Desondanks

Wonen in gedichten (14)

Door Judit Gera
Dit gedicht is geschikt voor beginners
en hoort bij de categorie Migrant,

In de serie Wonen in gedichten bespreekt Judit Gera, hoogleraar in Boedapest, gedichten uit de Nederlandstalige literatuur, ten behoeve van het onderwijs in de Neerlandistiek extra muros (buiten het taalgebied). Vandaag: ‘Het eerste mislukte begin’, van Rodaan Al Galidi (1971).

Lees verder >>

Terug naar de grottekening

Door Marc van Oostendorp

Je mag van mij van alles en nog wat ter discussie stellen, maar niet de waarde van het lezen. Wie zegt dat ‘de jeugd nu eenmaal is opgegroeid met het internet’ en dat het dus heel begrijpelijk is dat ‘ze’ niet meer lezen, of dat ‘we er maar aan moeten wennen dat hetgeen wij als belangrijk beschouwen’ tegenwoordig ‘nu eenmaal niet meer zo belangrijk is’, of dat ‘we duizenden jaren geleden ook niet met boeken met elkaar communiceerden, maar met grottekeningen’, zo iemand drijft me tot razernij.

De barbaren!

Lees verder >>

Gedicht: Gerrit Achterberg • Atoombom

Atoombom

Vannacht was het noorden hier
en vroeg aan mij om kwartier.
Ik zei: mijn horloge is hard.
Maar neem gij een vierde part.

Het oosten kwam bij mij op
met de helft van de maan er op.
Ik keek naar de kazen om:
zij lagen nog vol en dom.

Het zuiden ook staat in huis
met zijn geboortebewijs.
De zonnewijzer belandt
niet in het derde kwadrant.

Het westen, terug van de reis,
brengt zandloper mee en zeis.
Ik hoor een schurend geluid
en buiten voortdurend gefluit.

Nu slaat de bom uit elkaar
de dingen, de dichter, de taal.
Een reflex in mijn vingers schrijft
dit af terwijl het verstijft.

Gerrit Achterberg (1905-1962)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Taalunie veertig jaar

Door Yves T’Sjoen

De Taalunie is als verdragsorganisatie uniek in haar soort. De supranationale samenwerking tussen Nederland, Vlaanderen en Suriname biedt de mogelijkheid om op het gebied van taalbeleid land-overschrijdend beleid te voeren. Ze behartigt al sinds veertig jaar de belangen van het Nederlands zowel in het moedertaalgebied als in het buitenland. Bizar dat de verjaardag vrijwel geruisloos passeert. Naar aanleiding van het jaarverslag 2019 publiceerde Luc Devoldere deze beschouwing. Dat is het zowat. Wat is er aan de hand?

Lees verder >>

Gedicht: Marcel Coole • Op een terras in Kongo

Op een terras in Kongo

Zij is zeer blank en blond, en loopt op hoge benen,
wiegt ritmisch met de heupen, drinkt haar whiskey sec.
Zij is Amerikaans van ’t hoofd tot aan de tenen,
en bergt achter haar glimlach een brutale bek.

Traag gelijk een filmdiva, daalt zij van de trappen,
Salomon’s scepterbloem die ademt en beweegt;
alles berekenend, haar woorden en haar stappen,
zichtbare droom die ogen vult en harten leêgt.

Want eensklaps voelen zich de mannen hol van binnen.
Hun eigen vrouwen welken in de tropenzon,
en zélf werden zij veel te moe om te beminnen,
en dronken hard, omdat het niet meer anders kon.

Er schiet een bliksemende huiver door hun vlees,
en hun zopas nog schelle stemmen klinken hees.

Marcel Coole (1913-2000)
uit: Kaluwa. Kongogedichten (1957)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Nieuwe Parelduiker over Jeroen Brouwers, René Stoute, Alfred Kossmann en meer

Jeroen Brouwers en René Stoute: Vriendschap uit adoratie
Begin jaren tachtig stuurde René Stoute fanmail naar Jeroen Brouwers, die hij mateloos bewonderde. Het bleek dat Brouwers Stoutes debuut Op de rug van vuile zwanen, een bundel verhalen over het troosteloze en uitzichtloze leven van een junkie, gelezen had en zag in de tien jaar jongere debutant een talent. Er ontstond een innige en openhartige briefwisseling waarin ze elkaar troostten, informeerden en stimuleerden. Pas toen Stoute een geslachts-veranderende operatie onderging, werd de briefwisseling minder intensief. Brouwers zag Stoute nooit als vrouw, maar ging wel naar de crematie van Renate Stoute om afscheid te nemen van zijn ‘literaire zoon’.

Lees verder >>

Wiener, of: Wat is literatuur?

Door Jos Joosten

Als begin een commercial break die mijn eigen plaatselijke boekhandelaar me niet zal kwalijk nemen: in de mooie stad Deventer staat de prachtboekhandel Praamstra, waarvoor ieder die toevallig in stad of ommeland verkeert de omweg moet maken. Bij Praamstra bleek mij weer dat het web toch niet tegen de fysieke winkel op kan. Ik ben nogal een liefhebber van het werk van L.H.Wiener, maar had totaal gemist dat nét pre-corona De zoete inval is verschenen, een kleine bundel korte verhalen van hem ter gelegenheid van zijn vijfenzeventigste verjaardag.

Lees verder >>

katheder / katheter

Verwarwoordenboek Vervolg (178)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

Dit woordpaar kun je beter niet verwarren.

Lees verder >>

Gedicht: A. Roland Holst • 3 gedichten

1
Uit welk oud vergeetboek
vlagen thans de heilswoorden
boven ons tot een vloek?
Wat woei die bladen open
opdat wij dit aanhoorden?
Bar is de nacht, en leeg
’t smal strand, waarlangs wanhopen
een holle zee raadpleegt.

4
Leeg als een voortijd rijst
de toekomst: laat gewolkte,
binnen het raam omlijst.
Vooreerst breekt er geen morgen
meer over gindsche ontvolkte
hoogvlakten aan. In kloof
nog en ravijn verborgen
verkommert oud geloof.

8
Der kimwolken bergketen
ten voet, ligt het oud rijk
ondergesneeuwd. Vergeten
raakte ’t breed wegenkruis –
Doch velen, nu de omtrek
tot witte stilte ontvolkte,
verdiepen, binnenshuis,
zich in dat randgewolkte.

A. Roland Holst (1888-1976)
uit: Een winter aan zee (1937)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Waar vind ik de ‘beestachtige’ roman Loon naar werken van Hirschmann?

Advertentie 6 november 1889 in de Java-bode

Door Marita Matijsen

Met diepe verontwaardiging wierp de recensent het boek Loon naar werken opzij toen hij eraan begon. In het ‘Voorspel’ van deze roman wordt iets beschreven dat zo schandalig is, zo afschuwelijk, zo ingemeen, zo lager dan dierlijk, zo indruisend tegen alles wat menselijk heet, dat iedere lezer toen hetzelfde zou doen als de recensent van De Vaderlandsche Letteroefeningen uit 1874, volgens deze recensent, de predikant Johannes Hoek. Het tweedelige boek is geschreven door een zekere Hirschmann, en in 1873 uitgekomen bij de Gorinchemse uitgever Horneer. De recensent is geschokt over wat hij in het boek leest, iets wat zo exceptioneel schijnt te zijn dat hij er in zijn zestigjarige leven nog nooit van gehoord had en zelfs nooit gedacht had dat er zoiets bestond. Hij heeft wel kennis van beestachtigheden bij natuurvolken en bij door drank en oorlog verhitte soldaten, maar wat hij nu te lezen kreeg ging over elke grens heen. Hirschmann beweert in het ‘Voorspel’ dat de schanddaad waarover hij schrijft werkelijk gebeurd is – en die is zo afschuwelijk dat de recensent er verder geen woorden aan wil vuil maken. Maar mocht de gebeurtenis verzonnen zijn, dan is de verbeelding van de bedenker wel bijzonder smerig. Dit soort boeken hoort gewoon niet uitgegeven te worden en Johannes Hoek raadt alle directeuren van leesbibliotheken dringend af het boek aan te schaffen.

Lees verder >>

Uniek zijn, met naamvarianten

Voornamendrift 58

Door Gerrit Bloothooft

Mijn naam wordt wel als Bloothoofd geschreven in plaats van Bloothooft, wat met de huidige spelling begrijpelijk is. Maar is Bloothoofd een schrijffout en gaat het om mij, of is het een wezenlijk verschil en gaat het om iemand anders die echt Gerrit Bloothoofd heet? Voor historische persoonsreconstructie (als onderdeel van een individuele biografie of van de reconstructie van een hele bevolking) is dat een groot probleem, want dan moet iemand uniek geïdentificeerd kunnen worden.

Lees verder >>

Vacature: directeur-bestuurder, Fryske Akademy

De Fryske Akademy siket om in

direkteur-bestjoerder

dy’t de wittenskiplike taak fan it ynstitút fuortsterkje kin op it mêd fan de Fryske taal, skiednis en kultuer, minderheidsstúdzjes en meartaligens.

Taken

De direkteur-bestjoerder hat in funksje mei bestjoerlike en wittenskiplike taken. Jo kinne jo eigen wittenskiplike dissipline foar in part útfieren bliuwe. Yn ’e mande mei de Ried fan Tafersjoch, de meiwurkers en oare belutsen partijen, jouwe jo foarm oan it strategysk belied en binne jo ferantwurdlik foar de tarieding en útfiering dêrfan. Dêrby steane jo noed foar de wittenskiplike kwaliteit, it maatskiplik draachflak en de finansjele fuortgong fan ’e organisaasje.

Lees verder >>

Gedicht: Nine van der Schaaf • Goudvlinder

Goudvlinder

Er luidde een klok en een landman spitte de vlakte,
Vogels omhoog kwinkeleerden hun luid lentelied,
Donker omlaag keek de man in de deugd van zijn arbeid,
Even omhoog in het luchtblauw, gram de gedachte:
Wie zal het land oogsten, ik of de bende der roovers?
Dieper omlaag groef hij: wie zal mijn ziel grijpen,
God of de duivel? Lijflijk bestond hij zoo pover,
Schold naar het voog’lenbroed om de luidruchtige vreugde,
Dolf naar de God in de grond die de vruchtbaarheid leidde,
Wachtte een moment, toen goudgeel een vlinder neerstreek
Neven zijn spa, waar de knoestige hand even poosde.

Nine van der Schaaf (1882-1973)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Wat mogelijk is, is voor dwazen

ellebogen

Door Marie-José Klaver

Ik had een lerares Nederlands, Aukje van Wissen, die voorlas. Drie verhalen hebben een onvergetelijke indruk op me gemaakt: ‘Brommer op zee’ van J.M.A. Biesheuvel, De ondergang van de familie Boslowits van Gerard Reve en ‘Bladzijde uit het dagboek van een arts’ van Belcampo. Ik heb ze vele malen herlezen en las ook het andere werk van de schrijvers.

Lees verder >>

Gedicht: Nine van der Schaaf • Herinnering

Herinnering

Ik weet, ik was toen als een kind reeds daar
Waar die rivier van blank-blauw water stroomde,
De biezen raakte met zijn golfslag die in spleet
En bochten speelde waar ik langs liep, af en aan
Gleden de schepen langs de vruchtbre rand,
Af en aan vormde mijn ziel zijn simple sproken,
De groene glans en ’t blank gesprankel vulden ’t hart,
Maar ook dreigd’ in de strooming donkre wijsheid
Waar ik mee streed omdat die kille vloed
De blijheid van mijn kleine vizioenen schaadde.

Wat ik toen droomde is zoo lang vergaan,
Het heeft zijn waarde vaak om niet verloren,
Nu ben ik vreemd aan dat ik innigst weet,
Nu rust het kind in stroom van blanke droomen
En vindt het antwoord van zijn teederheid
En drijft zoo koel, zonder angstvalligheid
Door ’n stoet van eeuwig jonge bloei- en winterdagen.

Nine van der Schaaf (1882-1973)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Spellingsonderwijs: “zowiezo een onbegonnen zaak”

Door Gillan Wijngaards

Na één jaar voor de klas te hebben gestaan als docent Nederlands heb ik genoeg ervaringen om een boek mee te vullen, maar een van de meest bijzondere onderdelen was misschien toch wel het aanleren van ‘spellingsregels’. Ik heb tientallen interessante vragen gekregen die vroegen om in een artikel te worden verwerkt. Noot: dit artikel is overigens geen betoog om de Nederlandse taalregels te vergemakkelijken. Het is gewoonweg een synthese van verwarde, gefrustreerde leerlingen in confrontatie met het spanningsveld tussen norm en taal.

Lees verder >>

‘Jochai. Een Oostersch verhaal’ (1836)

Jochai (links) overhandigt aan vizier Hassan, de man die hem in het ongeluk heeft gestort, een beurs vol goudstukken. Hassan wordt geboeid afgevoerd naar ‘een woest eiland’. Illustratie uit Hollandsch penning-magazijn voor de jeugd (1836).

Jeugdverhalen over joden (101)

Door Ewoud Sanders

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Jochai. Een Oostersch verhaal’ werd in 1836 gepubliceerd in het Hollandsch penning-magazijn voor de jeugd. Het is gebaseerd op het boek Job uit het Oude Testament, waarin de rijke, vrome Job al zijn bezittingen verliest en ziek wordt. Job is onschuldig en bekritiseert God, maar als die zich openbaart erkent Job dat zijn kritiek ongepast was. Aan het eind van dit Bijbelverhaal brengt God hem terug in zijn vroegere staat van welvaart, gezondheid en geluk.

         Het Hollandsch penning-magazijn voor de jeugd werd uitgegeven door S.E. de Visser en Zoon in Amsterdam.

Lees verder >>

Gedicht: Nine van der Schaaf • Peinzerij

Peinzerij

Ik hoor van al het nieuwe een schoon en raadslig lied
En onze harten zullen sterven in die droom,
En al het heden breekt in ’t rampvervulde huis
Der aarde. Op zijn velden. In zijn koude nachten.

Wij hebben niet de menschheid lief die lijdt,
Wij minnen slechts een enkele, kind of man of vrouw,
Eén slaat de toon van ’t hart aan en éen luistert
En weemoed ruischt in ’t looverspel der boomen.

Een sterrestraal, een diepe vonk omhoog
Wekt de gedachte aan de diepe bron van ’t leven,
Wij zijn als bloemewezens wiegend op de steel,
Van ons gaan toekomstdroomen in het wijde zweven.

Nine van der Schaaf (1882-1973)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.