Tag: 17e eeuw

P.C. Hooft: Achilles en Polyxena

Door Theater Kwast

Wat stemt dit weemoedig….Met een rumoerig publiek in de ridderzaal van Kasteel Muiderslot om een stuk van P.C. Hooft te spelen… Terwijl we bezig zijn met plannen maken voor seizoen 2020/21, kwamen we deze intergrale registratie tegen, die wij eigenlijk ook vergeten waren. Achilles en Polyxena.. een matig stuk op papier, bleek op 16 maart 2017 een heerlijk stuk om te spelen. Wat was die Hooft toch goed….(en wat laat de videokwaliteit dan te wensen over..)

(Bekijk deze video op YouTube)

Het Wilhelmus – leer alles over het Nederlandse volkslied

Nederland heeft misschien wel het oudste volkslied ter wereld: het Wilhelmus. Sinds ongeveer 1570 wordt het gezongen, tegenwoordig vooral bij sportwedstrijden en op Koningsdag. Maar hoe klonk dit lied 450 jaar geleden? En zingen we nog wel hetzelfde? De tekst van het Wilhelmus gaat over heel veel onderwerpen, zoals religie, oorlog en leiderschap. We bekijken de tekst meer in detail op één van die onderwerpen, namelijk leiderschap. Het Wilhelmus had 450 jaar geleden dezelfde functie als veel sociale media nu. Dit lied moest Willem van Oranje aan ‘volgers’ in de Opstand tegen de Spaanse koning helpen. Maar hoe?

Lees verder >>

Het lijden van Christus

Door Jos Joosten

Wanneer wij vroeger als kind over een kleinigheidje jammerden of klaagden, had mijn vader nog weleens als reactie: ‘Ach, onsliefheertje heeft zoveel geleden!’. Het was een evidente dooddoener die hij ongetwijfeld ook weer uit zijn jeugd had meegenomen. Maar ook (of: zelfs juist) zo’n dooddoener geeft allicht aan hoe diepgeworteld het besef en meevoelen met de lijdende Christus wortelt bij de gelovige mens.

Lees verder >>

Lucas Schermer (1688-1711): Sonnet on Amarel

Nederlandse sonnetten voor de Engelssprekende wereld (5)

Schilderij: Gerard van Honthorst, Wikipedia

Door Cornelis W. Schoneveld

Close to the water of a fountain streaming
Sat in the shade of trees the beauteous Amarel,
Who lapped the flowing crystal water from a shell;
Her face had Coridon with fiery sparkles teeming: 

He sighed, O beauty! must I endlessly be dreaming 
Of comradeship; and will it ever turn out well,
That you, with all this hate, will quench my fire, and quell
My love ache, thus your old dislike of me redeeming?

Your sorrow, my sweet Coridon, has run its course!
Said Amarel: sit down near this pure silver source,
Receive my love with all the kisses I can master,

I tested just you faith, and you are quite foolproof. 
So quench your fire then on my cheeks of alabaster.
No, Amarel, he said, I fooled you with this spoof.

Lees verder >>

Window of my eyes

Constantijn Huygens over Jan Vos

Door Jos Joosten

Een tijdlang kende het het onderdeel literatuurgeschiedenis van de Nijmeegse Opleiding Nederlands een wat gecompliceerde opbouw, die onder meer behelsde dat je ook professioneel over de periodemuren mocht blikken. Ikzelf heb dat steeds reuze leuke en leerzame colleges gevonden om te geven. Zo mocht ik onder andere een college wijden aan de zeventiende-eeuwse dichter Jan Vos. 

Lees verder >>

J.W.P. [v.] D[AM] (?): To the East-India Company

Nederlandse sonnetten voor de Engelssprekende wereld (3)

Door Cornelis W. Schoneveld

? J.W.P. [v.] D[AM] (1621-1706)   

You, wealthy Folk, with cinnamons and ointments healing, 
Pearls, precious stones, and other valuables in clove,
Spread through the East, do prove the power you love,
Warehouses stacking to the full, by your wide dealing:

Now does the Briton false, intent on robbing, stealing,
Make a demand, which rightly you denied, by which he strove
To dress his naked Majesty with all your treasure trove,
So as to be th’ Ocean’s Master-in-command in feeling.

If you concede his thrift, his thirst for gold, right now,
Though still a calf, next year he’ll claim to be the cow; 
Then who can stop the wish of empty entrails wailing?

Give rather ships, crew, arms, and shot, for him to indulge.
The famished Beast will then, while soon the sails will bulge,
Fill up his famished paunch till, bursting, it’s derailing.

Lees verder >>

Een goudmijn in de Kunstberg

Door Ton Harmsen

Het is de droom van iedere onderzoeker: spectaculair materiaal vinden dat nog door niemand bekeken is. Wat de zeventiende-eeuwse Nederlandse letterkunde aangaat is dat niet eens zo moeilijk, maar als je een hele stapel toneelstukken vindt die nergens beschreven zijn is dat toch een groot feest.

Onlangs verscheen in de Koninklijke Bibliotheek Brussel, op de Kunstberg, de jongste aflevering van In monte artium. Dat tijdschrift, een schat aan artikelen over het rijke bezit van de Bibliothèque Royale de Bruxelles, is te koop bij Uitgeverij Brepols en in de winkel van de KBB, en bovendien stelt Brepols het via het internet in pdf-vorm aan iedereen kosteloos beschikbaar. Het veelzijdige jongste nummer staat vol met lezenswaardige artikelen; Michiel Verweij bespreekt vijftiende-eeuwse privécollecties die in de KB-Brussel terecht zijn gekomen, vanuit de vraag of zij nog laat-middeleeuws of reeds vroeg-humanistisch zijn. Voor neerlandici bijzonder relevant is de beschouwing van Johanna Ferket en Bram Caers over de toneelmanuscripten in de KB-Brussel. Ferket (Universiteit Antwerpen) is specialist op het gebied van toneelliteratuur, zij publiceerde onder andere over maatschappijkritiek in zeventiende-eeuwse kluchten. Caers (Universiteit Leiden) is codicoloog, hij doet onderzoek naar zestiende-eeuwse manuscripten over politieke gebeurtenissen.

Lees verder >>

‘Naömi’ (1828)

Jeugdverhalen over joden (76)

Door Ewoud Sanders

Links: Charles Benjamin Tayler, rechts: Anna Maria Moens. Bronnen: The British Museum en Huygens ING.

Auteur: Charles Benjamin Tayler (1797-1875)
Uit het Engels vertaald door Anna Maria Moens (1777-1832)

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Naömi’ is een verhaal in de bundel Mogt het U behagen!, of Belangrijke tafereelen geschetst door een’ landprediker (1828). Het gaat om een vertaling van May you like it, by a country curate uit 1822. Dit is het (anonieme) debuut van de Britse dominee en jeugdboekenschrijver Charles Benjamin Tayler. De bundel bevat nog acht andere verhalen. ‘I have purposely interwoven Religion with every Tale’, aldus Tayler in zijn voorwoord, dat overigens niet in de Nederlandse editie is overgenomen.

Lees verder >>

Call for Papers: Jaarcongres Werkgroep Zeventiende Eeuw

De culturele dimensie van de Nederlandse expansie overzee

Universiteit Utrecht, vrijdag 28 augustus 2020

“Het is alleen gelt en geen wetenschap die onse luyden soeken aldaer [in Indië], ’t gunt is te beklagen”, treurde de Amsterdamse burgemeester en VOC-bestuurder Nicolaes Witsen in 1712. De Nederlandse handelscompagnieën staan om veel bekend, maar niet om hun interesse in cultuur. Zo merkte niet een van de VOC-dienaren op dat zich op Java de grootste Boeddhistische tempel ter wereld bevindt (de Borobudur), en duurde het tot 1814 voordat deze werd herontdekt (door de Engelsen). Evenmin ambieerden Nederlandse dichters een navolging van de epische lofzang door Luís de Camões op de Portugese wereldwijde zeevaart. De Nederlandse expansie had een aantoonbare invloed op natuurwetenschap en geneeskunde, zoals Harold Cook aantoonde in Matters of Exchange: Commerce, Medicine, and Science in the Dutch Golden Age (2007). Maar wat waren de gevolgen – als die er al waren – voor cultuur en geesteswetenschappen?

Lees verder >>

3 t/m 5 januari 2020, Amsterdam: Gijsbreght van Aemstel

Voor het derde jaar op rij opent Theater Kwast het jaar met Vondels Gijsbreght van Aemstel, van 3 t/m 5 januari 2020. Voor het derde jaar op rij is er weer van alles aan toegevoegd en veranderd. Zo spreekt dit jaar voor het eerst Bisschop Gozewijn zijn legendarische alexandrijnen, keert de Viola de Gamba na dik twee eeuwen terug in Vondels Schouburgh op de Keizersgracht en zijn de kostuums die Rembrandt in 1638 in vlugge schetsen op papier zetten verder gereconstrueerd. Daarnaast maken ook Thomasvaer en Pieternel weer hun opwachting met een gloednieuwe nieuwjaarswensch van de hand van Ivo de Wijs en Pieter Nieuwint en maakt het publiek dit jaar een andere route door de resten van de Schouburgh –tegenwoordig het chique Hotel the Dylan-  waar het stuk op 3 januari 1638 in première ging.

Lees verder >>

Het oudste Sinterklaasverlanglijstje

Door Ton Harmsen

Jan Steen schildert voor ons een pakjesavond met vreugde en verdriet, maar Sinterklaasgedichten zoals wij die kennen, met grappige cadeau-aanbiedingen en plagerige opmerkingen waren er in de zeventiende eeuw nog niet. De zeer schaarse Sint-Nicolaasgedichten gaan niet over geschenken, maar over huwelijksaanzoeken. De heilige Nicolaus heeft ooit aan drie arme meisjes een bruidsschat gegeven – of eigenlijk: naar binnen gestrooid – om hen van de prostitutie te redden en daarom is de ‘koekvrijer’ een populaire speculaaspop. Aan de gegevens die Schotel daarover publiceerde in zijn Het Oud-Hollandsch huisgezin der zeventiende eeuw van 1867 valt weinig toe te voegen. Des te mooier is het dat er wel een soort verlanglijstje uit 1631 bewaard is. Een inventaris van Sinterklaasgeschenken, die een idee geeft van wat kinderen toen in hun schoen kregen — de Intertoysfolder van vier eeuwen geleden.

Lees verder >>

De rede: bron van geluk voor iedereen

Door Olga van Marion en Ton van der Wouden

Adriaan Koerbagh (1633-1669) is wel de best bestudeerde onbekende Nederlandse filosoof van de vroege Verlichting. Binnen de kring rond Spinoza was hij misschien niet de meest genuanceerde, maar wel de moedigste. Zo schreef Koerbagh bewust in het Nederlands en wilde hij zijn filosofie delen met een groot publiek. In zijn woordenboek Bloemhof uit 1668 gaf hij een vrijmoedige uitleg van allerlei vaktechnische termen en leenwoorden, waaronder bijbelse begrippen.

Lees verder >>

Te verschijnen: De rede, bron van geluk voor iedereen, over Adriaan Koerbagh

Verschijnt 15 november

(Persbericht Vantilt)

Filosoof Hannah Laurens belicht in De rede, bron van geluk voor iedereen het denken van Adriaan Koerbagh, een ‘vergeten’ radicale verlichtingsfilosoof en vriend en tijdgenoot van Spinoza. Het boek verschijnt bij een tentoonstelling over Koerbaghs leven en denken, die op 15 november opent in Het Spinozahuis in Rijnsburg. Boek en tentoonstelling eren hiermee de arts en jurist die 350 jaar geleden jammerlijk stierf in een Amsterdams tuchthuis vanwege zijn ‘godslasterlijke’ geschriften. Laurens is ook de samensteller van de tentoonstelling. Lees verder >>

A recently-discovered translation from Dutch to Siraya

Door Christopher Joby

It’s not often in one’s career that one comes across a book or manuscript that has lain ‘hidden’ for several hundred years, but by chance this happened to me recently. In Amsterdam in 1661, the Dutch missionary Daniël Gravius published a volume comprising his translations of the Gospels of St. Matthew and St. John in the Formosan language, Siraya, a member of the broader Austronesian family of languages. Until recently, it was thought that only the translation of the Gospel of St. Matthew had survived. However, I recently identified a copy of the 1661 publication which contains both Gospel translations. The Gospel of St. John differs from that of St. Matthew in several respects and will therefore allow scholars in this field to increase their knowledge of this language, which became extinct in the nineteenth century. Hopefully, it will also add to our knowledge of the history of Austronesian or Formosan languages in Taiwan and Austronesian languages more generally.

Lees verder >>

Jan, de zoon van Marten en Oopjen

Door Marja Geesink

De herdenking van het 350ste sterfjaar van Rembrandt wordt in Leiden gevierd met een tentoonstelling over de jonge Rembrandt in de Lakenhal vanaf 2 november. De universiteit van Leiden doet dit o.a. met het ophangen van Marten Soolmans’ portret aan de gevel van het Kamerlingh Onnes Gebouw van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. 

Het dubbelportret van Marten en Oopjen uit 1634 toont Marten Soolmans (1613-1641) en Oopjen Coppit (1611-1689). Zij kregen drie kinderen, van wie alleen de middelste, Jan, langer dan twee jaar zou blijven leven. Jan (1636-1691) zou 55 jaar worden. En toneelauteur.

Lees verder >>

Mercator sapiens, de wijze koopman en the wise merchant

Door Ton Harmsen

Onlangs verscheen bij AUP The wise merchant, een Engelse vertaling van de inaugurele rede die Caspar Barlaeus heeft uitgesproken op 9 januari 1632 toen hij hoogleraar werd aan het Athenaeum Illustre in Amsterdam. De vertaling is van Corinna Vermeulen en de inleiding van Anna-Luna Post. Het boek brengt de gebeurtenissen in Amsterdam in de winter van 1631/1632 in herinnering: Vossius en Barlaeus hielden in januari hun inaugurele redes voor het Athenaeum Illustre, Hugo de Groot zat in dezelfde maand ondergedoken in Amsterdam. Hij werd in april voor de tweede keer, en nu definitief, uit de Nederlanden verbannen.

Vossius, Barlaeus en Grotius kenden elkaar al jaren. Hun correspondentie toont dat zij vriendschap voor elkaar voelden, en grote waardering. Hoe verschillend zij ook waren, alle drie spanden zij zich in voor vrede en verdraagzaamheid; alle drie hadden zij een afkeer van de theologische betweterij die de Nederlanden in haar greep had. Barlaeus had last van de contraremonstranten; hoewel hij niet tot de remonstrantse partij behoorde was het duidelijk dat daar zijn sympathie lag, en daarom werd hem het leven in Leiden behoorlijk zuur gemaakt. Intussen was hij wel een geliefd feestredenaar en een begaafd Neolatijns dichter; toen hij in 1631 van Leiden naar Amsterdam verhuisde voelde hij zich onmiddellijk thuis in de Amsterdamse dichterskring van Hooft en Tesselschade. Vossius had minder te lijden van de calvinisten: hij was beter in staat zich in de ivoren toren van zijn studeerkamer te verschuilen. Zijn diepgaande studie van de antieke en moderne wereldgodsdiensten bracht hem tot het inzicht dat god op verschillende manieren kan worden gediend, en dat niet één godsdienst het alleenrecht kon hebben. Bovendien werd hem duidelijk dat god vele gezichten heeft. Hij ruilde een gezaghebbend professoraat in Leiden voor een avontuur in Amsterdam, om in een riante woning in het centrum over een enorme bibliotheek te beschikken. Na zijn vertrek werden in Leiden de hoogleraarssalarissen verhoogd om verdere leegloop te vermijden. Hugo de Groot had groot aanzien als jurist, en ook als dichter van Neolatijnse poëzie en toneelstukken. Alle drie hebben zij een stempel gedrukt op het oeuvre van Joost van den Vondel, Grotius door zijn toneel, Vossius door zijn kennis van de retorica en de poëtica en Barlaeus door zijn lyriek.

Lees verder >>

Inleiding bij De Rembrandt-tutorials

Door Roland de Bonth

Met tal van activiteiten vierden we in het Rembrandtjaar 2006 dat Rembrandt van Rijn 400 jaar geleden op 15 juli 1606 werd geboren. Dit jaar gedenken we dat op 4 oktober 1669, precies 350 jaar geleden dus, hij zijn laatste adem uitblies. Net als 13 jaar geleden komen ook nu liefhebbers van deze internationaal vermaarde schilder ruimschoots aan hun trekken. Het Rijksmuseum pakte uit met de grote overzichtstentoonstelling ‘Alle Rembrandts’, waarin voor het eerst in de geschiedenis alle schilderijen, etsen en tekeningen van Rembrandt uit de eigen collectie te zien waren. Ook Rembrandts geboortestad Leiden laat zich niet onbetuigd. In november zal in het pas volledige gerestaureerde museum De Lakenhal een expositie worden geopend met als titel ‘Jonge Rembrandt’. En dan zijn er nog acht andere tentoonstellingen in Amsterdam, Den Haag en Leeuwarden te bezichtigen (geweest) die een directe relatie hebben met Rembrandt.

Lees verder >>

De Rembrandt-Tutorials. Volledige uitgave, naar beste vermogen bezorgd

door Roland de Bonth & Dirk Geirnaert

Hieronder volgen de volledige teksten die ten grondslag hebben gelegen aan de serie van zes lessen waarin Rembrandt zelf zijn 21e-eeuwse leerlingen onderwijst hoe een portret moet schilderen.

Les 1 – Van de voorbereijdinge ende tschetsen

Gij begeert van mij te verneemen hoe gij Rembrandts schilderij soudet konnen hanteeren? Ha! Voor-al seg ick u: niemant, behoudens mijselven, ken schilderen als Rembrandt. Maer het mach geen quaet u de secreeten ende den gront mijner schilder-konst te leeren. Ontwijfelick weet gij dat ick wtsteecke boven alle Hollantsche maelers. Maer wat niet ider een en weet, is dat ick oock seer wel lessen in de schilder-konst deed. Fraeije ende wtneemende konstenaers als Govert Flinck, Ferdinand Bol ende Willem Drost, ick hebbe die allen den wech geweesen. Beseft daeromme wel: een beeter leer-meester en sult gij niet vinden. Wellekom bij mijne eerste lesse sint 350 jaeren!

Lees verder >>

Vondel over de Amsterdamse gouden eeuw

Door Marc van Oostendorp

Een van de mooie dingen van lezen, van goed lezen, is dat je zelfs in de op het eerste gezicht meest afgekloven teksten, die al door honderden anderen van commentaar zijn voorzien, ineens iets nieuws kan lezen. Dat doet de Nijmeegse promovenda Lilian Nijhuis voor in haar artikel ‘Voorbij het voorbeeld van Vergilius’ in het nieuwe nummer van het tijdschrift De zeventiende eeuw.

Lees verder >>

22 september 2019, Den Haag: Hofstede Lezing ’Jacob Westerbaen’, dr. Ad Leerintveld

Na de wetenswaardige Hofstede Lezing ‘Constantijn Huygens’ van dr. Ineke Huysman en de Hofstede Lezing ‘Jacob Cats’ van prof. dr. Johan Koppenol, volgt 22 september a.s. de derde en laatste Hofstede Lezing ‘Jacob Westerbaen’ in Villa Ockenburgh. Met deze drie lezingen krijgt u verdiepende informatie over de levens en dicht- en tuinkunst van Constantijn Huygens, Jacob Cats en Jacob Westerbaen. Samen vormden zij een dichtersdriehoek over Den Haag, ten tijde van de Gouden Eeuw. Zij bezaten alle drie een hofstede. Huygens had zijn Hofwijck in Voorburg, Cats zijn Sorghvliet aan de Scheveningseweg en Westerbaen woonde op Ockenburgh te Loosduinen.

Lees verder >>

We kunnen prima zonder gouden eeuw

Door Ivo Nieuwenhuis

Jan Steen, Soo de Oude Songe, Soo pypen de Jonge (1663 – 1665). Bron: Wikipedia

Toen het Amsterdam Museum vorige week aankondigde om de term ‘gouden eeuw’ in de ban te doen, waren voor velen de rapen gaar. Niet alleen politici, maar ook diverse wetenschappers lieten van zich horen, inclusief neerlandici. Met name emeritus hoogleraar middeleeuwse letterkunde Herman Pleij reageerde fel. Met veel pathos sprak hij in De Volkskrant over “de vernietiging van immaterieel erfgoed” en maakte hij de vergelijking met “IS dat beelden in elkaar sloeg”. 

Minder over-the-top, maar niettemin uitgesproken, was de visie van Lotte Jensen, die er in NRC Handelsblad voor pleitte om de term ‘gouden eeuw’ vooral niet te schrappen, “omdat deze als didactisch instrument kan dienen om studenten kritisch te laten reflecteren op het eeuwenoude proces van Nederlandse natievorming.”

Lees verder >>

Goud wat er blinkt

Door Jos Joosten

Pieter Bruegel de Ouderen. De kreupelen.

De verandering van ‘Gouden Eeuw’ in ‘zeventiende eeuw’ door het Amsterdam Museum (wie zegt trouwens eens iets over de naamswijziging van het Amsterdams Historisch Museum in een foeilelijk anglicisme?) is niet alleen vaag maar ook monopoliserend. Correct was de aanduiding pas geweest als men zou zijn gaan spreken over de ‘zeventiende eeuw van de Amsterdamse protestante bovenklasse’, want over dat kleine groepje hebben we het natuurlijk altijd.

Als we het vrolijk zien, is de discussie over de Gouden Eeuw natuurlijk goed nieuws: want heel Nederland blijkt er een beeld en mening op na te houden hoe we over onze eigen geschiedenis nadenken.

Wie het wat serieuzer bekijkt, kan vaststellen dat er helemaal niet zoveel nieuws onder de zon is. Als je van mijn leeftijd bent (of ouder) en uit het katholieke zuiden komt dan is de kans namelijk best groot dat je ooit ergens nog een oudere leraar geschiedenis of meester hebt gehad die uitlegde dat die eeuw misschien wel ‘goud’ was voor protestanten in Holland, maar dat ‘wij’ er hier weinig van mee hebben gekregen. Ik herinner me een rondleider door historisch Nijmegen die er even flink de tijd voor nam om uit te leggen dat als de Spanjaarden niet verjaagd waren ‘wij’ nu nog steeds een stuk beter af zouden zijn geweest. Want van de Oranjes moesten ‘wij’ het zeker niet hebben (‘what good did the Romans ever do for us?’).

Lees verder >>

De Gouden Eeuw in de letterkunde hadden de politici al lang afgeschaft

Door Coen Peppelenbos

Het IJ voor Amsterdam met het fregat ‘De Ploeg’ van Ludolf Bakhuysen, 1680 – 1708. Afbeelding via het Rijksmuseum

In de jaren zeventig, toen de enige echte koningin Juliana nog de baas was en de zomers een beetje normaal zomers deden, gingen we weleens een paar dagen op vakantie met het hele gezin. Duitsland was toen ongeveer het summum van ver. Ik herinner me vaag een vakantie in Nassau an der Lahn en later een vakantie in Zell am Mosel. De tochten vanuit Raalte in een klein autootje terwijl wij met ons drieën achterin de sigarettenrook van onze ouders weghapten en ik stelselmatig ergens kotsmisselijk werd, kan ik me nog goed herinneren. De grens was nog een gevreesde lijn, maar als je die eenmaal was overgestoken dan kwam je in een totaal andere wereld. Na uren rijden, kwamen we ergens uit waar we opzoek gingen naar pensions met ‘Zimmer Frei’. In Zell kwamen in een pension terecht en mijn ouders konden het meteen goed vinden met de eigenaar die ook wijn verbouwde. Terwijl wij, de kinderen, sliepen, donken mijn vader en moeder nog een glaasje Zeller Schwarze Katz. De volgende ochtend bleek de pensionhouder niet helemaal de aardige man te zijn, want hij had lopen opscheppen over de die tijd dat hij in Nederland was geweest. Zo’n mooie tijd, de mooiste tijd van zijn leven. Dat bleek zo tussen 1940 en 1945 te zijn.

Lees verder >>

Hetgeen geen vers en is, dat moet nootsaeklick proos zijn

Door Ton Harmsen

Een toneelstuk lezen stimuleert de verbeelding. De lezer is zijn eigen regisseur: hij moet zich de situatie voorstellen, en de mimiek en intonatie waarmee een personage zijn woorden uitspreekt. Een goed geregisseerde toneelvoorstelling of een verfilming daarvan kan een uitstekende leeshulp zijn. In Nederland bestaat geen doorlopende traditie van opvoeringen van zeventiende-eeuws toneel maar in Frankrijk wel. Molière regisseerde zijn komedies zelf en speelde er vaak de hoofdrol in: zijn spelen werden opgevoerd voor Lodewijk XIV en zijn toneelgezelschap had een vaste positie aan het hof. Kort na Molière’s dood ontstond daaruit de Comédie Française die de succesvolle fakkel tot op de dag van vandaag doorgeeft. En die werd weer overgenomen, gevarieerd en aangevuld door andere gezelschappen.

Een van de geestigste stukken die in de zeventiende eeuw geproduceerd zijn is Le bourgeois gentilhomme (1670) van Molière, in samenwerking met zijn vriend de componist Jean-Baptiste Lully, een van de grondleggers van de opera. Het stuk zit vol met muzieklessen: het publiek krijgt allerlei soorten zang en dans voorgeschoteld. Als je alleen de gedrukte tekst leest, mis je met de gezongen en gespeelde muziek de helft van deze ‘comédie-ballet’.

Dat spel is ook in Nederland populair geweest, getuige de zes uitgaves die er zijn van de vertaling door Adriaan Peys. Twee daarvan zijn bij Ceneton te lezen, en die tekst is op eigen kracht vermakelijk genoeg. Monsieur Jourdain, de burger die zich in zijn hoofd haalt dat hij edelman moet worden, leeft in het stuk voortdurend in een waanwereld. Dat maakt hem niet alleen belachelijk, maar ook gevaarlijk voor zijn directe omgeving.

Lees verder >>