Categorie: geen categorie

Ik vind hem weinig ondom

Door Marc van Oostendorp

Er zijn onderzoekers die mij altijd laten juichen als ze weer eens een artikel op internet laten circuleren. Karen De Clercq is zo iemand: er is altijd op zijn minst wel een aardige observatie in haar werk, iets over het Nederlands dat volkomen overeenstemt met mijn taalgevoel maar waarover nog nooit iemand anders iets heeft gezegd of geschreven.

Nu staat er dus weer een encyclopedisch artikel van haar op Lingbuzz, een archief waar taalkundigen hun nog niet gepubliceerd materiaal kunnen plaatsen. Het artikel gaat onder andere over de observatie (die niet van De Clercq is, maar al in 1883 schijnt te zijn gedaan door de Duitse jurist Rudolf von Jhering) dat voorvoegsels als on- wel aan positieve adjectieven zoals gelukkig en wijs kunnen worden gehecht, maar niet aan negatieve zoals droevig en dom:

  • ongelukkig, onwijs, onvriendelijk, ongezond,….
  • ondroevig, ondom, ongrimmig, onziek,…. [vreemd/uitgesloten]
Lees verder >>

Houben, Ploumen, Ingenhousz

Familienamen: hoe spreek je ze uit

door Jan Stroop

Afgelopen voorjaar heeft de VPRO de tv-serie ‘Rond de Noordzee’ uitgezonden. Die serie is gemaakt door Arnout Hauben. Toen ik die naam in een reclamespotje hoorde, zag ik dit woordbeeld voor me: Houben en dacht: die presentator weet dus niet hoe je die naam moet uitspreken, namelijk zoals de naamdragers dat zelf doen. Die zeggen immers Hoeben [hubə]. Maar wie dat niet weet, zegt [hɑubə] als ie Houben ziet staan. Later zag ik in de gids dat er Hauben stond. En dat is een ander verhaal.

Lees verder >>

Als ik jou was, vertakte de tijd

Door Marc van Oostendorp

In het Nederlands is, net als in veel andere talen, iets vreemds aan de hand met de vorm van het werkwoord die we ‘verleden tijd’ noemen. Je kunt hem ook gebruiken voor dingen die in het verleden helemaal niet hebben plaats gevonden:

  • Als we nu naar huis gingen, zouden we veel problemen voorkomen.

Dat het niet over de verleden tijd gaat, blijkt in dit geval al uit het gebruik van het woordje nu. Het is zelfs lastig om dat nu te vervangen door gisteren: in dat geval moet je ook de tijd van het werkwoord veranderen in ‘voltooid verleden tijd’ (‘Als we gisteren naar huis waren gegaan’).

De verleden tijd gebruik je met andere woorden niet alleen om daadwerkelijk de verleden tijd aan te duiden, maar ook als een irrealis. Andere talen doen het ook; vertaal bovenstaande zin voor de grap maar eens in het Engels of het Daakaka.

Lees verder >>

De schatkamer van… Mike Kestemont

In dit jubileumjaar vertellen bekende DBNL-gebruikers over een schat die zij gevonden hebben in de DBNL. Deze maand Mike Kestemont van de Universiteit Antwerpen, die DBNL-teksten gebruikt heeft om te onderzoeken wie de auteur van het Wilhelmus zou kunnen zijn.

‘Mijn schat in de DBNL is de grote hoeveelheid middeleeuwse literatuur. Die verzameling is uniek, andere landen hebben zo’n overzicht helemaal niet. De dekkingsgraad is ook heel hoog, bijna alles staat erin. Voor mij en mijn vakgenoten is dat fantastisch. Ik werk namelijk veel met computertechnieken en heb dus digitale teksten nodig.

Mijn werk richt zich op de stylometrie, waarbij de schrijfstijl van teksten wordt onderzocht met de computer. Ik richt me daarbij specifiek op auteursherkenning en probeer met behulp van algoritmes anonieme teksten toe te schrijven aan auteurs. Zo heb ik bijvoorbeeld samen met collega’s uit Amsterdam en Utrecht in 2016 onderzoek gedaan naar het Wilhelmus. Dat is een anonieme tekst, maar er waren heel veel hypotheses over wie de auteur zou kunnen zijn. We hebben toen met behulp van de DBNL een corpus teksten samengesteld van schrijvers die ooit genoemd waren als mogelijke auteur, van bijvoorbeeld Philips van Marnix van Sint Aldegonde en Coornhert. Ter controle hebben we ook teksten toegevoegd van auteurs die nog nooit met het Wilhelmus in verband waren gebracht. Van theoloog Pieter Datheen bijvoorbeeld, die eerst bevriend was met de Oranjes, maar later niets meer met hen te maken wilde hebben. We lieten het algoritme los op de teksten en tot onze verbazing kwam hieruit naar voren dat deze voor ons onbekende Datheen de vermoedelijke schrijver is. Dit terwijl niemand aan hem dacht.

Lees verder >>

Meertaligheid in Trentino-Alto Adige/Südtirol

Door Anne Kruijt, Universiteit van Verona

Veel talen op een klein oppervlakte

De naam van de regio Trentino-Alto Adige/Südtirol laat er al geen twijfel over bestaan: wij bevinden ons hier in een meertalige regio. En zo is het ook: deze autonome grensregio in Noord-Italië heeft niet één, niet twee, maar wel liefst drie officiële talen: Duits, Italiaans, en Ladinisch. Daarmee zijn er niet alleen verschillende talen aanwezig, maar ook nog eens verschillende taalfamilies. Duits is lid van de Germaanse taalfamilie, terwijl Italiaans een Romaanse taal is. Ladinisch behoort tot de Reto-Romaanse talen, wat betekent dat hoewel het van Romaanse afkomst is, er al eeuwen een sterke invloed vanuit de Germaanse talen aanwezig is.

Lees verder >>

Gedicht: P. Geijl • Geschiedenis

Pieter Geijl was een vermaarde hoogleraar geschiedenis.


Geschiedenis

‘k Heb in geschiedenis mij thuis gevonden.
Oorlog, verraad, moord, kerker en schavot,
’t was mij volmaakt vertrouwd, en ik schreef vlot
van stumperds die hun tijd niet meer verstonden,

van ballingen, die enkel mokken konden,
of hópen – tot hun vijand’s koele spot.
Mij boeide nooit zozeer ’t persoonlijk lot,
als hoe tijddraden zich vervlochten en ontwonden.

In dat groot weefsel zich een steek te weten,
is troostrijk. ’t Eigen ongeval wordt klein,
wanneer men met die wereldmaat gaat meten.
Bewondering doet angst en pijn vergeten.
Hoe groots ’t patroon! hoe zeker, dat de lijn
die neergaat, straks weer rijzende zal zijn.

P. Geijl (1887-1966)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Arthur de docent

Onderwijskritiek in Siebelink’s Jas van belofte

Door Johan Copier

Leraren in verhalen zijn vaak droevige figuren die nadat ze het aangelegd hebben met een leerling of de vrouw van een collega, ontslagen worden. Dat blijkt uit Meesters van papier, de studie van Ton Bastings over de leraar in de Nederlandse literatuur. Bastings vindt de fictieve docent van Siebelink in Jas van belofte (het boekenweekgeschenk 2019) een verademing: ‘een voorbeeld voor andere docenten’. Is dat ook zo?

Hoofdpersoon Arthur Siebrandi krijgt in de proloog een hersenbloeding en wordt naar het ziekenhuis gebracht. Daarna begint het verhaal over zijn leven. Hij geeft Frans op een middelbare school en droomt ervan docteur és lettres te worden. Het werk aan het proefschrift blijft op zeker moment wat liggen omdat Arthur eigenlijk de stille hoop heeft om als schrijver door te breken. Hij schrijft een verhaal dat gepubliceerd wordt in een damesblad. Het verhaal wordt opgemerkt door een criticus en na de nodige verwikkelingen schrijft hij aan het einde van zijn leven een vuistdikke roman, met de revenuen daarvan koopt hij een Maserati. En met dit voertuig rijdt hij de hemel in. In de epiloog overlijdt onze held aan de hersenbloeding. 

Lees verder >>

Verschenen: Vooys 37.2 ‘Waanzin’ is hier!

Wat kan de literaire verbeelding ons over waanzin vertellen? Deze vraag staat centraal in het zomernummer van Vooys. Deze editie heeft als thema ‘waanzin’ en bevat een aantal artikelen waarin vanuit verschillende (onderzoeks)gebieden gereflecteerd wordt op deze vraag.

Zo bevat het nummer een artikel van hoogleraar moderne geschiedenis Gemma Blok, die een overzicht geeft van het westerse denken over psychiatrie en waanzin aan de hand van de literatuur. Hierna gaat theater- en literatuurwetenschapper Laurens De Vos in op het stilistische verband tussen de literatuur en de waanzinnige taal in het werk van Samuel Beckett. Cultuurwetenschapper Charlotte van der Veen vertrekt vanuit het relatief jonge veld van de Mad Studies en analyseert de autobiografische performance Mental van James Leadbitter, met het oog op de materialiteit van waanzin. Tot slot draagt ook letterkundige Noortje Maranus, tevens hoofdredacteur van Vooys, bij aan deze editie met haar artikel ‘Ik ben niet gek, ik ben een (na)gemaakte gek’. Hierin betoogt ze dat de taalbehandeling van de Vlaamse auteur J.M.H. Berckmans niet als willekeurig of irrelevant moet worden afgedaan, maar in de context van gekte moet worden geplaatst zónder deze te pathologiseren. Zodoende pleit ze voor een stigmavrije benadering van gekte en een meer inclusieve lectuur van outsiderliteratuur.

Lees verder >>

Watersnood-Wilhelmus

Er bestaan tal van varianten van het Wilhelmus. Onlangs is een wel heel bijzondere variant opgedoken: het Watersnood-Wilhelmus uit 1881. Het werd speciaal geschreven voor een groots Watersnoodfeest, dat in het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam werd gehouden. De opbrengsten gingen naar de slachtoffers van de grote overstroming die eind december 1880 grote delen van Brabant en Gelderland onder water zette. Nationale saamhorigheid en liefdadigheid komen in deze versie van het Wilhelmus op unieke wijze samen. Lotte Jensen schreef er een artikel over in Nieuw Letterkundig Magazijn, dat tegenwoordig ook digitaal verschijnt. Je kunt het artikel hier downloaden.

Het Nederlands in het buitenland levert veel voordelen op voor Nederland en Vlaanderen

Economische en culturele meerwaarde van de studie Nederlands in Italië en Polen aangetoond

(Bericht Nederlandse Taalunie)

De docenten en studenten Nederlands in het buitenland leveren Nederland en Vlaanderen veel voordelen en kansen op economisch, diplomatiek en cultureel terrein. Maar in vergelijking met andere Europese landen investeren Nederland en Vlaanderen zeer weinig in het buitenlandse onderwijs in de eigen taal en cultuur. Hierdoor kunnen nieuwe kansen op die terreinen niet worden benut. De trend is bovendien tegengesteld aan die in veel andere landen, waar de investeringen in taal en cultuur juist toenemen. Dat blijkt uit de onderzoeksrapporten Het Nederlands Internationaal (uitgevoerd in Italië en Polen) en Talenbeleid in Europa.

Met het onderzoek naar de internationale positie van het Nederlands is voor het eerst de aanwezigheid van het Nederlands in het buitenland en de kansen die dat oplevert systematisch onderzocht. Enkele feiten en cijfers op een rij:

Lees verder >>

Nieuw onderzoek naar Europese hongersnoden

Binnen het programma van de Nationale Wetenschapsagenda, Onderzoek op Routes door Consortia (NWA-ORC), is een project toegekend dat zal gaan over de herinneringscultuur en educatieve praktijken rond Europese hongersnoden. Het gaat per 1 oktober 2019 van start onder de titel Heritages of Hunger: Societal Reflections on Past European Famines in Education, Commemoration and Musealisation. Hoofdaanvrager is dr. Marguérite Corporaal (Radboud Universiteit) en mede-aanvragers zijn  prof. dr. Lotte Jensen (Radboud Universiteit) en dr. Ingrid de Zwarte (NIOD).

Lees verder >>

Gedicht: Moya De Feyter • Massastrandingen (fragment)

Uit Massastrandingen, van Moya De Feyter, een “caleidoscopisch prozagedicht” met een niet onbelangrijke rol voor typografie en vormgeving.

na een tijdje hoor je de muggen ook nog nadat ze al lang vertrokken zijn

de mug op het nachtkastje is duidelijk van streek
als ik voor haar neurie, vallen haar pootjes uit
zonder stuiptrekkingen

de muggenmoeder komt om het mij betaald te zetten
haar leger loopt heen en weer over de vensterbank
de achterlijven wiegen een beetje, kopjes onverstoorbaar

hoe afhankelijk zijn deze muggen van mijn bloed
ben ik moreel verplicht hen iets te gunnen Lees verder >>

‘Fietsen worden echt verwijderd’

Door Emma Kemp

Het bordje met deze tekst vond ik aan de gevel van een sleutelmaker op een drukke kruising in Amsterdam. Bij het maken van dit bordje had iemand waarschijnlijk behoorlijk de pest erin gehad dat er elke dag weer fietsen klakkeloos tegen het raam waren neergezet, waardoor niet meer te lezen viel hoe opmerkelijk snel deze vakman was in het uitvoeren van zijn werk.

Lees verder >>

Komt een bijwoordelijke bepaling bij de dokter

door Peter-Arno Coppen

Vandaag zag ik op twitter een tweet langskomen met allemaal Engelstalige varianten op het klassieke begin van een grap: ‘A man walks into a bar’. Het leuke was dat elke variant een grammaticale of literaire term uitlegde. Het begon bijvoorbeeld met ‘A bar was walked into by the passive voice’ (“Een café wordt binnengelopen door een lijdende vorm”).

Ik heb niet kunnen achterhalen wie de auteur hiervan is, de lijst staat op verschillende plaatsen op het internet, bijvoorbeeld hier. Het lijkt op iets wat op de sociale media door verschillende mensen bij elkaar verzonnen is. Maar dat kunnen wij in Nederland en België natuurlijk ook! Volgens mij begint de Nederlandstalige klassieke grap niet met iemand die een café binnenloopt, maar eerder met een man of vrouw die bij de dokter komt (er is zelfs een televisieprogramma dat zo heet. En een boek). Dus wij doen het met bij de dokter komen. Wie verzint er meer? Er zijn drie eisen:

Lees verder >>

Vacature: Docent Nederlandse Taalkunde, Universiteit van Amsterdam

De nieuw aan te stellen docent beschikt over brede kennis van het terrein van de (Nederlandse) taalkunde, taalverwerving, verwerving van het Nederlands als tweede taal, meertaligheid en taal & cognitie. De docent heeft ruime ervaring met het verzorgen van onderwijs op dit gebied en ontplooit daarin nieuwe initiatieven. De nieuwe docent is breed inzetbaar in het onderwijs voor de bachelor- en masteropleiding Nederlandse Taal en Cultuur (gedeelte Nederlandse Taalkunde), de duale master Nederlands als tweede taal en meertaligheid (NT2), de bachelor Cognition, Language and Communication (CLC), en de bachelor- en masteropleidingen Linguistics. De beoogde kandidaat draagt bij aan het ontwikkelen van onderwijs en verzorgt inspirerende hoor- en werkcolleges. De nieuw aan te stellen docent is in staat colleges te verzorgen op het gebied van de Nederlandse taalkunde, taalverwerving, taal en cognitie en is in staat om studenten te begeleiden met hun afstudeeronderzoek. De kandidaat spreekt zowel vloeiend Nederlands als Engels en kan in beide talen onderwijs geven. Tenslotte heeft de kandidaat oog voor het werkveld van de afgestudeerde Neerlandicus, met name dat van het (middelbaar) onderwijs.

Lees de hele vacature op de website van de UvA.

Vertaalsector onder druk

Nieuw vertaalpleidooi roept op tot actie

Zijn er over een aantal jaren nog wel genoeg vertalers om ons verstaanbaar te maken in de wereld of kennis te nemen van wat er in de wereld wordt voortgebracht?

De afgelopen tien jaar hebben zich ontwikkelingen voorgedaan die een bedreiging vormen voor een blijvende en bloeiende vertaalcultuur in Nederland en Vlaanderen. Als er niets gebeurt, is het de vraag of er voldoende vertalers worden opgeleid om aan de vraag te voldoen. Dat staat in VerTALEN voor de toekomst. Een nieuw vertaalpleidooi van het Expertisecentrum Literair Vertalen (ELV), een samenwerkingsverband van de Taalunie, de Universiteit Utrecht, de KU Leuven, het Vlaams Fonds voor de Letteren en het Nederlands Letterenfonds.

Lees verder >>

Geen bal

Door Jos Joosten

In De Groene Amsterdammer van deze week publiceert cultureel antropoloog Gloria Wekker het artikel ‘Jasmijn en maanlicht’, haar kritische lectuur van Het land van herkomst van Du Perron. Over haar uitgangspunt laat ze geen misverstand bestaan:

Ik herlees Edgar du Perrons canonieke tekst Het land van herkomst, op nieuwe, kritische manieren, namelijk dekoloniale en intersectionele. Dat wil zeggen dat ik de kolonialiteit van het boek expliciet en kritisch aan de orde stel, terwijl ik ook aandacht besteed aan hoe de auteur gelijktijdig gender, ras/etniciteit, klasse en seksualiteit inzet. Als feministisch, dekoloniaal antropoloog, ben ik met name geïnteresseerd in de kenmerken van het culturele archief die uit zo’n herlezing naar voren komen.

Zelf hoefde ik nauwelijks mijn cultureel archief als literatuurwetenschapper te raadplegen om vast te stellen dat ik een dergelijke ‘nieuwe, kritische manier’ van benaderen van Du Perrons roman al eens eerder gelezen had. In 1990 publiceerde Mieke Bal namelijk het artikel ‘“Door zuiverheid gedreven”: het troebel water van Het land van herkomst van E. du Perron’, waarmee zij een zeer vergelijkbaar onderzoek presenteerde:

Lees verder >>

Vlogboek – Help!! Mijn tandarts leest boeken

Naar aanleiding van een afgebroken tand bespreekt Jörgen de tandarts Kees Bokweide die een tijdje literaire recensies schreef voor het tijdschrift De Gids. Wie was hij en wat maakt zijn literaire kritiek zo interessant?

(Bekijk deze video op YouTube.)

Alle recensies van Kees Bokweide vind je hier: https://dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=bokw001
Blog Huub Beurskens: http://huubbeurskens.blogspot.com/2018/07/kees-bokweide-tandarts.html

Gedicht: Clara Eggink • Wij loopen met zwerversvoeten op netgeharkte paden

Wij loopen met zwerversvoeten op netgeharkte paden,
En staren door dichte vensters naar schepen aan de kaden.
Wij gaan met onze vrienden het leven overleggen
En weten toch precies wat de anderen zullen zeggen.

Wij meten met slechte maten, de lengten van zeeën en landen
En raden nimmer vooruit waar ons lichaam eens zal stranden.
Tot wij dit kleine antwoord vinden als het laatste:
Hoe dat bij deze maan het water de boomen weerkaatste.

Clara Eggink (1906-1991)

—————————–

Gedicht: Karel Jonckheere • Heimwee naar moeders woordenschat

Heimwee naar moeders woordenschat

Ach moeder, ik weet zoveel woorden meer
en van de muze honderd lepe wetten
om ze verbluffend naast elkaar te zetten
tot schone larie over duister zeer.

Maar als ik op een avond bij ruig weer
de vangst bijeengaar uit mijn rijmennetten,
de troost schudt uit de kuil van mijn sonnetten,
vind ik mijn stem wel maar mijn hart niet meer.

Geleerde vrienden, die het kunnen weten,
hebben eens de armoe van uw mond verteld
maar geen heeft mij dan tot nog toe geteld

hoe gij met twintig silben mild gemeten
mij meer met wijsheid en geluk vervult
dan mijn orkesttaal zwoegend mij onthult.

Karel Jonckheere (1906-1993)

———————————–

Centraal eindexamen Nederlands vwo 2019: mijn antwoorden

Door Marc van Oostendorp

Zoals nu al een aantal jaar op rij heb ik vlak nadat het CE Nederlands vwo online kwam, zelf het examen gemaakt. Omdat er nog geen officieel correctievoorschrift is, zijn hier mijn antwoorden. Ik heb mijn best gedaan, maar kan niet garanderen dat alles goed is. De afgelopen jaren haalde ik gemiddeld ongeveer een 8. Eventueel commentaar (correcties) graag hieronder! (Wie het zelf wil proberen: het examen staat hier.)

Lees verder >>

Achtergronden van een tweetalig gesprek in Amsterdam en Friesland

Door Reitze J. Jonkman

In de Neerlandistiek van 7 mei dook in het artikel ‘Afrikaans in Amsterdam’ een interessant sociaal-psychologisch verschijnsel op dat ik mijn vorige leven als taalsocioloog uitgebreid heb bestudeerd, namelijk het tweetalig gesprek. In het onderhavige geval ging het om een Afrikaans/Nederlandse dialoog, in mijn geval ging het om een Fries/Nederlandse tweegesprek. In mijn doctoraalscriptie Friese taal- en letterkunde (Skaadwizers, 1985) over dit onderwerp haalde ik ter inleiding de volgende woordenwisseling in een winkel in de Frans- en Engelssprekende stad Montreal aan (oorspronkelijk in The Montreal Star 26-1-1978).

Lees verder >>