Tag: 19e eeuw

De droeve vioolspeler, of De geschiedenis van een lied (1884)

Jeugdverhalen over joden (73)


Uitsnede omslag vierde druk van De droeve vioolspeler, uit 1912. Illustratie Arie Rünckel (1876-1956). Het tijdschrift De Christelijke Familiekring noemde deze illustratie ‘leelijk’.

Door Ewoud Sanders

Auteur: Adolf Jacob Hoogenbirk (1848-1920)

Herkomst en drukgeschiedenis

Adolf Jacob Hoogenbirk groeide op in een vroom protestants gezin in Amsterdam. Hij werd beïnvloed door dominee Jan de Liefde en door de evangelist Eduard Gerdes. Beiden schreven jeugdboeken. Hoogenbirk schreef zijn eerste jeugdboek op zijn veertiende. In totaal zou hij er ruim vijftig publiceren, de meeste met een sterk evangeliserende boodschap. ‘Hij steeg met zijn werk uit boven een groot gedeelte van de toenmalige zondagsschoollectuur’, aldus Richard van Schoonderwoerd in het Lexicon van de jeugdliteratuur.

Lees verder >>

Promoveren in je moerstaal

Door Marita Mathijsen

Eelco Verwijs is de eerste neerlandicus die in zijn moerstaal promoveerde, aan de Leidse universiteit. Promoveren in het Latijn was toen nog gebruikelijk. Hij was 27 jaar toen hij zijn briljante uitgave van Jacob van Maerlants Wapene Martijn maakte, de eerste kritische editie van dit werk in Nederland, in 1857 uitgegeven. Later werd Verwijs bekend als samensteller van woordenboeken.

Lees verder >>

Het hoogste lot (1865)

Jeugdverhalen over joden (72)


‘Loterij-jood’ Aron Meijer probeert Richard en George, beiden net afgestudeerd, loten te verkopen. Illustratie uit: Het hoogste lot (1865). De naam van de illustrator is niet bekend.

Door Ewoud Sanders

Auteur: Franz Hoffmann (1814-1882)
Uit het Duits vertaald door R. Bell

Herkomst en drukgeschiedenis

In 1842 begon Hoffmann, indertijd boekhandelaar, met het schrijven van jeugdboeken. Die werden zo geprezen dat hij besloot van zijn pen te gaan leven. Om genoeg te kunnen verdienen, sloot hij contracten af met verschillende uitgevers. Dit leidde tot een enorme productie: in veertig jaar tijd publiceerde hij ruim tweehonderdvijftig jeugdverhalen. P.J. Buijnsters en Leontine Buijnsters-Smets noemen Hoffmann in Lust en Leering (1997) ‘de absolute veelschrijver’. Al zijn werken hebben een sterk moreel-religieus karakter.

          Dat geldt ook voor Das große Loos uit 1862, dat in 1865 in het Nederlands werd vertaald door R. Bell, hoofdonderwijzer aan de Openbare Armenscholen te Amsterdam.

          Het hoogste lot verscheen bij C.L. Brinkman in Amsterdam en beleefde drie drukken: in 1865, 1877 en ergens voor 1882.

          In de samenvatting is geciteerd uit de eerste druk.

Lees verder >>

‘Loterij’ (1845)

Jeugdverhalen over joden (71)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Jan Pieter Heije (1809-1876)

‘Duizend gulden voor een’ cent,
Honderd duizend voor een’ gulden:
Was je kaal, of had je schulden,
Morgen ben je een rijke vent!
Boeren, burgers! komt er bij:
Morgen trekt de Loterij!’

Joodje, was ik in je steê,
’k Zou die lootjes zelf maar houên;
Elleboog komt door je mouwen,
En je broek wil niet meer meê:
Waarom trek je zelf, als ’t kan,
Niet die honderd-duizend, man?

Och, ’t is wind, die Loterij!
Mannen, broeders! wilt je kiezen
Tusschen winnen en verliezen,
’k Weet een spel, daar win je bij…
Wie er daags tien centen spáár’,
Wint drie duizend alle jaar.

Lees verder >>

‘De loterij’ en ‘De kermis’ (1852)

Jeugdverhalen over joden (70)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

Het Nieuw bevallig prentenboekje, tot vermaak en oefening voor de lieve kinderen, dat in 1852 verscheen bij W. Willems in Amsterdam, bevat twee gedichten waarin joodse straathandelaren voorkomen: ‘De loterij’ en ‘De kermis’.

          ‘De loterij’ beschrijft in zes verzen van zes regels wat er op de onderstaande afbeelding te zien is.

Lees verder >>

Een koningin moet rijk zijn

De Multatulileesclub (64)

Door Marc van Oostendorp

– Als er een prijs was voor de neerlandicus van het jaar 2019, zou die Elsbeth Etty waarschijnlijk niet ontgaan. Twee boeken heeft ze dit jaar gepubliceerd, over Willem Wilmink en over Maarten ’t Hart, daarnaast heeft ze het initiatief genomen voor de Multatuli-leerstoel aan de VU. En dan komt ze op de valreep ook nog met dit boekje, Bedelbrieven voor Multatuli.

Lees verder >>

J. van Lennep, De lotgevallen van Ferdinand Huyck in een Franse vertaling

Door Renaat Gaspar

In het eerste deel van zijn werk Het leven van Mr. Jacob van Lennep maakt de schrijver, zijn zoon Maurits, op bladzijde 261 melding van ”eene Fransche [vertaling] van de hand van den Heer Wocquier en den oudsten zoon des schrijvers, Mr. D.J.C. van Lennep, onder den titel: “Les aventures de Ferdinand Huyck”. Deze vertaling was in 1858 gedrukt bij Ch. Lahure en verschenen bij L. Hachette in Parijs.

Lees verder >>

Levi’s eerste Kerstfeest (1879)

Jeugdverhalen over joden (68)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Albertus Hardenberg (1833-1880)

Herkomst en drukgeschiedenis

Levi’s eerste Kerstfeest is geschreven door Albertus Hardenberg (1833-1880). Hardenberg was een leerling van Jan de Liefde (1814-1869) die in 1856 in Amsterdam de Vrije Evangelische Gemeente stichtte. Hardenberg volgde De Liefde op als ‘herder en leraar’ van de Vrije Evangelische Gemeente. Hij stond bekend als ‘een uitnemend Schriftkenner en Schriftuitlegger, doch zonder welsprekendheid’. Omdat er steeds minder mensen naar zijn preken kwamen luisteren, werd hij ontslagen. Hardenberg legde zich vervolgens toe op letterkundig werk. Daarnaast was hij werkzaam bij de drukkerij van de Weesinrichting in Nijmegen. Hardenberg leverde onder meer bijdragen aan Samuel, een orthodox-protestants jeugdtijdschrift, dat verscheen tussen 1857 en 1866.

Lees verder >>

Welke erotische boeken las Hortense?

Door Marita Mathijsen

Kort na 1810 is er ergens in Nederland een tekening gemaakt van Hortense de Beauharnais, de “geweze koningin van Holland” zoals op het blaadje aan de muur staat. Hortense was van 1802 tot 1810 getrouwd met Lodewijk Napoleon, de eerste koning van Nederland. Voor, tijdens en na haar huwelijk had zij diverse minnaars. Misschien ook Napoleon, die in elk geval erg van de schone dame onder de indruk was, al was hij getrouwd met haar moeder. Hij arrangeerde het huwelijk van Hortense met zijn broer, om nageslacht te krijgen met dna van Bonaparte en Beauharnais, want met zijn Joséphine lukte dat niet. De afbeelding geeft weer hoe er over haar gedacht werd in Holland: een geile tante die erotische boeken leest en daarbij masturbeert. Haar blote achterkant wordt bespiedt door Napoleon, aan haar voeten ligt een kroelende krolse kat. Het haardvuur staat symbolisch voor de hete gevoelens die de lectuur opwekt.

Lees verder >>

‘Die oude Jood met zijn hooge slaapmuts op’ (1849)

Jeugdverhalen over joden (66)


Voor hij zijn mantel heeft uitgedaan wordt Sinterklaas vanwege zijn baard aangezien voor een ‘smous’. Illustratie uit Sint Nikolaas-vertellingen voor de jeugd (1849).

Door Ewoud Sanders

Auteur: Cornelis van Schaick (1808-1874)

Kennelijk werden volle, lange baarden lange tijd geassocieerd met joden. Dat kon tot pijnlijke misverstanden leiden. Het boek Sint Nikolaas-vertellingen voor de jeugd (1849) van Cornelis van Schaick (1808-1874) bevat een verhaal over de jonge freule Jeannette de Wit. Ondanks herhaalde waarschuwingen van haar moeder blijft dit meisje zich onuitstaanbaar gedragen: ze is hooghartig, trots en buitengewoon zelfingenomen.

Lees verder >>

‘De chinaasappelen jood’ (1833)

Jeugdverhalen over joden (65)


Illustratie uit het Lees- en prentgeschenk voor lieve kinderen (1833). De naam van de illustrator is niet bekend.

Door Ewoud Sanders

Auteur: Gijsbertus van Sandwijk (1794-1871)

Het gedicht ‘De chinaasappelen jood’ is te vinden in Lees- en prentgeschenk voor lieve kinderen van Gijsbertus van Sandwijk. Dit boekje verscheen in 1833 bij uitgeverij Broedelet en Rykenberg in Purmerend. Van Sandwijk was hoofdonderwijzer op de stadsburgerschool in Purmerend.

Lees verder >>

Sinterklaas en de negentiende eeuw: hallootjes!

Door Marc van Oostendorp

Het is mij onduidelijk of het Sinterklaasjournaal van de NTR wel bestemd is voor kinderen. Het is natuurlijk een bekend aspect van het genre kindertelevisie dat er af en toe een knipoog naar de volwassen meekijker wordt gemaakt, maar zeker in de eerste afleveringen van dit jaar zag je door de knipogen het gezicht niet meer. Ik ken in ieder geval een vijfjarige die al dat gepraat door volwassenen vooral heel saai vond.

Lees verder >>

‘De appelen jood’ (1830)

Jeugdverhalen over joden (64)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

In 1830 gaf de Amsterdamse boekhandelaar Hendrik Moolenijzer een reeks van vier kleine boekjes uit onder de titel Prentenkamer voor de jeugd, waarin het nuttige met het aangename is vereenigd. Het eerste deeltje bevat, naast een handgekleurde gravure van ‘De appelen jood’, een korte tekst die begint met een rekenvoorbeeld en eindigt met een voedingsadvies. Het rekenvoorbeeld heeft de vorm van een gesprek:

Lees verder >>

‘De koopman met kersen’ (1822)

Jeugdverhalen over joden (63)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

‘Kersen heb ik bruin en zoet,
Groot en frisch, ook zwart en goed,
Regte zomerkrieken!
’k Geef een goed gewigt daarbij,
Holla, kindren! koop bij mij
Zwarte zomerkrieken.’

Dus roept mousje langs de straat,
Waar de jeugd naar school toe gaat,
Vent zijn zomervruchten.
Ieder koopt, wie koopen kan;
Want men heeft van dezen man
Geene schâ te duchten!

Het gedicht ‘De koopman met kersen’ is opgenomen in de bundel Bloemkorfje voor de Nederlandsche jeugd. Het is niet bekend wie dit boekje, dat naast gedichten ook verhalen bevat, heeft samengesteld. In een ‘Opdragt aan mijne jeugdige lezers en lezeressen’ maakt de samensteller zijn bedoeling duidelijk:

Lees verder >>

Zulk een nieuwtje op den 1en April!

De Multatulileescursus (57)

Door Marc van Oostendorp

Johannes van Vloten

– We zouden deze week nog eens terugkomen op stukken uit 1875, en met name de recensies van Vorstenschool die hier zijn afgedrukt.

– Ja, zoals er indertijd kennelijk in de krant ook allerlei artikels verschenen over dat Multatuli mogelijk de repetities zou bijwonen, en dat hij indertijd de repetities had bijgewoond, en dat de eerste voorstelling misschien in Utrecht zou plaatsvinden, maar misschien ook niet, enzovoort.

Lees verder >>

Symposium Hendrik Tollens en Nova Zembla

In Museum Rijswijk is van 9 november 2019 tot en met 12 januari 2020 de tentoonstelling De overwintering der Hollanders op Nova Zembla en het gedicht van Hendrik Tollens te zien. Ter gelegenheid van deze tentoonstelling organiseert het museum op zondagmiddag 17 november een symposium over dit onderwerp. Drie sprekers laten hun licht schijnen op Hendrik Tollens en/of De overwintering.

Lees verder >>

De barnsteendief (1871)

Jeugdverhalen over joden (61)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Eduard Gerdes (1821-1898)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Eduard Gerdes, de auteur van De barnsteendief, behoort tot de productiefste en meest gelezen jeugdboekenschrijvers uit de tweede helft van de 19de eeuw. Hij publiceerde ruim 250 jeugdboeken. Daarnaast schreef hij verschillende liederen. Zijn beroemdste lied, ‘Daar ruischt langs de wolken’ (1858), is nog steeds populair en wordt wel de ‘Christelijke Internationale’ genoemd.

         Gerdes werkte geruime tijd als onderwijzer in Amsterdam. Daar bezocht hij de zogenoemde zondagavondbijeenkomsten van de bekeerde jood Isaac da Costa (1798-1860). Ook gaf hij Nederlandse les aan dominee Carl Schwartz (1817-1870), een Duitse bekeerde jood die halverwege de 19de eeuw in Amsterdam werkzaam was als jodenzendeling.

         De barnsteendief verscheen in 1871 bij uitgeverij A.W. Sijthoff in Leiden als zelfstandige druk en in Nieuwe Zondagsvertellingen, een bundel met vier verhalen, alle van Gerdes. In 1912 werden de rechten van De barnsteendief – samen met alle andere werken van Gerdes uit het fonds van Sijthoff – aangekocht door uitgeverij Callenbach in Nijkerk. In tegenstelling tot veel andere titels werd De barnsteendief echter niet opnieuw door Callenbach uitgegeven.

Lees verder >>

Fuif: een woord van onbekende herkomst?

Door Renaat Gaspar

Woorden waarvan men de afkomst niet kent, kunnen je aandacht blijven trekken, ook al zijn ze inmiddels – in Noord-Nederland althans – betrekkelijk obsoleet geworden. Zo een woord is ‘fuif’: een niet-openbaar, besloten feest.

Het onderzoek tot nu toe

‘Fuif’ zou volgens Knuttel in het WNT s.v. ‘Fuif’ óf een Nederlands-Indisch óf een studentenwoord zijn. Het zou ontstaan zijn ca. 1850 of nog later. Raadpleging van de Etymologiebank.nl/trefwoord/fuif levert voorts op: alle etymologische woordenboeken zeggen kortweg: herkomst onbekend. Op twee na. De eerste is Vercoullie (1925); hij voegt eraan toe: ‘misschien wel uit het studentenduitsch Pfeiffe’. Dat is dus een blote veronderstelling, zonder enige nadere toelichting. De tweede is De Coster (1992); hij geeft een veel uitgebreidere verklaring. In M. Philippa e.a., Etymologisch Woordenboek van het Nederlands staat zijn betoog als volgt samengevat:

Lees verder >>

Multatuli en de historische taalkunde: ‘alles gaat over in alles’

Door Freek Van de Velde

Op de laatste dag van het jaar 1872 begint Eduard Douwes Dekker (Multatuli), die op dat ogenblik in Wiesbaden is, aan een brief aan Sicco E.W. Roorda van Eysinga, een koloniaal bestuurder in Nederlands-Indië, die (net als Multatuli) in vlammende geschriften tekeer ging tegen de Europese uitbuiting van de lokale bevolking.

De brief gaat over heel andere dingen. Multatuli, zelfverklaard expert op allerlei gebieden, heeft het in de eerste paragrafen terloops over onder andere de onbetrouwbaarheid van kranten, de stelling dat vrouwen beter pijn kunnen verdragen dan mannen, de observatie dat we meer bevreesd zijn voor een ingescheurde nagel en voor diepte dan voor een grote wonde, om dan plots over te springen op historische fonologie, wellicht iets waarover hij het met Roorda van Eysinga eerder gehad heeft. Multatuli schrijft:

Lees verder >>

‘De roovers in het bosch’ (1852)

Jeugdverhalen over joden (60)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

Halverwege de 19de eeuw kwamen miniatuurpoppenspelen in de mode die gebruikmaakten van schaduw- of lichteffecten. We kennen dergelijke spelen nu onder de naam Wajang, maar toen werden ze schaduwbeelden of Chinese schimmen genoemd. Bij deze voorstellingen verschenen ook tekstboekjes, met kluchten, kleine vertellingen, sprookjes en versjes.


Chinese schimmen of schaduwbeelden. Bron: Europeana Collections.

         De vertelling ‘De roovers in het bosch’ is opgenomen in Kluchtspelen voor de Chinesche schimmen, geschikt voor kinderen, een uitgave uit 1852 van de Amsterdamse uitgeverij G. Theod. Bom. De papieren voorstellingen die bij dit boekje horen zijn helaas niet bewaard gebleven. Het verhaal gaat over rovers die in een bos op de loer liggen om reizigers te overvallen die op weg zijn naar de jaarmarkt in een dorp.

Lees verder >>

De natuur heeft zich met Eduard vergist, hy had ’n meisje moeten zyn

De Multatulileescursus (54)

Door Marc van Oostendorp

G. Stuiveling. Bron: Wikipedia.

– We hebben vandaag de brieven en documenten uit het najaar van 1874 gelezen. Het is fijn dat de DBNL de editie van Stuiveling online heeft gezet, maar hij doet toch vooral ook voelen hoe fijn het zou zijn als er een nieuwe digitale editie kwam.

– Want?

– Die Stuiveling liet zich wel voelen, zeg. Altijd maar, in iedere twist, partij kiezen voor de grote held. Iedereen die kritiek had op de grote Multatuli had het natuurlijk bij het verkeerde eind.

– Dat bedoel ik nog niet eens. Ik bedoel meer dat hij van alles en nog wat niet afdrukte. In deze tijd wordt Multatuli duidelijk een onderwerp van heftig publiek debat. Maar het meeste daarvan krijgen we niet te lezen. Eigenlijk zou de Zaaier, de brochure die Vosmaer ter verdediging van de schrijver er in moeten staan, maar zeker ook alle kritiek. Dat wilde Stuiveling niet:

Lees verder >>

De moordzuchtige klerenjood (1844)

Jeugdverhalen over joden (59)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Gijsbertus van Sandwijk (1794-1871)

Herkomst en drukgeschiedenis

Het verhaaltje over de moordzuchtige ‘klerenjood’ is in 1844 gepubliceerd in het Prenten-magazijn voor de jeugd. Dat tijdschrift verscheen tussen 1841 en 1852 en stond onder leiding van Gijsbertus van Sandwijk, een hoofdonderwijzer uit Purmerend. Van Sandwijk schreef alle kopij zelf.

         De joodse ‘oude-kleeren-koop’ figureert in een vertelling in de rubriek ‘Spreekwoorden’ bij het inmiddels vergeten spreekwoord het moest uitkomen, al zouden de kraaien het uitbrengen (betekenis: ‘kwaad komt altijd uit’, of: ‘al is de leugen nog zo snel…’).

         In 1852 bracht Van Sandwijk een selectie van de belangrijkste toelichtingen bij spreekwoorden bijeen in Spreekwoorden aanschouwelijk voorgesteld en verklaard, een Lees- en Prentenboek. Het verhaal over de moordzuchtige joodse klerenopkoper is ook in deze bundel opgenomen. De tekst bleef ongewijzigd.

Lees verder >>

De samenleving maakt de schrijver, de schrijver maakt de samenleving

Door Marc van Oostendorp

Waaruit bestaat de literatuurgeschiedenis? Uit meesterwerken? Uit elkaar almaar bestrijdende generaties met steeds weer nieuwe ideeën over wat een goed boek is? Uit genieën die af en toe opstaan en iedereen anders laten kijken? Uit een economie van uitgeverijen, geleerde genootschappen en krantenredacties?

Rick Honings en Lotte Jensen zien het anders. De bouwstenen van hun geschiedenis van de Nederlandse literatuur in de 18e en 19e eeuw, Romantici en revolutionairen, zijn schrijverstypen: de dominee-dichter, natuurlijk, maar ook de criticus, de (vroege) romanschrijver, de Spectator, enzovoort.

Zo’n schrijverstype valt niet precies samen met een stroming, maar is breder. Sommige stromingen zijn bij Honings en Jensen ook terug te vinden als type – de romanticus, bijvoorbeeld, of de Tachtiger –, maar zelfs dat is al een andere interpretatie. Een stroming heeft een programma, een ideaalbeeld van hoe de literatuur eruit zou moeten zien; een schrijverstype is duidelijker een sociologisch fenomeen, je wordt een bepaald soort schrijver omdat er behoefte aan is in de samenleving, omdat jij die behoefte voelt. En omdat jij en je collega’s bepaalde teksten schrijven, duw je de samenleving een bepaalde kant op, al is het maar een klein beetje.

Lees verder >>