Roerige tijden – Wat beweegt Vlaanderen?

Het Instituut voor Neerlandistiek van de Universiteit van Keulen organiseert op 24 en 25 september het achtste congres van de ‘Fachvereinigung Niederländisch’.

Onder de titel ‘Roerige tijden – Wat beweegt Vlaanderen?’ wordt Vlaanderen in de schijnwerpers geplaatst. Twee dagen lang vinden voordrachten, workshops en performances over de Vlaamse literatuur, cultuur en politiek plaats en worden aan leraren Nederlands en andere belangstellenden vernieuwende didactische methodes aangereikt. Meer informatie op: http://www.niederlandistik.uni-koeln.de/335.html.

Een regel der Duytsche Schoolmeesters

Ik vertel geen nieuws als ik zeg dat www.dbnl.org een literaire goudmijn is, je kunt er uren op doorbrengen om van de ene verbazing in de andere te vallen. Mijn oog viel op Dirck Adriaensz. Valcooch, een zestiende-eeuwse dichter, van wie niet veel meer bekend is, dan dat hij geboren en later ook weer gestorven is. In 1591 werd er een boekje van hem gepubliceerd: Een Nut ende Profijtelijck Boecxken, ghenaemt een regel der Duytsche Schoolmeesters, die proghie-kercken bedienen, Nu eerst uitghegheven, ende ghepractiseert, door Dirck Adriaensz.Valcoogh, Schoolmeester tot Barsigherhorn.

Dit pedagogische werk is tot in de achttiende eeuw heruitgegeven, het was dus bijzonder invloedrijk. En inderdaad, we kunnen er veel van leren, hoe je inkt moet maken, bijvoorbeeld. Dat kan altijd van pas komen als je digibord het begeeft. Ook heel fijn voor als je horloge kapot is: de zonnewijzer. Maar nog mooier is de handleiding voor het slaan van kinderen.

Lees verder >>

Een-en-twintig


Afgelopen vrijdag hield de taalkundige Geert Booij een afscheidscollege in de aula van de Universiteit Leiden. Hij legde daarbij nog een keer uit hoe hij in de loop van zijn 47-jarige carrière is gaan denken over de manier waarop woorden worden gevormd (de morfologie). Er waren ook allerlei beroemde andere morfologen die lezingen hielden, het was een mooie dag.

Eén bewering van Booij viel me op. Die ging over telwoorden zoals een-en-twintig. Booij (in de gedrukte versie):
Lees verder >>

De onmogelijkheid van Wikipedia

In de New Yorker van deze week staat een open brief van de schrijver Philip Roth. In het Wikipedia-artikel over zijn roman The Human Stain stond volgens hem een fout: er werd beweerd dat de hoofdpersoon op beroemde schrijver X was gebaseerd, terwijl volgens Roth eigenlijk de hoogleraar Y model had gestaan.

De kwestie van X en Y vind ik niet zo vreselijk belangwekkend – mij interesseert het feit dat Roth de fout in de Wikipedia alleen kon herstellen door een artikel in de New Yorker te schrijven. Had hij het niet eenvoudigweg uit het oorspronkelijke stuk kunnen halen of laten halen? Iedereen kan immers bij Wikipedia? Het antwoord is nee.

Lees verder >>

De canonisering op het spoor: bloemlezingen als leidraad


De bloemlezing: veel lezers komen ermee in aanraking omdat ze een overzicht van de beste, belangrijkste of mooiste letterkunde kan bieden. In Op jacht naar de gezwinde grijsaard, de eenentwintigste Bert van Selmlezing (een jaarlijks terugkerend initiatief van de opleiding Nederlands van de Universiteit Leiden ter nagedachtenis aan boekwetenschapper Bert van Selm) laat Riet Schenkeveld-van der Dussen zien dat bloemlezingen een interessant onderwerp van onderzoek naar literaire canonvorming kunnen zijn.

Die schat die de verkiezingen wint

In het Nederlands kun je, net als in de meeste andere talen binnen één taal vaak lastig terugverwijzen naar dezelfde persoon met een hele zelfstandignaamwoordsgroep. Je kunt bijvoorbeeld niet goed zeggen:

– Alexander Pechtold denkt dat ze de leider van D66 gaan uitnodigen voor hun feestje. (raar) 

Althans, zolang Pechtold zelf de leider van D66 is, klinkt die zin raar (zodra de politieke verhoudingen veranderen wordt hij volkomen acceptabel).
Lees verder >>

Al lezende in Ogier van Denemerken – 7

Al lezende in Ogier van Denemerken – 7 : De heren Capartz en Thomaring

Amand Berteloot

Als Ogier weigert zich met Karel te verzoenen zolang deze niet bereid is hem de moordenaar van zijn zoon uit te leveren, komt het tot een heftig handgemeen in Karels paleis. Ogier weet dank zij de hulp van Willem Fierebras uit het paleis en uit Parijs te ontsnappen en is daarna dagenlang samen met zijn schildknaap Reynier onderweg. Als ze eindelijk een plaats hebben gevonden waar ze kunnen uitrusten, hun honger en dorst stillen en hun wonden verzorgen, horen ze opeens het geweeklaag van een vrouw. Als ze haar vinden, vertelt ze dat daar vlakbij een burcht is, waarvan de burchtheer iedereen die in de buurt komt, overvalt en in de gevangenis gooit. Net is haar vriend door een van de ridders uit het kasteel gevangen genomen en nu met hem op weg naar de burcht. Ogier laat Reynier, die geen paard heeft, bij de jonkvrouw achter en achtervolgt het koppel met de bedoeling ze in te halen voordat ze de burcht bereiken. Dat lukt, en in een tweegevecht doodt Ogier de ontvoerder en bevrijdt de gevangene. Vóór ze naar de jonkvrouw en Reynier terugkeren, vangen ze nog het paard van de gedode ridder voor Reynier. In het Heidelbergse handschrift luidt deze passage als volgt:
Lees verder >>

Dubieus onderzoek over Wikipedia

U bent er gisteren misschien ook van geschrokken: het bericht dat onderzoekers van de Universiteit Twente hadden vastgesteld dat bijna driekwart van de artikelen op Wikipedia moeilijk te lezen zou zijn. Het bericht haalde de website van de Volkskrant (die verwijst naar De Telegraaf, maar die laatste krant heeft het bericht voor zover ik kan achterhalen niet online gezet) en die van Webwereld en van Onze Taal.

Dat zijn stuk voor stuk serieuze bronnen. Het is gebaseerd op een artikel in het wetenschappelijke elektronische tijdschrift First Monday. Maar het onderzoek is dubieus.

Lees verder >>

Hoe reëel is meer dan reëel?

Wat betekent reëel? Dat vroeg ik me gisterenavond ineens af toen ik een stukje van de historicus Han van der Horst las op het weblog Joop.nl. Daar stond:

Let wel: dat hoeft niet te gebeuren maar de kans dat het wel die kant op gaat, is meer dan reëel.

Die uitdrukking meer dan reëel moet ik al heel vaak hebben gehoord, hij klinkt me vertrouwd in de oren. Hij was me alleen nooit eerder als vreemd opgevallen. Het komt misschien vooral doordat in deze zin zo expliciet wordt gezegd dat de kans op een gebeurtenis meer dan reëel is en dat het toch niet hoeft te gebeuren, dat het me opviel.
Lees verder >>

Dag van de Friese taalkunde 2012

Het Taalkundich Wurkferbân van de Fryske Akademy organiseert dit jaar de vijfde Dag van de Friese taalkunde. Deze zal, evenals de vorige keren, weer een informeel karakter hebben. De dag is bedoeld voor iedereen die zich direct of indirect bezig houdt met de taalkunde van het Fries: grammatica, fonetiek/fonologie, naamkunde, lexicologie, sociolinguïstiek, historische taalkunde, enz. In de lezing kan over wetenschappelijk onderzoek gerapporteerd worden, maar presentaties van onderzoeksplannen, van speculaties of van taaldatabanken zijn ook welkom. Lezingen kunnen gehouden worden in alle talen behorende tot de West-Germaanse taalfamilie.
Lees verder >>

Streektaalconferentie 28 september 2012

De Stichting Nederlandse Dialecten (SND), Gelders Erfgoed en Variaties vwz organiseren op 28 september in congrescentrum Droom in Elst (Gelderland) de 7de internationale streektaalconferentie. het thema is (streek)taal als erfgoed?! Taalkundigen, erfgoedprofessionals en beleidsmensen buigen zich over de vraag of streektalen ook geborgd moeten worden als een vorm van immaterieel erfgoed. 
Sprekers zijn o.a. Rob Belemans, Hans Bennis en Pieter Matthijs Gijsbers. meer informatie en het programma op www.gelderserfgoed.nl/nieuws.php?ID=118.

Kleine inleiding tot de vergelijkende rijmkunde

Het is niet eerlijk: in sommige talen kun je amper je mond opendoen zonder te rijmen, in andere talen is het zwoegen om rijmkoppels te vinden. Hoe hebben liedtekstschrijvers en traditionele dichters dat opgelost?
Laat ik eerst even toelichten dat ik het hier over volrijm heb, het klassieke type dat we in het Nederlands meestal kortweg ‘rijm’ noemen: denken  schenken, Sinterklaas – pieterbaas, dat werk. Daarvan is sprake als de laatste beklemtoonde klinker én alle daarop volgende klanken van de rijmwoorden gelijk zijn, terwijl de medeklinker ervóór juist verschillend is; ik sla nu even wat complicaties en subtiliteiten over.
Die definitie heeft drie consequenties voor het rijmgemak van talen.

Monniken en notarissen

Waarom schrijf je een enkele k in monniken, een enkele g in hevige en een enkele l in stencilen, maar een dubbele s in notarissen? Waarom een enkele m in Mokumer en een enkele l in wandelen, maar een dubbele s in bolussen? Daarover schreef de roemruchte Groningse hoogleraar A. Sassen (1921-1999) in 1977 een artikel in het Groningse tijdschrift Tabu, dat de DBNL deze week gedigitaliseerd heeft.

De kwestie is bij mijn weten in de afgelopen 35 jaar niet meer onderzocht. Toch lijkt me er wel het een en ander over te zeggen; de fonologie is voldoende voortgeschreden om de kwestie duidelijker te maken. De algemene regel is dus dat je geen dubbele medeklinker schrijft na een klinker die een sjwa weergeeft: dat is immers wat monn[ə]ken, hev[ə]ge, stenc[ə]len, Moku[ə]mer.

Lees verder >>

Boekpresentatie en studiedag: Text editing: A Handbook

Op 21 september wordt tijdens een studiedag in het historische Hof Van Liere van de Universiteit Antwerpen Text editing: a handbook for students and practitioners voorgesteld. 
De sprekers zijn prof. dr. Jan Renkema (Universiteit Tilburg), dr. David Owen (Universitat Autònoma de Barcelona) en Catherine Grady (Copy Editing Antwerp) en de auteurs, prof. dr. WAM Carstens (Noordwes-Universiteit Suid-Afrika), John Linnegar (Edit and Train South Africa) en prof. dr. K. Van de Poel (Universiteit Antwerpen).

Lees verder >>

Een laconiek gevoel voor taal

Lang leve Frank Jansen

Als er een nieuw nummer van Onze Taal in de bus ligt, hoop ik altijd dat er een artikel van Frank Jansen in staat. De Utrechtse taalkundige is onlangs zestig geworden. In het septembernummer van Onze Taal viert hij die verjaardag met een artikel over de kunst van het schrijven voor ouderen. Dat begint zo:

Een tijdje geleden, toen ik nog onder de 60 was, viel mijn oog op een advertentie van een Duits kasteelhotel. Je kon er door een sprookjesachtig landschap wandelen naar het klooster Oybin, “dat u onder andere ook met de Zitauer smalspoorbaan kunt bereiken.” Een aanlokkelijk aanbod, maar waarom die nadruk op de verschillende wegen naar dat klooster? Pas enkele zinnen verder, over tuin- en borduurwerktentoonstellingen en de huur van nordicwalkstokken, had ik het door. De advertentie was voor ouderen, de wandeltocht waarschijnlijk alleen een prikkel tot weemoedig terugblikken, en het treintje een hele geruststelling.

Lees verder >>

Te populair

Vanavond begint de achtdelige serie Dat is andere taal (Nederland 2, 19:35 – 20:05). Ik ben op een aantal manieren betrokken bij die serie: ik heb de redactie geholpen bij het vinden van onderwerpen en van de geïnterviewden, voor zover dat geen ‘Bekende Nederlanders’ waren. Ik treed zelf in twee afleveringen op en heb meegeschreven aan het boek dat de de serie begeleidt. Bovendien hebben we op het Meertens Instituut een begeleidende website gemaakt, met onder andere een Taaldetector.

Lees verder >>

Nederlab – voor al uw diachrone onderzoeksvragen

door Nicoline van der Sijs
Op 12 juniis in Neder-L gemeld dat het project ‘Nederlab – een laboratorium voor onderzoek naar de veranderingspatronen in de Nederlandse taal en cultuur’ 4 miljoen euro subsidie heeft ontvangen van NWO, KNAW, CLARIAH en CLARIN, inclusief matching van wetenschappelijke instituten en universiteiten. Inmiddels is er een projectwebsite in de lucht, http://www.nederlab.nl, waarop de oorspronkelijke aanvraag, de organisatiestructuur van het project en enkele persberichten zijn te vinden. Ik grijp de lancering van de website graag aan om wat achtergrondinformatie te geven over het project en een oproepje te doen.

Lees verder >>

Klankencyclopedie van het Nederlands (10): de [y]

[y] De [y] (in onze spelling geschreven als u, zoals in nu) is een klinker halverwege de [i] (ie) en [u] (oe). Dat blijkt uit de manier waarop je hem maakt: plaats je tong alsof je een [i] gaat zeggen (dat wil zeggen, de voorkant van je tong omhoog), maar plaats je lippen in de vorm van de [u] (dat wil zeggen, tuit ze een beetje). Dan zeg je automatisch een [y].

Er is iets lastigs aan die combinatie. Het tuiten van je lippen heeft een effect op de klankkwaliteit die vergelijkbaar is met het optillen van de achterkant van je tong, niet de voorkant. De [u] (tuiten en achterkant tong) en de [i] (niet tuiten en voorkant) zitten daarom allebei precies goed in de mond. De meeste talen van de wereld hebben daarom zowel een [i] als een [u].
Lees verder >>

Dapper roepen maar niets lezen

Over het Verkavelingsvlaams

Het komt niet vaak voor dat een academisch boek over taal onmiddellijk tot discussie in de krant leidt, maar de Antwerpse taalkundigen Kevin Absillis, Jürgen Jaspers en Sarah Van Hoof is het gelukt met hun boek De manke usurpator. Over Verkavelingsvlaams, dat donderdag verscheen.

De Vlaamse kranten stonden er vol van. Allerlei schrijvers bemoeiden zich ermee: Geert van Istendael, Dimitri Verhulst en Stefan Hertmans. De schrijvers stelden zich stuk voor stuk op als hoeders van de cultuur tegen die verderfelijke academici. Maar geen van hen geeft er blijk van ook maar een blik in het door hen zo verfoeide boek geworpen te hebben.
Lees verder >>

Klassiek

Een gedicht dat voor je ogen klassiek wordt. Ik kwam het tegen op de poëziekalender van Meulenhoff en kocht meteen het recente nummer van Het Liegend Konijn dat als bron werd vermeld. Het bevatte tien gedichten van een dichter die – blijkbaar – in 2003 zijn laatste bundel had gepubliceerd. Op zijn naam was ik wel eens gestuit in bloemlezingen, maar die paar losse gedichten hadden nooit veel indruk op me gemaakt. Dat deed dat ene gedicht nu wel – dat ene gedicht dat de samenstellers van de kalender uit een tijdschrifthadden geplukt. Gelijk hadden ze, vond ik, en ook de negen andere gedichten in Het Liegend Konijn waren niet mis.

Lees verder >>