poëziecentrum, door Nederlandse Poëzie Encyclopedie-redacteur Stefaan Goossens, bij onderzoek van de Vlaamse bloemlezing Oorlogspoëzie verschenen in 1914 en 1915 en onuitgegeven gedichten (1916).1

Nader onderzoek bracht aan het licht dat de te Leiden geboren Lambertus Cornelis Steenhuizen veel meer had geschreven dan zijn twee bekende Piggelmeeverhaaltjes. Een roman, een dichtbundel, verhalen (in o.a. De Gids en Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift) en heel veel gelegenheidsgedichten, waarvan één zelfs leidde tot een schriftelijke dankbetuiging van Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik.

L.C. Steenhuizen was óók een van de veertienhonderd passagiers aan boord van de sneltrein Groningen-Den Haag, die op kerstavond 1913 bij Beilen ontspoorde. Vijf mensen – onder hen een zoon van de toenmalige premier – kwamen om het leven en vijf raakten zwaar gewond. Steenhuizen deed in het Algemeen Handelsblad verslag van de ramp, waarbij hij afsloot met de historische woorden: “Met een vertraging van ongeveer twee-en-een half uur hebben we de reis voortgezet.”

Lees verder >>

Derde huwelijk

Een hoogliedje van de dood: het slot van Het derde huwelijk van Tom Lanoye doet aan Kellendonks Mystiek lichaam denken. Het is niet de enige overeenkomst. De hoofdpersoon is in beide gevallen een homo uit de culturele sector – succesvolle, welvarende mannen die hun succes en welvaart danken aan uiterlijke schijn. Het topsegment van de beeldende kunst, de filmindustrie. Aids treft hen.

Langs de vele wegen (3de druk, 1940)

De auteur van deze bijdrage is samensteller van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie (NPE); het online naslagwerk over Nederlandstalige dichters en dichtbundels vanaf 1900. De belangrijkste bronnen voor het onderzoek zijn de catalogi van de Koninklijke Bibliotheken van Nederland en België, van de British Library, van de Poëziecentra te Gent en Bredevoort, de Brinkman’s Catalogi, de diverse edities van het Lectuur Repertorium en de circa 2500 poëziebloemlezingen uit het te onderzoeken tijdperk.

Eerder deze week onderzocht NPE-redacteur Jurgen Eissink de in 1940 verschenen derde herziene druk van de bloemlezing Langs de vele wegen. Gedichten van na 1914 uit Noord- en Zuid-Nederland. Samengesteld door Pater Maximilianus, O.F.M. Cap.

In eerste instantie lijkt het op een ‘normale’ bloemlezing, bestemd voor het katholieke middelbaar onderwijs[1]. Pater Maxilimilianus maakte een keuze uit het werk van vijftig destijds vrij bekende dichters, van Herman van den Bergh tot en met Gerard Wijdeveld, inclusief poëzieknallers als Anton van Duinkerken, H. Marsman, J. Slauerhoff en S. Vestdijk. Alle namen in dit boek zijn bij eerder onderzoek al opgedoken – dus wié er instaan is niet bijster verrassend.

En zijn wel wat andere verrassende zaken. Zo valt in het voorwoord de term “oudere jongeren” – waarvan ik altijd gedacht had dat dit door Kees van Kooten, ergens in de jaren negentig bedacht was. Dat moet dus zijn: herbedacht, want pater Maximilianus doelde daarmee al in 1940 op dichters van veertig jaar of ouder.

Maar veel verrassender – al is dat niet het juiste woord – is wie ontbreken.

Lees verder >>

Lezing Meeschrijven aan het laatste hoofdstuk’ – literatuur en de euthanasiediscussie’

Op dinsdag 18 december houdt Wouter Schrover (opl. Nederlands, VU) in Spui 25 in Amsterdam een lunchlezing getiteld ‘Meeschrijven aan het laatste hoofdstuk’ – literatuur en de euthanasiediscussie. 

Het debat over euthanasie en hulp bij zelfdoding is genoegzaam bekend uit kranten en tijdschriften, van televisie en radio. Levensbeëindiging speelt echter ook steeds vaker een rol in de kunsten, waaronder de literatuur. Zodoende hebben literaire werken de potentie om bij te dragen aan publieke debatten en meningsvorming over dit belangrijke en heikele thema.

Kletskoppen van Harry Mulisch

64+1 is een aardige nieuwe verzameling voetnoten bij De ontdekking van de hemel door de schaker en schrijver Jan Timman. De opmerkingen gaan over van alles en nog wat: de gebroeders Karamazov, de personen Harry Mulisch en Jan Hein Donner, de vraag hoeveel mensen hun kinderen tegenwoordig nog Quinten noemen, en zo verder.

Het is niet Timmans bedoeling om een geheel nieuwe kijk op het boek te geven, hij fladdert een beetje van het ene naar het andere detail. Zelfs de titel (64+1) suggereert meer structuur dan er in dit boek zit. Ja, het telt 65 hoofdstukjes, zoals De ontdekking ook 65 hoofdstukken had, terwijl Mulisch het boek voltooide rond zijn 65e verjaardag. En ja, een schaakbord heeft 64 velden. Maar een belangwekkend verband tussen die getallen – althans belangwekkender dan 65=64+1 – toont Timman niet aan. Het blijft een getallenspelletje.

Nu houd ik heel erg van voetnoten, deze blogpost wil weer een voetnoot zijn bij een voetnoot van Timman; wanneer iemand er hieronder weer commentaar op schrijft, dan is dat weer een voetnoot bij mijn voetnoot op die voetnoot.

Lees verder >>

Paulus de Boskabouter als godsdienstwaanzinnige

Jean Dulieu had te veel talenten. Hij speelde een (korte) tijd mee in het Concertgebouworkest, hij tekende prachtig, hij schreef pakkende verhalen, en hij acteerde heel goed (of kon in ieder geval goed typetjes doen). Het waren misschien wel te veel talenten, verzuchtte hij soms. Het maakte dat hij niet kon kiezen, hij versnipperde zichzelf er alleen maar door.

Er mislukte dan ook wel het een en ander in zijn leven. Bij het Concertgebouworkest hield hij het niet lang vol, bijvoorbeeld. En hij schreef twee romans die nooit zijn uitgegeven; en je krijgt niet de indruk dat de biografe denkt dat dit alsnog zou moeten gebeuren.

Maar in Paulus de Boskabouter kwam het allemaal samen. Dulieu schreef zelf de teksten, tekende de strips, maakte de poppen voor poppenkastvoorstellingen en tv-series, deed bijna alle stemmetjes, behalve de ene die gedaan werd door zijn oudste dochter, en hield alles in de hand.

Lees verder >>

Conflict en polemiek in de Nederlandse Letteren

Klein symposium bij het afscheid van Jaap Goedegebuure 
als hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Leiden 

Datum:  Vrijdag 14 december 2012
Locatie:  Universiteitsbibliotheek Leiden,Grote Vergaderzaal, Witte Singel 27, Leiden
 
Tijd:  13.00-15.00 uur
Aansluitend:  16.00: Afscheidscollege  Jaap Goedegebuure: Het pernicieuze slot. Academiegebouw, Rapenburg 73, Leiden   (op loopafstand van de UB)
 
Lees verder >>

Nieuw boek: Bommel en bijbel

Verschenen: Klaas Driebergen, Bommel en Bijbel. Bijbel en christendom in de verhalen van
Marten Toonder. Aspekt, Soesterberg 2012.

Marten Toonder portretteerde in zijn verhalen over Olivier B. Bommel en Tom Poes met een
grote knipoog de Nederlandse samenleving. Het is daarom niet verbazend dat hij zich daarin
ook bezig heeft gehouden met het calvinisme, dat immers als een belangrijk bestanddeel
van de Nederlandse volksaard wordt gezien. Op een fraaie manier verbeeldde hij dit
bijvoorbeeld in de Zwarte Zwadderneel. Deze boeteprediker tegen hovaardij en winderigheid
bedient zich van een prachtige variant op de ‘tale Kanaäns’. Want Toonder was ook een
liefhebber van archaïsch woordgebruik, dat hij in het bijzonder aantrof in de taal van de oude
Statenbijbel.

Lees verder >>

Niet meer slapen door Willem Frederik Hermans?

“Wij krijgen niet in onze prille jeugd van Hogerhand een teken welke kant wij op moeten, zodat we, mits van goeden wille, dan ook zonder omwegen het aangewezen doel bereiken.
Pas later, als we, noodzakelijkerwijze door het verstrijken van de jaren, ergens gekomen zijn, waar dan ook, kunnen we achteraf vertellen waar we vandaan en waar we langs zijn gekomen, en ons verbeelden dat het altijd al zo had gemoeten.”
W.F. Hermans (1984) in: Waarom schrijven?

Nooit meer slapen (NMS) van W.F. Hermans is een van die boeken die ik keer op keer herlees en totnogtoe zonder hetzelfde verhaal te lezen. De roman leest als een soort detective. Af en toe maakt Hermans’ brille me ietwat iebelig en dan schakel ik over op een Donald Duck dieet, maar NMS blijft onweerstaanbaar trekken.

Toevallig las ik zo’n drie weken terug het artikel van Max van Duijn (MvD): “Bloed aan de handen van Alfred Issendorf?” in De Gids 2012/4. Ik ben half en half dezelfde mening als Van Duijn toegedaan: Alfred zou Arne best de dieperik in kunnen hebben geduwd. Alleen is dat aan de hand van de tekst (nog?) niet waterdicht door Van Duijn bewezen.
Lees verder >>

Overleden: Ivo Michiels (8 januari 1923 – 7 oktober 2012)


De Vlaamse schrijver Ivo Michiels is zondagochtend 7 oktober overleden. Uitgeverij De Bezige Bij meldt dit ‘mede namens de familie’.
Ivo Michiels – pseudoniem van Henri Paul René Ceuppens – werd op 8 januari 1923 geboren in Mortsel. Hij werkte onder meer als journalist en docent filmanalyse. Daarnaast was hij redacteur van enkele literaire tijdschriften, zoals De tafelronde en Diogenes. Hij schreef romans, essays en filmscenario’s. Zijn oeuvre wordt omschreven als modernistisch en experimenteel.
Michiels debuteerde in 1946 met de dichtbundel Begrensde verten. Zijn eerste roman, Het vonnis, verscheen in 1949. Hij voltooide twee romancycli, waarvan het vijfdelige Het boek Alfa (1963) de bekendste is. Zijn werk werd meerdere malen bekroond, onder meer met de Emiele Bernheimprijs voor zijn gehele oeuvre in 1990. Zijn laatste boek, Maya Maya, voltooide hij op 8 september van dit jaar en zal zoals al gepland op 8 januari 2013 (zijn negentigste verjaardag) verschijnen.
Ivo Michiels zal op woensdag 10 oktober 2012 in zijn woonplaats, het Franse Le Barroux, worden begraven.

Overleden: Willem G. van Maanen (30 september 1920 – 17 augustus 2012)

De Nederlandse prozaschrijver Willem G. van Maanen is afgelopen vrijdag 17 augustus op 91-jarige leeftijd overleden. Dat meldt zijn uitgeverij, De Bezige Bij

Willem Gustaaf van Maanen werd geboren op 30 september 1920 in Kampen. Hij werkte als journalist bij de Amersfoortsche Courant en daarna voor verschillende omroepen bij de radio, waarvoor hij onder meer hoorspelen schreef. Verder omvat Van Maanens oeuvre naast diverse romans ook veel korte verhalen, en een toneelstuk over Etty Hillesum.

In 1953 debuteerde hij met de roman Droom is ’t leven. Voor zijn volgende roman, De Onrustzaaier, ontving hij in 1955 de Van der Hoogtprijs. Vele prijzen zouden nog volgen, waaronder de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre in 2004. In 2007 verscheen zijn roman Heb lief en zie niet om, die kans maakte op de Libris Literatuur Prijs en de AKO Literatuurprijs. Zijn laatste werk is de verhalenbundel Bagatellen uit 2010.

In zijn werk speelden muziek, toneel, beeldende kunst en de oorlog een belangrijke rol. Van Maanen zat tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet, waarover hij spaarzaam schreef en sprak.

De Bezige Bij zegt in Willem G. van Maanen “een dierbaar auteur, een bijzonder stilist en een moedig en verfijnd mens” te verliezen.

Recensie: Jaap Grave, Na de roes. Over verbeeldingskracht en utopieën in de literatuur

Het verloop van een klassieke negentiende-eeuwse Bildungsroman is een vertrouwd literair gegeven: een jonge rebel verzet zich aanvankelijk tegen de dominante ideologie van de maatschappij – die in stand wordt gehouden door volwassenen en instituten als dragers van ideologieën en structuren die onder meer bestaan uit sekse, seksuele identiteit, religie en familie – maar gaat uiteindelijk toch op in die ooit door hem/haar verguisde samenleving. Grave plaatst het concept Bildung(sroman) in Na de roes, Over verbeeldingskracht en utopieën in de literatuur in een breder perspectief. Het Bildungsconcept is voor hem een basismodel met allerlei vertakkingen en kan op literaire werken worden toegepast, wat Grave overtuigend doet.