Gedicht: Marcel Brauns • Zij, die de natuur dichterlijk opvatten

Zij, die de natuur dichterlijk opvatten

Wij houden van ’t genot, der hemelen en kruinen,
de stilten zonder stad, de meeren en de kreek,
de wilde rooken en de weeke, trage beek
die watergeuren giet in ’t ritselen der tuinen;
wij zagen graag, alleen, in heel d’azuren streek
de wolken berg naast berg en ver de rookwalm schuine
gerezen waar de koelte kil de leden weekt,
de vlam, de flakker op de zee-geborgen duinen …

De nacht die gloeit, en was doorheen haar stillen adem
een Macht niet glad aan ’t welven ’t blauwe ruim van nacht,
wij zouden droomende handen in eerbied’gen vadem
verheffen en aan ’t hart de sterrenwijde pracht
nog koestren, onze vingren zouden ’t licht der dagen
afstrijken uit het diep van ’t blauw en zwijgend plein
en ’t oog als d’asters drinkend aan geheimen schijn
ontstak een nieuwe ster: ons glanzend welbehagen.

 

Marcel Brauns (1913-1995)
uit: De heimelijke lusthof (1942)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Een zeemens in Leiden

Bespreking van de zogenaamde zeemens die in het 17e-eeuwse Leiden is ontleed

Door Henk Hiensch

Het is ergens in het midden van de 17e eeuw, zo rond het jaar 1635, dat een van meerdere handelsschepen van de West-Indische Compagnie zich voor de kust van Brazilië bevindt. Plotseling ziet een van de kooplieden een vreemd wezen langs het schip zwemmen. Hij roept de andere mannen erbij en wijst enthousiast naar het water. ‘Een zeemens!’ roept hij. Alle andere mannen snellen zich naar de reling en kijken overboord. Ja, als ze elkaar verdringen en langs de wijzende vinger kijken, zien ze inderdaad een wezen zwemmen. Het is best groot, ongeveer zo groot als een mens. Het wezen heeft vreemde, menselijke handen, maar wel met stevige vliezen tussen de vingers. Dat moet zeker een zeemens zijn! De kooplieden pakken hun haken en netten erbij, en proberen het wezen direct aan boord te krijgen. En het lukt ze…

Dat zeelieden op verre reizen uitkeken naar zeemensen, de prototypische voorganger van de sprookjesachtige zeemeerminnen, was toentertijd gebruikelijk. Zo aan het einde van de 16e eeuw werden in Den Haag, destijds de boekenhoofdstad van Europa, de reisverslagen van onder meer de Portugezen volop vertaald en herdrukt. De bijzondere ontdekkingen die gedaan werden en de rijkdommen die men vond, waren enkele van de redenen voor Nederland om ook maar eens aan de slag te gaan met ontdekkingsreizen. Als eerste werd de Verenigde Oost-Indische Compagnie opgericht in 1602, en niet lang daarna, direct nadat het Twaalfjarig Bestand afliep in 1621, volgde de oprichting van West-Indische Compagnie, die met name gericht was op kaapvaart. De beroemdste kaper van de WIC was commandant Piet Hein, die van de Spanjaarden de Zilvervloot veroverde.

Lees verder >>

Waarom leraar Nederlands worden?

“Leraar zijn is een baan waarin je iedere dag in een avontuurlijke achtbaan stapt, het is geen moment hetzelfde.”

Zo’n 300.000 leraren maken elke dag het verschil voor hun leerlingen. Op duizenden basisscholen, middelbare scholen en mbo’s in Nederland helpen ze jonge mensen zich te ontwikkelen. Iris werkt in het voortgezet onderwijs. Videomakers zochten haar en haar oud-leerling Joey namens het ministerie van OCW op om te horen welke belangrijke rol zij voor hem heeft gespeeld.

(Bekijk deze video op Facebook)

De natuur heeft zich met Eduard vergist, hy had ’n meisje moeten zyn

De Multatulileescursus (54)

Door Marc van Oostendorp

G. Stuiveling. Bron: Wikipedia.

– We hebben vandaag de brieven en documenten uit het najaar van 1874 gelezen. Het is fijn dat de DBNL de editie van Stuiveling online heeft gezet, maar hij doet toch vooral ook voelen hoe fijn het zou zijn als er een nieuwe digitale editie kwam.

– Want?

– Die Stuiveling liet zich wel voelen, zeg. Altijd maar, in iedere twist, partij kiezen voor de grote held. Iedereen die kritiek had op de grote Multatuli had het natuurlijk bij het verkeerde eind.

– Dat bedoel ik nog niet eens. Ik bedoel meer dat hij van alles en nog wat niet afdrukte. In deze tijd wordt Multatuli duidelijk een onderwerp van heftig publiek debat. Maar het meeste daarvan krijgen we niet te lezen. Eigenlijk zou de Zaaier, de brochure die Vosmaer ter verdediging van de schrijver er in moeten staan, maar zeker ook alle kritiek. Dat wilde Stuiveling niet:

Lees verder >>

Gedicht: Maarten Inghels • Reis om de wereld in vierenveertig dagen

•• In De wereld is weer plat, ja. De poëzie van tegenwoordig staat recensent en schrijver Guus Middag stil bij twintig gedichten en songteksten van na 2000. Een van die twintig is het hieronder overgenomen gedicht van Maarten Inghels. Het gaat over de baby Jayson, die in Antwerpen ‘voor dood werd achtergelaten’ door zijn onbekende ouders, en die daarom een zogeheten ‘eenzame uitvaart’ kreeg. Lees hier het hele artikel van Guus Middag.

Reis rond de wereld in vierenveertig dagen

Jouw reis rond de wereld in vierenveertig dagen:
Roemenië, Servië, Italië, Parijs, Luik, Edegem;
in Wilrijk, Antwerpen, een witte kist, het niets.

En dat terwijl tussen wieg en graf grosso modo
een langer leven past. Je groeit op, verdient het
om verliefd te worden op het strand van Barcelona,

het noorderlicht in Noorwegen te ontdekken,
je krijgt een kind, of twee, of drie, waarvoor
je zelf wiegeliedjes zingt – nadien pas Napels zien.

Niet dit. We wilden een kans om met jou te praten
over je twee namen, de geur van tientallen
steden in je bloed, over maan en roos en vis.

Niet dit: nog tandeloos en al verloren zoon van Europa,
met je onbekende paspoort en kapotte kompas,
met twee ouders hun adresloze gemis.

Maarten Inghels (1988)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Olyvier van Castillen : Capittel 19

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 19

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Aankondiging: De Grote Gerrit Achterberg-Quiz

Door Pieta van Beek
(voorzitter Gerrit Achterberggenootschap)

Doe mee met de Grote Gerrit Achterberg-Quiz over het leven en werk van Gerrit Achterberg en win een mooie prijs. Zaterdag 30 november 2019  op het Gerrit Achterbergsymposium in de Mannenzaal in Amersfoort. Meer details over het programma volgen, maar begin Acherbergs werk alvast te lezen!

Mercator sapiens, de wijze koopman en the wise merchant

Door Ton Harmsen

Onlangs verscheen bij AUP The wise merchant, een Engelse vertaling van de inaugurele rede die Caspar Barlaeus heeft uitgesproken op 9 januari 1632 toen hij hoogleraar werd aan het Athenaeum Illustre in Amsterdam. De vertaling is van Corinna Vermeulen en de inleiding van Anna-Luna Post.

Het boek brengt de gebeurtenissen in Amsterdam in de winter van 1631/1632 in herinnering: Vossius en Barlaeus hielden in januari hun inaugurele redes voor het Athenaeum Illustre, Hugo de Groot zat in dezelfde maand ondergedoken in Amsterdam. Hij werd in april voor de tweede keer, en nu definitief, uit de Nederlanden verbannen.

Vossius, Barlaeus en Grotius kenden elkaar al jaren. Hun correspondentie toont dat zij vriendschap voor elkaar voelden, en grote waardering. Hoe verschillend zij ook waren, alle drie spanden zij zich in voor vrede en verdraagzaamheid; alle drie hadden zij een afkeer van de theologische betweterij die de Nederlanden in haar greep had. Barlaeus had last van de contraremonstranten; hoewel hij niet tot de remonstrantse partij behoorde was het duidelijk dat daar zijn sympathie lag, en daarom werd hem het leven in Leiden behoorlijk zuur gemaakt. Intussen was hij wel een geliefd feestredenaar en een begaafd Neolatijns dichter; toen hij in 1631 van Leiden naar Amsterdam verhuisde voelde hij zich onmiddellijk thuis in de Amsterdamse dichterskring van Hooft en Tesselschade. Vossius had minder te lijden van de calvinisten: hij was beter in staat zich in de ivoren toren van zijn studeerkamer te verschuilen. Zijn diepgaande studie van de antieke en moderne wereldgodsdiensten bracht hem tot het inzicht dat god op verschillende manieren kan worden gediend, en dat niet één godsdienst het alleenrecht kon hebben. Bovendien werd hem duidelijk dat god vele gezichten heeft. Hij ruilde een gezaghebbend professoraat in Leiden voor een avontuur in Amsterdam, om in een riante woning in het centrum over een enorme bibliotheek te beschikken. Na zijn vertrek werden in Leiden de hoogleraarssalarissen verhoogd om verdere leegloop te vermijden. Hugo de Groot had groot aanzien als jurist, en ook als dichter van Neolatijnse poëzie en toneelstukken. Alle drie hebben zij een stempel gedrukt op het oeuvre van Joost van den Vondel, Grotius door zijn toneel, Vossius door zijn kennis van de retorica en de poëtica en Barlaeus door zijn lyriek.

Lees verder >>

Oproep: Fragmenten uit Nederlandse literatuur die over taalnormen en -conventies gaan

Door Peter-Arno Coppen en Marten van der Meulen

In het blog over de Spreektaalveredelingsbond van laatst werd de aandacht vooral gevestigd op één aspect van dat toneelstuk: de taal over taal. Verschillende karakters in het stuk doen expliciet normatieve uitspraken over taal: ze becommentariëren de woordkeuze, uitspraak of het andersoortige taalgebruik van andere karakters. Dat levert dit soort dialogen op:

VAN EIBERGEN: Ik wense uit te spreken. Vermits ik het ene heilige plicht achte…
WORREGA (gedienstig): Enen heiligen, domienee! met uw verlof.
VAN EIBERGEN (uit de hoogte): Ik herzegge: ene heilige plicht…. Plicht is vrouwelik, meester.
WORREGA: Neen domienee, ik geloof zeker…. (Hij zoekt in zijn woordelijst) (…)
WORREGA (in de rede vallend): Ja! Juist! Ziet u….? „Plicht, mannelik, plichten“.
VAN EIBERGEN (neerbuigend vriendelik): Mag ik ?
WORREGA (reikt hem het boek toe): (…)
VAN EIBERGEN (met ’n medelijdend lachje):
Waarlik. Het staat er. Hm. (Het boek teruggevend). Ene drukfout, meester.

Mensen doen heel vaak dergelijke ‘metalinguïstische’ uitspraken. In feite is iedere inzending bij het nog steeds populaire Taalvoutjes zo’n vorm van metalinguïstische uitspraak. Officiële of officieel bedoelde taalnormen staan natuurlijk vooral in schrijfgidsen en taaladviesverzamelingen, maar de ‘populaire taalnorm’ is alomtegenwoordig. Dus zou je verwachten dat die ook in dialogen in de Nederlandse literatuur voorkomt.

Lees verder >>

Wedstrijd: ontwerp de nieuwe taalregel van 2019

Door Marc van Oostendorp

De Nederlandse taal moet strakker beregeld worden, zodanig dat er in iedere willekeurige zin wel iets mis kan gaan en de gemiddelde schrijver of spreker niet meer weet waar hij het zoeken moet van ellende.

Uit dat ideaal ontstond enkele jaren geleden de wedstrijd voor de “nieuwe taalregel van het jaar”, een prijs voor de regel dit doel het effectiefst weet te bereiken. Het idee: een eind aan alle laksheid! En om dit te bevorderen moeten we de voorschriften voor ‘correct’ Nederlands ieder jaar weer verder aanscherpen. Een evident voordeel hiervan is ook dat de gewone gebruiker binnen de kortste keren door de bomen het bos niet meer ziet. Dat levert (nog) meer werkgelegenheid op voor een nieuwe generatie neerlandici, want alleen zij kunnen als ons werk klaar is als enigen, na jarenlange noeste studie, door de bomen het bos nog zien.

Als andere specialismen hun vakgebied zo onoverzichtelijk kunnen maken dat je een specialist nodig hebt, waarom wij dan niet?

Lees verder >>

Gedicht: Paul Snoek • Verhaal van een ooggetuige

Verhaal van een ooggetuige

Zowat driehonderd mannen zitten in een kring.
Het is ijskoud en ze zijn naakt.
Ze beschermen hun blote vrouwen en kinderen
tegen de scherpe zuidpoolwind.
Soms mag een oudere man de kring verlaten
om wat warmte op te doen tussen de vrouwen.
Vaak krijgt hij dan een stukje rauwe vis.
Daarna neemt hij opnieuw zijn plaats in,
want bij de mensen blijven mannen altijd mannen. Lees verder >>

Romans Vestdijk op DBNL

S. Vestdijk. Bron: Wikimedia

Vanaf vandaag, de geboortedag van Simon Vestdijk, zijn twaalf historische romans van deze veelzijdige auteur online beschikbaar in de DBNL. Hiermee worden deze werken, waarvan al enige tijd geen herdruk meer is verschenen, wereldwijd toegankelijk voor onderwijs en onderzoek.

Vestdijk werd geboren op 17 oktober 1898 en was geschoold als arts. Begin jaren dertig trad hij toe tot literaire kringen, onder andere als medewerker aan de tijdschriften Forum en Groot Nederland, en in 1934 debuteerde hij als romancier met Terug tot Ina Damman. Daarna verschenen nog vele romans, novellen, essays en gedichten van zijn hand. Zijn proza is zeer veelzijdig, zowel qua genre als qua thematiek. Vestdijk was samen met Harry Mulisch, Hugo Claus en Hella Haasse lange tijd kanshebber voor een Nederlandse Nobelprijs.

Numeri fixi, numerus fixussen of numerus fixi? Dat is geen groeneboekjeskwestie

Door Henk Wolf

Mensen in het Nederlandse taalgebied kennen ten onrechte allerlei vormen van autoriteit aan het Groene Boekje toe. Marc van Oostendorp deed dat recent ook, toen hij de vraag kreeg wat het meervoud was van numerus fixus.

Om die vraag te beantwoorden raadpleegde Marc het Groene Boekje. Tijdschrift Ad Valvas citeert hem als volgt: “Ik kan weinig anders doen. Een hoogleraar heeft geen betere toegang tot de norm dan een ander. Er zijn boekjes waar de norm in opgeschreven staat en die sla je dan open.”

Het Groene Boekje is alleen niet zo’n boekje. Er staat wel een norm in beschreven, maar dat is een spellingnorm: je kunt erin opzoeken op een bepaalde schrijfwijze is toegestaan onder de spelregels die de overheid zichzelf en het onderwijs heeft opgelegd.

Lees verder >>

Sarton-medaille voor Marita Mathijsen

De Universiteit van Gent heeft de Sarton Medaille 2019-2020 van de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte toegekend aan prof. dr. Marita Mathijsen van de Universiteit van Amsterdam. Zij krijgt de medaille uitgereikt op grond van haar verdiensten voor de literatuurgeschiedschrijving en voor de theorie en praktijk van het editeren van historische teksten. Zij geldt als een expert op het gebied van de Nederlandse literatuur in de negentiende eeuw. Haar boek Naar de letter is nog steeds een standaardwerk op het gebied van editiewetenschappelijk onderzoek.

De medaille wordt uitgereikt op 23 april 2020 in Gent. Marita Mathijsen geeft dan een lezing onder de titel: Wetenschap voor iedereen! Popularisering en democratisering van wetenschap, kunst en cultuur in de negentiende eeuw.

George Sarton (1884-1956) was een Belgisch-Amerikaanse wetenschapshistoricus. Hij studeerde filosofie en wiskunde aan de Universiteit van Gent. In 1912 richtte hij het tijdschrift Isis op dat nog steeds internationaal leidend is op het gebied van de wetenschapsgeschiedenis. De Harvard Universiteit benoemde hem tot hoogleraar. George Sarton leverde een belangrijke bijdrage aan de verzelfstandiging van de wetenschapsgeschiedenis als aparte vakdiscipline. Zowel de History of Science Society als de Universiteit van Gent stelden wetenschapsprijzen in die naar hem vernoemd zijn.

De oorsprong van vreugde: Om triest van te worden!

Een 19e-eeuwse discussie over een kwaadaardig woord

Door Pascale Eskes en Anouk Mudde

Brief van Franck aan Cosijn

Van een woord als vreugde kun je alleen maar vrolijk worden, toch? De negentiende-eeuwse taalwetenschappers die hebben bijgedragen aan het eerste etymologisch woordenboek van het Nederlands dachten daar heel anders over. De Duitse filoloog Johannes Franck die deze taak ten deel was gevallen kwam er gauw achter dat de klus veel problemen en frustraties met zich meebracht. Eén van de woorden die hem de meeste moeite kostte was het woord vreugde. Gelukkig kon hij rekenen op de assistentie van zijn Nederlandse collega Pieter Jacob Cosijn, met wie hij brievenlang gediscussieerd heeft over dit “böse wort” (zie ook het eerste artikel van dit drieluik).

Lees verder >>

29 november 2019, Antwerpen: Studiedag ‘Het Nederlands in de vertaalwereld’

Op 29 november 2019 organiseert de Belgische Kamer van Vertalers en Tolken (BKVT) in Antwerpen een studiedag met als thema ‘Het Nederlands in de vertaalwereld: situatie en perspectieven’. Het programma is heel gevarieerd, met Belgische en Nederlandse sprekers die het zullen hebben over de invloed van het Engels op het Nederlands, over de variatie in het Nederlands en het opleiden van vertalers. Jan Hautekiet leidt de dag in en we sluiten af met een panelgesprek tussen alle sprekers. Het volledige programma staat op de website van de BKVT.

Inschrijven kan nog via e-mail op secretariat@translators.be. Leden van de BKVT betalen 60 euro, niet-leden 80 euro. Wacht niet te lang, want het aantal plaatsen is beperkt. 

Deze dag wordt georganiseerd met de steun van de Taalunie en de NGTV (Nederlands Genootschap voor Tolken en Vertalers)

Niet gevangen zijn of hebben, maar zitten: hoe zit dat?

Door Maarten Bogaards

Prinses zit gevangen bij Goejanverwellesluis. Bron: Pricryl

Werk moet lonen voor iedereen die in de bijstand gevangen zit’, betoogt NRC eerder dit jaar in het redactioneel commentaar. Op zich geen baanbrekend standpunt, maar de formulering ervan bevat wel een interessante constructie van het Nederlands: de combinatie van een voltooid deelwoord, gevangen, met het houdingswerkwoord zitten.

Zo’n soort combinatie kennen we vooral van de voltooide tijd. Daarin gaat een voltooid deelwoord vergezeld van een hulpwerkwoord van tijd, zijn of hebben. ‘Zelfs de choreografie van de zangers is gevangen in notenschrift’, schrijft NRC bijvoorbeeld over de recente uitvoering van een experimentele opera van de twintigste-eeuwse componist Stockhausen. En over het werk van fotograaf Christian Voigt, die dinosaurusskeletten vastlegde in ultrahoge resolutie: ‘zoals Voigt ze heeft gevangen zag je ze nog niet’. Is en heeft gevangen zijn voorbeelden van de voltooide tijd. Maar in het voorbeeld waarmee we begonnen, staat geen is of heeft, maar zit. De vraag ligt voor de hand: hoe zit dat?

Lees verder >>

Lucebert: lezen in plaats van leven

Door Marc van Oostendorp

Ze zijn er nog, de bewonderaars van Lucebert. Je kon er bijna aan twijfelen nadat de vreselijke antisemitische brieven van de schrijver uitkwam die hij in zijn jeugd schreef. Zou dit de fascinatie voor de dichter doen uitdoven?

Nee, dus. Deze maand verscheen misschien wel het mooist vormgegeven boek dat ik dit jaar onder ogen heb gekregen: Lucebert. De zin van het lezen.

Het boek is een uitkomst van een project dat Lisa Kuitert enkele jaren geleden begon: een inventarisatie van de bibliotheek van Lucebert. Eerder publiceerde ze daarover het boek De lezende Lucebert, waarin deskundigen allerlei deelverzamelingen uit die bibliotheek belichtten. Het nieuwe boek gaat nu over de aantekeningen die Bertus Swaanswijk in zijn boeken maakte.

Lees verder >>

Gedicht: Rutger Kopland • Tijd

Tijd

Tijd – het is vreemd, het is vreemd mooi ook
nooit te zullen weten wat het is

en toch, hoeveel van wat er in ons leeft is ouder
dan wij, hoeveel daarvan zal ons overleven

zoals een pasgeboren kind kijkt alsof het kijkt
naar iets in zichzelf, iets ziet daar
wat het meekreeg

zoals Rembrandt kijkt op de laatste portretten
van zichzelf alsof hij ziet waar hij heengaat
een verte voorbij onze ogen Lees verder >>

Videogedicht: ‘Ik hou van Icarus’ (Tjitske Jansen)

Voor het project ‘Bewogen Verzen’ vroegen Ons Erfdeel vzw en Poëziecentrum aan negen jongeren uit de Lage Landen om poëziefilms te maken van hun favoriete Nederlandstalige gedicht. Justine Cappelle (Roeselare, 1995) maakte een videogedicht van ‘Ik hou van Icarus’ van Tjitske Jansen uit de bundel Het moest maar eens gaan sneeuwen (Uitgeverij Podium, 2003). ‘Bewogen Verzen’ kwam tot stand met steun van het Nederlands Letterenfonds.

(Bekijk de video op YouTube)

(Lees het bericht op de lage landen)

De oorsprong van het woord gewoon: Om gek van te worden

Een 19e-eeuwse discussie over een zonderling woord

Door Pascale Eskes en Anouk Mudde

Titelpagina van Francks etymologische woordenboek

Geen gewoner woord dan het woord gewoon, maar waar komt het eigenlijk vandaan, en wat heeft het te maken met wonen en wennen? Verrassend genoeg zijn deze vragen niet gemakkelijk te beantwoorden. Sterker nog: de opsteller van het eerste etymologische woordenboek van het Nederlands, Johannes Franck (Etymologisch Woordenboek der Nederlandsche Taal 1884-1892), had het niet bepaald makkelijk met dit lemma. Dit blijkt uit de ongepubliceerde laat-negentiende-eeuwse briefwisseling tussen hem en zijn collega Pieter Jacob Cosijn, een voormalig redacteur van het WNT en hoogleraar Oudgermaans en Angelsaksisch in Leiden.

Lees verder >>

Olyvier van Castillen : Capittel 18

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 18

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Een aantal mensen is of zijn?

Door Marten van der Meulen

Een van de casus die ik onderzoek in het kader van mijn proefschrift is de kwestie ‘een aantal mensen is/zijn’. De laatste dagen heb ik flink wat data doorgespit, en dat heeft mij in ieder geval wat nieuwe inzichten gegeven. Meervoud of enkelvoud, dat gaat namelijk helemaal niet alleen maar over het werkwoord, maar ook over iets anders. En juist dat andere aspect laat heel duidelijk zien: ‘een aantal mensen’ is meervoud.

Regels

De traditionele interpretatie zegt dat ‘aantal’ het hoofd van de zelfstandig naamwoordgroep is. Aantal staat in het enkelvoud, en dus moet een opvolgend werkwoord ook in het enkelvoud staan. Dat levert dit soort zinnen op:

  • Een aantal mensen is gekomen.
  • Een aantal mensen las mijn blogpost.
Lees verder >>

Nieuwe YouTube-reeks: Verbale parels

Voor de populaire website Scholieren.com zijn twee scholieren een YouTube-reeks begonnen over de ‘bijzonderste woorden of uitdrukkingen’ van de Nederlandse taal: Verbale parels. De eerste aflevering gaat over oikofobie.

De makers zouden graag wat inbreng willen hebben voor hun reeks. Kennen jullie toevallig bijzondere woorden en/of uitdrukkingen die middelbare scholieren (niet meer) gebruiken, of gehoord hebben in het klaslokaal waar jullie wel benieuwd naar zijn? Leenwoorden, straattaal of woorden uit een andere taal zijn ook welkom.