Niet meer slapen door Willem Frederik Hermans?

“Wij krijgen niet in onze prille jeugd van Hogerhand een teken welke kant wij op moeten, zodat we, mits van goeden wille, dan ook zonder omwegen het aangewezen doel bereiken.
Pas later, als we, noodzakelijkerwijze door het verstrijken van de jaren, ergens gekomen zijn, waar dan ook, kunnen we achteraf vertellen waar we vandaan en waar we langs zijn gekomen, en ons verbeelden dat het altijd al zo had gemoeten.”
W.F. Hermans (1984) in: Waarom schrijven?

Nooit meer slapen (NMS) van W.F. Hermans is een van die boeken die ik keer op keer herlees en totnogtoe zonder hetzelfde verhaal te lezen. De roman leest als een soort detective. Af en toe maakt Hermans’ brille me ietwat iebelig en dan schakel ik over op een Donald Duck dieet, maar NMS blijft onweerstaanbaar trekken.

Toevallig las ik zo’n drie weken terug het artikel van Max van Duijn (MvD): “Bloed aan de handen van Alfred Issendorf?” in De Gids 2012/4. Ik ben half en half dezelfde mening als Van Duijn toegedaan: Alfred zou Arne best de dieperik in kunnen hebben geduwd. Alleen is dat aan de hand van de tekst (nog?) niet waterdicht door Van Duijn bewezen.
Lees verder >>

Aankondiging: Geen Daden Maar Woorden

Geen Daden Maar Woorden Festival is het festival van de hedendaagse letteren. Het festival brengt kunst en uitgaan samen met voorstellingen die unieke combinaties vormen tussen verschillende disciplines als literatuur, muziek, dans, film en theater.  Voorstellingen vinden deze derde editie niet alleen plaats in hoofdlocatie Theater Kikker, maar ook in alternatieve festivallocaties: een goed verborgen werfkelder, lunchroom en kledingzaak.

Lees verder >>

De motor waar de verhaspeling op drijft

Een goede verhaspeling is goud waard. Leest u in de krant de zin ‘de minister-president is de kluit aan het begraven’, dan kunt u kiezen waar u uw vondst heen stuurt. Er is de Facebook-groep taalvoutjes en de Twitter-account @verhaspeling. Het tijdschrift Onze Taal plaatst zulke kronkels al heel lang op de achterpagina. Er zijn ook allerlei boekjes, onder andere van Onze Taal.

Wat is er zo aantrekkelijk aan die verhaspelingen dat er een hele industrie van kan leven?
Lees verder >>

Hebban olla vogala

‘Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu, wat unbidan we nu?’ is niet het oudste Nederlandse zinnetje, maar het is wel een van de bekendste. Het heeft diverse mensen geïnspireerd tot kunst. Zo is er een dansvoorstelling van, een freejazzrocknewwavesong en een luisterliedje

Het Klokhuis is er ook mee aan de haal gegaan en het resultaat is een liedje dat het genre RnB (spreek uit als ‘arrenbie’) behoort. Het is een zeer catchy tune geworden dat zich in je hoofd nestelt om er de rest van de dag niet meer uit te komen. Luister maar!

Ik, je en hij bij Gerrit Komrij

Door Marc van Oostendorp

Als ik jou was, en jij was een student letterkunde en die zocht een scriptieonderwerp, zou ik me buigen over Boemerang en andere gedichten, de postume bundel van Gerrit Komrij.

Het eerste gedicht is, heel onkarakteristiek, geschreven zonder hoofdletters en zonder punten. Het heet psalm en begint als volgt:

de avond vrees je en het grote krimpen
de dingen in de kamer hebben pijn
er lopen dwars door door je geraamte schimmen
en in de tuin dieren die angstig zijn

Lees verder >>

Een langere Afsluitdijk, een bungelend Limburg

Je ziet wel eens van die kaarten waarop sommige landen wanstaltig opgeblazen zijn, terwijl andere zich nét op een paar pixels weten te handhaven. Op bijgaande wereldkaart bijvoorbeeld is Nederland nou eindelijk eens makkelijk te vinden, maar Eritrea – hoewel veel groter – nauwelijks. Dat komt doordat Nederland veel meer kooldioxide de lucht in blaast dan Eritrea, want dat is wat deze kaart in beeld brengt.

Klassieke cartografen als Mercator en Blaeu draaien zich om in hun graf, maar ik vind zulke kaarten – zoals trouwens de meeste kaarten – erg leuk. En ik denk dat er taalkundig meer mee te doen is dan ik tot nu toe heb gezien, op minstens twee manieren.

Verdediging van de d/t-fout

Af en toe komt er per ongeluk iemand hier op Neder-L terecht, ziet in de linkerhoek ‘tijdschrift voor neerlandistiek’ staan en ziet daarin een aanleiding om zich vreselijk op te winden over een zogenoemde ‘dt-fout’ die hij ergens op deze pagina’s aantreft. Ik wil niet zeggen dat zulke mensen allemaal dom zijn. Veel van hen zijn ook eenvoudig te goedgelovig en accepteren te kritiekloos wat de cultuur hun aanreiktt als belangrijk. Er bestaat geen enkel, geen enkel (geen enkel) argument waarom iemand ik vind zou moeten schrijven in plaats van ik vindt.

Lees verder >>

Taal als tijdsmachine

Om de reiziger aan te sporen om een kaartje te kopen en zo de boete van 40 euro te vermijden, hangt er een bordje in de bus van Wupperal: “40 euro sind viel geld!”Mijn oog valt op sind, ik zou niet snel zeggen 40 euro “zijn veel geld”, maar liever ”is veel geld”. Mijn aandacht gaat naar wat anders is dan in het Nederlands. Dat op de uitspraak na alles hetzelfde als in het Nederlands is,merk ik niet op. Vaak gaat praten over taal over verandering en over verschillen. Groot was dan ook mijn verbazing dat Fiona Jordan, antropoloog bij het Max Planck instituut zei dat taal voor antropologen zo interessant is, omdat taal zo stabiel is. Waar de techniek om dingen zoals vazen maken in twee generaties helemaal kan veranderen of verdwijnen, verandert taal geleidelijk. Je moet elkaar kunnen blijven verstaan. De eis van verstaanbaarheid remt verandering.

Lees verder >>

Oapen

Onlangs werd ik gewezen op een interessant boek over Vondel, interessant omdat het werk van Vondel langs alle kanten belicht werd. De titel is briljant door zijn simpelheid: Joost van den Vondel (1587-1679), Dutch Playwright in the Golden Age. Minder briljant vond ik de prijs: € 169,-. Honderdnegenenzestig euro. Dat is nogal wat. 

Gelukkig is de redding nabij, want een aantal uitgeverijen heeft de handen ineengeslagen om met open access aan de slag te gaan. Zij hebben een website opgericht waar zij hun boeken aanbieden als pdf: www.oapen.org. Zoek daar op ‘Vondel‘ en wat komt er tevoorschijn? Juist, het boek over Vondel dat ik zo graag wilde lezen. Kijk maar. Alle 667 pagina’s gratis te downloaden.

Is er nog meer? Jazeker. De boeken uit die prachtserie van Amsterdam University Press over rederijkers van Van Dixhoorn, Van Bruaene, Van Herk en Mareel. Om maar eens wat te noemen, hoor. En zoek eens op ‘deconstructie‘, of ‘Multatuli‘, of ‘Hitchcock‘.  Ik zoek verder en loop tegen het boek Juigchen in den adel der menschelijke natuur aan. Tjee, vorig jaar gekocht. Waarom ben ik toen niet eerst gaan oapen? Dat is de wijze les van dit verhaal: voor je een boek gaat kopen, eerst even oapen.

Overleden: Ivo Michiels (8 januari 1923 – 7 oktober 2012)


De Vlaamse schrijver Ivo Michiels is zondagochtend 7 oktober overleden. Uitgeverij De Bezige Bij meldt dit ‘mede namens de familie’.
Ivo Michiels – pseudoniem van Henri Paul René Ceuppens – werd op 8 januari 1923 geboren in Mortsel. Hij werkte onder meer als journalist en docent filmanalyse. Daarnaast was hij redacteur van enkele literaire tijdschriften, zoals De tafelronde en Diogenes. Hij schreef romans, essays en filmscenario’s. Zijn oeuvre wordt omschreven als modernistisch en experimenteel.
Michiels debuteerde in 1946 met de dichtbundel Begrensde verten. Zijn eerste roman, Het vonnis, verscheen in 1949. Hij voltooide twee romancycli, waarvan het vijfdelige Het boek Alfa (1963) de bekendste is. Zijn werk werd meerdere malen bekroond, onder meer met de Emiele Bernheimprijs voor zijn gehele oeuvre in 1990. Zijn laatste boek, Maya Maya, voltooide hij op 8 september van dit jaar en zal zoals al gepland op 8 januari 2013 (zijn negentigste verjaardag) verschijnen.
Ivo Michiels zal op woensdag 10 oktober 2012 in zijn woonplaats, het Franse Le Barroux, worden begraven.

Geschiedenis van de woordfrequentie

Frequentie is in de taalwetenschap al een tijdje een toverwoord. Woorden die vaak voorkomen, die hoogfrequent zijn, zijn bijzonder. Ze zijn bijvoorbeeld gemiddeld korter dan laagfrequente woorden volgens een van de bekendste wetten van de taalwetenschap, de Wet van Zipf. Ook spreken sprekers dit soort woorden vaak wat achtelozer uit: omdat ze zo vaak voorkomen, voegen ze minder informatie toe. De luisteraar kan zelf wel min of meer raden dat je de zegt, of wil, en dus hoef je als spreker wat minder je best te doen om zo’n woord duidelijk uit te spreken.

Om dat soort verbanden goed te onderzoeken heb je natuurlijk een goede maat nodig. Wat is de precieze rangordening van Nederlandse woorden volgens hun frequentie? Dat is nog niet zo heel eenvoudig vast te stellen.
Lees verder >>

Hu! Een hypothese!

Een Nijmeegs persbericht over een nieuw proefschrift houdt me al een paar dagen bezig – zou die (aanstaande) jonge doctor dat nu echt menen? “Ik had vooraf geen hypothese over de mogelijke verschillen”, zegt Karen Keune in dat persbericht (dat ook op Neder-L verscheen, met commentaar over de spelling, maar niet over de inhoud. “Ik heb echt gekeken naar wat er uit het materiaal naar voren kwam.”

In het proefschrift staat het niet zo, dus ik neem aan dat een voorlichter het heeft toegevoegd. Zou iemand die een heel proefschrift geschreven hebben zo’n idee kunnen hebben van wetenschap? Dat geloof ik niet.

Lees verder >>

100 jaar Marten Toonder: overzichtstentoonstelling, gratis App, diverse activiteiten en publicaties

Hij verrijkte de Nederlandse taal met woorden als ‘minkukel’ en ‘denkraam’ en is de geestelijk vader van de onvergetelijke Olivier B. Bommel en Tom Poes: Marten Toonder. In 2012 is het honderd jaar geleden dat hij geboren werd. Het Letterkundig Museum in Den Haag brengt vanaf 12 oktober de grote overzichtstentoonstelling Marten Toonder. Een dubbel denkraam. Uniek materiaal dat zelden of nooit eerder getoond is, brengt de bijzondere wereld van deze markante man tot leven.

De honderdste geboortedag van Toonder wordt niet alleen gevierd met deze overzichtstentoonstelling. Zo wordt er vanaf 9 oktober in de Appstore een gratis Marten ToonderApp beschikbaar gesteld. (Update 12 oktober: de Marten ToonderApp is alleen beschikbaar voor de iPad; de App is gratis te downloaden in de Appstore, https://itunes.apple.com/nl/app/marten-toonder/id566268062?mt=8.)

Lees verder >>

Call for contributions voor een themanummer van Werkwinkel: Tijdschrift voor Nederlandse en Zuid-Afrikaanse Studies

Literaire historiografie / literaire biografie

Het overlijden van John Kannemeyer, de Zuid-Afrikaanse literatuurhistoricus en biograaf, maar tevens ook neerlandicus, markeert een belangrijke grens tussen wat was en wat komen zal in de Afrikaanse literaire historiografie. Zijn bijdrage tot de literatuurgeschiedenis en literaire biografistiek was enorm en dit oeuvre wordt dan ook met een welluidend slotakkoord afgesloten: de levensbeschrijving van de Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee gaat momenteel in de Afrikaanse en Engelse versie ter perse. Hierdoor strekt dit heengaan veel verder dan alleen binnen de Afrikaanse literaire geschiedschrijving waar Kannemeyers dood in elk geval een waterscheiding betekent. Lees verder >>

Klankencyclopedie van het Nederlands (14): [ɣ]

[ɣ] De [ɣ] maak je door de achterkant van je tong op te tillen tot hij dichtbij het zachte verhemelte komt – niet dichtbij genoeg om de uitstromende genoeg helemaal te blokkeren (dan maak je een [k]), maar dichtbij genoeg om de lucht flink te laten wervelen. Dat wervelgeluid levert de [ɣ] op, de klank die in het schrift meestal wordt weergegeven met de letter .

Althans, strikt genomen is ook nog nodig dat je de stembanden laat trillen tijdens het uitspreken van die klank. Dat lukt alleen wanneer je je tong niet al te ver naar achteren plaatst. Je krijgt dan een zachte g, zoals het volgende filmpje laat zien:
Lees verder >>

Promotie-onderzoek Karen Keune: mannen en vrouwen hebben verschillende spreekstijlen en ander woordgebruik

Mannen en vrouwen praten verschillend: ze hebben een andere spreekstijl en gebruiken andere woorden. Dit ontdekte Karen Keune via een uitgebreide corpusstudie. Zij promoveert op 15 oktober 2012 om 15.30 uur in de aula van de Radboud Universiteit Nijmegen, Comeniuslaan 2.

Een corpus is een grote verzameling van geschreven of gesproken tekst. Keune onderzocht o.a. met behulp van het Corpus Gesproken Nederlands de effecten van sociale achtergrond (leeftijd, geslacht, opleiding) op woordkeuze. Ze concludeert dat vrouwen over het algemeen een betrokken spreekstijl hebben, met relatief veel werkwoorden en veelvoorkomende woorden. Mannen praten daarentegen informatiever en gebruiken meer zelfstandige naamwoorden en unieke woorden.

Lees verder >>

Albert Verweylezing door Willem Jan Otten op 25 oktober in Leiden


Op 25 oktober 2012 houdt Willem Jan Otten aan de Universiteit Leiden de Albert Verweylezing, met als titel: “De vormmachine. Literatuur als rite de passage”.
Tijd: Aanvang 20.00 uur (zaal open om 19.30 uur)
Locatie:
De lezing vindt plaats in het Groot Auditorium van het Academiegebouw, Rapenburg 73 te Leiden
Kaarten:
Kaarten à 5 euro zijn te bestellen via Gastschrijver@hum.leidenuniv.nl. U kunt alleen ter plekke (contant en zo mogelijk gepast) betalen.  

Lees verder >>

Schrikproducten

Wat schrikt u zich gewoonlijk? Een hoedje? Of het apezuur? Een #durftevragen op Twitter levert een prachtige verzameling ‘schrikproducten’ op:

  • een ongeluk
  • een hoedje
  • de tering
  • de tyfus
  • de pleuris
  • de klere
  • de pokken
  • het lazarus/de lazerus
  • het apelazarus/apelazerus
  • het leplazarus/leplazerus
  • een aap
  • het apezuur
  • de tandjes
  • een rolberoerte
  • de/het rambam
  • het schompus/schompes
Het overgrote deel van de woorden zijn – niet zo verrassend – ziektes en andere ongelukken. Van schrikken krijg je ouderwetse ziektes zoals tyfus, de pleuris of de tering, soms ook twee tegelijk: “ik schrok me de pestpleuris”.
Lees verder >>

“Dan zou ik mijn boek vertalen in ’t Maleis, Javaans, Soendaas, Alfoers, Boeginees, Bataks…”

Bespreking van Grave, J., O. Praamstra, H. Vandevoorde (Hrsg.). 150 Jahre Max Havelaar. Multatulis Roman in neuer Perspektive. Frankfurt am Main: Peter Lang, 2012.
In 2010 was het precies 150 jaar geleden dat Batavus Droogstoppel, wonend op de Lauriergracht nr. 37, een paar riem papier extra bestelde en – geheel tegen zijn gewoonte in – begon te schrijven aan zijn roman die geen roman was. Of toch wel? In december 2010 werd er aan de Freien Universität in Berlijn een congres gehouden rondom Multatuli’s Max Havelaar. Literatuurwetenschappers uit verschillende Europese landen hielden zich twee dagen lang bezig met verschillende aspecten van het werk. De verschillende lezingen zijn nu gebundeld in het boek 150 Jahre Max Havelaar. Multatulis Roman in neuer Perspektive.
Lees verder >>

Het leven van een ploert

Door Marc van Oostendorp

Mijn collega-blogger hier op Neder-L, Gert de Jager, is de wandelende indolentie en een ploert en hij kan beter voor zijn tante een colibri gaan kopen. Hij heeft zich immers een paar weken geleden op dit weblog uitgesproken tegen de biografie.  “Met wetenschap heeft het niets te maken en met literatuur evenmin,” schrijft Gert. “Al die levens: ze zijn slaapverwekkend. ”

Nu heb ik net de biografie van Willem Kloos gelezen die Bart Slijper vorige maand publiceerde, waarin hij onder andere beschrijft hoe Kloos in een jarenlang aanhoudende bui van alcoholistische autodestructie al zijn collega’s ongenadig uitscheldt, aldus hun gezamelijke tijdschrift De nieuwe gids volkomen de vernieling inhelpend. Dat wilde ik, minus de alcohol, nu ook maar eens proberen.

Lees verder >>

Congres Moving Humanities RUN

Het tweejaarlijkse congres Moving Humanities biedt startende onderzoekers een podium om hun onderzoek te presenteren. Het thema van dit jaar ‘Interdisciplinariteit in de Geesteswetenschappen’ wil enerzijds de reflectie op de toekomst van het ‘eigen’ vakgebied stimuleren en anderzijds vragen stellen over wat het ‘eigen’ vakgebied eigenlijk is. In het huidige academische klimaat van vervagende en misschien zelfs verdwijnende grenzen, kunnen we ons afvragen of er nog wel verschillende disciplines bestaan. Moet interdisciplinariteit worden omarmd of is enige behoedzaamheid geboden? Met andere woorden: moet de geesteswetenschapper vrezen voor zijn ‘identiteit’ of deze gedaante-verwisseling toejuichen? Moeten we deze interdisciplinariteit zoeken binnen of juist buiten de academie? En wat zijn de consequenties hiervan voor geesteswetenschappelijk onderzoek?

Promovendi en (research)masterstudenten van de Radboud Universiteit presenteren op 18 oktober 2012 tijdens 7 sessies hun visies rond dit thema in het licht van hun eigen onderzoek.

Het volledige programma is te raadplegen op http://www.ru.nl/letteren/onderzoek/movinghumanities2012/formerly-known-as/

Aanmelden voor de dag (gratis) met lunch (5,-) kan via movinghumanities@let.ru.nl.

De geheimen van de Leidse [ɻ]

Het is vandaag drie oktober, de dag van een groot volksfeest in Leiden.  In de stad zelf zeggen ze [dɻi ɔktoʷbəɻ], met een ‘Amerikaanse’ [ɻ] die je verder in geen enkel Nederlands dialect hoort, zeker niet voor een klinker (u kunt hem hier beluisteren).

Waar die [ɻ] vandaan komt, weet niemand. De Leidse taalgeleerde Hans Heestermans heeft wel geopperd dat het komt doordat in de 17e eeuw een groot aantal Vlaamse tekstielarbeiders naar de stad gekomen zijn – terwijl ze daarvoor een tijd in Engeland gewoond hadden. Maar bewijzen dat er in Engeland toen al zo’n uitspraak van [ɻ] bestond zijn er niet, en het is ook niet zo waarschijnlijk dat je binnen een paar jaar zo’n klank oppikt en die vervolgens naar elders meeneemt.

Lees verder >>

Gezocht: Vlaamse schuttingtaal of slang voor woordenboek Algemeen Onbeschaafd Nederlands

In 2007 interviewde ik voor Taalschrift Heidi Aalbrecht en Pyter Wagenaar naar aanleiding van het verschijnen van hun Woordenboek van platte taal (WPT). Beiden gaan nu een volledig herziene en uitgebreide editie van het WPT uitbrengen bij Prisma: het Woordenboek van het Algemeen Onbeschaafd Nederlands (AON), waarin ze het ‘onbeschaafde Nederlands’ nog beter dan in het WPT willen beschrijven.

Lees verder >>