Categorie: websites

Een slaef wil my verkrachten: Josef in Egypte

Door Ton Harmsen

060rembrandtjosefBij de held breekt inzicht door, en daarmee kantelt de toestand op het toneel. De agnitio en de peripetie vormen de kern van de aristotelische toneeltheorie. De kunst is die ommekeer niet te presenteren als weer een nieuw hoofdstuk in het verhaal, maar als een dramatische psychologische climax. Een tragedie over Josef en de vrouw van Potifar moet dus niet eindigen met het knarsen van de kerkerdeur, maar met de hysterische reactie van de afgewezen dame. Joseph in Egypten is het middendeel van de Joseftrilogie, die Vondel begon met het derde deel, Sophompaneas (Josef als vergevingsgezinde onderkoning van Egypte) en had voortgezet met Joseph in Dothan (de jonge Josef door zijn jaloerse broers verkocht). Tevens is het een verchristelijkte imitatie van de Phaedra van Seneca, door Vondel in 1628 vertaald onder de titel Hippolytus of rampsalige kuyscheyd. In zijn opdracht aan Johan Vechters benadrukt Vondel vooral de verschillen: Hippolytus was afkerig van vrouwenliefde, dus de afwijzing van zijn stiefmoeder was voor hem geen offer; Josef, ‘stock nochte block’ en later vader van twee zoons, had wel degelijk te vechten tegen de verleiding door Jempsar, zoals Vondel Potifars vrouw noemt. Het gevecht van Josef wordt door Vondel verder nauwelijks uitgewerkt: van meet af aan is hij vastbesloten niet te zwichten voor de avances van de vrouw van zijn heer. Lees verder >>

Nieuwe website: wetenschappelijke namen van de vogels van Europa

006-vogel-met-snor-560x566De site WNVE – Wetenschappelijke Namen van de Vogels van Europa geeft, in de vorm van artikelen, uitleg over de wetenschappelijke namen van de vogels van Europa. U kunt onder andere zoeken naar soortnaam,  genus en familie; en zoeken op Nederlandse of Engelse naam.

In een artikel worden drie aspecten van een naam behandeld: wat hij taalkundig betekent, wat hij met de vogel te maken heeft, en wat de historie ervan is, alles voor zover de maker heeft kunnen achterhalen of beredeneren. In de Inleiding staat een en ander over wat wetenschappelijke namen zíjn. Heel wat artikelen geven een nieuwe interpretatie van een naam.

Taalbank.nl vernieuwd

Al tien jaar lang wordt op www.taalbank.nl (vrijwel) dagelijks het Woord van de Dag geanalyseerd en besproken. Het was dan ook tijd om deze website grondig te herzien, de beveiliging aan te passen en de  profilering te herzien. Dat hebben we deze zomer gedaan. Het resultaat is de afgelopen maanden getest en staat nu alweer iets meer dan een maand online: een compleet vernieuwde site met inmiddels ruim 600 artikelen over woorden, uitdrukkingen en taaltrends – kortom, over taalverandering. Maar dit is nog maar het begin. Lees verder >>

In reprise: Josef in Dothan, Vondels tiende tragedie

Door Ton Harmsen

058josefverkocht Het was al lang aangekondigd, en nu is het zover: www.inreprise.org is gelanceerd. Op de website staat een lijst van honderd spelen waaruit theatermakers kunnen kiezen, en er zal van alles gebeuren om het zover te krijgen dat ze op enig niveau – van simpele leesvoorstelling tot gecostumeerde avondvulling – iets daarvan opvoeren. Gelukkig is ongeveer een kwart van de lijst van ‘InReprise’ gevuld met titels uit de zeventiende eeuw, de gouden eeuw van het toneel. Op de videoboodschap bij de opening (te zien en te lezen) van Gijs Scholten van Aschat spreekt hij naar aanleiding van de website ‘Ceneton’ zijn verbazing uit over de rijkdom van onze oudere letterkunde. Ja, het is een wonder dat toneel vier eeuwen geleden zo in de belangstelling stond. Dat heeft zoveel betekend voor onze cultuur! Klassiek toneel heeft een eigen waarde die de televisie en de musical niet kunnen overnemen. Nederland is een van de rijkste landen van de wereld. Waarom moest het Theater Instituut Nederland dicht? Waarom kan er niet een beetje subsidie af voor Toneelgroep De Appel? En dat is nog maar het topje van de ijsberg van kaalslag die het toneel treft. Moge ‘In Reprise’ leiden tot meer historisch besef, en een aanmoediging zijn voor de productie van goede klassieke voorstellingen. Lees verder >>

Erasmus in Weerts dialect


056ErasmusRabus1697Door Ton Harmsen

Mijn wekelijkse column in Neerlandistiek.nl werpt vruchten af. Ik krijg opmerkingen van lezers over mijn data en mijn digitale edities, suggesties voor onderwerpen en complete teksten om te publiceren. Deze week stuurde Michiel de Vaan, aan de lezers van Neerlandistiek.nl welbekend, mij een bijzondere Erasmusvertaling toe, in een Nederlands dialect. Ik schreef hier al twee keer over Nederlandse Erasmusvertalingen. Mijn lijst van die vertalingen omvat ruim 500 uitgaven. De Lof der Zotheid is de kampioen, maar de enorme populariteit daarvan is van de laatste honderd jaar: daarvoor hebben de Colloquia altijd vóórgelegen. Eén daarvan staat dus pas sinds deze week in mijn lijst: de Weertse vertaling van het colloquium ‘Conjugium sive Uxor mempsigamos’, de vrouw die over haar huwelijk klaagt. Het is een gesprek tussen twee vriendinnen, Xantippe en Eulalia. Xantippe klaagt, scheldt en dreigt, terwijl Eulalia met psychologische middelen en verstandige raad naar oplossingen voor Xantippe’s huwelijksproblemen zoekt. Aan dat opvallende onderwerp dankte deze dialoog zijn reputatie. Er zijn veel vertalingen van gemaakt. Lees verder >>

Aankondiging: LitLab is online!

LitLab is een digitaal laboratorium waarin bovenbouwleerlingen de Nederlandse literatuur kunnen leren onderzoeken. Op de website staan nu 6 proeven klaar rond recent academisch onderzoek naar de Nederlandse literatuur in brede zin: van onderzoek naar de voordracht van middelnederlandse verhalen tot de bestudering van nationalisme in hedendaagse popmuziek. Zo vormt LitLab een schakel tussen leerlingen, docenten en onderzoekers aan Nederlandse en Vlaamse universiteiten. De Universiteit Utrecht sponsorde het prototype dat nu beschikbaar is. Lees verder >>

Alle artikelen over literatuur uit The Low Countries op een website

Ter gelegenheid van het Vlaams-Nederlandse gastlandschap in Frankfurt heeft de redactie van Ons Erfdeel alle artikelen over literatuur uit 23 edities van het jaarboek The Low Countries. Arts and Society in Flanders and the Netherlands verzameld op één website.

Een reisverhaal van Cees Nooteboom of Tommy Wieringa? Gedichten van Joke van Leeuwen? Een analyse van het oeuvre van Stefan Hertmans? Korte verhalen van Mensje van Keulen? Een bloemlezing van exilschrijvers in de Lage Landen? Dat en veel, véél meer staat te lezen op www.literaturefromthelowcountries.eu.

Het is daarmee een schat aan informatie voor niet-Nederlandstaligen die kennis willen maken met onze rijke literatuur. Alle teksten ‑ meer dan vierhonderd in totaal: gedichten, prozafragmenten, kritieken, oeuvrestukken, beschouwingen ‑ worden aangeboden in open access: ze zijn gratis én integraal te lezen. De website is goed doorzoekbaar en zal volgend jaar worden aangevuld met de artikelen uit de recentste editie van The Low Countries, die is gewijd aan de literatuur van de Lage Landen.

Gods roede versus Ursula

055Attilla

Door Ton Harmsen

Voor zijn negende tragedie, Maeghden, haalt Vondel zijn stof uit de martelaarsverhalen. Hij kiest het levensverhaal van de heilige Ursula. Haar naamdag is 21 oktober, maar zelfs of zij bestaan heeft is de vraag. De veertienjarige Schotse koningsdochter maakt, om onder een huwelijk met een heidense prins uit te komen, met goedvinden van haar vader en in gezelschap van elfduizend maagden een bedevaart naar Rome. Op de terugweg stuit zij in Keulen op Attila, de gesel Gods. Vondel spreekt van ‘Gods roede’. Attila laat alle maagden vermoorden, maar dan is hij nog niet van ze af: de geesten van zijn slachtoffers drijven hem tot wanhoop en redden Vondels geboorteplaats. Vondel passeert hier de grenzen van het waarschijnlijke, maar dat vat hij op als licentia poetica: hij is geen historicus dus hij kan zich een ruime hoeveelheid dichterlijke vrijheid permitteren. Voor hem is Ursula niet de beschermster (zoals Olga van Marion heeft aangetoond dat pastoor Marius haar ziet), maar een verbeelding van het absolute geloof dat een rampzalig leven op aarde leidt tot eeuwige zaligheid in het hiernamaals. Vondel prijst geen zelfmoordterrorisme aan, zijn heldin is volkomen vredelievend. Door zijn doopsgezinde opvoeding is hij van jongs af aan vertrouwd geweest met verhalen over compromisloze zelfopoffering.

Als hij de Maeghden schrijft is Vondel met allerlei soorten literatuur bezig, en de weerslag daarvan maakt deze tragedie een rijke tekst. Lees verder >>

Lancering www.schrijverskabinet.nl en oproep voor bijdragen

Door Lieke van Deinsen en Ton van Strien

kastOp 13 oktober werden tijdens het namiddagsymposium ‘De literaire canon in de vroegmoderne tijd’ in het Rijksmuseum de website www.schrijverskabinet.nl en het boek The Panpoëticon Batavûm. The Portrait of the Author as a Celebrity gepresenteerd.

Het Panpoëticon Batavûm was een sierhouten kabinet uit de achttiende eeuw waarin de portretten van honderden Nederlandse dichters en dichteressen waren opgeborgen. Het was een unieke verzameling waarin het Nederlandse literaire verleden als tastbaar object werd gepresenteerd. 

Hoewel het Panpoëticon gedurende de achttiende eeuw bijzonder populair was en menig schrijver inspireerde tot het dichten van lofzangen, valt de verzameling in de negentiende eeuw uiteen. Tijdens de Leidse buskruitramp van 1807 raakte het houten kabinet zwaar beschadigd, en ging een deel van de portretten verloren. Na wat omzwervingen is ongeveer een kwart van de oorspronkelijke achttiende-eeuwse schilderijen momenteel te zien in het Rijksmuseum in Amsterdam. Lees verder >>

Op de grens van literatuur en geschiedschrijving

054AbdicatieKarelVijfDoor Ton Harmsen

Geen enkel Nederlands toneelstuk is in de zeventiende en achtiende eeuw zo vaak gedrukt en opgevoerd als Belegering ende het ontset der stadt Leyden door Reynier Bontius. Dit blij-eindend treurspel, voor het eerst gedrukt in 1645, hield tot 1821 stand op het Nederlandse toneel. Daarna werd het spoedig vergeten, maar met 111 drukken had het een ware zegetocht achter de rug. Toneelstukken over contemporain-historische onderwerpen waren er toen al in overvloed. Een geschiedenisles op het toneel, natuurlijk niet zozeer om informatie te verstrekken als wel om saamhorigheid te kweken, is niet meer zo van deze tijd. Maar de Nederlanders van de zeventiende eeuw waren er zeer op gesteld. En voor de lezer van zeventiende-eeuws toneel zijn dergelijke spelen, met hun combinatie van poëtische vorm en historische inhoud, heel aantrekkelijk. Je kan er geschiedenisles en Nederlands mee geven in hetzelfde uur.

Een compleet overzicht van de gebeurtenissen tussen de abdicatie van Karel de Vijfde en de moord op Willem de Zwijger geeft De verkrachte Belgica (wat een titel, maar indertijd klonk dat anders) van Arent Roggeveen, gepubliceerd in het jaar waarin Nil Volentibus Arduum werd opgericht. Het vertoont de rampen die Nederland troffen ‘’t Sedert den 25. October 1555. tot den 10. July 1584. daer aan volgende’. Het is duidelijk dat toen niet iederéén aan de eenheid van tijd hechtte. Deze tekst toont duidelijk de bedoeling van historiespelen: de herinnering aan het verzet tegen de brute Spaanse overheerser levend te houden. Dat geldt al ruim een halve eeuw eerder voor Jacob Duym met zijn Gedenck-boeck, een verzameling historiespelen, van 1606:
Lees verder >>

Electra: Vondel nieuwe stijl

ElectraDoor Ton Harmsen

Met zijn vertaling van Sophocles’ Electra (1639) gaat voor Vondel een nieuwe zon op. In de opdracht aan Tesselschade Roemers bewondert hij de stijl van Sophocles: ‘Walgelijcke opgeblaezenheid, waer van Griecken en Latynen hoe aelouder, hoe vryer zijn, heeft hier nergens plaets.’ We zagen ook al dat de karakterontwikkeling in de dialoog tussen Electra en haar zuster Chrysothemis voor Vondel een ontdekking was; dergelijke psychologische momenten komen in zijn eerdere tragedies niet voor, maar in de latere past hij ze herhaaldelijk toe. Wat de indeling van reien in zang, tegenzang en toezang betreft, ook dit heeft Vondel bij Sophocles aangetroffen maar hij past de triadevorm pas toe in de Maeghden van hetzelfde jaar, misschien nadat Martinus van Vinckenroy hem op deze techniek gewezen had. Die indeling is niet alleen een formele kwestie, het leidt tot een nieuwe structuur van de reizangen. De zin over het ontbreken van ‘opgeblaezenheid’ is de derde vernieuwing in Vondels werk. Zijn kennismaking met de Griekse tragedie doet hem inzien dat bombast en effectbejag nergens toe leiden. De zuiverheid van de oudste Grieken (Homerus, Pindarus, de Griekse tragici) bekoort hem van nu af aan meer dan de senecaanse stijl van zijn vorige spelen.

Niet dat dit helemaal nieuw voor hem was. Vondel is altijd al helder en eenvoudig, zijn eerste toneelstuk (Het Pascha, 1612) begint met Mozes die op de berg Horeb zijn schapen toespreekt:

.        Weydt hier myn Beestiael, weydt hier myn tier’ghe Vee,
.        Golft hier om dit Gheberght myn wit-ghewolde Zee,
.        Scheert hier tgroen-hair’ghe loof, spaert kruydt, noch Bloemkens geurich,
.        T’lacht hier doch altemael, zoet-rokigh en couleurich,
.        Nu wauwelt zoo veel gras, zoo vet en graegh bedijt,
.        Tot ghy van Madian de schoonste kudde zijt. (Het Pascha, vs. 1-6) Lees verder >>

Nieuwe spellingcheckers op Taalweb

De website Taalweb.frl, waarop Friese taalhulpmiddelen worden aangeboden, is vandaag vernieuwd en uitgebreid met nieuwe spellingcheckers en een digitale editie van het Frysk Hânwurdboek.

De website is nu responsief gemaakt. Dat betekent dat de website nu gemakkelijker te gebruiken is op smartphone en tablet.De online spellingchecker (Staveringshifker)is verbeterd en aangevuld met zo’n 600 nieuwe actuele woorden. De online vertaalmachine (Oersetter), die Friese teksten naar het Nederlands vertaalt en andersom, is aangepast aan de spellingsaanpassingen van 2015 (bijv. drûch, iuw, útnûgje,telefyzje).

Nieuw op Taalweb is een downloadpagina met meer dan 10 spellingcheckers voor allerlei programma’s en platforms, o.a. voor Word, Outlook, Word voor Mac OS X, Mozilla en LibreOffice/OpenOffice. Lees verder >>

Vondels Zege-zang voor Gillis van Vinckenroy: spotdichter wordt sportdichter

051KruisboogDoor Ton Harmsen

Sportprestaties leiden tot lyrische taal. Je hoeft niet van hockey te houden om te genieten van het proza van Hugo Camps en Maarten Scholten. Zelfs de oudste Griekse poëzie is geïnspireerd door sportieve prestaties. Rond 450 voor Chr. bezingt Pindarus in zijn Olympische, Pythische, Nemeïsche en Isthmische oden de atleten die gouden medailles verdienen. Hij bezingt wagenrenners, hardlopers, worstelaars en speerwerpers.

Welke neerlandicus heeft een atleet als voorouder? Flor van Vinckenroye (7 augustus 1920 – 29 augustus 2005), onder andere editeur van De vier wterste van Houwaert (en ook nog eens de schoonvader van onze Antwerpse collega Hubert Meeus), die de e achter zijn naam eraan te danken of te wijten heeft dat in 1920 de ambtenaar van de burgerlijke stand zijn kantoor hield in het café tegenover de kerk van Kortessem bij Hasselt. Een schrijffout is in de kroeg gemakkelijk gemaakt en in de papieren van de burgerlijke stand moeilijk te herstellen. Hij stamt rechtstreeks af van de familie Van Vinckenroy die al sinds de middeleeuwen een rol speelt in Hasselt. Eén van hen, de burgemeester en herbergier Gillis van Vinckenroy, was zelfs ‘keizer’ bij het boogschieten in 1637 en dat feit inspireerde Vondel tot een zegezang van 128 verzen. Lees verder >>

Vondels achtste tragedie: vertaling van Sophocles’ Electra

050VondelElektra

Door Ton Harmsen

Met de nare smaak van de Gysbreght nog in zijn mond is Vondel toe aan iets heel nieuws. Gelukkig wordt hij onder anderen door Hugo de Groot, die in 1630 Euripides’ Phoenissae vertaald had, gewezen op een voorbeeld dat een radicale verandering inhoudt: de Griekse tragedie. De sfeer die hij daarin vond bood betere mogelijkheden dan de pathetische horreur van Seneca. Hij wordt getroffen door de psychologische ontwikkeling in de dialoog waarmee Sophocles zijn botsende personages tot nieuwe inzichten brengt: de statische personages van zijn eerdere tragedies konden ineens in beweging worden gezet. In de zangerige lyriek van Sophocles voelt hij zich helemaal thuis – de superieure reien van de Gysbreght tonen aan dat Vondel een groot lyricus was. In 1639 publiceert hij zijn vertaling van Sophocles’ Electra. Gerardus Johannes Vossius had zijn twintigjarige zoon Isaac naar Vondel gestuurd om de tekst met hem samen te bestuderen. Er was een keur aan Griekse edities met Latijnse vertaling. Vondel vertaalde uit het Latijn en Isaac wees hem de weg in de Griekse teksten. Vondel heeft zich met deze vertaling een nieuw soort poëzie eigen gemaakt. Zijn grote prestatie is de adequate weergave van het zangerige Grieks, via de soms wat houterige Latijnse vertalingen naar een sonore tekst van meesterlijke kwaliteit. Lees verder >>

Aan de wieg van het web

Door Ton Harmsen

049OlivettiEerder deze week schetste Frits van Oostrom in de vijfentwintigste Bert van Selmlezing, getiteld Van geletterd naar gepixeld, de ontwikkelingen in de digitale neerlandistiek sinds het overlijden van Van Selm in 1991. Van Oostrom heeft gelijk als hij zegt dat het initiatief voor het digitaliseren van Nederlandse literatuur van de universiteiten (de leerstoelen Nederlands) moet uitgaan: daar zit de motivatie en de expertise. Het is prachtig dat deze mening nu in het openbaar gezegd is door een neerlandicus naar wie geluisterd wordt. Laten de academische neerlandici er wat mee doen: data verzamelen en op een handzame en aantrekkelijke manier publiek maken. Daarvoor zijn ideeën en technieken nodig, die in samenspraak tussen de neerlandici ontwikkeld worden en vervolgens komt het aan op facta non verba. We zijn te weinig zichtbaar, zegt Van Oostrom. Ik denk dat er een academisch digitaal literatuurplein moet komen, waar we in één oogopslag kunnen zien wat er aan neerlandistiek in Nijmegen, Groningen en Utrecht gebeurt.

Voor de studie van de zeventiende eeuw zou het een zegen zijn. Teksten zijn op die manier gemakkelijk te vinden, kosteloos in te zien en zo nodig eenvoudig te corrigeren. Zo moet het gaan: redacties met frisse ideeën en heel veel medewerkers, veel studenten, die aanvullingen en verbeteringen aandragen. Een internet dat van ons allemaal is, waaraan wij allemaal ons steentje bijdragen en waarvoor wij onze verantwoordelijkheid nemen.

Lees verder >>

De dreigende drogreden

Door Ton Harmsen

048ZaleucusHoeveel nieuwe stukken er ook verschenen, voor het repertoire van de Amsterdamse Schouwburg greep men graag naar oude succesnummers. Op een bewaard gebleven affiche uit 1760 staat de klucht Broershart uit 1668 op het programma, als naspel bij De dood van Sultan Selim, een tragedie uit 1717 door Willem van der Hoeven. Hij was een gevierd acteur die meer dan tien toneelstukken publiceerde. Broershart is een wrede klucht vol onwaarschijnlijkheden, en deze tragedie is niet minder wreed en vol onwaarschijnlijkheden. Aan het Turkse hof is een mensenleven niets waard, zeker niet wanneer het gaat om het hooghouden van de eer van hovelingen. En Van der Hoeven bedeelt in de door hemzelf bedachte intrige het toeval wel een hele grote rol toe. Het verhaal is absurd, maar niet ingewikkeld:

Mustafa, de zoon van de Turkse sultan Selim, is verliefd op prinses Saide, die door de sultan aan zijn generaal is toebedacht. De verliefde prins beledigt de generaal en daarom veroordeelt zijn vader Selim hem ter dood. Iedereen noemt dit onmenselijk, maar de wrede sultan zet door en de kroonprins wordt onthoofd. Saide is ontroostbaar, haar slaaf Emanuel (een christen) biedt haar aan samen te vluchten en te trouwen. Dit voorstel vindt zij niet acceptabel gezien zijn lage status, maar die houding verandert als hij de hertog van Ferrara blijkt te zijn. Juist op deze cruciale dag is een delegatie uit Italië naar Istanboel gekomen om hem te zeggen dat zijn vader is overleden en dat hij zijn hertogdom op zich moet nemen. De twee vluchten, terwijl ze en passant de Turkse vloot (waarop de sultan zich heeft teruggetrokken om over de emotie van zijn kindermoord heen te komen) in brand steken. Voordat zij het paleis verlaat bevestigt de prinses een brief aan een pilaar, waarin zij haar vlucht naar Ferrara aankondigt. Sultan Selim, aan de dood in zijn brandende galjoen ontsnapt, vindt en leest de brief; de inhoud grijpt hem zo aan dat hij sterft.

Lees verder >>

Comburgse handschrift digitaal on-line

Door Willem Kuiper

Soms vind je iets bij toeval. Hoewel, toeval? Een middeleeuws spreekwoord luidt: “Men seget dicke in bispele / Ende hets dicke oec gesciet / Dat vligende craje bejaget iet.” (Die queeste vanden Grale, r. 1105-1107)  Op zijn Zaans gezegd: Een vliegende kraai vangt altijd wat.

25 jaar geleden studeerde Hella Hendriks, u mogelijk bekend van het Repertorium van Eigennamen in Middelnederlandse Literaire Teksten (REMLT), bij mij af op de Middelnederlandse vertaling van de Oudfranse Roman de la Rose. De ijsberg onder water van haar doctoraalscriptie was een synoptische diplomatische editie van de drie bewaard gebleven complete Middelnederlandse handschriften in combinatie met de Oudfranse brontekst. Die editie was gemaakt op een bescheiden PC met WordPerfect als tekstverwerker en opgedeeld in tientallen deelbestanden, die tot één doorlopende editie afgedrukt konden worden. Momenteel zijn wij bezig van die digitale deelbestanden één homogeen wpd en pdf bestand te maken. Binnenkort in dit theater! Lees verder >>

Broershert, de duëllerende huisknecht

047Affiche19Door Ton Harmsen

Laat je een paar keer keihard plat op het toneel vallen, maak je belachelijk door angstig weg te lopen voor een duel. Of beraam uit woede over een futiliteit een dubbele moord. Als je dat in 1668 in een Nederlandse klucht doet – zoals Adriaan Bastiaensz de Leeuw in Broershert – is je succes een eeuw lang verzekerd.

Adriaan Bastiaensz. Leeuw was toneelspeler en vertaalde zelf zeven spelen uit het Frans, Spaans en Duits. Zijn Broershert (naar een onbekende Franse bron) beleefde acht drukken, de laatste in 1727. In 1748 werd in Hamburg nog een Duitse vertaling gedrukt: Der Hausknecht oder der lächerliche Zwey-Kampf: ein Lustspiel in Versen. Tot 1768 staat het op de toneelaffiches als nastuk bij tragedies, deze klucht heeft het dus een volle eeuw op het toneel uitgehouden. Ook in tijden waarin de literaire smaak radicaal veranderd was, wat bewijst dat de tekst dramaturgische kwaliteit heeft.

Broershert heet na de eerste druk soms ook Broershart. De klemtoon valt op de tweede lettergreep, Broershért en Broershárt, het metrum van viervoetige jambes wijst dat duidelijk aan. Het spel is opgedragen aan Y.V., dat kan niemand anders zijn dan Ysbrand Vincent, in 1669 een van de oprichters van Nil Volentibus Arduum. Vijftig jaar later, als Nil Volentibus Arduum al bijna vergeten is, keert hij terug uit Frankrijk waar hij rijk geworden is met zijn papiermolen. Hij geeft dan het verzameld werk van Nil uit in een luxe-editie, met gravures door kunstenaars als Romeyn de Hooghe en Bernard Picart. Deze weldaad deed hij weer te niet door ongevraagd werk van anderen in het oeuvre van Nil op te nemen; hij staat nu bekend als ‘de zeventiende-eeuwse letterdief.’ Maar dat kon De Leeuw in 1668 natuurlijk niet weten, noch dat Vincent mede-oprichter zou zijn van een kunstgenootschap dat dergelijke sadistische kluchten zou verfoeien, noch dat hij zou eindigen als plagiateur: voor hem is er geen bezwaar om zijn Broershert op te dragen aan Vincent, die zelf ook een klucht uit het Frans vertaald had. De Leeuw geeft in de opdracht een enigszins cryptische omschrijving van de inhoud: Lees verder >>

Met Lambert van den Bos naar de kastelen van Napels

Door Ton Harmsen

046CastelDellOvoItalië is het land waar de oudheid en de renaissance nog altijd het straatbeeld bepalen. Een reisgids uit de zeventiende eeuw laat zien hoeveel er in de loop der eeuwen toch veranderd is. In de Wegh-wyser door Italien (1657) geeft Lambert van de Bos een beeld van Napels zoals het er uitzag toen het tot het Spaanse koninkrijk van Filips de Tweede, de Derde en de Vierde behoorde. Je kan je afvragen of een reisgids tot de ‘belles lettres’ mag worden gerekend: het is immers niet meer dan een gebruiksaanwijzing, een opsomming van bezienswaardigheden al dan niet voorzien van beoordelingen (vaut le détour) en raadgevingen (attenta a la borsa, signora). Aan de andere kant is het buiten kijf dat een groot deel van het oeuvre van Lambert van den Bos tot de Nederlandse literatuur gerekend wordt. Kan men zijn tragedie Rampzalige liefde ofte Bianca Capellis als letterkundig werk behandelen, en zijn Wegh-wyser door Italien aan de vergetelheid overlaten? De literaire vaardigheid van Van den Bos, zijn soepele prozastijl en de fraaie stijlfiguren waarmee hij Italië aanprijst zijn genoeg om dit niet te willen. Lees verder >>

Zomeraflevering blog Opgravingen: Tachtigers op reis

Reizen#Baedeker (2)

Waarom gingen Nederlanders rond 1900 op reis en hoe verwerkten zij de nieuwe ervaringen die zij onderweg opdeden? Daarover is nog veel onbekend. De blog Opgravingen licht een tipje van de sluier op aan de hand van reisbrieven. In de correspondenties van Albert Verwey en Willem Witsen met andere Tachtigers is een grote hoeveelheid buitenlandse brieven te vinden; bijna tien procent van de correspondentie is buiten Nederland geschreven.

Lees hier de zomeraflevering: “Tachtigers op reis”.

Scheele Griet grijpt haar kans

Door Ton Harmsen

041AntoniusAbtHet gaat goed met de zeventiende-eeuwse klucht. Er zijn opvoeringen door het hele land, het ouderwetse vermaak vindt waardering. Ceneton merkt dat ook: steeds vaker sturen lezers uit alle windstreken door hen gedigitaliseerde kluchten toe. Hoe meer handen, hoe lichter het werk.

De jongste aanwinst is De klucht van Scheele Griet of gestrafte wellust door Pieter Elzevier uit 1662. De auteur wordt soms – en met goede argumenten – vereenzelvigd met de Utrechtse uitgever Pieter Elzevier, die leefde van 1643 tot 1696. Voor een negentienjarige is het een gewaagde tekst. De Utrechter woonde in 1662 nog in Amsterdam, waar de klucht verscheen bij Jacob Lescailje, de huisdrukker van de Schouwburg. In de jaren daarna drukte Lescaille nog drie kluchten van Pieter Elzevier: De gestoorde vreught (1664), De broekdragende vrouw (1666) en De springende dokter (1666). Veel laat hij niet los over zijn poëticale opvattingen: de meeste opdrachten, berichten aan de lezer en lofdichten vermelden niets meer dan dat men zich niet moet storen aan de platte onderwerpen die hij kiest. Heel vaak is het temmen van een Xantippe het onderwerp van een klucht. Des te opmerkelijker is dat in het geval van Scheele Griet juist de vrouw aan het langste eind trekt door kordaat en moedig optreden. Lees verder >>

Formatief evalueren bij Nederlands

Samen met mijn Joanneke Prenger (basisonderwijs) heb ik, Gerdineke van Silfhout (voortgezet onderwijs) de afgelopen tijd vormen van formatief evalueren bij taal/Nederlands ontsloten op de website Formatief evalueren bij Nederlands.

  • Voor basisonderwijs de leesgesprekken (docent-leerling gesprekjes rond een tafel vol boeken) om te achterhalen wat leesvoorkeuren, stijlen, motivatie en vaardigheid
  • Voor het voortgezet onderwijs het formuleren van leerdoelen, geven van (peer)feedback en werken met rubrics en succescriteria bij schrijfvaardigheid met lesvoorbeelden die docenten kunnen downloaden.

Bij Lees meer en Zelf aan de slag vind je de recente literatuur over dit onderwerp, links naar tools, apps, websites etc.

Blog Opgravingen ontsluit ‘dagboekbrieven’ van Willem Witsen

Blog ‘Opgravingen’ ontsluit ditmaal ‘dagboekbrieven’ van Willem WOIMenukaart-743x1024Witsen over zijn reis naar Amerika, bedreigd door mijnenvelden en onderzeeërs. Zijn gedetailleerde beschrijvingen van het luxe leven aan boord geven een fraai beeld van La Belle Époque, waarin de fatale oorlog zich steeds verder opdrong. Bij terugkeer acht maanden later trof hij een ander Europa aan. Volg en lees de nieuwe blog op Opgravingen.huygens.knaw.nl.

 

 

Woordenboek van Overijssel online beschikbaar

In het Woordenboek van Overijssel kunt u de woordenschat van de taal van Overijssel opzoeken. Het bevat woordmateriaal uit ruim 80 grotere en kleinere plaatsen in Overijssel en het aangrenzende Duitse gebied. Het woordenboek is te benaderen via onderzoekoverijssel.nl (klik op Taaldatabase) of via detaalvanoverijssel.nl (via het rode tabblad).

Taaldatabase in de steigers
Het elektronische Woordenboek van Overijssel is op dit moment nog niet af. Vaak zult u bij de zoekresultaten de mededeling zien: “Dit item is nog niet goedgekeurd”. Dat wil zeggen dat er nog iets gedaan moet worden aan de spelling van de woorden, of dat de voorbeeldzinnen of toelichtende tekst nog geredigeerd moeten worden. Daar werken we voortdurend aan verder, het is een taaldatabase die nog in de steigers staat. Lees verder >>

Meer dan een kwart miljoen dialectzinnetjes op het internet.

De Gentse dialectologie kan bogen op een rijke traditie die in 1890 begon met prof. J. Vercoullie, die voor Vlaanderen de allereerste wetenschappelijke dialectbeschrijving in het licht gaf – uiteraard over het West-Vlaams. Het was echter prof. E. Blancquaert die de Gentse dialectologie beroemd maakte door het grootscheepse project Reeks Nederlandse Dialectatlassen (RND), waarbij 141 zinnetjes voor 1956 plaatsen in het Nederlandse en Friese taalgebied door dialectsprekers werden vertaald en nauwkeurig fonetisch werden genoteerd. Het project duurde ongeveer 60 jaar en resulteerde in meer dan een kwart miljoen vertaalde zinnetjes. Ze staan nu voor de eerste keer allemaal op een website.