Tag: 18e eeuw

Snowy view of Holland

Door Christopher Joby

Although the primary reason for the Dutch going to Japan from around 1600 onwards was to trade, they often brought gifts with them in order to endear themselves to local rulers including the shogun. Among the gifts they presented to Japanese were telescopes, clocks and peep-boxes. Peep-boxes were devices into which the viewer could peer and see different views that were on cards inserted in the box. Of particular interest is the fact that the pictures on the cards often gave the viewer a sense of the depth of a scene. This was a result of the use of single-point perspective, to which the Japanese were introduced in works of art imported by the Dutch (although earlier arrivals such as the Portuguese probably also brought such paintings to Japan).

In the late eighteenth century, there was a particular craze for all things Dutch including these peep-boxes. The above picture was used in such a device. In the Japanese inscription in the right-hand margin one can read Oranda yukimi no zu in kanji with a katakana gloss. Oranda, in fact derived from the Portuguese word for the country came to stand not just for Holland, but for things foreign in general.

The text means ‘Snowy View of Holland’. One can perhaps see a little snow in the picture, but it seems to owe more to somewhere in East or South-East Asia rather than the Low Countries.

Deze blogpost verscheen eerder bij The History of Dutch.

Bespottelijke vrouwen en de boerse Nederlandse taal

Door Marc van Oostendorp

Portret van W.F.G. Verhoeven in 1790 geschilderd door H.J. van den Nieuwenhuyzen (Stadsmuseum Mechelen). Bron: DBNL.

Dat samenlevingen soms overstappen op een andere taal, is bekend. Dat de meeste mensen dat een ongunstige ontwikkeling vinden eveneens. In zo’n geval rijst natuurlijk al snel de vraag: wiens schuld is dat eigenlijk? In de loop van de geschiedenis blijkt het antwoord daarop vaak  te zijn geweest: van de vrouwen. Ik ben de laatste tijd wat voorbeelden aan het verzamelen uit de Nederlandse literatuur.

Neem bijvoorbeeld de Oordeelkundige Verhandelingen op de noodzaekelijkheijd van het behouden der Nederduijtsche taele, en de noodige hervormingen in de scholen etc (1780) van de Mechelse lakenkoopman Willem Frans Gommaar Verhoeven (1738-1809), die zich in felle woorden tegen de ‘verfransching’ verzette en daarmee een voorloper werd van de politieke strijd voor het Nederlands die decennia na Verhoevens schotschrift pas echt zou losbarsten.

Volgens Verhoeven was die verandering te wijten aan vrouwen:

Hoe dikwijls hoort men die bespottelijke vrouwen niet zeggen dat er iets hards, plomps en boersch in de Nederlandsche taele is, dat de Franse zonder de ooren te stooren alles met eene zekere aengenaemheijd uijtdrukt; dat die taele voor de schoone kunne schijnt gemaekt te zijn, dat zij den grondhertogen tolk is van de minnarijen; en dat zij liever drij dagen met eenen Franschman door brengen als een uur met den welspreekendsten Nederlander.

Lees verder >>

21- 22 februari 2019, Nijmegen: Conference Foreign Eyes on the Republic

European Perspectives on the Republic and the Dutch in the Long Eighteenth Century
21 – 22 February 2019
Radboud University Nijmegen

Please register on www.foreigneyes.nl

What images did the Dutch evoke during the long eighteenth century? By examining both the international importance of the Republic as well as the development and dissemination of European stereotypes about the Dutch, such as cleanliness or frugality, this conference aims to overlap and juxtapose a plethora of perspectives on the eighteenth-century Northern Netherlands.

Keynotes by Joep Leerssen and Gerrit Verhoeven Lees verder >>

Volkswoede, volksopvoeding, bouwen en breken in de 18e eeuw

Nieuw nummer Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman

Het onlangs verschenen, nieuwe nummer van de Mededelingen opent met Ton Jongenelens artikel over de doelistenopstand van 1748 en daarin botsen de nette burgers met het woedende ‘gemeen’. Bijna iedereen lijkt in die dagen een ‘geel hesje’ te dragen. Jongenelen laat zien dat de ‘doelisten’ veel meer bereikten dan lange tijd is aangenomen. In de pamflettenstrijd mengden zich heel wat dichters, onder andere de Amsterdamse herbergier-journalist Hermanus van den Burg. Van den Burg, die zijn faam vooral dankt aan de levenslange bestrijding door Weyerman, staat centraal in het artikel van de Amerikaanse neerlandicus Ton Broos. In andere artikelen gaat het over ABC-boeken voor de jeugd (Frits Booy), een Amsterdamse bouwer van kerken en dijken (Sytze van der Veen) en de politicus Joan Melchior Kemper (Jan Postma). Daarnaast biedt het nieuwe nummer de vaste rubrieken over mode en keuken (atjar en curry in de achttiende eeuw), recensies en korte beschouwingen (over Beeccaria en pruikendragers). Wie lid wordt van de Stichting Jacob Campo Weyerman (€ 30,- per jaar) verzekert zich van twee nummers van de Mededelingen (omstreeks 200 bladzijden). Aanmelden kan per mail: post@wyerman.nl

22 februari 2019, Leiden: symposium Vereniging ‘Het Bilderdijk-Museum’

Spelen, leven, sterven. Bilderdijk en het gezinsleven

PROGRAMMA

14.00:  Opening door Gert-Jan Johannes

14.05: Eveline Koolhaas-Grosfeld: Jacob de Vos Wzn en Willem Bilderdijk. Twee vroege ‘striptekenaars’ over hun kinderen’

14.30: Gert-Jan Johannes: ‘En hier vliegt hy, om de klucht…’ Bilderdijk als pionier van de luchtreis per vlieger Lees verder >>

Uitslag van de Worm-en-donder-kerstquiz

Door Roland de Bonth

Vlak voor Kerstmis verscheen op Neerlandistiek de Worm-en-donder-kerstquiz (zie hier). Omdat zondag 6 januari 2019 de laatste mogelijkheid was om de gevraagde zin op te sturen, is het nu tijd om zowel de oplossing als de uitslag bekend te maken.

Allereerst de oplossing. Hieronder staan de 32 titels uit de opgave, gevolgd door de voor- en achternaam van de schrijver. Vetgedrukt zijn de woorden die in het raster doorgestreept moesten worden. Wanneer dat correct is gedaan, vormen de overgebleven letters de volgende zin: ‘’Wij juigchen blijmoedig in den adel der menschlijke natuur’’, uitgesproken door de remonstrantse predikant Paulus van Hemert (1756-1825) in zijn Redevoering over het verhevene. Het citaat is te vinden op bladzijde 633 van Worm en donder (2013) van Inger Leemans & Gert-Jan Johannes. Lees verder >>

De Worm-en-donder-kerstquiz

Door Roland de Bonth

Na de kerstactie, het kerstgala en het kerstontbijt begint vandaag voor alle docenten in het voortgezet onderwijs – en ook voor heel veel andere neerlandici – een tweeweekse kerstvakantie. Een tijd van bezinning maar ook een periode om eindelijk Worm en donder van kaft tot kaft te lezen, het door Inger Leemans en Gert-Jan Johannes geschreven deel uit de reeks Geschiedenis van de Nederlandse literatuur dat de literatuur van de achttiende-eeuwse Republiek behandelt.

Op basis van de in dit boek besproken (literaire) werken en hun scheppers heb ik – met behulp van een gratis online programma – een woordzoeker gegenereerd. In het onderstaande raster moet u op zoek gaan naar de achternamen van 32 auteurs; zij komen allen voor in Worm en donder. Let op, het gaat hier om de achternaam zónder eventuele voorvoegsels (dus niet Van Alphen maar Alphen). Deze namen kunnen zowel horizontaal, verticaal, diagonaal als andersom zijn verwerkt. Lees verder >>

Vlogboek – Imaginaire reisverhalen in de 18e eeuw

In deze video bespreekt Jörgen het imaginaire reisverhaal, een genre dat in de 18e eeuw is ontstaan. Verhalen waarin het verlichtingsdenken centraal staat. Van filosofische robinsonades tot maatschappijkritische boeken vol apen.

Geciteerde boeken:
Hendrik Smeeks – Beschrijvinge van het magtig Koninkryk Krinke Kesmes
J.A. Schasz M.D. – Reize door het Aapenland
Betje Wolff – Holland in het jaar 2440
Gerrit Paape – De Bataafsche Republiek

Andere genoemde werken van Nederlandse auteurs:
Anoniem – Reis van Sint Brandaan
Het journaal van Bontekoe
Wouter Schouten – De Oost-Indische voyagie
Gerrit de Veer – Nova Zembla
J.A. Schasz M.D. – Het land der willekeurigen
J.A. Schasz M.D. – Reize door Dirk Denker…
Alexander Benjamin Fardon – Het toekomend jaar 2630
Arend Fokke Simonsz – Het toekomend jaar drieduizend

Meer lezen / bronnen:
Inger Leemans & Gert-Jan Johannes (2017), Worm en donder, Uitgeverij Bert Bakker Amsterdam.
Karel Bostoen (ed.) (2001), Verhalen over verre landen, Amsterdam University Press.
Marijke Barend-van Haeften (1993), Wouter Schouten publiceert zijn Oost-Indische voyagie, in: Nederlandse Literatuur, een geschiedenis, Groningen: Nijhoff.

‘Voorbeeld van groote eerlijkheid in een jood’ (1799)

Jeugdverhalen over joden (14)

Door Ewoud Sanders

Joseph brengt de gouden munten terug die hij in de voering van een oude broek heeft gevonden. Illustratie uit Bloempjes van uitspanning, gevlochten voor de Nederlandsche jeugd (1826).

De eerste Nederlandse vertaling van deze Duitse zedengeschiedenis verscheen in een vierdelig werk waarvan geen exemplaren bewaard zijn gebleven: Godsdienst, deugd, natuur en voorzienigheid: een leesboek voor het algemeen (1798-1803). Het tweede deel, waarin dit verhaal in 1799 werd afgedrukt, werd besproken in het tijdschrift Vaderlandsche Letteroefeningen. Indertijd was het niet ongebruikelijk om een korte bespreking te besluiten met een voorbeeld uit het boek, dat vervolgens integraal werd overgenomen. In dit geval werd de complete tekst van dit verhaal in het tijdschrift afgedrukt, waardoor het toch is overgeleverd.

‘Voorbeeld van groote eerlijkheid in een jood’ is minstens tien keer gepubliceerd, onder verschillende titels en in diverse bewerkingen: Lees verder >>

Het eeuwige leven van een raadselboekje

Een nieuw raadsel-boekjen (SAB Deventer)

Door Marti Roos

Lucia. My dunckt ’t waer best wy hier wat raetseltjens vertelden.
Amaril. Dit is viesvaesery en mach by ons niet gelden.

Zo discussiëren de herderinnen in De Conincks toneelstuk Herdersche ongestadicheyt (1638). Raadsels beschouwt Amaril als nutteloos tijdverdrijf – wat hen niet weerhoudt vervolgens blindemannetje te spelen. Jammer, want nu komen we niet te weten wat voor raadsels ze elkaar hadden kunnen opgeven. Daarvoor moeten we omzien naar andere teksten.

Het aantal overgeleverde Nederlandse raadselboeken uit de vroegmoderne tijd is niet heel groot. Het oudst bekende is het anonieme Een Niev Clucht Boecxken  uit het midden van de 16e eeuw, dat allerlei soorten raadsels van diverse herkomst bevat. Raadsels vonden ook toepassing in belerende of stichtelijke context, zoals bij schoolmeester Jacob van der Mersch, wiens Raedtsel-boeck  uit 1593 in de daaropvolgende eeuw wel zeven keer werd herdrukt als T’groote Raedtsel-Boeck.  In de 17e-eeuwse literatuur worden raadsels ook een dichterlijk genre:  de dichters Roemer Visscher (1614) en Jan van der Veen (1653) schreven gedichten rondom raadselmotieven. Lees verder >>

Gezocht: vrijwilligers transcriptieproject Wikiscripta Neerlandica II

Als doorstart van het transcriptieproject Wikiscripta Neerlandica dat liep binnen het NWO-onderzoeksprogramma ‘Brieven als Buit’, hebben de Vrije Universiteit Brussel en Universiteit Leiden met steun van het ANV nu een nieuw transcriptieproject gelanceerd: Wikiscripta Neerlandica II. Met de hulp van vrijwilligers willen we handgeschreven Noordelijke en Zuidelijke bronnen uit voornamelijk de 18de en 19de eeuw ontsluiten voor taalkundig onderzoek.

Concreet heeft het project als doel om met de hulp van vrijwilligers handgeschreven bronnen uit de 18de en 19de eeuw te transcriberen en zo beschikbaar te maken voor onderzoek. Het geselecteerde materiaal sluit met name aan bij verschillende lopende onderzoeken in de historische sociolinguïstiek, waarbij er nadruk ligt op egodocumenten zoals brieven, dagboeken, reisjournaals, enz. Dit soort bronnen is nog in te beperkte mate beschikbaar voor taalhistorisch onderzoek, terwijl minder formele en minder gestileerd tekstsoorten ons net kunnen helpen om ons beeld van het Nederlands in die periode bij te stellen. Zo werken we bijvoorbeeld met armenbrieven uit Zeeland en West-Vlaanderen – unieke bronnen die een interessante inkijk geven in het leven en taalgebruik van de onderkant van de samenleving in de negentiende eeuw. Lees verder >>

Vlogboek – Tijdschriften in de 18e eeuw

In deze video bespreekt Jörgen de opkomst van het tijdschrift in de achttiende eeuw: geleerdentijdschriften, satirische bladen en spectatoriale tijdschriften. Onder invloed van de Verlichting vullen auteurs verschillende periodieke geschriften vol besprekingen, roddels, satire en beschouwende stukken.

Genoemde auteurs en tijdschriften:
Pieter Rabus – De boekzaal van Europe
Hermanus van den Burg – Amsterdamsche Argus
Jacob Campo Weyerman – De Rotterdamsche Hermes
Justus van Effen – De Hollandsche Spectator

Meer lezen / bronnen:
Inger Leemans & Gert-Jan Johannes (2017), Worm en donder, Uitgeverij Bert Bakker Amsterdam.
P.J. Buijnsters (1993), ‘Spectatoriale geschriften in de Noordelijke Nederlanden’, in: Nederlandse Literatuur, een geschiedenis, Groningen: Martinus Nijhoff Uitgevers.
Jan Urbaniak (2009), Met Argusogen gekeken… Hoe de Amsterdamsche Argus zijn lezers deugdzamer maakte, in: Neerlandica Wratislaviensia XVIII. Via: http://nwr.sjol.eu/preview/-620
Fragmenten uit de tijdschriften veelal via DBNL.org of via Google Books.

Mooi Nederlands (3): boek

Door Marc van Oostendorp

Medewerkers van de afdeling Nederlandse Taal en Cultuur van de Radboud Universiteit kiezen deze week – de week tussen de oraties van Marc van Oostendorp en van Lotte Jensen, twee nieuwe Nijmeegse hoogleraren – mooie brokken Nederlands. We gaan van groot naar klein. Vandaag kiest Ivo Nieuwenhuis een mooi boek – Reize door het Apenland, van (vermoedelijk) Gerrit Paape.

(Bekijk deze video op YouTube.)

‘De barmhartige jood’ (1781)

Jeugdverhalen over joden (8)

Door Ewoud Sanders

Elementen in ‘De barmhartige jood’ doen enigszins denken aan de parabel die Jezus vertelt over de barmhartige Samaritaan (Lucas 10:30-37). Dit verband werd ook in sommige uitgaven gelegd. Zo wordt in Pligt en belang (1814 en 1853) in een noot naar dit Bijbelse verhaal verwezen.

‘De barmhartige jood’ is minstens elf keer gepubliceerd, onder verschillende titels en in diverse bewerkingen: Lees verder >>

‘De dankbare jood’ (1781)

Jeugdverhalen over joden (6)

Door Ewoud Sanders

De oorspronkelijke versie van dit verhaal verscheen in 1780 onder de titel ‘Der dankbare Jude’ in Kinderzeitung, een uitgave van de Duitse theoloog, pedagoog en schrijver Christian Gottfried Boeckh (1732-1792). De eerste Nederlandse vertaling werd een jaar later opgenomen in Geschenk voor de jeugd, een uitgave die was samengesteld door de predikanten Ahasverus van den Berg (1733-1807) en J.F. Martinet (1729-1795). Martinet was indertijd een invloedrijke pedagoog.

‘De dankbare jood’ is minstens veertien keer gepubliceerd, onder verschillende titels en in diverse bewerkingen: Lees verder >>

Call for Papers: Foreign Eyes on the Republic. European Perspectives on the Republic and the Dutch in the Long Eighteenth Century

Radboud University Nijmegen, the Netherlands
21 — 22 February, 2019

What images did the Dutch evoke during the long eighteenth century? By examining both the international importance of the Republic as well as the development and dissemination of European stereotypes about the Dutch, such as cleanliness or frugality, this conference aims to overlap and juxtapose a plethora of perspectives on the eighteenth-century Northern Nether-lands.

This conference offers scholars a platform to engage with various European perspectives on the Dutch and the Dutch Republic in the long eighteenth century. We encourage the use of a diversity of sources, ranging from ego-documents and travelogues to poetry and historiography, as well as visual material such as paintings and engravings, in order to produce a comparative, kaleidoscopic view of national images and map their dissemination across genres, languages and borders. We especially welcome papers that discuss the political and cultural use of stereotypes, as well as papers that depart from lesser-known perspectives, e.g. from Central and Eastern Europe and Scandinavia. Lees verder >>

Nieuw nummer Mededelingen Weyerman

Zojuist verscheen een nieuw nummer van de Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman, met véél aandacht voor de literatuur van de achttiende eeuw en het leven dat daarin tintelt. Het nummer, het eerste van jaargang 41, opent met twee artikelen over werk van Weyerman. Kornee van der Haven betrapt Weyerman bij diens vertelpraktijk op ‘wanordelijke orde’. Daarbij baseert hij zich in zijn verrassend betoog op Weyermans gebruik van de anekdotische uitweiding. Over Piet fopt Jan (1737) schrijft Jac Fuchs en over de verhouding met het werk dat op Weyermans bureau lag. In de derde bijdrage richt Rietje van Vliet het vizier op de Amsterdamse boekverkoper Petzold en diens relaties met Weyerman. John Besseling besluit in dit nummer zijn vijfluik over Joan Jacob Mauricius, met aan het slot een kritische evaluatie van Mauricius’ verhouding tot de Verlichting. Bescheiden noemde Besseling zijn stukken ‘bouwstenen voor een biografie’, maar met die bouwstenen is intussen een heuse biografie ontstaan. Iets geheel anders biedt Anna de Haas’ artikel over de weduwe Vrombout, door Jan van Gijsen vereeuwigd als tandmeester. De lezer vindt in dit nummer behalve genoemde vijf artikelen nog kleinere bijdragen over pruikendragerportretjes, goudpoeder en kant, de gebruikelijke recensies en signaleringen en een overzicht van recent verschenen literatuur.

Poezengedicht 6: Hubert Gregorius van Vrijhoff – Op de kat van Laura

• Toelichting onderaan.

Op de kat van Laura

My lust maegt Laurae’s kat te roemen.
Een kat, vol deugden waert te noemen.
Een kat, den grootsten lofzang waert.
Een kat, zo schoon van kleur, als staert.
Een kat, die nimmer is ’t onvreden.
Een kat, noit spoorloos in haer reden.
Een kat, die Poëzy verstaet.
Een kat, die altoos lolt op maet.
Een kat, die d’ondeugt noit zal pryzen.
Een kat, zo wys als zeven Wyzen.
Een kat, van een volmaekten leest.
Een kat, waer voor Joli steets vreest. Lees verder >>

Pieter Leuter, de ‘Nederlandsche Vrouwen’ en de keurslijven

Vrouwenlof of juist niet? 

Door Peter Altena

Machine om keurslijven aan te rijgen

Wie over de Rotterdamse dichter Pieter Leuter spreekt of schrijft, moet zich beheersen om niet in moppigheid over diens achternaam te vervallen. Willem Bilderdijk noemde de collega-dichters van Leuter Leuterianen en ik ben bang dat Bilderdijk daarbij gniffelde. Of ik me ook in geschrifte bezondigd heb aan lolligheden waartegen Pieter Leuter zich niet meer kan verweren, weet ik niet.

Maar ik ben Leuter wel wat schuldig. Ik heb hem geschrapt. In de promotie-editie van mijn Paape-boek komt Pieter Leuter enkele keren voor. Hij schreef in een lang gedicht over zijn verblijf in Delft. Hij was vanuit Rotterdam naar Delft gereisd om er met zijn vrouw te trouwen, vermoedelijk bleef hij er ook even. In dat lange gedicht wandelt hij door Delft en beschrijft hij de stad. Een mooie kroongetuige, maar ik liet hem te lang aan het woord over het Delft van de jongelingsjaren van Paape en hij ruimde het veld toen mijn proefschrift in een handelseditie verscheen. Lees verder >>

Meet the Bumas: Van faam tot naam

Door Thomas Pierrart

Uitreksel uit het Leeuwardse doopregister van 1694
Bron: NH Doopboeken Leeuwarden 1603-1811, online beschikbaar gemaakt door het Historisch Centrum Leeuwarden

Als fervent onderzoeker van alles wat met fictionele reisverhalen te maken heeft, begon ik onlangs aan een artikel te werken over Reis door de Elizeesche Velden (1753), een satirische reis naar het dodenrijk, die in het midden van de 18de eeuw geschreven werd door de Leeuwardse literator Johannes Buma (1694-1756). In tegenstelling tot zijn naamgenoot, de Friese classicus Lieuwe Annes Buma die zijn geld én naam schonk aan wat nu de Buma Bibliotheek heet, heeft Johannes Buma de tand des tijds minder goed doorstaan – iets wat bij 18de-eeuwse auteurs wel vaker het geval is.

Op 10 december 2010 beleefde Johannes Buma een van zijn zeldzame postume en literaire hoogtepunten. Dat gebeurde tijdens De Langste Dag, een initiatief naar aanleiding van het tienjarig bestaan van de DBNL, waarbij 75 Vlaamse en Nederlandse dichters hun literaire voorgangers hulde brachten. Gerrit Komrij las op die dag enkele Aanvullingen op ‘De Nederlandse poëzie van de twaalfde tot en met de twintigste eeuw in 3000 en enige gedichten’ voor, en nam daarbij een passage op uit een ander (overigens even satirisch) werk van Buma, de Boere bruiloft. Dat Komrij’s roots deels in Friesland liggen (zijn grootouders woonden daar voor ze naar Winterswijk verhuisden), zal het enthousiasme van de voordracht [vanaf 8:40] ongetwijfeld hebben gevoed. Lees verder >>

Hooggekurkt

Een achttiende-eeuwse aanvulling op het WNT

Door Roland de Bonth

Kurkentrekkers leiden steeds vaker een kwijnend bestaan in de keukenla. Wijnproducenten stappen over op schroefdoppen of – in mindere mate – op kunststofkurken. Toch levert dat geen rust op voor de kurkeiken in Zuid-Europa en Noord-Afrika want bij de productie van schoenen is kurk – na de plateauzolen uit de jaren zeventig – sinds enkele jaren weer bijzonder geliefd. Vooral bij zomerschoenen komen we kurken zolen tegen. Denk aan sleehakken en sandalen als Birkenstocks.

Verwonderlijk is dat niet. Kurk is een natuurlijk materiaal: de schors van de kurkeik wordt voor 100% gebruikt voor de productie van kurk. Bovendien is kurk volledig recyclebaar. Schoenen met kurken zolen zijn comfortabel om te dragen. De structuur van kurk zorgt er namelijk voor dat deze zolen veerkrachtig en schokabsorberend zijn. Een bijkomende gunstige eigenschap van kurk is dat het tegen een stootje kan en slijtvast is. Lees verder >>

Zaterdag 16 juni 2018, Haarlem: De knetterende achttiende eeuw

In 2018 viert de Werkgroep 18e Eeuw haar vijftigjarig jubileum. Op zaterdag 16 juni 2018 staan we stil bij dit feit met een feestelijke dag in Teylers Museum, onder de titel De knetterende achttiende eeuw.

In de ochtend zal prof.dr. Wijnand Mijnhardt een lezing geven in de Gehoorzaal. In de middag nemen leden van de werkgroep het museum over. Zij vertellen over hun favoriete objecten uit de collectie. Zo behandelt Frans van Lunteren de Beringer Lügensteine, een achttiende-eeuws geval van wetenschapsfraude. Ruben Verwaal vertelt over achttiende-eeuws aderlaten en Klaas Van Gelder over de medaille die werd geslagen ter gelegenheid van de ‘onthuldiging’ van keizer Jozef II in 1790. Ook in de normaal gesproken niet voor publiek toegankelijke bibliotheek zullen verschillende objectpresentaties te beluisteren zijn. Hiernaast zijn er een aantal workshops, onder andere Brieven vouwen en verzegelen op z’n achttiende-eeuws (door David van der Linden) en Leer een achttiende-eeuwse hit zingen (door Jelma van Amersfoort en Sigurd van Lommel). Lees verder >>

Hoe Willem Bilderdijk verdwijnt van De Boelelaan

Door Peter Altena 

Zelden zo’n bijzondere uitnodiging voor ‘een bijzondere Algemene Ledenvergadering van de Vereniging ‘Het Bilderdijk-Museum’ ontvangen. De uitnodiging viel een paar dagen geleden op de mat en ik heb de tekst zeven keer gelezen, geamuseerd en verbijsterd. Die vergadering vindt woensdag 25 april a.s. plaats in het Hoofdgebouw van de VU, zaal 6A32, 20.00-21.00 uur. Ik ben helaas verhinderd, maar zou graag meestemmen en zoek daarom een lid dat ik kan machtigen.

Waar gaat de vergadering over en wat staat er in de uitnodiging? In de vergadering vraagt het bestuur toestemming aan de leden om de verhuizing van Het Bilderdijk-Museum en de door het museum beheerde collectie over te dragen aan de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden.

In een helder, hier en daar messcherpend terughoudend, stuk van ruim vijf kantjes schetst het bestuur van de Vereniging de achtergronden en de overwegingen die hebben geleid tot de voorgenomen scheiding, het voorgenomen vertrek van ‘Het Bilderdijk-Museum’.

Graag veroorloof ik me als lid van de Vereniging wat minder terughoudendheid. Lees verder >>

De vrijheydt op zijn plaats

Door Ton Harmsen

Ik hoor dat het niet gemakkelijk is oude boeken aan een bibliotheek te verkopen, of zelfs te schenken: een verzamelaar die een vroeg-achttiende-eeuwse Utrechtse druk (en nog wel iets heel bijzonders, een druk voor de Leidse en Haagse Schouwburgen, die normaal in Den Haag of in Leiden hun boeken uitgeven) aanbood aan de UB van Utrecht kreeg te horen dat men daar geen belangstelling voor had. Des te gelukkiger kunnen we zijn dat de bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, ondergebracht in de Universiteitsbibliotheek van Leiden, wel bereid is te bieden voor bijzondere boeken. Met giften van particulieren, legaten, en als het moet met acties van publieksfinanciering kunnen boeken die echt in een bibliotheek thuishoren door de Leidse conservatoren worden verworven. Een van de mooie aanwinsten van de laatste tijd is het handschrift (76 pagina’s, ca. 1786) van de opera De vrijheydt, die in Leiden speelt. Waar wordt dit document meer gekoesterd en bestudeerd dan aan de Witte Singel in Leiden!? Haec libertatis ergo!

Lees verder >>

Gedicht: Bruin boven blond & Blond boven bruin

Wat de schoonheid der Parijsche vrouwen over het algemeen aanbelangt, waaromtrent men het vrij wel eens is, dat dezelve minder lang stand houdt, dan in noordelijker landen, zoo heb ik daarover menig verschillend oordeel gehoord. Zij zijn voor het grootste gedeelte brunettes: diegene dus, welke met een onzer voortreffelijkste Dichteressen uit de vorige eeuw instemmen, waar zij zingt:

Bruin boven blond

Ruilt nooit uw verf, bevallige Bruinetten,
Voor blanke kleur of blonde kuif.
De roos verbleekt voor bruine violetten,
De witte wijkt de purpren druif.
De bloesemknop, zo teêr, zo ligt verstooven,
Zwigt voor de rijper kers in geur.
De staatige eik, hoe bruin van verw, praalt boven
De taaije wilgen, wit van kleur.
Al wat natuur poogt kragten bij te zetten,
Huldt ze altoos met een bruine huif.
Ruilt nooit uw verf, bevallige Bruinetten,
Voor blanke kleur of blonde kuif

Elisabeth Koolaart-Hoofman (1664-1736)

Lees verder >>