Lang leve Melati van Java!

Vandaag is het 160 jaar geleden dat zij geboren werd: Melati van Java (1853-1927), de eerste Indische romancière van Nederland. Of er nog veel mensen zijn, die speciaal op deze dag verjaardagstaart eten, valt te betwijfelen. In ieder geval één. Dat ben ik, de biografe van deze schrijfster.

De een houdt van Hermans, de ander van Wolkers, en een derde moet daar niets van hebben. Te modern. Zo door-en-door Hollands. Melati werd vaak geprezen om haar Indische romans, die keer op keer herdrukt werden. Romans als De familie van den Resident (1874) en Fernand (1878) beleefden een triomftocht door Europa: want vertaald werden de romans ook. Ze maakte ook deel uit van het eerste cohort vrouwen dat in 1893 toetrad tot de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Zeker tot 1900 was Melati een BIN: een Bekende Indische Nederlandse. Geen gewoon Indisch meisje.
En waar is zij nu? Ik hoor het u vragen.
Lees verder >>

Klankencyclopedie van het Nederlands (24): De [ɑ]

[ɑ] De [ɑ] (van slap) lijkt in veel opzichten op de [a] van slaap. Anders dan de spelling suggereert zit dat verschil nog niet eens in de eerste plaats in de relatieve lengte, al is de [a] inderdaad doorgaans wat langer dan de [ɑ]: het verschil zit hem vooral in de plaats van de tong. Bij allebei de klinkers ligt die vrij plat onderin je mond, maar wanneer je de [ɑ] uitspreekt, til je de achterkant een klein beetje op.

Dat de twee klinkers zo veel op elkaar lijken, betekent ook dat ze gemakkelijk elkaars rol kunnen overnemen.
Lees verder >>

Ponthus ende Sidonie : hoofdstuk 36

Een schoone ende amoruese historie van
Ponthus ende die schoone Sydonie,
welcke waren beyde van coninclijker afcoemsten: Ponthus des conincx Tybours sone, coninck van Galissien, ende Sidonie des conincx Huguets dochter, van Britanigen, seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in]  strijden, welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.
Seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in] strijden,

welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.

Geprint t’Antwerpen op die Lombaerdeveste,
tegenover Die gulden Hant,
by mi Niclaes vanden Wouwere.
Anno 1564.

Programma symposium Queeste ‘A Bunch of Books’ / ‘Buiten de band’ – Boekencollecties in de middeleeuwse Nederlanden


Al eerder berichtte Neder-L over het symposium A bunch of books. Book collections in the medieval Low Countries (Buiten de band. Boekencollecties in de middeleeuwse Nederlanden), georganiseerd ter gelegenheid van het twintigjarig jubileum van tijdschrift Queeste, op 14 februari 2013.

Inmiddels is ook het programma bekend:

Lees verder >>

Derde huwelijk

Een hoogliedje van de dood: het slot van Het derde huwelijk van Tom Lanoye doet aan Kellendonks Mystiek lichaam denken. Het is niet de enige overeenkomst. De hoofdpersoon is in beide gevallen een homo uit de culturele sector – succesvolle, welvarende mannen die hun succes en welvaart danken aan uiterlijke schijn. Het topsegment van de beeldende kunst, de filmindustrie. Aids treft hen.

Nooit geen taaladvies

Vraag me niet waarom, maar gisteren verkeerde ik ineens op de website taaladvies.net. Wat een vreemde wereld is dat toch, de wereld van het taaladvies! Er is voortdurend iemand aan het woord die autoriteit wil bekleden, maar daar zelf niet echt in gelooft.

De website wordt onderhouden door de Nederlandse Taalunie, de Vlaams-Nederlandse overheidsorganisatie voor het taalbeleid. Hij wordt bij mijn weten gevuld door een commissie van ‘taaladviseurs’, mensen die er hun beroep van maken anderen van advies te dienen over correct taalgebruik.

Het probleem daarbij is dat niemand weet wat ‘correct’ precies is, of wie dat bepaalt. Eigenlijk zou de overheid dat moeten doen, of in ieder geval die commissie in dienst van de overheid. Maar die willen dat om de een of andere reden niet, die schuiven het af op anderen. Maar wie dan? Dat is volkomen onduidelijk.
Lees verder >>

Ponthus ende Sidonie : hoofdstuk 35

Een schoone ende amoruese historie van
Ponthus ende die schoone Sydonie,
welcke waren beyde van coninclijker afcoemsten: Ponthus des conincx Tybours sone, coninck van Galissien, ende Sidonie des conincx Huguets dochter, van Britanigen, seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in]  strijden, welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.
Seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in] strijden,

welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.

Geprint t’Antwerpen op die Lombaerdeveste,
tegenover Die gulden Hant,
by mi Niclaes vanden Wouwere.
Anno 1564.

Een denkpiste

‘Ook Nederlander De Zeeuw piste in Anderlecht’.

Dat was de krantenkop die ik van een facebookvriend doorgespeeld kreeg, met de opmerking ‘Wàt deed die Nederlander precies in Anderlecht?’ Glimlachje, om de dubbelzinnigheid van die titel. Want ‘piste’, dat kan natuurlijk zowel een zelfstandig naamwoord zijn als de verleden tijd van het werkwoord ‘pissen’. Foei toch. Grijns. Denkt waarschijnlijk elke Vlaming die deze titel onder ogen krijgt.

De doorsnee-Nederlander zal waarschijnlijk eerder de wenkbrauwen fronsen, net omdat die evidente Vlaamse dubbelzinnigheid hem ontgaat. Waarom piste die De Zeeuw nou in Anderlecht? Want ‘piste’ (of beter ‘denkpiste’), in de betekenis van ‘optie’ of ‘denkspoor’, dat is typisch Vlaams, of Belgisch Nederlands zo u wil.

Lees verder >>

Vacature Universiteit Gent (reageren kan tot 28 Febr. 2013)

PhD Studentship in Comparative Literature: Painting Themselves: A Transnational Approach to National Self-Portraiture, Ghent University – Faculty of Arts and Philosophy

Applications are invited for a fully funded PhD fellowship in the Department of Literary Studies at Ghent University, tenable for a period of up to four years. The successful candidate will participate in the project “Painting Themselves: A Transnational Approach to National Self-Portraiture”, which is sponsored by a grant from the Special Research Fund (BOF) of Ghent University and which will be directed by Prof. dr. Elizabeth Amann and Dr. Marianne Van Remoortel. This project proposes a transnational approach to the national self-portraits published in the 1840s in Europe. National self-portraits were collaborative essay anthologies that attempted to capture the essence of a nation through the representation of its constitutive types or scenes. Examples of the genre include: Heads of the People, Les français peints par eux-mêmes, Les belges peints par eux-mêmes, Nederlanders door Nederlanders geschetst, Los españoles pintados por sí mismos. This project will examine how the intertextualities and international dialogue among these collections helped to shape the definition of national identities in the years leading up to the Revolutions of 1848.
More information

 

CODL: Uitnodiging om mee te werken.

In oktober 2012 is het NWO-internationaliseringsproject CODL van start gegaan. CODL staat voor An International Network Studying the Circulation of Dutch Literature. Deze titel zegt in het kort waarover het gaat: we willen een internationaal netwerk van neerlandici consolideren en we willen de internationale verspreiding van de Nederlandse literatuur bestuderen. 

CODL start tien groepen op die elk de circulatie van één werk uit de Nederlandse literatuur bestuderen in vertalingen, bewerkingen of andere vormen. We willen je uitnodigen om aan één van die groepen deel te nemen. Je werkt dan samen met een internationale en interdisciplinaire groep rond één casus. Je post vertalingen en bewerkingen op de virtual collaboratory, je discussieert over je onderzoek naar de verspreiding van het gekozen boek, je bereidt samen een presentatie of panel voor op één van de workshops, je draagt bij aan een gemeenschappelijke publicatie (en/of deelpublicaties in open access op de website) etc. Je kan ook deelnemen aan het project door met een vertaalgroep aan de hand van de bij het project behorende ‘Reader voor CODL vertaalgroepen’ (binnenkort beschikbaar) een selectie teksten met studenten en docenten te vertalen in je eigen taal. Voor elke groep zal er één voorzitter zijn, die de werkgroep coördineert. Het project loopt drie jaar.

Het toneelstukje van ‘hebben zoiets van’

‘Iederéén heeft zoiets van…’, volgens wetenschapsjournalist Liesbeth Koenen. Onder die kop verscheen in november 2012 een artikel van haar hand in NRC Handelsblad, over de alom gehekelde uitdrukking hebben zoiets van. “De afkeer is vaak groot”, schrijft Koenen. En ook: “De uitdrukking scoort steevast hoog in taalergernistoptienen”.

Vreemd, eigenlijk. Want wat maakt een uitdrukking lelijk, of juist mooi? Vraag het uw buurman die zoiets heeft van: ‘De heg moet weer eens worden gesnoeid’, en hij zal het u waarschijnlijk niet kunnen uitleggen. Peter-Arno Coppen kan dat wel: in het artikel is te lezen dat hij de uitdrukking mooi vindt omdat ze compact is, maar er toch veel informatie in past.

Niet iedereen heeft dus een hekel aan hebben zoiets van. Ook ik niet. Voor mijn masterscriptie dompelde ik mij een half jaar lang met veel plezier onder in de wondere wereld van deze constructie. Mijn bevindingen zijn echter niet op elk punt gelijk aan die van de wetenschappers die Koenen in haar artikel aanhaalt.

Lees verder >>

Gezocht: intuinzinnen

Intuinzinnen worden ze wel genoemd: zinnen waarbij er op een bepaald moment even iets knarst in je hoofd omdat je erachter komt dat je hem verkeerd aan het ontleden was. Hier zijn er een paar die ik her en der van het internet geplukt heb:

  • De raad geeft een opsomming van leerstoelen Nederlands en Neerlandistiek is hierbij niet als afzonderlijke studie geteld.
  • Experimenten met regen maken lijken succesvol.
  • Jan legt het snoep op tafel in de kast.
  • Jan vertelde het meisje dat de hond beet dat de man was weggegaan.
  • Schepen vergaan in een storm zijn zelden verzekerd. Lees verder >>

Ponthus ende Sidonie : hoofdstuk 34

Een schoone ende amoruese historie van
Ponthus ende die schoone Sydonie,
welcke waren beyde van coninclijker afcoemsten: Ponthus des conincx Tybours sone, coninck van Galissien, ende Sidonie des conincx Huguets dochter, van Britanigen, seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in]  strijden, welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.
Seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in] strijden,

welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.

Geprint t’Antwerpen op die Lombaerdeveste,
tegenover Die gulden Hant,
by mi Niclaes vanden Wouwere.
Anno 1564.

Langs de vele wegen (3de druk, 1940)

De auteur van deze bijdrage is samensteller van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie (NPE); het online naslagwerk over Nederlandstalige dichters en dichtbundels vanaf 1900. De belangrijkste bronnen voor het onderzoek zijn de catalogi van de Koninklijke Bibliotheken van Nederland en België, van de British Library, van de Poëziecentra te Gent en Bredevoort, de Brinkman’s Catalogi, de diverse edities van het Lectuur Repertorium en de circa 2500 poëziebloemlezingen uit het te onderzoeken tijdperk.

Eerder deze week onderzocht NPE-redacteur Jurgen Eissink de in 1940 verschenen derde herziene druk van de bloemlezing Langs de vele wegen. Gedichten van na 1914 uit Noord- en Zuid-Nederland. Samengesteld door Pater Maximilianus, O.F.M. Cap.

In eerste instantie lijkt het op een ‘normale’ bloemlezing, bestemd voor het katholieke middelbaar onderwijs[1]. Pater Maxilimilianus maakte een keuze uit het werk van vijftig destijds vrij bekende dichters, van Herman van den Bergh tot en met Gerard Wijdeveld, inclusief poëzieknallers als Anton van Duinkerken, H. Marsman, J. Slauerhoff en S. Vestdijk. Alle namen in dit boek zijn bij eerder onderzoek al opgedoken – dus wié er instaan is niet bijster verrassend.

En zijn wel wat andere verrassende zaken. Zo valt in het voorwoord de term “oudere jongeren” – waarvan ik altijd gedacht had dat dit door Kees van Kooten, ergens in de jaren negentig bedacht was. Dat moet dus zijn: herbedacht, want pater Maximilianus doelde daarmee al in 1940 op dichters van veertig jaar of ouder.

Maar veel verrassender – al is dat niet het juiste woord – is wie ontbreken.

Lees verder >>

Het buurtje rondom de zon

Van links naar rechts Venus, Mars en Amor. 

“Hoe ziet een levend, bruisend Mars eruit?”, las ik gisteren in Scientias Magazine, en ik struikelde erover. Een slippertje van de eindredacteur, leek me. “Wat is in vredesnaam ‘het Mars’?”, twitterde ik. “Intrigerend: hoe ontstaat zo’n fout? Waarom zegt iemand dat?”

Die vraag maakte een stroom van verrassende reacties los. Meerdere mensen die ik ken als deskundig en/of taalgevoelig antwoordden dat ook zij Mars als onzijdig beschouwden. Zelfs @onzetaal neigde daartoe, al beaamde de anonieme penvoerder dat de planeten volgens hun naslagwerken inderdaad de-woorden waren.

Ried fan de Fryske Beweging zoekt nieuwe woorden

Door Irene Schrier
Voortdurend komen er nieuwe woorden bij. Het is een leuke gewoonte om aan het eind van het jaar het Woord van het jaar te kiezen, al zijn het meestal modewoorden die op duur weer in onbruik raken. Volgens Van Dale was het woord van 2012 ‘Project X-feest’. Meer mijn smaak was de keuze van Onze Taal, ‘Plofkip’. In de categorie jongerentaal was het ‘whappen’ (dat is whatsappen). Ook in andere landen wordt een keuze gemaakt. Het Vlaamse woord van 2012 was ‘Frietchinees’ (een Aziatische frituurhouder), de Duitse jeugd koos het luchtige ‘yolo’ (een afkorting van ‘you only live once’). Collins Dictionaryheeft niet één maar twaalf woorden van het jaar geselecteerd, voor elke maand één.
In Friesland kan men nog stemmenop het mooiste neologisme van 2012. Om al een voorschot te nemen op de verkiezing voor het jaar 2013 heeft de Raad van de Friese Beweging (RfdFB) in samenwerking met Tresoar en de Friese Academie, een wedstrijd uitgeschreven voor nieuwe Friese woorden.
Lees verder >>

Zou-d-ie dat nou menen?

Als het onderwerp je achter de persoonsvorm staat, in geval van inversie dus, valt de t weg: je valt, maar val je. Bij hij daarentegen kan inversie juist een extra t opleveren. Een onbeklemtoond hij wordt uitgesproken als ie wanneer het achter de persoonsvorm of in een bijzin verschijnt: weet-ie wel dat-ie leeft? We zetten dat zelden zo op papier, want om de een of andere reden heeft de schrijftaal een afkeer van ie. (Waarom eigenlijk?) En in veel gevallen zeggen we niet ie, maar zetten we daar nog een klank vóór: vaak een t, geregeld een d.

Ik vermoed dat die t afgeleid is van de werkwoordelijke vervoegings-t van de derde persoon enkelvoud, tegenwoordige tijd. Ik bedoel: omdat we een t zeggen in daar gaat-ie, zeggen we er óók een in dat las-t-ie en zelfs in ‘ik weet niet of-t-ie gaat’ (of hoe we dit ook willen spellen; ik laat me nu maar even inspireren door het Frans, met zijn y a-t-il). Wat deze neiging mogelijkerwijs  nog versterkt, is dat in veel bijzinnen vóór ‘ie’ óók een t staat, namelijk die van het voegwoord ‘dat’ en zijn varianten ‘omdat’, ‘voordat’ enzovoort: dat-ie leeft.

Tegen spellingvereenvoudiging!

Het lijkt een sympathiek betoog, dat Erno Mijland houdt op de website Onderwijs van morgen: de spelling moet nu eens radicaal vereenvoudigd worden. Mijland heeft daar duidelijk geen persoonlijk belang bij — hij werkt als eindredacteur dus hij heeft er baat bij als hij hoge tarieven kan rekenen voor de vele typefouten die hij moet verbeteren.

Hij ziet vooral een maatschappelijk belang: er wordt te veel onderwijstijd verspild aan het leren van onzinnige spellingregels. Bovendien wordt de schriftelijke communicatie door (onder andere) het internet gedemocratiseerd en, zoals Mijland schrijft, ‘een expert in houtbewerking, fietsreparatie of metselwerk is niet per definitie een spellingheld.’

Ik ben het met allebei de argumenten eens. Maar ik deel de conclusie niet.

Lees verder >>

Presentatie DBNL Limburg-portaal, Maastricht, 31 jan. 2013

Op 31 januari 2013 van 16.30 tot 19.00 uur vindt in het Gouvernement aan de Maas in Maastricht de presentatie plaats van het DBNL Limburg-portaal. Dit project is ongeveer een jaar geleden van start gegaan onder auspiciën van de bijzondere leerstoel ‘Taalcultuur in Limburg’ (prof. dr. Leonie Cornips). De uitvoering geschiedt in samenwerking met de LGOG-commissie Literatuurgeschiedenis. Deze commissie werkt momenteel ook aan een geschiedenis van de letteren in Limburg in boekvorm. Iedereen is van harte welkom bij de presentatie; wel is inschrijving vooraf gewenst. Lees verder >>

Bommel, bijbels en ‘bestsellers’

Het is niet moeilijk om een boek uit 2012 in je hart te sluiten waarin het woord bestseller tussen aanhalingstekens wordt gezet. Klaas Driebergen doet dat in zijn Bommel en bijbel. Bijbel en christendom in de verhalen van Marten Toonder. Over de bundel Bommelverhalen Als je begrijpt wat ik bedoel schrijft hij:

Deze zag in 1967 het licht als Literaire Reuzenpocket 250 en werd direct een ‘bestseller’.

Bestsellers horen niet echt tot de wereld van Bommel of tot die van de bijbel. In zijn nawoord bij deze omvangrijke studie (347 pagina’s!) die gebaseerd is op zijn doctoraalscriptie aan de VU vertelt Driebergen dat hij van kinds af een liefhebber was van Bommel en dat hij blij was toen hij deze hobby met zijn christelijke achtergrond kon combineren.

Het resultaat is zeer gedegen. Je krijgt het gevoel dat werkelijk iedere verwijzing naar het christendom en de bijbel in de Bommel-sage aan de orde komt: van de man die het heeft over de ‘poel des verderfs’ tot en met het éne plaatje waarop mensen, weliswaar ergens op de achtergrond, naar de kerk gaan.
Lees verder >>

Ponthus ende Sidonie : hoofdstuk 33

Een schoone ende amoruese historie van
Ponthus ende die schoone Sydonie,
welcke waren beyde van coninclijker afcoemsten: Ponthus des conincx Tybours sone, coninck van Galissien, ende Sidonie des conincx Huguets dochter, van Britanigen, seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in]  strijden, welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.
Seer ghenuechlijck om lesen, soo in amoreusheyt ende [in] strijden,

welcke veel wonderlijcke fortuynen van feyten van wapenen binnen sijnen leven ghehadt heeft ende namaels noch ghecroont wert coninck van Galissien ende van Britanigen.

Geprint t’Antwerpen op die Lombaerdeveste,
tegenover Die gulden Hant,
by mi Niclaes vanden Wouwere.
Anno 1564.

Hoe kort mag een verhaal zijn?

De nieuwjaarsgeschenken van het Meertens Instituut zijn altijd de moeite waard. Het zijn kleine boekjes waarin een onderzoek iets uitlegt over zijn werk voor een wat breder publiek. Ja, dat mag ik natuurlijk eigenlijk niet zeggen, omdat ik zelf op het instituut werk. Maar er gebeurt daar van alles dat ik ook niet allemaal precies kan bijhouden — zodat ik zelf ook regelmatig tot het bredere publiek behoor.

Dit jaar legt mijn collega Theo Meder uit hoe hij een nieuwe kant wil opgaan met het onderzoek naar volksverhalen zoals sprookjes en moppen: hij wil bekijken of je een ‘grammatica’ kunt opbouwen voor dat soort verhalen — een structuur waar ze allemaal aan moeten voldoen, of in ieder geval een set structuren waaruit je kunt kiezen wanneer je een nieuw verhaal vertelt. (Er moet een held zijn, die wordt tegengewerkt maar uiteindelijk wint. Dat lijkt me een structuur voor een sprookje, maar je kunt het nog eerder verfijnen.)

Lees verder >>

Nieuw! Uitgeverij Link

Als we de kranten mogen geloven, dan gaat het heel slecht met de boekenbranche. Er wordt steeds minder gelezen, er worden steeds minder boeken verkocht. Uitgeverijen fuseren, boekhandels richten koffiecorners in om nog een beetje omzet te draaien. In dit geweld van de neerwaartse spiraal is er iemand die gewoon gelooft in het boek en die nu gewoon een uitgeverij opricht: Jürgen Snoeren. Een dappere held? Een visionair? Of iemand die op het verkeerde paard aan het wedden is?

Lees verder >>