Tag: 18e eeuw

Johannes Kinker: de Kuschjes

Rolf den Otter is een YouTube-kanaal begonnen waarop hij gedichten uit de klassieke Nederlandse letterkunde voordraagt. Zoals de Kuschjes van Johannes Kinker. Of hoe een intellectuele jongeman van 21 een meisje door overredingskracht probeert te schaken… Drie jaar later zou een eveneens jonge Willem Bilderdijk een antwoord op dit gedicht schrijven. De scan komt van Google Books.

(Bekijk deze video op YouTube)

Aardige en merkwaardige formuleringen in achttiende-eeuwse brieven

Afb. 1. Het kistje waarin 843 achttiende-eeuwse brieven gevonden zijn. Bron: Fotobestand Gemeentearchief Arnhem.

Door Renaat Gaspar

Bij het transcriptiewerk van enkele honderden laat achttiende-eeuwse brieven in de Doesburgse brievencollectie zijn enkele opmerkelijke, zelfs verrassende formuleringen tevoorschijn gekomen. Ook de opzet van de brief bleek niet altijd overeen te stemmen met wat wij helder en aanvaardbaar vinden. Het zou jammer zijn, mocht dat alles voor altijd in de massa tekst verborgen blijven. Daarom in vogelvlucht een blik op diverse achttiende-eeuwse brieven, briefjes en epistels.

Lees verder >>

Bernardus De Bosch (1709-1786): The [Four] Elements

Nederlandse sonnetten voor de Engelssprekende wereld (9)

Door Cornelis W. Schoneveld

The [Four] Elements

The fruitful mother in whose womb we have been growing
Looks rich and mild, but has a pair of lovers who
Are often quarrelling, which their nature makes them do,
As if her downfall, through their fire and water, showing.

A third, almost a ghost, always around her blowing,
Destroys, through storms and hail, her grains and seedlings too,
But, given in this element her force and speed so true,
See how things stand, no downfalls ever undergoing!

Our earth, however shocked, maintains her state and time,
And warmed by fire, is fed and cherished in its clime,
By water regularly drenched, by air surrounded.

Astounding consonance!  Be ever prone to fight!
It’s by their all fours’ tread the pace is kept alright,
On which the balance of this huge affair is founded.

Bernardus De Bosch (1709-1786)
Lees verder >>

Lucas Pater (1701-1781): Bitter Regret

Nederlandse sonnetten voor de Engelssprekende wereld (8)

Door Cornelis W. Schoneveld

Bitter Regret

In a renownèd Hall, the city’s adoration,
Where riches prudently are staying out of sight;
Where Justice dwells, nor bows for gold or might,
And fosters laws which help the people’s restoration;

Where noble Hymen opens up his choir for celebration 
Of hearts that suffer from that little amorous wight;
That noble Court, which sponsors wealth through right,
When virtue overcame all tyrannous dictation.

Where infidelity is tried, simplicity passed by;
Where wide and high a dome portrays an open sky; 
Where ’s chiseled work, for everybody to adore it;

Where marble creates echoes, from the noises all; 
In the eighth’s wonderwork: The Amsterdam Town Hall
I lost my handkerchief, O I ‘m so sorry for it!

Lucas Pater (1702-1752)
Lees verder >>

Dirk Smits (1702-1752): Favourable Beauty

Nederlandse sonnetten voor de Engelssprekende wereld (7)

Door Cornelis W. Schoneveld

Favourable Beauty

This languid Morpheus held me tightly caught in bed.
But when my love of Her who sets my breast a-glowing
Withdrew me from his force, me glad awakening showing
And to her Beauty driving, I did it with the swiftest tread.

My Love unlocked to me where she’d by sleep been fed, 
So pleasantly with beckoning towards me going,
With starry face and roses on her jawbones growing,
In purple nightdress all with precious stones beset.

I heard the plumy race awakening her with cackling,
My heart lit up by all her so delightful sparkling,
Whereby I lost myself in her enchanted aura.

My soul swam in an ocean stream that saves and blesses. 
I often think with joy of this beauty’s caresses.
And do you ask her name?  It was the blond Aurora.

Lees verder >>

Call: Liefde, Passie & Erotiek

Themadossier Jaarboek De Achttiende Eeuw 2021

Als de rede de slaaf is van de passies, zo Hume het wil, wat is dan de plaats van de passies in de eeuw van de rede? In 2021 gaat het themadossier van het Jaarboek De Achttiende Eeuw over liefde, hartstocht en erotiek tijdens de Verlichting. We zijn op zoek naar bijdragen die ingaan op diverse – literaire, historische, artistieke of filosofische – aspecten van amoureuze praktijken, gaande van kerkelijke huwelijken tot libertijnse losbandigheden en alles ertussenin. Hoe werden liefde en seks beleefd, bekeken en beoordeeld in de achttiende eeuw, en beschreven en verbeeld in, onder meer, wetenschappelijke teksten, brieven, romans, juridische documenten en de visuele cultuur? Welke verschuivingen vonden plaats in de opvattingen over liefde, seks en erotiek, en wat was hierbij de rol van de kerk, de staat en andere controlerende instanties? De liefde laat zich niet begrenzen, dus welkom zijn artikelen over liefde in al haar (gender- en seksuele) diversiteit in de lange achttiende eeuw (1670-1830) zonder geografische beperkingen.

Lees verder >>

Hubert Korneliszoon Poot (1689-1733): Commemoration

Nederlandse sonnetten voor de Engelssprekende wereld (6)

Door Cornelis C. Schoneveld

Commemoration

The west wind whispered, and the sultry summer bended 
Towards the happy universe with blushing face; 
The wood was freed of every dark grey winter trace;
When I with Rosalind to flimsy herbs attended:

This was accomplished not when there our feet just tended; 
The flowers also made us our soft bed. Ah, what a grace!
Ah, in high feather knocked my burning heart apace!
It jumped from happiness, while down there she now ended.

We knew nor hate nor spite, nor cross resentment:
So Saturn’s age returned, but with the strong contentment
That in the Golden Age no love would hurt the lover

With torch, or bow and arrow, and, as I was told,
The Orange daybreak from the East came sooner over
Than long before, in that first age of purest gold.

Hubert Korneliszoon Poot (1689-1733)
Lees verder >>

De rust van de dodenakker

Onder het middelste graf (donkere steen met gouden letters) liggen de botten van Pieter Nieuwland.

Door Peter van Zonneveld

Gisteren fietste ik naar de kleine, maar schilderachtige begraafplaats Rustoord in Diemen. Er was niemand. Nu ben ik daar al eerder geweest, maar kort geleden had ik ontdekt, dat de veelzijdige, jonggestorven dichter en geleerde Pieter Nieuwland (1764-1794) hier zijn laatste rustplaats had gevonden. Het kerkhof dateert van 1791, en hij was een der eersten, die daar in de open lucht begraven werd. Pieter Nieuwland is geboren in de Watergraafsmeer, en vertoonde al jong trekken van grote begaafdheid. Tijdens zijn korte leven doorliep hij een kleurrijke loopbaan. Hij genoot vooral ook bekendheid als dichter; in zijn vers ‘Orion’ wist hij sterrenkunde en poëzie op fraaie wijze te verenigen. Nieuwland eindigde als hoogleraar in Leiden, waar hij onder meer wis- en natuurkunde doceerde.

Lees verder >>

18 januari 2019, Amsterdam: Wind, verbanning en gevaarlijke vrouwbeelden bij de Stichting Campo Weyerman

(c) Bodleian Libraries; Supplied by The Public Catalogue Foundation

Op 18 januari 2020 vindt de jaarlijkse grondvergadering van de Stichting Jacob Campo Weyerman plaats. Voor de derde keer op rij is daarbij Huize Lydia aan het Roelof Hartplein te Amsterdam onze gastheer. Vanaf 13.00 uur staat de koffie klaar. Om 13.30 uur begint het programma.

Lees verder >>

13 december 2019, Haarlem: Bilderdijklezing Maaike Meijer ‘Triumf! ik ben voldaan, ik zal onsterfelijk zijn.’

Vrijdag 13 december 2019
Grote of St. Bavokerk op de Grote Markt in Haarlem
Inloop vanaf 16.00 uur. Aanvang 16.30 uur

Maaike Meijer
foto: Gemma Rameckers

Willem Bilderdijk woonde de laatste vier jaar van zijn leven in Haarlem. In navolging van Leiden (de Huizinga-lezing) organiseert Stichting Bilderdijk Haarlem sinds 2006 tweejaarlijks de Bilderdijk-lezing. Eerdere lezingen werden gehouden door Piet Gerbrandy, Marita Mathijsen, Peter van Zonneveld, Eric M. Moormann, Rick Honings en Joost Swarte.

Lees verder >>

De samenleving maakt de schrijver, de schrijver maakt de samenleving

Door Marc van Oostendorp

Waaruit bestaat de literatuurgeschiedenis? Uit meesterwerken? Uit elkaar almaar bestrijdende generaties met steeds weer nieuwe ideeën over wat een goed boek is? Uit genieën die af en toe opstaan en iedereen anders laten kijken? Uit een economie van uitgeverijen, geleerde genootschappen en krantenredacties?

Rick Honings en Lotte Jensen zien het anders. De bouwstenen van hun geschiedenis van de Nederlandse literatuur in de 18e en 19e eeuw, Romantici en revolutionairen, zijn schrijverstypen: de dominee-dichter, natuurlijk, maar ook de criticus, de (vroege) romanschrijver, de Spectator, enzovoort.

Zo’n schrijverstype valt niet precies samen met een stroming, maar is breder. Sommige stromingen zijn bij Honings en Jensen ook terug te vinden als type – de romanticus, bijvoorbeeld, of de Tachtiger –, maar zelfs dat is al een andere interpretatie. Een stroming heeft een programma, een ideaalbeeld van hoe de literatuur eruit zou moeten zien; een schrijverstype is duidelijker een sociologisch fenomeen, je wordt een bepaald soort schrijver omdat er behoefte aan is in de samenleving, omdat jij die behoefte voelt. En omdat jij en je collega’s bepaalde teksten schrijven, duw je de samenleving een bepaalde kant op, al is het maar een klein beetje.

Lees verder >>

20 december 2019, Amsterdam: Rampzalig Nederland. De omgang met rampen in Nederland en Vlaanderen, 1780-1940

Universiteitsbibliotheek (Singel 425), Doelenzaal, Amsterdam

In de periode 1780-1940 deden zich in Nederland en Vlaanderen tal van rampen voor die een ontwrichtende invloed hadden op de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan de Leidse buskruitramp van 1807 en de grootschalige rivieroverstromingen van 1809, 1820, 1855 en 1861. Ook in de koloniën waren rampen als vulkaanuitbarstingen en watersnoden terugkerende fenomenen. Door de opwarming van de aarde en de toenemende dreiging van klimaatrampen heeft het historisch onderzoek naar rampen en rampverwerking een hoge vlucht genomen. Het besef is doorgedrongen dat rampen een grote en vaak blijvende invloed hebben gehad op de ontwikkeling van lokale en nationale gemeenschappen.

Lees verder >>

21 september 2019, Scheveningen: Wat vond Jacob Campo Weyerman op Scheveningen?

Met de eenarmige bandiet Johan Hendrik baron Van Syberg wandelde Weyerman in de jaren ’30 van de achttiende eeuw op het Scheveninger strand, zij beraamden er samen snode plannen. Wat nog meer zocht Weyerman aan zee?

Op zaterdag 21 september bezoekt de Stichting Jacob Campo Weyerman Muzee Scheveningen om er in de schitterende Scheveningenzaal antwoord te krijgen op die vraag en andere (nog ongestelde) vragen.

Lees verder >>

Nieuwe Mededelingen Jacob Campo Weyerman

Zojuist verscheen het nieuwe nummer van de Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman, de eerste aflevering van jaargang 42. In de bijna honderd bladzijden komt de Amsterdamse horeca van Weyerman (‘Koninklijke gaarkeukens en driestuivers ordinarissen’) in een bijdrage van Maarten Hell aan de orde. In een klein artikeltje wordt het Amsterdams faillissement van Weyerman hernomen. Verder aandacht voor de Daltons van Elst, drie broers Van Santen die het Groene Hart teisterden met hun gewelddadige diefstallen. Lotte Jensen wijdt haar bijdrage aan gezangen over watersnoodrampen. Verrassend is verder de hervonden bijdrage van André Hanou over Feith, Van Hoogeveen (en Vreede) en de vrijmetselarij. Voorts nieuws over een pornografisch boekje, de ‘robe à la polonaise’ en asperges. Wie hierover meer wil weten of lezen, kan voor een luttel bedrag lid worden van de Stichting: post@weyerman.nl 

‘God is omtrent het leeven van een Jood niet onverschillig’ (1793)

Jeugdverhalen over joden (48)

Door Ewoud Sanders

‘God is omtrent het leeven van een Jood niet onverschillig’ (1793)
Auteur: Cornelis Müller (†1793)

Advertentie uit de Oprechte Haerlemsche Courant van 23-11-1793.

Herkomst en drukgeschiedenis

Cornelis Müller, de auteur van deze verhalen, was tussen 1791 en 1793 predikant in Zijderveld, een klein dorp in de provincie Utrecht. Aan het eind van de 18de eeuw schreef hij verschillende jeugdboeken. ‘Edelmoedigheid en dankbaarheid van een Jood’ en ‘God is omtrent het leeven van een Jood niet onverschillig’ zijn opgenomen in Nuttige uitspanningen voor de Nederlandsche jeugd. Voor deze bundel leende Müller ‘zommige verhaalen uit werken in andere taalen geschreven’. De hier samengevatte verhalen zijn hoogstwaarschijnlijk oorspronkelijk in het Duits geschreven.

Lees verder >>

Bloemhofjes en Tijdverdrijvers: Schriftuurlijke Raadsels

Door Marti Roos

Naast boekjes met raadsels voor vermaak, zoals het Clucht boecxken, die sinds het midden van de 16e eeuw het licht zagen, verschenen er ook boekjes met zogenoemde schriftuurlijke of religieuze raadsels. Enerzijds sluiten deze aan bij catechismussen, waarin godsdienstige kennis met betrekking tot de bijbel en de geloofsleer werd overgebracht in de vorm van vraag en antwoord (eventueel voorzien van een vindplaats in de bijbel); anderzijds bevatten ze ook spitsvondige vragen over bijbelse curiosa afkomstig uit de kloostertraditie, die sinds de vroege middeleeuwen in verschillende handschriften zijn overgeleverd, en naar de titel van een aantal hiervan als Joca Monachorum (‘mopjes van monniken’) worden aangeduid. Zo werd in de schriftuurlijke raadselboekjes toch het leerzame met het aangename gecombineerd.

Lusthof

In 1679 verschijnt de Lusthof der goddelyke historien, of den christelijken tijdverdrijver, een lijvig boek om bijbelkennis op te doen door middel van vraag en antwoord. Het is een vertaling van het Duitstalige Christlicher Zeituertreiber, oder Geistlich Retzelbuch van de hand van Michael Sachs, een werk dat met zijn thematische indeling en quizachtige vragen bijzonder populair was. Het werk verscheen voor het eerst in 1593 (eerste deel) en 1597 (tweede deel) en werd meer dan twintig maal herdrukt. De Nederlandstalige Lusthof is vijfmaal herdrukt, voor het laatst in 1772.

Lees verder >>

‘De jood’ (1785)

Jeugdverhalen over joden (46)

Door Ewoud Sanders

‘De jood’ (1785)
Auteur: Christian Gotthilf Salzmann (1744-1811)

Herkomst en drukgeschiedenis

Christian Gotthilf Salzmann

Salzmann was een Duitse predikant en pedagoog. In 1784 stichtte hij op landgoed Schnepfenthal in Waltershausen (Thüringen) een eigen opvoedingsinstituut. Salzmann behoorde tot de laat-achttiende-eeuwse Duitse pedagogen die bekendstaan als filantropijnen. Zij propageerden dat er in de opvoeding geen hoger gezag bestaat dan de rede/het gezonde verstand.

         Salzmann schreef diverse pedagogische werken en lesboeken. Daarnaast schreef hij allerlei zedenlessen voor de jeugd. Het verhaal ‘De jood’ verscheen in Unterhaltungen für Kinder und Kinderfreunde, een reeks die verscheen tussen 1778 en 1787. Het verhaal werd ten minste twee keer in het Nederlands vertaald en vier maal gepubliceerd: in 1825, 1792, 1793 en 1820. In de samenvatting is geciteerd uit de tweede vertaling uit 1792.

Lees verder >>

11 september 2019, Amsterdam: Presentatie Romantici en Revolutionairen

Vijf hedendaagse schrijvers/schrijvende wetenschappers gaan in op hun favoriete prototype auteur en reflecteren op de hedendaagse rol van schrijvers in de samenleving. Wat is de rol van de hedendaagse schrijver? Wil hij of zij de wereld veranderen en politiek engagement nastreven? Of is het juist beter afstand te nemen en kunst om de kunst te maken? En welke tussenposities zijn mogelijk?
Wie naar de achttiende en negentiende eeuw kijkt, vindt allerlei prototype schrijvers die vandaag de dag nog steeds bestaan. Zo zijn er de revolutionairen, die de wereld wilden verbeteren. Denk aan opruiende schrijvers als Bellamy of Multatuli. Maar er waren ook dichters die zich tegen de meer maatschappelijk gerichte auteurs afzetten. De Tachtiger Willem Kloos vatte die houding in een pakkende versregel samen: ‘Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten’.

Lees verder >>

‘Pietje en zijne moeder’ (1784)

Jeugdverhalen over joden (44)

Door Ewoud Sanders

‘Pietje en zijne moeder’ (1784)
Auteur: waarschijnlijk Augustus Sterk (1748-1815)

Herkomst en drukgeschiedenis

Portret van Augustus Sterk uit 1794, gemaakt door Reinier Vinkeles en gedrukt door Anthony Mens Jansz. Bron: Rijksmuseum.

‘Pietje en zijne moeder’ verscheen op 11 november 1784 in het Weekblad voor Neêrlands jongelingschap. Dit tijdschrift werd samengesteld door de Lutherse predikant Augustus Sterk, toen werkzaam in Amsterdam. Het verscheen tussen 1783 en 1786 en behoort tot de oudste Nederlandse jeugdtijdschriften.

         Van wie de artikelen in dit weekblad afkomstig zijn, is niet bekend: ze werden niet ondertekend. Waarschijnlijk was Sterk zelf een van de voornaamste auteurs. De dominee profileerde zich wel duidelijk in de correspondentie met lezers. ‘Hij beantwoordt de door lezers gestuurde brieven, waarbij hij soms de brief geheel of gedeeltelijk opneemt’, aldus Marjoke Rietveld-van Wingerden in 1995. ‘Het is achteraf moeilijk te bepalen of deze ingezonden brieven fictief zijn of onderdeel uitmaken van een echte correspondentie.’

         In 1785 kreeg Sterk in een ingezonden brief een schouderklopje voor zijn strijd tegen discriminatie van joden: ‘Mijn Heer! Gij hebt meermalen getoond, het prijzenswaardig voorneemen te hebben, om het vooroordeel te verminderen, het welk, hoe schandelijk en onchristelijk ook, veele zoogenaamde Christenen, tegen een geheel, door zijne oudheid tenminste eerwaardig, Volk bezielt; en ten dien einde het ’er op toegelegd, om uwe jonge Leezeren te overtuigen, dat, ook onder de Jooden, menschen gevonden worden, die, door hunne braafheid en edelmoedige denkwijze, onze hoogachting verdienen.’

Lees verder >>

Aagje Deken stierf aan verdriet

Door Marita Mathijsen

Plaque_Wolff_Deken_TrévouxZo bekend was Betje Wolff dat haar overlijden in de Haarlemsche Courant gemeld werd. Ze stierf op 5 november 1804, 66 jaar oud. Haar vriendin Aagje Deken volgde haar negen dagen later, nog geen 63 jaar oud. Zevenentwintig jaar hadden ze bij elkaar geleefd en lief en leed gedeeld. Ze waren in 1788 samen naar Frankrijk gevlucht voor het geweld van de oranjeklanten. In Trévoux, dat tussen Villefranche en Lyon ligt, vonden ze onderdak. Er is daar op de Place de la Terrasse een tweetalige plaquette ter herinnering aangebracht. Lees verder >>

Bourgondische raadsels uit Den Hof der Liefde

HofDerLiefde

Door Marti Roos

Den hof der liefde is een 18e-eeuwse, kleine handleiding voor het hofmaken. Het bevat raadgevingen over houding en gedrag, voorbeelden voor de jongen om een meisje aan te spreken, hetgeen al snel wordt gevolgd door het huwelijksaanzoek en het katholieke doopritueel, met daartussen een aantal gedichten. Hierop volgt een verzameling van 110 genoeglijke raadsels en 41 minneraadsels, en het geheel wordt afgesloten met vier korte minnebrieven en een lied. De raadsels beslaan ongeveer de helft van het 72 pagina’s tellende boekje.

Er zijn maar vijf exemplaren van Den hof der liefde bewaard gebleven, waaronder een druk uit 1728 in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag, en een druk uit 1738 in de Universiteitsbibliotheek van Gent. De veilingcatalogus van de Gentse uitgeverij Gimblet uit 1806 vermeldt nog een voorraad van 527 exemplaren.

Lappendeken

Een originele handleiding voor de vrijerij is Den hof der liefde niet, want het boekje is een complexe lappendeken van oudere teksten uit voornamelijk de 16e en 17e eeuw. De belangrijkste bronnen zijn enerzijds Le jardin d’amour, où il est enseigné la methode & addresse, pour bien entretenir une maistresse, een boekje voor de populaire markt, waarvan de oudst bekende druk uit 1671 is, en anderzijds de Nederlandstalige bewerking van Ovidius’ De arte amandi door Andries Nuts, De conste der minnen, waarvan de approbatie dateert van 29 augustus 1587.

Lees verder >>

‘De verkeerde vrees’ (1782)

Jeugdverhalen over joden (42)

Door Ewoud Sanders

‘De verkeerde vrees’ (1782)
Auteur: Hieronymus van Alphen (1746-1803)

Keesje zag eens Joden loopen,
Om wat ouds! wat ouds! te koopen;
Hij werd bang, ja bleek van schrik;
Hij kroop weg, en ging aan ’t huilen.
Pietje spotte met dat schuilen;
En zei lagchend: doe als ik!

Kees zei: zoudt gij niet ontstellen,
Als gij hun eens aan zaagt bellen?
Neen ik tog, zei Pietje toen:
Waarom zou ik altoos vreezen?
Men behoeft slegts bang te weezen,
Als men voorneemt kwaad te doen.

Herkomst en drukgeschiedenis

De Utrechtse advocaat Hieronymus van Alphen debuteerde als kinderdichter in 1778 met de bundel Proeve van Kleine Gedigten voor Kinderen. Hij was op dat moment zonder emplooi. Zijn vrouw was overleden en hij schreef de gedichten in eerste instantie voor zijn drie zoons: Jan (5), Daniël (4) en Hieronymus (3). De eerste druk verscheen zonder auteursnaam. ‘De maker weet zeer wel, dat hij, als digter, daar door zeer weinig roem behalen kan, maar dat was ook zijn oogmerk niet’, zo vermeldt het beknopte voorwoord.

Lees verder >>

Het Volmaakte Kind (1798)

Jeugdverhalen over joden (41)

Door Ewoud Sanders

Het Volmaakte Kind (1798)
Auteur: Johannes Henricus Nieuwold (1737-1812)

Herkomst en drukgeschiedenis

Portret van Johannes Henricus Nieuwold, gemaakt door Walraad Nieuwhoff en gedrukt door G.J.A. Beyerinck. Bron: Rijksmuseum.

Johannes Henricus Nieuwold staat bekend als de Nederlandse Pestalozzi. Net als deze Zwitserse pedagoog was hij een onderwijshervormer.

         Nieuwold begon zijn loopbaan in 1764 als predikant in Gelderland. Twee jaar later werd hij beroepen door de gemeenten Warraga, Warfriens en Wartena in Friesland. ‘Daar in zijne gemeente de dweeperij en onkunde ten top was geklommen, begon hij zich aan de verbetering van het onderwijs te wijden’, aldus A.J. van der Aa in 1868 in zijn Biographisch woordenboek der Nederlanden.

         Vanaf 1775 schreef Nieuwold kinderboeken. ‘Zij zijn zeer menigvuldig’, aldus Van der Aa, ‘en toonen alle duidelijk zijne groote kinderkennis aan en zuivere begrippen omtrent alles wat de kinderen noodig en nuttig is. Zijne eerste werkjes waren allerlei kleine boekjes, losse bladen, raadgevingen, schrijflijsten enz. welke moesten dienen om de kinderen op eene gemakkelijke wijze, zonder het langwijlige spellen, het lezen te leeren.’

Lees verder >>