Do animals speak? New research is urgent

Door Leonie Cornips

The aim of this video is to promote teaching and research in which humans and animals are considered as interconnected, problematising our Western ideas about the opposition between nature and culture. This is important since there is an increasing concern about the current human impact of a huge scale on ecosystems, all other sentient beings, global health like covid-19 and the planet. Investigating non-human animals as sentient co-beings instead of resources or commodities will improve our understanding of them, which is an essential but under-investigated element in the sustainability debate. Teaching and thinking about animals as sentient co-beings help to open up new ways to build relationships between humans and other animals. This research welcomes all insights around the globe because different cultures have different ways of thinking about how humans and animals relate to each other. Visit the website of the Center for AnimalHuman Studies for more information on this subject.

Gedicht: Esther Jansma • Wat dacht je toch?

Uit Rennen naar het einde van honger, de nieuwe bundel van Esther Jansma.

Wat dacht je toch?

Bewegen is haren, lege bekers, schilfers achterlaten,
een ongemerkte regen van resten, een staat van permanent
gewichtsverlies. Je maakt jezelf zwaarder met verhalen
en eten, houdt een agenda bij om maar op de grond te blijven.
Erger is het als je reist: dan heb je ook een koffer nodig
want je hoofd, ballon vol niets, trekt je omhoog – dit dacht je toch?

Toen moest je weg. Je hebt niets mee kunnen nemen.
De taal van je herinnering wordt nu gesproken door dingen
die hier niet zijn en je lippen kunnen hun vorm niet vinden.
Je gezicht en haren zijn het gezicht en de haren van niemand.
Je staat buiten en legt je hoofd in je nek, je mond wijd open
om zoals vroeger sneeuwvlokken uit de lucht te vangen.

Esther Jansma (1958)
uit: Rennen naar het einde van honger (2020)

Portret: Patrick Post


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

DBNL-dag 2021

Altijd al eens achter de schermen willen kijken bij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren? Of heeft u een prangende vraag over de DBNL? Op 1 april 2021 vindt de DBNL-dag plaats, ditmaal volledig digitaal én internationaal!

Op deze digitale DBNL-dag wordt een reeks filmpjes gelanceerd waarmee u meer te weten komt over de collectie en de didactische mogelijkheden van de DBNL. Ook maakt u kennis met studenten van over de hele wereld die zich verdiepen in de Nederlandse taal en cultuur. Daarnaast beantwoorden experts van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag en de vzw Vlaamse Erfgoedbibliotheken uw vragen over de DBNL.

Heeft u een vraag over de DBNL? Stuur die dan vóór 12 februari naar dbnldag@kb.nl en wie weet komt uw vraag voorbij in een van de filmpjes.

behendig / handig

Verwarwoordenboek vervolg (121)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

behendig / handig         

De woorden overlappen in betekenis, maar verschillen in gebruik.

Lees verder >>

Onderbroken wederwaardigheden

Door Viorica Van der Roest

Soms begin je aan iets en dan is het maar goed dat je niet weet hoe lang het gaat duren. Als iemand me in 2005, toen ik eraan begon, verteld had dat mijn proefschrift over de Middelnederlandse roman Parthonopeus van Bloys nu, in 2021, nog niet af zou zijn, was ik er vast nooit aan begonnen. Extern promoveren – het leek zo’n goed idee. Ik verwachtte wel dat het niet makkelijk zou zijn om een groot project uit te voeren naast werk en andere activititeiten, en dat ik er een aantal jaren voor zou moeten uittrekken. Maar wat ik inmiddels geleerd heb, is dat een proefschrift niet te vergelijken is met de meeste andere dingen die je naast je gewone baan doet en die je na een onderbreking altijd weer zo kunt oppakken. Met een breed wetenschappelijk onderzoek werkt dat niet goed: je kunt helemaal ‘in’ je onderwerp zitten en alles prima overzien, dan een paar maanden ertussenuit zijn, en wanneer je vervolgens weer achter je bureau zit met allerlei papieren vol aantekeningen en halve paragrafen, lijkt het net alsof je naar het werk van een ander zit te kijken. En moet je je dus iedere keer opnieuw inlezen en inwerken voordat je weer verder kunt.

Lees verder >>

‘en zo blijf je een stille vriend’

Pronomina in de lyriek (9)

Door Marc van Oostendorp

Pennenvriend

Dag liftkooibewoner in het station
die ik nooit aanspreek omdat ik bang ben
voor je gedachten als ik je geld geef
je lijkt op mijn pennenvriend van toen ik veertien was
die ik een foto van mijn tepel stuurde in ruil
voor een Kiplingaapje en een zak ribbelchips die ik niet kreeg
mijn tepel kon ik niet terugnemen
en zo blijf je een stille vriend
aan wie ik brieven schrijf
in de landschappen die ik voorbijrijd

De bierdrinkers met lege blikjes
in de stiltecoupé vloekend op vertraging
weten beter dan ik
wat ze wensen
als ze in de wolken een olielamp zien
een slok bier binnen handbereik

Als iemand nog bewijs nodig heeft dat jij geen aangesproken persoon is in lyrische gedichten, dan zou hij Pennenvriend kunnen nemen uit Carmien Michels’ veelgeprezen bundel We komen van ver (2017). De zin ‘die ik nooit aanspreek’ is onmogelijk uit te spreken in alledaagse conversatie, tenzij de spreker met nooit zoiets bedoeld: nooit behalve nu. (‘Ik doe dat anders nooit, maar vandaag maakte ik een dansje in de regen.’)

Lees verder >>

Gedicht: Folgóre da San Gimignano • Januari

Chrétien Breukers over het gedicht van Folgóre da San Gimignano.

Januari

In januari schenk ik je festijnen
met maaltijden en warmte in overvloed,
en slaapkamers met zijden beddengoed
en eekhoornbont om diep in te verdwijnen,

en schapenwol en dons van hermelijnen,
konfijtsap en muskaatwijn rood als bloed
voor als de zuiderstorm en poolwind woedt
en de sirocco huilt door de ravijnen.

Iedere dag naar buiten en een uur
sneeuwballen gooien en met meisjes stoeien
die staan te wachten, ongerept en puur;

en als je je niet langer wilt vermoeien,
samen behaaglijk rond het knappend vuur
terwijl je wangen en je oren gloeien.

Folgóre da San Gimignano (1270-1322)
vertaling: Frans van Dooren


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

De kat van Ted

Radicaal relationisme in Dennie is een star van Maartje Wortel en Kamers, antikamers van Niña Weijers

Dennie, de kat van Ted, is stervende. Hij is aangereden – Teds geliefde Marina heeft het ongeluk zien gebeuren – en lijdt gruwelijk. Als Marina de zwaargewonde kat naar binnenbrengt, gaan Teds gedachten meteen naar haar vrienden uit. De kat, een van de personages in Maartje Wortels roman Dennie is een star (2019), mag pas sterven als de hele vriendengroep van Ted, de menselijke hoofdpersoon en eigenaar van Dennie, compleet is en aan het bed zit waarop de aangereden kat is gelegd.

Lees verder >>

Bloemenspraak

Door Ewoud Sanders

Veel mensen zijn ervan overtuigd dat het leven honderd jaar geleden veel minder gecompliceerd was. Tot voor kort kon ik daar niet veel tegenin brengen, maar een paar dagen geleden kreeg ik een boekje in handen dat me op andere gedachten heeft gebracht. Het telt slechts 64 pagina’s en dateert van omstreeks 1875. De titel luidt Nieuwste bloemenspraak en het is uitgegeven bij P. Kluitman te Alkmaar.

Wat is de boodschap als je tegenwoordig iemand een bloemetje geeft? Bedankt, beterschap of sorry bijvoorbeeld. ‘Zeg het met bloemen’ is een leus die je nader kunt invullen.

Lees verder >>

Stuk militaire spitstechnologie van Simon Stevin gaat langer mee dan zijn neologisme ervoor

Door Freek Van de Velde

Het schijnt dat er mensen bestaan die wekenlang alleen in een bos kunnen overleven, en weten waar ze drinkbaar water kunnen vinden, welke paddenstoelen eetbaar zijn en hoe ze een waterdichte luifel van dorre takken en mos kunnen maken om onder te slapen. Zelf ben ik niet zo’n survival-type. Maar toch kreeg ik van Facebook onlangs de suggestie om online een stuk gereedschap aan te kopen op een schimmige Franse website: een schop waarvan de randen zo bijgescherpt zijn dat je die ook kan gebruiken als bijl, en waarvan je het blad 90 graden kan kantelen zodat die ook dienst kan doen als hakbijl. Er was een man in een gevlekte legerbroek die heel handig voordeed hoe je jonge boompjes kon omhakken die je vervolgens zou kunnen gebruiken voor voornoemde luifel. Het gereedschap werd voorgesteld als een militaire innovatie. Geniaal in zijn eenvoud.

Lees verder >>

Gedichten en de derde laag van taal

Drie dimensies van een versregel die ook een zin is. Mijn schoolbord van gisteren.

Door Marc van Oostendorp

Wat is een gedicht? Wat onderscheidt een gedicht van andere taal? Deze week mag ik de hele week een cursus geven in de zogeheten winterschool van de Landelijke Onderzoeksschool Taalkunde, waar gevorderde studenten van alle Nederlandse universiteiten bij elkaar komen. Ik heb besloten die cursus over de vorm van gedichten te laten gaan. We zijn gisteren begonnen, en het is nu al leuk.

Ons uitgangspunt is een definitie van de Britse ‘literair taalkundige’ Nigel Fabb, uit diens boek What is Poetry?

Een gedicht is een tekst gemaakt van taal die is onderverdeeld in delen die niet bepaald worden door syntactische of prosodische structuur.

Lees verder >>

Josien Brugmans leest M. Vasalis

Jorien Brugmans is docent Nederlands aan anderstaligen, beeldend kunstenaar en dichter. M. Vasalis, pseudoniem van Margaretha (Kiekie) Droogleever Fortuyn-Leenmans, (1909 – 1998) was een Nederlandse dichteres en psychiater.

Presentatie, format, productie, vogels en muziek: Michiel van de Weerthof. Het verblijf wordt mede mogelijk gemaakt door de Nederlandse Taalunie.

Gedicht: Max Dendermonde • Het lam

Het lam

Te dartel voor haar handen rent dit lam
naar links, naar rechts en springt en plant zijn poten
zo dwaas terzijde uit, dat zij verdroten
zich naast mij strekt en moe haar krullen kamt.

Wijdopen zijn de landen, groot en stram
gaan wolken over in vermoeide vloten,
en nu het lam tussen ons komt met grote,
ondiepe ogen is het traag en tam.

Zie, hoe het schuchter uit haar handen eet;
wij liggen daarbij zwijgend op de rug,
zij voert het lam behoedzaam en ik weet:

al wat men najaagt drijft men op de vlucht;
zo gauw men moe is en de jacht vergeet,
keert het geluk gelijk een lam terug.

Max Dendermonde (1919-2004)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Top 20 van Nederlandstalige Protestalbums: 17. Appa, Straatfilosoof (2007)

door Laurens Ham

Wanneer je luistert naar de hits van jonge Nederlandstalige muzikanten van dit moment, dan kun je om twee muzikale elementen niet heen: om de autotune en om de trap-beats. Autotune, eind jaren negentig geïntroduceerd als stembewerkingssoftware om valse noten te voorkomen, is inmiddels veel meer dan dat: zangers en rappers gebruiken het als ‘instrument’ om hun stemmen een kenmerkende klank mee te geven. (Muziekjournalist Simon Reynolds schreef er in 2018 een prachtig artikel over.) Trap is het hiphopgenre dat gekenmerkt wordt door veel hihats (wat de muziek een knisperende kwaliteit geeft), synthesizers en veel gezongen passages. Vaak gestreamde muzikanten van dit moment als Lil’ Kleine, Ronnie Flex, Famke Louise en Snelle maken zachtaardige, vaak zelfs sentimentele liedjes, waarin autotune en bijna lieflijke beats zorgen voor een soepele luisterervaring – terwijl deze artiesten tegelijk zijn geworteld in de hiphop.

Lees verder >>

Uit de Kapellekensbaan

Door Frank Willaert

In de jaren zestig waren mijn vader en ik trouwe kijkers van het televisieprogramma “’t Is maar een woord” op de Vlaamse Televisie. Het ging om een woordspelletje met een vast panel bestaande uit de sportjournalist Piet Theys, de televisiepresentatrice Nora Sneyers, de journalist Gaston Durnez en Louis Paul Boon. “Een gemene vent”, gromde mijn vader, die al wat links was niet bepaald in het hart droeg, telkens wanneer Boon het woord kreeg. Ongetwijfeld had hij Boon een “viezentist” genoemd, als hij hem gelezen had.

Lees verder >>

Ruimte voor eenlingen en tolerantie voor afwijkingen van de sociale norm

Door Marc van Oostendorp

Het hoofdredactioneel commentaar van de NRC naar aanleiding van de dood van Nobelprijswinnaar Martin Veltman (1931-2021) was vrijdag wat lastig te volgen. ‘Aan het front van de wetenschap hoeft niet alles netjes te zijn’. Waar dat gebrek aan netheid nu precies uit bestond, wordt niet heel erg duidelijk. De kernzin lijkt mij: “Want met alle sublieme kwaliteiten van de Nederlandse wetenschapscultuur, zijn ruimte voor eenlingen en tolerantie voor afwijkingen van de sociale norm niet de best ontwikkelde eigenschappen – om het diplomatiek te zeggen.”

Lees verder >>

Esther Op de Beek leest Ester Naomi Perquin

Het verblijf (dag 102)

Esther Op de Beek is universitair docent en onderzoeker Moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Leiden.  Ester Naomi Perquin (1980) was stadsdichter van Rotterdam en vanaf 2017 twee jaar Dichter des Vaderlands. Haar gedicht ‘Moeder’ was het Boekenweekgedicht van 2019.

Presentatie, format, productie, vogels en muziek: Michiel van de Weerthof. Het verblijf wordt mede mogelijk gemaakt door de Nederlandse Taalunie.

Gedicht: Max Dendermonde • Duif en valk

Duif en valk

Als ik, van adel wordend, mijn donjon,
mijn vlag, mijn ring, kortom mijn staat van leven
en mijn geslacht een wapen had te geven,
ik koos een duif, een valk, een carillon,
en dit zo beeldend door elkaar geweven,
dat geen de zin ervan ontglippen kon,
dat elk, hoe blind van blik dan ook of stom,
het wezen zou herkennen van mijn leven.

Men zou begrijpen, dat het klokkespel
niets anders dan een zingend hart kan wezen,
waarin een duif, de valse valken vrezend,
zich schuilend voor die vogels veilig stelt,
maar die steeds weer, als hij zich goed en wel
genesteld heeft, verwoed wordt opgedreven.

Max Dendermonde (1919-2004)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Onlinecongres Talige diversiteit in het onderwijs

Door Joana Duarte

Wat hebben meertaligheid en chips met elkaar te maken?

Wil je het antwoord op deze vraag weten? Dan ben je van harte uitgenodigd voor de keynote van prof. dr. Piet Van Avermaet (Universiteit Gent) – Meertaligheid: waarom willen we de ander ontzeggen waar we zelf wel pap van lusten? (29 januari, 9-10 uur, online natuurlijk).

Spoiler alert: Meertaligheid is net als chips. We kunnen er zelf niet afblijven, maar we willen liever niet dat onze kinderen er te veel van smullen. ‘Dat is ongezond!’ Nagenoeg elke samenleving is meertalig. De meeste samenlevingen zijn dat ook altijd al geweest. Wanneer mensen die verschillende talen spreken met elkaar in contact komen, zoeken ze naar strategieën om te kunnen communiceren en om te leren van elkaar.

Voor meer informatie over de sessie, het programma en aanmelding ga naar:
https://www.myschoolsnetwork.com/…/talige…/page/19125

Meer weten over prof. dr. Piet Van Avermaet:
https://www.ugent.be/…/abou…/promoters/piet-van-avermaet

‘De pen van de leegte vult de hand’

Literatuurportret uit Limburg – Rob Molin (1947-2019)

Rob Molin in Orvieto in 2009 (foto Truus Vandeweijer)

Door Ben van Melick

Rob Molin was een man van vele talenten: hartstochtelijk lezer, dichter, verhalenverteller, romanschrijver, criticus, essayist, bloemlezer en biograaf. Hij werd in 1947 geboren in een banketbakkersgezin in Wijck, het eigenzinnige Maastricht aan gene zijde van de Maas. Na de middelbare school studeerde hij Nederlands in Amsterdam (UvA), waarna hij leraar werd aan het Sancta Maria College te Kerkrade. Maar daar lag toch niet zijn roeping. In 1992 verliet hij het onderwijs om zich helemaal aan de literatuur te wijden.

Lees verder >>

De gewelven van Arendsberg (1897)

Jongens gaan met elkaar de strijd aan bij de ‘gewelven van Arendsberg’. Illustratie uit De gewelven van Arendsberg uit 1897 van P.J. Milborn.

Jeugdverhalen over joden (124)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Willem Hendrik Kieviet (1867-1941)

Herkomst en drukgeschiedenis

Willem Hendrik Kieviet is de jongere neef van de bekende jeugdboekenschrijver Cornelis Johannes Kieviet (1858-1931). Hij was evangelist bij de actieve Nederlands Evangelisch-Protestantse Vereniging en hoofdredacteur van het antirevolutionaire weekblad Neerlandsch

Volksblad. Kieviet schreef ruim tien jeugdboeken. Ze verschenen onder meer bij G.F. Callenbach in Nijkerk, P.J. Milborn in Nijmegen en bij de Gebroeders Kluitman in Alkmaar. Daarnaast leverde Kieviet bijdragen aan jeugdtijdschriften als Jong Leven en Voor ’t jonge volkje.

         De gewelven van Arendsberg beleefde drie drukken: in 1897 en 1919 bij de ‘Drukkerij der Weesinrichting’ te Neerbosch. Daarnaast verscheen in 1897 een uitgave bij uitgeverij P.J. Milborn in Nijmegen. In 1921 werd het boek in prijs verlaagd. In de samenvatting is geciteerd uit de tweede druk.

Lees verder >>