Search Results for: voornamendrift

De ontwikkeling van een Zipfiaanse verdeling

Voornamendrift (16) 

Door Gerrit Bloothooft

Ik moet bekennen dat ik na 15 afleveringen Voornamendrift nog geen verklaring voor de Zipfiaanse verdeling van voornamen heb gegeven, maar ik heb dat ook niet beloofd en ik weet niet of het gaat lukken. Wel liet ik zien dat die verdeling (van het aantal namen met een bepaald aantal naamdragers) te vinden is voor allerlei deelverzamelingen van voornamen, zoals namen voor mannen en vrouwen, namen per geboortedecade, en nieuwe namen uit de periode 1920-1960. Nu zijn die laatste namen bijzonder interessant want ze maken het mogelijk om het ontstaan van de Zipfiaanse verdeling te laten zien. Deze 29.756 namen zijn nieuw, want nooit voor 1920 gegeven (in ons bestand), en hebben zich minstens 54 jaar (tot 2014, ons selectiejaar) kunnen ontwikkelen. Daardoor kan ik laten zien hoe deze namen zich vanaf het startjaar uit het niets ontwikkelen tot een Zipfiaanse verdeling. En hoe lang dat duurt. Bij mijn weten is zo’n proces voor nog geen enkel ander domein eerder getoond.

Lees verder >>

De voorspellende waarde van het eerste jaar van een nieuwe voornaam

Voornamendrift (15)

Door Gerrit Bloothooft

Figuur 1. Zipf verdeling van 29.756 voornamen die voor het eerst tussen 1920 en 1960 zijn gegeven, berekend op basis van het gemiddeld aantal namen per logaritmisch interval.

In aflevering 11 liet ik zien dat de snelheid van opvolgende naamgevingen na de introductie van een nieuwe naam afhangt van de latere populariteit. Maar alhoewel het daar een voorbode van is, merkte Daan Wesselink in een reactie terecht op dat de voorspellende waarde ook afhangt van het aantal namen dat uiteindelijk een bepaald aantal naamdragers krijgt. Als dat Zipfiaans verdeeld is, dan mogen snelle volgende naamgevingen weliswaar zeldzaam zijn voor laag frequente namen, maar omdat er van de laatsten zo veel zijn, zou het toch gemakkelijk een niet-populaire naam kunnen betreffen. Hij heeft gelijk en ik werk dat hier verder uit. Eerst moet onderzocht worden of voor de 29.756 nieuwe voornamen uit de periode 1920-1960 de Zipfiaanse relatie geldt. En ja, dat is zo (figuur 1).

Lees verder >>

Maria, de mode van niet-vernoemen

Voornamendrift (14) 

Door Gerrit Bloothooft

Figuur 1. Populariteit van Maria, benaderd met een cumulatieve modelcurve in rood.

Je kunt het niet vernoemen van opa of oma in de eerste naam van een kleinkind beschouwen als een modeverschijnsel. Er is een eerste ouderpaar dat de er de brui aangaf, wat als inspiratie diende voor andere ouders, waarna niet vernoemen zich als een sneeuwbal verspreidde omdat de tijd er rijp voor was.  Het mooiste voorbeeld is Maria, eeuwenlang de meest populaire naam in (katholiek) Nederland. 8000 meisjes (9,5%) per jaar kregen tot 1950 Maria als eerste voornaam. Dat zijn er nu nog maar een paar honderd.

Lees verder >>

Femke, twee maal populair

Voornamendrift (13)

Door Gerrit Bloothooft

Figuur 1. Populariteit van Femke (18.778 geboorten), benaderd met twee modelcurven.

Een modeverschijnsel komt en gaat. Na Annie, Willy en Corrie in de jaren veertig kwamen in de jaren vijftig en zestig Yvonne, Ingrid, Monique, Marcel en Remko aan de beurt. Het waren voor Nederland (bijna) nieuwe namen, met de eigenschap dat ze ongeveer even snel kwamen als verdwenen, ook al duurde dat bij elkaar al gauw meer dan vijftig jaar. Maar voor de meeste voornamen is populariteit complexer. Een van de meest duidelijke voorbeelden daarvan is Femke.

Lees verder >>

Annie, een vroege modenaam

Voornamendrift (12)

Door Gerrit Bloothooft

Figuur 1. De populariteit van Annie, gebaseerd op 9.776 geboorten in Nederland. Met modellering in rood.

De eerste namen die een populariteit als een modenaam hadden waren heel  gewone meisjesnamen zoals Annie, Jannie, Corrie, Nellie, Gerrie, Willie (en –y vormen). Alhoewel  deze namen in het dagelijks leven voor Anna, Johanna, Cornelia, Petronella, Gerarda en Wilhelmina zeker gebruikelijk waren, werden ze voor 1900 maar heel weinig in geboorteakten opgenomen. Maar in de loop van de vorige eeuw kozen steeds meer ouders ervoor om de roepnaam van oma voor hun kinderen te kiezen, of als het geen vernoeming was een naam met een –ie of –y suffix. Dat deden ze het meest rond 1940 waarna de teruggang inzette. Alhoewel het hier helemaal niet om nieuwe namen gaat, was het wel nieuw om deze vorm bij de ambtenaar van de burgerlijke stand op te geven. Die mode kon zich op dezelfde manier verspreiden als een populaire nieuwe naam.

Lees verder >>

De eerste naamgevingen voorspellen latere populariteit

Voornamendrift (11) 

Door Gerrit Bloothooft

Hoe snel is zichtbaar dat een nieuwe voornaam populair gaat worden? Een indicatie zou de tijd kunnen zijn die het duurt voordat andere ouders de naam ook kiezen. Tot nu toe zijn er twee aanwijzingen dat die tijd kan variëren. Voor impopulaire namen die uiteindelijk in totaal maar twee keer gegeven werden is die imitatietijd gemiddeld langer dan voor alle overige nieuwe namen en op Britney reageerden ouders na “Baby One More Time” juist een stuk sneller. Eigenlijk dacht ik niet dat een latere populariteit al direct na het lanceren van een nieuwe naam zichtbaar zou zijn.  Maar ik had ongelijk.

Lees verder >>

Britney’s impuls

Voornamendrift (10)

Door Gerrit Bloothooft

Het komt heel weinig voor dat een bijna nieuwe voornaam als een bom inslaat. Dat gebeurde in juni 1999 toen Britney Spears’ debuutalbum “… Baby One More Time” in Nederland werd uitbracht. De naam Britney werd weliswaar in 1986 voor het eerst gegeven maar kwam niet boven vier meisjes per jaar uit. In 1999 waren dat er meteen 133 en in 2000 nog eens 194, nog even aangezet door het album “Oops!… I Did It Again” van mei 2000. Maar daarna ging het snel bergafwaarts.

Lees verder >>

Een voornaam verspreidt zich

Voornamendrift (9)

Door Gerrit Bloothooft

Er wordt door ouders een voornaam bedacht die nooit eerder aan een kind in Nederland is gegeven. De naam spreekt andere ouders aan, en twee, drie, vier,…  tot misschien wel tienduizenden kinderen krijgen dezelfde naam. In de vorige aflevering liet ik zien dat de tweede naamgeving in hetzelfde jaar kan komen, maar ook wel 50 jaar op zich kan laten wachten. Voor de helft van de nieuwe voornamen komt de tweede naamgeving binnen 12,8  jaar. Als dat in dat tempo door zou gaan zouden we tot Sint Juttemis kunnen wachten tot een naam de top-10 bereikt. Er is ook wat anders aan de hand, en daarin spelen sociale netwerken een rol.

Lees verder >>

De eerste twee kinderen met een nieuwe naam

Voornamendrift (8)

Door Gerrit Bloothooft

Wanneer een nieuwe voornaam meerdere keren wordt gegeven is dat veel interessanter dan de unieke, eenmalige naam. In het laatste geval kan er sprake zijn van een creatieve opwelling, een gebrek aan kennis van spelling, of simpelweg een typefout. Maar een herhaling, dat dezelfde gedachte gedeeld wordt door meerdere ouders, is opmerkelijk. Dat kan ons iets leren over toeval of hoe namen zich verspreiden.

Lees verder >>

Unieke namen

Voornamendrift (7)

Door Gerrit Bloothooft

Er zijn ouders die speciaal op zoek gaan naar een unieke naam voor hun kind. Als ze de Nederlandse voornamenbank niet raadplegen, dan valt dat niet mee. Vaak hebben andere ouders een naam al eerder bedacht. Niettemin worden er unieke namen gegeven, vroeger enkele honderden, tegenwoordig duizenden per jaar. Welke zijn dat en wie geven ze?

Lees verder >>

Nieuwe namen

Voornamendrift (6)

Door Gerrit Bloothooft

Elke voornaam was ooit nieuw. De oorsprong kan voor traditionele namen duizenden jaren terug liggen, voor andere namen kan het een eeuw, een decennium of een paar jaar geleden zijn. Willen we de variatie in voornamen begrijpen dan moeten we goed kijken hoe de introductie van nieuwe namen plaatsvindt. Ook al omdat er theorieën zijn die dat vergelijken met modellen van genetische drift, de ontwikkeling van nieuwe soorten in de biologie.

Lees verder >>

Traditionele namen, modenamen en Zipf

Voornamendrift (5)

door Gerrit Bloothooft

We geven nu heel andere voornamen aan kinderen dan vroeger. De traditionele vernoemingsnamen zijn van meer dan 75% naar minder dan 5% teruggevallen, en daar zijn in de loop van de 20e eeuw modenamen voor in de plaats gekomen. Voor de voornamen van de hele bevolking geldt een Zipfiaanse relatie, die het aantal namen met een bepaalde frequentie voorspelt. Maar is die relatie gelijk voor traditionele namen en modenamen?

Lees verder >>

Zipf plus Zipf blijft Zipf

Voornamendrift (4)

Door Gerrit Bloothooft

Onze voornamen zijn een mengelmoes. Er zijn traditionele voornamen van christelijke of germaanse oorsprong, er wordt geleend van omringende talen in Europa, en door migratie kunnen we voornamen uit de hele wereld tegenkomen. En toch vinden we alles bij elkaar voor de hele bevolking een aantal voornamen met een bepaalde frequentie dat grotendeels voorspelbaar is, van uniek tot meest populair. Dat is vergelijkbaar met de vraag of als we woorden gaan tellen in een serie boeken die in verschillende talen geschreven zijn, de wet van Zipf over de hele telling nog steeds op gaat. En ja, dat zal zo zijn wanneer Zipf + Zipf = Zipf.

Lees verder >>

Naamsverwarring

Door Marc van Oostendorp

Omdat een mensenleven uit zoveel microseconden bestaat, gebeurt er de hele tijd van alles dat misschien wel nooit is beschreven. Het overkomt je, misschien wel meer dan eens, maar het is ook zo weer voorbij en het is nauwelijks de moeite om het te delen. Maar als je het dan ineens wel met de wereld deelt – bijvoorbeeld omdat Twitter bestaat waarop je alles kunt delen – blijken allerlei andere mensen het te herkennen. En dan wordt het toch nog interessant.

Zo twitterde ik vorige week iets dat me al jaren af en toe opvalt:

En dat leverde ineens een stroom van herkenning op, niet alleen voor Ronald en Roland, maar ook voor andere naamparen: Lees verder >>

De wet van Zipf

Voornamendrift (3)

Door Gerrit Bloothooft

Er zijn populaire voornamen en er zijn zeldzame en unieke voornamen, en alles daar tussenin. Met een voornaam bedoel ik hier de eerste, officiële voornaam, en niet de roepnaam want die wordt in de bevolkingsadministratie niet geregistreerd. Voor elke voornaam weten we het aantal naamdragers en we kunnen bijvoorbeeld tellen hoeveel namen uniek zijn, want door één persoon gedragen. Zo kunnen we ook het aantal namen tellen waarvoor er precies twee naamdragers zijn, enzovoort. Dat kunnen we doen tot de hoogste aantallen naamdragers, voor welk aantal er dan meestal maar één, populaire naam is. Er blijkt nu een opmerkelijk verband te zijn tussen het aantal verschillende voornamen en het aantal naamdragers ervan. Deze relatie is sterk verwant aan de bekende wet van Zipf.

Lees verder >>

Een bijna ideale gegevensbron

Voornamendrift (2)

door Gerrit Bloothooft

Onze voornaam behoort tot het privédomein en in veel landen zijn gegevens daarover niet of beperkt beschikbaar voor onderzoek. In Nederland is het sinds 2000 voor wetenschappelijke instellingen bij wet mogelijk om gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP, eerder de Gemeentelijke Basisadministratie, GBA) op te vragen. Dat betekent dat we ten opzichte van andere talen in de uitzonderlijke situatie zitten dat de voornaamkeuze over meer dan een eeuw tot in alle detail te analyseren is. En dat is nodig om het proces van opkomst en teloorgang van voornamen te begrijpen.

Lees verder >>