Categorie: geen categorie

Regionale voornamen: Noord-Brabant en Limburg

Voornamendrift 71

Door Gerrit Bloothooft en David Onland

Voor het katholieke Brabant en Limburg zou gedacht kunnen worden dat er genoeg heiligen zijn om te onderscheiden tussen parochies en bedevaartsoorden, maar uit de voornaamgeving blijkt dat niet. Misschien juist doordat  de pastoor en later de ambtenaar ervoor zorgde dat voornamen min of meer standaard in gelatiniseerde vorm werden opgeschreven, en de meeste heiligen in een groot gebied of in verspreide parochies werden vereerd, is er weinig te zien van streekeigen namen of spellingen. Misschien wel in de roepnamen, maar daar weten we te weinig van. Een opvallende uitzondering zijn de varianten van Dimphna in westelijk Noord-Brabant, geïnspireerd door de beschermheilige voor geesteszieken die vereerd wordt in het nabijgelegen Geel in België.  En misschien valt het op dat Servatius/Servaas als patroonheilige van Maastricht niet op de kaart staat. Servatius/Servaas is in heel Zuid-Limburg populair maar daarbuiten ook zoveel te vinden dat de naam naar onze maatstaven niet regionaal genoeg is.

Lees verder >>

Verschenen: De Gids 2020/6: De langste nacht

De ijkpunten van de kalender zijn aanduidingen van weinig anders dan zichzelf. Verjaardagen, kerst, Pasen en oud en nieuw zijn geen natuurlijke fenomenen maar culturele momenten. Met die vieringen markeren we de terugkeer van dat moment. De langste nacht duidt echter iets búíten ons aan en het vieren ervan is dan ook, net als de langste dag, zowel heidens als cultuuroverstijgend. Voor het nieuwe nummer van De Gids, dat op 10 december verschijnt, werden de volgende acht schrijvers en een kunstenaar gevraagd te reflecteren op de langste nacht:

Lees verder >>

Blackface-praktijk al aanwezig in 18e-eeuws theater

Monzongo, of de koningklyke slaaf (1774).

Persbericht Universiteit Gent

Jaarlijks laait rond het Sinterklaasfeest de discussie weer op rond Zwarte Piet en het gebruik van ‘blackface’. Uit onderzoek van Sarah Adams wordt duidelijk dat slaafgemaakte blackfacepersonages al in 18e-eeuwse toneelstukken aan bod kwamen en dat emancipatoir bedoeld toneel vaak raciale stereotypen reproduceerde.

Lees verder >>

Tieneke en Constantientje

door Jan Stroop

In de biografie van Christiaan Huygens van Hugh Aldersey-Williams, kortgeleden vertaald verschenen als “De eeuw van het licht”, las ik dat de oudste zonen van  Constantijn Huygens in de familiekring Tien en Tiaen genoemd werden (blz. 132). Dat is interessant, dacht ik. De laatste naam is natuurlijk de verkorte vorm van Christiaan, de voornaam van de beroemde natuurkundige, maar Tien gaat terug op Constantijn, maar dan wel uitgesproken met een [i]. Dan zou ik ook wel eens willen weten hoe vader Constantijn zelf zijn naam zal hebben uitgesproken.

    Tieneke Huygens

Lees verder >>

Friese Kinderen voor Kinderen-kinderen zongen solo’s met rollende r

Door Arina Banga

2020 is een waar feestjaar, want Kinderen voor Kinderen is veertig geworden! Om dit te vieren schreven de Utrechtse letterkundigen Feike Dietz en Laurens Ham een interessante artikelenreeks voor De Groene Amsterdammer. In een van de artikelen werd (hoe kan het ook anders; het is voor veel mensen een sterke associatie) de Gooise r en de randstedelijke uitspraak van het koor besproken. Dietz en Ham beweren ten onrechte dat de Friese kinderen geen solo’s mochten zingen.

Lees verder >>

Zeven hindernissen in het leven, en wat daartegen te lezen

Door Marita Mathijsen
Voor Lia van Gemert

Je pakt een kookboek als je verwende gasten te eten krijgt, je pakt een klussenboek als je wil weten hoe je een schilderij stevig ophangt, een tuinboek als je in plaats van woekerende klimop een bloeiende clematis wilt planten, een medisch handboek als je wilt weten wat je tegen steenpuisten kunt doen en een reisboek als je naar een plek zonder internet af wilt reizen. Hoe zou het zijn als een mens ook naar boeken zou grijpen in netelige situaties die met de geest te maken hebben? Hoe zou het zijn als er literatuur was die dan bijna vanzelfsprekend uit de kast gehaald zou worden, zoals er nu in verband met corona zoveel mensen De pest van Albert Camus tevoorschijn gehaald hebben? Hoe zou literatuur uit het verleden meer impact kunnen krijgen in het dagelijks leven?

Laten we ons eens voorstellen bij wat voor soort situaties literatuur zou kunnen helpen. En dan bedoel ik geen snelle ehbo-hulp, maar hulp in de zin van begrip, berusting, herkenning en overdenking. Welke hindernissen in het dagelijks leven zouden aanvaardbaarder gemaakt kunnen worden, of verzacht, als de lijder een boek zou lezen? Ik ga er dan vanuit dat een roman of toneelstuk met verandering van personages, tijd en plaats toepasselijk zou kunnen zijn op wat de lezer het leven bemoeilijkt, en daardoor heling zou kunnen bieden. Omdat de lezer ziet dat hij of zij niet alleen staat, dat er door de eeuwen heen vergelijkbare situaties zijn geweest, die wellicht ook niet opgelost konden worden, en zo de lezer verlichting geven.

Lees verder >>

Dossier: Indonesië

Lees hier over de (post)koloniale verhoudingen tussen Indonesië en Nederland.

Het langverwachte Revolusi. Indonesië en het ontstaan van de moderne wereld van David Van Reybrouck is vorige week verschenen. Lees je graag meer over Indonesië en de (post)koloniale verhoudingen tussen Indonesië en Nederland? Op de lage landen vind je alvast de belangrijkste verhalen over Indonesië uit ons rijke archief.

Lees verder >>

Sara Burgerhart en al die andere rebelse vrouwen

Door Lotte Jensen
Voor Lia van Gemert

Fontein, opgericht in 1884, ter herinnering aan Betje Wolff en Aagje Deken op het Bellamypark in Vlissingen.

Op 24 juli 1884 werd op het Bellamyplein te Vlissingen een groots monument voor twee schrijfsters uit de Nederlandse letterkunde onthuld: Elisabeth Wolff-Bekker en Aagje Deken. Het ging om een groene fontein, waarop beeltenissen van de beide vrouwen waren te zien en enkele titels van hun werken stonden vermeld. Het was een buitengewoon feestelijke dag en het krioelde van de mensen: ‘Een ontelbare menigte was intusschen te zaam gevloeid, en onder luide hoerah’s werd, nadat het omhulsel was gevallen, de fontein in werking gesteld’ (Hoornsche Courant, 27 juli 1884).

Lees verder >>

Een sonnettenkransenkrans over bureaucratie en middenmanagement

Problemen, dingen, zooi en tribulaties is een krans van sonnettenkransen: 211 aan elkaar gekoppelde gedichten die met behulp van een Excell-sheet geschreven zijn. Een sonnettenkransenkrans is het kruispunt van poëzie en mathematiek. Het thema van deze sonnettenkransenkrans is bureaucratie, middenmanagament, stippen aan de horizon, scrummen, agile, hands-on-mentaliteit, targets en bottom-up-beslissingen en ander managementspeak. Het geheel is een romantisch terugverlangen naar de tijd dat je iedere ochtend naar kantoor moest.

Lees verder >>

De vrouwelijke voice-over: alle 13(+) beter? Een afspeellijst met Nederlandse hits van toen*

Roos Blufpand zingt ‘Eenicheydt is Armoedt’ (OBA, 23-8-2018).

Door Erwin Mantingh
*Voor Lia van Gemert

De vrouwelijke voice-over: inleiding

De Theaterzaal van de Openbare Bibliotheek Amsterdam is op donderdag 23 augustus 2018 ’s avonds uitverkocht. Aanleiding: de 400e sterfdag van een groot toneelschrijver en (lied)dichter. Op het programma staat onder meer de naam van een mij onbekende zangeres. Als zij aan de beurt is, heeft zij nog geen tien minuten nodig om de zaal te overdonderen. Dat gaat zo:

Jonge vrouw komt op. Lange donkere haren over de blote rug en hals, zilverglittertruitje, zwarte broek, blote voeten. Zij neemt zwijgend plaats achter de zwarte vleugel. Achter haar een reusachtige projectie met een beeltenis van een bebaarde, besnorde en breed gekraagde zeventiende-eeuwse man. Met glasheldere stem en vol overgave zingt en begeleidt ze twee liedjes over angst voor eenzaamheid en de ongedurige liefde. Applaus. Roos Blufpand zingt Bredero en doet een afstand van vier eeuwen teniet.

Lees verder >>

‘Alles zonder ethisch of aesthetisch gelul’

Brief in een tijdschrift gevonden (Epiloog)

(Over Het Boek Van Violet En Dood van Gerard Reve)

Door Nico Keuning

Op 7 september 1994 stuurt Gerard Reve vanuit Machelen een brief plus het zevende hoofdstuk van wat later Het Boek Van Violet En Dood zal heten naar Bert de Groot, uitgever van L.J. Veen. Op dat moment denkt Reve nog aan Zelf kamperen, als titel voor de roman. Een eerdere titel is afgevallen: ‘Sex In Bomen is wel romantisch en padvinderkundig, maar toch iets te agressief voor het positief-christelijke volksdeel.’ Een week later is hij aan hoofdstuk acht begonnen. ‘Wat een ellende allemaal!’ schrijft hij aan zijn uitgever en diens vrouw Netty: ‘Wisten jullie dat ook Jean-Luc zijn graf, na vier (4) jaren, spoorloos verdwenen is?’ Het is op dat moment in werkelijkheid pas ruim twee jaar geleden dat Jean-Luc werd begraven. ‘Ook zijn vader, eerst onder een sober houten kruis en nu gewoon weg, wat natuurlijk beter is dan later niet te vinden.’

Baby leert taal

Taalbeschouwing voor de basisschool (4)

Door Marc van Oostendorp

Mijn zusje Mila kan nog niet praten.

Ze is nog maar een paar weken geleden geboren. En praten moet je leren.

Kan ze dan overmorgen praten?

Als opa en oma op visite zijn?

Nee, we moeten daarvoor nog heel lang wachten, zegt mama.

Baby’s kunnen huilen en lachen en verbaasd kijken.

Ze kunnen ook geluidjes maken, maar praten kunnen ze nog niet.

Alles moet Mila nog leren. Wat drinken betekent.

En slapen.

Banaan.

Grappig.

Zusje.

Meer dan honderd woorden. Meer dan duizend.

Hoe gaat Mila dat allemaal doen?

Mama lacht.

“Dat gaat vanzelf”, zegt mama.

“Baby’s en kleine kinderen letten de hele tijd goed op.”

Ik kijk naar Mila.

Ze kijkt terug, maar let ze nu ook op?

“Hoe weet Mila dan dat ze moet opletten?”, vraag ik aan mama.

Niemand kan dat haar toch vertellen, dat ze moet opletten?

“Baby’s weten dat”, zegt ze.

Al toen ze in mijn buik zat, lette Mila op wat ik zei.

Als ze eenmaal genoeg gehoord heeft, gaat ze zelf ook praten.

Te verschijnen: Frans Budé, Het schikken van de dingen

Op 28 december 2020 wordt Frans Budé 75 jaar. Bij deze gelegenheid verschijnt de dichtbundel Het schikken van de dingen : zestien Soutines. Elk gedicht beschrijft een schilderij van Chaïm Soutine (en handelt tevens over elk van ons: wat we kunnen zien, hoe we kunnen leven).

De laatste regels van het laatste gedicht, ‘Denkend aan Soutine’, zijn een mijmering over het leven:

Het gevoel van stilte
en afronding, behoefte om het leven te doorgronden, al wat ons tegemoetkomt en verdwijnt – alleen zichzelf behoort.

De poëziebundel is een uitgave van Druksel. Honderd genummerde exemplaren zijn bestemd voor de verkoop, 26 geletterde gereserveerd voor de uitgeverij, alle boeken werden door de auteur gesigneerd. 48 pagina’s, recto gedrukt, twee kleuren, 16 op 21,5 cm. Het boek kost 20 euro (dit is zonder verzendingskosten). Meer informatie opwww.druksel.be

Lotte Jensen over de rol van cultuur bij stedelijke rampen

Op 16 november 2020 vond de De Dag van de Stad plaats met als thema veerkracht. Tijdens dit online-evenement verzorgde Lotte Jensen een van de Last lectures. Zij besprak de rol van cultuur bij stedelijke rampen. Speciale aandacht besteedde ze aan de vuurwerkramp van Enschede en de feniks als symbool van veerkracht. De lezing is hier terug te zien. Er werd ook een podcast gemaakt over veerkracht in tijden van crisis, waarbij een aflevering ging over de vraag wat een ramp met een stad doet. Podcastmakers Dore van DUivenbode en Inge Janse gingen in gesprek met Lotte Jensen voor het historische perspectief en met kunstenares Persheng Warzandegan, die de vuurwerkramp van Enschede van dichtbij meemaakte. Deze aflevering (# 3: Veerkracht na een ramp) is hier terug te beluisteren.

Het verdwenen graf

Brief in een tijdschrift gevonden (3)

(Over Het Boek Van Violet En Dood van Gerard Reve)

Door Nico Keuning

De jaartallen ‘1996-1992’ op het graf van Jean-Luc, zouden – zij het in omgekeerde volgorde – ook kunnen verwijzen naar de jaren van het ontstaan van Het Boek Van Violet En Dood. In juni 1992 is Jean-Luc verongelukt en begraven. Een maand later, op 15 juli schrijft Reve aan ‘Lieve Vosch’ (Brieven aan Matroos Vosch 1975-1992, 1997): ‘Maar ik ben aan een nieuw wereldboek begonnen voor alle mensen, dat ze zich bekeren van hunne boze wegen. Mijn volksgezondheid is puik, maar ik til niet meer alles op wat eigenlijk te zwaar is.’

Lees verder >>

Workshop: Revisiting Revenge. New Perspectives for the Study of Revenge Tragedies (late 16th–early 18th century)

Ghent University (Belgium), 16-17 September 2021

Keynote speakers: Prof. Russ Leo (Princeton University) and Prof. Helen Watanabe-O’Kelly (University of Oxford)

In the early modern period, revenge tragedies and related Senecan plays dealing with revenge flooded the European theatres, especially in England (The Spanish Tragedy, Titus Andronicus, The Revenger’s Tragedy, Hamlet), but also in the Dutch Republic (Wraeckgierigers treur-spel, Aran en Titus, De veinzende Torquatus, Medea) and Germany (Ermordete Majestät, Rache zu Gibeon, Cleopatra). Because of the plays’ abundant display of horror, audiences flocked to them in large numbers, rendering the revenge tragedy the most popular dramatic genre of its time.

Lees verder >>

Fokke & Sukke staan in de boekwinkel

Gisteravond (17-11-2020) interviewde schrijver Tommy Wieringa in Nieuwsuur collega-schrijver Barack Obama vanwege het verschijnen van diens nieuwe atobiografie. Het boek is vanaf heden verkrijgbaar, net als Het afzien van 2020, het jaarlijkse cartoon-overzicht van Fokke & Sukke. Deze cartoon, waarin beide heugelijke feiten worden gecombineerd, staat morgen in NRC Next en NRC Handelsblad.

Communicatieadviezen

Brood, Brood Korst, Krokante, Vers
foto: Pixabay

Zouden communicatiedeskundigen de plaatselijke bakker gevonden hebben?

Vanochtend reed ik op weg van de kinderopvang, terug naar ons thuiskantoor. En onderweg wilde ik anderhalf brood halen. De mevrouw van de bakker wist kennelijk meer dan ik. Want toen ze klaar was met brood snijden, zei ze: ‘Waar kan ik u verder nog mee helpen?’. Hoezo: waar kan ik u verder nog mee helpen? Ik wilde gewoon anderhalf brood.

Lees verder >>

Brief in een tijdschrift gevonden

Brief in een tijdschrift gevonden (1)

Door Nico Keuning


‘Men kan de gruwel van het bestaan op de lezer overdragen, onafzienbare diepten van tijd en ruimte, zwaarmoedigheid in al zijn zwaarte, ja, het mysterie zelf voelbaar maken door een eenvoudig, doelmatig gebruik van gegevens uit de werkelijkheid – die is onuitputtelijk – en door een eveneens eenvoudig, doelgericht gebruik van de taal.’
Uit het zelfinterview R.J. Gorré Mooses met Gerard Reve, 1 juni 1958, in Tien vrolijke verhalen


Vijf maanden na verschijnen van Het Boek Van Violet En Dood, van Gerard Reve, verbleef ik in de zomer van 1996 enige tijd op het landgoed van Willem den B. in Le Poët-Laval, het dorp in de Drôme, waar de katholieke volksschrijver jarenlang had gewoond. Huize La Grâce stond er verstild en verlaten bij sinds de schrijver verhuisd was naar Belgiëland. En al waren de luiken gesloten, het was alsof er vanuit het huis iemand naar mij keek. Alsof het huis iets van mij wilde. Dat gevoel werd elke dag sterker, want elke ochtend kocht ik bij de boulanger er pal tegenover mijn brood. Ik raakte in de ban van het decor van Het Boek Van Violet En Dood en stuitte op een mysterie.

Lees verder >>

Op glanzend bruine schoenen verder: Hans Robert Jauß gevolgd

Door Peter J.I. Flaton

Aan het slot van zijn schets van Hans Robert Jauß als SS-officier in neerlandistiek.nl (24-10-2020) houdt Jos Joosten m.i. terecht staande, dat Jauß’ ‘epochemachende’ essay Literaturgeschichte als Provokation der Literaturwissenschaft blijft wat het sinds 1967 is: een emancipatoir en democratisch manifest dat de literatuurstudie een impuls heeft gegeven door haar nieuwe wegen te wijzen na en naast de intussen ingeburgerde ‘close reading’-benadering.
De erfenis daarvan heeft Jauß geïntegreerd in zijn receptie-esthetica, al was het maar dat ‘het’ ook voor hem begint met lezen wat er staat: eerst het ‘artefact’ (om het met de Praagse structuralist Mukarovsky te zeggen), vervolgens en pas dan het ‘esthetische object’ dat het in de receptie wordt. Nog weer anders verwoord: ook Jauß is allereerst de filoloog: zijn tweede dissertatie Untersuchungen zur mittelalterlichen Tierdichting is er een sprekend voorbeeld van.

Lees verder >>

De nieuwe donorwet door de ogen van een laaggeletterde

Door Margriet Gritter en Gillan Wijngaards

Begin september vond de Week van Lezen en Schrijven (voorheen de Week van Alfabetisering) plaats. Tijdens deze week werd er aandacht gevraagd voor laaggeletterden: mensen die moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen.  Ongeveer 2,5 miljoen mensen in Nederland van 16 jaar en ouder behoren tot deze groep, zowel mensen met Nederlands als moedertaal als mensen met Nederlands als tweede, derde of vierde taal. Elke dag lopen deze mensen tegen genoeg uitdagingen aan, maar sinds 1 juli is daar een aanzienlijke uitdaging bij gekomen: het nieuwe donorregister.

Lees verder >>