Tag: 19e eeuw

‘Veracht niemand om zijnen godsdienst’ (1840)

Jeugdverhalen over joden (118)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Georgius ‘(George’) Jacobus d’Ancona (1803-1850)

’k Zag een’ Jood met oude klêeren
Schreeuwend loopen langs de straat,
En twee nette jonge heeren,
Riepen: Smous! – wat werd hij kwaad.

En was het wel zonder reden?
Foei, dat men een’ armen man
Tegen Godsdienst, tegen zeden
Toch zoo vuig bespotten kan.

Laat men Jood of Christen wezen,
Enkel die verdraagzaam zijn
Toonen dat zij Gode vreezen;
Hem niet dienen slechts in schijn.

Niemand zal ik ooit verachten,
Om de leer die hij belijdt,
Allen, die de deugd betrachten,
Zijn mijne achting toegewijd.

Lees verder >>

Het pak van Sjaalman als blauwdruk

Van Max Havelaar tot Woutertje Pieterse

Door Jacqueline Bel

In 2020 wordt de 200ste verjaardag van Multatuli (1820-1887) herdacht. Multatuli schreef zijn Max Havelaar in 1859 in een hotel in de Bergstraat in Brussel op nauwelijks een kilometer van het Paleis der Academiën. KVAB en KANTL organiseren op 29 oktober een gezamenlijk colloquium naar aanleiding van deze herdenking.MINDER WEERGEVEN

(Bekijk deze video op YouTube)

Waarom Brussel? Hoe Multatuli zijn Max Havelaar schreef

Door Dik van der Meulen

In 2020 wordt de 200ste verjaardag van Multatuli (1820-1887) herdacht. Multatuli schreef zijn Max Havelaar in 1859 in een hotel in de Bergstraat in Brussel op nauwelijks een kilometer van het Paleis der Academiën. KVAB en KANTL organiseren op 29 oktober een gezamenlijk colloquium naar aanleiding van deze herdenking.

(Bekijk deze video op YouTube)

‘Ze verveelden my, vooral de vrouw’

Multatuli, de donkere kant belicht

Door Chris van de Ven

Multatuli had veel kanten. Atte Jongstra typeerde hem waarschijnlijk het best: Kriststalman. Marc van Oostendorp (Neerlandistiek, 12-11-2020) is met name geïnteresseerd in de donkere kanten van het kristal. En ja, die zijn ook, naast al die andere facetten van Multatuli, zeer interessant. Voor mij vallen Multatuli’s werk, zijn gedachtegoed én zijn leven samen. Dat velen, zeker in zijn eigen tijd, Multatuli’s leven uit de pas vonden lopen met wat hij voorstond, kan ik begrijpen, maar interesseert mij minder. Voor mij maakt vooral zijn gedachtegoed, en hoe wonderbaarlijk meesterlijk Multatuli dat verwoordde, hem geniaal. Donkere kanten van genieën, maar ook van u en mij, blijven vaak verborgen voor de buitenwereld. We kijken wel uit!

Lees verder >>

‘De oude klomp’ en ‘Een valsch kwartje’ (1888)

Omslag van de vijfde druk van Uit het Jonge Leven (circa 1920).

Jeugdverhalen over joden (116)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Pieter Louwerse (1840-1908)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Louwerse debuteerde in 1868 als medewerker van de Kinder-Courant. Hij schreef voor tijdschriften als De Kleine Huisvriend, De Kindervriend en Voor ’t Jonge Volkje. Daarnaast publiceerde hij tientallen jeugdboeken en -gedichten.

         Louwerse stond ruim dertig jaar voor de klas. Hij moest het onderwijs verlaten omdat hij steeds dover werd. Daarna leefde hij alleen van zijn pen.

         ‘Als paedagoog en als schrijver voor de jeugd heeft Louwerse geschitterd’, schreef De Tijd in 1908 in zijn necrologie. ‘In beide qualiteiten wist hij zich een naam te verwerven, die in gansch Nederland een goeden klank had.’ Tientallen kranten maakten indertijd melding van zijn overlijden. Daarin werd ook zijn bescheidenheid geprezen. ‘Louwerse is nooit op den voorgrond getreden. Hij wenschte dat niet; hij ging op in zijn arbeid voor het kind, waarvoor hem niets te veel was.’

         De verhalen ‘De oude klomp’ en ‘Een valsch kwartje’, beide met joodse hoofdpersonen, staan in de bundel Uit het Jonge Leven. Die beleefde vijf drukken: in 1888, omstreeks 1891, in 1898, 1917 en omstreeks 1920. Ze verschenen bij J.B. Wolters in Groningen, L.C.G. Malmberg in Nijmegen en bij de Gebroeders Kluitman in Alkmaar. In de samenvatting citeer ik uit de vijfde druk van omstreeks 1920.

Lees verder >>

Iedereen zijn eigen Multatuli

Door Marc van Oostendorp

Chris van de Ven is een van de interessantste landgenoten die ik het afgelopen jaar ontmoet heb. Een ouderwetse idealist, een man die zo’n beetje in zijn eentje het culturele leven van zijn woonplaats, de gemeente Duiven. op stand houdt en die de organisatie HOPE XXL heeft opgezet, dat zomaar onbeschaamd tot doel heeft om de wereld beter te maken.

Een man die vanuit de negentiende eeuw een beetje warmte in de eenentwintigste heeft weten te brengen, zou je kunnen zeggen. En daarbij heeft hij dan ook nog Multatuli ontdekt, als een nieuwe nazaat van Een paar jaar geleden schreef hij onder de naam ‘Multaboni’ al het intrigerende Pax Havelaar, een vervolg op Max. Ter gelegenheid van het Multatuli-jaar maakte hij een nieuw boek: Multatuli verknipt. Een portret in 500 fragmenten.

Lees verder >>

‘Een Russische geschiedenis’ (1869)

Jeugdverhalen over joden (115)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend
Vertaald uit het Duits

De ‘Israëlietische marskramer’ Iwan Zweigbaum bekijkt de parelketting die een arme boerenvrouw wil ruilen voor een kledingstuk. Illustratie uit: Keizer Joseph II, en andere belangrijke verhalen aan de geschiedenis ontleend (1873). Op het omslag van dit jeugdboek staat een uitsnede van deze illustratie.

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Een Russische geschiedenis’ verscheen in 1869 in de Kinder-Courant. Weekblad voor de Nederlandsche Jeugd. In 1873 werd het, in een andere vertaling, onder de titel ‘Een Israëlietisch Marskramer’ door Pieter Beets Pz. (1827-1900) gepubliceerd in Keizer Joseph II, en andere belangrijke verhalen aan de geschiedenis ontleend: voor de Nederlandsche jeugd bewerkt.

         Het gaat hier om een verhaal dat tussen 1863 en 1898 minstens veertien keer in buitenlandse boeken en tijdschriften is afgedrukt: het vaakst in het Duits, maar ook in het Frans, Italiaans en Tsjechisch.

         In de samenvatting is geciteerd uit de oudste Nederlandse vertaling.

Lees verder >>

Max Havelaar: keurig ingekleurd, alles binnen de lijntjes

Door Marc van Oostendorp

Max Havelaar: het was al onder meer een roman, een film, een banaan en een musical, en sinds deze week is het ook een graphic novel. In 82 pagina’s maakte Eric Heuvel samen met Jos van de Waterschoot een samenvatting van het boek in stripvorm.

Nooit heb ik geweten dat Multatuli zo saai kon zijn. Zowel het script als de tekeningen stralen vooral plichtmatigheid uit. De tekst gaat gebukt onder veel te grote eerbied voor het boek; de tekeningen lijken vooral te willen vertellen: kijk eens, hoe lang geleden dit allemaal was.

Lees verder >>

‘Al te kort’ (1869)

Jeugdverhalen over joden (114)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Pieter Jacob Andriessen (1815-1877)
Oorspronkelijk Nederlands

Portret van P.J. Andriessen door Johannes Walter (1839-1895). Bron: Rijksmuseum.

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Al te kort’ is een verhaal in de bundel Nieskruid van P.J. Andriessen. Andriessen was hoofdonderwijzer in Amsterdam en schreef veel oorspronkelijke historische verhalen, vooral voor jongeren van twaalf tot zestien jaar. Daarnaast vertaalde hij Duitse, Franse en Engelse jeugdboeken.

         ‘Van zelf spreekt’, aldus het Algemeen Handelsblad in 1877 in zijn necrologie, ‘dat hetgeen hij geleverd heeft niet altijd even voortreffelijk was, maar in den regel kon men de werkjes van dezen schrijver onbeziens aan de kinderen geven en altijd kon men er zeker van zijn, dat hetgeen hij geschreven had door hen met graagte werd gelezen. (…) Zijn verlies zal door duizenden zeer worden betreurd.’

Lees verder >>

Sam’s tooverlantaarn (1868)

‘Joodsche vrouwen in Bethlehem.’ Illustratie uit Sam’s tooverlantaarn, deel 2 (1868).

Jeugdverhalen over joden (113)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

In oude jeugdboeken of -tijdschriften staan geregeld Bijbelse geschiedenissen of aardrijkskundige berichten over joden. Zo vermeldt het Hollandsch penning-magazijn voor de jeugd in 1851 over de Franse stad Avignon:‘De stad telt 30.000 inwoners, waaronder eenige joden. De laatsten bewoonden voor de omwenteling eene bijzondere wijk, die hare poorten had welke des avonds om acht uur gesloten werden. De joodsche meisjes en vrouwen worden wegens hare schoonheid geprezen.’

Lees verder >>

‘Zijt verdraagzaam’ (1860)

Jeugdverhalen over joden (112)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend
Moraal: wees verdraagzaam; heb uw naaste(n) lief als uzelf

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Zijt verdraagzaam’ werd in 1860 gepubliceerd in de Kinder-Courant. Lektuur voor de Nederlandsche jeugd. Het is ondertekend door C.H.R. Het is mij niet bekend wie dit is.

         Het weekblad Kinder-Courant verscheen tussen 1852 en 1905. Het was het langstlopende kindertijdschrift uit de 19de eeuw. ‘De redactie wenscht (…)’, schreef de uitgever, ‘tevredenheid en vergenoegen in de huisgezinnen te verspreiden en aan een groot getal der ouders, op wier schouders vaak andere zorgen en bemoeijingen drukken, de taak gemakkelijker maken om hunne kinderen voor verveling en ledigheid te bewaren, zoodat zij hun vermaak slechts in huis zoeken en vinden; huiselijkheid, de grondtrek van ons volkskarakter, zal daardoor aangekweekt en bevorderd worden.’

Lees verder >>

‘De KleerenJood’, ‘De Augurkjeskraam’ (1857)

Jeugdverhalen over joden (111)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Adriaan van der Hoop Juniorszoon (1827-1863)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Portret van Adriaan van der Hoop Juniorszoon door J.H.M.H. Rennefeld, jaartal onbekend (bron: Rijksmuseum)

Over Adriaan van der Hoop Juniorszoon (jrzn.) werd gezegd dat hij al kon dichten toen hij nauwelijks kon schrijven. Zijn poëtische talent had hij van zijn vader, de Rotterdamse dichter met dezelfde naam: Adriaan van der Hoop jr. (1801-1841).

         Zoon Adriaan verloor op jonge leeftijd zijn moeder en toen hij pas veertien jaar was zijn vader. ‘Had zij hem ter zijde gestaan, welligt zou hij met meer wijsheid zijn levenspad hebben bewandeld’, aldus A.J. van der Aa. Nu verliep Adriaans levenspad onstuimig: door een te wild studentenleven sjeesde hij als rechtenstudent in Leiden, later probeerde hij tevergeefs zijn geluk in Zuid-Afrika. ‘Hij was’, aldus Van der Aa, ‘een van degenen aan wien de natuur voor het talent en ’t gevoel dat zij hun kwistig schenkt, geestkracht onthoudt.’

Lees verder >>

‘De Joden’ (1853)

Jeugdverhalen over joden (110)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Cornelia Carolina Margaretha Luyken (1805-1872)

Gesprek tusschen Vader, Jan en Koos.

Jan:
‘Wat ouds!’ Zoo roept het arme joodje
Door heel de stad,
‘Wie heeft er nog een voddenzoodje?
Wie ruilt er wat?’

Koos:
Ja, zoo, zoo roept hij alle dagen,
In vreemde spraak;
Maar dat de jongens hem zoo plagen,
Wat dwaas vermaak!
Ook heeft de meester ’t streng verboden,
Daar ’t niet behoort;
Toch zijn ze zonderling die joden,
Men kent ze voort.

Lees verder >>

‘Hoe het goede zich altijd loont’ (1851)

Jeugdverhalen over joden (109)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend
Moraal: wie goed doet, goed ontmoet

Herkomst en drukgeschiedenis

Het verhaal ‘Hoe het goede zich altijd loont’ werd in 1851 gepubliceerd in het Hollandsch penning-magazijn voor de jeugd. Aangezien het verhaal is gesitueerd in het Duitse Rijnland, is het waarschijnlijk uit het Duits vertaald. Het is ondertekend door ‘W.’ Het is mij niet bekend wie dit is.

         Het Hollandsch penning-magazijn voor de jeugd verscheen tussen 1835 en 1852. Vanaf 1845 werd het uitgegeven door J.H. Laarman in Amsterdam. Het tijdschrift wilde, aldus het voorbericht in de eerste jaargang, ‘zoowel den lust tot lezen als dien tot verder onderzoek op te wekken’.

Lees verder >>

‘De zon brengt het aan den dag’ (1850)

Jeugdverhalen over joden (108)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Jan Goeverneur (1809-1889)

Herkomst en drukgeschiedenis

Portret van Jan Goeverneur uit 1875. Hij was toen 66 jaar oud. Bron: J.J.A. Goeverneur, Kinderpoëzie: honderdveertig versjes, fabels en liedjes (Groningen, 1875).

Jan Goeverneur behoort tot de bekendste en productiefste kinderboekenschrijvers uit de 19de eeuw. Hij publiceerde ruim vijfhonderd titels in proza en rijm. Ook maakte hij veel kinderliedjes. Sommige daarvan zijn nog steeds bekend, waaronder ‘Toen onze mop een mopje was’.

         In 1889, krap vijf weken voor zijn dood, besteedden verscheidene dagbladen aandacht aan Goeverneurs tachtigste verjaardag. De Arnhemsche Courant hem toen als ‘de opgewektste en vroolijkste onzer dichters (…) wiens verzen nog leven in de herinnering der ouderen en nog met genot gelezen en geleerd worden door de jeugd’.

         Zijn gedicht ‘De zon brengt het aan den dag’ is minstens driemaal gepubliceerd, in 1850, 1854 en 1874. Eronder zette Goeverneur ‘Naar Chamisso’, wat betekent dat hij het ontleende aan de Frans-Duitse dichter en schrijver Adelbert von Chamisso (1781-1838). De zon brengt het aan de dag is een inmiddels verouderd spreekwoord met als betekenis: verborgen misdaden komen (uiteindelijk) aan het licht.

Lees verder >>

Plaagstootjes en speldenprikken

Door J.L. Dijkhuis

De roman in de negentiende eeuw van Toos Streng, onlangs verschenen bij Verloren, biedt de ene verrassing na de andere. Daardoor is het uitermate onderhoudende lectuur, en dat de lezer zich daarbij niet zelden achter de oren krabt lijkt ingecalculeerd. 

Wie bij de titel De roman in de negentiende eeuw een systematisch overzicht verwacht van de zedekundige tot en met de naturalistische roman, begeleid door instemmend of ontstemd commentaar van contemporaine critici, komt bedrogen uit. Tussen openingshoofdstuk en slotbeschouwing werd een grote verscheidenheid aan artikelen samengebracht, waarin tot dusver niet of onvoldoend belichte onderwerpen uit de negentiende-eeuwse boekgeschiedenis aan de orde komen, zoals de fondssamenstelling van romanuitgevers, aan ‘roman’ verwante genreaanduidingen, de rol van vrouwelijke romanschrijvers. Dat bood de gelegenheid de ‘traditionele literatuurgeschiedschrijving’ te negeren, (p 18) en bij de behandeling van wat in de loop van de eeuw ‘gangbaar en wat denkbaar was’ (p 21) ‘niet ter discussie staande vanzelfsprekendheden’ onbesproken te laten, (p 22) met dien verstande dat deze ‘pas aan de oppervlakte [komen] wanneer ze worden aangevallen’. (p 55) Dat maakt nieuwsgierig. Wat waren die ‘vanzelfsprekendheden’ en hoe, indien toch discutabel, werden ze afgehandeld?  

Lees verder >>

‘Ondeugende Gijs’ (1849)

Jeugdverhalen over joden (107)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Josua Hendrik Duisdeiker Lz. (1814-1881)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Het gedicht ‘Ondeugende Gijs’ is opgenomen in de dichtbundel Nieuwe keur van mengelingen voor de lieve jeugd. Josua Hendrik Duisdeiker publiceerde deze bundel, die is opgedragen aan de dichter J.P. Heije, onder het pseudoniem ‘Hendrik’. Duisdeiker was godsdienstleraar voor de hervormde gemeente in Amsterdam. Hij schreef de gedichten, zo meldt hij in zijn korte voorwoord, ‘tot nut en vermaak der jeugd’.

Lees verder >>

‘Leips natuurbeschouwing’ (1848)

Jeugdverhalen over joden (106)

Portret van Jan Goeverneur uit 1875. Hij was toen 66 jaar oud. Bron: J.J.A. Goeverneur, Kinderpoëzie: honderdveertig versjes, fabels en liedjes (Groningen, 1875).

Door Ewoud Sanders

Auteur: Jan Goeverneur (1809-1889)

Tussen grofweg 1830 en 1930 verschenen in Nederland enkele tientallen humoristisch bedoelde voordrachten, liedjes en gedichten over joodse personages. De mannen hebben er namen als Abraham Sjofel, Izak Poets, Leip de marskramer of Levie Brilleman. De vrouwen heten meestal Rachel(tje) of Saar(tje). Geregeld lees je er woorden en uitdrukkingen die als typisch joods werden beschouwd, zoals sjacheren en mazzel. Ook de joodse zegenwens blijf gezond of dat je gezond mag blijven kom je er vaak in tegen, waarbij de spelling soms is aangepast tot bhlijf gezhond – een fonetische weergave van de joodse uitspraak van het Nederlands. Boven de komisch bedoelde voordrachten stond vaak als regieaanwijzing dat ze in het ‘Joodsche dialect’ of met ‘Joodsche tongval’ moesten worden voorgedragen.

         Hoe vaak dergelijke teksten werden voorgedragen en hoe ze in de loop van de tijd door het publiek werden ontvangen, daarover is vrijwel niets bekend. Een van de weinige uitzonderingen is het gedicht ‘Leips natuurbeschouwing’ van Jan Goeverneur.

Lees verder >>

Las George Eliot J.J. Cremer?

Rosamond en dokter Lydgate

Door Marita Mathijsen

In acht afleveringen publiceerde George Eliot tussen 1871 en 1872 haar roman Middlemarch. Die maakte furore in Engeland en werd al heel snel in diverse talen vertaald. In Nederland verscheen de vertaling in 1873. Eliots eerdere roman, Adam Bede, had heel veel succes in Nederland, en werd wel zeven maal herdrukt in de negentiende eeuw. Middlemarch bleef steken bij de eerste druk. Het was een omvangrijk boek in vier delen, meer dan 1000 pagina’s en die omvang schrok de recensenten af. Weliswaar tuimelden ze over elkaar heen om deze ‘degelijke lectuur’ te prijzen die wel een ‘romantische vorm’ had, maar ‘zonder tafereelen die de zenuwen doen trillen, zonder hartontroerende gebeurtenissen, ingewikkelde intriges, onnatuurlijke of verrassende ontknoopingen’. Maar vier delen vonden ze gewoon te veel van het goede.

Lees verder >>

‘Jaap, de jood, met kokernoten’ (1834)

Illustratie uit Prentjes-almanak voor kinderen van 1834.

Jeugdverhalen over joden (105)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

Jaap verkoopt geen fijne waren,
Gansch geen malsch en geurig fruit
Maar als ’t puik der handelaren,
Vent hij kokernoten uit.

Deze vrucht, dit moet gij weten,
Hard als ijzer, maar toch frisch,
Dient niet om te zijn gegeten
Door dengeen, die tandloos is.

Dit kan Jaapie niet verschelen,
Als hij maar zijn noten slijt,
En hij blijft u aanbevelen:
‘Eet jelui met goed aptijt!’

Lees verder >>

Nathan! De Messias is gekomen! (1866)

Omslag van Nathan!De Messias is gekomen! Het boekje is ongedateerd en editiegegevens ontbreken, maar waarschijnlijk gaat het om de vierde druk, uit 1886. Rechts: de enige illustratie in dit boekje. Jansje leest Nathan voor uit het Nieuwe Testament. De illustraties zijn van Pieter Wilhelmus van de Weijer (1816-1880).

Jeugdverhalen over joden (104)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Evert Jacob Veenendaal Jz. (1833-1906)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Nathan! De Messias is gekomen! is geschreven door Evert Jacob Veenendaal Jz. (1833-1906). Veenendaal was hoofdonderwijzer en schrijver. Hoogstwaarschijnlijk behoorde hij tot de kringen van het Reveil. Vanaf 1860 was hij actief als publicist. Hij leverde toen een bijdrage aan Magdalena, een evangelisch jaarboekje.

Lees verder >>

‘De Joden’ (1828)

Tot 1829 verscheen Philopaedion met deze vaste illustratie op de titelpagina, gegraveerd door J. Plugger.

Jeugdverhalen over joden (103)

Door Ewoud Sanders

Auteur: J. Verweij de Winter (†1850)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

J. Verweij de Winter was onderwijzer in Poeldijk, een kerkdorp in de huidige gemeente Westland in Zuid-Holland. Hij was actief in het ‘Onderwijzers-genootschap’ en publiceerde onder meer in het Tijdschrift voor onderwijzers enhet Tijdschrift voor aankomende onderwijzers. Zijn bijdrage ‘De Joden’, die negen pagina’s telt en leest als een kinderpreek, verscheen in 1828 in Philopaedion, tijdschrift voor de jeugd, in de rubriek ‘Godsdienst en zedekunde’. Verweij de Winter schreef vaker voor dit jeugdtijdschrift, dat werd uitgegeven door A. Vink in Amsterdam en verscheen tussen 1822 en 1831.

Lees verder >>

‘Het omgestorte zoutvat’ (1838)

De steenrijke joodse koopman Nathan (links staand, met zwart hoofddeksel) stoot per ongeluk het zoutvat om van Omar, de heerser van Algiers. Dit kost hem het leven. Illustratie van de Nederlandse schilder en lithograaf C.C.A. Last (1808-1876) in Philarete, tijdschrift voor de jeugd (1838).

Jeugdverhalen over joden (102)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend
Vertaald uit het Duits

Herkomst en drukgeschiedenis

Het verhaal ‘Het omgestorte zoutvat’ werd in 1838 gepubliceerd in Philarete, tijdschrift voor de jeugd. Dit bestond van 1837 tot 1843 en bevatte veel vertalingen uit Duitse en Franse jeugdtijdschriften. ‘Het omgestorte zoutvat’ is vertaald uit het Duits.

         Philarete betekent ‘liefde door deugd’. Doel van het tijdschrift, dat indertijd werd uitgegeven door H. Nijgh in Rotterdam, was ‘zedelijke vorming’.

Lees verder >>

‘Jochai. Een Oostersch verhaal’ (1836)

Jochai (links) overhandigt aan vizier Hassan, de man die hem in het ongeluk heeft gestort, een beurs vol goudstukken. Hassan wordt geboeid afgevoerd naar ‘een woest eiland’. Illustratie uit Hollandsch penning-magazijn voor de jeugd (1836).

Jeugdverhalen over joden (101)

Door Ewoud Sanders

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Jochai. Een Oostersch verhaal’ werd in 1836 gepubliceerd in het Hollandsch penning-magazijn voor de jeugd. Het is gebaseerd op het boek Job uit het Oude Testament, waarin de rijke, vrome Job al zijn bezittingen verliest en ziek wordt. Job is onschuldig en bekritiseert God, maar als die zich openbaart erkent Job dat zijn kritiek ongepast was. Aan het eind van dit Bijbelverhaal brengt God hem terug in zijn vroegere staat van welvaart, gezondheid en geluk.

         Het Hollandsch penning-magazijn voor de jeugd werd uitgegeven door S.E. de Visser en Zoon in Amsterdam.

Lees verder >>

Uniek zijn, voor een historische bevolkingsadministratie

Voornamendrift 57

Door Gerrit Bloothooft

82% van alle Nederlanders heeft een unieke naam, als je tenminste alle voornamen en de achternaam gebruikt. Met alleen de eerste voornaam en de achternaam daalt dat percentage naar 46%.  Op basis van alleen een naam kunnen we niet iedereen identificeren. Omdat ik naar analogie met de huidige basisregistratie personen graag een historische bevolkingsregistratie (vanaf 1811) gerealiseerd zou zien, is het van belang om ieder individu uniek te onderscheiden. De ingrediënten daarvoor zijn de historische akten van geboorte, huwelijk en overlijden. Maar die zijn niet aan elkaar gekoppeld. Een vermelding van Jan de Jong die geboren wordt, huwt en overlijdt kan over verschillende personen gaan. Pas met meer informatie is het mogelijk om iemand uniek te identificeren. Maar welke informatie is daarvoor voldoende?

Lees verder >>