Tag: 20e eeuw

Het jodinnetje (1929)

Jeugdverhalen over joden (54)

Door Ewoud Sanders

Uit het Duits vertaald door A.H. Schlüter (1877-1946)

Herkomst en drukgeschiedenis

Het jodinnetje is vertaald/bewerkt door Alberdina Hermanna Schlüter, onder haar schrijversnaam AHS/Hermanna. De oorspronkelijke titel en de naam van de orginele schrijver is niet bekend.


Twee omslagen van Het Jodinnetje. De illustraties zijn gemaakt door Hendrik (‘Henk’) Poeder (1897-1958).

          Schlüter debuteerde in 1899 bij uitgeverij G.F. Callenbach met Op den Lindenhof. In totaal zou zij zo’n dertig jeugdboeken publiceren, waarvan sommige door de Nederlandsche Zondagsschool-Vereeniging werden bekroond. Dit geldt bijvoorbeeld voor Het huisje onder de hooge dennen en Haar vriendje.

          Het jodinnetje is een vrije bewerking van een Duits bekeringsboekje. Schlüter situeerde het verhaal in Nederland; de rijke tante (‘Bekka’), die ervoor zorgt dat Hanna op een ‘Christenschool’ terechtkomt, woont in Amsterdam.

          Het jodinnetje verscheen in 1929 bij uitgeverij G.F. Callenbach in Nijkerk en beleefde één druk. Najaar 1934 was dit boek nog leverbaar.

Lees verder >>

‘Er rust een doem op wat ik in opdracht schrijf.’

Hermans’ toneelteksten en scenario’s verschenen in Volledige Werken deel 10.

Door Peter Kegel, Bram Oostveen en Marc van Zoggel

DD_MG_2187
Documenten uit archief-Hermans bij ‘Het omgekeerde pension’.

Toen Ischa Meijer in 1970 naar Willem Frederik Hermans’ visie op het Nederlandse toneel informeerde, liet de auteur niets aan duidelijkheid te wensen over: ‘Je kunt nog beter een ski-school in tropisch Afrika beginnen dan in dit land toneelstukken gaan schrijven.’ Een reeks teleurstellende ervaringen in de jaren vijftig en zestig was er de oorzaak van dat Hermans het schrijven van scenario’s voor toneel, televisie en film ‘met steeds meer dalend enthousiasme’ had beleefd. Hij voelde zich uitgedaagd door de technische eisen van het dramatische genre, ‘maar langzamerhand word je moe van alle tegenslagen, beperkingen, gebrek aan belangstelling’.

Aan het eind van de bezetting en kort na de bevrijding had Hermans twee blijspelen geschreven, ‘Modelgevangenis’ en ‘De hemelvaart der dwaze maagden’, die beide in portefeuille bleven. Zijn eerste succesje was de eenakter ‘Het omgekeerde pension’ (1952), waarmee Hermans een door de cpnb uitgeschreven prijsvraag ter gelegenheid van de Boekenweek 1953 won. Het stuk werd op de openingsavond opgevoerd door een amateurgezelschap, maar omdat Nederland kort daarvoor door de Watersnoodramp was getroffen was van een feeststemming geen sprake.

Lees verder >>

Slordig lezen met Martin Reints

Over ‘Afsluitdijk’ van Vasalis

Door Jos Joosten

Op zijn blog geeft auteur Huub Beurskens deze week zijn collega Martin Reints de vloer om eens flink los te gaan op ‘Afsluitdijk’ van Vasalis, een van haar bekendste gedichten, uit de bundel Parken en woestijnen. Lange tijd was het de bon ton om Vasalis’ poëzie weg te zetten als burgerlijk, truttig, als gerijmel – vooral uit de hoek van de mannen van het langjarige experiment was dat de teneur. Typerend een W.F. Hermans die anno 1955 oordeelde: ‘Ik vind het damespoëzie, bien-pensant en onwaarachtig, berustend op de clichés die de weldenkende mensheid gebruikt om alles wat ellendig, schaamtevol, onoorbaar en wanordelijk is te ontkennen.’

Die trend lijkt de laatste decennia behoorlijk gekeerd en Vasalis is meer en meer op haar waarde geschat – voor zover ze dat overigens door het grote publiek so wie so niet altijd al was. Zij is de enige Nederlandse dichter(es) wier complete werk gedurende haar hele leven in de boekwinkel op voorraad was.

Natuurlijk is appreciatie een individuele kwestie. De één vindt een beeld pakkend en onontkoombaar, de ander vindt het totale kitsch en troep. De een beschouwt iets als poëzie (‘De onrust in mijn darmen/herinnert me aan mijn ingewanden’) de ander niet (ik).

Lees verder >>

Het Kerstjoodje (1924)

Jeugdverhalen over joden (53)

Door Ewoud Sanders


George van Aalst (foto: Letterkundig Museum).

Auteur: George van Aalst (1897-1925)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

George van Aalst groeide op in Den Haag. Hij wilde dominee worden maar het lukte hem niet om de juiste vooropleiding te behalen. Tijdens zijn korte leven (hij stierf op zijn 28ste aan tuberculose) schreef hij enkele Pietje Bell-achtige boeken. Het gaat om o.a. De bengels van III B (1922), De h.b.s.-krant (1923), De bengels op reis (1924). Deze boeken verschenen bij uitgeverij Valkhoff & Co. in Amersfoort.

          Het Kerstjoodje beleefde twee drukken: in 1924 bij W. Kirchner in Amsterdam, in 1926 bij G.F. Callenbach in Nijkerk. In de samenvatting is geciteerd uit de eerste druk. Voorjaar 1930 was de tweede druk nog leverbaar.

Lees verder >>

26 september 2019, Leiden: Publieksmiddag rond Jan Wolkers

Met: Karina Wolkers, Onno Blom, Peter van Zonneveld, Sander Bax en anderen

Op donderdagmiddag 26 september wordt in de Stadsgehoorzaal in Leiden als onderdeel van de Waanzinnige Wolkers Week een publieksmiddag gehouden. Tijdens deze publieksmiddag zullen diverse sprekers hun licht laten schijnen over Jan Wolkers als schrijver, beeldend kunstenaar en Bekende Nederlander. De publieksmiddag is gratis toegankelijk.

Meer informatie / aanmelden

In dienst van de literatuur

In memoriam Tom van Deel (1945-2019)

Door Nico Keuning

Op maandag 12 augustus, is Tom van Deel, oud-literatuurcriticus en oud-docent Moderne Letterkunde aan de UvA, overleden. Hij publiceerde gedichten als T. van Deel. Twee maanden geleden, op 13 juni, de geboortedag van de schrijver Willem Brakman, was ik nog in Amsterdam bij Van Deel op bezoek. Die datum was toeval. Ik realiseerde me het pas toen de afspraak was gemaakt. Maar dat Brakman bij onze laatste ontmoeting een rol speelde, was alles behalve toevallig.

 Aanvankelijk kende ik ‘Van Deel’ op afstand als docent aan de UvA, waar ik tussen 1976 en 1982 Nederlands studeerde. Later liep ik hem eens tegen het lijf bij een Querido-borrel. De uitgeverij, waar zijn gedichten werden uitgegeven. Tevens de uitgever van het gerenommeerde literaire tijdschrift De Revisor, waarvan Van Deel mede oprichter was. We spraken tijdens die borrel over Gerrit Krol, een van zijn favoriete auteurs, naast Willem Brakman, Jeroen Brouwers en de dichter Rutger Kopland. Auteurs voor wie hij als docent Moderne Letterkunde, als recensent van dagblad Trouw, redacteur van De Revisor en lid van menige jury, een lans brak. Brakman noemde hem ‘apostel en propagandist’. Tussen beiden ontstond na hun eerste ontmoeting in 1964 een warme vriendschap. ‘Ik ben vanaf mijn 19de met hem in intensief contact geweest,’ schreef ‘Tom’ mij in een mail van 20 september 2016 als reactie op het nieuws dat ik de biografie van Brakman ging schrijven. Van Deel stelde ruimhartig zijn Brakman-collectie ter beschikking die ik in delen kon lenen. ‘Dat archief is betrekkelijk ongeordend, maar beschikbaar, de honderden brieven eveneens. En alle documenten.’

Lees verder >>

Wolkers’ waarheid

Door Marc van Biezen

Onno Blom laat in Het litteken van de dood, zijn biografie van Jan Wolkers, zien dat Wolkers geen onwaarheid sprak toen hij in de herfst van 2006 de toen net aangestelde biograaf meedeelde: Niemand is dichter bij de waarheid gebleven dan ik. Mijn leven en werk zijn één. Blom toont in zijn boek aan dat veel gebeurtenissen en verhalen in Wolkers’ romans en verhalen zich inderdaad werkelijk zo hebben afgespeeld in Wolkers’ leven. Ook blijken dialogen soms uitgeschreven gesprekken te zijn, die Wolkers heimelijk opnam op cassettebandjes: met familieleden in aanloop naar De doodshoofdvlinder, met zijn ex-vrouw Annemarie Nauta ter voorbereiding op Turks Fruit. Ook gebruikte hij brieven aan en van geliefden en vrienden, en zijn dagboeken.

Uiteraard is niet al het materiaal in de boeken autobiografisch – Wolkers vulde zijn herinneringen aan met fictie. Daarmee is Wolkers een voorbeeld van een schrijver van zgn. autofictie. 

Lees verder >>

15 augustus 2019, Anzegem: Hulde aan Stijn Streuvels

Op 15 augustus 2019 is het vijftig jaar geleden dat Stijn Streuvels overleed, een van onze grootste schrijvers. Het Lijsternest herdenkt Streuvels en brengt hem hulde in en rond zijn voor het publiek opengestelde huis. Daarnaast verschijnt er op 15 augustus 2019 een speciale editie van het Letterenhuistijdschrift Zuurvrij, volledig in het teken van Stijn Streuvels en zijn werk.

Alle activiteiten zijn gratis.

Lees verder >>

Karel de Waele, letterkundige

Over Karel De Waele (1839-1914)

Door Renaat Gaspar

Het eerste deel van het Woordenboek der Nederlandsche Taal (A – Ajuin) verscheen in 1882. Het werd voorafgegaan door een lijst van intekenaren, opgesteld in de jaren ’60 van die eeuw en ingedeeld naar land en provincie. In de lijst van ingetekende Oost-Vlamingen treffen we voor het dorp Sinaij aan: Karel de Waele, letterkundige. Als zodanig figureerde zijn naam naast die van Potgieter, Conscience en Gheselle [sic!]. Beslist geen mindere goden onder de toenmalige literatoren. Je zou denken: wat een eigenwaan van die De Waele uit het Waasland. Toch was het niet helemaal ten onrechte, dat De Waele zich als letterkundige afficheerde, want hij had enkele jaren eerder een dichtbundel gepubliceerd: Mijn eerste stap. Liederen en gedichten, Sint Nicolaas [=St. Niklaas] 1863.

En het was zeker niet allemaal broddelwerk in dat boekje; gelet op de inhoud waren er wel degelijk heel acceptabele verzen bij. Maar de vorm van al die 31 gedichten kwam sterk overeen met die in het werk van menige collega-dichter, in Vlaanderen en Nederland: veel bombast, cliché-taal en ontboezemingen als van een licht overspannen geest, en dat alles gelardeerd met een aantal uitroeptekens. Kortom: taalgebruik in de trant van Bilderdijk, de dichter die niet alleen in Nederland maar ook in Vlaanderen (bijvoorbeeld door de jonge Gezelle) zo bewonderd werd.

Lees verder >>

De heldhaftige leraar Nederlands van Gerrit Kouwenaar

Door Marita Mathijsen

drs van schaffelaar

Hoewel de stenen marva van de generaal
over zijn schouder meelas, brak hij
de atjeh-oorlog af, stak hij het socialistisch
ochtendblad op, haast in tranen, daags na
het vervalste sprookje van andersen, genaamd
de kristalnacht

de dood was toen nog niet vertaald
de onsterfelijkheid nog gangbaar in deze taal
maar hij vervoegde het werkwoord doodmaken
enige malen, en dat zaaide ongemak verbazing, zelfs
agitatie in de klas, hij was
een gewone leraar, oh hij had
een uitgesproken naam, maar u lezer
kunt volstaan met van schaffelaar Lees verder >>

Vier brieven

Door Marc van Biezen

Wie het werk van Gerard Reve in boekvorm compleet wil hebben, heeft geld en geduld nodig. Dit heeft vooral te maken met de hoge prijzen en de kleine oplagen van een aantal bibliofiele uitgaven. Van Drie woorden, het boek met de kleinste oplage (elf), worden op boekwinkeltjes.nl op dit moment twee exemplaren te koop aangeboden voor € 1750 en € 1850, soms komt er jarenlang geen enkel exemplaar op de markt.

Gelukkig geldt voor de meeste teksten in die bijzondere uitgaven dat ze ook elders in het werk te vinden zijn; in verzamelbundels als Een eigen huis, Zondagmorgen zonder zorgen en Archief Reve I en II. Daarop bestaan voor zover ik weet vier uitzonderingen: Vier brieven, Zeer geachte heer Ritter, Het leven is een barre verschrikking en Dromen zijn geen bedrog

Lees verder >>

23 juni 2019, Utrecht: Avond over Paul van Ostaijen

Portret van de Vlaamse dichter en schrijver – zijn leven, zijn werk en de jazz lezing, voordracht, livemuziek, beeldmateriaal

door Matthijs de Ridder, biograaf Van Ostaijen,en Ben Sluijs, jazz-saxofonist

Paul van Ostaijen(1896-1928) is vooral bekend als een schrijver die begin jaren twintig de traditionele verstechniek overboord gooide en experimenteerde met nieuwe vormen: typografie, schrijfwijze, klank, ritme en kleur, bijvoorbeeld in de bundel Bezette stad (1921). Bekend ook om zijn verzen als ‘Marc groet’s morgens de Dingen’ en ‘Alpejagerslied’. Maar hij was veel meer dan een vernieuwer van poëzie, hij was ook baanbrekend met zijn bijzonder satirisch proza, grotesken genoemd; daarnaast een scherpzinnig essayist, bevlogen (kunst)criticus en politiek commentator. Verslingerd aan de film en de jazz schreef hij ca.1921 het (dadaïstische) filmscenario De bankroet jazz. Van Ostaijen vertegenwoordigde in zijn tijd een nieuw geluid op veelzijdige wijze.

Lees verder >>

‘U bent gelukkig Harry Mulisch maar’

Door Wiel Kusters

Hoe is deze speciale editie van Harry Mulisch’ roman Siegfried met een opdracht van de schrijver aan Job Cohen in mijn boekenkast beland? Heb ik het uit de collectie van de oud-burgemeester van Amsterdam ontvreemd?

Ik heb het van hem gekregen. Job gaf het mij met de woorden: ‘Hier, dit hoort bij jou.’

Op de dag van de feestelijke presentatie van Siegfried, 1 februari 2001 in de Amstelkerk in Amsterdam, was Cohen nog maar net burgemeester van de hoofdstad. Het in ontvangst nemen van het eerste exemplaar van Mulisch’ ‘zwarte idylle’ was zijn eerste representatieve optreden in het openbaar. Met een toespraak die natuurlijk niet alleen tot de schrijver zou zijn gericht, maar over diens hoofd heen ook tot een publiek van literair geïnteresseerden. Tot de culturele elite van de hoofdstad, zo mag het misschien ook wel worden genoemd.

Lees verder >>

Willy Roggeman wordt 85: archief van 65 jaar schrijverschap.

Door Jürgen Pieters

Willy Roggeman in zijn werkkamer in Ninove, 2018.
Foto: Jürgen Pieters

Vandaag, 9 juni, wordt de Vlaamse auteur Willy Roggeman 85. Hij werd in 1934 geboren in het Oost-Vlaamse Ninove, waar hij nog steeds woont. Roggeman is intussen ook al 65 jaar schrijver. Twee redenen om te vieren dus. 

In 1954 – hij was toen derdejaarsstudent Germaanse Filologie aan de Universiteit Gent – maakte Willy Roggeman zijn officiële intrede in de Vlaamse literatuur met de publicatie van de gedichtencyclus ‘Nuages’ in Tijd en Mens. Dat blad was op dat moment het belangrijkste literaire tijdschrift in het Zuiden van het Nederlandse taalgebied, met in de redactie letterkundige giganten als Louis-Paul Boon, Hugo Claus en Jan Walravens. Boon nodigde Roggeman uit op de redactievergaderingen en liet hem ook stukken schrijven voor de boekenpagina van de Vooruit. 

Lees verder >>

Van een vriendin. Over de eerste Nederlandse lesbische roman uit 1912

Door Sander Bink

Mag je het woord ‘lesbisch’ eigenlijk nog gebruiken? Geen idee, kom zoals u weet nooit buiten maar vang soms vagelijk iets op over malle afkortingen, GBH of iets dergelijks. Ik heb me als immer bij mijn leest te houden en die is helaas nu eenmaal voor een deel literair-historisch van aard. En, u vraagt wij draaien, ik vond iets wat u misschien zowaar interesseert.

Ik denk dat ik de eerste Nederlandse lesbische roman heb gevonden. Nu ja, ik wist dat al heel lang, maar als ik alles op moet schrijven wat ik weet dan zijn we morgen nog niet klaar.

Even om uw geheugen op te frissen in een korte literaire homonotendop: de eerst vermelde homoseksuele personages in de moderne Nederlandse letteren zijn bij mijn weten Ernest en Julien in Een luchtkasteel (1886) van Suze la Chapelle-Roobool. Daarna volgt in de jaren 1890 het werk van Louis Couperus, u welbekend, naadloos gevolgd door Jacob Israël de Haans Pijpelijntjes (1904) en Pathologieën (1908). In 1911 Exlers roman Levensleed maar de eerste homoroman waarin het goed in plaats van in totale ondergang afloopt is Charley van Heezens Anders uit 1918. Lees verder >>

Nieuwe Parelduiker: ‘Schierbeek en de oorlog’

De oorlogsdagboeken van Bert Schierbeek
Tot zijn verrassing trof biograaf Graa Boomsma ze aan in het Literatuurmuseum: de oorlogsdagboeken van Bert Schierbeek. Fascinerende, openharige lectuur van de latere Vijftiger en levenslange vriend van Lucebert. Schierbeek was in 1942-’43 niet alleen voedselbonnenleverancier aan Joden, die hij zelf bij duikadressen onderbracht, maar hij had ook zeer nauwe contacten met de Amsterdamse verzetsgroep CS-6. Schierbeek ontsnapte ternauwernood aan liquidatie. Na lezing van deze dagboekjes blijkt: het verhaal over de Vijftigers, stuk voor stuk getekend door de Tweede Wereldoorlog, is nog steeds niet volledig verteld. (foto omslag © Giny Oedekerk / Leo Klatser, 1953)

Lees verder >>

Pas verschenen: Hartstocht achter de horren. Haagse romans rond 1900

Rond het jaar 1900 maakten zowel de Nederlandse letteren als de stad Den Haag ingrijpende ontwikkelingen door. De romans werden moderner, experimenteler, en vooral vrijmoediger. Hartstocht achter de horren van Wim Tigges bespreekt romans van bekende Haagse auteurs als Louis Couperus en Marcellus Emants, maar ook van minder bekende, indertijd populaire schrijvers als Jeanne Reyneke van Stuwe, Henri Borel, en Cornélie Noordwal. Alle teksten, waaruit ter illustratie ook ruimhartig wordt geciteerd, spelen zich af in Den Haag. Ze geven een fascinerend inkijkje in met name het vaak nogal onstuimige liefdesleven van de hoofdpersonen, een ‘hartstocht’ die zich in het gezapige Haagse rond 1900 vaak in het geniep, als het ware ‘achter de horren’, moest afspelen. En passant komen ook aanverwante thema’s aan de orde, zoals Haagse straatbeelden, de ‘hartstochtelijke’ liefde voor of juist afkeer van de stad, en het leven van Haagse mensen uit de ‘hogere’ kringen, uit de Haagse politiek, maar ook uit de wereld van winkelpersoneel en dienstbodes. Hartstocht achter de horren nodigt de lezer uit om zich te verplaatsen in de ‘couleur locale’ van het Haagse realisme van zo’n dikke eeuw geleden. Het beoogt evenzeer een mogelijk ‘feest der herkenning’ te zijn als een verlokking om nader met deze auteurs en hun werk kennis te maken — voor Hagenaars en Hagenezen, maar natuurlijk ook voor leesgrage belangstellenden van elders. Lees verder >>

Call for papers – Congres Werkgroep ‘De Moderne Tijd’ – Doelenzaal (UBA) Amsterdam, 20 december 2019

Rampzalig Nederland
De omgang met rampen in Nederland, 1780-1940

(Let op: gewijzigde datum: 20 december 2019)

Door de opwarming van de aarde en de toenemende dreiging van klimaatrampen heeft het historisch onderzoek naar rampen en rampverwerking een hoge vlucht genomen. Het besef is doorgedrongen dat overstromingen, aardbevingen, hittegolven, droogtes, en de gevolgen daarvan (hongersnoden, epidemieën, insectenplagen etc.) een grote en vaak blijvende invloed hebben gehad op de ontwikkeling van lokale en nationale gemeenschappen.

Pieter Gerardus van Os, De buskruitramp te Leiden, 12 januari 1807, ca. 1807. Rijksmuseum

  Lees verder >>

Leiden, 23 mei 2019: Symposium Lucebert opnieuw lezen, maar hoe? Het zwijgen van de dichter en zijn oorlogsverleden

Op 8 februari 2018 publiceerde Wim Hazeu zijn biografie van Lucebert, en dat leverde nogal wat commotie op. In de biografie onthulde Hazeu dat de de dichter in zijn tienerjaren nazisympathieën koesterde. Ook bleek Lucebert tijdens de Tweede Wereldoorlog antisemitische brieven te hebben geschreven, waarin hij het bijvoorbeeld had over hoe ‘de Joodse sjacherige zwetsaard (…) ons Nederduitsers erg, erg besmet’ heeft en die hij ondertekende met ‘Sieg Heil’ en ‘Heil Hitler’. Naar aanleiding van deze controverse kwam eind april het boek Door de schaduwen bestormd uit bij Uitgeverij Oevers, dat reflecties bevat op de controverse rond de oorlogsjaren van Lucebert.

In de nasleep van die publicatie zal aan de Universiteit Leiden op 23 mei van 13.00-17.00 het symposium “Lucebert opnieuw lezen, maar hoe? Het zwijgen van de dichter en zijn oorlogsverleden” plaats vinden. Op het symposium zullen verschillende sprekers reflecteren op zowel de letterkundige als maatschappelijke betekenis van de controverse die ontstond rond Luceberts oorlogsjaren. Lees verder >>

stom draaien de laatste woorden om de oude hete brij

Door Marc van Oostendorp

“De Joodse sjacherige zwetsaard,” schreef de grote dichter Lucebert, “heeft ons Nederduitsers erg, erg besmet, in plaats van een rustig kalm, langs stille grachten wandelende en in middags onbeschenen kamers peinzende stam, zijn we 136 een klap en kletsvolkje, een grote groep machtjoden geworden.”

Vorig jaar onthulde de biograaf Wim Hazeu deze en nog een paar andere heel nare passages in zijn biografie van de dichter. Die klap dreunt nog steeds na.

Het is een mooi initiatief van de jonge literatuurwetenschappers en essayisten Yi Fong Au en Tommy van Avermaete dat zij nu, ruim een jaar na dato met een bundel komen over de kwesties: Door schaduwen bestormd. De kern van die bundel vormt een ‘kettingbrief’ die een aantal critici en onderzoekers elkaar vorig jaar schreven over de hele kwestie, maar er staan ook essays in van onder andere Cyrille Offermans, Sander Bax en Piet Gerbrandy. Lees verder >>

Pas verschenen: Door de schaduwen bestormd

Over Lucebert en zijn oorlogsverleden

Recentelijk verscheen bij Uitgeverij Oevers Door de schaduwen bestormd, dat reflecties in de vorm van brieven en essays bevat op de controverse rond de oorlogsjaren van Lucebert. Die controverse ontstond nadat Wim Hazeu op 8 februari 2018 zijn biografie van Lucebert (1924-1994) publiceerde. Daarin onthulde Hazeu dat de dichter in zijn tienerjaren nazisympathieën koesterde. Ook bleek Lucebert tijdens de Tweede Wereldoorlog antisemitische brieven te hebben geschreven, waarin hij het bijvoorbeeld had over hoe ‘de Joodse sjacherige zwetsaard (…) ons Nederduitsers erg, erg besmet’ heeft en die hij ondertekende met ‘Sieg Heil’ en ‘Heil Hitler’.

Dat alles leidde tot een sterk gepolariseerde publieke discussie, waarin sommigen pleitten voor een morele afrekening met Lucebert. Zo concludeerde de Bergense schrijver Bob Polak dat Lucebert in het licht van de onthullingen een bedrieger was en vond Mario Molegraaf dat het ‘van goed fatsoen’ zou getuigen als Luceberts ‘prestigieuze prijzen alsnog worden ingetrokken.’ Anderen wierpen zich juist op als verdediger van Lucebert en benadrukten dat de onthullingen niet meer dan een kanttekening waren bij een verder onaangetast dichterschap en kunstenaarschap. ‘Aan zijn gedichten is door de onthulling bij mijn weten geen letter veranderd,’ schreef bijvoorbeeld Ilja Leonard Pfeijffer. De polarisatie die optrad is weliswaar begrijpelijk, maar juist deze kwestie lijkt vooral ook om genuanceerde reflectie te vragen. Lees verder >>

Verschenen: Dr. J.J.C. Dee, Tolk van zijn tijd: Roel Houwink als literator 1916-1930

Het boek richt zich, na de jeugd- en jongelingsjaren van Houwink als voorfase beschreven te hebben, op de eerste tien jaar van zijn publiek op­treden als literator. Het is een studie naar de plaats die Houwink in de literaire wereld gedurende de jaren 1920-1930 heeft ingenomen. In het eerste deel wordt aandacht gegeven aan de jonge Houwink, bij wie vanaf 1916 – hij is dan zeventien jaar oud – de literaire ontwikkeling op gang kwam. Het tweede hoofdstuk, dat de jaren 1920-1930 omvat, zet Hou­wink neer in het kader van zijn tijd, als literator onder vele literatoren. Het derde hoofdstuk geeft een overzicht en interpretatie van hetgeen Houwink in die jaren aan poëzie en proza, beschouwingen, kritieken en recensies heeft geschreven en eindigt met een bespreking van zijn roman Marceline. In een slotbeschouwing wordt nagegaan, op welke wijze aan persoon en werk van Houwink vanaf ongeveer 1950 tot heden aandacht is geschonken. Was Houwink, zeker tot 1927, een exponent – wellicht tegen wil en dank – van de beweging der ‘jon­ge­ren’ en van het Modernisme in de literatuur, vanaf dat jaar treedt er een kentering op. Hij beweegt zich in geloofsbeleving en ontwikkeling in toenemende mate in de richting van een belijnd protestantisme.

De prijs van ‘Tolk van zijn tijd’ (gebonden met stofomslag, 24 x 16 cm en 476 pagina’s) bedraagt EUR 25. Het boek is te verkrijgen door overmaking van EUR 25 op bankrekening NL85 INGB 0680 2522 15 ten name van W.S. Huberts te Nijmegen (NL), onder vermelding van ‘Tolk’. Als u betaalt via elektronisch bankieren, vergeet dan niet uw adresgegevens toe te voegen. Na ontvangst van de betaling wordt uw bestelling zonder verdere kosten bij u thuis afgeleverd. Bij afleveradressen in het buitenland zullen de extra verzendkosten in rekening worden gebracht.

Uitgeverij Flanor geeft sinds 1987 op bescheiden schaal boeken uit op het gebied van de Nederlandse literatuur(geschiedenis). Willem Huberts en Gerben Wynia vormen de redactie. Zie hieronder voor de adresgegevens. Een fondslijst is beschikbaar op: www.uitgeverijflanor.nl.

De kroketten van Vaandrager

Door Garrelt Verhoeven

“De kroketten in het restaurant / zijn aan de kleine kant”, zo staat te lezen op een muur in Hotel New York op de Wilhelminapier in Rotterdam, tegen de achtergrond van een koffiekan van Klaas Gubbels. Het is een eerbetoon aan de één van de grootste dichters van de stad: Cornelis Bastiaan Vaandrager (1935-1992).

Vaandrager debuteerde in 1955 en daarna publiceerde hij in vele literaire tijdschriften. In de jaren ’60 maakte hij furore in het literaire leven van de Maasstad, samen met zijn vriend Hans Sleutelaar en Hans Verhagen. Na zijn prozadebuut ‘Leve Joop Massaker’ (1960), volgde in 1961 zijn eerste dichtbundel ‘Met andere ogen’. Het kroketten gedicht komt uit zijn veelgeprezen bundel ‘Gedichten’ (1967) waarvan ik vandaag een exemplaar vond in de kringloopwinkel. Lees verder >>

Waarom zelfs de suggestie dat Armando sympathie voor het fascistische gedachtegoed gekoesterd zou hebben al misselijkmakend genoeg is

Door Wiljan van den Akker

Volgens een bericht op de website van de NOS gaat een gepland eerbetoon aan Armando niet door, mogelijk omdat de schrijver volgens sommigen gesympathiseerd zou hebben met de SS.

Als eerste een disclaimer: mocht met feiten worden aangetoond dat Armando – die 3 jaar ‘oud’ was toen Hitler aan de macht kwam, 9 jaar toen de Duitsers in 1939 Polen de oorlog verklaarden en in groep 6 zat (om het ook voor de jongsten onder ons begrijpelijk te maken) op het moment dat Nederland werd bezet – sympathiseerde met het fascistische/nazistische gedachtegoed, dan bied ik iedereen onmiddellijk mijn nederige excuses aan, om vervolgens mijn oudste en smerigste schoenen op te eten. Lees verder >>