Literatuur leven

Mirjam van Hengel portretteert Remco Campert

Door Wiel Kusters

Het bijna 600 bladzijden tellende boek dat Mirjam van Hengel over de nu negenentachtigjarige Remco Campert schreef, Een knipperend ogenblik, heet in de ondertitel een ‘portret’ en wordt dus niet gepresenteerd als biografie. Dat wordt in het korte voorwoord verantwoord als de keuze voor het vertellen van een ‘verhaal’ waarvan de maker zich ‘zij het niet aan de waarheid dan toch aan de werkelijkheid’ van Camperts leven en werk verplicht voelt. Met die instelling begeeft de schrijfster zich naar eigen zeggen noch op het terrein van de feiten noch op dat van de fictie, maar wijst zij het ‘interpreteren’ aan als haar benaderingswijze. Daarmee spreekt ze zich dan meteen ook uit tegen ‘de Nederlandse schrijversbiografie’, die ‘die over het algemeen de kant kiest van het graniet’, de onweerlegbare feiten, en geeft ze aan, ook recht te willen doen aan de ‘gevoelens’ van haar personage. Ze motiveert dit mede met behulp van een citaat van de dichter zelf, uit de bundel Verloop van jaren (2015): ‘liever geen biografie / waarin al deze gevoelens worden gemist’.

Tot de bronnen waarop Van Hengel zich baseert behoren de gesprekken die zij twee jaar lang op vrijdagmiddagen met Campert en zijn echtgenote Deborah Wolf heeft gevoerd en waaruit ze geregeld citeert. Een werkwijze die voor- en nadelen heeft en risico’s in zich draagt, maar die gelukkig niet heeft geleid tot een onkritische houding van de biografe (of zal ik toch maar zeggen portrettiste?) ten opzichte van haar held. Misschien dat deze houding haar vergemakkelijkt werd door het tijdens de ontmoetingen geconstateerde geringe schaamtegevoel van de dichter en door het feit dat mevrouw Wolf ‘gewend is in niets een blad voor de mond te nemen’ (416). Hoewel er kennelijk ook ontboezemingen zijn gedaan die het papier niet hebben gehaald, zoals Van Hengel in het al geciteerde voorwoord eveneens memoreert: ‘dit moet er maar niet in’; ‘nee, dat begrijp ik’. Lees verder

Geplaatst in recensies | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Kinderen van 4

Door Marc van Oostendorp

Klaas Dijkhoff (VVD) suggereerde deze week dat het heel erg zou zijn als migrantenkinderen pas op hun 4e voor het eerst in aanraking komen met het Nederlands. Hoe zit dat?

(Bekijk deze video op YouTube.)

Geplaatst in vacature, video | Getagged | 3 Reacties

Gedicht: Willem Brandt • Reisverhaal

Reisverhaal

Wij gingen ten anker
in het noordwestelijk deel van de Humboldtbaai
– een kale heuvel zonder water -;
het was januari 1910.

Tegen de middag vonden wij
een sagomoeras, maar ook
een klapperbos en een heldere bergbeek.
Een zeer welkom gebied!

De rookpluim van de Paketboot
werd al vaag aan de horizont. Lees verder

Geplaatst in gedicht | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Kennis over taal voor ons allemaal: LOT-populariseringsprijs

Ook dit jaar looft de Landelijke Onderzoekschool Taalwetenschap (LOT) weer een stimuleringsprijs uit. Deze prijs is bedoeld voor de wetenschapper met het beste plan om een taalwetenschappelijk onderwerp bij het grote publiek onder de aandacht te brengen. Taalwetenschappers (junior of senior) die hun werk willen vertalen naar een populariseringsactiviteit, kunnen hiervoor een plan indienen bij LOT. Wil je bijvoorbeeld je bevindingen in een populair-wetenschappelijk artikel bespreken, een korte video of spel maken over je onderzoek, een pilot ontwikkelen voor een app, of heb je een ander idee om kennis over taal naar een breder publiek te brengen? Schrijf hiervoor een opzet en mail je inzending vóór 22 oktober naar lot@uu.nl. De prijs van 1000 euro zal worden uitgereikt op het Taalgala van LOT, Anéla en AvT, dat plaatsvindt in Utrecht op 2 februari 2019. De volledige oproep is te vinden op de website van LOT. We hopen op vele reacties!  

Geplaatst in oproep | Getagged | Een reactie plaatsen

Zielsverwanten

Door Nelleke Noordervliet

Hij zit te wachten op het terras van De Brakke Grond, waar destijds de Vleeshal stond met erboven de zaal van de rederijkerskamer d’Eglantier. Nu officieel het Vlaams Cultureel Centrum. Grappig, als ik denk aan de Spaanse Brabander. Gevalletje van perfecte integratie. Het is er van een zelfde levendigheid als aan het begin van de zeventiende eeuw. Veel volk, alles op menselijke maat en intiem. Het toeristische gewoel van de Wallen en de Dam is hier gedempt. Ik ga naast hem zitten.

‘Hier begon het, is het niet?’

Hij kijkt om zich heen, op zoek naar punten van herkenning.  Dan is het of zijn blik zich naar binnen keert. ‘Ach mijn God, ik weet nog goed hoe ik beefde, toen ik me voor het eerst tot de roemrijke leden van de Eglantier richtte. Het was een soort examen. Bracht ik het er goed van af mocht ik blijven. Verprutste ik het, dan was het gedaan. Ging ik het ook nog hebben over het juiste gebruik van de moedertaal. Bewaar de rijkdom van het Nederlandsch! Verdedig de taal tegen de buitenlandse indringers. Ik, doodgewone Amsterdammer, die nauwelijks Frans kende. Latijn was mij geheel vreemd. Het was een pleidooi niet voor rijkdom maar voor eenvoud, ja, voor de rijkdom van de eenvoud, de volkstaal, het eigene, de woorden van het hart. Het was een riskante aanval op de pseudo-geleerdheid, de inhoudsloze eruditie, de gekunsteldheid van veel van de heren die daar zaten. Gelukkig was ik niet de eerste noch de enige die zich beklaagde, maar toch: ik was een parvenu.’ Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , | Een reactie plaatsen

The sound of silence

Nultaal (1)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Twee studenten fietsen naar huis na een avondje stappen.

A Hé, eh, kom je nog even mee naar mijn kamer?

B

A Of heb je geen zin?

B Ik moet morgen vroeg op eigenlijk.

Waarom vraagt A Of heb je geen zin? B zegt toch niets? Jawel, B zegt wel iets. B geeft in het zwijgen aan dat die aarzelt of niet wil. Je kunt dat zien als verlegenheid, of misschien als beleefdheid om de ander zelf te laten ontdekken dat het antwoord ‘nee’ is. Maar ook dan is er iets ‘gezegd’ in die stilte. Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , | Één reactie

Het gaat niet goed met het schoolvak Fries

Door Henk Wolf

Het schoolvak Fries is geen groot succes. Een flink deel van de Friese scholen haalt de wettelijke kerndoelen niet. Dat blijkt uit onderzoek dat Albert Walsweer en Nynke Anna Varkevisser van de NHL Stenden Hogeschool de afgelopen jaren hebben uitgevoerd. Ze presenteerden de resultaten daarvan afgelopen donderdag in Heerenveen op de conferentie Frysk yn it ûnderwiis.

Walsweer en Varkevisser hebben zeer gedetailleerde gegevens van vrijwel alle scholen verzameld. In hun lijvige rapport It is mei sizzen net te dwaan is te zien dat van de basisscholen in het Friese taalgebied net iets meer dan de helft alle of bijna alle doelen haalt. Van de scholen voor voortgezet onderwijs is dat ongeveer tweederde. Lees verder

Geplaatst in column, Neerlandistiek voor de klas | Getagged , | Een reactie plaatsen

In elk vel dat ooit op je zat

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (194)
De laatste 14 afleveringen van deze reeks zijn gewijd aan 14 gloednieuwe, speciaal voor deze reeks geschreven sonnetten door hedendaagse Nederlandse en Vlaamse dichters.

Door Marc van Oostendorp

Blijf

Iemand hoest in het andere huis
en tegelijk met zijn hoest is onder mijn raam
de merel begonnen over het raadsel van anders
te zijn en dezelfde te zijn

Iemand spuugt dood uit, staat op, laat een kraan lopen, hoest
en ik zie je bukken nu je je oksel voor oksel
voet voor voet wast, in elk vel dat ooit op je zat
voorhuid terugduwt, tenen spreidt, oorschelpen omklapt

Hoe zijn niet gaat over iets
dan er zijn, je adem een hoest lang een lied
lang bewaren zoals ik je vasthou hier bij de wasbak

met alles wat in me zoals ik de wereld en alles
wat daarin is door elkaar als het haar op je hoofd
in mijn handen zolang je zolang ik hart je bewaar

(Eva Gerlach)

De mens: tot hij onmiskenbaar dood is, is hij nog aan het veranderen. Ja, je hoest nog, maar dat is niet alleen maar een teken dat je ongezond bent, het is ook het uitspugen van de dood. Zelfs de merel zingt ervan: het raadsel van anders zijn en dezelfde te zijn. Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Gedicht: Willem Thies • Leefden wij als de dieren

Uit: Na het paringsritueel, de nieuwe bundel van Willem Thies.

Leefden wij als de dieren

Kleurt de zon overdag potgronddonker – laat ons slapengaan.
’s Avonds het raspen der krekels, ’s nachts het klepperen van
de ooglidvleugels der motten tegen een lamp – kunstmaan.
Een hagedis gaat schuil achter een luik op het middaguur, schichtflitst
en glipt als watervuur. De zomer strekt zich lang en log uit, alles ligt
laag en deint, de winter is een stille, witzwarte pit, wijd en tijdeloos,
de adem vertraagd, het foerageren verdaagd. Leefden wij als de dieren,
wij hadden een doel en seizoen.

Willem Thies (1973)
uit: Na het paringsritueel (2018)

———————————–

Geplaatst in gedicht | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Taalvermogen, taalsysteem, en taalgebruik

Door Lucas Seuren

Aan het begin van mijn promotie ging ik voor een studieverblijf naar York; ik wilde meer leren over klankleer en de rol die het heeft in taalgebruik. Ik werkte daar samen met dr. Traci Walker, een vooraanstaand interactioneel taalkundige, met andere woorden, iemand die bestudeert hoe taalstructuren in taalgebruik worden vormgegeven en betekenis krijgen. Tijdens ons eerste koffiegesprek hadden we het kort over mijn masterscriptie: ze kon er met haar hoofd niet bij hoe ik generatief taalkundig onderzoek en interactioneel taalkundig onderzoek naast elkaar kon doen. De eerste aanpak, gestart door Noam Chomsky in de vorige eeuw, was wat haar betreft onverenigbaar met een interactionele blik op taal. Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , , | 2 Reacties