Categorie: Vertelcultuur

Een heldenleven na een schurkendood

De romantisering van rovers in folklore en literatuur uit Nederland

Door Roderick Scheltinga

Terwijl de kronkelende landweg langzaam vorm krijgt in het licht van de opkomende zon, komt de koets stukje bij beetje dichterbij. Door de vele gaten in de weg hebben de paarden moeite om de koets vooruit te trekken. Toch zal het niet lang meer duren voordat de koets al schommelend de bocht bereikt waar de weg wordt omgeven door een groot struikgewas. Gebukt achter enkele doornstruiken wrijf ik een paar keer over mijn rug, die stijf en pijnlijk is van het lange wachten. Plotseling klinkt er achter mij een klaterend geluid, onmiddellijk gevolgd door een doordringende geur. Vanuit mijn ooghoek zie ik iemand haastig zijn broek optrekken.

Lees verder >>

“Do har et dår ouk so gruwelik spoked”

Twentse volksverhalen uit de collectie Engelbertink

Door Arjan Sterken

Veel volkskundigen hebben last van verzamelwoede. Of, beter gezegd, ik in elk geval. Maar hoe goed ik ook mijn best doe, mijn collectie zal nooit kunnen tippen aan de verzameling van het Meertens Instituut, waarnaar ik hongerig verlang en deze zelf wil bezitten. Voskuil, die een tijd lang het hoofd van de afdeling Volkskunde was op het Meertens Instituut, deelde mijn honger ook, die hij voedde door in de jaren ’60, ’70, en ’80 een groep verzamelaars in Nederland te financieren, die in hun eigen regio aan het verzamelen sloeg. Deze aanpak had wisselend succes. Zo heeft de Friese Dam Jaarsma meer dan 17.000 verhalen verzameld, waarmee hij ver boven de andere verzamelaars uitsteekt. Het kan ook de andere kant opgaan: Akkerman heeft maar één verhaal opgetekend op Schiermonnikoog, wat van dusdanige kwaliteit was dat het niet nodig werd geacht dat hij daarmee verder zou hoeven te gaan.

Lees verder >>

11-12 november 2019, Amsterdam: Publiekssymposium De boerderij

Op maandag en dinsdag 11 en 12 november organiseert Leonie Cornips een feestelijk publieksymposium voor iedereen die het Meertens Instituut een warm hart toedraagt. Onderzoekers van het Meertens Instituut – de taalkundigen, etnologen, antropologen, orale-cultuuronderzoekers en dialectologen – buigen zich tijdens deze middagen over het thema ‘de boerderij in het verleden, heden en in de toekomst’.

Een middag die u als vriend van het Meertens Instituut niet mag missen: aan de hand van één thema belichten we de veelzijdigheid van onze onderzoeken, de rijkdom van onze collectie én de manier waarop de Nederlandse taal en cultuur altijd in beweging is.

Lees verder >>

Een zeemens in Leiden

Bespreking van de zogenaamde zeemens die in het 17e-eeuwse Leiden is ontleed

Door Henk Hiensch

Het is ergens in het midden van de 17e eeuw, zo rond het jaar 1635, dat een van meerdere handelsschepen van de West-Indische Compagnie zich voor de kust van Brazilië bevindt. Plotseling ziet een van de kooplieden een vreemd wezen langs het schip zwemmen. Hij roept de andere mannen erbij en wijst enthousiast naar het water. ‘Een zeemens!’ roept hij. Alle andere mannen snellen zich naar de reling en kijken overboord. Ja, als ze elkaar verdringen en langs de wijzende vinger kijken, zien ze inderdaad een wezen zwemmen. Het is best groot, ongeveer zo groot als een mens. Het wezen heeft vreemde, menselijke handen, maar wel met stevige vliezen tussen de vingers. Dat moet zeker een zeemens zijn! De kooplieden pakken hun haken en netten erbij, en proberen het wezen direct aan boord te krijgen. En het lukt ze…

Dat zeelieden op verre reizen uitkeken naar zeemensen, de prototypische voorganger van de sprookjesachtige zeemeerminnen, was toentertijd gebruikelijk. Zo aan het einde van de 16e eeuw werden in Den Haag, destijds de boekenhoofdstad van Europa, de reisverslagen van onder meer de Portugezen volop vertaald en herdrukt. De bijzondere ontdekkingen die gedaan werden en de rijkdommen die men vond, waren enkele van de redenen voor Nederland om ook maar eens aan de slag te gaan met ontdekkingsreizen. Als eerste werd de Verenigde Oost-Indische Compagnie opgericht in 1602, en niet lang daarna, direct nadat het Twaalfjarig Bestand afliep in 1621, volgde de oprichting van West-Indische Compagnie, die met name gericht was op kaapvaart. De beroemdste kaper van de WIC was commandant Piet Hein, die van de Spanjaarden de Zilvervloot veroverde.

Lees verder >>

Groenkapje en de bekeerde wolf: hoe sprookjesfiguren zich weten te emanciperen

Adnan Uddin: White Mosque (free stock photo)

Door Iris Stofberg

‘De mensenrechtenjurist in mij zei: eis je rechten op, hier is vrijheid, breek los uit de gemeenschap. Ik verwachtte dat de meeste moslimvrouwen zich zouden aanpassen aan de dominante groep in het Westen. Dat ze als individuen voor hun eigen keuzes zouden gaan en bijvoorbeeld de hoofddoek minder zouden dragen en zouden breken met tradities als het gearrangeerde huwelijk.’

Bovenstaand citaat is afkomstig van Naema Tahir – advocate, schrijfster, moeder, en moslima. In het citaat beschrijft Tahir haar vroegere houding jegens de positie van de moslima binnen de islam. Het was een kritische houding, waar ze – naar eigen zeggen – de moslima veroordeelde in plaats van probeerde te begrijpen. Deze kritische houding dateert echter van tien jaar geleden en volgens Tahir is haar mening sindsdien grondig veranderd. Zelf zegt ze dat deze omwenteling het gevolg is geweest van haar zwangerschap, waardoor ze zich verbonden voelde met alle vrouwen in haar Pakistaanse familie. Tahir beschrijft haar nieuwe houding tegenover de moslimvrouw als volgt:

Lees verder >>

Hoe een computer broodjeaapverhalen leert categoriseren

Door Myrthe Reuver

Een onderzoeksproject naar het automatisch met de computer indelen van broodjeaapverhalen, hoe gaat dat eigenlijk? Voor mijn onderzoeksstage met de Volksverhalenbank van het Meertens Instituut heb ik geprobeerd de computer te leren broodjeaapverhalen in verschillende typen in te delen.

Broodjeaapverhalen zijn de oorspronkelijke ‘virale verhalen’. Spannende, vaak enge of afschrikwekkende verhalen die zich verspreiden van mond tot mond (of van emailbox tot emailbox). Het Meertens Instituut heeft ongeveer 3.000 van dit soort verhalen in de Volksverhalenbank. Een goed voorbeeld is “de babysitter en de man boven”, een verhaal waar een babysitter tv kijkt in het huis van een familie waar ze voor oppast. In verschillende versies van het verhaal wordt zij gebeld door een onbekend nummer, waarna ze enge geluiden hoort of de onbekende beller tegen haar zegt dat ze op de kinderen moet letten. Ze belt uiteindelijk de politie, die het nummer natrekt en ontdekt dat de telefoontjes van de bovenverdieping van het huis komen. In verschillende versies van het verhaal worden dan de kinderen op de bovenverdieping vermoord, of wordt zij zelf plots vermoord.

Lees verder >>

De baard van de mop meten

Door Marc van Oostendorp

Wie een verhaal meerdere keren vertelt, vertelt geen twee keer precies hetzelfde verhaal. Het raakt gestroomlijnd doordat details die er niet zoveel toe doen gaandeweg verdwijnen, je past het bewust of onbewust aan je gesprekspartners aan, de veranderde omstandigheden doen een bepaald detail pregnanter naar voren komen. En na verloop van tijd kent je publiek het verhaal en begint er alleen al om die reden anders op te reageren.

Dat geldt bijvoorbeeld voor sprookjes, misschien wel de verhalen met de grootste herhalingsfrequentie. Wie Roodkapje vertelt, weet vrijwel zeker dat zijn publiek het al tot in detail kent. Dat kun je merken aan de lidwoorden, laten Folgert Karsdorp en Lauren Fonteyn zien in een nieuw artikel in Palgrave Communications.

Het idee is eenvoudig: er is in het Nederlands net als in veel (maar niet alle) andere talen een verschil tussen bepaalde (de, het) en onbepaalde (een) lidwoorden:

Lees verder >>

Fantasie en maatschappijkritiek

Door Theo Meder

Soms krijg je als onderzoeker een, op het eerste gezicht, eigenaardig boek ter recensie aangeboden. Het overkwam mij met de wetenschappelijke bundel Phantastik und Gesellschaftskritik im deutschen, niederländischen und nordischen Kulturraum, met als tweede titel Fantastique et approches critiques de la société; Espaces germanique, néerlandophone et nordique. De editeurs zijn Marie-Thérèse Mourey en Evelyne Jacquelin en de bundel van 272 pagina’s verscheen in 2018 bij de universiteitsuitgeverij van Heidelberg voor de somma van 56 euro.

Het eerste eigenaardige aan deze wetenschappelijke uitgave is dat de bijdragen in het Duits en het Frans zijn. Niet dat dat verboden is, maar Engels was voor veel lezers een betere keuze geweest. Je hoopt vervolgens dan dat tenminste de Abstracts (pp. 245-255) achterin in het Engels zijn, maar nee, die zijn weer tweetalig Duits en Frans. Editeur Mourey rechtvaardigt in haar voorwoord de bundel als internationaal en interdisciplinair (p. IX). Met het Namenregister (pp. 267-272) is het misgegaan trouwens: in het boek ontbreken de verwijzingen naar de bladzijden, en dus moest er een los katern worden ingelegd met namen en de corresponderende pagina’s. De tekst op de achterflap belooft bijdragen over narratieve fantasiewerelden in hun relatie tot de realiteit.

Lees verder >>

Waarom Indo-Europese mythen niet altijd alleen Indo-Europees zijn

Door Arjan Sterken

Cultuur wordt niet alleen verticaal of genetisch verspreid, maar ook horizontaal of in contact. ‘Gòh, zou het?’ kan men sarcastisch denken. Nou, ja, ik denk van wel, maar niet elke onderzoeker houdt dit idee in het achterhoofd. Neem nou mensen die zich bezighouden met Indo-Europese culturen, en dan voornamelijk de vergelijkende tak. Deze mensen houden zich met een zeer interessant idee bezig. Veel talen in Europa en Azië lijken veel op elkaar. Kijk bijvoorbeeld eens naar het Nederlandse woordje ‘vader’. Lijkt toch erg op het Engelse father, het Duitse Vater, en het Saksische våder. Ja duh, dat zijn talen die zó dicht bij elkaar in de buurt liggen, wat had je anders verwacht? Maar hetzelfde fenomeen zien we ook op wat meer afstand, bijvoorbeeld het Spaanse padre, het Oudgriekse patēr, of, een echt grote sprong, het Sanskrit pitṛ. Lees verder >>

Eén Pendek is geen Pendek

Naamsverwarring bij de Orang Pendek uit Indonesië 

Door Henk Hiensch


Nederland en Indonesië delen samen een lange geschiedenis. Het moment dat de Hollandse koopvaardijschepen eind 16e eeuw voor het eerst aankwamen bij de Indische Archipel markeert het begin van de (opgedrongen) relatie tussen onze landen. De Westerlingen kwamen zeker al sinds de 17e eeuw thuis met de mooiste verhalen over de vreemdste wezens. Een van deze wezens was de Orang Pendek.

De Orang Pendek is volgens de verhalen een onbekende aapachtige die schuilging in de bossen van Sumatra. Net als bij de orang-oetan lijkt het Indonesische woord ‘orang’, wat letterlijk ‘mens’ betekent, in dit geval de betekenis ‘aap’ of ‘mensaap’ te hebben. Het zou gaan om een redelijk grote aap die zich op twee benen voortbeweegt en die door verschillende mensen is waargenomen. De kleur van de vacht varieert van geel tot zwartbruin, zijn lichaamslengte zit tussen de 80 en 160 centimeter, en zijn voeten zouden naar binnen gekeerd zijn of zelfs achterstevoren zitten. Lees verder >>

Mythes, legendes en heldendichten

Door Theo Meder

Het thema van Wereldverteldag 2019 is ‘Mythes, legendes en heldendichten’ en de vraag die natuurlijk het meest voor de hand ligt is: wat zijn dat precies? Menigeen zal vooral de associatie leggen met “oude volksverhalen” en dat klopt globaal ook wel. Maar in de wetenschap hebben de termen specifieke betekenissen. Nou ga ik de lezer niet vervelen met hoogdravende definities, maar ik wil toch kort het verschil uitleggen. Bedenk daarbij dat deze termen in de 19e eeuw in het wetenschappelijke jargon zijn opgenomen, en dat wij Nederlanders ons toen vooral oriënteerden op het Duitse onderzoek, dat ik voor volksverhalen maar even laat beginnen met het serieuze werk van de gebroeders Grimm.

Mythes zijn polytheïstische verhalen: er komen meerdere goden in voor die zich in veel gevallen met de mensen bemoeien. Als oppergod Zeus zijn wellustig oog laat vallen op prinses Europa, verandert hij zich in een witte stier. Zodra Europa spelenderwijs op de rug van de stier is geklommen, zwemt Zeus met haar naar Kreta en verkracht haar. Europa bevalt van Minos, die later koning van Kreta zou worden. Dit is dus een mythe, maar die kennen we vooral van de Grieken, en later van de Romeinen, die er beiden een vroege schriftcultuur op nahielden. Lees verder >>

Nieuw op Neerlandistiek: Vertelcultuur

Vertelcultuur is in 5 jaargangen tweemaal per jaar verschenen als e-zine (2013-2018), en was in zekere zin een voortzetting van het glossy papieren tijdschrift Vertel Eens… (2006-2012). Vanaf 2019 gaat Vertelcultuur verder in de vorm van blogs onder de paraplu van Neerlandistiek. In Vertelcultuur worden artikelen, aankondigingen en recensies geplaatst die iets te maken hebben met mondelinge tradities en het vertellen van (volks)verhalen. Maar bij uitbreiding kan ook aandacht besteed worden aan verhalende liederen (balladen) en andere gezongen voordrachten. Ook de schriftcultuur en de letterkunde kunnen aan bod komen, evenals methodes voor de analyse van (heel veel) teksten zoals die bijvoorbeeld in de digital humanities ontwikkeld worden. Het aandachtsveld beperkt zich niet noodzakelijk tot Nederland en Vlaanderen – ook mondelinge overlevering elders in de wereld verdient aandacht. Temporeel is de blik ruim bemeten, in principe van de klassieke oudheid tot de dag van vandaag. Zo wordt er niet alleen gekeken naar traditionele mythen, sagen, legenden en sprookjes, maar ook naar moppen en broodjeaapverhalen die tegenwoordig circuleren met de snelheid die het internet kan bieden. Bijdragen over visuele (volks)verhalen, bijvoorbeeld in de vorm van memes en Photoshop-lore, maar ook in de vorm van tv-series en films, zijn eveneens welkom.

Voor het aanleveren van kopij kunt u uw bijdrage sturen naar Theo.Meder@Meertens.knaw.nl

Oude afleveringen van Vertelcultuur zijn nog altijd hier te downloaden.
De Facebook-pagina van Vertelcultuur is hier te vinden.