Tag: 16e eeuw

Est Est Est: nep uit de zestiende eeuw

Door Renaat Gaspar

“De tous les produits de l’économie mondiale le vin est certes celui qui offre aux prodigieux et inépuisable thème de la publicité séduisante les plus admirables ressources.” ‘Zoek maar bij Google of Wikipedia, daar vind je wel wat.’
(Vrij naar Willem Elsschot, Lijmen.)

Bron: Sogno Italiano

Eind 1674 reisde de schilder en etser Cornelis de Bruyn van Den Haag naar Rome. In Latium kwam hij langs Monte Fiascone, toen al eeuwen bekend om zijn voortreffelijke wijn. (Zie ‘Een onbekende Middelnederlandse rijmspreuk’ in Neerlandistiek 2016).

Hij schrijft daarover:

‘Den 14den der gemelden maand december zette ik de reis weder voort en nam myn weg over Monte Fiascone, alwaar uitsteekende muskadelwyn is. Om welke reden een zeker reiziger zich daar (vry wat langer als hy behoorde) ophield, vindende denzelven zoo smaakelyk dat hy, konnende die nectar niet een oogenblik missen, zyne wellust eindelyk met de dood moest betaalen. Ter gedachtenis van hetwelk ziet men op zyn graf (want hy wierd alhier ter aarde besteld) de volgende Latynsche regelen:

Est.est.est.

Propt.nimium est.

Jo – defuc. D.meus

Mortuus est.

De Franse editie van 1732 bevat een uitgebreide aanvulling op de tekst van De Bruyn. Een verklarende voetnoot aldaar luidt (in vertaling): Lees verder >>

Het eeuwige leven van een raadselboekje

Een nieuw raadsel-boekjen (SAB Deventer)

Door Marti Roos

Lucia. My dunckt ’t waer best wy hier wat raetseltjens vertelden.
Amaril. Dit is viesvaesery en mach by ons niet gelden.

Zo discussiëren de herderinnen in De Conincks toneelstuk Herdersche ongestadicheyt (1638). Raadsels beschouwt Amaril als nutteloos tijdverdrijf – wat hen niet weerhoudt vervolgens blindemannetje te spelen. Jammer, want nu komen we niet te weten wat voor raadsels ze elkaar hadden kunnen opgeven. Daarvoor moeten we omzien naar andere teksten.

Het aantal overgeleverde Nederlandse raadselboeken uit de vroegmoderne tijd is niet heel groot. Het oudst bekende is het anonieme Een Niev Clucht Boecxken  uit het midden van de 16e eeuw, dat allerlei soorten raadsels van diverse herkomst bevat. Raadsels vonden ook toepassing in belerende of stichtelijke context, zoals bij schoolmeester Jacob van der Mersch, wiens Raedtsel-boeck  uit 1593 in de daaropvolgende eeuw wel zeven keer werd herdrukt als T’groote Raedtsel-Boeck.  In de 17e-eeuwse literatuur worden raadsels ook een dichterlijk genre:  de dichters Roemer Visscher (1614) en Jan van der Veen (1653) schreven gedichten rondom raadselmotieven. Lees verder >>

De harteloze Kackadoris en het argeloze dove wijf

Door Ton Harmsen

Harde kritiek op de maatschappij is de rederijkers niet vreemd. Vooral in hun toneel keren zij zich tegen misdaad en bedrog door politieke intriganten, religieuze fanatici, niets-ontziende speculanten en roekeloze militairen. Zij doen onthullingen die vaak verrassend actueel zijn, en dat geldt zeker voor het toneelstuk waarin een dokter zonder diploma net zo hard wordt aangepakt als zijn patiënt zonder verstand: Een tafel spel van Meester Kackadoris, ende een doof-wijf met ayeren. Dit tafelspel is gemaakt door rederijkers van Voorne, althans zij duiden zichzelf aan als ‘de gheesten uyten Lande van Voren’. Het verscheen in 1596 in een eenvoudig, mooi vormgegeven boekje in Amsterdam voor de uitgever ‘Jacob Pieter Paedts, woonende in de Warmoes-straet, int vergulden A, B, C.’ Lees verder >>

Opkomst en ondergang van de Republiek der Letteren

Door Marc van Oostendorp

In de zestiende eeuw begonnen Europese geleerden een grote onderlinge verbondenheid te voelen – een verbondenheid over grote afstand die soms groter was dan die met de mensen direct om hen heen. Dat kwam tot uitdrukking in een metafoor die ze gebruikten voor hun onderling contact: de Republiek der Letteren, een informele staat waarvan de burgers amicaal met elkaar omgingen en waarin een belangrijke eis was dat je de uitkomsten van je onderzoek niet voor jezelf hield, maar met andere geleerden deelde. Communicatie was de belangrijkste burgermansplicht in deze virtuele republiek.

De Nijmeegse historicus Hans Bots heeft een belangrijk deel van zijn carrière besteed aan onderzoek naar de geschiedenis van deze ‘republiek’, van het vroege ontstaan in de zestiende eeuw tot het moment in de achttiende eeuw dat de ‘republiek’ oplost, eigenlijk vooral doordat de geleerden steeds meer geïntegreerd raken in de ‘gewone’ samenleving. De oorspronkelijke geleerde tijdschriften richten zich dan bijvoorbeeld steeds meer op een breder publiek van geleerden. Lees verder >>

Ooit waren wij allen Trojanen

Door Marc van Oostendorp

Het verleden is als het geluid van een boom die ter aarde zijgt in een door iedereen verlaten bos. Dat er iets geklonken heeft, kunnen we alleen reconstrueren als we die takken daar zien liggen. En als we de moeite van die reconstructie niet doen, kun je je afvragen of er ooit wel iets geklonken heeft.

Nog ingewikkelder wordt als het gaat over de manier waarop men in het verleden kijkt naar een nóg verder verleden: hoe men zich dat verleden eigen probeerde te maken. Hoe men het vallen van de boom op zo’n manier probeerde te reconstrueren dat het de eigen belangen hielp – en dat in een bos dat op zijn beurt inmiddels ook geveld ter aarde ligt.

In de handelseditie van haar imposante proefschrift De eindeloze stad doet Wilma Keesman het voor Troje en de midddeleeuwen en de vroegmoderne tijd in de Nederlanden: ze laat precies zijn hoe men eeuwen geleden dacht over Troje, waarom men het verhaal van de val van die stad zo fascinerend vond. En daardoor krijg je een mooi, gevarieerd beeld van de mensen die zo met Troje bezig waren. Lees verder >>

Vlogboek109 – Literatuurgeschiedenis / 17e eeuw: Renaissancetoneel

Een Vlogboekaflevering gericht op de literatuurgeschiedenis.

In deze video bespreekt Jörgen de ontwikkeling en professionalisering van het Nederlandse toneel onder invloed van de Renaissance aan het begin van de 17e eeuw.

Besproken werken:
P.C. Hooft – Warenar
G.A. Bredero – De klucht van de molenaer
G.A. Bredero – Spaanschen Brabander
Joost van den Vondel – Gijsbrecht van Aemstel

(Bekijk deze video op YouTube.)

Vriendenboekjes in de zestiende eeuw: veel beter dan Facebook

Door Marc van Oostendorp

Mooi onderzoek gaat vaak over nietigheden. Een goede onderzoeker is vaak iemand die iets neemt dat op het eerste gezicht onooglijk en klein is, en laat dan zien dat er een hele wereld in verstopt zit. Mooi onderzoek ontleent zijn glans niet aan de voor iedereen evidente kwaliteiten van het object van studie, maar aan het zichtbaar maken van de onzichtbare.

Zoals het vriendenboekje dat Rutghera van Eck, een adellijke jongedame uit Zutphen, in 1598 begon. Dat album heeft volgens de literatuurwetenschapper Sophie Reinders “tot nu toe een schaduwbestaan geleid”: Lees verder >>

Franse gedichten uit Engeland: een aanwinst voor de neerlandistiek

Door Marc van Oostendorp

Gentilshommes anglais, door Lucas d’Heere

Het moet een fijn moment zijn geweest, toen de kunsthistorica Frederica van Dam iets meer dan vijf jaar geleden in een archief in Warwick de dichtbundel Tableau Poetique (1573) van de schilder en dichter Lucas d’Heere vond.  Samen met de filoloog en d’Heere-kenner Werner Waterschoot heeft ze nu een editie van het werk uitgebracht. “Wij presenteren inderdaad”, schrijven ze nu, “een collectie Franse verzen van een Vlaamse schilder voor Engelse aristocraten als een belangrijk element in de geschiedenis van de vroege renaissance in de Nederlandse literatuur.”

Daar hebben ze gelijk in. De editie geeft een interessant inzicht in de ontwikkeling van de eerste Nederlandse sonnettendichter.

D’Heere maakte de bundel maakte de bundel in Engeland en schreef hem inderdaad helemaal in het Frans. Lees verder >>

20 april 2017: Boekpresentatie: Tableau Poetique (Verzen van Lucas d’Heere)

Op 20 april 2017 stelt de KANTL de door Werner Waterschoot en Frederica Van Dam gepubliceerde verzen voor die Lucas d’Heere in de zestiende eeuw heeft geschreven voor de entourage van de Seymours op Wolf Hall.

Tableau Poetique is een tot voor kort onbekende tekst van de Gentse schilder-dichter Lucas d’Heere (1534–1584).

Recent werd hij in een Engelse adellijke bibliotheek herontdekt door Frederica Van Dam. Het unieke handschrift bevat een reeks Franse gedichten, hoofdzakelijk sonnetten, gericht tot leden van de Engelse politieke elite in de periode 1569–1572.

In deze uitgave situeert Frederica Van Dam de dichtende schilder Lucas d’Heere in het zestiende-eeuwse Engeland. Daarna volgt een geannoteerde teksteditie van het volledige handschrift door Werner Waterschoot. Lees verder >>

CFP: Literature without Frontiers?

Next year (9-10 February, 2018) a conference will be organised at Ghent University  about perspectives for a transnational literary history of the Low Countries. This conference – Literature without Frontiers? – aims to bring together a number of telling examples that advocate a transnational perspective for the construction and writing of the literary history (histories?) of the Low Countries in the period 1200-1800. We invite scholars of the periods involved to address case studies (authors, texts, translations, mechanisms of textual production, motifs, tropes, genres) that on account of their ‘transnational’ character have fallen outside the scope of the current attempts of literary historiography.

Lees verder >>

Het toppunt van retorica: Sophocles’ Philoctetes

Door Ton Harmsen

063philoctetesHoe meesterlijk de Griekse tragedieschrijver Sophocles ook is, in de Nederlandse renaissance is hij een ondergeschoven kindje. Cornelis van Ghistele, die ook Ovidius en Terentius vertaalde, zette Sophocles’ Antigone over uit een Latijnse versie (1556). Verder bracht de zestiende eeuw niets voort, behalve de vertaling van Ajax in het Latijn door Josephus Justus Scaliger (1574). In de zeventiende eeuw had Sophocles minder te klagen. Vondel vertaalde drie van zijn zeven tragedies: Elektra (1639), Koning Edipus (1660) en Herkules in Trachin (1668). Pas negentig jaar later volgde Philoctetes, vertaald uit het Frans door Jacobus Stamhorst. Die Franse bewerking door Chateaubrun had van het originele stuk van de Griek geen spaan heel gelaten. Het Franse classicisme met zijn galante gesprekken, zijn strijd tussen liefde en eer en zijn afkeer van onwaarschijnlijke, en vooral van bovennatuurlijke zaken heeft geen enkel begrip voor de rauwe werkelijkheid die Sophocles in zijn treurspelen schildert. En de Nederlandse pendant, het Frans-klassicisme, was in dit opzicht nog erger.

Lees verder >>

De oer-Nederlandse traditie van meertaligheid

Door Alisa van de Haar

Al sinds de middeleeuwen staan de bewoners van de lage landen bekend om hun indrukwekkende talenkennis. In reisverslagen uit voorgaande eeuwen uiten auteurs niet zelden hun bewondering voor de vaardigheid van de bevolking (mannen en vrouwen) om zich niet alleen in het Nederlands maar ook in het Frans, Duits en soms ook Italiaans uit te drukken. Maarten Luther verwees zelfs naar een populair spreekwoord over de Nederlandse meertaligheid: al zou je een Nederlander in een zak door Frankrijk en Italië dragen, bij thuiskomst zou hij beide talen vloeiend spreken.

Zestiende-eeuwse humanisten als Abraham Mylius en Johannes Goropius Becanus, die beargumenteerde dat het Nederlands van Antwerpen de beste en oudste taal ter wereld was, gingen actief op zoek naar een mogelijke oorzaak van de wonderlijke talenkennis van de Nederlanders (door Mylius ‘talensponzen’ genoemd). Ze concludeerden dat de Nederlandse taal zelf er een belangrijke rol in speelde. Het zou een gematigde taal zijn die haar sprekers in staat stelde om gemakkelijk de klanken van andere talen te leren en zonder accent uit te spreken. Lees verder >>

Nederlands als wetenschapstaal in de zestiende eeuw

Door Cora van de Poppe

simonstevinRecentelijk was in het nieuws veel aandacht voor de opmars van Engels in het wetenschappelijk onderwijs. Het merendeel van alle studies aan Nederlandse universiteiten wordt inmiddels al in het Engels gedoceerd. Deze trend wordt niet door iedereen met blijdschap ontvangen; de Taalunieraad pleit bijvoorbeeld juist voor een sterke positie van het Nederlands in het onderwijs, vanuit de gedachte dat iedereen toegang moet houden tot wetenschappelijke kennis en inzichten. Dit soort debatten over de rol van de moedertaal in het onderwijs zijn niet nieuw; al in de zestiende eeuw werd gediscussieerd over de rol van het Nederlands in het onderwijs en was men bevreesd voor de smet die buitenlandse talen op de moedertaal zouden aanbrengen.

De zestiende eeuw was op talig gebied een dynamische periode: het Latijnse taalmonopolie was reeds aangetast, de volkstaal breidde zich uit naar nieuwe domeinen, zoals de administratie en de kerk, en binnen deze volkstaal maakten Middelnederlandse taaleigenschappen plaats voor nieuwe manieren om woorden en zinnen vorm te geven. In deze dynamische taalsituatie sprak onder meer de renaissance-wetenschapper Simon Stevin (1548-1620) zich uit voor het gebruik van de volkstaal in wetenschappelijk onderwijs en wetenschappelijke publicaties. Lees verder >>

Erasmus in Weerts dialect


056ErasmusRabus1697Door Ton Harmsen

Mijn wekelijkse column in Neerlandistiek.nl werpt vruchten af. Ik krijg opmerkingen van lezers over mijn data en mijn digitale edities, suggesties voor onderwerpen en complete teksten om te publiceren. Deze week stuurde Michiel de Vaan, aan de lezers van Neerlandistiek.nl welbekend, mij een bijzondere Erasmusvertaling toe, in een Nederlands dialect. Ik schreef hier al twee keer over Nederlandse Erasmusvertalingen. Mijn lijst van die vertalingen omvat ruim 500 uitgaven. De Lof der Zotheid is de kampioen, maar de enorme populariteit daarvan is van de laatste honderd jaar: daarvoor hebben de Colloquia altijd vóórgelegen. Eén daarvan staat dus pas sinds deze week in mijn lijst: de Weertse vertaling van het colloquium ‘Conjugium sive Uxor mempsigamos’, de vrouw die over haar huwelijk klaagt. Het is een gesprek tussen twee vriendinnen, Xantippe en Eulalia. Xantippe klaagt, scheldt en dreigt, terwijl Eulalia met psychologische middelen en verstandige raad naar oplossingen voor Xantippe’s huwelijksproblemen zoekt. Aan dat opvallende onderwerp dankte deze dialoog zijn reputatie. Er zijn veel vertalingen van gemaakt. Lees verder >>

Symposium De literaire canon in de vroegmoderne tijd

Symposium ‘De literaire canon in de vroegmoderne tijd’, 13 oktober 2016, Auditorium Rijksmuseum, 15.00-18.00.

Ter gelegenheid van de nieuwe boekenreeks Rijksmuseum Studies in History en de lancering van de website schrijverskabinet.nl organiseert het Rijksmuseum een symposium rond het thema literaire canonvorming in de vroegmoderne tijd.

lieke

 

De canon van de literatuur, de lijst met de belangrijkste schrijvers en werken uit de Nederlandse letteren, houdt geregeld de gemoederen bezig. Lijstjeswoede en canonverkiezingen zijn van alle tijden. In de achttiende eeuw ontstaat misschien wel het meest opmerkelijke initiatief tot canonvorming uit de Nederlandse cultuurgeschiedenis: het Panpoëticon Batavûm, een houten kabinet waarin de portretjes van ruim driehonderd Nederlandse dichters en dichteressen worden opgeborgen. Lees verder >>

Toevallig op Petrus Datheen stuiten

Door Marc van Oostendorp

Mike KestemontWijlen Louis Peter Grijp was begrijpelijkerwijze trots toen er voor zijn dood een nieuw instituut werd ingericht – de Louis Peter Grijp-lezing, jaarlijks te houden rond 10 mei, de verjaardag van het Wilhelmus als Nederlands volkslied.

Hij was ook trots op de eerste spreker, de aanstormende Antwerpse literatuurwetenschapper Mike Kestemont. Gisteren liet Kestemont zien dat die trots volkomen gerechtvaardigd was: hij gaf een briljante, lezing, een onverwacht spannend verhaal over een op het eerste gezicht wat saai onderwerp: met de computer onderzoeken of Marnix van St. Aldegonde nu echt de auteur was van het Wilhelmus.

Sommige kranten (het Reformatorisch Dagblad bijvoorbeeld) brachten gisteren als nieuws dat Petrus Datheen misschien wel de auteur was van het Wilhelmus. Maar daar ging de lezing helemaal niet over!

Lees verder >>

Sophie Reinders op Faces of Science

Vanaf vandaag is het promotieonderzoek van de Nijmeegse onderzoeker Sophie Reinders toegevoegd aan de populair-wetenschappelijke website ‘Faces of Science’. In een filmpje geeft Sophie uitleg over haar onderzoek naar vriendenboekjes – alba amicorum – uit eind 16e en begin 17e eeuw die bijgehouden werden door adellijke vrouwen. Via deze boekjes bestudeert Sophie de belevingswereld van deze vrouwen: wat vonden zij belangrijk en hoe droegen de boekjes zelfs bij aan de veiligheid van deze vrouwen in roerige tijden?

Call for papers: Devotio Individualization of religious practices in Western European Christianity (Nijmegen, October 2016)

Call for papers
Radboud University, Nijmegen
Devotio
Individualization of religious practices in Western European Christianity
(c. 1350 – c. 1550)
Wednesday, 26 – Thursday, 27 October 2016
Religiosity was ubiquitous during the later Middle Ages. Divine services influenced both the public domain and the course of each individual’s life, and thus established a widely experienced communality. Individual believers, however, had ample opportunities to develop a highly personalized devotion, side by side with, and sometimes even slightly detached from official doctrine. Their creativity and the diversity of their inner beliefs are the main focus of this conference.

Lees verder >>

Lezing Johan Koppenol over Jan van Hout

  1. Op woensdag 9 december houdt Johan Koppenol in Leiden de Jan van Houtlezing van de Historische Vereniging Oud Leiden. In zijn lezing gaat hoogleraar oudere Nederlandse letterkunde Koppenol in op de invloed van Jan van Hout op de feestcultuur in de stad.

Omschrijving

Jan van Hout (1542-1609), de energieke Leidse stadssecretaris tijdens het laatste kwart van de zestiende eeuw, was een buitengewoon groot organisatietalent. Weinig zaken ontsnapten aan zijn aandacht bij zijn werk voor de burgemeesters, vroedschap en de stedelijke vierschaar, maar ook de pas opgerichte universiteit. Ook soms zette hij zich ook in voor zaken die duidelijk buiten de muren van het Leidse stadhuis lagen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de stadsfeesten. Voor die Leidse festiviteiten riep hij de hulp in van de rederijkers, vanouds een organisatie die zich toelegde op toneelvoorstellingen, optochten en muziek. In de bange jaren rond het Beleg en Ontzet van de stad was de rederijkerij in ongerede geraakt, maar Van Hout wekte de rederijkerskamer ‘De Witte Acoleyen’ – toen de stad eenmaal was bevrijd – nieuw leven in en organiseerde samen met hen de eerste vieringen van het Leids Ontzet. De kamer fungeerde min of meer als voorloper van de Drie October Vereeniging. In 1596 had Van Hout de rederijkers nodig voor de publiciteitscampagne rond de grote liefdadigheidsloterij die de stad dat jaar organiseerde.

Praktische informatie

De lezing vindt plaats in de Lokhorstkerk, Pieterskerkstraat 1, Leiden. De zaal is open om 19.30, de lezing zal beginnen om 20.00 uur.

Het Lied der Geuzen

Door Bart FM Droog

Iedereen kent het Geuzenliedboek. De ouderen onder ons kennen het uit de Tachtigjarige Oorlog, en de jongste generatie heeft natuurlijk genoten van de rebelse verzen die in het Geuzenliedboek 1940-1945 staan afgedrukt. Maar dat er ook een nationaal-socialistisch Geuzenliedboek heeft bestaan, dát is velen ontgaan.

Ik heb het over Het Lied der Geuzen, een bloemlezing die in 1942 bij uitgeverij Lannoo te Tielt verscheen. De samensteller, de declamator Antoon van der Plaetse (1903-1973), koos uit de Nederlandse en Afrikaanse poëzie van toen en eerder, waarbij hij een groot aantal gedichten van een beperkt aantal collaborerende dichters uit Noord en Zuid mengde met enkele verzen van onnozele poëten als Anton van Duinkerken, Guido Gezelle, Paul van Ostaijen, A. Roland Holst en Albert Verwey.

Dit tot grote vreugde van A.F. Mirande, die in het  eveneens collaborerende Nationale Dagblad (op 22 augustus 1942) jubelde dat de gedichten in dit boek ‘bijna alle sterk en bewogen’ zijn. Hij besloot zijn bespreking met deze ontroerende mededeling: “De Vlamingen, onze strijdende Zuidelijke broeders, zingen het lied van Groot-Nederland. Beschaamd hebben wij te erkennen, dat wij ontzaglijk veel van hen kunnen leren.”

Heldinnenbrieven van Cornelis van Ghistele gedigitaliseerd

Door Ton Harmsen

005Penelope1580Tien jaar geleden promoveerde Olga van Marion in Leiden op Heldinnenbrieven: Ovidius’ Heroides in Nederland. Wat een klein genre leek, bleek veel te omvatten. Eerst waren er de vertalingen van Ovidius’ 21 brieven, en de drie apocriefe antwoordbrieven daarop. Daarna kwamen er brieven van eigen inventie door Nederlandse dichters, gesteld op de naam van heldinnen uit de bijbel en de kerkgeschiedenis, uit de klassieke en de vaderlandse geschiedenis, en tenslotte zelfs van fictieve personages uit de eigen tijd. De grondslag van deze omvangrijke literatuur legde Cornelis van Ghistele, die halverwege de zestiende eeuw als eerste alle brieven van Ovidius vertaalde, en ook de antwoordbrieven die aan Ovidius toegeschreven zijn. Daarbij bleef het niet: hij schreef ook nog eens zelf een antwoord op iedere brief. Daarmee gaf hij het startsein tot een groot gezelschapsspel: het schrijven van heldinnenbrieven werd een volksvermaak, dat zonder Van Ghistele niet zo in de Nederlandse literatuur zou zijn doorgedrongen. Rederijkerspoëzie heeft de naam van gekunsteld te zijn; maar een goede dichter kan ook binnen dat bestek voortreffelijke gedichten voortbrengen. Hoe meer je Van Ghistele leest hoe meer je van deze pionier gaat houden.

Lees verder >>

Helemaal dood: dote te

Door Marc van Oostendorp


Precies tien jaar geleden stierf Albertha Bell, meer dan honderd jaar oud, en met haar een unieke variëteit van het Nederlands – het Berbice-Nederlands (BN). In het Journal of Language Contact verscheen onlangs een artikel van de specialiste Silvia Kouwenberg die de oorsprong van die unieke taal, en het verwante Essequebo-Nederlands (EN), in de zestiende en zeventiende eeuw beschrijft.

Berbice en Essequebo zijn rivieren in Guyana waar Nederlandse, vooral Zeeuwse, avonturiers zich in die periode vestigden (in Essequebo aan het eind van de zestiende eeuw, in Berbice aan het begin van de zeventiende). Samen met Suriname vormden deze gebieden uiteindelijk een gebied dat informeel Nederlands-Guyane werd genoemd.

In eerste instantie was het de Nederlanders in deze regio om handel met de lokale (indianen-)bevolking, maar in de loop van de tijd ontstonden er plantages waar slaven te werk werden gesteld. Voor korte tijd waren dat indianenslaven, maar na een tijdje kwamen er ook Afrikaanse slaven te werken.

Lees verder >>

Knowledgeable Youngsters: Youth, Media and Early Modern Knowledge Societies

Knowledgeable Youngsters: Youth, Media and Early Modern Knowledge Societies
26 en 27 juni 2015, Utrecht
Hoe leerden jongeren in de vroegmoderne tijd om tekstuele en visuele media te gebruiken, en hoe werden ze zo vaardig om bij te dragen aan de belangrijke wetenschappelijke, culturele, economische en sociale ontwikkelingen die zich in die periode voordeden? Op het internationale congres Knowledgeable Youngsters staan die vragen centraal. 

Lees verder >>

Website: Rederijkers Zeeland

De website https://rederijkerszeeland.wordpress.com/ verzamelt alle informatie over de Zeeuwse rederijkerskamers, vermeldt onderzoeksvorderingen en publiceert blogs (aanmelden kan via de website) over de meest uiteenlopende onderwerpen. 

Het is al weer een paar jaar geleden dat onder leiding van Arjan van Dixhoorn (Hurgronje hoogleraar Geschiedenis van Zeeland in de Wereld aan het University College Roosevelt (Universiteit Utrecht), te Middelburg) en Bart Ramakers (hoogleraar Oudere Nederlandse Letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen) het project Rederijkers Zeeland is gestart. 

Lees verder >>