Blauwe Schuit

Door Leonie Cornips
Op een druilerige zondagmorgen zit ik in de trein naar Heerlen om op uitnodiging even onderdeel uit te maken van de draaiboekbesprekingen van de Blauwe Schuit.
Overmorgen vaart het schip op wielen uit om vijf dagen lang de vastelaovend aan te kondigen, ook in het nabije België en Duitsland. Deze zondag zijn ook diverse gastheren van de ankerplaatsen die de bemanning van de Blauwe Schuit aandoet, in de Heerlense thuishaven te gast. Dit overleg in de Schelmentoren op twee zondagen voorafgaand aan vastelaovend is belangrijk. Het bestuur van de Blauwe Schuit, waaronder de vuurzitter, moelemeëkeren sjriever neemt met de gasten het vaarschema en vooral het protocol door. Ook bespreken ze opmerkelijke plaatselijke gebeurtenissen die onderwerp van spot kunnen worden tijdens het gesjteggel met de autoriteiten waar de Blauwe Schuit volgende week aanmeert.

Lees verder >>

Het is heus niet lui om ‘hij’ te zeggen!

Door Marc van Oostendorp


Wij amuseerden ons gisterenavond met de zinnen van Bach en Peters. Zij leren ons iets over de menselijke luiheid en de betekenis van persoonlijk voornaamwoorden zoals zij en haar. Bij simpele zinnen zou je kunnen denken dat het simpel zit:

De koningin verveelt zich en zij gaat daarom vanavond lekker dansen. [1]

Je zou kunnen denken: dat zij is een manier om toe te geven aan de menselijke neiging tot luiheid. Het vervangt hier de koningin. Zin 1 betekent hetzelfde als zin 2:

– De koningin verveelt zich en de koningin gaat daarom vanavond lekker dansen. [2]

Taalkundigen hebben ook lang gedacht dat het zo zat, maar zo’n vijfenveertig jaar geleden ontdekten sommigen van hen dat er zinnen waren die je zo niet kunt begrijpen. Neem de volgende:
Lees verder >>

Praten met je hond

Door Marc van Oostendorp

“Leg nu onmiddellijk de Telegraaf neer!” Wie weleens boos iets heeft geroepen tegen zijn hond, weet dat Fikkie op dat moment ineenkrimpt. Hoe kan dat? Kunnen honden menselijke taal verstaan? Nieuw onderzoek van de vorig jaar in Nijmegen gepromoveerde Hongaar Attila Andics laat zien dat er in zijn brein iets gebeurt dat lijkt op hoe de menselijke hersenen op gemopper reageren.

De onderzoekers legden honden én mensen onder de scanner en lieten ze naar opnamen luisteren van honden en mensen in verschillende omstandigheden. Sommige van de resultaten zijn niet zo verrassend: honden herkenden bijvoorbeeld hondenemoties dan mensenemoties en bij mensen was het omgekeerd.

De kern van de bevinding is wel nieuw: het is, mutatis mutandis, hetzelfde hersengebiedje dat oplicht bij Fikkie als bij jou en mij. (Ik ga er nu even voor het gemak vanuit dat honden Neder-L niet lezen.)
Lees verder >>

Onteren

Door Marc van Oostendorp

Ik heb de afgelopen dagen op kosten van de Italiaanse belastingbetaler (en nu niet zeggen: hij bestaat) een aantal lezingen gegeven in Verona, en een ervan ging over de woorden onteren en oneindig.

Wat is er aan de hand? Beide woorden bestaan uit een voorvoegsel (ont, on), een stam (eer, eind) en een achtevoegsel (en, ig). Er is een belangrijk verschil: onteren is een verbuiging met –en van de stam onteer (het voorvoegsel zit als het ware dieper dan het achtervoegsel) en oneindig is de ontkenning van eindig (het achtervoegsel zit dieper dan het voorvoegsel).

Er is echter ook een overeenkomst, die te maken heeft met lettergrepen.
Lees verder >>

Van varen, vechten, plunderen en plagiaat

Door Bart FM Droog

In 1942 stelde Jan H. Eekhout de bloemlezing  Hart van Holland. Een keur uit onze historische zee-lyriek samen. Dit boekje bevatte veel anti-Britse gedichten en liederen uit de diverse Engels-Nederlandse oorlogen – op zich niet zo vreemd, want Van Eekhout had zich openlijk tot de Nieuwe Orde bekeerd.

Kort na de verschijning publiceerde dagblad Het Vaderland een vlammend protest van Wouter Nijhoff, van uitgeverij Martinus Nijhoff, tegen dit werk. Het boek van Eekhout bleek een geplunderde versie van de eerder in de 20ste eeuw bij Nijhoff verschenen alomvattende overzichtsbloemlezing van Nederlandstalige zeelyriek: Van varen en van vechten (1914)      

Nijhoff: “Ik moet opnieuw een ernstig protest doen hooren ten opzichte van geoorloofde handelingen gepleegd tegen mijn uitgave Van Varen en van Vechten, verzameld door D.F. Scheurleer.

Lees verder >>

Pas verschenen: Over Taal (jrg. 53, nr. 1)


In het nieuwe nummer van Over Taal, algemeen wetenschappelijk-populariserend tijdschrift over taal, tekst en communicatie, onder meer het artikel ‘Zelfkennis is het begin van alle schrijfwijsheid’ van Jose Tummers en Annelies Deveneyns, over schriftelijke taalvaardigheid in het hoger professioneel onderwijs:
‘In een onderzoek naar de schriftelijke taalvaardigheid van eerstejaars professionele bachelorstudenten aan de KHLeuven is onder meer gepeild naar het beeld dat studenten van hun eigen schrijfvaardigheid hebben. Zijn zij tevreden over het geleverde werk? Vinden zij dat ze helder en duidelijk schrijven?  

Lees verder >>

De zon komt erbij

Door Marc van Oostendorp

Het irritante van taal is dat ze verandert waar je bij staat. Je keek net even de andere kant op en ineens blijkt er zich alweer ergens een nieuwe constructie te hebben gevormd. Zo meldde iemand op Meldpunt Taal deze week ineens het bestaan ‘de zo’n komt erbij’ als equivalent voor ‘de zo’n breekt door’.

Gelukkig hebben we sinds kort Delpher, de zoekmachine waarmee je miljoenen pagina’s gedigitaliseerde boeken, kranten en tijdschriften van de KB kunt doorzoeken. Daarmee hebben we nu ook een prachtige, objectieve formule voor taalverandering: een constructie is nieuw als ze wel via Google gevonden kan worden, maar niet via Delpher.

Volgens die formule is ‘de zon komt erbij’ inderdaad nieuw.

Lees verder >>

Column 96 : “Kennisse” voor gebruikers van de CD-ROM Middelnederlands

Door Willem Kuiper

Terwijl u dit leest, herlees ik Buevijn van Austoen. Dat is een van oorsprong Frans chanson de geste, waarvan zelfs nog dertiende-eeuwse Middelnederlandse fragmenten bestaan, 116 regels in totaal, uitgegeven in het Corpus Gysseling II, deel 1. Opmerkelijk is dat de Middelnederlandse dichter / vertaler / bewerker zijn (Franse) voorbeeld een “liet” noemt: “Nae dien dat ict int liet verstoet” (r. 100). Ook is hij niet vies van sensatie, want hij laat Boeve een superieure helm dragen die door “varende vrouwen” in het land Morianen gesmeed werd voor de machtige koning Bradimont. Heel jammer dat ons van deze roman slechts 116 regels van de hoeveel 1000 resten, want dit riekt naar een vrije bewerking. Ik kon deze exotische herkomst van het zwaard in het Frans niet terugvinden.
     Buevijn van Austoen is een prozaroman die in 1504 gedrukt werd door de Antwerpse drukker, uitgever en vertaler Jan van Doesborch. Of de bewaard gebleven druk de eerste is, kan ik u niet zeggen. Zal haast wel. De roman moet veel succes gehad hebben, want in 1511 verschijnt een herdruk bij Adriaen van Berghen, Antwerpen, in 1552 een herdruk bij Hans van Liesvelt, Antwerpen, en in 1563 een herdruk bij Jan van Ghelen, eveneens Antwerpen [Bron: R.J. Resoort].
Lees verder >>

De Romaans-Germaanse grens

Door Marc van Oostendorp

Dwars door Europa kronkelt een fascinerende grens: de Germaans-Romaanse, die de Germaanse talen in het noorden en het oosten zoals het Nederlands, het Fries en het Duits scheidt van de Romaanse in het zuiden en het westen, zoals het Frans en het Italiaans.

In ons knusse hoekje van Europa denken we graag aan een specifiek stukje van die grens, namelijk de kilometers die door België lopen. Maar hij loopt daarna nog meer dan duizend kilometer door naar het zuiden om ergens in Zuid-Tirol in Italië te eindigen met de grens tussen de Beierse dialecten en de Italiaanse.

Gisterenavond zat ik in een restaurant met een collega van die andere kant van de taalgrens: een Duitstalige Italiaanse. Al gauw begonnen we gezellig te fantaseren over onderzoek.

Lees verder >>

Aandacht voor literair erfgoed bij OU Erfgoedplatform


Het OU Erfgoedplatform – een initiatief van de faculteit Cultuurwetenschappen van de Open Universiteit – heeft een nieuwe pagina over literair erfgoed gelanceerd. Met deze pagina wil het Erfgoedplatform bredere aandacht geven aan het Nederlandstalige literaire erfgoed.
Op de nieuwe literair-erfgoedpagina is onder meer een overzicht van belangrijke bewaarplaatsen op het gebied van de Nederlandse letteren te vinden. Daarnaast wil het Erfgoedplatform op basis van voordrachten de Top 10 van Onvergankelijke Zinnen uit de Nederlandse literatuur samenstellen: zinnen uit de Nederlandse literatuur die bij de lezer altijd wel een keer naar boven komen. Iedereen kan zijn favoriete zin voordragen via de Facebookpaginavan het Erfgoedplatform of via e-mail: erfgoedplatform@ou.nl.

http://www.ou.nl/web/erfgoedplatform/literair-erfgoed

Blogje uit Albuquerque

Amersfoort?
Zo ongeveer het makkelijkste als je een vreemde taal leert, zijn geografische namen. Op een paar uitzonderingen na kun je die gewoon laten zoals ze zijn. Ik woon in Amersfoort, en ook als ik Engels, Duits of Spaans schrijf, woon ik nog steeds in Amersfoort. Uitspreken doe ik de naam in die andere talen ietsje anders, maar dat is het dan ook. Een kind kan de was doen.
Een kind wel, maar Google Vertaal niet. Volgens Google woon ik namelijk in Albuquerque, een stad in Nieuw Mexico. Toen ik een paar jaar terug accommodatie zocht in de Tsjechische stad Olomouc, kreeg ik veel adressen opgedist die zich in Manchester zouden bevinden. Dat ‘Manchester’ lag gewoon op de goeie plek in Tsjechië, dat wel. (Ik heb het net getest en het gebeurt nog steeds.)

Lees verder >>

‘Niet moeten’ is niet gelijk aan ‘moeten niet’

Een brandende kwestie op Neder-L: Mag Marc van Oostendorp nu wel of niet van taal houden? Hij raakt inexistentiële onzekerheid naar aanleiding van een passage uit een interview van Milfje Meulkens met mij, die hij als volgt samenvat (ik verbeter de typfouten):

Waar het vroeger dus als een aanbeveling gold om van taal te houden, geldt het tegenwoordig kennelijk, in ieder geval in Amsterdam, als een ‘heel goede opstelling’ om dat ‘in het geheel niet’ te doen.

Marc vindt, als ik hem goed begrijp, de ene aanbeveling net zo absurd als de andere. Ik kan het niet anders dan met hem eens zijn. Maar, uhhh, wat staat er dan eigenlijk in dat interview.

Marc heeft de betreffende passage netjes geciteerd, en voor het gemak herhaal ik die nog maar eens:

Mijn belangstelling voor taal is vooral intellectueel, of zo je wilt wetenschappelijk. Ik herinner me dat toen ik Nederlands ging studeren een oudere medewerker van de opleiding ons bij de introductie voorhield “dat je wel van taal moest houden”. Twee jonge veelbelovende docenten stonden op en zeiden dat ze bereid waren onder ede te verklaren dat ze in het geheel niet van taal hielden. Ik moest daar erg om lachen – het was een hele opluchting voor me, en intuïtief leek het me een heel goede opstelling.

Even goed lezen, hoor. Staat hier dat de ‘ik’ aanbeveelt niet van taal te houden? Neen, in ieder geval niet rechtstreeks. De ik zegt niet meer dan dat hij de ‘opstelling’ van de ‘veelbelovende docenten’ heel goed vond. Maar bevelen die ‘veelbelovende docenten’ dan niet aan om in het geheel niet van taal te houden? Neen, zij zeiden dat ze bereid waren onder ede te verklaren dat ze in het geheel niet van taal hielden. Geen aanbeveling dus. Maar bevelen ze dat dat niet impliciet aan doordat ze ‘niet van taal houden’? Opnieuw: neen. ‘Onder ede verklaren’ is immers niet-factief. Anders gezegd, uit ze waren bereid onder ede te verklaren dat ze in het geheel niet van taal hielden kun je niet concluderen dat de veelbelovende docenten in het geheel niet van taal hielden. Dat zou anders zijn als ze bijvoorbeeld hadden gezegd: zij betreurden dat ze geheel niet van taal hielden. Het werkwoord betreuren is factief, de waarheid van het complement wordt verondersteld.

Er staat niet meer dan er staat. Dankzij dat potsierlijke ‘onder ede verklaren’ kan dat volgens mij maar op één manier geïnterpreteerd worden: de veelbelovende docenten verzetten zich tegen de uitspraak dat je als taalkundige van taal zou moeten houden. Zo heb ik dat in 1976 in Utrecht geïnterpreteerd, en zo zou ik dat nu nog steeds interpreteren. En uiteraard: ‘niet verplicht zijn te houden van’ impliceert niet ‘verplicht zijn niet te houden van’. Als je die logische kennis al niet had in Utrecht, was er voldoende kennis van semantiek en logica aanwezig om je dat duidelijk te maken – in Amsterdam is dat nu niet anders, voeg ik er voor de zekerheid aan toe.

Ook Van Oostendorps veronderstelling dat de houding ‘verplicht zijn niet te houden van’ tegenwoordig veel voorkomt onder taalkundigen lijkt me volledig uit de lucht gegrepen. Ik vermoed dat de meesten hun logica nog op orde hebben, net zoals die docenten van mij.

Jammer natuurlijk van de brandende kwestie. Maar fijn dat Marc, hoewel minder uniek, toch ook minder eenzaam is.

Ik kan je heel goed verstaan!

Door Marc van Oostendorp

Ik had al wel gehoord dat het buitenlanders overkomt, maar deze week maakte ik het in levenden lijve mee. Mijn Italiaanse gezelschap verontschuldigde zich bij haar gesprekspartner voor de kwaliteit van haar Nederlands, en toen zei die ander ineens: “Ik kan je heel goed verstaan!”

Er zit een wereld verborgen achter die opmerking. In de eerste plaats is het natuurlijk een nogal dubieus compliment, zoals mijn Italiaanse gezelschap niet moe wordt te benadrukken.

Lees verder >>

Al lezende in Ogier van Denemerken – 30 : Jan de klerk (1)

Al lezende in Ogier van Denemerken – 30 : Jan de klerk (1)

Amand Berteloot


In OvD staat een interessante passage, waarover we het tot nu toe niet gehad hebben. Ogier bereikt omtrent halverwege de roman een burcht waar roofridders huizen die iedereen die in de buurt komt het leven moeilijk maken. In zijn eentje verovert Ogier het kasteel en doodt vrijwel iedereen die zich daarin bevindt. Met die episode verbindt de auteur twee moraliserende beschouwingen. Het is niet de eerste en de enige keer dat hij zoiets doet, maar hier lijkt er toch iets bijzonders aan de hand te zijn. In het Heidelbergse handschrift lezen we:

Noch bringent gern boese werck
Bosen lon an und in.
Ein man solt vorhin besehen sin beginn,
So was wurd do gelich,
Und denn solte er es vort gelich
Al dar halten zu dem fine
Wenn es ist al verlorne pijne
Gut am anfang und am end quaet
Das ist alles ein verlorn staet.
Daran nemme ein ieglicher sin gemerck:
Dis lernet uns Johann wol, der clerick,
Der manige stund versleyß sine synne
Um gar einen cleynen gewynne
Von gaben und von einigem gut.  (11564-11576)

Deze passage is niet zonder problemen, maar onze voorzichtige reconstructie levert het volgende op:

Lees verder >>

De terugkeer van het huwelijken

Door Marc van Oostendorp

“Mendy en haar man”, schreef de Leidse universiteitskrant Mare vorige week in een artikel over studenten die getrouwd zijn, “werden aangestoken door stelletjes om hun heen, die bij bosjes aan het huwelijken sloegen.” Aan het wat?

Het woord huwelijken komt, anders dan het afgeleide woord uithuwelijken, nauwelijks voor in het Nederlands. Je vindt het in de bijbel (‘Verbiedende te huwelijken, gebiedende van spijzen te onthouden, die God geschapen heeft,…’ 1 Timotheüs 4:3) en het staat in het WNT met alleen maar 17e-eeuwse citaten (‘Sal ick dan… moeten Houwelijcken?’, Coornhert). In Van Dale staat het werkwoord niet.

Verbogen vormen van het werkwoord zijn bijna niet te vinden. Je moet waden door een bad van hij huwelijkt zijn dochter uit. Toch vind je een enkele vorm wel, zoals in een berichtje van tien jaar geleden  in een wat specialistischere betekenis op een forum voor audiofielen:
Lees verder >>

Liefde voor taal

Door Marc van Oostendorp


Mag je als taalkundige van taal houden? Die vraag rijst bij  het interview met de Amsterdamse hoogleraar Nederlandse taalkunde Fred Weerman dat Milfje Meulskens vrijdag op zijn weblog publiceerde.

Weerman zegt dat zijn belangstelling voor taal ‘vooral intellectueel’ is:

Ik herinner me dat toen ik Nederlands ging studeren een oudere medewerker van de opleiding ons bij de introductie voorhield “dat je wel van taal moest houden”. Twee jonge veelbelovende docenten stonden op en zeiden dat ze bereid waren onder ede te verklaren dat ze in het geheel niet van taal hielden. Ik moest daar erg om lachen – het was een hele opluchting voor me, en intuïtief leek het me een heel goede opstelling.

Waar het vroeger dus als een aanbeveling gold om van taal te houden, geldt het tegenwoordig kennelijk, in ieder geval in Amsterdam als een ‘heel goede opstelling’ op die ‘in het geheel niet’ te doen.

Zoiets werpt mij in een poel van existentiële onzekerheid. Houd ik zelf misschien niet te veel van taal? Of eigenlijk juist te weinig?
Lees verder >>

14 maart 2014: Negerhollands in Nijmegen

Corpus Based Creolistics/Clarin-NEHOL
(Radboud University Nijmegen)

Date: Friday March 14th, 2014
Time: 14.00 u. – 17.00 u.
Place: Erasmus Building E.2.51
Contact: c.vanrossem@let.ru.nl/r.vansluijs@let.ru.nl

14.oo u. Prof.Dr. Peter Stein: The The linguistic landscape of the Danish V.I. in the 2nd half of the 18th century, an 18-month-experience described in Oldendorp’s “Missionsgeschichte”. or: How relevant is Oldendorp for present creolistics and linguistics
14.45 u. Robbert van Sluijs MA: The origin of perfect aspect in Negerhollands.
15.15 u. Tea
15.30 u. Drs. Cefas van Rossem: Erasements in 18th century Negerhollands.
16.00 u. Prof. Dr. Pieter Muysken: Comparing 18th century Surinam and St Thomas
16.30 u. Discussion and concluding remarks
17.00 u. End

Bekentenissen van een veellezer

Door Marc van Oostendorp

Ik kom soms ook heus wel onder de mensen en daardoor weet ik dat sommigen vinden dat ik veel schrijf. Hoe kan dat? Slaap ik misschien weinig? Om de een of andere reden is dat de hypothese die het vaakst geopperd wordt, maar daarom is ze nog niet juist.

Wat is het dan wel? Ik weet het zelf natuurlijk ook niet precies. Ik heb altijd geschreven, en ik heb ook eigenlijk altijd veel geschreven. Het gaat vanzelf, en ik voel me onprettig als ik een paar dagen niets schrijf. Daar komt het denk ik door, en doordat ik kennelijk bepaalde blokkades mis om het allemaal op te schrijven en de wereld in te sturen. “De echte schrijver is degene voor wie schrijven moeilijker is dan voor andere mensen”, wil een oude wijsheid. In die zin ben ik dus geen echte schrijver.

Maar belangrijker dan schrijven is lezen.
Lees verder >>

Nieuwe website over de studie ‚Niederlandistik‘ in de Duitstalige landen

Een nieuwe website verstrekt vanaf vandaag informatie over de studierichtingen Nederlandse taal en cultuur in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. “De site is met name bedoeld voor Duitse vwo-eindexamenkandidaten die nadenken over een passende studie. Tegelijk is het een presentatie van het universitaire netwerk van de neerlandistiek in de Duitstalige landen“, aldus Hans Beelen, docent Nederlands aan de Universität Oldenburg en voorziter van het Niederlandistenverband, het docentenplatform dat de site heeft gelanceerd.

Via een interactieve landkaart komt de bezoeker snel bij gegevens van universiteiten in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland waar de mogelijkheid bestaat om Niederlandistik dan wel Niederlande-Studien als vak te kiezen. De studierichtingen worden beknopt gepresenteerd, en links verwijzen direct naar de instituten zelf. Acht universiteiten in de Duitstalige landen beschikken over bachelor- en masteropleidingen; bovendien worden aan vijftien universiteiten cursussen Nederlands gegeven. In de buurt van de grens met België en Nederland hebben de universiteiten van Keulen, Münster en Oldenburg bv.  opleidingen voor leraren die op Duitse scholen Nederlands als vreemde taal geven. Maar ook verder weg, in Berlijn, Duisburg-Essen, Mainz, Zürich en Wenen, bestaan opleidingen, vaak met een heel eigen profiel.

Het project is financieel mogelijk gemaakt door de Nederlandse Taalunie.


Poëzie, politiek en meeuwen

Door Bart FM Droog

In 1909 schreef de Vlaamse priester/dichter Cyriel Verschaeve het gedicht ‘De meeuw‘. Dat gedicht werd jaren later het lievelingsgedicht van een Vlaams meiske. Ze vond het zo mooi dat ze het op haar 88ste nog uit het blote hoofd kon voordragen. Inmiddels was dit meiske schoonmoeder van de Belgische politicus, poëzieliefhebber en haikuïst Herman van Rompuy geworden. Om zijn schoonmama te plezieren plaatste hij in 2007 het gedicht ‘De meeuw’ op zijn site http://hermanvanrompuy.typepad.com/.  

Begin dit jaar ontdekt de Franstalige journalist Jean Quatremer dat gedicht. Dat mag beslist apart genoemd worden, want volgens diverse Belgische bronnen is Quatremer het Nederlands niet machtig. Desalniettemin schreeuwt Quatremer moord en brand, want Cyriel Verschaeve was in de Tweede Wereldoorlog nogal op de Duitse hand en werd daarom na afloop van de wereldbrand ter dood veroordeeld. Hij vluchtte naar Oostenrijk, waar hij in 1949 stierf.
Lees verder >>

‘Ik heb’ of ‘ik hep’

Door Marc van Oostendorp


De b aan het eind van een woord wordt in het Nederlands uitgesproken als een (ik hep) en de d als een (ik hat). Het Nederlands staat daar zeker niet alleen in: ook het Catalaans, het Duits, het Pools en het Russisch en nog tal van andere talen doen dat.

Wat er technisch gebeurt is: je laat je stembanden niet meer trillen tijdens het uitspreken van die slotmedeklinker. Dat maakt precies het verschil uit: een t maak je op dezelfde plaats in de mond als de d, een p als de b – alleen trillen je stembanden niet. (Je kunt dat zelf voelen door je vinger op je strot te leggen terwijl je die klanken uitspreekt.)

Verscherping  heet dit verschijnsel, en hoewel het misschien maar iets kleins is, fascineert het mij. Er blijken allerlei aspecten aan te zitten die ons een inkijkje bieden in hoe taal eigenlijk werkt.

Zo staat er nu weer een artikel in het nieuwe nummer van het Journal of Phonetics over het verschijnsel (hier is een gratis preprint).
Lees verder >>

Oude arme mensen hebben een vreselijk accent

Door Marc van Oostendorp


Leven is oordelen. De hele dag is de mens bezig om zo’n beetje alle aspecten van andere mensen aan esthetische keuring te onderwerpen: hun kleding, hun haardracht, hun nieuwe tas, hun kinderen, hun auto. En ook hun taal. Wie spreekt er mooi Nederlands? Hoe kun je dat bepalen? Wat voor criteria gebruiken mensen in het dagelijks leven?

Een wetenschappelijk artikel dat ‘De schoonheid van taal‘ heet, dat kan een mens niet lang ongelezen laten. Het is geschreven door Britt Latour, Roeland van Hout en Stefan Grondelaers. staat in het nieuwste nummer van Taal en Tongval.

Uit hun onderzoek blijkt dat Nederlanders uit alle regio’s het wel zo’n beetje eens zijn over wat er mooi Nederlands is: de manier waarop hartelijke, hoogopgeleide leidinggevenden spreken.
Lees verder >>