Tag: 17e eeuw

Te verschijnen: De rede, bron van geluk voor iedereen, over Adriaan Koerbagh

Verschijnt 15 november

(Persbericht Vantilt)

Filosoof Hannah Laurens belicht in De rede, bron van geluk voor iedereen het denken van Adriaan Koerbagh, een ‘vergeten’ radicale verlichtingsfilosoof en vriend en tijdgenoot van Spinoza. Het boek verschijnt bij een tentoonstelling over Koerbaghs leven en denken, die op 15 november opent in Het Spinozahuis in Rijnsburg. Boek en tentoonstelling eren hiermee de arts en jurist die 350 jaar geleden jammerlijk stierf in een Amsterdams tuchthuis vanwege zijn ‘godslasterlijke’ geschriften. Laurens is ook de samensteller van de tentoonstelling. Lees verder >>

A recently-discovered translation from Dutch to Siraya

Door Christopher Joby

It’s not often in one’s career that one comes across a book or manuscript that has lain ‘hidden’ for several hundred years, but by chance this happened to me recently. In Amsterdam in 1661, the Dutch missionary Daniël Gravius published a volume comprising his translations of the Gospels of St. Matthew and St. John in the Formosan language, Siraya, a member of the broader Austronesian family of languages. Until recently, it was thought that only the translation of the Gospel of St. Matthew had survived. However, I recently identified a copy of the 1661 publication which contains both Gospel translations. The Gospel of St. John differs from that of St. Matthew in several respects and will therefore allow scholars in this field to increase their knowledge of this language, which became extinct in the nineteenth century. Hopefully, it will also add to our knowledge of the history of Austronesian or Formosan languages in Taiwan and Austronesian languages more generally.

Lees verder >>

Jan, de zoon van Marten en Oopjen

Door Marja Geesink

De herdenking van het 350ste sterfjaar van Rembrandt wordt in Leiden gevierd met een tentoonstelling over de jonge Rembrandt in de Lakenhal vanaf 2 november. De universiteit van Leiden doet dit o.a. met het ophangen van Marten Soolmans’ portret aan de gevel van het Kamerlingh Onnes Gebouw van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. 

Het dubbelportret van Marten en Oopjen uit 1634 toont Marten Soolmans (1613-1641) en Oopjen Coppit (1611-1689). Zij kregen drie kinderen, van wie alleen de middelste, Jan, langer dan twee jaar zou blijven leven. Jan (1636-1691) zou 55 jaar worden. En toneelauteur.

Lees verder >>

Mercator sapiens, de wijze koopman en the wise merchant

Door Ton Harmsen

Onlangs verscheen bij AUP The wise merchant, een Engelse vertaling van de inaugurele rede die Caspar Barlaeus heeft uitgesproken op 9 januari 1632 toen hij hoogleraar werd aan het Athenaeum Illustre in Amsterdam. De vertaling is van Corinna Vermeulen en de inleiding van Anna-Luna Post.

Het boek brengt de gebeurtenissen in Amsterdam in de winter van 1631/1632 in herinnering: Vossius en Barlaeus hielden in januari hun inaugurele redes voor het Athenaeum Illustre, Hugo de Groot zat in dezelfde maand ondergedoken in Amsterdam. Hij werd in april voor de tweede keer, en nu definitief, uit de Nederlanden verbannen.

Vossius, Barlaeus en Grotius kenden elkaar al jaren. Hun correspondentie toont dat zij vriendschap voor elkaar voelden, en grote waardering. Hoe verschillend zij ook waren, alle drie spanden zij zich in voor vrede en verdraagzaamheid; alle drie hadden zij een afkeer van de theologische betweterij die de Nederlanden in haar greep had. Barlaeus had last van de contraremonstranten; hoewel hij niet tot de remonstrantse partij behoorde was het duidelijk dat daar zijn sympathie lag, en daarom werd hem het leven in Leiden behoorlijk zuur gemaakt. Intussen was hij wel een geliefd feestredenaar en een begaafd Neolatijns dichter; toen hij in 1631 van Leiden naar Amsterdam verhuisde voelde hij zich onmiddellijk thuis in de Amsterdamse dichterskring van Hooft en Tesselschade. Vossius had minder te lijden van de calvinisten: hij was beter in staat zich in de ivoren toren van zijn studeerkamer te verschuilen. Zijn diepgaande studie van de antieke en moderne wereldgodsdiensten bracht hem tot het inzicht dat god op verschillende manieren kan worden gediend, en dat niet één godsdienst het alleenrecht kon hebben. Bovendien werd hem duidelijk dat god vele gezichten heeft. Hij ruilde een gezaghebbend professoraat in Leiden voor een avontuur in Amsterdam, om in een riante woning in het centrum over een enorme bibliotheek te beschikken. Na zijn vertrek werden in Leiden de hoogleraarssalarissen verhoogd om verdere leegloop te vermijden. Hugo de Groot had groot aanzien als jurist, en ook als dichter van Neolatijnse poëzie en toneelstukken. Alle drie hebben zij een stempel gedrukt op het oeuvre van Joost van den Vondel, Grotius door zijn toneel, Vossius door zijn kennis van de retorica en de poëtica en Barlaeus door zijn lyriek.

Lees verder >>

Inleiding bij De Rembrandt-tutorials

Door Roland de Bonth

Met tal van activiteiten vierden we in het Rembrandtjaar 2006 dat Rembrandt van Rijn 400 jaar geleden op 15 juli 1606 werd geboren. Dit jaar gedenken we dat op 4 oktober 1669, precies 350 jaar geleden dus, hij zijn laatste adem uitblies. Net als 13 jaar geleden komen ook nu liefhebbers van deze internationaal vermaarde schilder ruimschoots aan hun trekken. Het Rijksmuseum pakte uit met de grote overzichtstentoonstelling ‘Alle Rembrandts’, waarin voor het eerst in de geschiedenis alle schilderijen, etsen en tekeningen van Rembrandt uit de eigen collectie te zien waren. Ook Rembrandts geboortestad Leiden laat zich niet onbetuigd. In november zal in het pas volledige gerestaureerde museum De Lakenhal een expositie worden geopend met als titel ‘Jonge Rembrandt’. En dan zijn er nog acht andere tentoonstellingen in Amsterdam, Den Haag en Leeuwarden te bezichtigen (geweest) die een directe relatie hebben met Rembrandt.

Lees verder >>

De Rembrandt-Tutorials. Volledige uitgave, naar beste vermogen bezorgd

door Roland de Bonth & Dirk Geirnaert

Hieronder volgen de volledige teksten die ten grondslag hebben gelegen aan de serie van zes lessen waarin Rembrandt zelf zijn 21e-eeuwse leerlingen onderwijst hoe een portret moet schilderen.

Les 1 – Van de voorbereijdinge ende tschetsen

Gij begeert van mij te verneemen hoe gij Rembrandts schilderij soudet konnen hanteeren? Ha! Voor-al seg ick u: niemant, behoudens mijselven, ken schilderen als Rembrandt. Maer het mach geen quaet u de secreeten ende den gront mijner schilder-konst te leeren. Ontwijfelick weet gij dat ick wtsteecke boven alle Hollantsche maelers. Maer wat niet ider een en weet, is dat ick oock seer wel lessen in de schilder-konst deed. Fraeije ende wtneemende konstenaers als Govert Flinck, Ferdinand Bol ende Willem Drost, ick hebbe die allen den wech geweesen. Beseft daeromme wel: een beeter leer-meester en sult gij niet vinden. Wellekom bij mijne eerste lesse sint 350 jaeren!

Lees verder >>

Vondel over de Amsterdamse gouden eeuw

Door Marc van Oostendorp

Een van de mooie dingen van lezen, van goed lezen, is dat je zelfs in de op het eerste gezicht meest afgekloven teksten, die al door honderden anderen van commentaar zijn voorzien, ineens iets nieuws kan lezen. Dat doet de Nijmeegse promovenda Lilian Nijhuis voor in haar artikel ‘Voorbij het voorbeeld van Vergilius’ in het nieuwe nummer van het tijdschrift De zeventiende eeuw.

Lees verder >>

22 september 2019, Den Haag: Hofstede Lezing ’Jacob Westerbaen’, dr. Ad Leerintveld

Na de wetenswaardige Hofstede Lezing ‘Constantijn Huygens’ van dr. Ineke Huysman en de Hofstede Lezing ‘Jacob Cats’ van prof. dr. Johan Koppenol, volgt 22 september a.s. de derde en laatste Hofstede Lezing ‘Jacob Westerbaen’ in Villa Ockenburgh. Met deze drie lezingen krijgt u verdiepende informatie over de levens en dicht- en tuinkunst van Constantijn Huygens, Jacob Cats en Jacob Westerbaen. Samen vormden zij een dichtersdriehoek over Den Haag, ten tijde van de Gouden Eeuw. Zij bezaten alle drie een hofstede. Huygens had zijn Hofwijck in Voorburg, Cats zijn Sorghvliet aan de Scheveningseweg en Westerbaen woonde op Ockenburgh te Loosduinen.

Lees verder >>

We kunnen prima zonder gouden eeuw

Door Ivo Nieuwenhuis

Jan Steen, Soo de Oude Songe, Soo pypen de Jonge (1663 – 1665). Bron: Wikipedia

Toen het Amsterdam Museum vorige week aankondigde om de term ‘gouden eeuw’ in de ban te doen, waren voor velen de rapen gaar. Niet alleen politici, maar ook diverse wetenschappers lieten van zich horen, inclusief neerlandici. Met name emeritus hoogleraar middeleeuwse letterkunde Herman Pleij reageerde fel. Met veel pathos sprak hij in De Volkskrant over “de vernietiging van immaterieel erfgoed” en maakte hij de vergelijking met “IS dat beelden in elkaar sloeg”. 

Minder over-the-top, maar niettemin uitgesproken, was de visie van Lotte Jensen, die er in NRC Handelsblad voor pleitte om de term ‘gouden eeuw’ vooral niet te schrappen, “omdat deze als didactisch instrument kan dienen om studenten kritisch te laten reflecteren op het eeuwenoude proces van Nederlandse natievorming.”

Lees verder >>

Goud wat er blinkt

Door Jos Joosten

Pieter Bruegel de Ouderen. De kreupelen.

De verandering van ‘Gouden Eeuw’ in ‘zeventiende eeuw’ door het Amsterdam Museum (wie zegt trouwens eens iets over de naamswijziging van het Amsterdams Historisch Museum in een foeilelijk anglicisme?) is niet alleen vaag maar ook monopoliserend. Correct was de aanduiding pas geweest als men zou zijn gaan spreken over de ‘zeventiende eeuw van de Amsterdamse protestante bovenklasse’, want over dat kleine groepje hebben we het natuurlijk altijd.

Als we het vrolijk zien, is de discussie over de Gouden Eeuw natuurlijk goed nieuws: want heel Nederland blijkt er een beeld en mening op na te houden hoe we over onze eigen geschiedenis nadenken.

Wie het wat serieuzer bekijkt, kan vaststellen dat er helemaal niet zoveel nieuws onder de zon is. Als je van mijn leeftijd bent (of ouder) en uit het katholieke zuiden komt dan is de kans namelijk best groot dat je ooit ergens nog een oudere leraar geschiedenis of meester hebt gehad die uitlegde dat die eeuw misschien wel ‘goud’ was voor protestanten in Holland, maar dat ‘wij’ er hier weinig van mee hebben gekregen. Ik herinner me een rondleider door historisch Nijmegen die er even flink de tijd voor nam om uit te leggen dat als de Spanjaarden niet verjaagd waren ‘wij’ nu nog steeds een stuk beter af zouden zijn geweest. Want van de Oranjes moesten ‘wij’ het zeker niet hebben (‘what good did the Romans ever do for us?’).

Lees verder >>

De Gouden Eeuw in de letterkunde hadden de politici al lang afgeschaft

Door Coen Peppelenbos

Het IJ voor Amsterdam met het fregat ‘De Ploeg’ van Ludolf Bakhuysen, 1680 – 1708. Afbeelding via het Rijksmuseum

In de jaren zeventig, toen de enige echte koningin Juliana nog de baas was en de zomers een beetje normaal zomers deden, gingen we weleens een paar dagen op vakantie met het hele gezin. Duitsland was toen ongeveer het summum van ver. Ik herinner me vaag een vakantie in Nassau an der Lahn en later een vakantie in Zell am Mosel. De tochten vanuit Raalte in een klein autootje terwijl wij met ons drieën achterin de sigarettenrook van onze ouders weghapten en ik stelselmatig ergens kotsmisselijk werd, kan ik me nog goed herinneren. De grens was nog een gevreesde lijn, maar als je die eenmaal was overgestoken dan kwam je in een totaal andere wereld. Na uren rijden, kwamen we ergens uit waar we opzoek gingen naar pensions met ‘Zimmer Frei’. In Zell kwamen in een pension terecht en mijn ouders konden het meteen goed vinden met de eigenaar die ook wijn verbouwde. Terwijl wij, de kinderen, sliepen, donken mijn vader en moeder nog een glaasje Zeller Schwarze Katz. De volgende ochtend bleek de pensionhouder niet helemaal de aardige man te zijn, want hij had lopen opscheppen over de die tijd dat hij in Nederland was geweest. Zo’n mooie tijd, de mooiste tijd van zijn leven. Dat bleek zo tussen 1940 en 1945 te zijn.

Lees verder >>

Hetgeen geen vers en is, dat moet nootsaeklick proos zijn

Door Ton Harmsen

Een toneelstuk lezen stimuleert de verbeelding. De lezer is zijn eigen regisseur: hij moet zich de situatie voorstellen, en de mimiek en intonatie waarmee een personage zijn woorden uitspreekt. Een goed geregisseerde toneelvoorstelling of een verfilming daarvan kan een uitstekende leeshulp zijn. In Nederland bestaat geen doorlopende traditie van opvoeringen van zeventiende-eeuws toneel maar in Frankrijk wel. Molière regisseerde zijn komedies zelf en speelde er vaak de hoofdrol in: zijn spelen werden opgevoerd voor Lodewijk XIV en zijn toneelgezelschap had een vaste positie aan het hof. Kort na Molière’s dood ontstond daaruit de Comédie Française die de succesvolle fakkel tot op de dag van vandaag doorgeeft. En die werd weer overgenomen, gevarieerd en aangevuld door andere gezelschappen.

Een van de geestigste stukken die in de zeventiende eeuw geproduceerd zijn is Le bourgeois gentilhomme (1670) van Molière, in samenwerking met zijn vriend de componist Jean-Baptiste Lully, een van de grondleggers van de opera. Het stuk zit vol met muzieklessen: het publiek krijgt allerlei soorten zang en dans voorgeschoteld. Als je alleen de gedrukte tekst leest, mis je met de gezongen en gespeelde muziek de helft van deze ‘comédie-ballet’.

Dat spel is ook in Nederland populair geweest, getuige de zes uitgaves die er zijn van de vertaling door Adriaan Peys. Twee daarvan zijn bij Ceneton te lezen, en die tekst is op eigen kracht vermakelijk genoeg. Monsieur Jourdain, de burger die zich in zijn hoofd haalt dat hij edelman moet worden, leeft in het stuk voortdurend in een waanwereld. Dat maakt hem niet alleen belachelijk, maar ook gevaarlijk voor zijn directe omgeving.

Lees verder >>

Een Godt, ô Melibé, verleende ons deze rust. Vondel over vluchtelingen

Door Ton Harmsen

Hoe veilig je als Romein ook was, je kon wel van je land verdreven worden. Het overkwam boeren en herders in 42 voor Chr., toen Octavianus (de latere keizer Augustus) na de slag bij Philippi zijn legers moest afdanken. Om de veteranen te vriend en bij de hand te houden gaf hij hen land in de Povlakte, waarvoor honderden grote en kleine boeren hun bezit moesten verlaten. Het is een zwarte bladzijde in de biografie van de keizer.
De reactie van Vergilius op deze kwestie, in zijn eerste herdersdicht (ecloga of bucolicum), is gecompliceerd door zijn eigen situatie. Ook hij is van zijn land, in de buurt van Mantua, verdreven. Hij wist dus wat het was, slachtoffer te zijn van de confiscatie.

De hardhandig onteigende boeren waren machteloos, maar Vergilius zag in zijn faam als beginnende dichter een mogelijkheid om zich te redden. Hij reisde naar Rome om zijn zaak te bepleiten bij zijn mecenas Maecenas, en door diens interventie slaagde hij erin zijn grondgebied met speciale toestemming van Octavianus te behouden. Dankbaarheid (voor zijn eigen situatie) en verontwaardiging (over het onrecht dat zijn streekgenoten werd aangedaan) zijn het onderwerp van zijn eerste ecloga, een dialoog tussen twee herders. Tityrus heeft in Rome toestemming gekregen zijn vee en zijn land te behouden; Meliboeus is met alle anderen verbannen.

Lees verder >>

15 september 2019, Den Haag: Hofstedelezing ‘Jacob Cats’

Haags Historisch Museum, Schutterszaal
Lezing
prof. dr. Johan Koppenol

Jacob Cats (1577-1660) is de nestor van de drie grote dichters die rond 1650 buitenplaatsen aanlegden in en bij Den Haag. Hij was toen zo’n vijfenzeventig jaar oud, aan het eind van een lange, indrukwekkende loopbaan en – veel meer dan de twintig jaar jongere Constantijn Huygens en Jacob Westerbaen – op zoek naar rust, werkelijke rust. Tuinierend, lezend en schrijvend wilde hij zich voorbereiden op de dood. Dat teruggetrokken bestaan betekende niet dat hij wereldvreemd werd, want hij kreeg bezoek van familie, predikanten en een beperkt aantal vrienden. Voor zover hij nog aan het actieve leven deelnam, was dat als dichter. Hij publiceerde zijn verzameld werk in een spectaculaire uitgave en wisselde verzen uit met zijn literaire buren. Of Huygens daadwerkelijk op bezoek kwam is niet bekend, maar zeker is dat de onbesuisde grapjas Westerbaen onaangekondigd binnenviel op Sorghvliet. Een lezing over de oude Cats die bij de les gehouden wordt door een jongere generatie. Lees verder >>

Cats vergeet de moraal van het verhaal

Door Ton Harmsen

Den Haag in rep en roer

Een merkwaardig verhaal in de Trou-ringh van Jacob Cats is ‘Liefdes vosse-vel’. Het is pas in of na 1657, dus minstens twintig jaar na de eerste druk, toegevoegd en dan ook nog op een apart katern – mogelijk zelfs na de dood van Cats in 1660. De Trouwring (zoals de uitgever Jan Jacobz Schipper het dan spelt) verscheen als onderdeel van de Alle de wercken van 1658, en een los katern kan gemakkelijk achtergehouden worden; als Cats het niet gewenst heeft kan Schipper het na diens dood toch publiceren. Het is de vraag of Cats er zo blij mee was, en het is zeker dat hij goede redenen had om het verhaal achter te houden: het beschrijft een werkelijke gebeurtenis, kort geleden in Den Haag voorgevallen. De uitgever leidt het voorzichtig in:

Dit volgende Trou-geval is uyt den voorgaenden Druck gelaten om redenen, den Schrijver daer toe bewegende; maer nu by sekere gelegentheydt my ter handen zijnde gekomen, hebbe van ’t selve onse lants-luyden mede goet gevonden deelachtigh te maken. Datter goet in is mach nagevolght worden, het andere dient daer gelaten. Siet vorder de bedenckingen daer in steeckende, die achter het voorsz. Trou-geval zijn te vinden.

Lees verder >>

1 September 2019, Voorburg: Hofstede Lezing ‘Constantijn Huygens’ en rondleiding bij Huygens’ Hofwijck

Het muziektheaterstuk rond het leven van Jacob Westerbaen wordt voorafgegaan door drie Hofstede Lezingen die de vriendschappelijke band tussen Huygens, Cats en Westerbaen belichten. Constantijn Huygens heeft een leidende rol gespeeld in het 17de-eeuwse literaire leven van Den Haag. Naast zijn hofdicht ‘Hofwijck’ schreef hij nog meer bekende werken, zoals het gedicht ‘De Zee-straet van ’s Gravenhage op Schevening’, waarmee hij de aanleg ervan literair promootte.

RESERVERING Lezing en Rondleiding > klik hier
Lees verder >>

Bloemhofjes en Tijdverdrijvers: Schriftuurlijke Raadsels

Door Marti Roos

Naast boekjes met raadsels voor vermaak, zoals het Clucht boecxken, die sinds het midden van de 16e eeuw het licht zagen, verschenen er ook boekjes met zogenoemde schriftuurlijke of religieuze raadsels. Enerzijds sluiten deze aan bij catechismussen, waarin godsdienstige kennis met betrekking tot de bijbel en de geloofsleer werd overgebracht in de vorm van vraag en antwoord (eventueel voorzien van een vindplaats in de bijbel); anderzijds bevatten ze ook spitsvondige vragen over bijbelse curiosa afkomstig uit de kloostertraditie, die sinds de vroege middeleeuwen in verschillende handschriften zijn overgeleverd, en naar de titel van een aantal hiervan als Joca Monachorum (‘mopjes van monniken’) worden aangeduid. Zo werd in de schriftuurlijke raadselboekjes toch het leerzame met het aangename gecombineerd.

Lusthof

In 1679 verschijnt de Lusthof der goddelyke historien, of den christelijken tijdverdrijver, een lijvig boek om bijbelkennis op te doen door middel van vraag en antwoord. Het is een vertaling van het Duitstalige Christlicher Zeituertreiber, oder Geistlich Retzelbuch van de hand van Michael Sachs, een werk dat met zijn thematische indeling en quizachtige vragen bijzonder populair was. Het werk verscheen voor het eerst in 1593 (eerste deel) en 1597 (tweede deel) en werd meer dan twintig maal herdrukt. De Nederlandstalige Lusthof is vijfmaal herdrukt, voor het laatst in 1772.

Lees verder >>

5 september 2019, Leiden: Bert van Selm-lezing Willem Otterspeer

Op donderdag 5 september 2019 zal in Leiden de achtentwintigste Bert van Selm-lezing plaatsvinden met de voordracht van prof. dr. Willem Otterspeer (Universiteit Leiden) onder de titel: ‘Het mystieke getal. De Leidse prenten van 1610’.

 In deze lezing stelt Willem Otterspeer de vier bekende Leidse prenten uit 1610 centraal, met voorstellingen van de bibliotheek van de universiteit, het anatomisch theater, de hortus botanicus en de schermschool. Ze werden uitgegeven bij de Leidse uitgever Andreas Cloucq en gegraveerd door Willem Swanenburgh naar tekeningen van Jan Cornelisz. van ’t Woud. Otterspeer stelt vier vragen aan die prenten, de vier traditionele vragen uit de scholastiek: An sit? Quid sit? Qualis sit? en Propter quid sit? Ofwel: zijn het wel vier prenten, wat staat erop, wat is hun boodschap en in welke omgeving werden ze gemaakt? Bekend als de prenten zijn, hoopt Otterspeer op elk van die vier vragen een nieuw antwoord te kunnen geven. Beginpunt daarbij vormt een opmerking van Hastings Rashdall, die in zijn boek The Universities of Europe in the Middle Ages gewaagde van ‘het mystieke getal vier’. Afsluiten  doet hij met The Sign of Four van Arthur Conan Doyle, want hij hoopt niet alleen een intrigerende casus aan de orde te stellen, maar ook de ‘schuldige’ aan te wijzen.

Lees verder >>

Een mooie mengelmoes

Door Nicoline van der Sijs en Marc van Oostendorp

Een mooie mengelmoes was dit jaar het nieuwjaarsgeschenk van het Meertens Instituut. Het was ook beperkt in de handel. Omdat die oplage nu is uitgeput, geven we het boekje hierbij vrij als pdf.

Taal was belangrijk in de Gouden Eeuw. Schrijvers, dichters, taalgeleerden en journalisten legden zelfbewust de basis voor wat het Standaardnederlands zou worden, een taal waarop iedereen even trots leek te zijn als op de nieuwe Republiek. Tegelijkertijd openden de Lage Landen zich voor de rest van de wereld, onder andere door de handel en het vroege kolonialisme, maar ook door belangstelling voor de ‘nieuwe’ kunsten uit Italië en Frankrijk. Bovendien kwamen door de grote welvaart heel veel migranten uit binnen- en buitenland naar Amsterdam.

In Een mooie mengelmoes laten Nicoline van der Sijs en Marc van Oostendorp zien dat het ontstaan van het Nederlands alleen kan worden begrepen tegen de achtergrond van al die talen en dialecten die er toen in de Lage Landen werden geschreven. De auteurs presenteren het eerste onderzoek naar de pas ontsloten schat van zeventiende-eeuwse kranten – Nederlandse drukkers zetten in dit eerste massamedium internationaal de toon – én ze laten zien hoe schrijvers buitenlandse modellen imiteerden, maar dat deden in ‘zuiver’ Nederlands en niet in een ‘mengelmoes’ van leenwoorden zoals die in het dagelijks leven werd gebruikt.

Nicoline van der Sijs en Marc van Oostendorp zijn allebei als senior-onderzoeker verbonden aan het Meertens Instituut; ze zijn ook allebei hoogleraar in Nijmegen.

Nederlandsche Historien

Door Lia van Gemert

P.C. Hooft (1581-1647) is vooral bekend gebleven om zijn gedichten, liedjes en toneelstukken. Maar zijn echte levenswerk waren de Nederlandsche Historien: de magistrale reconstructie van de periode 1550-1590, toen in België en Nederland de vrijheidsstrijd losbarstte. Hooft vertelt alles: de ideologie van deze opstand, de gevechten tegen de Spaanse vijand, de verdeeldheid in het Nederlandse kamp, de gevolgen voor de gewone mensen in de steden en op het platteland. En dat in een weergaloos proza, dat de lezers 1242 pagina’s lang onderdompelt in de sfeer van de zestiende eeuw, een tijd waarin in de Nederlanden een nieuwe wereld ontstond.

De 20 ‘boeken’ (delen) van de Nederlandsche Historien die tussen 1642 en 1654 verschenen zijn nu integraal raadpleegbaar en doorzoekbaar op de website van het Huygens Instituut. Ze zijn bovendien vertaald in het Nederlands van vandaag door drie specialisten: Eddy Grootes, Frank van Gestel en Arjan van Leuvensteijn. 

30 augustus 2019, Antwerpen: Jaarcongres Werkgroep de Zeventiende Eeuw –

Deugd & Ondeugd
Morele scherpslijperij in de zeventiende-eeuwse Nederlanden

Jan Steen, In Weelde Siet Toe (of: ‘De omgekeerde wereld’)

Programma

Keynote (Promotiezaal)

Johan Koppenol (VU) – Deugd verheugt: Moreel management in de Republiek

Sessie I:  Rampspoed (Kapel)

Hanneke van Asperen (RUNijmegen) – Van twist in de Republiek naar storm op de Zuiderzee

Marieke van Egeraat (RUNijmegen)  – God of wereld? Naar wie te wijzen na afloop van een ramp?

Lilian Nijhuis (RUNijmegen) – Een ‘onvoorsiense vlamm’ Conflict in gedichten over de brand van de Nieuwe Kerk in Amsterdam

Lees verder >>

Bourgondische raadsels uit Den Hof der Liefde

HofDerLiefde

Door Marti Roos

Den hof der liefde is een 18e-eeuwse, kleine handleiding voor het hofmaken. Het bevat raadgevingen over houding en gedrag, voorbeelden voor de jongen om een meisje aan te spreken, hetgeen al snel wordt gevolgd door het huwelijksaanzoek en het katholieke doopritueel, met daartussen een aantal gedichten. Hierop volgt een verzameling van 110 genoeglijke raadsels en 41 minneraadsels, en het geheel wordt afgesloten met vier korte minnebrieven en een lied. De raadsels beslaan ongeveer de helft van het 72 pagina’s tellende boekje.

Er zijn maar vijf exemplaren van Den hof der liefde bewaard gebleven, waaronder een druk uit 1728 in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag, en een druk uit 1738 in de Universiteitsbibliotheek van Gent. De veilingcatalogus van de Gentse uitgeverij Gimblet uit 1806 vermeldt nog een voorraad van 527 exemplaren.

Lappendeken

Een originele handleiding voor de vrijerij is Den hof der liefde niet, want het boekje is een complexe lappendeken van oudere teksten uit voornamelijk de 16e en 17e eeuw. De belangrijkste bronnen zijn enerzijds Le jardin d’amour, où il est enseigné la methode & addresse, pour bien entretenir une maistresse, een boekje voor de populaire markt, waarvan de oudst bekende druk uit 1671 is, en anderzijds de Nederlandstalige bewerking van Ovidius’ De arte amandi door Andries Nuts, De conste der minnen, waarvan de approbatie dateert van 29 augustus 1587.

Lees verder >>

21 juni 2019, Amsterdam: Lancering integrale hertaling Nederlandsche Historien

Op vrijdag 21 juni 2019 lanceert het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis een website met de integrale vertaling van P.C. Hoofts Nederlandsche Historien, vervaardigd door Frank van Gestel, Eddy Grootes en Arjan van Leuvensteijn. U bent van harte uitgenodigd om daarbij aanwezig te zijn.

Wanneer:       Vrijdag 21 juni, 14.30 – 16.30 uur

Waar:                         Huygens ING, Oudezijds Achterburgwal 185, 1012 DK Amsterdam

Lees verder >>

Eersame lieve soen: een gemiste kans

Door Marc van Oostendorp

Michiel Heusch was een Hamburgse jongeman uit een Antwerps geslacht. In 1664 en 1665 reisde hij net als iedereen uit zijn kringen naar Italië. Met zijn familie onderhield hij contact per brief; zijn eigen brieven zijn niet bewaard gebleven, maar enkele van de brieven die zijn familie aan de ‘eersame, lieve soen’ schreef, wel.

Deze brief zijn nu door Verloren uitgegeven in een heel fraai geïllustreerd koffietafelboek, voorzien van annotaties door de taalkundige Marijke van der Wal die ook een inleiding schreef.

Het boek is werkelijk een lust voor het oog – eigenaardig genoeg wordt in het colofon wel een omslagontwerper en een typograaf genoemd, maar geen ontwerper voor het binnenwerk. Die persoon had best in het zonnetje worden gezet, want Michiel Heusch is een lust voor het oog.

Lees verder >>

400 Jaar Geleden: ik zijn

Door Ton Goeman

Een oostelijke dialect-onderstroom in de schrijftaal van de landsadvocaat:de ick-vorm van het werkwoord “zijn” in de bescheiden van Oldenbarnevelt

Op 13 mei 1619, vier eeuwen geleden, werd Van Oldenbarnevelt na een zeer dubieus proces in Den Haag onthoofd wegens landverraad en majesteitschennis. De procesgang was zelfs voor die tijd al dubieus; en buitengewoon dubieus was de samenstelling van de rechtbank, een speciale commissie gevuld met verklaarde vijanden van de landsadvocaat.

Dat was het voorlopige eindstation van jaren maatschappelijke onrust die het gevolg was van het feit dat er wel een kerkorde was afgesproken maar niet ingevoerd, dat, parallel daaraan er een functionerend staatsbestel was, maar met nog maar half uitgewerkte rollen voor de staatsinstellingen, dat er onenigheid was of men financiëel gezien de oorlog kon volhouden of dat er behoefte was aan veiligheid voor handel, dat er wel een wapenstilstand was, maar met tweedracht over de te volgen lijn en parallel daaraan of men coalities moest sluiten met Engeland of met Frankrijk. Hardliners die uit Vlaanderen en Brabant gevlucht waren dreven de kerk in fundamentalistische richting, en steunden de oorlogspartij. Daarbij raken de twee hoofdpersonen stadhouder Maurits en de landsadvocaat van Holland Oldenbarnevelt al van langer meer en meer van elkaar verwijderd.  Het land dreigde te bezwijken onder de polarisatie.

Lees verder >>