Tag: 19e eeuw

Wie niet meer weet dan uit ’n kroniekschryver te leren valt, deed beter te zwygen.

De Multatulileescursus (48)

Door Marc van Oostendorp

Willem Bilderdijk op zijn ziekbed

– Wat heerlijk dat Multatuli hier weer aan zijn Woutertje Pieterse begint! Dat is werkelijk mijn favoriete boek van hem.

– Je blijkt niet de enige te zijn. Aan het eind van deze vijfde bundel Ideën zegt hij dat heel veel lezers hem verzochten om met Wouter door te gaan.

– Ja, en om de soms tientallen pagina’s lange uitwijdingen af en toe wat in te korten.

– Of weg te laten. Ik vind dat ook vreselijk lastig lezen, dat zo’n verhaal voortdurend onderbroken wordt door bijvoorbeeld een omvangrijke kritiek op Floris V van Bilderdijk.

– Gelukkig voor jullie zijn er ook uitgaven van alléén het Wouter-verhaal.

– Maar menen jullie dat nu? Ik vind juist dat in dit deel heel duidelijk wordt hoe het verhaal een uitwerking is van de ideeën, maar omgekeerd de ideeën ook een uitwerking zijn van het verhaal.

Lees verder >>

Maar gij verwacht toch niet, dat de domste kerel alle vraagstukken onderzoeken zal?

De Multatulileescursus (47)

Door Marc van Oostendorp

Mimi Hamminck-Schepel

– We zouden het, nu we bij deel 15 zijn aanbeland, toch ook eens over die Volledige Werken kunnen hebben. Wat een clubblad was dat toch!

– Een clubblad?

– Ja, dat wonderlijke in memoriam van Henri A. Ett (1908-1982) waarmee het besluit, heb je dat gelezen?

– Ik wist niet dat het ook tot de stof behoorde.

– Garmt Stuiveling (‘voorzitter Multatuli-Genootschap’) en toevallig ook hoofdredacteur van de Werken, neemt de vrijheid om een overleden medewerker te herdenken, en dat in een stijve stijl vol ‘frasen’ waar Multatuli wel raad mee had geweten:

Ofschoon hij zich de laatste tijd, teruggekeerd naar de geliefde stad van zijn jeugd, aan de meeste werkzaamheden onttrok, is zijn dood een gevoelig verlies. Zijn nagedachtenis zal in onze kring in ere worden gehouden.

– ‘Onze kring’! Die van de Multatulianen!

– Mensen, mag ik eraan herinneren dat we ook nog tientallen brieven hebben gelezen van en aan Multatuli? Uit het voorjaar van 1873?

Lees verder >>

‘De Citroen- en Appelen China’s Jood’ (1825)

Jeugdverhalen over joden (52)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

Herkomst en drukgeschiedenis

Verscheidenheden voor kinderen, een boekje dat in 1825 werd uitgegeven door J. de Lange in Deventer, bevat een zedenles die is gekoppeld aan de afbeelding van een jood die citroenen en ‘appelen-China’s’ verkoopt – een oude benaming voor sinaasappel, een vrucht die oorspronkelijk uit China komt. In het voorwoord waarschuwt de anonieme schrijver de ‘lieve kinderen’ om zich niet alleen te ‘vergenoegen’ met het lezen van zijn boekje. ‘Behartigt tevens de lessen die in hetzelve voorkomen, want dan voldoet gij eigenlijk aan het oogmerk waartoe uwe ouders u hetzelve gegeven hebben, en gij zult voor u zelve er veel voordeel uit plukken, doordien gij dan als gehoorzame kinderen zult handelen, en door alle weldenkende menschen bemind worden.’


Illustratie uit Verscheidenheden voor kinderen (1825).
Lees verder >>

Karel de Waele nummer 2: een rectificatie

Door Renaat Gaspar

Een paar weken geleden (op 9 juli) is op Neerlandistiek een kort artikel verschenen over Karel de Waele, de Vlaamse dichter die in 1869 op 30-jarige leeftijd moest uitwijken naar de VS en daar in 1914 als Charles L. de Waele overleed. Een belangrijk onderdeel van dat artikel was gewijd aan een afwijzende brief van Willem Kloos (de redactiesecretaris van De Nieuwe Gids) aan Karel de Waele op diens ingezonden gedichten alsook aan de vraag welke gedichten dat zouden zijn geweest.

Toen dit artikel verschenen was, kreeg ik deze vondst op Google onder ogen:

Titel: [Karel De Waele] aan [Guido Gezelle ?]
BB nummer: 15855
 
Bibliotheek / plaats 1 Guido Gezellearchief Nr. 3322, V FICHE 101

Uitgeleend tot Niet uitleenbaar

Aantal reserveringen 0

Exemplaar GG15855

Moest dat betekenen, dat Karel de Waele niet alleen met Willem Kloos, maar ook met Guido Gezelle contact had opgenomen? Digitaal het Guido Gezellearchief bezocht (na de vakantie). Het antwoord was: onder de duizenden brieven die Gezelle in zijn leven had ontvangen van bewonderaars, taalminnaars en leveranciers van allerlei taaleigenaardigheden, waren er vijfentwintig afkomstig van Karel de Waele.

Lees verder >>

‘De Jood Lévi met augurkjes’ (1822) en ‘De koopman in hoeden’ (1824)

Jeugdverhalen over joden (51)

Door Ewoud Sanders

Roelf Gerrit Rijkens (bron: Geschiedenis van de opvoeding en het onderwijs, vooral in Nederland, 1927)

Auteur: Roelf Gerrit Rijkens (1795-1855)

Roelf Gerrit Rijkens was de derde zoon van een onderwijzer uit Garmerwolde in Groningen. Op zijn veertiende ging hij zelf lesgeven, op een dorpsschooltje in Ommen. Een bezoekende schoolinspecteur adviseerde hem een ander beroep te kiezen: als onderwijzer zou hij het nooit ver schoppen.

         De jonge Rijkens vatte dit op als een uitdaging. Hij zette zijn tanden in de studie en bij een volgend bezoek was de schoolinspecteur wel positief. Rijkens vestigde zich in Groningen en werd schoolhoofd. Allengs ontwikkelde hij zich tot een vernieuwende didacticus en pedagoog die landelijk veel invloed had.

         In de eerste helft van de negentiende eeuw publiceerde Rijkens tientallen schoolboeken over vrijwel alle schoolvakken. Veel van die boeken werden door hem zelf geïllustreerd, want hij kon ook verdienstelijk tekenen.

Lees verder >>

‘Ik wil met jou naar bed toe gaan’ is fyn.

De Multatulileescursus (45)

Door Marc van Oostendorp

– In de brieven die we twee weken geleden lazen kon je zien dat Multatuli zich veel had voorgesteld van Vorstenschool. Hij vond dat hij sinds Max Havelaar werd doodgezwegen en hij hoopte dat hij dit met dit toneelstuk kon doorbreken.

– Is dat eigenlijk gelukt?

– Het is in ieder geval duidelijk dat het stuk na een aantal jaar na eindeloos aandringen van zijn grote bewonderaar, de energieke en originele Mina Krüseman, werd uitgevoerd en dat het lange tijd op het repertoire heeft gestaan van allerlei gezelschappen. Het is mij niet duidelijk of er daarna ook meer over zijn andere werk werd gesproken. Ik geloof het eigenlijk niet.

– Ik vond er eerlijk gezegd weinig smaak aan zitten, dat hele Vorstenschool. Multatuli was toch vooral een prozaschrijver. Die vijfvoetige jamben doen zijn stijl geen goed.

– Ja, maar dat zeg je als eenentwintigste-eeuwer. Multatuli probeerde hier duidelijk zijn boodschap te gieten in een kunstzinnige vorm die vooral zijn eigen tijdgenoten zou aanspreken: een drama in blanke verzen. Wat wil zeggen dat ze metrisch zijn, maar niet rijmen:

(…) Leven moet de mens,
Dat is: gevoelen, denken, werken, streven,
En vruchten dragen, honderd… duizendvoud!
Wie niet meer geeft dan hy ontving, is… nul,
En deed met z’n geboorte onnodig werk.’

Lees verder >>

‘De goede vrijdag’ (1821)

Jeugdverhalen over joden (50)

Door Ewoud Sanders

‘De goede vrijdag’ (1821)
Auteur: Jan Antonie Oostkamp (1778-1845)

Herkomst en drukgeschiedenis

‘De goede vrijdag’ is een verhaal in de bundel Feestgeschenkje voor de christelijke jeugd. De auteur, Jan Antonie Oostkamp, was godsdienstonderwijzer in Zwolle. Tussen 1814 en 1836 schreef hij zo’n dertig lesboeken, vooral over aardrijkskunde, godsdienst, vaderlandse en Bijbelse geschiedenis.

Illustratie uit Feestgeschenkje voor de christelijke jeugd (1821). Het oorspronkelijke onderschrift luidt: ‘Triomf! de Heer is opgestaan, / Wij kunnen vrolijk grafwaarts gaan.’

         ‘Niet tegenstaande de menigte der kinderschriften, thans in onze moedertaal voorhanden’, aldus Oostkamp in zijn voorwoord, ‘ontbrak er naar het oordeel van deskundigen nog een Feestgeschenkje voor onze Christelijke Jeugd: dat is, een boekje, in hetwelk den kinderen, op eene aangename en leerzame wijs, met de algemeen erkende feestdagen der Christenen, naar hunne vatbaarheid, bekend gemaakt werden.’

         Feestgeschenkje voor de christelijke jeugd was in 1821 een coproductie van twee uitgevers: J.L. Zeehuisen in Zwolle en R. van Groenenbergh in Groningen.

Lees verder >>

‘De gevolgen van een slecht gedrag’ (1800)

Jeugdverhalen over joden (49)

Door Ewoud Sanders

‘De gevolgen van een slecht gedrag’ (1800)
Auteur: Daniël Willem Stoopendaal (1776-1829)

Herkomst en drukgeschiedenis

Willem krijgt slaag nadat hij de ruit van een schoenmaker kapot heeft gegooid met een steen die was bedoeld voor een arme, oude joodse straathandelaar. Gravure van de Amsterdamse prentkunstenaar Daniël Veelwaard (1766-1851) uit Zedelijke, nuttige en leerzaame verhaalen, voorbeelden en gedichtjens voor kinderen.

Daniël Willem Stoopendaal, de auteur van dit verhaal, was de zoon van de Amsterdamse graveur Daniël Stoopendaal en diens vrouw Maria Schmidt, toneelspeelster van beroep. Daniël Willem, die zijn werk meestal signeerde met D.W.S. of D.W. Stoopendaal, was als steendrukker en graveur gespecialiseerd in het maken van bord- en gezelschapsspellen. Daarnaast schreef hij toneelstukken: tussen 1797 en 1828 verschenen er vijftien van zijn hand, doorgaans kluchten, waarvan sommige uit het Duits zijn vertaald.

Lees verder >>

Een dikbeschaduwd vraagteeken met vraagteekens er achter

De Multatulileescursus (43)

Door Marc van Oostendorp

– Een van de aardige ontdekkingen in de brieven uit 1872 is het plezier dat Multatuli als vakman bleek te beleven.

– Ja, hij had zich nog maar net tot beroepsschrijver uitgeroepen of hij leek het schrijverschap al zowaar leuk te vinden.

– Belangrijker was misschien wel dat hij zo’n goede én aardige uitgever had gevonden, G.L. Funke. Voor het eerst was er iemand bezig met iets van Multatuli’s werk te maken, en meteen wordt de schrijver een en al professional: uitgebreide beschouwingen over wat er allemaal gecorrigeerd moet worden…

– … Ja, of het probleem hoe je al die noten bij de Ideën eigenlijk moet zetten: onderaan de pagina in een kleiner font? Aan het eind van ieder Idee?…

Ik vrees, ik vrees, dat de noten altyd leelyk staan zullen. Ik zag dit reeds in by ’t schryven, maar wist geen andere manier. Achter in den bundel is nog onsmakelyker.

– … een probleem dat uitgevers nog lang zou plagen, en pas zou worden opgelost door de komst van hypertekst.

– Een ander grappig voorbeeld is dat hij denkt dat de Ideën geïllustreerd moeten worden. Hij geeft daar aan zijn uitgever een aantal voorbeelden van.

– Maar dat zijn nu niet bepaald inspirerende voorbeelden:

Lees verder >>

De prostituée en de fatsoenlijke: Van Hulzens De twee zij’s (1901)

Door Sander Bink

Om voor de verandering eens niet Baudelaire maar Borges (Historia de la eternidad) kort door de bocht te parafraseren denk ik evenals deze dat de schoonheid overal te vinden is. En de proof is in de pudding want de hoeveelheid officieel tweederangs schrijvers en kunstenaars waarover ik elders publiceerde en die ik in het slechtste geval zelfs heruitgaf is schier eindeloos. Het is niet dat ík die mooi vind, want als je (zoals ik) bij de Kruidvat werkt doe je ook niet voor je lol des avonds nog lippenbalsem op, maar ik doe zoals u weet gewoon mijn vieze ondankbare kunst- en literair-historische graafwerk.

Heel soms kom je dingen tegen die je zelf best aardig vind, zoals onlangs de schets ‘De twee zij-s’ van Gerard van Hulzen. Het is gedateerd 1899 en verscheen eerstens in De Nieuwe Gids van begin 1901 en kort daarna in de eerste bundel (in 1906 volgde een tweede) Cinematograaf: trilbeelden.

Beide bundels zijn redelijk zeldzaam dus altijd kopen als u ze ziet. Van Hulzen kent u waarschijnlijk sowieso als u wel eens door tweedehands boekentroep struint want daar zitten zijn latere romans doorgaans wel tussen. Zelf ben ik daar nooit doorheen gekomen, die romans dus, die troep zit ik de hele dag tussen, maar zijn vroege schetsen, waarvan we er hier al eens een bespraken, zijn best aardig.

Lees verder >>

Seuren

Door Marc van Oostendorp

De Multatulileescursus / Sprachwissenschaftliche Beihefte I

Er zou een aardige studie te maken zijn van de spelling van Multatuli. Er zijn natuurlijk de in het oog springende details – de y in plaats van ij (hy lydt) en het feit dat Douwes Dekker mens schreef voor mensch als hij even de kans kreeg –, maar interessanter nog zijn de details. Omdat hij zich niet sterk richtte op bijvoorbeeld de spelling van De Vries en Te Winkel, is niet altijd duidelijk waar hij zich op richtte.

Zo spelde hij altijd seuren. Het woord komt niet heel vaak voor in de Volledige Werken, maar toch wel af en toe, en voor zover ik heb kunnen nagaan, wordt het dan altijd met een s gespeld. Andere woorden die de meesten met een z schrijven, schrijft hij ook met een z. Multatuli’s tijdgenoten lijken niet dat systeem te hebben gevolgd: meestal schreven ze zeuren en zuur, al hield een enkeling ook vast aan het wat ouderwetsere seuren en suur. Dat doet vermoeden dat Multatuli een reden heeft gehad voor deze spelling, en de meest plausibele is dat hij seuren inderdaad met een s uitsprak.

Lees verder >>

Mozes de marskramer (1829)

Jeugdverhalen over joden (47)

Door Ewoud Sanders

Mozes de marskramer (1829)
Auteur: J.H. Du Sart (1783-1867)

Herkomst en drukgeschiedenis

Over Jan Hendrik Du Sart, de schrijver van dit jeugdboek, is vrijwel niets bekend. Tussen 1807 en 1840 publiceerde hij zeker tien jeugdboeken. Voor zover ze werden besproken, werden ze positief ontvangen.
         Lees-geschenk, bestaande in verhalen en gesprekken tot nut en vermaak der jeugd, dat in 1829 te Amsterdam werd uitgegeven door Schalekamp en Van de Grampel, bestaat uit zes gesprekken tussen een onderwijzer en zijn leerlingen. Het vijfde gesprek is grotendeels gewijd aan de joodse marskramer Mozes.
         In 1860 werd dit boek herdrukt door W. Willems te Amsterdam onder de titel Verhalen tot nut en vermaak der jeugd.
         In de samenvatting is geciteerd uit de eerste uitgave.

Lees verder >>

Wie den Javaan dom noemt, heeft slechts gelyk in zoverre als zekere gebreken in het denkvermogen allen mensen aankleven

De Multatulileescursus (41)

Door Marc van Oostendorp

– Misschien had Multatuli dít boekje beter Divagatiën over zeker soort van liberalismus kunnen noemen en niet Nog eens: Vrye Arbeid in Nederlandsch Indië.

– Je bedoelt dat dit boekje veel meer over het liberalisme gaat dan het vorige? Maar dan toch alleen over de politieke variant?

– Die wordt hier dan ook zeer zorgvuldig ontleed. Precies het probleem dat mensen tegenwoordig aan het neoliberalisme verbinden, bestond voor Multatuli toen al: liberalen zeggen allerlei mooie idealen na te streven – vrijheid voor allen –, maar als je beter kijkt gaat het om rauw kapitalisme, de vrijheid om over de ruggen van anderen geld te verdienen.

Lees verder >>

Karel de Waele, letterkundige

Over Karel De Waele (1839-1914)

Door Renaat Gaspar

Het eerste deel van het Woordenboek der Nederlandsche Taal (A – Ajuin) verscheen in 1882. Het werd voorafgegaan door een lijst van intekenaren, opgesteld in de jaren ’60 van die eeuw en ingedeeld naar land en provincie. In de lijst van ingetekende Oost-Vlamingen treffen we voor het dorp Sinaij aan: Karel de Waele, letterkundige. Als zodanig figureerde zijn naam naast die van Potgieter, Conscience en Gheselle [sic!]. Beslist geen mindere goden onder de toenmalige literatoren. Je zou denken: wat een eigenwaan van die De Waele uit het Waasland. Toch was het niet helemaal ten onrechte, dat De Waele zich als letterkundige afficheerde, want hij had enkele jaren eerder een dichtbundel gepubliceerd: Mijn eerste stap. Liederen en gedichten, Sint Nicolaas [=St. Niklaas] 1863.

En het was zeker niet allemaal broddelwerk in dat boekje; gelet op de inhoud waren er wel degelijk heel acceptabele verzen bij. Maar de vorm van al die 31 gedichten kwam sterk overeen met die in het werk van menige collega-dichter, in Vlaanderen en Nederland: veel bombast, cliché-taal en ontboezemingen als van een licht overspannen geest, en dat alles gelardeerd met een aantal uitroeptekens. Kortom: taalgebruik in de trant van Bilderdijk, de dichter die niet alleen in Nederland maar ook in Vlaanderen (bijvoorbeeld door de jonge Gezelle) zo bewonderd werd.

Lees verder >>

11 september 2019, Amsterdam: Presentatie Romantici en Revolutionairen

Vijf hedendaagse schrijvers/schrijvende wetenschappers gaan in op hun favoriete prototype auteur en reflecteren op de hedendaagse rol van schrijvers in de samenleving. Wat is de rol van de hedendaagse schrijver? Wil hij of zij de wereld veranderen en politiek engagement nastreven? Of is het juist beter afstand te nemen en kunst om de kunst te maken? En welke tussenposities zijn mogelijk?
Wie naar de achttiende en negentiende eeuw kijkt, vindt allerlei prototype schrijvers die vandaag de dag nog steeds bestaan. Zo zijn er de revolutionairen, die de wereld wilden verbeteren. Denk aan opruiende schrijvers als Bellamy of Multatuli. Maar er waren ook dichters die zich tegen de meer maatschappelijk gerichte auteurs afzetten. De Tachtiger Willem Kloos vatte die houding in een pakkende versregel samen: ‘Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten’.

Lees verder >>

De Kleeren maken den Man (1848)

Jeugdverhalen over joden (45)

Door Ewoud Sanders

De Kleeren maken den Man (1848)
Auteur: onbekend

Herkomst en drukgeschiedenis

De Kleeren maken den Man verscheen begin 1848 als nummer 21 in een reeks prentenboekjes van uitgeverij G.B. van Goor in Gouda. Auteur en tekenaar ervan zijn onbekend. Het boekje bevat veertien afbeeldingen – handgekleurde houtsneden – van personen met daaronder telkens ‘een lief [vierregelig] versje in den regten kindertoon’, aldus de achterflap.

Op de titelpagina staat:

Wie is er, die de spreuk niet weet:
‘Men schat de menschen naar hun kleed’?
Ja, ’t is afhankelijk van uw kleêren,
Of ge u ziet smaden of vereeren.

Na enkele tekeningen van onder meer een predikant (‘Elk ziet aan mijn driepunthoed,/Dat hij mij vereeren moet’) en een harlekijn (‘Maar ’t zal heel wat anders zijn,/ Kleed ik mij als Harlekijn’), volgen deze twee prentjes en versjes:

Lees verder >>

Het liberalismus is geen zoetelende, pluimstrykige, vals-liefkozende deerne, geen meretrix blanda, die ieder streelt

De Multatulileesursus (39)

Door Marc van Oostendorp

– Ik was nogal teleurgesteld. Zeg nou eerlijk, als je een boekje ter hand neemt met de titel Divagatiën over zeker soort van liberalismus, dan verwacht je toch dat de schrijver daarin zijn politieke opvattingen uiteenzet? Zeker als die schrijver geprobeerd heeft in de Tweede Kamer te komen?

– Nou, de titel divagatieën en vooral de naam van de schrijver hadden je toch op andere gedachten kunnen brengen.

– Maar hier komt dat hele liberalisme er wel heel bekaaid vanaf, zeg nou zelf. Af en toe stelt hij het even aan de orde, maar het is meer alsof hij dan ineens beseft dat het woord nu eenmaal in de titel staat, dus dat hij niet helemaal net kan doen alsof het niet bestaat.

– Maar het is toch volkomen duidelijk dat hij hier een ander soort liberalisme bedoelt? Dat hij zich juist verzet tegen een definitie van liberalisme in termen van stemgedrag in de Tweede Kamer?

– Ja, hij geeft zelfs een definitie:

Liberaal zyn bestaat: in het voortdurend gemoedelyk zoeken naar waarheid, en in ’t eerlyk toepassen van de verkregen resultaten.

– Horen jullie dat, D66 en VVD?

Lees verder >>

‘De voordeelige koop’ (1819)

Jeugdverhalen over joden (43)

Door Ewoud Sanders

Herkomst en drukgeschiedenis

Silhouetportret van Jean Baptiste Didier Wibmer, in 1819 gemaakt door Pieter van der Meulen. Het onderschrift luidt: ‘Dit’s Wibmer, die, hoe snood gelasterd en gesmaald, / Op nieuw bewezen heeft, dat de onschuld zegepraalt.’ Wibmer werd in 1819 wegens kritiek op de regering vervolgd, maar vrijgesproken. Bron: Rijksstudio.

Eereprijs voor leerzame en gehoorzame kinderen, een prijsboek dat in 1819 werd samengesteld door Jean Baptiste Didier Wibmer (1792-1836), bevat twee verhalen waarin diverse joodse straathandelaren voorkomen: ‘De voordeelige koop’ en ‘Het zware loterijbriefje’. Beide verhalen zijn van oorsprong Duits.

         Wibmer was een zoon van gevluchte Franse protestanten. In 1814 was hij kandidaat-predikant van de Waalse Kerk in Amsterdam. In diverse anonieme publicaties bracht hij misstanden in de kerk aan het licht. Toen bekend werd dat Wibmer de auteur was, werd hij ontslagen. ‘Dit was het begin van zijn broodschrijverschap: vanaf 1819 begon hij een grote stroom van klein, goedkoop drukwerk op de markt te brengen, vaak in de vorm van (satirische) tijdschriften of brochures’, aldus Laurens Ham in een artikel over Wibmer.

Lees verder >>

Het geval casus

Door Marc Kregting

Vergis ik me of is de betekenis van casus buiten de taalkunde aan het veranderen? En spelen de cultuurindustriële dinges en het rentabiliteitsgeloof daar weer eens een rol in? 

Een casus is, voor zover ik weet, import-Latijn voor een geval. Meer in het bijzonder een mens aan wie iets ergs is overkomen, een ziektegeschiedenis. Freud heeft over zulke onbenijdenswaardigen verklarende teksten geschreven die de noemer Der Fall hadden: Dora die eigenlijk Ida Bauer heette, Zwangsneurose van een Rattenmann genaamd Ernst Lanzer,….

Met intellectuele virtuositeit deed de psychoanalyticus met een casus wat bij ‘hard’ bètaonderzoek regel was: onontkoombare analyses maken. Dat ondergingen evenzeer treurigaards en verdachten in de misdaad. Over hen moest geoordeeld worden. Zoiets vond, door toepassing van wetsartikelen, plaats in een rechtbank. Vandaar dat het ‘Onuitgegeven Tooneelspel’, de beroemde intro van Max Havelaar over het hangen van de vermeende moordenaar van Barbertje, door A.L. Sötemann een ‘casus’ genoemd is

Lees verder >>

De kleine Kindervriend (1804)

Jeugdverhalen over joden (40)

Door Ewoud Sanders

De kleine Kindervriend (1804)
Auteur: Mattheus van Heijningen Bosch (1773-1821)

Portret van Mattheus van Heijningen Bosch. Philippus Velijn maakte deze gravure naar een tekening van Willem Bartel van der Kooi van omstreeks 1821. Bron: Rijksmuseum.

Herkomst en drukgeschiedenis

Mattheus van Heijningen Bosch kwam uit een ‘deftig burgerlijk geslacht’ in Groningen. Tijdens zijn studie rechten in Groningen raakte hij betrokken bij de Patriottenbeweging. Dit leidde ertoe dat hij zijn studie niet voltooide. In 1796 werd Van Heijningen Bosch lid van het Groningse College van Gedeputeerde Staten. Daarnaast was hij zeer betrokken bij de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen.

         In 1804 publiceerde hij de eerste van een reeks ‘schoolleesboekjes’ die hem beroemd zouden maken: De kleine Kindervriend, behelzende vertellingjes, versjes en liedjes, een schoolboekje voor jonge kinderen. In zijn voorrede schrijft Van Heijningen Bosch dat hij voor de meeste ‘vertellingjes’ uit zijn ‘eigene kinderjaaren en die van anderen’ had geput.

         Van 1806 tot aan zijn dood was hij uitgever en redacteur van de Ommelander Courant (vanaf 1814 Provinciale Groninger Courant geheten). Daarin verscheen ook de eerste advertentie van De kleine Kindervriend.

Lees verder >>

Hoe raar een knikker rollen kan (1857)

Jeugdverhalen over joden (39)

Door Ewoud Sanders

Hoe raar een knikker rollen kan (1857)
Auteur: onbekend

Herkomst en drukgeschiedenis

Lijp, de joodse straathandelaar, tussen zijn kapotte handel. Illustratie uit Hoe raar een knikker rollen kan (1857). Lijp (dan wel Leib of Leip) is de Jiddisje vorm van de voornaam Levi.

In diverse jeugdverhalen worden joodse straathandelaren getreiterd. Hun handel wordt door straatjongens met opzet kapotgemaakt. In het boekje Hoe raar een knikker rollen kan gaat de handel van Lijp – hij verkoopt schalen en borden – ook kapot, maar de oorzaak is dit geval een ongeluk.

            Dat ongeluk wordt in gang gezet door twee jongens die elkaar uitdagen bij een potje knikkeren. Een rijke heer struikelt over de knikker, hij grijpt zich vast aan de rok van een dame, die rent weg en valt over een varken, dit dier laat de paarden van een rijtuig op hol slaan, de koetsier belandt daardoor op een wagen met eieren, waarna Lijps wagen door vluchtende mensen omver wordt gelopen. Bij de rechter wordt het hele gebeuren in omgekeerde volgorde besproken en volgt de straf: de knikker wordt kapotgeslagen en de heer moet alle schade betalen omdat hij nu eenmaal rijk is.

Lees verder >>

Wie ’t betwyfelt, wordt veroordeeld tot het opzetten van ’n zwemschool voor jonge eenden

De Multatulileescursus (32) [dubbeldikke aflevering]

Door Marc van Oostendorp

– Nu we deze derde bundel Ideën uit hebben, wil ik zeggen: dit is Multatuli op zijn best. Als iemand mij vraagt, wat mijn lievelingsboek van deze schrijver is, zeg ik: de derde bundel Ideën.

– Dat klinkt een beetje excentriek. Het is toch maar een stukje van een groter geheel.

– Dat is achteraf het nadeel van dat idee van de Ideën. In zijn eigen tijd werkte het: het was een eenpersoonstijdschrift waarop je je kon abonneren. Maar in de loop der tijd is het een enorme kolos geworden, alsof je eigenlijk al die bundels allemaal gelezen moest hebben om er iets over te zeggen. Het klinkt heel gek om te zeggen dat één deel daaruit je favoriete boek is, maar in dit geval is dat toch heus zo.

– Toch is dit boek onlosmakelijk met al het andere werk van Multatuli verbonden.

– Ja, maar als je dat een bezwaar vindt, kun je dus eigenlijk geen enkel boek van Multatuli als je lievelingsboek beschouwen. Lees verder >>

‘Jozef Rotschild’ (1839)

Jeugdverhalen over joden (38)

Door Ewoud Sanders

‘Jozef Rotschild’ (1839)
Auteur: naar alle waarschijnlijkheid Everhardus Molema (1803-1869)

Herkomst en drukgeschiedenis

Everhardus Molema was hoofdonderwijzer op een school in Finsterwolde (Groningen). In 1839 begon hij, samen met de Voorburgse onderwijzer Hemke Hemkes (1807-1889) een schooltijdschrift getiteld Letteroefeningen voor de jeugd, voornamelijk ten dienste van gevorderde leerlingen der lagere scholen en van hen, die de lagere scholen reeds verlaten hebben.

Doel van dit tijdschrift was om jonge kinderen de mogelijkheid te bieden ‘om uwe kennis verder uit te breiden en uwe harten voor het ontvangen van zedelijke indrukken te openen’, aldus het voorwoord. Het motto, afgedrukt op de titelpagina, luidt: ‘Stilstand is achteruitgang’.

Lees verder >>

Niets doen, niet streven, is in stryd met de gehele Natuur

De Multatulileescursus (31)

Door Marc van Oostendorp

– Het is aan het begin van deze Derde bundel Ideën duidelijk dat Multatuli inmiddels besloten had om broodschrijver te worden.

– Ja, een groot deel van de Ideën bestaat uit reflectie op het schrijverschap.

– Of minstens even belangrijk: het redenaarschap. Daarover heeft hij eigenlijk nog meer te zeggen dan over het schrijverschap. Alsof hij besloten had broodspreker te worden.

– Heel grappig vond ik zijn parodie op het gekwebbel waarop een redenaar die in een stadje gaat optreden wordt onthaald. Vanaf het moment dat men hem van het station ophaalt.

– Lees eens voor, dat kun jij zo mooi!  Lees verder >>