Tag: 19e eeuw

‘De feestdag der herstelde Suze’ (1825)

Jeugdverhalen over joden (83)

Door Ewoud Sanders

Illustratie uit Nieuw geschenk aan de lieve jeugd (1825). Dirk en Suze met hun hondje ‘Ami’, een geschenk van een joodse jongen die vanwege zijn achtergrond bijna niet was uitgenodigd op Suzes feestje.

Auteur: Petronella Moens (1762-1843)

Herkomst en drukgeschiedenis

Op vierjarige leeftijd werd Petronella Moens getroffen door kinderpokken. Zij overleefde de ziekte maar werd er blind door. Die handicap weerhield haar er echter niet van om zich verder te ontwikkelen. Haar vader leerde haar schrijven en ook liet zij zich veel voorlezen door familieleden en vrienden.

Lees verder >>

Het interesseerde me enorm hoe sommige Pietjes sommige Mietjes krijgen – al waren ze maar verzonnen

De Multatulileescursus (75)

Door Marc van Oostendorp

– Kunnen jullie me zien?

– Ik kan je wel zien, maar niet horen!

– Grappenmaker. Het is twee weken én een eeuwigheid geleden dat we elkaar gezien hebben. Fijn dat we elkaar nu op deze manier kunnen treffen. We zouden nog Multatuli’s brieven uit 1885 en 1886 met elkaar bespreken.

Lees verder >>

De rust van de dodenakker

Onder het middelste graf (donkere steen met gouden letters) liggen de botten van Pieter Nieuwland.

Door Peter van Zonneveld

Gisteren fietste ik naar de kleine, maar schilderachtige begraafplaats Rustoord in Diemen. Er was niemand. Nu ben ik daar al eerder geweest, maar kort geleden had ik ontdekt, dat de veelzijdige, jonggestorven dichter en geleerde Pieter Nieuwland (1764-1794) hier zijn laatste rustplaats had gevonden. Het kerkhof dateert van 1791, en hij was een der eersten, die daar in de open lucht begraven werd. Pieter Nieuwland is geboren in de Watergraafsmeer, en vertoonde al jong trekken van grote begaafdheid. Tijdens zijn korte leven doorliep hij een kleurrijke loopbaan. Hij genoot vooral ook bekendheid als dichter; in zijn vers ‘Orion’ wist hij sterrenkunde en poëzie op fraaie wijze te verenigen. Nieuwland eindigde als hoogleraar in Leiden, waar hij onder meer wis- en natuurkunde doceerde.

Lees verder >>

Marita Mathijsen leest De Schoolmeester

Het verblijf – dag 5

Vandaag: Marita Mathijsen met De boterham en de goudzoeker van De Schoolmeester. 

Marita Mathijsen is emeritus hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. De Schoolmeester was een pseudoniem van Gerrit van der Linden (1808-1858), vrijbuiter, onderwijsman en dichter, bekend om gedichten met heel onregelmatige verzen.

Lees verder >>

Frank Willaert leest Multatuli

Het verblijf – dag 3

Frank Willaert is emeritus hoogleraar Middelnederlandse letterkunde aan de Universiteit van Antwerpen. Multatuli was het pseudoniem van Eduard Douwes Dekker (1820-1887); zijn Max Havelaar staat volgens velen aan de top van de Nederlandse canon.

Om je verblijf deze dagen te veraangenamen vind je elke dag een verhaal of gedicht uit de Nederlandse literatuur. Uitgekozen en voorgelezen vanuit huis door Neerlandici en auteurs.

Het Verblijf is een initiatief van Marc van Oostendorp. Presentatie, productie, techniek en muziek: Michiel van de Weerthof. Redactie: Johan Oosterman, Iris van Erve, Jaap de Jong, Lot Broos.

Abonneer je via je favoriete podcastapp of hier.

‘De haringjood’ (1815)

Jeugdverhalen over joden (82)

Door Ewoud Sanders

‘Mousje’ de ‘haringjood’. Illustratie uit Letterkransje voor de Nederlandsche jeugd (1815).

Auteur: onbekend
Moraal: bespot geen arme mensen

Herkomst en drukgeschiedenis

Het gedicht ‘De haringjood’ is gepubliceerd in Letterkransje voor de Nederlandsche jeugd. Dit boek werd uitgegeven door Mensing en Van Westreenen in Rotterdam en beleefde drie drukken: in 1815, in 1821 en omstreeks 1830. De auteur is niet bekend.

Lees verder >>

De corona van de negentiende eeuw: cholera

Zo veranderden choleraslachtoffersi n korte tijd

Door Marita Matijsen

Wie zijt ge, die heel de aard’ met siddering vervult?
Gij, die, in duisternis en nevelen gehuld,
Niets dan verderving aâmt? Een vloekharpij, de kolken
Des afgronds uitgebraakt, om land op land te ontvolken?

Uit J.J. Goeverneurs gedicht ‘De cholera’ uit 1832, de tijd van de eerste cholera-epidemie in Nederland, blijkt hoe bang men was voor de onbekende en onverklaarbare ziekte. Een arts uit Utrecht beschreef wat hem overkwam in 1832. Hij werd bij een vijfjarig meisje geroepen, dat duidelijk de tekenen vertoonde die in de kranten beschreven waren voor cholera. Ze lag in een kruiwagen in een koud achterhuisje. Talloze buren waren uitgelopen omde vreemde ziekte te bekijken. Op aandrang van de dokter trokken de toeschouwers zich terug, want hij wist van het besmettingsgevaar. Een man van zestig was niet te bewegen weg te gaan en bleef hoofdschuddend naar het kindje kijken. De dokter haalde de moeder over om het kind naar het nieuw ingerichte cholerahospitaal te brengen. Het lijdertje huilde luidkeels met de eigenaardige hese cholerastem en smeekte om bij haar moeder te mogen blijven. De oude man raakte hierdoor nog meer van streek. Het kind was nog niet weggevoerd, of de dokter zag dat de meelevende toeschouwer de ziekte ook had. Binnen een uur veranderde hij totaal van uiterlijk. Tien uur later was hij dood. Het kindje overleed ook.

Lees verder >>

‘De haringjood’ (1813)

De haringjood. Illustratie uit Kweekhof van vernuft en smaak aangelegd voor de Nederlandsche jeugd van beide seksen (1813). ‘Ik heb zulk een man voor mijne jonge vrienden laten afbeelden’, aldus de anonieme schrijver, ‘ofschoon zij zonder dat wel zullen weten welk mensch zij zich onder die benaming moeten voorstellen.’

Jeugdverhalen over joden (81)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend
Moraal: kijk niet neer op lagere standen

Herkomst en drukgeschiedenis

De ‘haringjood’ komt voor in een tweespraak tussen vader Lizimon en zijn dochter Bethje. Die tweespraak is te vinden in Kweekhof van vernuft en smaak aangelegd voor de Nederlandsche jeugd van beide seksen. Dit boekje werd in 1813 uitgegeven door H. Gartman in Amsterdam.

Samenvatting

Bethje is een arrogant meisje. Tot ‘levendig verdriet’ van haar vader laat zij zich voorstaan op haar ouders rijkdom. Zij heeft weinig vriendinnen want iedereen vindt haar ‘volstrekt ongezellig’.

Lees verder >>

30 maart 2020, Amsterdam: Een avond rondom Multatuli’s liefdesbrieven, liefdesverhalen & leven

Op maandag 30 maart aanstaande vindt in Amsterdam een speciale avond plaats rondom Multatuli, georganiseerd door De Nieuwe Liefde, Feest der Poëzie, De Arbeiderspers en Uitgeverij Boom. Op deze avond presenteert Uitgeverij De Arbeiderspers de heruitgave van zijn Liefdesbrieven, met een voorwoord van Elsbeth Etty (emeritus hoogleraar literaire kritiek) die over Multatuli’s liefdesleven zal spreken. Uitgeverij Boom presenteert de heruitgave van de met de AKO-literatuurprijs bekroonde biografie van Multatuli door Dik van der Meulen, die de avond zal inleiden met een korte lezing over zijn leven en werk. Etty en Van der Meulen gaan in debat over Multatuli en de vrouw, de politiek en het kolonialisme. Dichter-theoloog en oprichter van De Nieuwe Liefde Huub Oosterhuis belicht Multatuli’s problematische relatie met het christendom door het voordragen van zijn Gebed van de Onwetende (‘O God, er is geen God!’).

Lees verder >>

André Romieu en Samuel Friedlander (1886)

De oude Mendel Baruch in gesprek met Salmon, een als ‘Poolse jood’ vermomde dief en bedrieger. Op de achtergrond kijkt Samuel Friedlander argwanend toe. Voor zover bekend is dit de eerste illustratie van een orthodoxe jood in een Nederlandstalig jeugdverhaal. De naam van de illustrator is niet bekend. Bron: André Romieu en Samuel Friedlander (1868).

Jeugdverhalen over joden (80)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Franz Hoffmann (1814-1882)
Uit het Duits vertaald door Suze Andriessen (1850-1924)

Herkomst en drukgeschiedenis

In 1842 begon Hoffmann, indertijd boekhandelaar, met het schrijven van jeugdboeken. Die werden zo geprezen dat hij besloot van zijn pen te gaan leven. Om genoeg te kunnen verdienen, sloot hij contracten af met verschillende uitgevers. Dit leidde tot een enorme productie: in veertig jaar tijd publiceerde hij ruim tweehonderdvijftig jeugdverhalen. P.J. Buijnsters en Leontine Buijnsters-Smets noemen Hoffmann in Lust en Leering (1997) ‘de absolute veelschrijver’. Al zijn werken hebben een sterk moreel-religieus karakter.

         André Romieu en Samuel Friedlander verscheen in 1886 in twee edities bij uitgeverij A.W. Sijthoff in Leiden: als zelfstandige titel en samen met een ander verhaal in de bundel Verhalen voor de jeugd. Die bundel maakte deel uit van een reeks van tien jeugdboeken van Hoffmann, vertaald en bewerkt door Suze Andriessen, indertijd een bekende kinderboekenschrijfster.

Lees verder >>

12 maart 2020, Amsterdam: Lyrisch Activisme: Nederlandstalige poëzie en politieke strijd sinds 1848

Donderdag, 12 maart 2020, aanvang 19u30
Perdu, Kloveniersburgwal 86, 1012 CZ Amsterdam

Entree = 5 euro (ter plaatse te betalen) – registratie is niet nodig
Met optredens van Maartje Smits en Nico van Apeldoorn (poëzie)
Bram Ieven spreekt over Henriette Roland Holst en Fyke Goorden & Tommy van Avermaete over J.F. Vogelaar

Lees verder >>

De pleegdochter uit ‘De Vliegende Vos’ (1878)

Jeugdverhalen over joden (79)

Omslag van de derde druk van De pleegdochter uit ‘De Vliegende Vos’, uit 1897.

Door Ewoud Sanders

Door Evert Jacob Veenendaal Jz. (1833-1906) bewerkt en vertaald uit het Engels

Herkomst en drukgeschiedenis

Evert Jacob Veenendaal Jz. was hoofdonderwijzer in Heteren in Gelderland. Hoogstwaarschijnlijk behoorde hij tot de kringen van het Reveil. Vanaf 1860 publiceerde hij bij verschillende uitgevers tientallen zondagsschoolboekjes. Daarnaast schreef hij allerlei leerboeken, vooral voor de lagere school.

         Veenendaal vertaalde en bewerkte minstens dertien zondagsschoolboekjes uit het Engels. De pleegdochter uit ‘De Vliegende Vos’ gaat over de belevenissen van Grace Franksen. Onder die eigennaam werd het verhaal in 1871 afgedrukt in het tijdschrift The Sunday at Home, een uitgave van de Londense Religious Tract Society. Het verhaal speelt echter in Duitsland, wat het waarschijnlijk maakt dat dit christelijke tijdschrift (ondertitel: ‘A Family Magazine for Sabbath Reading’) het uit een Duitse bron heeft overgenomen. Die bron heb ik niet kunnen achterhalen.

Lees verder >>

De erfenis eener moeder (1877)

Jeugdverhalen over joden (78)

Door Ewoud Sanders

Portret van P.J. Andriessen door Johannes Walter (1839-1895). Bron: Rijksmuseum.

Auteur: Pieter Jacob Andriessen (1815-1877)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

P.J. Andriessen was hoofdonderwijzer in Amsterdam en schreef veel historische verhalen, vooral voor jongeren van twaalf tot zestien jaar. Daarnaast vertaalde hij Duitse, Franse en Engelse jeugdboeken.

         De erfenis eener moeder was Andriessens laatste boek – het verscheen een paar maanden voor zijn dood en berust volgens zijn voorbericht op fantasie. ‘Van zelf spreekt’, schreef het Algemeen Handelsblad op 22 maart 1877 in Andriessens necrologie, ‘dat hetgeen hij geleverd heeft niet altijd even voortreffelijk was, maar in den regel kon men de werkjes van dezen schrijver onbeziens aan de kinderen geven en altijd kon men er zeker van zijn, dat hetgeen hij geschreven had door hen met graagte werd gelezen. (…) Zijn verlies zal door duizenden zeer worden betreurd.’

Lees verder >>

De kanten zakdoek (1867)

Jeugdverhalen over joden (77)

Door Ewoud Sanders

Eduard Gerdes. Links als jonge man, rechts zeventig jaar oud.

Auteur: Eduard Gerdes (1821-1898)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Eduard Gerdes behoort tot de productiefste en meest gelezen jeugdboekenschrijvers uit de tweede helft van de 19de eeuw. Hij publiceerde ruim 250 jeugdboeken. Daarnaast schreef hij verschillende liederen. Zijn beroemdste lied, ‘Daar ruischt langs de wolken’ (1858), is nog steeds populair en wordt wel de ‘Christelijke Internationale’ genoemd.

         Gerdes werkte geruime tijd als onderwijzer in Amsterdam. Daar bezocht hij de zogenoemde zondagavondbijeenkomsten van de bekeerde jood Isaac da Costa. Ook gaf hij Nederlandse les aan dominee Carl Schwartz, een Duitse bekeerde jood die halverwege de 19de eeuw in Amsterdam werkzaam was als jodenzendeling.

Lees verder >>

’t Is net of je het weer voor de eerste keer mag lezen

De Multatulileescursus (70)

Door Marc van Oostendorp

– Zeg nu zelf, dit is toch het beste portret dat ooit van Komrij gemaakt is? Het is de eerste tekening in het tweede deel van Woutertje Pieterse bewerkt en in beeld gebracht door Jan Kruis. Komrij had namelijk de inleiding geschreven. We zien hem hier als de chagrijnige negentiende-eeuwse letterheer die hij ook kon zijn.

Lees verder >>

Maart/april 2020, Amsterdam/Antwerpen/Gent: Lyrisch activisme

Drie avonden over Nederlandstalige poëzie en politieke strijd sinds 1848

Deze drie avonden verbinden poëzie en politiek aan de hand van het werk van dichters die maatschappelijke verandering hebben nagestreefd op een manier die ons nu kan inspireren. Op dit moment leven we, na een lange fase van depolitisering van de kunst en het maatschappelijk debat, in een tijdperk waarin maatschappelijke verandering noodzakelijk is. Het leven op de planeet zoals we dat kennen staat onder druk. Stug doorleven,  schrijven en lezen staat gelijk aan de kop in het zand steken. Cruciale vragen hierbij zijn: Wat te doen? Welke strijd te voeren? Waarvoor in de pen te klimmen? Hoe te schrijven? Deze heroriëntatie op de maatschappelijke taak van de literatuur willen we tijdens deze avond herdenken door de activistische mogelijkheden van het heden te verrijken met een blik achterom. Want onze geschiedenis bulkt van de inspirerende voorbeelden. En onze actuele poëzie is vol potentie. Ze moet alleen wel aan het licht te komen. Daar willen deze drie avonden een bijdrage aan leveren.

Lees verder >>

Door de menschen verstooten, maar door God aangenomen (1895)


Omslag van Door de menschen verstooten (1895). Van dit boekje is geen enkel exemplaar in een openbare collectie bewaard gebleven.

Jeugdverhalen over joden (75)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Wilhelmina Jacoba Riem Vis (1859-1915)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Wilhelmina Jacoba Riem Vis was vaste medewerkster van het christelijke jeugdtijdschrift Timotheüs en gaf les aan kinderen en volwassenen. Zij schreef ruim veertig boeken, voornamelijk voor de jeugd.

          Rusland had haar speciale belangstelling. Tussen 1894 en 1906 schreef zij vijf boeken over dit land: De pelgrim: een verhaal uit den laatsten hongersnood in Rusland (1894), Vaska en Arina: een verhaal uit de lijfeigenschap in Rusland (1894), De bannelingen: een verhaal uit de laatste joden-vervolging in Rusland (1895), Door de menschen verstooten, maar door God aangenomen (1895) en In den Russischen smeltkroes (1906).

Lees verder >>

De droeve vioolspeler, of De geschiedenis van een lied (1884)

Jeugdverhalen over joden (73)


Uitsnede omslag vierde druk van De droeve vioolspeler, uit 1912. Illustratie Arie Rünckel (1876-1956). Het tijdschrift De Christelijke Familiekring noemde deze illustratie ‘leelijk’.

Door Ewoud Sanders

Auteur: Adolf Jacob Hoogenbirk (1848-1920)

Herkomst en drukgeschiedenis

Adolf Jacob Hoogenbirk groeide op in een vroom protestants gezin in Amsterdam. Hij werd beïnvloed door dominee Jan de Liefde en door de evangelist Eduard Gerdes. Beiden schreven jeugdboeken. Hoogenbirk schreef zijn eerste jeugdboek op zijn veertiende. In totaal zou hij er ruim vijftig publiceren, de meeste met een sterk evangeliserende boodschap. ‘Hij steeg met zijn werk uit boven een groot gedeelte van de toenmalige zondagsschoollectuur’, aldus Richard van Schoonderwoerd in het Lexicon van de jeugdliteratuur.

Lees verder >>

Promoveren in je moerstaal

Door Marita Mathijsen

Eelco Verwijs is de eerste neerlandicus die in zijn moerstaal promoveerde, aan de Leidse universiteit. Promoveren in het Latijn was toen nog gebruikelijk. Hij was 27 jaar toen hij zijn briljante uitgave van Jacob van Maerlants Wapene Martijn maakte, de eerste kritische editie van dit werk in Nederland, in 1857 uitgegeven. Later werd Verwijs bekend als samensteller van woordenboeken.

Lees verder >>

Het hoogste lot (1865)

Jeugdverhalen over joden (72)


‘Loterij-jood’ Aron Meijer probeert Richard en George, beiden net afgestudeerd, loten te verkopen. Illustratie uit: Het hoogste lot (1865). De naam van de illustrator is niet bekend.

Door Ewoud Sanders

Auteur: Franz Hoffmann (1814-1882)
Uit het Duits vertaald door R. Bell

Herkomst en drukgeschiedenis

In 1842 begon Hoffmann, indertijd boekhandelaar, met het schrijven van jeugdboeken. Die werden zo geprezen dat hij besloot van zijn pen te gaan leven. Om genoeg te kunnen verdienen, sloot hij contracten af met verschillende uitgevers. Dit leidde tot een enorme productie: in veertig jaar tijd publiceerde hij ruim tweehonderdvijftig jeugdverhalen. P.J. Buijnsters en Leontine Buijnsters-Smets noemen Hoffmann in Lust en Leering (1997) ‘de absolute veelschrijver’. Al zijn werken hebben een sterk moreel-religieus karakter.

          Dat geldt ook voor Das große Loos uit 1862, dat in 1865 in het Nederlands werd vertaald door R. Bell, hoofdonderwijzer aan de Openbare Armenscholen te Amsterdam.

          Het hoogste lot verscheen bij C.L. Brinkman in Amsterdam en beleefde drie drukken: in 1865, 1877 en ergens voor 1882.

          In de samenvatting is geciteerd uit de eerste druk.

Lees verder >>

‘Loterij’ (1845)

Jeugdverhalen over joden (71)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Jan Pieter Heije (1809-1876)

‘Duizend gulden voor een’ cent,
Honderd duizend voor een’ gulden:
Was je kaal, of had je schulden,
Morgen ben je een rijke vent!
Boeren, burgers! komt er bij:
Morgen trekt de Loterij!’

Joodje, was ik in je steê,
’k Zou die lootjes zelf maar houên;
Elleboog komt door je mouwen,
En je broek wil niet meer meê:
Waarom trek je zelf, als ’t kan,
Niet die honderd-duizend, man?

Och, ’t is wind, die Loterij!
Mannen, broeders! wilt je kiezen
Tusschen winnen en verliezen,
’k Weet een spel, daar win je bij…
Wie er daags tien centen spáár’,
Wint drie duizend alle jaar.

Lees verder >>

‘De loterij’ en ‘De kermis’ (1852)

Jeugdverhalen over joden (70)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

Het Nieuw bevallig prentenboekje, tot vermaak en oefening voor de lieve kinderen, dat in 1852 verscheen bij W. Willems in Amsterdam, bevat twee gedichten waarin joodse straathandelaren voorkomen: ‘De loterij’ en ‘De kermis’.

          ‘De loterij’ beschrijft in zes verzen van zes regels wat er op de onderstaande afbeelding te zien is.

Lees verder >>

Een koningin moet rijk zijn

De Multatulileesclub (64)

Door Marc van Oostendorp

– Als er een prijs was voor de neerlandicus van het jaar 2019, zou die Elsbeth Etty waarschijnlijk niet ontgaan. Twee boeken heeft ze dit jaar gepubliceerd, over Willem Wilmink en over Maarten ’t Hart, daarnaast heeft ze het initiatief genomen voor de Multatuli-leerstoel aan de VU. En dan komt ze op de valreep ook nog met dit boekje, Bedelbrieven voor Multatuli.

Lees verder >>