Tag: 19e eeuw

‘Kleerkoop! Kleerkoop!’ (1872)

Willem in gesprek met een joodse voddenkoopman. Litho van C.J. Bos gedrukt door H.L. van Hoogstraten. Bron afbeelding: De Nieuwe Kinderbibliotheek 1872.

Jeugdverhalen over joden (130)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Willem Frederik Oostveen (1849-1890)

Herkomst en drukgeschiedenis

W.F. Oostveen was halverwege de 19de eeuw een geliefd schrijver van jeugdboeken. Hij schreef het lied ‘Sinterklaas is jarig’ (‘Sinterklaas is jarig!/ Ik zet mijn schoen vast klaar’) en was redacteur van het jeugdtijdschrift Ons genoegen. Hij werd slechts 41 jaar oud en stierf een tragische dood. De uitgever van Ons Genoegen riep in 1890 in krantenadvertenties op om geld in te zamelen voor een ‘eenvoudig monumentje’ met daarop de tekst: ‘Aan den geliefden kinderschrijver W.-F. Oostveen. Zijn dankbare lezers en lezeressen.’ Voor zover mij bekend is dat monumentje er nooit gekomen.

         ‘Kleerkoop! Kleerkoop!’ (ondertitel: ‘Eene Vertelling uit den tijd van den Duitsch-Franschen oorlog’) verscheen in 1872 in het tijdschrift De Nieuwe Kinderbibliotheek, een uitgave van S.E. van Nooten in Schoonhoven.

Lees verder >>

‘De Jodin’ (ca. 1863)

Jeugdverhalen over joden (129)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Oom Diederik

Herkomst en drukgeschiedenis

Wie er schuilgaat achter het pseudoniem ‘Oom Diederik’ is niet bekend. Tussen 1862 en circa 1875 schreef hij diverse jeugdboeken met onder meer vertellingen, versjes, rekenspelletjes en raadsels. Ze verschenen bij uitgeverij H.A.M. Roelants in Schiedam (en vanaf 1883 bij J. Vlieger in Amsterdam) onder titels als De vriend der jeugd; Uit het huis en uit de school; Uit de natuur en uit het leven en Uit ons eigen land en uit den vreemde. Het verhaal ‘De Jodin’ is opgenomen in de laatstgenoemde bundel.

        ‘De Jodin’ lijkt losjes geïnspireerd op het leven van Elisabeth Félix (1821-1858), beter bekend als ‘Mademoiselle Rachel’. Deze Franse zangeres, dochter van een joodse straathandelaar, arriveerde in 1830 in Parijs, zong daar op straat en debuteerde – nadat zij enkele jaren muziekles had gekregen – op haar zeventiende in het Théâtre-Français. Halverwege de 19de eeuw maakte zij ook in Nederland furore. Zie over haar o.a. Rob van de Schoor, ‘Ik vind geen passie genoeg’: Holland in beroering door de optredens van de Joodse tragédienne Rachel uit Parijs, 1846-1853 (2006).

Lees verder >>

Misbruikt in een boekenkamer

Hoe een vrouw in 1781 een jongen verleidde

Illustratie van Ewoud Sanders, op basis van een tekening van Otto Geerling uit 1913.

Door Ewoud Sanders en Louk Lapikás

Een volwassen man die een seksuele relatie heeft met een minderjarig meisje – in de literatuur hoef je er niet lang naar te zoeken. Lees er de dagboeken van Casanova maar op na. Of, voor wie verder terug wil in de tijd, de Bijbel.

Voorbeelden van het omgekeerde – seksuele relatie van een volwassen vrouw met een minderjarige jongen – liggen in de Nederlandse literatuur niet voor het oprapen. Wat enigszins in de buurt komt is de verhouding die Conrad Busken Huet in 1868 beschrijft in de roman Lidewyde. Daarin verleidt een geraffineerde overspelige vrouw een naïeve ‘provinciaal’. Weliswaar zijn ze ongeveer even oud, zij heeft veel meer levenservaring en stort hem in het verderf.

Lees verder >>

‘Godsdienstige verdraagzaamheid’ (1861)

Portret van Adriaan van der Hoop Juniorszoon door J.H.M.H. Rennefeld, jaartal onbekend.

Jeugdverhalen over joden (128)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Adriaan van der Hoop Juniorszoon (1827-1863)

Ik schaam mij, dat ’k heb meêgedaan,
Nu Meester ’t ons heeft doen verstaan,
Hoe schandlijk door ons werd misdreven,
Toen wij dien kleinen Jood, die pas
Voor de eerste maal ter schole was,
Door slaan en schelden deden beven.

’k Zag nooit den Meester nog zoo kwaad;
‘Is ’t door uw schuld, dat men u laat
In Christus heilleer onderwijzen?’
Sprak hij: ‘dat gij den knaap dus scheldt,
Toont [dat] Jezus weinig bij u geldt,
U als zijn volgers niet kon prijzen.’

Lees verder >>

‘Hoogmoed komt voor den val’ (1843)

Jeugdverhalen over joden (127)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

Herkomst en drukgeschiedenis

De korte zedenles ‘Hoogmoed komt voor den val’ is te vinden in Gemeenzame Nederlandsche volksspreuken, voorgesteld in leerzame verhalen, ten dienste der lagere scholen. Dit boekje verscheen in 1843 bij uitgeverij Leepel & Brat en beleefde één druk. In totaal worden er 21 spreekwoorden in toegelicht met een verhaaltje. ‘Ontegenzeggelijk toch is het’, aldus de anonieme samensteller in het voorbericht, ‘dat deze spreuken, welke velen dagelijks in den mond hebben, van grooten invloed op het volkskarakter kunnen en moeten zijn. Het is echter hoofdzaak, dat dezelve wel verstaan en begrepen worden, daar zij, in verkeerden zin opgenomen, niet alleen ophouden nuttig te zijn, maar zelfs eene zeer schadelijke werking kunnen uitoefenen.’

Lees verder >>

‘Verhaal van de gevolgen der spotternij van eenen rijken knaap’ (1827)

Jeugdverhalen over joden (126)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Catharina Maria Dóll Egges (1776-1835)

Herkomst en drukgeschiedenis

Catharina Maria (‘Catootje’) Dóll Egges was de dochter van de Amsterdamse boekhandelaar en uitgever Jan Dóll en van Catharina Egges. Nadat haar vader was overleden, zette haar moeder de zaak voort. Catharina Maria redigeerde enkele almanakken, vertaalde en schreef ook eigen werk. Tussen 1820 en 1835 publiceerde zij, bij verschillende uitgevers, ruim vijftien boeken voor kinderen, adolescenten en jonggehuwden. Het gaat om titels als Lettergeschenk voor de jeugd, tot opwekking der leeslust (1820) en De jonge Hollander en andere tafereelen voor de jeugd (1835). ‘Steeds terugkerend thema in de zedelijke verhalen en beschouwingen van Catharina Maria Dóll Egges is de hoogmoed en gierigheid van de (nieuwe) rijken, die geen besef hebben wat arme mensen dagelijks moeten verduren’, aldus P.J. Buijnsters en Leontine Buijnsters-Smets in Lust en leering (2001).

         Het ‘Verhaal van de gevolgen der spotternij van eenen rijken knaap’ staat in Brieven voor jonge heeren en jonge jufvrouwen uit den beschaafden stand, een bundel met 35 brieven. In haar voorbericht schrijft Dóll Egges: ‘De ongelukkige gevolgen van trotschheid, ongehoorzaamheid en spotternij af te schilderen en eenen afkeer voor deze hatelijke ondeugden in te boezemen (…) dit alles trachtte ik in deze brieven te schetsen.’

Lees verder >>

De club ‘Van zessen klaar’ (1898)

Dorus nodigt ‘Het Joodje’ Jacob de Haas uit om lid te worden van zijn vriendenclub. Tekening van Rie Reinderhoff (1903-1991) uit de zevende druk van De club ‘Van zessen klaar’ uit 1950.

Jeugdverhalen over joden (125)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Cornelis Johannes Kieviet (1858-1931)

Herkomst en drukgeschiedenis

C. Joh. Kieviet – zoals zijn schrijversnaam luidt – schreef tussen 1890 en 1931 zo’n vijftig jeugdboeken. Hij had daar een bijzondere methode voor. ‘Elke avond schreef hij acht tot tien schoolschriftblaadjes vol met een klein en regelmatig handschrift. De volgende dag liet hij zijn pennenvruchten door zijn leerlingen in de klas voorlezen; zo kon hij hun spontane reacties peilen. Doorgaans schreef hij een boek in vier tot vijf weken’, aldus A.W.J. de Jonge in een biografisch portret.

Lees verder >>

De gewelven van Arendsberg (1897)

Jongens gaan met elkaar de strijd aan bij de ‘gewelven van Arendsberg’. Illustratie uit De gewelven van Arendsberg uit 1897 van P.J. Milborn.

Jeugdverhalen over joden (124)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Willem Hendrik Kieviet (1867-1941)

Herkomst en drukgeschiedenis

Willem Hendrik Kieviet is de jongere neef van de bekende jeugdboekenschrijver Cornelis Johannes Kieviet (1858-1931). Hij was evangelist bij de actieve Nederlands Evangelisch-Protestantse Vereniging en hoofdredacteur van het antirevolutionaire weekblad Neerlandsch

Volksblad. Kieviet schreef ruim tien jeugdboeken. Ze verschenen onder meer bij G.F. Callenbach in Nijkerk, P.J. Milborn in Nijmegen en bij de Gebroeders Kluitman in Alkmaar. Daarnaast leverde Kieviet bijdragen aan jeugdtijdschriften als Jong Leven en Voor ’t jonge volkje.

         De gewelven van Arendsberg beleefde drie drukken: in 1897 en 1919 bij de ‘Drukkerij der Weesinrichting’ te Neerbosch. Daarnaast verscheen in 1897 een uitgave bij uitgeverij P.J. Milborn in Nijmegen. In 1921 werd het boek in prijs verlaagd. In de samenvatting is geciteerd uit de tweede druk.

Lees verder >>

De balling, of Beloonde ouderliefde (1843)

Solomo (‘een Jood, in eene Poolsche pels gekleed’) in gesprek met een houthakker. Illustratie van Carl Christiaan Fuchs (ca.1794/95-1855) uit De balling, of Beloonde ouderliefde (1843).

Jeugdverhalen over joden (123)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

In het voorwoord benadrukt de anonieme auteur hoe belangrijk hij het vindt dat kinderen hun ouders onbaatzuchtig liefhebben. In het verhaal wordt die liefde beloond: een vader mag dankzij de onbaatzuchtige liefde van zijn zoon terugkeren uit ballingschap. Het joodse personage speelt in dit verhaal een relatief belangrijke bijrol. De balling, of Beloonde ouderliefde verscheen eind 1843 bij uitgeverij P.J. Meijer Jr. in Amsterdam en beleefde één druk.

Lees verder >>

De metaforen van de natuur

Théodore Géricault, Het vlot van de Medusa

Door Marita Mathijsen

De natuur was niet mild in de negentiende eeuw. Als het regende kwam er geen motregen, maar stortregen. De rivieren overstroomden, dijken braken door. Duizenden mensen verloren bij overstromingen het leven. Als het vroor, vroor het hard. Er was dan geen scheepvaart meer mogelijk, en Amsterdam kreeg het drinkwater uit de Lek niet meer aangevoerd. Bij storm stortten huizen in en vergingen schepen. De natuur was slechts voor een deel getemd, zij was onberekenbaar en kon toeslaan als een moordenaar.

Lees verder >>

‘Een barmhartige Samaritaan’ (1824)

Jeugdverhalen over joden (122)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Johann Peter Ludwig Snell (1764-1817)
Vertaald uit het Duits

Herkomst en drukgeschiedenis

Johann Peter Ludwig Snell was predikant in Dachsenhausen in Duitsland. Daarnaast schreef hij opvoedkundige werken. Snell publiceerde het verhaaltje ‘Ein barmherziger Samariter’ in 1795 in Sittenlehr in Beyspielen (‘Moraal in voorbeelden’) en in 1805 in Sittenlehre für die Jugend.

         Uitgeverij H.C.A. Thieme in Zutphen bracht in 1824 een vertaling van het laatstgenoemde boek uit onder de titel Zedekunde voor de jeugd, in Verhalen, Kernspreuken en Bijbelteksten. Het bevat drie gedeeltes: ‘Zedelessen in korte gezegden en spreekwoorden’; ‘Zedespreuken uit den Bijbel’; en ‘Geschiedenissen en voorbeelden van brave en slechte menschen’.

         Het verhaal ‘Een barmhartige Samaritaan’ is opgenomen in het derde gedeelte. Zoals de titel al doet vermoeden is het sterk geïnspireerd op de ‘Gelijkenis van de barmhartige Samaritaan’ in het Evangelie volgens Lucas (10:25-37).

Lees verder >>

‘De menschlievende joden’ (1817)

Aangemoedigd door zijn vader duikt de dappere ‘joden jongen’ Samuel het water in om Lotje en Koosje te redden. De boerenjongen die het schuitje bestuurde, zwemt zonder hen te helpen naar de kant. uit Onverwelkelijk bloemkransje, voor de lieve jeugd (1817).

Jeugdverhalen over joden (121)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Petronella Moens (1762-1843)

Herkomst en drukgeschiedenis

Op vierjarige leeftijd werd Petronella Moens getroffen door kinderpokken. Zij overleefde de ziekte, maar werd er wel blind door. Die handicap weerhield haar er niet van om zich verder te ontwikkelen. Schrijven leerde ze van haar vader, familieleden en vrienden lazen haar veel voor.

         Moens had een fabelachtig geheugen en een grote verbale begaafdheid. Zij won verschillende prijzen met haar boeken en gedichten. Zo kreeg zij in 1786 een gouden medaille voor Esther, in vier boeken, een lang gedicht dat is opgedragen aan de ‘regenten der beide Joodsche sijnagogen in Amsterdam’. Moens pleitte voor de emancipatie van joden en vrouwen en voor afschaffing van de slavernij.

Lees verder >>

‘Moet men Joden ook helpen?’ (1846)

Jeugdverhalen over joden (120)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Jelle Mars Jzn. (1806-1887)

Jakob was om geld verlegen,
Want de handel liep hem tegen;
Maar een brave landman schoot
Honderd guldens aan den Jood.

Met die honderd zilvren schijven [munten]
Kon hij nu weêr handel drijven;
En hij won hiermeê voor ’t minst,
Meer dan vijftig gulden winst.

Jakob had nu eigen schijven,
En hij wou graag eerlijk blijven,
Daarom gaf hij blij en vlug
Aanstonds ’t geld met dank terug.

’t Liep hem nu niet verder tegen,
Want zijn eerlijkheid had zegen;
Toen zes jaar verloopen was,
Had hij reeds veel geld in kas.

Doch toen liep ’t den landman tegen
En dit maakte hem verlegen;
Want in eene maand of twee
Stierf op stal zijn beste vee.

Dit kon onze Jood niet dulden,
Hij leent spoedig duizend gulden,
En de landman is in nood,
Dus geholpen door den Jood.

Lees verder >>

De schoorsteenveger (1862)

Illustratie uit De schoorsteenveger, zoals in 1884 uitgegeven door A.W. Sijthoff.

Jeugdverhalen over joden (119)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Eduard Gerdes (1821-1898)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Eduard Gerdes behoort tot de meest gelezen jeugdboekenschrijvers uit de tweede helft van de 19de eeuw. Hij publiceerde ruim 250 jeugdboeken. Daarnaast schreef hij verschillende liederen. Zijn beroemdste lied, ‘Daar ruischt langs de wolken’ (1858), is nog steeds populair en wordt wel de ‘Christelijke Internationale’ genoemd.

         Gerdes werkte geruime tijd als onderwijzer in Amsterdam. Daar bezocht hij de zondagavondbijeenkomsten van de bekeerde jood Isaac da Costa (1798-1860). Ook gaf hij Nederlandse les aan dominee Carl Schwartz (1817-1870), een Duitse bekeerde jood die halverwege de 19de eeuw in Amsterdam werkzaam was als jodenzendeling.

Lees verder >>

‘Veracht niemand om zijnen godsdienst’ (1840)

Jeugdverhalen over joden (118)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Georgius ‘(George’) Jacobus d’Ancona (1803-1850)

’k Zag een’ Jood met oude klêeren
Schreeuwend loopen langs de straat,
En twee nette jonge heeren,
Riepen: Smous! – wat werd hij kwaad.

En was het wel zonder reden?
Foei, dat men een’ armen man
Tegen Godsdienst, tegen zeden
Toch zoo vuig bespotten kan.

Laat men Jood of Christen wezen,
Enkel die verdraagzaam zijn
Toonen dat zij Gode vreezen;
Hem niet dienen slechts in schijn.

Niemand zal ik ooit verachten,
Om de leer die hij belijdt,
Allen, die de deugd betrachten,
Zijn mijne achting toegewijd.

Lees verder >>

Het pak van Sjaalman als blauwdruk

Van Max Havelaar tot Woutertje Pieterse

Door Jacqueline Bel

In 2020 wordt de 200ste verjaardag van Multatuli (1820-1887) herdacht. Multatuli schreef zijn Max Havelaar in 1859 in een hotel in de Bergstraat in Brussel op nauwelijks een kilometer van het Paleis der Academiën. KVAB en KANTL organiseren op 29 oktober een gezamenlijk colloquium naar aanleiding van deze herdenking.MINDER WEERGEVEN

(Bekijk deze video op YouTube)

Waarom Brussel? Hoe Multatuli zijn Max Havelaar schreef

Door Dik van der Meulen

In 2020 wordt de 200ste verjaardag van Multatuli (1820-1887) herdacht. Multatuli schreef zijn Max Havelaar in 1859 in een hotel in de Bergstraat in Brussel op nauwelijks een kilometer van het Paleis der Academiën. KVAB en KANTL organiseren op 29 oktober een gezamenlijk colloquium naar aanleiding van deze herdenking.

(Bekijk deze video op YouTube)

‘Ze verveelden my, vooral de vrouw’

Multatuli, de donkere kant belicht

Door Chris van de Ven

Multatuli had veel kanten. Atte Jongstra typeerde hem waarschijnlijk het best: Kriststalman. Marc van Oostendorp (Neerlandistiek, 12-11-2020) is met name geïnteresseerd in de donkere kanten van het kristal. En ja, die zijn ook, naast al die andere facetten van Multatuli, zeer interessant. Voor mij vallen Multatuli’s werk, zijn gedachtegoed én zijn leven samen. Dat velen, zeker in zijn eigen tijd, Multatuli’s leven uit de pas vonden lopen met wat hij voorstond, kan ik begrijpen, maar interesseert mij minder. Voor mij maakt vooral zijn gedachtegoed, en hoe wonderbaarlijk meesterlijk Multatuli dat verwoordde, hem geniaal. Donkere kanten van genieën, maar ook van u en mij, blijven vaak verborgen voor de buitenwereld. We kijken wel uit!

Lees verder >>

‘De oude klomp’ en ‘Een valsch kwartje’ (1888)

Omslag van de vijfde druk van Uit het Jonge Leven (circa 1920).

Jeugdverhalen over joden (116)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Pieter Louwerse (1840-1908)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Louwerse debuteerde in 1868 als medewerker van de Kinder-Courant. Hij schreef voor tijdschriften als De Kleine Huisvriend, De Kindervriend en Voor ’t Jonge Volkje. Daarnaast publiceerde hij tientallen jeugdboeken en -gedichten.

         Louwerse stond ruim dertig jaar voor de klas. Hij moest het onderwijs verlaten omdat hij steeds dover werd. Daarna leefde hij alleen van zijn pen.

         ‘Als paedagoog en als schrijver voor de jeugd heeft Louwerse geschitterd’, schreef De Tijd in 1908 in zijn necrologie. ‘In beide qualiteiten wist hij zich een naam te verwerven, die in gansch Nederland een goeden klank had.’ Tientallen kranten maakten indertijd melding van zijn overlijden. Daarin werd ook zijn bescheidenheid geprezen. ‘Louwerse is nooit op den voorgrond getreden. Hij wenschte dat niet; hij ging op in zijn arbeid voor het kind, waarvoor hem niets te veel was.’

         De verhalen ‘De oude klomp’ en ‘Een valsch kwartje’, beide met joodse hoofdpersonen, staan in de bundel Uit het Jonge Leven. Die beleefde vijf drukken: in 1888, omstreeks 1891, in 1898, 1917 en omstreeks 1920. Ze verschenen bij J.B. Wolters in Groningen, L.C.G. Malmberg in Nijmegen en bij de Gebroeders Kluitman in Alkmaar. In de samenvatting citeer ik uit de vijfde druk van omstreeks 1920.

Lees verder >>

Iedereen zijn eigen Multatuli

Door Marc van Oostendorp

Chris van de Ven is een van de interessantste landgenoten die ik het afgelopen jaar ontmoet heb. Een ouderwetse idealist, een man die zo’n beetje in zijn eentje het culturele leven van zijn woonplaats, de gemeente Duiven. op stand houdt en die de organisatie HOPE XXL heeft opgezet, dat zomaar onbeschaamd tot doel heeft om de wereld beter te maken.

Een man die vanuit de negentiende eeuw een beetje warmte in de eenentwintigste heeft weten te brengen, zou je kunnen zeggen. En daarbij heeft hij dan ook nog Multatuli ontdekt, als een nieuwe nazaat van Een paar jaar geleden schreef hij onder de naam ‘Multaboni’ al het intrigerende Pax Havelaar, een vervolg op Max. Ter gelegenheid van het Multatuli-jaar maakte hij een nieuw boek: Multatuli verknipt. Een portret in 500 fragmenten.

Lees verder >>

‘Een Russische geschiedenis’ (1869)

Jeugdverhalen over joden (115)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend
Vertaald uit het Duits

De ‘Israëlietische marskramer’ Iwan Zweigbaum bekijkt de parelketting die een arme boerenvrouw wil ruilen voor een kledingstuk. Illustratie uit: Keizer Joseph II, en andere belangrijke verhalen aan de geschiedenis ontleend (1873). Op het omslag van dit jeugdboek staat een uitsnede van deze illustratie.

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Een Russische geschiedenis’ verscheen in 1869 in de Kinder-Courant. Weekblad voor de Nederlandsche Jeugd. In 1873 werd het, in een andere vertaling, onder de titel ‘Een Israëlietisch Marskramer’ door Pieter Beets Pz. (1827-1900) gepubliceerd in Keizer Joseph II, en andere belangrijke verhalen aan de geschiedenis ontleend: voor de Nederlandsche jeugd bewerkt.

         Het gaat hier om een verhaal dat tussen 1863 en 1898 minstens veertien keer in buitenlandse boeken en tijdschriften is afgedrukt: het vaakst in het Duits, maar ook in het Frans, Italiaans en Tsjechisch.

         In de samenvatting is geciteerd uit de oudste Nederlandse vertaling.

Lees verder >>

Max Havelaar: keurig ingekleurd, alles binnen de lijntjes

Door Marc van Oostendorp

Max Havelaar: het was al onder meer een roman, een film, een banaan en een musical, en sinds deze week is het ook een graphic novel. In 82 pagina’s maakte Eric Heuvel samen met Jos van de Waterschoot een samenvatting van het boek in stripvorm.

Nooit heb ik geweten dat Multatuli zo saai kon zijn. Zowel het script als de tekeningen stralen vooral plichtmatigheid uit. De tekst gaat gebukt onder veel te grote eerbied voor het boek; de tekeningen lijken vooral te willen vertellen: kijk eens, hoe lang geleden dit allemaal was.

Lees verder >>

‘Al te kort’ (1869)

Jeugdverhalen over joden (114)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Pieter Jacob Andriessen (1815-1877)
Oorspronkelijk Nederlands

Portret van P.J. Andriessen door Johannes Walter (1839-1895). Bron: Rijksmuseum.

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Al te kort’ is een verhaal in de bundel Nieskruid van P.J. Andriessen. Andriessen was hoofdonderwijzer in Amsterdam en schreef veel oorspronkelijke historische verhalen, vooral voor jongeren van twaalf tot zestien jaar. Daarnaast vertaalde hij Duitse, Franse en Engelse jeugdboeken.

         ‘Van zelf spreekt’, aldus het Algemeen Handelsblad in 1877 in zijn necrologie, ‘dat hetgeen hij geleverd heeft niet altijd even voortreffelijk was, maar in den regel kon men de werkjes van dezen schrijver onbeziens aan de kinderen geven en altijd kon men er zeker van zijn, dat hetgeen hij geschreven had door hen met graagte werd gelezen. (…) Zijn verlies zal door duizenden zeer worden betreurd.’

Lees verder >>

Sam’s tooverlantaarn (1868)

‘Joodsche vrouwen in Bethlehem.’ Illustratie uit Sam’s tooverlantaarn, deel 2 (1868).

Jeugdverhalen over joden (113)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

In oude jeugdboeken of -tijdschriften staan geregeld Bijbelse geschiedenissen of aardrijkskundige berichten over joden. Zo vermeldt het Hollandsch penning-magazijn voor de jeugd in 1851 over de Franse stad Avignon:‘De stad telt 30.000 inwoners, waaronder eenige joden. De laatsten bewoonden voor de omwenteling eene bijzondere wijk, die hare poorten had welke des avonds om acht uur gesloten werden. De joodsche meisjes en vrouwen worden wegens hare schoonheid geprezen.’

Lees verder >>

‘Zijt verdraagzaam’ (1860)

Jeugdverhalen over joden (112)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend
Moraal: wees verdraagzaam; heb uw naaste(n) lief als uzelf

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Zijt verdraagzaam’ werd in 1860 gepubliceerd in de Kinder-Courant. Lektuur voor de Nederlandsche jeugd. Het is ondertekend door C.H.R. Het is mij niet bekend wie dit is.

         Het weekblad Kinder-Courant verscheen tussen 1852 en 1905. Het was het langstlopende kindertijdschrift uit de 19de eeuw. ‘De redactie wenscht (…)’, schreef de uitgever, ‘tevredenheid en vergenoegen in de huisgezinnen te verspreiden en aan een groot getal der ouders, op wier schouders vaak andere zorgen en bemoeijingen drukken, de taak gemakkelijker maken om hunne kinderen voor verveling en ledigheid te bewaren, zoodat zij hun vermaak slechts in huis zoeken en vinden; huiselijkheid, de grondtrek van ons volkskarakter, zal daardoor aangekweekt en bevorderd worden.’

Lees verder >>