Tag: 17e eeuw

Vondels Kerstnacht: schooner dan de daegen en zo verschrikkelijk

La strage degli innocenti door Matteo di Giovanni. Napels Museo di Capodimonte

Door Ton Harmsen

Traditioneel zijn de laatste tien dagen van het jaar aan De Avonden gewijd, maar in de Kerstnacht gonst toch vooral de ‘Rey van Klaerissen‘ uit de Gysbreght door het hoofd. Een paar jaar geleden ging het gerucht dat men de Gysbreght zou opvoeren in een aan de hedendaagse smaak aangepaste versie, dat wil zeggen dat het zinloze geweld in volle glorie vertoond zou worden, maar dat een tekstschrijver de vier reien zou vervangen. Daarmee zou men het publiek vier hoogtepunten uit de literatuur onthouden. De reien in de Gysbreght zijn wonderschone lyriek. Ook al zijn ze geschreven voor publiek dat een andere taal sprak dan wij en op de hoogte was van enkele zaken die niet iedereen nog kent, met de toelichting van de WB-editie of van de uitgave van Mieke Smits – beide in de schatkamers van onze DBNL – en met een beetje leestechniek zijn Vondels reien een indrukwekkende ervaring.

In de ‘Rey van Klaerissen’, die het derde bedrijf afsluit, spelen twee personen een rol: Herodes en Rachel. Herodes is de onderkoning die toestemming gaf Jezus aan het kruis te nagelen, maar zover is het nog niet: hij is ook de kindermoordenaar van Bethlehem. Rachel is de aartsmoeder van het Joodse volk, de moeder van Jozef over wie Vondel drie tragedies schreef: Jozef in Dothan, Sophompaneas en Jozef in Egypte. Zij ligt begraven in Bethlehem. Als moeder en lokale heilige is zij de aangewezen persoon om het verdriet over de dode kinderen in het gedicht te symboliseren. Vondel verzint het niet zelf: Mattheus 2 zegt ‘Rachel beweende haer kinderen.’

Lees verder >>

Frank Willaert leest de Rey van Klaerissen

Door Frank Willaert

Vondels ‘Rey van Klaerissen’, met het beroemde beginvers ‘O Kerstnacht schooner dan de daegen’, komt voor aan het eind van het derde bedrijf van zijn Gysbreght van Aemstel. Dat stuk was bedoeld om op Tweede Kerstdag 1637 te worden opgevoerd ter gelegenheid van de inwijding van de Amsterdamse Schouwburg aan de Keizersgracht.

Lees verder >>

La Farinella, travestie à la Bolognese op het Amsterdamse toneel

Door Ton Harmsen

Lelio en Ardelia willen trouwen. Een lid van de rederijkerskamer In liefde bloeyende zet hun geschiedenis in 1629 op de planken. Het verhaal is komisch genoeg voor een klucht, de uitwerking is gevarieerd genoeg voor een blijspel, dus hij noemt zijn toneelstuk Kluchtighe comedie van Ardelia en Flavioos vryagie. Een merkwaardige titel, meer voor de hand zou liggen vryagie van Ardelia en Lelio: Flavio is Lelio’s boezemvriend die hem met raad en daad bijstaat, een essentiële maar niet de hoofdrol. Flavio is ook verliefd, op Silvia, maar haar persoon speelt een nog kleinere rol. Ardelia en Lelio was dus een betere titel geweest.

Het toneel is in Bologna. Lelio vertelt Flavio dat zijn vader Zenobio het huwelijk met Ardelia dwarsboomt, en hem daarom voor drie jaar naar de Universiteit van Padua stuurt. Omdat Flavio van plan was op dezelfde dag als Lelio te trouwen gooit deze ontwikkeling hun beider glazen in. Flavio bedenkt een plan. Lelio is een gehoorzame zoon, hij laat zich niet gemakkelijk door zijn vriend overreden, maar diens list is te aantrekkelijk om het niet te proberen.

Lees verder >>

Bredero in Brussel

Door Ton Harmsen

Als wij een boek cadeau geven kunnen we voorin een opdracht schrijven: ‘Ter Herinnering aan deze mooie dag, Tonny. Je Opa. – 10 October 1955’. In de zeventiende eeuw kocht men het boek apart van de band, en dat bood zelfs de gelegenheid er katernen bij te laten binden met tekst van eigen maaksel. Dergelijke handschriftelijke invoegingen geven het boek een persoonlijke toon. Een dichtbundel waar een jongeman gedichten bij schrijft voor zijn beminde is altijd een feest om te zien.

In Parijs vond ik een dergelijk exemplaar van Bredero’s Groot lied-boeck. Ook in Brussel zag ik een handgeschreven opdracht, in de bundel gedichten en liederen Apollo of ghesangh der Musen. Daar is een manuscript met tien pagina’s poëzie bij ingebonden. Ook hier een vleiende opdracht, in dit geval aan mejoffer Diewertje of Dieweria Cops. Het Parijse handschrift bevat na het gedicht met de opdracht aan Eva Roch een bloemlezing uit bestaande poëzie, in het Brusselse handschrift volgen op de opdracht vier gedichten die de schenker zelf maakte. In beide gevallen illustreert het de zeventiende-eeuwse gewoonte liedboeken en gedichtenbundels cadeau te geven aan een geliefde – het lezen van de gedichten kan Cupido een handje helpen. Eva Roch en Diewertje Cops komen uit de kringen van welgestelde burgers. Een van de zestiende-eeuwse Amsterdamse burgemeesters is Symon Claesz. Cops; of Diewertje familie van hem is weet ik niet. Misschien is zij helemaal geen Amsterdamse: een van de gedichten gaat over een Amsterdamse student die in Leiden op slag verliefd wordt. In plaats van te studeren.

Lees verder >>

Een nieuw leerboek over onderzoeksvaardigheden in de letteren en de boekgeschiedenis

Door Ton Harmsen

Ik weet nog goed hoe ik voor het eerst door Bert van Selm werd meegenomen naar de UB van Amsterdam. Ik voelde me daar als een kat in een vreemd pakhuis, maar Bert toonde me enthousiast als altijd een aantal kaartenbakken die zouden leiden tot het Walhalla. Ik weet ook nog hoe ik teleurgesteld naar huis ging: dat soort boeken hadden wij in Leiden ook, wat moest ik dan aan het Singel? Maar al spoedig kon ik voor mijn doctoraalscriptie niet meer zonder de kaartenbakken van de UB-Amsterdam, de KB-Den Haag en na enige tijd zelfs de UB-Leuven en de KB-Brussel. Van Selm kon ook eindeloos vertellen over zijn bezoeken aan de Bibliotheca Augusta in Wolffenbüttel en toen ik een semester in Napels doceerde was mijn lievelingsplaats al spoedig de Biblioteca in het Palazzo Reale.

Neerlandistisch onderzoek speelt zich af over de hele wereld. In Petersburg houdt Irina Michajlova van de Beatrijs en vertaalt zij Gorter – zij heeft ook een schat aan zeventiende-eeuwse Nederlandse boeken onder handbereik, waaronder talrijke unica, in de Openbare Staatsbibliotheek Saltykov-Shchedrin. Dat is maar één van de vele voorbeelden. Een onderzoeker moet niet bang zijn – in onze tijd wel uiterst voorzichtig – te reizen. Ik had mijn mentor in Bert van Selm, het is het vuur dat een ervaren docent in jonge onderzoekers opwekt en aanwakkert.

Lees verder >>

Een poëticaal afscheidsgedicht van Jan Six van Chandelier

door Riet Schenkeveld- van der Dussen

In het voorjaar van 1649 vertrok Six, koopman in drogerijen, voor een handelsreis naar Spanje en Italië. Bij wijze van afscheid schreef hij het gedicht ‘Fooi’ – dat betekent afscheidsfeest, afscheidsdronk. Het is een Pindarische ode met twee maal drie strofen ‘Keer’, ‘Tegenkeer’ en ‘Toesangh’. In de eerste ‘Keer’ beschrijft hij hoe hij vanuit het Oost-Indisch huis een voorraad ‘Katsjou’ geleverd kreeg. Hij beschrijft dat spul als een bol van een bepaald soort farmaceutische aarde, met een bittere verbrande korst, en van binnen wit-geel en zoet van smaak.

Lees verder >>

Van zolderkamer tot schouwburgzaal. Receptie en opvoeringspraktijk van Samuel van Hoogstratens Dieryk en Dorothé, of de verlossing van Dordrecht (1666)


Trompe l’oeil van Van Hoogstraten. Op de omslag van het rode boek zijn de woorden ‘Dorothee’ en ‘treurspel’ te lezen. Karlsruhe, Staatliche Kunsthalle

Door Patrick van ’t Hof

Wie wel eens iets over de zeventiende-eeuwse Dordtse schilder-schrijver Samuel van Hoogstraten (1627-1678) gelezen of gehoord heeft, kent misschien zijn gewoonte wel om zijn schildersleerlingen toneelstukken te laten opvoeren op de zolder van zijn atelier. Op die manier konden ze bepaalde schaduwen en lichaamshoudingen bestuderen en zo hun schilderstechnieken ontwikkelen. Toneel zou voor Van Hoogstraten dan ook grotendeels in dienst van de schilderkunst gestaan hebben – zo is in de vakliteratuur althans meerdere malen beweerd. Zijn leerlng en biograaf Arnold Houbraken (1660-1719) beschreef hoe de zolderopvoeringen eraan toegingen. Van Hoogstraten koos zijn beste leerlingen uit, gaf ze een toneelstuk en liet ze voor publiek optreden: 

Lees verder >>

In memoriam Mieke B. Smits- Veldt (11 juli 1936-21 augustus 2020)

Door Riet Schenkeveld- van der Dussen

In 1986 kwam Mieke Smits de Neerlandistiek binnenstormen met een omvangrijk proefschrift (504 blz.)  Samuel Coster, Ethicus-Didacticus. Zoals ze in haar woord vooraf vertelt, vond de conceptie ervan plaats in 1979 en het boek is dus binnen zeven jaar ontstaan. Het bood een grondige studie van persoon en werk van de arts, toneelschrijver en organisator Coster. Nog belangrijker en stimulerender was haar vernieuwende kijk op de belerende aard van het vroege renaissance-toneel en de functie die de personages daarin vervulden, waarbij de lering het won van de karaktertekening. 

Ruim dertig jaar later, in 2008, sloot ze haar loopbaan af met Een nieuw vaderland voor de muzen, in samenwerking met Karel Porteman. De beide auteurs hebben wel eens uitgerekend dat ze, zonder daar speciaal op gemikt te hebben,  precies evenveel tekst hadden geschreven, dat was dus voor Mieke de helft van 1054, te weten 527 bladzijden, waarmee ze haar proefschrift in omvang dus nog overtrof. In dat rijke boek wordt de Renaissance-literatuur in den brede van het begin in 1560 tot het eind van de 18de eeuw behandeld, met een verbazingwekkende grondigheid en ongelofelijke kennis van de secundaire studies. Een standaardwerk dat het nog lang zal uithouden.

Lees verder >>

Dieryk en Dorothé: Samuel van Hoogstraten schildert de verlossing van Dordrecht in verzen

Door Patrick van ’t Hof

Wie de wereld wil kunnen schilderen, moet alles van de wereld afweten. Dat schrijft de Dordtse schilder-schrijver Samuel van Hoogstraten (1627-1678) zo ongeveer in zijn traktaat Inleyding tot de hooge schoole der schilderkonst: anders de zichtbaere werelt (1678). In zijn ogen kliederen de meeste schilders maar wat aan, zonder eens te weeten dat deeze konst de geheele Zichtbaere Wereld behelsde; en dat ’er naulijx eenige konst of weetenschap is, daer een Schilder onkundig in behoorde te zijn (**2v). 

Zelf was de Dordtenaar dan ook een schaap met vijf poten. Zo is hij onder meer bekend als schilder van portretten, perspectiefkasten en trompe l’oeil-schilderijen. Daarnaast schreef hij een schilderstraktaat, vertaalde hij een boek met gedragsregels voor aan het hof en is hij, afhankelijk van de gehanteerde definitie, de schrijver van de eerste Nederlandstalige roman (Schoone Roseliin of, de getrouwe liefde van Panthus, 1650). Al deze aspecten van Van Hoogstratens carrière komen aan bod in de bundel The universal art of Samuel van Hoogstraten (1627-1678), gepubliceerd in 2013. Eén facet van het oeuvre van de Dordtse schilder-schrijver wordt in dit werk niet besproken: Van Hoogstratens toneelstukken. Met zijn treurspel Dieryk en Dorothé, of de verlossing van Dordrecht (1666) laat hij echter zien dat hij óók de werkwijze goed beheerste die men in de zeventiende eeuw hanteerde bij het schrijven van tragedies.

Lees verder >>

Nil Volentibus Arduum: vijf huwelijken, zes getuigen

Door Ton Harmsen

Op het toneel is dramatische ironie een plezier voor de toeschouwer. Als Gysbreght denkt dat het hemelse gerecht zich heeft ontfermd over hem en zijn benauwde veste weten wij dat het Trojaanse turfschip voor de poort ligt te wachten. De toeschouwer heeft een voorsprong op het personage. Het omgekeerde is een spannende ervaring: een speler doet of zegt iets dat de toeschouwer absurd en krankzinnig voorkomt, maar het blijkt een geniale zet te zijn. Dit doet zich voor in De wanhébbelyke liefde, een originele klucht die het Amsterdamse kunstgenootschap Nil Volentibus Arduum in 1678 op de planken bracht. Een bekend motief in kluchten is dat een jongen en een meisje op elkaar verliefd worden tot ontzetting van de wederzijdse ouders; zijn knecht en haar dienstmaagd bedenken dan een riskant plan dat goed uitpakt en tot slot treden niet alleen de geliefden maar ook de bediendes in het huwelijk. Er zijn allerlei varianten, maar in dit stuk gaat het anders.

Het begint zo gewoon: Hendrik en Lucia zijn verliefd, maar haar moeder (Geertruij, een weduwe) verbiedt Lucia met Hendrik te trouwen, anders onterft ze haar. Hendrik wil nu dat zijn vader (Joost, een weduwnaar) zijn zaak bij Geertruij gaat bepleiten. Als Hendrik uitlegt dat Lucia’s moeder haar niets wil meegeven, vat Joost dat onbekommerd op, maar als hij geïnformeerd is over Lucia’s vaderlijk erfdeel begint hij te steigeren. In zijn Hollandse zuinigheid is hij zeer op een bruidsschat gesteld, en tot zijn ontzetting blijkt dat de onwillige weduwe op huwelijkse voorwaarden met een arme knecht getrouwd was:

Lees verder >>

10 oktober 2020, online: Symposium ‘In de geest van Stevin’

26e symposium van de NVvW werkgroep Geschiedenis

Met dit thema vragen we aandacht voor de rijke nalatenschap van Simon Stevin, die 400 jaar geleden overleed. Stevin hield zich met veel verschillende onderwerpen bezig, zowel theoretisch als in de praktijk: technologie, wiskunde, mechanica, boekhouden, economie, onderwijs, taal, oorlogsvoering, perspectief in afbeeldingen, muziek,…… De nieuwe vorm van het symposium, online en met vooraf en tijdens meer gelegenheid voor inbreng van de deelnemers, is ook in de geest van Stevin. Hij was immers geïnteresseerd in technologische en andere vernieuwingen, al naar gelang de omstandigheden daartoe uitnodigden.

Lees verder >>

Salomon de dwaze koning

Door Ton Harmsen

Guilliam van Nieuwelandts conclusie over de eeuwige glorie van koning Salomon staat haaks op die van Vondels Salomon (1648). Deze tragedie behandelt de enige passage uit Salomons leven die Van Nieuwelandt buiten beschouwing laat: zijn oude dag, in de bijbel in besmuikte termen beschreven in het elfde hoofdstuk van I Koningen. ‘Quantum mutatus ab illo’, citeert Vondel Vergilius Aeneis 2, 274 op de titelpagina – ‘wat een verschil met vroeger’.

Vondel draagt het stuk op aan Justus Baeck, wiens vader Laurens hem in 1625 een schuilplaats bood toen Vondels arrestatie dreigde op grond van de Palamedes. De opdrachtsvoorrede begint met een afbakening:

Ick brenge nu Koning Salomon op het heiligh tooneel; niet gelijck hy den beloofden Messias in zijne heerlijckheit uitbeelde, maer [zoals hij] uit zijnen geluckigen staet in den poel der afgoderye komt te verzincken.

(Vondels ellips van ‘gelijck hy’ is een stilistisch hoogstandje, maar voor het gemak vul ik hem even in.)

Lees verder >>

Salomon de wijze koning

Door Ton Harmsen

Eindeloos veel pastoors, dominees, leraren, kunstenaars, vaders en moeders hebben het verhaal van het salomonsoordeel verteld. Het is een van de meest aansprekende verhalen uit de Bijbel, een tikje gruwelijk en ook een beetje gewaagd omdat het over twee prostituées gaat. Maar ook als je dat er niet bij vertelt kan je er een spannend verhaal van maken.

Het gebeuren staat in I Koningen 3. De wijze koning Salomon beslist een twist tussen twee hoeren, samen in een huis en allebei pas moeder geworden. Als het kind van de ene sterft steelt zij dat van de andere, en dat leidt tot slaande ruzie. Ondervraging levert geen uitsluitsel. Salomon lost dit op door bevel te geven de baby met een zwaard doormidden te snijden en ieder van de ruziemaaksters de helft te geven.

Lees verder >>

Warenar vs. 1254 – 1256 opnieuw geïnterpreteerd

Door Renaat Gaspar

Over de Warenar van P.C. Hooft is niet weinig geschreven, onder meer in de verschillende literatuurgeschiedenissen en in de inleidingen op de tekstuitgaven van dit veelgeroemde blijspel. Het ontbreken van specifieke regieaanwijzingen van de auteur over mime, mine, pose of dictie van de spelers heeft in de hand gewerkt, dat in de verklarende noten niet zelden een eigen interpretatie aan de tekst is gegeven.

Lees verder >>

P.C. Hooft: Achilles en Polyxena

Door Theater Kwast

Wat stemt dit weemoedig….Met een rumoerig publiek in de ridderzaal van Kasteel Muiderslot om een stuk van P.C. Hooft te spelen… Terwijl we bezig zijn met plannen maken voor seizoen 2020/21, kwamen we deze intergrale registratie tegen, die wij eigenlijk ook vergeten waren. Achilles en Polyxena.. een matig stuk op papier, bleek op 16 maart 2017 een heerlijk stuk om te spelen. Wat was die Hooft toch goed….(en wat laat de videokwaliteit dan te wensen over..)

(Bekijk deze video op YouTube)

Het Wilhelmus – leer alles over het Nederlandse volkslied

Nederland heeft misschien wel het oudste volkslied ter wereld: het Wilhelmus. Sinds ongeveer 1570 wordt het gezongen, tegenwoordig vooral bij sportwedstrijden en op Koningsdag. Maar hoe klonk dit lied 450 jaar geleden? En zingen we nog wel hetzelfde? De tekst van het Wilhelmus gaat over heel veel onderwerpen, zoals religie, oorlog en leiderschap. We bekijken de tekst meer in detail op één van die onderwerpen, namelijk leiderschap. Het Wilhelmus had 450 jaar geleden dezelfde functie als veel sociale media nu. Dit lied moest Willem van Oranje aan ‘volgers’ in de Opstand tegen de Spaanse koning helpen. Maar hoe?

Lees verder >>

Het lijden van Christus

Door Jos Joosten

Wanneer wij vroeger als kind over een kleinigheidje jammerden of klaagden, had mijn vader nog weleens als reactie: ‘Ach, onsliefheertje heeft zoveel geleden!’. Het was een evidente dooddoener die hij ongetwijfeld ook weer uit zijn jeugd had meegenomen. Maar ook (of: zelfs juist) zo’n dooddoener geeft allicht aan hoe diepgeworteld het besef en meevoelen met de lijdende Christus wortelt bij de gelovige mens.

Lees verder >>

Lucas Schermer (1688-1711): Sonnet on Amarel

Nederlandse sonnetten voor de Engelssprekende wereld (5)

Schilderij: Gerard van Honthorst, Wikipedia

Door Cornelis W. Schoneveld

Close to the water of a fountain streaming
Sat in the shade of trees the beauteous Amarel,
Who lapped the flowing crystal water from a shell;
Her face had Coridon with fiery sparkles teeming: 

He sighed, O beauty! must I endlessly be dreaming 
Of comradeship; and will it ever turn out well,
That you, with all this hate, will quench my fire, and quell
My love ache, thus your old dislike of me redeeming?

Your sorrow, my sweet Coridon, has run its course!
Said Amarel: sit down near this pure silver source,
Receive my love with all the kisses I can master,

I tested just you faith, and you are quite foolproof. 
So quench your fire then on my cheeks of alabaster.
No, Amarel, he said, I fooled you with this spoof.

Lees verder >>

Window of my eyes

Constantijn Huygens over Jan Vos

Door Jos Joosten

Een tijdlang kende het het onderdeel literatuurgeschiedenis van de Nijmeegse Opleiding Nederlands een wat gecompliceerde opbouw, die onder meer behelsde dat je ook professioneel over de periodemuren mocht blikken. Ikzelf heb dat steeds reuze leuke en leerzame colleges gevonden om te geven. Zo mocht ik onder andere een college wijden aan de zeventiende-eeuwse dichter Jan Vos. 

Lees verder >>

J.W.P. [v.] D[AM] (?): To the East-India Company

Nederlandse sonnetten voor de Engelssprekende wereld (3)

Door Cornelis W. Schoneveld

? J.W.P. [v.] D[AM] (1621-1706)   

You, wealthy Folk, with cinnamons and ointments healing, 
Pearls, precious stones, and other valuables in clove,
Spread through the East, do prove the power you love,
Warehouses stacking to the full, by your wide dealing:

Now does the Briton false, intent on robbing, stealing,
Make a demand, which rightly you denied, by which he strove
To dress his naked Majesty with all your treasure trove,
So as to be th’ Ocean’s Master-in-command in feeling.

If you concede his thrift, his thirst for gold, right now,
Though still a calf, next year he’ll claim to be the cow; 
Then who can stop the wish of empty entrails wailing?

Give rather ships, crew, arms, and shot, for him to indulge.
The famished Beast will then, while soon the sails will bulge,
Fill up his famished paunch till, bursting, it’s derailing.

Lees verder >>

Een goudmijn in de Kunstberg

Door Ton Harmsen

Het is de droom van iedere onderzoeker: spectaculair materiaal vinden dat nog door niemand bekeken is. Wat de zeventiende-eeuwse Nederlandse letterkunde aangaat is dat niet eens zo moeilijk, maar als je een hele stapel toneelstukken vindt die nergens beschreven zijn is dat toch een groot feest.

Onlangs verscheen in de Koninklijke Bibliotheek Brussel, op de Kunstberg, de jongste aflevering van In monte artium. Dat tijdschrift, een schat aan artikelen over het rijke bezit van de Bibliothèque Royale de Bruxelles, is te koop bij Uitgeverij Brepols en in de winkel van de KBB, en bovendien stelt Brepols het via het internet in pdf-vorm aan iedereen kosteloos beschikbaar. Het veelzijdige jongste nummer staat vol met lezenswaardige artikelen; Michiel Verweij bespreekt vijftiende-eeuwse privécollecties die in de KB-Brussel terecht zijn gekomen, vanuit de vraag of zij nog laat-middeleeuws of reeds vroeg-humanistisch zijn. Voor neerlandici bijzonder relevant is de beschouwing van Johanna Ferket en Bram Caers over de toneelmanuscripten in de KB-Brussel. Ferket (Universiteit Antwerpen) is specialist op het gebied van toneelliteratuur, zij publiceerde onder andere over maatschappijkritiek in zeventiende-eeuwse kluchten. Caers (Universiteit Leiden) is codicoloog, hij doet onderzoek naar zestiende-eeuwse manuscripten over politieke gebeurtenissen.

Lees verder >>

‘Naömi’ (1828)

Jeugdverhalen over joden (76)

Door Ewoud Sanders

Links: Charles Benjamin Tayler, rechts: Anna Maria Moens. Bronnen: The British Museum en Huygens ING.

Auteur: Charles Benjamin Tayler (1797-1875)
Uit het Engels vertaald door Anna Maria Moens (1777-1832)

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Naömi’ is een verhaal in de bundel Mogt het U behagen!, of Belangrijke tafereelen geschetst door een’ landprediker (1828). Het gaat om een vertaling van May you like it, by a country curate uit 1822. Dit is het (anonieme) debuut van de Britse dominee en jeugdboekenschrijver Charles Benjamin Tayler. De bundel bevat nog acht andere verhalen. ‘I have purposely interwoven Religion with every Tale’, aldus Tayler in zijn voorwoord, dat overigens niet in de Nederlandse editie is overgenomen.

Lees verder >>

Call for Papers: Jaarcongres Werkgroep Zeventiende Eeuw

De culturele dimensie van de Nederlandse expansie overzee

Universiteit Utrecht, vrijdag 28 augustus 2020

“Het is alleen gelt en geen wetenschap die onse luyden soeken aldaer [in Indië], ’t gunt is te beklagen”, treurde de Amsterdamse burgemeester en VOC-bestuurder Nicolaes Witsen in 1712. De Nederlandse handelscompagnieën staan om veel bekend, maar niet om hun interesse in cultuur. Zo merkte niet een van de VOC-dienaren op dat zich op Java de grootste Boeddhistische tempel ter wereld bevindt (de Borobudur), en duurde het tot 1814 voordat deze werd herontdekt (door de Engelsen). Evenmin ambieerden Nederlandse dichters een navolging van de epische lofzang door Luís de Camões op de Portugese wereldwijde zeevaart. De Nederlandse expansie had een aantoonbare invloed op natuurwetenschap en geneeskunde, zoals Harold Cook aantoonde in Matters of Exchange: Commerce, Medicine, and Science in the Dutch Golden Age (2007). Maar wat waren de gevolgen – als die er al waren – voor cultuur en geesteswetenschappen?

Lees verder >>

3 t/m 5 januari 2020, Amsterdam: Gijsbreght van Aemstel

Voor het derde jaar op rij opent Theater Kwast het jaar met Vondels Gijsbreght van Aemstel, van 3 t/m 5 januari 2020. Voor het derde jaar op rij is er weer van alles aan toegevoegd en veranderd. Zo spreekt dit jaar voor het eerst Bisschop Gozewijn zijn legendarische alexandrijnen, keert de Viola de Gamba na dik twee eeuwen terug in Vondels Schouburgh op de Keizersgracht en zijn de kostuums die Rembrandt in 1638 in vlugge schetsen op papier zetten verder gereconstrueerd. Daarnaast maken ook Thomasvaer en Pieternel weer hun opwachting met een gloednieuwe nieuwjaarswensch van de hand van Ivo de Wijs en Pieter Nieuwint en maakt het publiek dit jaar een andere route door de resten van de Schouburgh –tegenwoordig het chique Hotel the Dylan-  waar het stuk op 3 januari 1638 in première ging.

Lees verder >>