De meertaligheid van ‘Undercover’

door Jan Stroop

Er is altijd wel wat met Nederlandse films die in een regio spelen en waarin de voertaal de taal van die regio moet zijn.  Zo herinner ik me de serie over Merijntje Gijzen, die in West-Brabant speelt, maar waarvan de taal een  West-Brabander  doet huiveren. Voorbeeld: den (h)emel of den (h)el moet zijn den (h)emel of del.

In de film over Michiel de Ruyter speelt Frank Lammers de hoofdrol, maar wat er uit z’n mond komt, zou De Ruyter niet verstaan: Lammers spreekt een mengtaaltje, dat allesbehalve Zeeuws is, eerder Brabants. Ik heb daar toen een stukje over geschreven.

Lees verder
Geplaatst in artikel, cultuur | Getagged | Een reactie plaatsen

Censuur op Bilderdijks Afscheid

Door Marita Mathijsen

Het publiek moet uitzinnig van enthousiasme zijn geweest toen Bilderdijk het gedicht ‘Afscheid’ voordroeg voor de Amsterdamse Afdeling van de Hollandsche Maatschappij van Wetenschappen en Kunsten op 10 januari 1811. Dit is het slot:

Bilderdiijkafscheidslot
Lees verder
Geplaatst in column | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

De baard van de mop meten

Door Marc van Oostendorp

Wie een verhaal meerdere keren vertelt, vertelt geen twee keer precies hetzelfde verhaal. Het raakt gestroomlijnd doordat details die er niet zoveel toe doen gaandeweg verdwijnen, je past het bewust of onbewust aan je gesprekspartners aan, de veranderde omstandigheden doen een bepaald detail pregnanter naar voren komen. En na verloop van tijd kent je publiek het verhaal en begint er alleen al om die reden anders op te reageren.

Dat geldt bijvoorbeeld voor sprookjes, misschien wel de verhalen met de grootste herhalingsfrequentie. Wie Roodkapje vertelt, weet vrijwel zeker dat zijn publiek het al tot in detail kent. Dat kun je merken aan de lidwoorden, laten Folgert Karsdorp en Lauren Fonteyn zien in een nieuw artikel in Palgrave Communications.

Het idee is eenvoudig: er is in het Nederlands net als in veel (maar niet alle) andere talen een verschil tussen bepaalde (de, het) en onbepaalde (een) lidwoorden:

Lees verder
Geplaatst in column, Vertelcultuur | Getagged , , , | 4 Reacties

Vraye historie (ende al waer)

Door Jos Joosten

Vanochtend haalde Peter-Arno Coppen in zijn column in Trouw een fraai verhaal aan van de vermaarde Nijmeegse taalkundige Maarten van den Toorn over pseudo-etymologie. Mij deed het meteen denken aan een anekdote uit de colleges Middelnederlands van zijn collega, de ook al wijlen Jo Heymans.

Heymans legde in zijn eerste college een aantal basiskenmerken uit van het middeleeuwse Nederlands:

  1. veel kleine woorden zijn onveranderd
  2. woorden worden aanelkaar geschreven: seggic
  3. er worden grammaticale wendingen uit het Latijn overgenomen 
  4. sommige woorden komen rechtstreeks uit het Latijn
  5. soms zijn onze huidige voorvoegsels er nog niet
Lees verder
Geplaatst in column | Getagged | 19 Reacties

Gedicht: Max Greyson • Citoyen

Uit Et alors, de nieuwe bundel van Max Greyson.

Citoyen

Koortsig leven in het vide van zeven aurores
dagen verstoken dat het een aard heeft
avancer vooruitgaan verliezen verworden
devenir l’homme dans la rue qui ne bouge plus

Eeen detente waar de nacht valt, in een nu
dat altijd is
waar het verleden zich op de toekomst ent
où chaque seconde compte contre la gravitation

N’en pouvoir plus, ni vouloir, ni croire
de nuance verzuipen in cynisme terugblikken
altijd neerwaarts naar het middelpunt van niets
dat niets in het niets doet verdwijnen, la nuit
est l’arme qui fait de l’homme un homme Lees verder

Geplaatst in gedicht, pas verschenen | Getagged , | Een reactie plaatsen

Communicatie en cognitie in het taalgebruik

Door Flip G. Droste

Communicatie & Cognitie, hier tot een eenheid samengevoegd door het &-symbool, zijn als lichaam en brein: alleen in samenspel komen ze tot leven. Dat geldt zeker voor de natuurlijke menselijke taal: buitenkant-binnenkant, vorm-functie. Dat het in het taalgebruik om tekens en tekengeving gaat lijkt evident. Het taalteken in de theorie van De Saussure, schijnt echter aan de gedwongen samenhang te ontglippen. Voor hem is het taalteken een abstractie: “Le signe linguistique unit non une chose et un nom, mais un concept et une image acoustique”. Daarbij wordt echter uit het oog verloren dat dat ‘signe’, dat taalteken, alleen functioneert dankzij de lichamelijke realisatie. Het teken voltooit zich op de adem, zodat er volgens het Oude Testament pas licht is als de schepper licht zegt: longen, luchtpijp, mondholte.

Lees verder
Geplaatst in artikel | Getagged | 2 Reacties

Taal, internet en identiteit

Eindelijk een goed boek over internettaal

Door Marc van Oostendorp

Ik ben altijd wat sceptisch geweest over iedereen die beweert wat te kunnen zeggen over de eigenaardigheden van internettaal. Alles op internet verandert voortdurend, er zijn bovendien miljarden mensen bij betrokken die zich helemaal niet allemaal van elkaar bewust zijn en dus ieder hun eigen conventies volgen, wat weten we ervan. Twee jaar geleden schreef ik hier nog letterlijk dat ik dacht dat het ‘te vroeg was voor een boek over emoji’.

Maar nu denk ik dat niet meer. Dankzij het boek Because Internet van de jonge Canadese ‘internet-taalkundige’ Gretchen McCulloch. Eindelijk iemand die goed naar de taal op het internet gekeken heeft! Eindelijk iemand die erover heeft nagedacht!

Lees verder
Geplaatst in column | Getagged , | 24 Reacties

Sterft ‘dromedaris’ uit?

Door Jona Lendering

Pasgeboren dromedarisjes kunnen meteen lopen, zoals deze in een karavanserai in Iran.
Foto: Jona Lendering

Om redenen die u morgen zult begrijpen, ben ik eens gaan turven of de dromedaris in het Nederlands aan het uitsterven is. Ik heb namelijk al jaren de indruk (en blogde daar al over) dat steeds meer mensen het normaal vinden een eenbulter aan te duiden als kameel, hoewel dat een totaal ander dier is, en niet alleen door het dubbele bultenaantal. De dromedaris leeft in het hete Syrië terwijl de kameel is gebouwd op de koude van Centraal-Azië. Meer hier. In mijn herinnering – opa spreekt – werd het onderscheid vroeger veel preciezer gemaakt. Niemand zou toen hebben gezegd dat het normaal is een dromedaris een kameel te noemen.

Maar goed, dat is slechts mijn indruk. Hoe weet je zeker of die indruk klopt? Ooit zou het uitzoeken eindeloos veel werk hebben gekost maar tegenwoordig zijn er allerlei digitale databanken en doe je het in een paar minuten. Ik heb het eerst geprobeerd bij Nederlab, wat beslist het leukste speeltje is in de taaltuin, maar dat bleek nog niet alle kranten van na 1900 te hebben, terwijl ik die het liefste had. Delpher bood uitkomst, het enorme archief van gedigitaliseerde kranten in de Nationale Bibliotheek. Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , | 11 Reacties

Wat betekent ‘een goed scrabblewoord’?

Door Marc van Oostendorp

De algemene opwinding over de vraag of eikenprocessierupsjeukpiek nu wel of niet een goed scrabblewoord is, is al weer een tijdje voorbij. Het ging op Teletekst een paar weken geleden ineens over dat woord, iemand tweette toen over Scrabble, maar andere mensen werden daar weer boos over omdat eikenprocessierupsjeukpiek niet eens gelegd kan worden op een standaardscrabblebord (goed scrabblewoord!): het is te lang.

De taalkundige Marten van der Meulen schreef er een stukje over, waarin hij met een originele oplossing kwam: mensen die zeggen dat eikenprocessierupsjeukpiek een goed scrabblewoord is hebben gewoon een andere definitie van ‘goed scrabblewoord’ dan de mensen die daar boos over woorden, namelijk: ‘een samenstelling met veel delen’. Hij noemde dat een ‘folk definition’: een die niet per se juist is volgens de vakmensen maar wel de perceptie van taalgebruikers over taal weerspiegelt. Hoe dat dan zit, waarom er twee dialecten van het Nederlands zijn die niet van elkaar verschillen maar wel ieder hun eigen definitie hebben van ‘een goed scrabblewoord’, legt hij helaas niet uit.

Lees verder
Geplaatst in column | 3 Reacties

Gedicht: Janus Secundus • De dertiende kus

Janus Secundus schreef in het Latijn en is vertaald door (i.i.g.) Jan van Hout (begin 17e eeuw), J.H. Scheltema (begin 20e eeuw) en (een eeuw later) J.P. Guépin.

De dertiende kus

Kwijnend na zoete strijd lag ik ontzield, mijn leven,
mijn vingers om je hals en in je haar geweven,
mijn geest was uitgeblust op mijn verdorde mond,
geen nieuwe bries maakte mijn hart opnieuw gezond.
De Styx alree, het rijk nimmer door zon beschenen
en Charon’s vale bark was voor mijn oog verschenen:
tot jij met zoete zucht uit ’t binnenst van je borst
een kus geblazen hebt als regen voor mijn dorst;
die kus, door mij uit de vallei des doods te trekken
beval de grijsaard met een lege boot vertrekken.
Maar neen, de veerman roeit niet terug met lege kiel:
reeds vaart naar ’t schimmenrijk mijn jammerlijke ziel.
Een deel, mijn leven, van jouw leven huist in ’t mijne,
dat mijn vervallen lijf belette weg te kwijnen,
maar ’t wil vol ongeduld weer naar zijn meesteres
en zoekt eenzaam zijn weg terug in duisternis.
Tenzij het wordt gesterkt door jouw beminde lippen
zal ’t onherroepelijk mijn moede lijf ontglippen. Lees verder

Geplaatst in gedicht | Getagged , | Één reactie