Categorie: Vertelcultuur

De Indo-Europese Adam

Oude Folklore in het Oudfries, deel 6

Schildering van Adam en Eva in het paradijs in de kerk van Noordbroek (in de provincie Groningen, vroeger onderdeel van het Grote Friesland). Bron: Wikimedia Commons

Door Arjan Sterken

Het Oudfries is een Noordzee-Germaanse taal. Daardoor is het ook een Germaanse taal. Nog beter: het is zelfs een Indo-Europese taal. Verscheidene (zeg maar een heleboel) talen in Europa en Azië hebben structurele overeenkomsten. Zo structureel, dat men vanaf het eind van de 18e eeuw deze vrij serieus is gaan nemen. Het idee is dat er een hele tijd geleden ergens op de Russische steppe of in Anatolië (men mag elders gaan uitvechten waar precies) een groep mensen waren die iets spraken wat men Proto-Indo-Europees is gaan noemen. Deze mensen zijn met hun paarden en strijdwagens (of het concept daarvan) naar allerlei plekken in Azië en Europa gemigreerd over een vrij lange periode. De taal die zij spraken heeft zich ook langzamerhand ontwikkeld, en daarom spreekt men nu op deze twee continenten allerlei andere talen. Nu zijn er sommige taalnerds die proberen te achterhalen hoe dit Proto-Indo-Europees heeft geklonken, en zij hebben allerlei geniale methoden bedacht om vanuit latere taalfasen deze taal te reconstrueren.

Lees verder >>

De Vijftien Tekenen van de Eindtijd

Oude Folklore in het Oudfries, deel 5

Schildering van het Laatste Oordeel in de kerk van Uithuizen (in de provincie Groningen, vroeger onderdeel van het Grote Friesland). Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Door Arjan Sterken

De wereld staat in brand. Een paar maanden geleden was dat nog letterlijk zo, toen Australië kampte met één van de hevigste bosbranden sinds de opgetekende geschiedenis. Eerder in 2020 dreigde de Derde Wereldoorlog, en vanaf maart raast er een nieuwe pest over de wereld. Ondertussen dreigen nieuwe economische recessies, en ook de klimaatproblematiek moeten we niet vergeten. Dit plaagt het laaggelegen Nederland, waar ook het vroegere gebied van het Grote Friesland weer opgeslokt kan worden door die wilda witzinges sees flod, zoals al zo vaak gebeurde in het verleden. Sterker nog, tegenwoordig kampen vroegere koloniën van de Friezen met dit probleem: de Noord-Duitse Waddeneilanden, die door de Friezen in de 7e of 8e eeuw gekolonialiseerd zijn (Bremmer 2009, p. 6), worden op natuurlijke wijze 2,5 millimeter per jaar opgehoogd, terwijl de zeespiegel van de zee met 4,5 millimeter per jaar stijgt (“Veertig keer per jaar stroomt het water over de kwelder in de Duitse wadden,” Volkskrant bijlage Boeken & Wetenschap, 28 maart 2020). Het Grote Friesland is al in de 15e eeuw verdwenen, maar nu nadert het einde ook voor hun nazaten.

Lees verder >>

De wetten van Mozes

Oude Folklore in het Oudfries, deel 4

Het schilderij The Finding of Moses van Engels-Friese schilder sir Lawrence (Lourens) Alma-Tadema. Bron: Wikimedia Commons

Door Arjan Sterken

Zodra je werkt met oude rechtsbronnen, dan kan je ervan uitgaan dat de meeste folklore betrekking heeft tot recht. In de eerste en tweede aflevering van deze reeks hebben we al kunnen zien hoe het recht op eigen wetten van Karel de Grote afstamt, althans volgens de Friezen zelf. Deze verwijzing naar het historische figuur Karel de Grote is zeer waarschijnlijk een autoriteitsargument: deze historische grootheid heeft ons het recht verschaft, dus durf daar maar eens aan te komen! Karel de Grote is echter niet de enige stem uit het verleden die legitimiteit aan de Friese wetten geeft. Veel Oudfriese rechtsbronnen geven aandacht aan de oorsprong van het recht in de proloogteksten, en Jus Municipale Frisonum voegt daar ook nog het Rudolfsboek en de tekst Over de wetgeving aan toe. Vele figuren passeren de revue in deze teksten, maar vandaag ga ik het hebben over de meest populaire (naast Karel de Grote dan): Mozes.

Lees verder >>

Wilda witzinges flod

Oude Folklore in het Oudfries, deel 3

“Prachtig. Door de quarantainemaatregelen is de Noordzee zoveel minder vervuild dat de Vikingen terugkeren. Onze planeet is aan het genezen.” Bron: Facebookgroep Teutonic Tongues

Door Arjan Sterken

De vorige keer hebben we koning Redbad (Radboud) van Denemarken ontmoet, de heidense koning die de Friezen van het christendom afhield. Velen van u hebben zich de vorige keer waarschijnlijk al afgevraagd: ‘hoezo koning Redbad van Denemarken? Was hij geen koning van de Friezen?’ Dat klopt, buiten de Oudfriese bronnen staat Redbad voornamelijk bekend als de heidense koning van de Friezen (Nijdam en Knottnerus 2019, p. 88-89). Het is deze koning die, als hij wordt gedoopt, vraagt of hij zijn voorouders ook in de hemel zal ontmoeten. De dopende missionaris (vaak Wulfram of Willibrord) moet dit ontkennen: Christus heeft dan wel alle Oudtestamentische patriarchen uit de hel gehaald, maar de Friese voorouders heeft hij daar laten zitten. Redbad stelt loyaliteit aan zijn familie boven Gods koninkrijk, en neemt het geroemde besluit om dan maar in de hel met zijn voorgeslacht te branden. Redbad wordt de Friese koning die de stugheid en trots van de moderne Fries laat zien; een koppige leider die het belang van de clan stelt boven dat van zichzelf.

Lees verder >>

Koning Redbad en het Riepster Licht

Oude Folklore in het Oudfries Deel 2

Illustratie: de leginde fan it rypster ljocht in glas-in-lood voorstelling in de Aulazaal van het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen. Bron: Wikimedia Commons

Door Arjan Sterken

Bij de Magnuslegende, die we de vorige keer hebben bekeken, lijkt op het eerste gezicht mogelijk te zijn dat het een historische gebeurtenis betreft. Deze wijdverspreide Oudfriese legende lijkt te zijn ontdaan van allerlei elementen die we tegenwoordig als fantasie zouden afdoen. Dit gaat niet altijd op, zoals bij de tekst die we vandaag bekijken: Fan dae koningen Kaerle ende Redbad.

Lees verder >>

Oude Folklore in het Oudfries

Magnus als Friese vaandeldrager op de zegel van Wonseradeel in 1270. Bron: Wikimedia Commons

Deel 1: het privilege van Karel de Grote

Door Arjan Sterken

Als je een onderwerp lang genoeg bestudeert, dan kom je het overal tegen. Een wiskundige gaat de wereld waarnemen in getalsmatige verhoudingen en algoritmes. Een bioloog vindt de rijkste ecosystemen onder een steen in het park. En ik, hij die zich vooral met mythologie en volksverhalen bezighoudt, vindt narratieven op de vreemdste plekken: wetscollecties geschreven in het Oudfries. In de komende tijd zal ik dan ook enkele van deze volksverhalen langsgaan in verschillende blogposts. Vandaag begin ik met de Oudfriese folklore rond Karel de Grote.

Lees verder >>

Emoties rond de Passie

Door Theo Meder

Het is inmiddels een traditie geworden dat het Meertens Instituut elk jaar een nieuwjaarsboekje uitbrengt, afwisselend over een etnologisch of linguïstisch onderwerp. Voor 2019 is daar van afgeweken, omdat het boekje wel heel erg aansluit bij Goede Vrijdag en Pasen. Het is dus een Paasboekje geworden met de titel Passie voor de Passie. De Matthäus, The Passion en andere passiespelen in ontkerkelijkt Nederland.

Lees verder >>

Hoe een ridderroman eindigt in een sprookje


Uit: Ferguut. A facsimile of the only extant Middle Dutch manuscript (ed. M.J.M. de Haan). New Rhine Publishers, Leiden, Holland, 1974.

Door Eline van Onzenoort

Ferguut vollec danen voer,
Want sine herte hem sere swoer
Dat hi sijn lief hadde verloren;
Hi hads pine ende groten toren. (vs. 2593-2596)

[Vertaling: Ferguut ging daar snel vandaan, want hij had erg veel hartzeer omdat hij zijn geliefde had verloren; het deed hem veel verdriet.]

Lees verder >>

Niet te dicht bij het water!

De kinderschrik in Nederlandse sagen

Theodor Kittelsen, Nøkken, 1904. Collectie Nasjonalgalleriet, Oslo.

Door Merle van Rooij

De Nederlandse vertelcultuur is vele sagen rijk. Sagen zijn korte volksverhalen die zich afspelen in een bestaande leefomgeving (voor vertellers en toehoorders vaak de eigen streek) en waarin bovennatuurlijke wezens zoals geesten, heksen en weerwolven een belangrijke rol spelen. Een ander kenmerk van sagen is dat ze vroeger door zowel vertellers als toehoorders als waargebeurd werden beschouwd. Net als andere soorten volksverhalen hebben sagen meerdere functies gehad. Het versterken van een gevoel van saamhorigheid binnen een groep, het fungeren als emotionele uitlaatklep en het dienen als moreel kompas zijn hier drie voorbeelden van. De belangrijkste functie van sagen was echter die van kennisoverdracht – middels de vaak slecht aflopende vertellingen werden verschillende waarschuwingen van vertellers op toehoorders doorgegeven.

Lees verder >>

Het kabouter-manuscript van Jan Eldermans

Drie pagina’s uit het kabouter-manuscript van Jan Eldermans (Digitale collectie Meertens Instituut. Originelen: The Museum of Witchcraft and Magic, Boscastle)

Door Theo Meder

Met een geheimzinnig Nederlandstalig handschrift vol prachtige tekeningen en notities over kabouters, magie en verborgen schatten ben je verzekerd van mijn aandacht. De vele aantekeningen zijn regelmatig voorzien van jaartallen die suggereren dat de maker, J.H.W. Eldermans (1904-1985), zijn leven lang aan het verzamelen en optekenen geweest is. Belangstelling voor kabouters, schatten en magie heeft hij zijn hele leven inderdaad wel gehad, maar hij begon pas na zijn pensioen in 1969 echt aan de optekening ervan. Over de persoon van Jan Eldermans schreef cultuurhistoricus Wilmar Taal in 2018 al het boek The Silent Listener; The Life and Works of J.H.W. Eldermans (zie Vertelcultuur 5, 2 voor een recensie). Hierin schetst hij het verhaal van een getalenteerde tekenaar en amateur-verzamelaar, die in het dagelijkse leven een tamelijk onbeduidende reclasseringsambtenaar is geweest, maar die zich voor zijn omgeving graag veel belangrijker voordeed. De man was een serieuze fantast, en het is maar de vraag hoe betrouwbaar dat indrukwekkend ogende manuscript van hem nu eigenlijk is als bron van kabouter-lore en dergelijke.

Lees verder >>

Verhalen Vertellen als Nederlands Erfgoed

Directeur Leo Adriaanse van KIEN ondertekent het certificaat (foto: Theo Meder)

Door Theo Meder

Op zaterdag 25 januari 2020 is in de Gelderlandfabriek in Culemborg het “Verhalen Vertellen” bijgeschreven op de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland van KIEN (het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland). Het document werd getekend door initiator Raymond den Boestert (verteller, verteldocent en voorzitter van de Federatie Nederlandse Vertelorganisaties), Peter van Duijvenboden (teamleider van de Stichting Lezen), Theo Meder (verhaalonderzoeker Meertens Instituut en hoogleraar Nederlandse Volksverhalen en Vertelcultuur van de Rijksuniversiteit Groningen) en Leo Andriaanse (directeur van KIEN). De inventarislijst wordt bijgehouden sinds 2012, toen Nederland het UNESCO-verdrag tekende inzake Bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed.

Lees verder >>

Verhalen maken denken makkelijker

De Nijmeegse bibliotheek van Jerome Bruner

Door Roel Willems

Vorige week woensdag werd op het Max Planck Instituut in Nijmegen de Jerome Bruner bibliotheek geopend. Bruner was een Amerikaanse psycholoog met een heel divers wetenschappelijk oeuvre. Na zijn overlijden (in 2016 als 100-jarige) werd zijn persoonlijke bibliotheek (+- 3300 boeken) vanuit New York naar Nijmegen verscheept. Het heeft te maken met Bruner zijn rol in de oprichting van het MPI aan Nijmegen (in de jaren ’70). Vandaag wil ik het hebben over een inzicht van Bruner dat mijn eigen werk beïnvloed heeft: Verhalen maken ons denken makkelijker.

Maar we beginnen met een omweg.

Lees verder >>

Van moderne vrouw tot dom blondje: de mop als reactie op vrouwenemancipatie

Door Iris Stofberg

Waarom krijgt een dom blondje maar maximaal vijf minuten pauze? Anders moet ze opnieuw ingewerkt worden. (Nederlandse Volksverhalenbank)

Zeg Mabel, toe zou je niet kunnen proberen een beetje van me te leren houden? – Nee, Dick, ik leer al Mah Jong bridge, een nieuwe Jazz-step en ik denk er over, of ik m’n haar zal laten kort-knippen. Ik zie niet in, waar ik nog tijd voor iets anders vandaan zou moeten halen. (Provinciale Drentsche en Asser courant, 1924)

Lees verder >>

Een heldenleven na een schurkendood

De romantisering van rovers in folklore en literatuur uit Nederland

Door Roderick Scheltinga

Terwijl de kronkelende landweg langzaam vorm krijgt in het licht van de opkomende zon, komt de koets stukje bij beetje dichterbij. Door de vele gaten in de weg hebben de paarden moeite om de koets vooruit te trekken. Toch zal het niet lang meer duren voordat de koets al schommelend de bocht bereikt waar de weg wordt omgeven door een groot struikgewas. Gebukt achter enkele doornstruiken wrijf ik een paar keer over mijn rug, die stijf en pijnlijk is van het lange wachten. Plotseling klinkt er achter mij een klaterend geluid, onmiddellijk gevolgd door een doordringende geur. Vanuit mijn ooghoek zie ik iemand haastig zijn broek optrekken.

Lees verder >>

“Do har et dår ouk so gruwelik spoked”

Twentse volksverhalen uit de collectie Engelbertink

Door Arjan Sterken

Veel volkskundigen hebben last van verzamelwoede. Of, beter gezegd, ik in elk geval. Maar hoe goed ik ook mijn best doe, mijn collectie zal nooit kunnen tippen aan de verzameling van het Meertens Instituut, waarnaar ik hongerig verlang en deze zelf wil bezitten. Voskuil, die een tijd lang het hoofd van de afdeling Volkskunde was op het Meertens Instituut, deelde mijn honger ook, die hij voedde door in de jaren ’60, ’70, en ’80 een groep verzamelaars in Nederland te financieren, die in hun eigen regio aan het verzamelen sloeg. Deze aanpak had wisselend succes. Zo heeft de Friese Dam Jaarsma meer dan 17.000 verhalen verzameld, waarmee hij ver boven de andere verzamelaars uitsteekt. Het kan ook de andere kant opgaan: Akkerman heeft maar één verhaal opgetekend op Schiermonnikoog, wat van dusdanige kwaliteit was dat het niet nodig werd geacht dat hij daarmee verder zou hoeven te gaan.

Lees verder >>

11-12 november 2019, Amsterdam: Publiekssymposium De boerderij

Op maandag en dinsdag 11 en 12 november organiseert Leonie Cornips een feestelijk publieksymposium voor iedereen die het Meertens Instituut een warm hart toedraagt. Onderzoekers van het Meertens Instituut – de taalkundigen, etnologen, antropologen, orale-cultuuronderzoekers en dialectologen – buigen zich tijdens deze middagen over het thema ‘de boerderij in het verleden, heden en in de toekomst’.

Een middag die u als vriend van het Meertens Instituut niet mag missen: aan de hand van één thema belichten we de veelzijdigheid van onze onderzoeken, de rijkdom van onze collectie én de manier waarop de Nederlandse taal en cultuur altijd in beweging is.

Lees verder >>

Een zeemens in Leiden

Bespreking van de zogenaamde zeemens die in het 17e-eeuwse Leiden is ontleed

Door Henk Hiensch

Het is ergens in het midden van de 17e eeuw, zo rond het jaar 1635, dat een van meerdere handelsschepen van de West-Indische Compagnie zich voor de kust van Brazilië bevindt. Plotseling ziet een van de kooplieden een vreemd wezen langs het schip zwemmen. Hij roept de andere mannen erbij en wijst enthousiast naar het water. ‘Een zeemens!’ roept hij. Alle andere mannen snellen zich naar de reling en kijken overboord. Ja, als ze elkaar verdringen en langs de wijzende vinger kijken, zien ze inderdaad een wezen zwemmen. Het is best groot, ongeveer zo groot als een mens. Het wezen heeft vreemde, menselijke handen, maar wel met stevige vliezen tussen de vingers. Dat moet zeker een zeemens zijn! De kooplieden pakken hun haken en netten erbij, en proberen het wezen direct aan boord te krijgen. En het lukt ze…

Dat zeelieden op verre reizen uitkeken naar zeemensen, de prototypische voorganger van de sprookjesachtige zeemeerminnen, was toentertijd gebruikelijk. Zo aan het einde van de 16e eeuw werden in Den Haag, destijds de boekenhoofdstad van Europa, de reisverslagen van onder meer de Portugezen volop vertaald en herdrukt. De bijzondere ontdekkingen die gedaan werden en de rijkdommen die men vond, waren enkele van de redenen voor Nederland om ook maar eens aan de slag te gaan met ontdekkingsreizen. Als eerste werd de Verenigde Oost-Indische Compagnie opgericht in 1602, en niet lang daarna, direct nadat het Twaalfjarig Bestand afliep in 1621, volgde de oprichting van West-Indische Compagnie, die met name gericht was op kaapvaart. De beroemdste kaper van de WIC was commandant Piet Hein, die van de Spanjaarden de Zilvervloot veroverde.

Lees verder >>

Groenkapje en de bekeerde wolf: hoe sprookjesfiguren zich weten te emanciperen

Adnan Uddin: White Mosque (free stock photo)

Door Iris Stofberg

‘De mensenrechtenjurist in mij zei: eis je rechten op, hier is vrijheid, breek los uit de gemeenschap. Ik verwachtte dat de meeste moslimvrouwen zich zouden aanpassen aan de dominante groep in het Westen. Dat ze als individuen voor hun eigen keuzes zouden gaan en bijvoorbeeld de hoofddoek minder zouden dragen en zouden breken met tradities als het gearrangeerde huwelijk.’

Bovenstaand citaat is afkomstig van Naema Tahir – advocate, schrijfster, moeder, en moslima. In het citaat beschrijft Tahir haar vroegere houding jegens de positie van de moslima binnen de islam. Het was een kritische houding, waar ze – naar eigen zeggen – de moslima veroordeelde in plaats van probeerde te begrijpen. Deze kritische houding dateert echter van tien jaar geleden en volgens Tahir is haar mening sindsdien grondig veranderd. Zelf zegt ze dat deze omwenteling het gevolg is geweest van haar zwangerschap, waardoor ze zich verbonden voelde met alle vrouwen in haar Pakistaanse familie. Tahir beschrijft haar nieuwe houding tegenover de moslimvrouw als volgt:

Lees verder >>

Hoe een computer broodjeaapverhalen leert categoriseren

Door Myrthe Reuver

Een onderzoeksproject naar het automatisch met de computer indelen van broodjeaapverhalen, hoe gaat dat eigenlijk? Voor mijn onderzoeksstage met de Volksverhalenbank van het Meertens Instituut heb ik geprobeerd de computer te leren broodjeaapverhalen in verschillende typen in te delen.

Broodjeaapverhalen zijn de oorspronkelijke ‘virale verhalen’. Spannende, vaak enge of afschrikwekkende verhalen die zich verspreiden van mond tot mond (of van emailbox tot emailbox). Het Meertens Instituut heeft ongeveer 3.000 van dit soort verhalen in de Volksverhalenbank. Een goed voorbeeld is “de babysitter en de man boven”, een verhaal waar een babysitter tv kijkt in het huis van een familie waar ze voor oppast. In verschillende versies van het verhaal wordt zij gebeld door een onbekend nummer, waarna ze enge geluiden hoort of de onbekende beller tegen haar zegt dat ze op de kinderen moet letten. Ze belt uiteindelijk de politie, die het nummer natrekt en ontdekt dat de telefoontjes van de bovenverdieping van het huis komen. In verschillende versies van het verhaal worden dan de kinderen op de bovenverdieping vermoord, of wordt zij zelf plots vermoord.

Lees verder >>

De baard van de mop meten

Door Marc van Oostendorp

Wie een verhaal meerdere keren vertelt, vertelt geen twee keer precies hetzelfde verhaal. Het raakt gestroomlijnd doordat details die er niet zoveel toe doen gaandeweg verdwijnen, je past het bewust of onbewust aan je gesprekspartners aan, de veranderde omstandigheden doen een bepaald detail pregnanter naar voren komen. En na verloop van tijd kent je publiek het verhaal en begint er alleen al om die reden anders op te reageren.

Dat geldt bijvoorbeeld voor sprookjes, misschien wel de verhalen met de grootste herhalingsfrequentie. Wie Roodkapje vertelt, weet vrijwel zeker dat zijn publiek het al tot in detail kent. Dat kun je merken aan de lidwoorden, laten Folgert Karsdorp en Lauren Fonteyn zien in een nieuw artikel in Palgrave Communications.

Het idee is eenvoudig: er is in het Nederlands net als in veel (maar niet alle) andere talen een verschil tussen bepaalde (de, het) en onbepaalde (een) lidwoorden:

Lees verder >>

Fantasie en maatschappijkritiek

Door Theo Meder

Soms krijg je als onderzoeker een, op het eerste gezicht, eigenaardig boek ter recensie aangeboden. Het overkwam mij met de wetenschappelijke bundel Phantastik und Gesellschaftskritik im deutschen, niederländischen und nordischen Kulturraum, met als tweede titel Fantastique et approches critiques de la société; Espaces germanique, néerlandophone et nordique. De editeurs zijn Marie-Thérèse Mourey en Evelyne Jacquelin en de bundel van 272 pagina’s verscheen in 2018 bij de universiteitsuitgeverij van Heidelberg voor de somma van 56 euro.

Het eerste eigenaardige aan deze wetenschappelijke uitgave is dat de bijdragen in het Duits en het Frans zijn. Niet dat dat verboden is, maar Engels was voor veel lezers een betere keuze geweest. Je hoopt vervolgens dan dat tenminste de Abstracts (pp. 245-255) achterin in het Engels zijn, maar nee, die zijn weer tweetalig Duits en Frans. Editeur Mourey rechtvaardigt in haar voorwoord de bundel als internationaal en interdisciplinair (p. IX). Met het Namenregister (pp. 267-272) is het misgegaan trouwens: in het boek ontbreken de verwijzingen naar de bladzijden, en dus moest er een los katern worden ingelegd met namen en de corresponderende pagina’s. De tekst op de achterflap belooft bijdragen over narratieve fantasiewerelden in hun relatie tot de realiteit.

Lees verder >>

Waarom Indo-Europese mythen niet altijd alleen Indo-Europees zijn

Door Arjan Sterken

Cultuur wordt niet alleen verticaal of genetisch verspreid, maar ook horizontaal of in contact. ‘Gòh, zou het?’ kan men sarcastisch denken. Nou, ja, ik denk van wel, maar niet elke onderzoeker houdt dit idee in het achterhoofd. Neem nou mensen die zich bezighouden met Indo-Europese culturen, en dan voornamelijk de vergelijkende tak. Deze mensen houden zich met een zeer interessant idee bezig. Veel talen in Europa en Azië lijken veel op elkaar. Kijk bijvoorbeeld eens naar het Nederlandse woordje ‘vader’. Lijkt toch erg op het Engelse father, het Duitse Vater, en het Saksische våder. Ja duh, dat zijn talen die zó dicht bij elkaar in de buurt liggen, wat had je anders verwacht? Maar hetzelfde fenomeen zien we ook op wat meer afstand, bijvoorbeeld het Spaanse padre, het Oudgriekse patēr, of, een echt grote sprong, het Sanskrit pitṛ. Lees verder >>

Eén Pendek is geen Pendek

Naamsverwarring bij de Orang Pendek uit Indonesië 

Door Henk Hiensch


Nederland en Indonesië delen samen een lange geschiedenis. Het moment dat de Hollandse koopvaardijschepen eind 16e eeuw voor het eerst aankwamen bij de Indische Archipel markeert het begin van de (opgedrongen) relatie tussen onze landen. De Westerlingen kwamen zeker al sinds de 17e eeuw thuis met de mooiste verhalen over de vreemdste wezens. Een van deze wezens was de Orang Pendek.

De Orang Pendek is volgens de verhalen een onbekende aapachtige die schuilging in de bossen van Sumatra. Net als bij de orang-oetan lijkt het Indonesische woord ‘orang’, wat letterlijk ‘mens’ betekent, in dit geval de betekenis ‘aap’ of ‘mensaap’ te hebben. Het zou gaan om een redelijk grote aap die zich op twee benen voortbeweegt en die door verschillende mensen is waargenomen. De kleur van de vacht varieert van geel tot zwartbruin, zijn lichaamslengte zit tussen de 80 en 160 centimeter, en zijn voeten zouden naar binnen gekeerd zijn of zelfs achterstevoren zitten. Lees verder >>