Categorie: geen categorie

Gery Helderenbergs Lier: een toegift

Door Peter J.I. Flaton 

In het kennismakingsartikel over de dichter Gery Helderenberg (Neerlandistiek van 11 juli jl.) vermeldde ik, dat hij zich zowel  liet inspireren door het (bijbelse) Jeruzalem als door het pagaan-klassieke erfgoed van Athene. Ter illustratie van het eerste besprak ik het gedicht “De vis”. Laat me daar bij wijze van toegift “Lier” uit de bundel Nacht der symbolen / Contrapuntische variaties uit 1973 (Verzamelde gedichten, p. 219) aan toevoegen, nu daarin de tweede component ter sprake komt. 

Lier

Orfeus op de porfieren sarcofaag
de zilvren lier op de linker knie.
Van zeven snaren stijgt de harmonie
die ik uit Priscilla’s tomben draag. 
De tijgerkat ligt hem te voet
betoverd door zijn lied.
Zie, Christus treedt in Zijn gebied
die tokkelend de lammeren hoedt. 

Lees verder >>

Call for Papers: Over vossen en vissen

Interdisciplinaire benaderingen van het middeleeuwse dier en zijn voortleven
Universiteit Antwerpen, 15-18 september 2021

Roman de Renart (Paris, Bibliothèque nationale de France, fr. 12584, f°. 102v/103v)

De International Reynard Society bestudeert de rol van dieren in de Europese literatuur van de middeleeuwen en haar voortleven. De aandacht gaat vooral uit naar dierenepiek, fabels en boerden. Het 24ste internationale colloquium van de Society vindt plaats aan de Universiteit Antwerpen van 15 tot 18 september en wordt georganiseerd door het Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Nederlanden (isln) in samenwerking met de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience en het Reynaertgenootschap.

Lees verder >>

Nagraadse Studiegroep vir Afrikaans en Nederlands (NSAN)

Door Alwyn Roux

Nerina Bosman en Wannie Carstens (2020) skryf in Tussen geleentheid en uitdaging. Die Nederlandistiek in Suid-Afrika wat in De Lage Landen in Februarie verskyn het dat “daar steeds ʼn gesonde belangstelling in die bestudering van Nederlands as akademiese terrein” in Suid-Afrika bestaan; dit blyk veral uit “nagraadse skripsies, verhandelinge, en proefskrifte van studente”, asook die publikasies in akademiese tydskrifte. Verder noem hulle dat “[s]amewerking tussen individuele navorsers en hulle nagraadse studente in beide die Lae Lande en Suid-Afrika […] eweneens ʼn goed gevestigde gebruik” is “met gedeelde publikasies en navorsingsprojekte”. Alhoewel, soos Carstens en Bosman (2020) tereg opmerk, is daar talle uitdagings vir die Neerlandsitiek in Suid-Afrika “as gevolg van die politieke klimaat en die tersiêre omgewing waarin ons in Suid-Afrika werk”, wat onder andere befondsing en krimpende studentegetalle insluit.

Lees verder >>

ik tracht op poëtische wijze: Luceberts school der poëzie

Door Peter J.I,. Flaton

Aldus de eerste regel van het 2e gedicht in de 2e afdeling van Luceberts in 1952 verschenen debuut: Apocrief/De analphabetische naam. Daarmee is de toon gezet: die van een versinterne expliciet verwoorde poëtica waarin de dichter (immers) zijn visie op de taak van de schrijver en de functie van de literatuur onder woorden brengt: “ik tracht op poëtische wijze / dat wil zeggen / eenvouds verlichte waters / de ruimte van het volledig leven / tot uitdrukking te brengen”. 

Lees verder >>

Het gewicht van een punt

Wonen in gedichten (12)

Door Judit Gera
Dit gedicht is geschikt voor beginners
en hoort bij de categorie Dood,

In de serie Wonen in gedichten bespreekt Judit Gera, hoogleraar in Boedapest, gedichten uit de Nederlandstalige literatuur, ten behoeve van het onderwijs in de Neerlandistiek extra muros (buiten het taalgebied). Vandaag: ‘ze kwam en ging soms’, van Mirjam Van hee (1952).

Lees verder >>

P.C. Boutens’ Emmaüs: een tussenspel

Door Peter J.I. Flaton 

Druk in de weer met zijn vertalingen van Homerus’ Odyssee (in 1937 verschenen) en Ilias (waarvan Boek I in 1939 het licht zag; Boutens kreeg er uiteindelijk 14 af die werden gepubliceerd in deel VII van de Verzamelde werken in 1954), werkte hij ‘nebenbei’, zo is de suggestie, aan wat zijn laatste dichtbundel zou worden: Tusschenspelen uit 1942. 

Lees verder >>

Het onnavolgbare onnavolgbaar

Door Ronny Boogaart

‘De pest heerst, we moeten ons verdedigen, dat is duidelijk. Ach was alles maar zo eenvoudig!’ En dan begon hij weer over zijn zin.

In deze Coronatijd voel ik me soms als de ambtenaar Joseph Grand in De Pest van Camus. Terwijl de ziekte langzaamaan de stad Oran in z’n greep krijgt, maakt Grand zich vooral zorgen over de bijvoeglijke naamwoorden in de eerste zin van een manuscript waaraan hij al heel lang werkt. Zo hoorde ik in de eerste weken van de Coronacrisis mijn partner aan de telefoon tegen een collega over mij zeggen: ‘O, goed hoor, hij houdt zich al twee dagen bezig met de betekenis van het woord onnavolgbaar’.

Twee letterlijke betekenissen

Twee dagen? Het was twee weken daarvoor begonnen toen Jos Joosten hier op Neerlandistiek zei dat Dimitri Verhulst onnavolgbaar Nederlands schrijft:

  • Dat alles afwisselend in gemeenplaatsen uit de hardboiled-cliché-fabriek en – letterlijk – onnavolgbaar Nederlands.
Lees verder >>

De Blinde Vlek

Over de nieuwe canon van de KANTL

Door Martijn Benders

Ik zie een hele kleine versie van mezelf, een miertjesmartinus
voor een hele schattige minipiramide staan, en uit het raam
van verdieping 45 steekt een minimiertje het kopje met pet,
een poortjeswachter, en hij zegt we hebben een blinde vlek
die jij zelf in mag vullen, mierenmartinus.

En ik ervaar
een heel mooi klein stukje mierengeluk,
iedereen kan naar het topje, zelfs mierenmartinus zelf.
Dankjewel! Maar leun niet zo uit dat raampje.
U heeft zo’n schitterende pet.

Wanneer het over een canon gaat hoor je vaak de ‘waarom’ vraag maar eigenlijk nooit de ‘wie’

Lees verder >>

Stiekem-racistische taal

Door Freek Van de Velde.

Het is een opsteker als gezaghebbende kranten of tijdschriften een paar kolommen veil hebben om iets over taalkunde te schrijven. Heel vaak gebeurt dat niet. Wat helpt, is als het taalkundig onderzoek verband houdt met gevoelige maatschappelijke kwesties of met de actualiteit. In volle Corona-crisis heb ik bijvoorbeeld een telefoontje gekregen van een journaliste die een stuk wou maken over het royale gebruik van Engelse termen (reteaching, videocalls, contact tracing, social distancing, lockdown …), en die wou weten wat ik daar als taalkundige van vond. En het is me ook wel overkomen dat ik opgebeld werd om linguïstische duiding te voorzien toen de Nederlandse ornithologen tegen de zin van hun Vlaamse collega’s van de vogelbescherming de namen roodborstje, distelvink en Vlaamse gaai wilden schrappen. Dan is het vanzelfsprekend alle hens aan dek bij de kranten.

Lees verder >>

Rick Honings benoemd tot Scaligerhoogleraar

(Persbericht RU Leiden)

Universitair hoofddocent Rick Honings is per 1 juli 2020 benoemd tot Scaligerhoogleraar. De komende vijf jaar houdt hij zich o.a. bezig met het bevorderen van het onderwijs en onderzoek rond de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek. Honings volgt boekhistoricus Erik Kwakkel op, die de leerstoel sinds 2016 bekleedde.

Lees verder >>