De moordzuchtige klerenjood (1844)

Jeugdverhalen over joden (59)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Gijsbertus van Sandwijk (1794-1871)

Herkomst en drukgeschiedenis

Het verhaaltje over de moordzuchtige ‘klerenjood’ is in 1844 gepubliceerd in het Prenten-magazijn voor de jeugd. Dat tijdschrift verscheen tussen 1841 en 1852 en stond onder leiding van Gijsbertus van Sandwijk, een hoofdonderwijzer uit Purmerend. Van Sandwijk schreef alle kopij zelf.

         De joodse ‘oude-kleeren-koop’ figureert in een vertelling in de rubriek ‘Spreekwoorden’ bij het inmiddels vergeten spreekwoord het moest uitkomen, al zouden de kraaien het uitbrengen (betekenis: ‘kwaad komt altijd uit’, of: ‘al is de leugen nog zo snel…’).

         In 1852 bracht Van Sandwijk een selectie van de belangrijkste toelichtingen bij spreekwoorden bijeen in Spreekwoorden aanschouwelijk voorgesteld en verklaard, een Lees- en Prentenboek. Het verhaal over de moordzuchtige joodse klerenopkoper is ook in deze bundel opgenomen. De tekst bleef ongewijzigd.

Lees verder
Geplaatst in column | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Gerda van Wageningen in de canon

Door Marc van Oostendorp

De canon van de Nederlandse literatuur als netwerk. Illustratie uit het besproken artikel.

De interessantste opmerking staat aan het eind, in het nieuwe artikel The Canon of Dutch Literature According to Google dat de letterkundigen Lucas van der Deijl en Roel Smeets samen met de computertaalkundige Antal van den Bosch schreven.

Het artikel gaat uit van een interessante gedachte: wat als we de canon nu eens door Wikipedia en Google lieten bepalen? Zouden we dan niet een veel democratischer beeld krijgen van de literatuur? En hoe zou dat beeld er dan uit zien? De auteurs namen alle 2287 schrijversnamen van de Wikipedia-pagina Nederlandse schrijvers en ze voerden deze aan het algoritme van Google. Dat geeft voor schrijvers een lijstje met ‘gerelateerde zoekresultaten’.

Lees verder
Geplaatst in column | Getagged , , | 4 Reacties

Gedicht: Willem Hessels • Dichten

Dichten

Dichten is dromen met ogen open
en zolang kijken, tot de starre wand
tussen de dingen wijkt, en geen afstand
mij langer scheidt van gindse bewogen

ruisende bomen en de witte zwanen
van wolken die daarboven staan,
en in het vochte blauw mijn ziel kan gaan
zich wassen als de ronde pure maan, –

dichten is dromen met open ogen
en bij levende lijve ver zijn weggegaan.

Willem Hessels (1906-1949)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Geplaatst in gedicht | Getagged | Één reactie

Ilja Leonard Pfeijffer in kamer 17

Door Susanne Onel

Onderaan op bladzijde 16 van Ilja Pfeijffers roman Grand Hotel Europa wijst de majordomus Montebello aan het ik-personage Ilja Pfeijffer zijn kamer: nummer 17!

Waarom dit nummer? Een luguber grapje van de auteur? Het getal 17 is namelijk in Italië een ongeluksgetal, zoals 13 dat in Nederland is. Is het personage Ilja zo ongelukkig dat de schrijver hem in kamer nr 17 plaatst? Ik kan me namelijk niet voorstellen dat auteur Pfeijffer dit kamernummer toevallig heeft gekozen.

Waarom is 17 voor Italianen een ongeluksgetal? In romeinse cijfers wordt zeventien geschreven als XVII. Dit kan gelezen worden als een anagram van VIXI (= ik heb geleefd; ik ben derhalve dood), dat zeer vaak op graftombes e.d. werd geschreven. Het getal 17 werd dus met de dood geassocieerd. 

Daarom waren – en zijn? – er in Italiaanse hotels geen kamers met nummer 17. Niettemin zet schrijver Pfeijffer zijn hoofdpersoon onverdroten in kamer 17.

Als dat maar goed gaat…

Geplaatst in column | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Olyvier van Castillen : Capittel 16

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 16

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Geplaatst in edities, letterkunde | Getagged , | Een reactie plaatsen

Nieuwe podcast: Kletsheads

De taalkundige Sharon Unsworth (Radboud Universiteit) begon een (Nederlandstalige) podcast, Kletsheads, over meertaligheid bij kinderen. In iedere aflevering (er staan er nu 2 online) interviewt ze een deskundige.

Geplaatst in audio | Getagged , | Een reactie plaatsen

Groenkapje en de bekeerde wolf: hoe sprookjesfiguren zich weten te emanciperen

Adnan Uddin: White Mosque (free stock photo)

Door Iris Stofberg

‘De mensenrechtenjurist in mij zei: eis je rechten op, hier is vrijheid, breek los uit de gemeenschap. Ik verwachtte dat de meeste moslimvrouwen zich zouden aanpassen aan de dominante groep in het Westen. Dat ze als individuen voor hun eigen keuzes zouden gaan en bijvoorbeeld de hoofddoek minder zouden dragen en zouden breken met tradities als het gearrangeerde huwelijk.’

Bovenstaand citaat is afkomstig van Naema Tahir – advocate, schrijfster, moeder, en moslima. In het citaat beschrijft Tahir haar vroegere houding jegens de positie van de moslima binnen de islam. Het was een kritische houding, waar ze – naar eigen zeggen – de moslima veroordeelde in plaats van probeerde te begrijpen. Deze kritische houding dateert echter van tien jaar geleden en volgens Tahir is haar mening sindsdien grondig veranderd. Zelf zegt ze dat deze omwenteling het gevolg is geweest van haar zwangerschap, waardoor ze zich verbonden voelde met alle vrouwen in haar Pakistaanse familie. Tahir beschrijft haar nieuwe houding tegenover de moslimvrouw als volgt:

Lees verder
Geplaatst in Vertelcultuur | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Door m’n al te vurig dichterlyk genie heb ik me daar laten verlokken tot ’n overdryving die zeer te betreuren is

De Multatulileescursus (53)

Door Marc van Oostendorp

– Jij zei indertijd dat de derde bundel Ideeën je favoriete boek van Multatuli was. Ik geloof dat voor mij de zesde bundel die status heeft.

– Vanwege Woutertje.

– Vanwege Wouter Pieterse inderdaad. Deze bundel bevat het grootste brok van die roman, en anders dan in eerdere delen zijn er niet van die hele lange onderbrekingen waarin Multatuli ineens zijn mening over van alles en nog wat wil geven.

– Klopt nu dat al deze belevenissen nauwelijks een rol hebben gespeeld in de Nederlandse letterkundige beschouwing? Meestal gaat het als het over Wouter gaat toch over de gedichtjes die meester Pennewip moet even of juffrouw Laps die een zoogdier is, kortom, over veel vroegere fragmenten

– Ik weet niet, heb je dat onderzocht?

Lees verder
Geplaatst in column | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Gedicht: Karel Jonckheere • Heimwee naar moeders woordenschat

Het is de Week van het Nederlands – daarom deze week gedichten over (de Nederlandse) taal. Als laatste een gedicht van Karel Jonckheere.

Heimwee naar moeders woordenschat

Ach moeder, ik weet zoveel woorden meer
en van de muze honderd lepe wetten
om ze verbluffend naast elkaar te zetten
tot schone larie over duister zeer.

Maar als ik op een avond bij ruig weer
de vangst bijeengaar uit mijn rijmennetten,
de troost schud uit de kuil van mijn sonnetten,
vind ik mijn stem wel maar mijn hart niet meer. Lees verder

Geplaatst in gedicht | Getagged , | Een reactie plaatsen

In geval van twijfel: vraag een frisist!

Door Henk Wolf

Een bekende vertelde me deze week dat ze had meegedaan aan een psycholinguïstisch onderzoek. De onderzoeker had elektroden op haar hoofd geplakt en daarna moest ze Friese woorden naar het Nederlands vertalen en andersom. Ze wist niet precies wat het doel van het onderzoek was, maar het viel haar wel op dat de onderzoeker niet Friestalig was en misschien niet in de gaten had dat sommige Friese testwoorden in haar dialect niet werden gebruikt of heel erg schrijftalig waren, waardoor ze minder vlot tweetalig zou kunnen lijken dan ze in werkelijkheid was.

Ik ken het onderzoek niet en het is best mogelijk dat de onderzoeker die woorden met opzet had gekozen. In z’n algemeenheid echter is er wel een risico dat onderzoekers die onderzoek doen met behulp van een taal die ze zelf niet beheersen, te makkelijk vertrouwen op het woordenboek. Dat geldt met name voor een taal als het Fries, die veel minder gestandaardiseerd is dan grote staatstalen zoals het Nederlands.

Er zijn wel vaker onderzoekers in die valkuil gestapt. Recent viel het me nog op toen ik een artikel van de Groningse onderzoekers Wencke Veenstra, Mark Huisman en Nick Miller uit 2014 las. Zij hebben onderzoek gedaan naar woordvindingsproblemen bij Friese Alzheimerpatiënten. Ze lieten 26 van zulke patiënten plaatjes beschrijven – in het Fries en in het Nederlands. Volgens de onderzoekers waren de woordvindingsproblemen in het Fries groter dan in het Nederlands. Dat verschil probeerden ze vervolgens te verklaren door aan te nemen dat de patiënten in hun latere leven meer Nederlands hadden gesproken dan Fries waardoor ze sneller op de Nederlandse woorden konden komen.

Lees verder
Geplaatst in column, taalkunde | Getagged , , | Één reactie