Wie is toch die berisper van een Nederlandse spelling?

Door Hans Beelen en Nicoline van der Sijs

In 1550 verscheen het eerste gedrukte spellinggidsje van het Nederlands, onder de titel Nederlandsche Spellijnghe. De auteur was de Gentse drukker Joos Lambrecht (1491-1556 of 1557). Lambrecht hield zich intensief bezig met de Nederlandse taal. Hij was niet alleen drukker, maar ook ‘lettersteker’, lettergieter en onderwijzer. In 1539 gaf hij het eerste Vlaamse boek uit dat gedrukt was in een romeinse letter. Dit initiatief kreeg kennelijk geen bijval, want hierna gebruikte hij alleen nog de gotische of ‘bastaertsche’ letter. Al voor het spellingsgidsje had hij, in 1546, een ander baanbrekend werk gepubliceerd, namelijk het Naembouck van allen natuerlicken ende ongheschuumde vlaemsche woirden (Namenboek van alle inheemse en niet-geleende Vlaamse woorden), een Nederlands-Frans woordenboek en het eerste in de Lage Landen gepubliceerde vertaalwoordenboek van een moderne taal dat uitging van het Nederlands.

Lees verder >>

Gedicht: Hendrik Tollens • De mensch

De ooit zeer beroemde Hendrik Tollens vertaalde veel gedichten van de ooit zeer beroemde Matthias Claudius.

De mensch

Gewonnen en geboren,
Beginnen wij te zien,
Te schreijen en te hooren,
Te praten bovendien.
Wij schieten uit de kluiten
En worden kloek en stout;
Beramen en besluiten
En grijpen glimp voor goud.
Wij tobben en wij sloven
Om meerder dan ons deel;
Wij twijflen en gelooven
Te weinig en te veel.
Wij maken en wij breken
En spinnen aan ons rag;
Verandren alle weken,
Veroudren elken dag:
Zoo kruipen wij of zweven,
En grijzer wordt ons hair;
Zoo rekken wij het leven
Tot somtijds tachtig jaar;
Dan geeuwen wij en gapen
En leggen ons te slapen.

Hendrik Tollens (1780-1856)
naar Matthias Claudius (1740-1815)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Sensationele nieuwe bron van het Skepi Dutch

Over Bart Jacobs en Mikael Parkvall, Skepi Dutch Creole: The Youd Papers

Door Cefas van Rossem

In het Caribisch gebied zijn, zover we weten, drie talen gesproken die gerelateerd zijn aan het Nederlands. Op de US Virgin Islands, ooit de Deense Antillen, was dat het Virgin Islands Dutch Creole, ook Negerhollands. In en over deze taal is al vanaf de achttiende eeuw veel geschreven. In het huidige Guyana bestonden het Berbice Dutch, waarover ik in 2017 op Neerlandistiek geschreven heb, en het Skepi Dutch.

Lees verder >>

Sam’s tooverlantaarn (1868)

‘Joodsche vrouwen in Bethlehem.’ Illustratie uit Sam’s tooverlantaarn, deel 2 (1868).

Jeugdverhalen over joden (113)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

In oude jeugdboeken of -tijdschriften staan geregeld Bijbelse geschiedenissen of aardrijkskundige berichten over joden. Zo vermeldt het Hollandsch penning-magazijn voor de jeugd in 1851 over de Franse stad Avignon:‘De stad telt 30.000 inwoners, waaronder eenige joden. De laatsten bewoonden voor de omwenteling eene bijzondere wijk, die hare poorten had welke des avonds om acht uur gesloten werden. De joodsche meisjes en vrouwen worden wegens hare schoonheid geprezen.’

Lees verder >>

Gedicht: Hendrik Tollens • De vrijheid der drukpers

De ooit zeer beroemde Hendrik Tollens vertaalde veel gedichten van de ooit zeer beroemde Matthias Claudius.

De vrijheid der drukpers.
Eene fabel.

Men wil, dat voor verscheiden jaren,
Misschien voor honderd, of nog meer,
De dieren, toen verzot op eer,
Zoo volgepropt van wijsheid waren
Als nu de menschen ongeveer:
Zij letterblokten evenzeer.
De rammen waren meest scribenten,
Meest de andren lezers en studenten,
En de oppercensor was een beer.

Lees verder >>

De SS de literatuurwetenschap binnengemarcheerd

Over Hans Robert Jauß en de erfenis van de receptie-esthetica

Door Jos Joosten

Wie zich, zoals ik, bezighoudt met receptieonderzoek kan niet om een van de klassieke grondteksten van de discipline heen: Literaturgeschichte als Provokation der Literaturwissenschaft van Hans Robert Jauß (1921-1997). Het was zijn oratie als hoogleraar aan de nieuw gevestigde Universiteit van Konstanz, uitgesproken op 13 april 1967, en wordt algemeen gezien als internationaal startschot van het receptieonderzoek. Jauß’ academische carrière schoot nadien richting firmament. Zijn werk werd vertaald, hij werd gasthoogleraar in Zürich, Berlijn, aan Yale, Princeton en Berkeley en de Sorbonne. Als grondlegger van de zogenaamde ‘Konstanzer Schule’ gold hij als het trotse internationale uithangbord van de jonge universiteit.

Lees verder >>

Een Galenus-dwaling in de grammatica

door Freek Van de Velde

Respect voor oude opvattingen, of voor de wetenschappers die met die opvattingen zijn komen aanzetten, kan een helder inzicht soms in de weg zitten. Aristoteles’ idee dat vrouwen minder tanden hadden dan mannen is lang onbetwist gebleven. Niemand dacht er blijkbaar aan ook eens in de mond van vrouwen en mannen te gaan kijken, en het aantal tanden te tellen. Misschien zat het tandbederf in de middeleeuwen daar wel voor iets tussen. Ook andere anatomische opvattingen zijn pas laat bijgesteld.

Lees verder >>

Gedicht: Hendrik de Vries • Koorts

Koorts

Hoor! Zoo is nooit gezongen! Hoor!
’t Behang bewoog,
En ’t haar van ’t zwaarbewimperd oog.
Wat vloog
De ruimten door?

’t Zal morgen zijn
Of ’t niet bij nacht zoo hard met zweepen
Geslagen had. –
Zie door ’t gordijn
De geesten in hun koude schepen!

De takken schaven aan de randen
Van ’t venster. In de verte fluit
Het altijd helder langs de landen.
De dieren op de wanden
Verdwijnen. ’t Licht gaat uit.

Hendrik de Vries (1896-1989)
uit: De nacht (1920)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Symposium ‘Op je woorden letten’

Als afsluiting van het Matthias de Vriesjaar organiseren wij op donderdagmiddag 5 november een wetenschappelijk symposium over Matthias de Vries en de lexicografie in het algemeen. Met lezingen over voorspellingen over de levensduur van een woord, de rol van De Vries in de neerlandistiek in politieke context, waarom woorden al dan niet toegelaten worden tot een woordenboek en de langetermijnontwikkeling van de lexicografie. De sprekers zijn Freek van de Velde (KU Leuven), Wim Vandenbussche (Vrije Universiteit Brussel), Gijsbert Rutten (Universiteit Leiden) en Dirk Geeraerts (KU Leuven). Daarnaast presenteren Frieda Steurs en Piet van Sterkenburg hun nieuwe boek Geen woord te veel: van INL naar INT. De middag is te volgen via een livestream op YouTube.

Bekijk het programma en volg de livestream

Herdenking Tanneke Schoonheim

Op 25 augustus overleed geheel onverwachts en op veel te jonge leeftijd Tanneke Schoonheim. Zij werkte al 32 jaar bij het Instituut voor Nederlandse Lexicologie, later het Instituut voor de Nederlandse Taal (INT), en zetelde in vele besturen van organisaties in binnen- en buitenland. Zo ook in het bestuur van de Historische Vereniging Oud Leiden (HVLO). Om het leven van Tanneke te vieren organiseren het INT en de HVLO op vrijdag 30 oktober een herdenking. De bijeenkomst vindt plaats in Leiden en begint om 15.00 uur. U kunt de herdenking volgen via een livestream.

Regionale voornamen: Groningen

Regionale voornamen in Groningen die tegenwoordig meer dan 100 naamdragers hebben, per gemeente (indeling 2007) waar ze in de 19e eeuw het meest in de omgeving voorkwamen.

Voornamendrift 64

Gerrit Bloothooft en David Onland

We kennen de provincie Groningen van het Gerecht (de Stad), Westerkwartier, Fivelingo, Ommelanden, Oldambt, Veenkoloniën en Westerwolde. Dat onderscheid zien we ook in de regionale voornamen terug. De voornamen die in 19e eeuw streekgebonden waren en dat nog steeds zijn staan hier op de kaart als er nu meer dan 100 mensen zijn die ze dragen. Meteen valt in het Westerkwartier de -tje verkleining na een k op, waar we gewoonlijk -je gebruiken (Auktje), de van oorsprong Oudgermaanse -o uitgang voor mannennamen in Oost- en Zuid-Groningen en daar ook de -ien(a) verkleining in vrouwennamen die zich in Drenthe voortzet. De herkomst van voorouders van NOS presentatrice Annechien Steenhuizen en astronaut Wubbo Ockels laat zich raden.

Lees verder >>

Een nieuw leerboek over onderzoeksvaardigheden in de letteren en de boekgeschiedenis

Door Ton Harmsen

Ik weet nog goed hoe ik voor het eerst door Bert van Selm werd meegenomen naar de UB van Amsterdam. Ik voelde me daar als een kat in een vreemd pakhuis, maar Bert toonde me enthousiast als altijd een aantal kaartenbakken die zouden leiden tot het Walhalla. Ik weet ook nog hoe ik teleurgesteld naar huis ging: dat soort boeken hadden wij in Leiden ook, wat moest ik dan aan het Singel? Maar al spoedig kon ik voor mijn doctoraalscriptie niet meer zonder de kaartenbakken van de UB-Amsterdam, de KB-Den Haag en na enige tijd zelfs de UB-Leuven en de KB-Brussel. Van Selm kon ook eindeloos vertellen over zijn bezoeken aan de Bibliotheca Augusta in Wolffenbüttel en toen ik een semester in Napels doceerde was mijn lievelingsplaats al spoedig de Biblioteca in het Palazzo Reale.

Neerlandistisch onderzoek speelt zich af over de hele wereld. In Petersburg houdt Irina Michajlova van de Beatrijs en vertaalt zij Gorter – zij heeft ook een schat aan zeventiende-eeuwse Nederlandse boeken onder handbereik, waaronder talrijke unica, in de Openbare Staatsbibliotheek Saltykov-Shchedrin. Dat is maar één van de vele voorbeelden. Een onderzoeker moet niet bang zijn – in onze tijd wel uiterst voorzichtig – te reizen. Ik had mijn mentor in Bert van Selm, het is het vuur dat een ervaren docent in jonge onderzoekers opwekt en aanwakkert.

Lees verder >>

Van Groot-Brittannië tot Amerikaans president Donald Tusk: Wat kunnen we leren uit een jaar “Taalfout opgemerkt”?

Door Michaël Claessens, Ruud Hendrickx en Eline Zenner

“Te veel taalfouten opgemerkt.” Met die titel kondigde VRT-ombudsman Tim Pauwels in januari 2019 de knop “Taalfout opgemerkt?” aan. Bijna een jaar en meer dan 20.000 meldingen later was de tijd rijp voor een evaluatie van de knop. Een analyse van duizend meldingen leerde ons wat de melders te zeggen hebben en hoe ze dat doen.

Lees verder >>

Gedicht: Nachoem M. Wijnberg • Mozes of Mozes

Uit Joodse gedichten, de nieuwe bundel van Nachoem M. Wijnberg.

Mozes of Mozes

Mozes of Mozes,
vraagt Mozes,
want dat is eindelijk een vraag waar hij Mozes op wil antwoorden,
en waar staat zijn Mozes:
ver genoeg van hem af dat hij niet hoort
hoe hij zegt: Mozes, Mozes,
Mozes? Wat vreemd is aan de man Mozes,
bijna alles, zijn naam, dat het was alsof hij de enige was
die met een mens zou kunnen spreken
(of genoeg gezicht naar gezicht om te zien
dat hij geen gezicht zag). In de ochtend schrijft hij op waar ze weggaan
en in de avond, voordat het helemaal donker is, waar ze dan zijn,
zo weet hij later dat ze opnieuw zijn
waar ze eerder waren, zelfs veertig jaar geleden,
want soms lopen zij in cirkels zoals wie verloren is
in een bos. (Rasji schrijft dat het grootste wat Mozes deed
het breken van de bladzijden van steen was waarop geschreven was,
omdat hij zag dat het volk die anders op een altaar gelegd had
en hij brak ze ‘voor hun ogen’. Hij brak ze in scherven,
alsof hij ze zelf geschreven had
en plotseling zag waar hij zich vergist had). Ach man Mozes,
je weet niet waar Mozes is? Maak je geen zorgen,
als de grens opengaat
kan iedereen Mozes zijn. Je trekt nog zo’n gezicht dat je beter kan uitvegen,
alsof een van je Mozessen je gezegd heeft
dat als de grens nu opengaat
jij aan de andere kant moet blijven om op de achterkant
van je woorden te schrijven.

Nachoem M. Wijnberg (1961)
uit: Joodse gedichten (2020)

Foto: FEB


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Ruim 40 jaar Kinderen voor Kinderen: hoe de weldoener veranderde in een rolmodel

Je hoeft anno 2020 maar een nieuw Kinderen voor Kinderen-nummer op YouTube aan te klikken om te zien dat dit programma in de 41 jaar van zijn bestaan onherkenbaar is veranderd. Maar wat zeggen die veranderingen over het verschuivende kindbeeld in Nederland? Dat onderzochten letterkundigen Feike Dietz en Laurens Ham van de Universiteit Utrecht.

Lees verder >>

Ontdek het literaire laboratorium van Harry Mulisch

Op 30 oktober is het tien jaar geleden dat Harry Mulisch overleed. Samen met W.F. Hermans en Gerard Reve vormde hij ‘de grote drie van de Nederlandse literatuur’. Hij leeft voort in zijn uitzonderlijke oeuvre dat voor het grootste gedeelte tot stand kwam in zijn werkkamer, een ware schatkamer waarin niets aan het toeval is overgelaten. Alle boeken, prenten, beelden en voorwerpen hebben iets te maken met zijn werk en sommige objecten komen er zelfs herkenbaar in voor. Mulisch was een opvallende persoonlijkheid die niet alleen zijn werkkamer, maar ook zijn imago zorgvuldig cureerde en daardoor ongrijpbaar leek. Wie een kijkje neemt in zijn werkkamer leert hem tóch beter kennen, als mens en als schrijver. Het Literatuurmuseum in Den Haag, dat de literaire nalatenschap van Mulisch in zijn collectie heeft, presenteert met de online tentoonstelling De oneindige Mulisch op literatuurmuseum.nl een avontuurlijke reis door zijn universum.

Lees verder >>

Rob van de Schoor, Ook op de hoeken der straten

neemt men zeer belangrijke levensverschijnselen waar: negentiende-eeuwse literaire jour­na­listiek van Frederik van Hogendorp, J.A. de Bergh en Carel Vosmaer

‘Literatuur op sandalen’: zo noemde Damas (Frederik van Hogendorp) zijn ‘Haagsche Omtrekken’, de prozastukjes in losse trant die hij schreef voor twee dagbladen, Het Vaderland en het Dagblad van Zuid-Holland en ’s Gravenhage. Feuilletons, waarin de actualiteit op humoristische toon werd becommentarieerd en die de lezer aanspoorden tot nadenken, werden ook geschreven door de querulant J.A. de Bergh, die de Haagse gezagsdragers het leven zuur maakte met zijn ‘Haagsche Penkrassen’.

Lees verder >>

Ogenglans en offerlam – over erotiek en mystiek bij Jan Engelman

Door Danny Habets

Voor de katholieken te vrijzinnig, voor de vrijzinnigen te katholiek. De dichter Jan Engelman werd tijdens de hoogtijdagen van zijn dichterschap zowel vereerd als verguisd. In dit artikel worden enkele gedichten uit zijn bekendste bundel Tuin van Eros nader beschouwd, in een tweede aflevering zullen de kritische reacties van tijdgenoten aan de orde komen.

Lees verder >>

Gedicht: W.F. Oostveen • Mijn schaapje

Mijn schaapje

Ik ken een aardig schaapje,
’t Loopt ginder in de wei,
Het huppelt en het springt maar
Heel vergenoegd en blij.

Het dartelt in de weide
De ganschen langen dag
En eet en drinkt met luste,
Al wat het gaarne mag.

Was ik maar eens zoo’n schaapje,
Dan zat ik nu niet hier,
Dan ging ik nooit naar school toe
En had maar steeds plezier.

Wel jongen lief, wat zegt ge,
En meent ge dat? Och kom,
Dan bleeft ge net als ’t schaapje,
Uw heele leven dom.

W.F. Oostveen (1849-1890)

Foto: raymond


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.