Tag: 17e eeuw

Ziet Elsje nu eens d’uyers trekken

De ‘eerste Nederlandse opera’ als vrolijke verkleedpartij

Als ik u was, dan wist ik het wel: dan ging ik vanavond naar De triomerende min, de opera uit 1678 die op het Festival Oude Muziek in Utrecht in premiere gaat. Ik zag gisterenavond de try-out en had een prachtige avond.

Vanaf het begin heeft de Nederlander zijn identiteit altijd gemodelleerd op voorbeelden van elders; zoals nu de politici die het meest hameren op hun trots op de Nederlandse cultuur dat doen in een stijl die ze uit Amerika lenen.

De triomferende min is er een goed voorbeeld van. Het stuk kijkt terug op het ‘rampjaar’ van zes jaar eerder, toen Nederland van vier kanten tegelijk werd aangevallen en vooral tegen Lodewijk XIV geen verweer leek te hebben. De nadruk ligt in het oorspronkelijke stuk op het vieren van de vrede die ondanks alles toch gekomen is.

Lees verder >>

Voorlopig programma congres DZE: Het vaderlands verleden in de zeventiende eeuw

Het jaarcongres van de Werkgroep Zeventiende Eeuw vindt dit jaar plaats aan de Universiteit Leiden, op zaterdag 25 augustus 2012 van 9.30 tot 17.15 uur, Universiteit Leiden, Lipsiusgebouw, Cleveringaplaats 1, 2311 BD Leiden.

Het congres zal dit jaar in het teken staan van zeventiende-eeuwse perspectieven op het vaderlandse verleden. In de zeventiende-eeuwse Nederlanden werd het eigen verleden een steeds belangrijker referentiepunt. Voor theologen, politici en wetgevers was niet alleen het antieke, maar ook het vaderlandse verleden een bron van gezag, identificatie en wijsheid; polemisten, juristen en propagandisten gebruikten het verleden als ammunitie in actuele conflicten; voor dichters, toneelschrijvers en schilders bood het verleden niet toevallig de setting voor dramatische dilemma’s en exempla. In stedelijke gemeenschappen werd door allerlei partijen geïnvesteerd in gevelstenen en glasramen, preken en toneelvoorstellingen, gedenkpenningen en optochten die het lokale verleden verbeeldden, verheerlijkten en herschreven.

Meer informatie vindt u op de website van de Werkgroep Zeventiende Eeuw.

Geil in de U-bocht

Christelijke huisvrouwen geilen op hun eigen echtgenoot, had er in juli in NRC Handelsblad gestaan. Een lezer had zich daaraan gestoord en de ‘ombudsman’ van de krant, Sjoerd de Jong, schreef er daarom gisteren een stukje over (Opiniebijlage, pagina 25).

De Jong rekent in zijn stukje voor dat het gebruik van het woord geil in de krant de afgelopen decennia een beetje is gestegen – al is zijn empirische basis daarvoor een beetje wankel (in de eerste helft van 1992 stond het woord twee keer in de krant, in de eerste helft van 2002 elf keer, en in de eerste helft van dit jaar weer elf keer). Dan volgt een bespiegeling over de verruwing van het taalgebruik in de hele samenleving en het probleem van de journalist die aan de ene kant niet te nuffig wil doen, maar aan de andere kant ook geen opzichtige ‘straattaal’ gebruiken. De Jong noemt dat laatste ‘een burgerlijke vorm van antiburgerlijkheid’.

Eén ding meldt De Jong niet: behalve straattaal is geil ook een keurig woord (in de gewenste betekenis) dat we al bij Vondel en in zestiende-eeuwse vertalingen van de bijbel tegenkomen.
Lees verder >>

‘Klucht van de koe’ vandaag 400 jaar

Bredero, schilder en rasverteller


Vandaag op de kop af 400 jaar geleden voltooide Bredero de Klucht van de koe. Onder het stuk schreef hij de datum: 6 augustus 1612. Het stuk wordt tot de absolute hoogtepunten van onze literatuur gerekend. Maar waarom eigenlijk?
Hij voelde zich vooral `Amsterdammer’. Geboren en getogen aan de Oude Zijde kende Gerbrand Adriaens­zoon Bredero de stad van binnen en van buiten. Al zijn komische toneelteksten situeerde hij er. Daarin laat hij het Amsterdam van zijn tijd voor ons herleven, via de woorden van bewoners en bezoekers van de stad. Ruim vierhonderd jaar geleden begon Gerbrand te publiceren. Vanaf het eerste moment oogstte hij bewondering. Zijn Klucht van de Koe bleek de klaroenstoot voor wat nog aan toneelsuccessen zou volgen, inclusief de beroemde Spaanschen Brabander, die vlak voor zijn plotselinge overlijden in 1618 in druk verscheen.

Waarschijnlijk werd de Klucht van de koe direct na voltooiing opgevoerd in de Nes, in het krappe zaaltje van de Amsterdamse rederijkerska­mer, dat vanaf dat moment uit zijn voegen barstte.
Lees verder >>

Vijf video’s van gedichten van P.C. Hooft

Aangestoken door een recensie die ik vond via het onvolprezen weblog De Contrabas heb ik deze week de nieuwe iPad-app gedownload met en over de sonnetten van Shakespeare. Het is een beetje een dure app, niet goedkoper dan een papieren uitgave van de sonnetten, maar een die meer biedt dan zo’n papieren uitgave: niet alleen worden alle sonnetten door briljante acteurs voorgelezen (terwijl je de tekst kunt meelezen), maar er is bovendien een grote rijkdom aan begeleidend materiaal, zowel in geschreven vorm als, ook weer, op video.


Hoe lang zal het duren voor we zoiets hebben voor het Nederlands? Bij mijn weten zijn er nog helemaal geen mooie edities voor een breder publiek. Het hoogtepunt is geloof ik de editie van Ik Jan Cremer, die vooral bestaat uit een facsimile van het typoscript en een bakje met wat begeleidend materiaal. 

Lees verder >>

Een (buiten)gewone klop in het 17e-eeuwse Haarlem

door Janine Eleveld

Als de kloppen bij elkaar kwamen voor een gebed of eredienst, hield de kosteres nauwlettend de deur in de gaten. In de periode van de Republiek der Nederlanden, vanaf het einde van de 16e eeuw, was het verboden het katholieke geloof in het openbaar te belijden. Het protestantisme was staatsgodsdienst geworden, en de meeste katholieken werden uit hun bestuursfuncties gezet om plaats te maken voor aanhangers van de Reformatie. Hoewel bijeenkomsten van katholieken over het algemeen werden gedoogd, moesten die wel in het geheim georganiseerd worden. In Haarlem ontstond een groep katholieke, vrouwelijke religieuzen die ‘kloppen’ genoemd werden. Zij hielden zich aan de geloftes van kuisheid en armoede. Deze gemeenschap of ‘kloppenvergadering’ kwam samen ‘in de Hoek’, een locatie die verwijst naar de hoek tussen de wijk Bakenes en het Spaarne. Joke Spaans onderzocht de levensbeschrijvingen van deze vrouwen in haar studie ‘De Levens der Maechden’, die in mei dit jaar bij Uitgeverij Verloren uitkwam.

Lees verder >>

Steeds meer hij wilt: nieuwe spelling?

Maandagochtend maak ik altijd een uitstapje, want dan ben ik op Radio Noord-Holland met een taalrubriek.

Op die uitzendingen krijg ik altijd veel reacties van luisteraars, en dat is misschien wel mijn intensiefste contact met mensen die wel ‘gewone taalgebruikers’ worden genoemd. Deze week bijvoorbeeld:

Ik heb een brandende vraag voor Marc van Oostendorp.
Ik hoor en lees tegenwoordig, ook in literatuur, steeds meer: Hij wilt i.p.v hij wil.
Is dit correct? Is er onlangs een nieuwe spelling geweest?

Lees verder >>

Pas verschenen: De gedichten van P.C. Hooft

Uitgeverij Athenaeum presenteert op 19 juni

De gedichten


van P.C. Hooft

Verzorgd en uitgegeven door Johan Koppenol en Ton van Strien
Muzikale redactie en toelichting Natascha Veldhorst
Pieter Corneliszoon Hooft (1581-1647) gold in zijn eigen tijd als ‘het hoofd’ van de Nederlandse dichters. De woordspeling lag voor de hand, maar er was ook werkelijk reden om Hooft als dichter te eren: hij was een van grootste vernieuwers van de poëzie en het toneel van zijn tijd. Lees verder >>

In ’t Armehuis een overrijke stof

Vondel had behalve een kousenwinkel ook een dichterij. Om zijn werk te verkopen, leurde hij niet bij uitgevers, zoals een moderne dichter zou doen, maar bij hooggeplaatste opdrachtgevers. Zo verkocht hij bijvoorbeeld zijn vertalingen van het werk van Vergilius. Zoals de Romeinse voorganger was opgebloeid onder de bescherming van Augustus en voor diezelfde Augustus een meesterwerk had geschreven, de Aeneis, zo bood Vondel impliciet zijn diensten aan onder meer Frederik Hendrik aan — zonder succes overigens, zoals Sophie Reinders en Frans Blom laten zien in hun lezenswaardige artikel voor het tijdschrift De zeventiende eeuw.
Het is zo te zien toeval dat het eerste nummer van het tijdschrift De zeventiende eeuw dat gratis online verschijnt (hoera, dat hetzelfde binnenkort maar voor alle tijdschriften moge gelden) gaat over ‘Loopbaan en carrière in de Gouden Eeuw’ en dat er dus verschillende artikelen instaan over de economische ontwikkeling van het schrijverschap en het uitgeversvak gaan. Aan die economische posities is op dit moment van alles aan het veranderen en het verschijnen van Open Access-tijdschriften is daar natuurlijk een uiting van.
Lees verder >>

Voorintekening twee 17e-eeuwse kluchten

n het voorjaar verschijnt bij de Stichting Neerlandistiek VU Amsterdam / Nodus Publikationen Münster de onderstaande kluchteneditie.

J. Noseman: Hans van Tongen, of Razende-Liefdens-Eynd (1644) & De Wanhébbelyke Liefde (1678), bezorgd door Nil Volentibus Arduum met inleiding en aantekeningen uitgegeven door Arjan van Leuvensteijn

Nederlands ISBN-nummer: 978-90-8880-026-9
Duits ISBN-nummer: 978-3-89323-770-8

De omvang van het boek is ongeveer 240 bladzijden.
Bij voorintekening is de prijs € 25 (excl. € 4 verzendkosten). Na verschijnen bedraagt de prijs € 30 (excl. € 4 verzendkosten).

Lees verder >>

Age: Boekpresentatie Jeroen Jansen, Proza van Bredero

Boekpresentatie: G.A. Bredero, ‘Proza’  (J. Jansen, ed.)
Woensdag 16 november 2011, 15:00 – 17:00 uur
U wordt van harte uitgenodigd voor de presentatie van de door Jeroen Jansen bezorgde teksteditie: G.A. Bredero, Proza, Hilversum, Verloren, november 2011.

Het programma bestaat uit drie lezingen (E.K. Grootes, René van Stipriaan en Jeroen Jansen) en de voordracht van enkele prozateksten van G.A. Bredero door acteurs van toneelgroep De Kale (Vastert van Aardenne en Marieke de Kruijf).

De bijeenkomst wordt gevolgd door een borrel.
Lees verder >>