’t Was maar een Jood (1848)

Jeugdverhalen over Joden (25)

Door Ewoud Sanders

Herkomst en drukgeschiedenis

Het verhaal ‘’t Was maar een Jood’ verscheen eind 1848 in twee publicaties: in de Almanak voor de jeugd, voor 1849 en in Uren van vreugde. Beide werden samengesteld door de Amsterdamse predikant, dichter en schrijver Cornelis van Schaick (1808-1874).

Van Schaick besluit zijn lange, stichtelijke voorwoord in Uren van vreugde met de mededeling dat ‘bijdragen van de Redactie’ zonder ‘naamteekening’ zijn opgenomen. ‘’t Was maar een Jood’ is zo’n anonieme redactionele bijdrage.

Advertentie uit de Opregte Haarlemsche Courant van 14-11-1848

Advertentie uit de Opregte Haarlemsche Courant van 14-11-1848

Kerkelijk behoorde Van Schaick tot de vrijzinnige richting. Daarnaast was hij onder meer lid van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen.

Het is/was maar een jood lijkt in de 19de eeuw een tamelijk bekende uitdrukking te zijn geweest, gebruikt in situaties waarin joden werden mishandeld of onrecht werd aangedaan. Tussen grofweg 1850 en 1950 is deze zegswijze ruim honderd maal te vinden in kranten en tijdschriften, van alle religieuze en politieke gezindten. De bekendheid ervan blijkt onder meer uit dit citaat uit het gereformeerde weekblad Het Wekkertje van 1891: ‘Maar al te dikwijls hoort men christenen (naamchristenen natuurlijk) zeggen: “Het is maar een Jood.” Dit is een gruwel voor God.’ Voor meer voorbeelden zie bit.ly/maareenjood Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , , | Een reactie plaatsen

“Nu eens op zijn kist / Gepist”

Bilderdijk en de officiële spelling

Door Marc van Oostendorp

Over de standaardspelling zijn er, geloof ik, in onze tijd nog maar twee opvattingen. Je bent er een al dan niet enthousiaste aanhanger van; je denkt bijvoorbeeld dat hij nu eenmaal nodig is om ‘verwarring’ te voorkomen. Of je trekt je er weinig van aan.

Wat bijna niet meer bestaat: dat je tegen die eenheidsspelling bent. Ik is dat toevallig mijn eigen standpunt (ik leg dat bijvoorbeeld hier uit), en het is een bron van schrijnende eenzaamheid. Ik geloof niet dat ik ooit iemand ben tegengekomen die het met me eens was. Op een bepaald moment meende ik enige tekenen van begrip te zien bij Hans Bennis, maar toen werd die ineens de baas van de Taalunie.

Het is wel anders geweest. Toen aan het begin van de negentiende eeuw het eerste ontwerp van eenheidsspelling werd voorgesteld, door de hoogleraar Matthijs Siegenbeek, keerden enkele belangrijke schrijvers zich tegen het hele idee dat er een eenheidsspelling moest komen.  Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , , , | 5 Reacties

Gedicht: Jacob Cats • Van de drank

Van de drank

De wijn is voor de mens en voor de rapste geesten,
Maar water uit de beek ten dienste van de beesten,
Al wat de wijngaard geeft dat is een schone vrucht,
Om al wat droefheid smaakt te drijven op de vlucht.
Wijn dient van goede reuk en goede smaak te wezen,
Dan nog een klare glans die wordt er in geprezen,
Ook dient hij niet verschraald, maar vers getapt te zijn,
En vocht aldus gesteld dat noem ik goede wijn.
Maar wijn van rode verw dient niet te veel geschonken,
Want ’t maakt de buiken hard in overmaat gedronken. Lees verder

Geplaatst in gedicht | Getagged | Een reactie plaatsen

Als je voltooide deelwoorden te kort zijn

Door Henk Wolf

Friezen zijn ongelukkig met hun voltooide deelwoorden. Voor hun gevoel zijn die te kort en kun je er daardoor te weinig mee doen. Het is dan ook geen wonder dat die Friese voltooide deelwoorden stilletjes iets langer worden.

Korte voltooide deelwoorden

Nederlandse voltooide deelwoorden zijn lang. Ze bestaan in de regel uit een stam waar iets voor en iets achter staat. Voltooide deelwoorden in het Fries hebben geen extra voorvoegsels. Achter de stam staat vaak wel wat, maar ook lang niet altijd. Om het verschil tussen de twee talen duidelijk te maken een paar Nederlandse voltooide deelwoorden met hun Friese vertaling erachter:
gepakt – pakt
geweest – west
gezet – set
gepraat – praat
gezien – sjoen
gedaan – dien
gehad – hân
geproefd – preaun
geschreven – skreaun
gelopen – rûn
gewonnen – wûn
gebonden – bûn

Lees verder

Geplaatst in column, taalkunde | Getagged , , | Één reactie

Is het mooi of is het mooi!

Nultaal (22)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Een van mijn mooiste verzamelingen in taal bevat formuleringen waarin schijnbaar twee keer hetzelfde wordt gezegd: Regels zijn regels. Het is wat het is. Als ik nootjes wil, wil ik  nootjes, Het gaat zoals het gaat, enz., enz. In de constructie A=A lijkt de tweede A niets toe te voegen, maar voor de lezers van deze serie zal het geen verrassing zijn dat dit niets toch wel iets betekent. Het is een bijzonder geval van tautologie (zie Nultaal 16). In Neder-L heb ik daar via ‘crowd texting’ over kunnen publiceren in 2016. Zie het artikel Taal is taal. Ik besprak daarin diverse communicatieve functies aan de hand van de schijnbare tautologie Op is op. Lees verder

Geplaatst in column, taalkunde | Getagged , | Een reactie plaatsen

Zou u mij ook kunnen zeggen wie toch die Mukkelitukkeli is?

De Multatulileescursus (18)

Door Marc van Oostendorp

– Het is toch interessant hoe belangrijk brieven voor Multatuli waren. Als hij een tijdje niet publiceerde, had hij kennelijk altijd wel een correspondentiepartner aan wie hij brieven schreef die zo gedrukt konden worden.

– En die dat natuurlijk ook uiteindelijk zijn. Bijvoorbeeld in dit deel van de Volledige Werken.

– Je vraagt je af wat dat voor de schone letteren in onze tijd betekent. Die manier om een motortje aan te laten slaan is voorgoed verdwenen.

– Je kunt natuurlijk altijd nog brieven schrijven.

– Of lange e-mails.

– Maar dat heeft toch iets onnatuurlijks. Twintig jaar geleden, ja, toen werden er nog lange mails geschreven, maar ik hoor daar nu nooit meer iemand over. Ik vraag me af of mensen nog zulke brieven schrijven zoals deze van Multatuli aan Hotz. Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , | Één reactie

Mythes, legendes en heldendichten

Door Theo Meder

Het thema van Wereldverteldag 2019 is ‘Mythes, legendes en heldendichten’ en de vraag die natuurlijk het meest voor de hand ligt is: wat zijn dat precies? Menigeen zal vooral de associatie leggen met “oude volksverhalen” en dat klopt globaal ook wel. Maar in de wetenschap hebben de termen specifieke betekenissen. Nou ga ik de lezer niet vervelen met hoogdravende definities, maar ik wil toch kort het verschil uitleggen. Bedenk daarbij dat deze termen in de 19e eeuw in het wetenschappelijke jargon zijn opgenomen, en dat wij Nederlanders ons toen vooral oriënteerden op het Duitse onderzoek, dat ik voor volksverhalen maar even laat beginnen met het serieuze werk van de gebroeders Grimm.

Mythes zijn polytheïstische verhalen: er komen meerdere goden in voor die zich in veel gevallen met de mensen bemoeien. Als oppergod Zeus zijn wellustig oog laat vallen op prinses Europa, verandert hij zich in een witte stier. Zodra Europa spelenderwijs op de rug van de stier is geklommen, zwemt Zeus met haar naar Kreta en verkracht haar. Europa bevalt van Minos, die later koning van Kreta zou worden. Dit is dus een mythe, maar die kennen we vooral van de Grieken, en later van de Romeinen, die er beiden een vroege schriftcultuur op nahielden. Lees verder

Geplaatst in Vertelcultuur | Getagged , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Levende Talen Limburgs

Door Esther van Loo

In december 2018 zijn we op het idee gekomen om een sectie Limburgs bij de Vereniging van Leraren in Levende Talen (VLLT, of kortweg Levende Talen) op te richten.

Levende Talen is een koepelvereniging voor talenonderwijs die sinds 1911 bestaat. Op dit moment maken er 14 talensecties deel van uit. Levende Talen vertegenwoordigt ruim 3600 mensen, allen met interesse in onderwijs, talen, en/of een combinatie van deze twee. Ziehier de website: www.levendetalen.nl. Zelf ben ik – Esther van Loo (initiatiefnemer) sinds 1990 actief bij Levende Talen, in verschillende functies bij de sectie Russisch. De vereniging vertegenwoordigde oorspronkelijk voornamelijk eerstegraadsdocenten moderne vreemde talen, echter door de jaren heen richt de aandacht zich ook op algemene promotie van talen en talenonderwijs in Nederland.

Inspiratie voor het oprichten van een sectie Limburgs bij Levende Talen kregen we door een initiatief van een delegatie uit Enschede/Groningen. Daar streeft men ook naar oprichting van een sectie, maar dan voor het Nedersaksisch. Lees verder

Geplaatst in geen categorie | Een reactie plaatsen

Waarom ‘driede’ makkelijker is dan ‘derde’

Door Marc van Oostendorp

Het leukste, het allerleukste, van de taalkunde is geloof ik dat je je steeds weer kunt verwonderen over het alledaagse. Neem de Nederlandse rangtelwoorden:

  • eerste, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde, zevende, achtste, negende, tiende, elfde, twaalfde,….

Een eenvoudig rijtje. Derde is een beetje vreemd, want  zou regelmatiger zijn. Zoals eerste en achtste een uitgang –ste hebben die pas weer opduikt bij getallen groter dan negentien.

Ach, ja, zou je denken, de kleine kronkelingen van de taal. Tot je het proefschrift leest waarop Caitlyn Meyer vandaag aan de Universiteit van Amsterdam promoveert. In dat boek (Rule and order. Acquiring ordinals in Dutch and English, nog niet online, maar maandag waarschijnlijk wel) doet zij verslag naar de manier waarop kinderen die rangtelwoorden leren.

Op het eerste gezicht lijkt dat misschien weinig verrassend, waarschuwt ze aan het begin van het boek. Kinderen leren de rangtelwoorden na de hoofdtelwoorden (één, twee, drie,…) Bovendien leren ze derde over het algemeen later dan vierde, en ze begrijpen zelfs driede in eerste instantie beter.  Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , , , | 2 Reacties

Gedicht: Paul Hermans • twee gedichten

Coïncidentie

Over de vensterbank trippelde
de schaduw van een merel.
En de merel vloog naar zich toe
en nam plaats in zijn schaduw en
trippelde over de vensterbank en
floot als een fluitende schaduw.

uit: Dierzien (2017) Lees verder

Geplaatst in gedicht | Getagged | Een reactie plaatsen