Tag: 17e eeuw

Een poëticaal afscheidsgedicht van Jan Six van Chandelier

door Riet Schenkeveld- van der Dussen

In het voorjaar van 1649 vertrok Six, koopman in drogerijen, voor een handelsreis naar Spanje en Italië. Bij wijze van afscheid schreef hij het gedicht ‘Fooi’ – dat betekent afscheidsfeest, afscheidsdronk. Het is een Pindarische ode met twee maal drie strofen ‘Keer’, ‘Tegenkeer’ en ‘Toesangh’. In de eerste ‘Keer’ beschrijft hij hoe hij vanuit het Oost-Indisch huis een voorraad ‘Katsjou’ geleverd kreeg. Hij beschrijft dat spul als een bol van een bepaald soort farmaceutische aarde, met een bittere verbrande korst, en van binnen wit-geel en zoet van smaak.

Lees verder >>

Van zolderkamer tot schouwburgzaal. Receptie en opvoeringspraktijk van Samuel van Hoogstratens Dieryk en Dorothé, of de verlossing van Dordrecht (1666)


Trompe l’oeil van Van Hoogstraten. Op de omslag van het rode boek zijn de woorden ‘Dorothee’ en ‘treurspel’ te lezen. Karlsruhe, Staatliche Kunsthalle

Door Patrick van ’t Hof

Wie wel eens iets over de zeventiende-eeuwse Dordtse schilder-schrijver Samuel van Hoogstraten (1627-1678) gelezen of gehoord heeft, kent misschien zijn gewoonte wel om zijn schildersleerlingen toneelstukken te laten opvoeren op de zolder van zijn atelier. Op die manier konden ze bepaalde schaduwen en lichaamshoudingen bestuderen en zo hun schilderstechnieken ontwikkelen. Toneel zou voor Van Hoogstraten dan ook grotendeels in dienst van de schilderkunst gestaan hebben – zo is in de vakliteratuur althans meerdere malen beweerd. Zijn leerlng en biograaf Arnold Houbraken (1660-1719) beschreef hoe de zolderopvoeringen eraan toegingen. Van Hoogstraten koos zijn beste leerlingen uit, gaf ze een toneelstuk en liet ze voor publiek optreden: 

Lees verder >>

In memoriam Mieke B. Smits- Veldt (11 juli 1936-21 augustus 2020)

Door Riet Schenkeveld- van der Dussen

In 1986 kwam Mieke Smits de Neerlandistiek binnenstormen met een omvangrijk proefschrift (504 blz.)  Samuel Coster, Ethicus-Didacticus. Zoals ze in haar woord vooraf vertelt, vond de conceptie ervan plaats in 1979 en het boek is dus binnen zeven jaar ontstaan. Het bood een grondige studie van persoon en werk van de arts, toneelschrijver en organisator Coster. Nog belangrijker en stimulerender was haar vernieuwende kijk op de belerende aard van het vroege renaissance-toneel en de functie die de personages daarin vervulden, waarbij de lering het won van de karaktertekening. 

Ruim dertig jaar later, in 2008, sloot ze haar loopbaan af met Een nieuw vaderland voor de muzen, in samenwerking met Karel Porteman. De beide auteurs hebben wel eens uitgerekend dat ze, zonder daar speciaal op gemikt te hebben,  precies evenveel tekst hadden geschreven, dat was dus voor Mieke de helft van 1054, te weten 527 bladzijden, waarmee ze haar proefschrift in omvang dus nog overtrof. In dat rijke boek wordt de Renaissance-literatuur in den brede van het begin in 1560 tot het eind van de 18de eeuw behandeld, met een verbazingwekkende grondigheid en ongelofelijke kennis van de secundaire studies. Een standaardwerk dat het nog lang zal uithouden.

Lees verder >>

Dieryk en Dorothé: Samuel van Hoogstraten schildert de verlossing van Dordrecht in verzen

Door Patrick van ’t Hof

Wie de wereld wil kunnen schilderen, moet alles van de wereld afweten. Dat schrijft de Dordtse schilder-schrijver Samuel van Hoogstraten (1627-1678) zo ongeveer in zijn traktaat Inleyding tot de hooge schoole der schilderkonst: anders de zichtbaere werelt (1678). In zijn ogen kliederen de meeste schilders maar wat aan, zonder eens te weeten dat deeze konst de geheele Zichtbaere Wereld behelsde; en dat ’er naulijx eenige konst of weetenschap is, daer een Schilder onkundig in behoorde te zijn (**2v). 

Zelf was de Dordtenaar dan ook een schaap met vijf poten. Zo is hij onder meer bekend als schilder van portretten, perspectiefkasten en trompe l’oeil-schilderijen. Daarnaast schreef hij een schilderstraktaat, vertaalde hij een boek met gedragsregels voor aan het hof en is hij, afhankelijk van de gehanteerde definitie, de schrijver van de eerste Nederlandstalige roman (Schoone Roseliin of, de getrouwe liefde van Panthus, 1650). Al deze aspecten van Van Hoogstratens carrière komen aan bod in de bundel The universal art of Samuel van Hoogstraten (1627-1678), gepubliceerd in 2013. Eén facet van het oeuvre van de Dordtse schilder-schrijver wordt in dit werk niet besproken: Van Hoogstratens toneelstukken. Met zijn treurspel Dieryk en Dorothé, of de verlossing van Dordrecht (1666) laat hij echter zien dat hij óók de werkwijze goed beheerste die men in de zeventiende eeuw hanteerde bij het schrijven van tragedies.

Lees verder >>

Nil Volentibus Arduum: vijf huwelijken, zes getuigen

Door Ton Harmsen

Op het toneel is dramatische ironie een plezier voor de toeschouwer. Als Gysbreght denkt dat het hemelse gerecht zich heeft ontfermd over hem en zijn benauwde veste weten wij dat het Trojaanse turfschip voor de poort ligt te wachten. De toeschouwer heeft een voorsprong op het personage. Het omgekeerde is een spannende ervaring: een speler doet of zegt iets dat de toeschouwer absurd en krankzinnig voorkomt, maar het blijkt een geniale zet te zijn. Dit doet zich voor in De wanhébbelyke liefde, een originele klucht die het Amsterdamse kunstgenootschap Nil Volentibus Arduum in 1678 op de planken bracht. Een bekend motief in kluchten is dat een jongen en een meisje op elkaar verliefd worden tot ontzetting van de wederzijdse ouders; zijn knecht en haar dienstmaagd bedenken dan een riskant plan dat goed uitpakt en tot slot treden niet alleen de geliefden maar ook de bediendes in het huwelijk. Er zijn allerlei varianten, maar in dit stuk gaat het anders.

Het begint zo gewoon: Hendrik en Lucia zijn verliefd, maar haar moeder (Geertruij, een weduwe) verbiedt Lucia met Hendrik te trouwen, anders onterft ze haar. Hendrik wil nu dat zijn vader (Joost, een weduwnaar) zijn zaak bij Geertruij gaat bepleiten. Als Hendrik uitlegt dat Lucia’s moeder haar niets wil meegeven, vat Joost dat onbekommerd op, maar als hij geïnformeerd is over Lucia’s vaderlijk erfdeel begint hij te steigeren. In zijn Hollandse zuinigheid is hij zeer op een bruidsschat gesteld, en tot zijn ontzetting blijkt dat de onwillige weduwe op huwelijkse voorwaarden met een arme knecht getrouwd was:

Lees verder >>

10 oktober 2020, online: Symposium ‘In de geest van Stevin’

26e symposium van de NVvW werkgroep Geschiedenis

Met dit thema vragen we aandacht voor de rijke nalatenschap van Simon Stevin, die 400 jaar geleden overleed. Stevin hield zich met veel verschillende onderwerpen bezig, zowel theoretisch als in de praktijk: technologie, wiskunde, mechanica, boekhouden, economie, onderwijs, taal, oorlogsvoering, perspectief in afbeeldingen, muziek,…… De nieuwe vorm van het symposium, online en met vooraf en tijdens meer gelegenheid voor inbreng van de deelnemers, is ook in de geest van Stevin. Hij was immers geïnteresseerd in technologische en andere vernieuwingen, al naar gelang de omstandigheden daartoe uitnodigden.

Lees verder >>

Salomon de dwaze koning

Door Ton Harmsen

Guilliam van Nieuwelandts conclusie over de eeuwige glorie van koning Salomon staat haaks op die van Vondels Salomon (1648). Deze tragedie behandelt de enige passage uit Salomons leven die Van Nieuwelandt buiten beschouwing laat: zijn oude dag, in de bijbel in besmuikte termen beschreven in het elfde hoofdstuk van I Koningen. ‘Quantum mutatus ab illo’, citeert Vondel Vergilius Aeneis 2, 274 op de titelpagina – ‘wat een verschil met vroeger’.

Vondel draagt het stuk op aan Justus Baeck, wiens vader Laurens hem in 1625 een schuilplaats bood toen Vondels arrestatie dreigde op grond van de Palamedes. De opdrachtsvoorrede begint met een afbakening:

Ick brenge nu Koning Salomon op het heiligh tooneel; niet gelijck hy den beloofden Messias in zijne heerlijckheit uitbeelde, maer [zoals hij] uit zijnen geluckigen staet in den poel der afgoderye komt te verzincken.

(Vondels ellips van ‘gelijck hy’ is een stilistisch hoogstandje, maar voor het gemak vul ik hem even in.)

Lees verder >>

Salomon de wijze koning

Door Ton Harmsen

Eindeloos veel pastoors, dominees, leraren, kunstenaars, vaders en moeders hebben het verhaal van het salomonsoordeel verteld. Het is een van de meest aansprekende verhalen uit de Bijbel, een tikje gruwelijk en ook een beetje gewaagd omdat het over twee prostituées gaat. Maar ook als je dat er niet bij vertelt kan je er een spannend verhaal van maken.

Het gebeuren staat in I Koningen 3. De wijze koning Salomon beslist een twist tussen twee hoeren, samen in een huis en allebei pas moeder geworden. Als het kind van de ene sterft steelt zij dat van de andere, en dat leidt tot slaande ruzie. Ondervraging levert geen uitsluitsel. Salomon lost dit op door bevel te geven de baby met een zwaard doormidden te snijden en ieder van de ruziemaaksters de helft te geven.

Lees verder >>

Warenar vs. 1254 – 1256 opnieuw geïnterpreteerd

Door Renaat Gaspar

Over de Warenar van P.C. Hooft is niet weinig geschreven, onder meer in de verschillende literatuurgeschiedenissen en in de inleidingen op de tekstuitgaven van dit veelgeroemde blijspel. Het ontbreken van specifieke regieaanwijzingen van de auteur over mime, mine, pose of dictie van de spelers heeft in de hand gewerkt, dat in de verklarende noten niet zelden een eigen interpretatie aan de tekst is gegeven.

Lees verder >>

P.C. Hooft: Achilles en Polyxena

Door Theater Kwast

Wat stemt dit weemoedig….Met een rumoerig publiek in de ridderzaal van Kasteel Muiderslot om een stuk van P.C. Hooft te spelen… Terwijl we bezig zijn met plannen maken voor seizoen 2020/21, kwamen we deze intergrale registratie tegen, die wij eigenlijk ook vergeten waren. Achilles en Polyxena.. een matig stuk op papier, bleek op 16 maart 2017 een heerlijk stuk om te spelen. Wat was die Hooft toch goed….(en wat laat de videokwaliteit dan te wensen over..)

(Bekijk deze video op YouTube)

Het Wilhelmus – leer alles over het Nederlandse volkslied

Nederland heeft misschien wel het oudste volkslied ter wereld: het Wilhelmus. Sinds ongeveer 1570 wordt het gezongen, tegenwoordig vooral bij sportwedstrijden en op Koningsdag. Maar hoe klonk dit lied 450 jaar geleden? En zingen we nog wel hetzelfde? De tekst van het Wilhelmus gaat over heel veel onderwerpen, zoals religie, oorlog en leiderschap. We bekijken de tekst meer in detail op één van die onderwerpen, namelijk leiderschap. Het Wilhelmus had 450 jaar geleden dezelfde functie als veel sociale media nu. Dit lied moest Willem van Oranje aan ‘volgers’ in de Opstand tegen de Spaanse koning helpen. Maar hoe?

Lees verder >>

Het lijden van Christus

Door Jos Joosten

Wanneer wij vroeger als kind over een kleinigheidje jammerden of klaagden, had mijn vader nog weleens als reactie: ‘Ach, onsliefheertje heeft zoveel geleden!’. Het was een evidente dooddoener die hij ongetwijfeld ook weer uit zijn jeugd had meegenomen. Maar ook (of: zelfs juist) zo’n dooddoener geeft allicht aan hoe diepgeworteld het besef en meevoelen met de lijdende Christus wortelt bij de gelovige mens.

Lees verder >>

Lucas Schermer (1688-1711): Sonnet on Amarel

Nederlandse sonnetten voor de Engelssprekende wereld (5)

Schilderij: Gerard van Honthorst, Wikipedia

Door Cornelis W. Schoneveld

Close to the water of a fountain streaming
Sat in the shade of trees the beauteous Amarel,
Who lapped the flowing crystal water from a shell;
Her face had Coridon with fiery sparkles teeming: 

He sighed, O beauty! must I endlessly be dreaming 
Of comradeship; and will it ever turn out well,
That you, with all this hate, will quench my fire, and quell
My love ache, thus your old dislike of me redeeming?

Your sorrow, my sweet Coridon, has run its course!
Said Amarel: sit down near this pure silver source,
Receive my love with all the kisses I can master,

I tested just you faith, and you are quite foolproof. 
So quench your fire then on my cheeks of alabaster.
No, Amarel, he said, I fooled you with this spoof.

Lees verder >>

Window of my eyes

Constantijn Huygens over Jan Vos

Door Jos Joosten

Een tijdlang kende het het onderdeel literatuurgeschiedenis van de Nijmeegse Opleiding Nederlands een wat gecompliceerde opbouw, die onder meer behelsde dat je ook professioneel over de periodemuren mocht blikken. Ikzelf heb dat steeds reuze leuke en leerzame colleges gevonden om te geven. Zo mocht ik onder andere een college wijden aan de zeventiende-eeuwse dichter Jan Vos. 

Lees verder >>

J.W.P. [v.] D[AM] (?): To the East-India Company

Nederlandse sonnetten voor de Engelssprekende wereld (3)

Door Cornelis W. Schoneveld

? J.W.P. [v.] D[AM] (1621-1706)   

You, wealthy Folk, with cinnamons and ointments healing, 
Pearls, precious stones, and other valuables in clove,
Spread through the East, do prove the power you love,
Warehouses stacking to the full, by your wide dealing:

Now does the Briton false, intent on robbing, stealing,
Make a demand, which rightly you denied, by which he strove
To dress his naked Majesty with all your treasure trove,
So as to be th’ Ocean’s Master-in-command in feeling.

If you concede his thrift, his thirst for gold, right now,
Though still a calf, next year he’ll claim to be the cow; 
Then who can stop the wish of empty entrails wailing?

Give rather ships, crew, arms, and shot, for him to indulge.
The famished Beast will then, while soon the sails will bulge,
Fill up his famished paunch till, bursting, it’s derailing.

Lees verder >>

Een goudmijn in de Kunstberg

Door Ton Harmsen

Het is de droom van iedere onderzoeker: spectaculair materiaal vinden dat nog door niemand bekeken is. Wat de zeventiende-eeuwse Nederlandse letterkunde aangaat is dat niet eens zo moeilijk, maar als je een hele stapel toneelstukken vindt die nergens beschreven zijn is dat toch een groot feest.

Onlangs verscheen in de Koninklijke Bibliotheek Brussel, op de Kunstberg, de jongste aflevering van In monte artium. Dat tijdschrift, een schat aan artikelen over het rijke bezit van de Bibliothèque Royale de Bruxelles, is te koop bij Uitgeverij Brepols en in de winkel van de KBB, en bovendien stelt Brepols het via het internet in pdf-vorm aan iedereen kosteloos beschikbaar. Het veelzijdige jongste nummer staat vol met lezenswaardige artikelen; Michiel Verweij bespreekt vijftiende-eeuwse privécollecties die in de KB-Brussel terecht zijn gekomen, vanuit de vraag of zij nog laat-middeleeuws of reeds vroeg-humanistisch zijn. Voor neerlandici bijzonder relevant is de beschouwing van Johanna Ferket en Bram Caers over de toneelmanuscripten in de KB-Brussel. Ferket (Universiteit Antwerpen) is specialist op het gebied van toneelliteratuur, zij publiceerde onder andere over maatschappijkritiek in zeventiende-eeuwse kluchten. Caers (Universiteit Leiden) is codicoloog, hij doet onderzoek naar zestiende-eeuwse manuscripten over politieke gebeurtenissen.

Lees verder >>

‘Naömi’ (1828)

Jeugdverhalen over joden (76)

Door Ewoud Sanders

Links: Charles Benjamin Tayler, rechts: Anna Maria Moens. Bronnen: The British Museum en Huygens ING.

Auteur: Charles Benjamin Tayler (1797-1875)
Uit het Engels vertaald door Anna Maria Moens (1777-1832)

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Naömi’ is een verhaal in de bundel Mogt het U behagen!, of Belangrijke tafereelen geschetst door een’ landprediker (1828). Het gaat om een vertaling van May you like it, by a country curate uit 1822. Dit is het (anonieme) debuut van de Britse dominee en jeugdboekenschrijver Charles Benjamin Tayler. De bundel bevat nog acht andere verhalen. ‘I have purposely interwoven Religion with every Tale’, aldus Tayler in zijn voorwoord, dat overigens niet in de Nederlandse editie is overgenomen.

Lees verder >>

Call for Papers: Jaarcongres Werkgroep Zeventiende Eeuw

De culturele dimensie van de Nederlandse expansie overzee

Universiteit Utrecht, vrijdag 28 augustus 2020

“Het is alleen gelt en geen wetenschap die onse luyden soeken aldaer [in Indië], ’t gunt is te beklagen”, treurde de Amsterdamse burgemeester en VOC-bestuurder Nicolaes Witsen in 1712. De Nederlandse handelscompagnieën staan om veel bekend, maar niet om hun interesse in cultuur. Zo merkte niet een van de VOC-dienaren op dat zich op Java de grootste Boeddhistische tempel ter wereld bevindt (de Borobudur), en duurde het tot 1814 voordat deze werd herontdekt (door de Engelsen). Evenmin ambieerden Nederlandse dichters een navolging van de epische lofzang door Luís de Camões op de Portugese wereldwijde zeevaart. De Nederlandse expansie had een aantoonbare invloed op natuurwetenschap en geneeskunde, zoals Harold Cook aantoonde in Matters of Exchange: Commerce, Medicine, and Science in the Dutch Golden Age (2007). Maar wat waren de gevolgen – als die er al waren – voor cultuur en geesteswetenschappen?

Lees verder >>

3 t/m 5 januari 2020, Amsterdam: Gijsbreght van Aemstel

Voor het derde jaar op rij opent Theater Kwast het jaar met Vondels Gijsbreght van Aemstel, van 3 t/m 5 januari 2020. Voor het derde jaar op rij is er weer van alles aan toegevoegd en veranderd. Zo spreekt dit jaar voor het eerst Bisschop Gozewijn zijn legendarische alexandrijnen, keert de Viola de Gamba na dik twee eeuwen terug in Vondels Schouburgh op de Keizersgracht en zijn de kostuums die Rembrandt in 1638 in vlugge schetsen op papier zetten verder gereconstrueerd. Daarnaast maken ook Thomasvaer en Pieternel weer hun opwachting met een gloednieuwe nieuwjaarswensch van de hand van Ivo de Wijs en Pieter Nieuwint en maakt het publiek dit jaar een andere route door de resten van de Schouburgh –tegenwoordig het chique Hotel the Dylan-  waar het stuk op 3 januari 1638 in première ging.

Lees verder >>

Het oudste Sinterklaasverlanglijstje

Door Ton Harmsen

Jan Steen schildert voor ons een pakjesavond met vreugde en verdriet, maar Sinterklaasgedichten zoals wij die kennen, met grappige cadeau-aanbiedingen en plagerige opmerkingen waren er in de zeventiende eeuw nog niet. De zeer schaarse Sint-Nicolaasgedichten gaan niet over geschenken, maar over huwelijksaanzoeken. De heilige Nicolaus heeft ooit aan drie arme meisjes een bruidsschat gegeven – of eigenlijk: naar binnen gestrooid – om hen van de prostitutie te redden en daarom is de ‘koekvrijer’ een populaire speculaaspop. Aan de gegevens die Schotel daarover publiceerde in zijn Het Oud-Hollandsch huisgezin der zeventiende eeuw van 1867 valt weinig toe te voegen. Des te mooier is het dat er wel een soort verlanglijstje uit 1631 bewaard is. Een inventaris van Sinterklaasgeschenken, die een idee geeft van wat kinderen toen in hun schoen kregen — de Intertoysfolder van vier eeuwen geleden.

Lees verder >>

De rede: bron van geluk voor iedereen

Door Olga van Marion en Ton van der Wouden

Adriaan Koerbagh (1633-1669) is wel de best bestudeerde onbekende Nederlandse filosoof van de vroege Verlichting. Binnen de kring rond Spinoza was hij misschien niet de meest genuanceerde, maar wel de moedigste. Zo schreef Koerbagh bewust in het Nederlands en wilde hij zijn filosofie delen met een groot publiek. In zijn woordenboek Bloemhof uit 1668 gaf hij een vrijmoedige uitleg van allerlei vaktechnische termen en leenwoorden, waaronder bijbelse begrippen.

Lees verder >>

Te verschijnen: De rede, bron van geluk voor iedereen, over Adriaan Koerbagh

Verschijnt 15 november

(Persbericht Vantilt)

Filosoof Hannah Laurens belicht in De rede, bron van geluk voor iedereen het denken van Adriaan Koerbagh, een ‘vergeten’ radicale verlichtingsfilosoof en vriend en tijdgenoot van Spinoza. Het boek verschijnt bij een tentoonstelling over Koerbaghs leven en denken, die op 15 november opent in Het Spinozahuis in Rijnsburg. Boek en tentoonstelling eren hiermee de arts en jurist die 350 jaar geleden jammerlijk stierf in een Amsterdams tuchthuis vanwege zijn ‘godslasterlijke’ geschriften. Laurens is ook de samensteller van de tentoonstelling. Lees verder >>

A recently-discovered translation from Dutch to Siraya

Door Christopher Joby

It’s not often in one’s career that one comes across a book or manuscript that has lain ‘hidden’ for several hundred years, but by chance this happened to me recently. In Amsterdam in 1661, the Dutch missionary Daniël Gravius published a volume comprising his translations of the Gospels of St. Matthew and St. John in the Formosan language, Siraya, a member of the broader Austronesian family of languages. Until recently, it was thought that only the translation of the Gospel of St. Matthew had survived. However, I recently identified a copy of the 1661 publication which contains both Gospel translations. The Gospel of St. John differs from that of St. Matthew in several respects and will therefore allow scholars in this field to increase their knowledge of this language, which became extinct in the nineteenth century. Hopefully, it will also add to our knowledge of the history of Austronesian or Formosan languages in Taiwan and Austronesian languages more generally.

Lees verder >>

Jan, de zoon van Marten en Oopjen

Door Marja Geesink

De herdenking van het 350ste sterfjaar van Rembrandt wordt in Leiden gevierd met een tentoonstelling over de jonge Rembrandt in de Lakenhal vanaf 2 november. De universiteit van Leiden doet dit o.a. met het ophangen van Marten Soolmans’ portret aan de gevel van het Kamerlingh Onnes Gebouw van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. 

Het dubbelportret van Marten en Oopjen uit 1634 toont Marten Soolmans (1613-1641) en Oopjen Coppit (1611-1689). Zij kregen drie kinderen, van wie alleen de middelste, Jan, langer dan twee jaar zou blijven leven. Jan (1636-1691) zou 55 jaar worden. En toneelauteur.

Lees verder >>