Tag: 20e eeuw

Nieuwe online tentoonstelling: Vergeten schrijvers tot leven gewekt

Eeuwige schrijversroem en een vaste plek in de literaire canon, het is lang niet iedereen gegund. Waarom kennen we nog wel J. Slauerhoff of Louis Couperus, maar niet Til Brugman of Margot Scharten-Antink? Onderzoeker Elli Bleeker van de KNAW Humanities Cluster dwaalde drie maanden door het omvangrijke archief van het Literatuurmuseum op zoek naar vergeten schrijvers. Op zoek naar de verhalen die het waard zijn verteld te worden, ondanks dat – of juist omdat – de schrijver in kwestie zich bevindt in de marge van de literaire orde. Dit resulteerde in de online tentoonstelling Spoorzoeken in het archief, die vanaf nu te bezoeken is op Literatuurmuseum.nl.

Lees verder >>

Het hertalen van Couperus: toch een goed initiatief

Door Henk Wolf

Ik heb een irrationele aversie tegen hertalingen van negentiende- en twintigste-eeuwse Nederlandse literatuur. Die aversie wil ik hier – zoekend – proberen te verklaren. En daarna wil ik duidelijk maken waarom ik denk dat het hertalen van Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan toch een goed ding is.

Lees verder >>

Voor wie kwaad wil

Foute boeken? Uit de kast (3)

Door Nico Keuning

De schrijver en dichter Gerrit Krol – tevens computerdeskundige ‘in dienst van de Koninklijke’ Shell – had al een indrukwekkend literair oeuvre op zijn naam staan toen hij in 1990 Voor wie kwaad wil publiceerde, ‘een bespiegeling over de doodstraf’. Krol zet vraagtekens bij de rechtvaardigheid bij de strafbepaling als het gaat om de afweging ‘in de keus tussen consideratie met de verdachte en rechtvaardigheid tegenover het slachtoffer’. Lees verder >>

Eene dochter Israels, Schets uit het Leven eener Diacones (1911)

Jeugdverhalen over joden (62)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend.
Vertaald uit het Engels

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Eene dochter Israels. Schets uit het Leven eener Diacones’ verscheen in 1911 in zes afleveringen als feuilleton in De Volksvriend, een Nederlandstalige krant die werd uitgegeven in Orange City, Iowa. De krant was gericht op Nederlandse emigranten in de Verenigde Staten. Aangezien dit bekeringsverhaal in Londen speelt, zal het door De Volksvriend uit een Britse bron zijn overgenomen. De titel van de oorspronkelijke uitgave is niet bekend. Esther (de ik-persoon) vertelt het relaas van haar bekering aan een andere zuster in het diaconessenhuis, een ziekenhuis op orthodox-protestantse grondslag.

Lees verder >>

15 november 2019, Leiden: Boeken uit de bibliotheek van Menno ter Braak

De Universitaire Bibliotheken Leiden (UBL) nodigt u van harte uit voor een middag met bijzondere aandacht voor

Boeken uit de bibliotheek van Menno ter Braak  
 
We verwelkomen u graag op vrijdag 15 november 2019 om 13.00 uur in de Vossiuszaal van de Universiteitsbibliotheek, Witte Singel 27 te Leiden.

Lees verder >>

Pas verschenen: ‘Ik denk nog het best met een pen in de hand’ – Het dagboek 1939-1944 van August Vermeylen

Een editie van de nooit eerder gepubliceerde oorlogsdagboeken van August Vermeylen (1939-1944).

‘Ik word vandaag 67 en vind daarin een aanleiding om weer een dagboek te houden’, noteert August Vermeylen op 12 september 1939. Dat deze Vlaamse schrijver, kunsthistoricus en politicus niet alleen essays en romans heeft geschreven, maar ook een verwoed dagboekschrijver is geweest, weten weinigen.

Lees verder >>

28 oktober – 13 december 2019, Gent: Tentoonstelling Willy Roggeman. Portret van de jongeman als schrijver (1951-1959)

Op 9 juni van dit jaar werd de Vlaamse auteur Willy Roggeman (°1934) 85. Roggeman is intussen meer dan zes decennia als schrijver actief. Vandaag is hij de auteur van circa 120 werken, waarvan het merendeel niet of slechts ten dele gepubliceerd werd. In de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw ontwikkelde Roggeman zich tot een van Vlaanderens meest prominente dichters en essayisten. Ook schreef hij een reeks experimentele titels die hem in onze literatuurgeschiedenis een vaste plaats onder de vertegenwoordigers van het ‘absoluut proza’ opleverden. Sinds het begin van de jaren 1980 hield Roggeman op met publiceren, maar niet met schrijven. Zijn rijke archief vond intussen samen met zijn auteursbibliotheek een plaats in de Gentse Universiteitsbibliotheek.

Lees verder >>

Lucebert: lezen in plaats van leven

Door Marc van Oostendorp

Ze zijn er nog, de bewonderaars van Lucebert. Je kon er bijna aan twijfelen nadat de controversiële brieven van de schrijver naar boven kwamen die hij in zijn jeugd schreef. Zou dit de fascinatie voor de dichter doen uitdoven?

Nee, dus. Deze maand verscheen misschien wel het mooist vormgegeven boek dat ik dit jaar onder ogen heb gekregen: Lucebert. De zin van het lezen.

Het boek is een uitkomst van een project dat Lisa Kuitert enkele jaren geleden begon: een inventarisatie van de bibliotheek van Lucebert. Eerder publiceerde ze daarover het boek De lezende Lucebert, waarin deskundigen allerlei deelverzamelingen uit die bibliotheek belichtten. Het nieuwe boek gaat nu over de aantekeningen die Bertus Swaanswijk in zijn boeken maakte.

Lees verder >>

Jan Campert als man

Door Marc van Oostendorp

Jan Campert

Jan Campert (1902) is de dichter van één gedicht, De achttien dooden (‘Een cel is maar één meter lang / en nauw twee meter breed’). Maaike Meijer analyseert het in het nieuwe nummer van Nederlandse letterkunde. Dat nummer is helemaal gewijd aan mannelijkheid‘ en Meijers artikel gaat specifiek over de rol van mannelijkheid in drie ‘telsten’: behalve dat gedicht van Campert ook De donkere kamer van Damokles en de film Casablanca.

Het interessante van Meijers aanpak is dat ze haar smaak altijd laat meewegen. Ja, Nederlandse letterkunde is een wetenschappelijk tijdschrift; maar voor Meijer is dat geen belemmering om te vermelden dat de laatste strofe van De achttien dooden haar ontroert:

Lees verder >>

Gevonden: concepten romans S. Vestdijk

Bij het catalogiseren van boeken afkomstig van de Torenlaan te Doorn, uit de nalatenschap van Mieke en Simon Vestdijk, is onlangs een dummy-exemplaar van een paperback uitgave van De Ziener (de Bezige Bij, 1966) tevoorschijn gekomen met daarin in handschrift concepten voor een of meerdere romans.

Het geheel beslaat 56 pagina’s in handschrift. Sommige pagina’s bevatten alleen enkele steekwoorden of hoofdstuktitels, andere lijsten met personages, andere pagina’s complete uitwerkingen.

Lees verder >>

20 december 2019, Amsterdam: Rampzalig Nederland. De omgang met rampen in Nederland en Vlaanderen, 1780-1940

Universiteitsbibliotheek (Singel 425), Doelenzaal, Amsterdam

In de periode 1780-1940 deden zich in Nederland en Vlaanderen tal van rampen voor die een ontwrichtende invloed hadden op de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan de Leidse buskruitramp van 1807 en de grootschalige rivieroverstromingen van 1809, 1820, 1855 en 1861. Ook in de koloniën waren rampen als vulkaanuitbarstingen en watersnoden terugkerende fenomenen. Door de opwarming van de aarde en de toenemende dreiging van klimaatrampen heeft het historisch onderzoek naar rampen en rampverwerking een hoge vlucht genomen. Het besef is doorgedrongen dat rampen een grote en vaak blijvende invloed hebben gehad op de ontwikkeling van lokale en nationale gemeenschappen.

Lees verder >>

Pas verschenen: Max Nord, Onder voorbehoud.

Deze aantekeningen van de literator, dichter en journalist Max Nord (1916-2008) vormen een uitzonderlijk document over leven en schrijven tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Over de hartverscheurende deportatie door de Duitse bezetter van zijn joodse vriend Sally en zijn familie naar het doorgangskamp Westerbork en verder naar de Duitse concentratiekampen. Over de zware morele keuzes waarvoor de bezettingspolitiek hemzelf en zijn literaire vrienden plaatste (onder wie Ed. Hoornik, Gerard den Brabander, Simon Carmiggelt, Albert Helman, Jacques Gans, Jan Greshoff en Jacques Bloem). Wel of niet lid worden van de Kultuurkamer? Wel of niet schrijven in de gelijkgeschakelde pers? Zijn leven lang zou Max Nord varen op het morele en literaire kompas van Menno ter Braak, met wie hij Hermann Rauschnings Gespräche mit Hitler had vertaald en die in mei 1940 zelfmoord pleegde.

Lees verder >>

Het Jodinnetje. Een oorspronkelijk Kerstverhaal (1929)

Jeugdverhalen over joden (55)

Door Ewoud Sanders

Auteur: ‘Oom Wim’

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Het Jodinnetje. Een oorspronkelijk Kerstverhaal’ is geschreven door ‘Oom Wim’. Wie zich van dit pseudoniem bediende, is niet bekend. Het verhaal verscheen tussen 21 december 1929 en 15 februari 1930 in zes afleveringen als feuilleton in Het Centrum, een katholiek ‘dagblad voor Utrecht en Nederland’.

Lees verder >>

Rijmverdoezeling

Door Marc van Oostendorp

Simon Vestdijk was niet alleen medicus, dichter, romanschrijver, essayist en wat niet al, maar in zijn vrije tijd waarschijnlijk ook de belangrijkste theoreticus van het Nederlandse vers die we ooit gehad hebben. Zijn boek De glanzende kiemcel (DBNL) werd niet voor niets decennia als studieboek gebruikt bij de opleiding Nederlands.

Hij ging daarbij te werk als een echte wetenschapper: hij verzamelde gegevens en probeerde die te interpreteren en te verklaren in een theorie. Veel van wat hij deed zou je misschien nog nét wat preciezer willen doen – net wat systematischer de data binnenhalen, de theorie net wat ondubbelzinniger formuleren – maar heel veel van wat hij zag en bedacht is onovertroffen.

Neem zijn theorie over het rijm. Volgens Vestdijk hadden veel dichters de neiging om het feit dat regels rijmden te verdoezelen. Een van de middelen die ze daarvoor hadden was om de klemtoon te manipuleren. Door in de tweede van een paar rijmende regels de klemtoon net vóór het rijmwoord te leggen, werd het rijm minder prominent:

Lees verder >>

Het jodinnetje (1929)

Jeugdverhalen over joden (54)

Door Ewoud Sanders

Uit het Duits vertaald door A.H. Schlüter (1877-1946)

Herkomst en drukgeschiedenis

Het jodinnetje is vertaald/bewerkt door Alberdina Hermanna Schlüter, onder haar schrijversnaam AHS/Hermanna. De oorspronkelijke titel en de naam van de orginele schrijver is niet bekend.


Twee omslagen van Het Jodinnetje. De illustraties zijn gemaakt door Hendrik (‘Henk’) Poeder (1897-1958).

          Schlüter debuteerde in 1899 bij uitgeverij G.F. Callenbach met Op den Lindenhof. In totaal zou zij zo’n dertig jeugdboeken publiceren, waarvan sommige door de Nederlandsche Zondagsschool-Vereeniging werden bekroond. Dit geldt bijvoorbeeld voor Het huisje onder de hooge dennen en Haar vriendje.

          Het jodinnetje is een vrije bewerking van een Duits bekeringsboekje. Schlüter situeerde het verhaal in Nederland; de rijke tante (‘Bekka’), die ervoor zorgt dat Hanna op een ‘Christenschool’ terechtkomt, woont in Amsterdam.

          Het jodinnetje verscheen in 1929 bij uitgeverij G.F. Callenbach in Nijkerk en beleefde één druk. Najaar 1934 was dit boek nog leverbaar.

Lees verder >>

‘Er rust een doem op wat ik in opdracht schrijf.’

Hermans’ toneelteksten en scenario’s verschenen in Volledige Werken deel 10.

Door Peter Kegel, Bram Oostveen en Marc van Zoggel

DD_MG_2187
Documenten uit archief-Hermans bij ‘Het omgekeerde pension’.

Toen Ischa Meijer in 1970 naar Willem Frederik Hermans’ visie op het Nederlandse toneel informeerde, liet de auteur niets aan duidelijkheid te wensen over: ‘Je kunt nog beter een ski-school in tropisch Afrika beginnen dan in dit land toneelstukken gaan schrijven.’ Een reeks teleurstellende ervaringen in de jaren vijftig en zestig was er de oorzaak van dat Hermans het schrijven van scenario’s voor toneel, televisie en film ‘met steeds meer dalend enthousiasme’ had beleefd. Hij voelde zich uitgedaagd door de technische eisen van het dramatische genre, ‘maar langzamerhand word je moe van alle tegenslagen, beperkingen, gebrek aan belangstelling’.

Aan het eind van de bezetting en kort na de bevrijding had Hermans twee blijspelen geschreven, ‘Modelgevangenis’ en ‘De hemelvaart der dwaze maagden’, die beide in portefeuille bleven. Zijn eerste succesje was de eenakter ‘Het omgekeerde pension’ (1952), waarmee Hermans een door de cpnb uitgeschreven prijsvraag ter gelegenheid van de Boekenweek 1953 won. Het stuk werd op de openingsavond opgevoerd door een amateurgezelschap, maar omdat Nederland kort daarvoor door de Watersnoodramp was getroffen was van een feeststemming geen sprake.

Lees verder >>

Slordig lezen met Martin Reints

Over ‘Afsluitdijk’ van Vasalis

Door Jos Joosten

Op zijn blog geeft auteur Huub Beurskens deze week zijn collega Martin Reints de vloer om eens flink los te gaan op ‘Afsluitdijk’ van Vasalis, een van haar bekendste gedichten, uit de bundel Parken en woestijnen. Lange tijd was het de bon ton om Vasalis’ poëzie weg te zetten als burgerlijk, truttig, als gerijmel – vooral uit de hoek van de mannen van het langjarige experiment was dat de teneur. Typerend een W.F. Hermans die anno 1955 oordeelde: ‘Ik vind het damespoëzie, bien-pensant en onwaarachtig, berustend op de clichés die de weldenkende mensheid gebruikt om alles wat ellendig, schaamtevol, onoorbaar en wanordelijk is te ontkennen.’

Die trend lijkt de laatste decennia behoorlijk gekeerd en Vasalis is meer en meer op haar waarde geschat – voor zover ze dat overigens door het grote publiek so wie so niet altijd al was. Zij is de enige Nederlandse dichter(es) wier complete werk gedurende haar hele leven in de boekwinkel op voorraad was.

Natuurlijk is appreciatie een individuele kwestie. De één vindt een beeld pakkend en onontkoombaar, de ander vindt het totale kitsch en troep. De een beschouwt iets als poëzie (‘De onrust in mijn darmen/herinnert me aan mijn ingewanden’) de ander niet (ik).

Lees verder >>

Het Kerstjoodje (1924)

Jeugdverhalen over joden (53)

Door Ewoud Sanders


George van Aalst (foto: Letterkundig Museum).

Auteur: George van Aalst (1897-1925)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

George van Aalst groeide op in Den Haag. Hij wilde dominee worden maar het lukte hem niet om de juiste vooropleiding te behalen. Tijdens zijn korte leven (hij stierf op zijn 28ste aan tuberculose) schreef hij enkele Pietje Bell-achtige boeken. Het gaat om o.a. De bengels van III B (1922), De h.b.s.-krant (1923), De bengels op reis (1924). Deze boeken verschenen bij uitgeverij Valkhoff & Co. in Amersfoort.

          Het Kerstjoodje beleefde twee drukken: in 1924 bij W. Kirchner in Amsterdam, in 1926 bij G.F. Callenbach in Nijkerk. In de samenvatting is geciteerd uit de eerste druk. Voorjaar 1930 was de tweede druk nog leverbaar.

Lees verder >>

26 september 2019, Leiden: Publieksmiddag rond Jan Wolkers

Met: Karina Wolkers, Onno Blom, Peter van Zonneveld, Sander Bax en anderen

Op donderdagmiddag 26 september wordt in de Stadsgehoorzaal in Leiden als onderdeel van de Waanzinnige Wolkers Week een publieksmiddag gehouden. Tijdens deze publieksmiddag zullen diverse sprekers hun licht laten schijnen over Jan Wolkers als schrijver, beeldend kunstenaar en Bekende Nederlander. De publieksmiddag is gratis toegankelijk.

Meer informatie / aanmelden