Categorie: geen categorie

Nu verschenen: De Gids 2019/6 met cli-fi verhalen over Antarctica

Donderdag 13 december verscheen het laatste nummer van 2019 van literair tijdschrift De Gids, dit keer een themanummer in samenwerking met Project Antarctica: een scenariostudie, op initiatief van De Groene Amsterdammer, over een mogelijke kolonisatie van Antarctica zodra de ijskappen op het continent gesmolten zijn. 

Lees verder >>

Dit is het einde van de zin, of niet?

Door Lucas Seuren

Het einde van de zin is in gesproken Nederlandse een ware schatkamer van bijzondere taalfenomenen. Het is de plek waar we inhoudelijk niks meer toevoegen aan de zin, maar waar we signalen geven over hoe de zin “pragmatisch” begrepen moet worden. Je kunt denken aan kleine woordjes zoals toch of die lastig te definiëren zijn, maar die we regelmatig inzetten om duidelijk te maken wat we willen. Omdat het einde van de zin een grote rol speelt in gesproken en minder in geschreven taal, is het uitermate geschikt voor gespreksonderzoekers. We kunnen wat zeggen over de taal, waar traditionele benaderingen wat meer moeite mee hebben, omdat het lastiger is om goede experimenten en tests te ontwerpen. In een korte serie bespreek ik wat mensen in spreektaal doen met het einde van hun zin. En ik begin vandaag met of niet.

Lees verder >>

Internationale Neerlandistiek in Paramaribo

Cross-Over en CARAN.

Door Jerzy Koch, Eric Mijts, Yves T’Sjoen, Yra van Dijk en Michiel van Kempen

‘Want een boek is dan pas groot wanneer er een wereld voor ons opengaat waarin de schrijver zelf ten onder gaat aan het geschapene en in zekere zin machteloos staat ten aanzien van zijn creatie.’
Boeli van Leeuwen, De taal van de aarde

‘We zijn altijd op weg op de eilanden’, stelde Wim Rutgers, de grand wise man van de Caribische literatuurkritiek: ‘ik weet niet of we ooit aankomen’. Het had het motto kunnen zijn van het congres dat van 27 tot 30 november 2019 werd gehouden in Paramaribo.

Lees verder >>

VU start Multatuli-leerstoel voor Moderne Nederlandse Letterkunde

Vanaf 1 december 2019 start de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) de Multatuli-leerstoel voor moderne Nederlandse Letterkunde. Initiatiefnemer het Multatuligenootschap sponsort de leerstoel. VU-hoofddocent Moderne Nederlandse letterkunde Jacqueline Bel zal de Multatulileerstoel als hoogleraar bekleden. Met de benoeming start tevens een nieuwe minor De Schrijfacademie, bedoeld voor alle VU-studenten, waarin literatuur en creatief schrijven centraal staan. Dat heeft het College van Bestuur van de VU dinsdag 26 november besloten. 

Lees verder >>

Gelaat, gebaar en klankexpressie

Neerlandistiek van 100 jaar geleden

Door Marc van Oostendorp

“Wat zou de wetenschap spoedig een hooge vlucht nemen als wij eris een genie zagen opstaan, dat weer eens alle vakken samen beheerschte met zijn éénig denkhoofd!” Er is maar één persoon in de geschiedenis van de neerlandistiek geweest die zulke zinnen kon schrijven: de Nijmeegse hoogleraar Jac. van Ginneken (1877-1945).

Lees verder >>

Aangeboden: neerlandistische boeken

Door Karel Gildemacher

Het is een mooie zegswijze: “Van boeken krijg je nooit genoeg”. Maar toch, soms heeft een mens een ingeving: kom ik nog aan het lezen (laat staan bestuderen) van een zeker aantal boeken toe? Vooral omdat ik me de komende tijd (nog meer) wil richten op de relatie tussen landschap en taal, m.a.w. hoe bemeesterden de mensen in de loop der tijd hun omgeving door taal, is de interesse in andere aspecten tanende. Dus opruimen, wat niet direct meer nodig is.

Lees verder >>

8 november 2019, Amsterdam: Symposium Public Intellectuals: Celebrity, Advocacy, Activism

Cultural critics have been bemoaning the decline of the public intellectual at least since 1987 when Russell Jacoby published the book The Last Intellectuals: American Culture in the Age of Academe. Through Richard Posner’s 2003 Public Intellectuals: A Study of Decline to Stefan Collini’s 2006 Absent Minds: Intellectuals in Britain and recently McKenzie Wark’s 2017 General Intellects: Twenty-Five Thinkers for the Twenty-First Century this narrative of the loss or decline of the public intellectual continues to dominate the discussion, putting the blame on the intensification of specialization in the academy and the increasing celebrification of public figures. This symposium seeks to intervene in this narrative of loss and decline by analyzing contemporary intellectuals who maintain a public profile in the media (traditional and/or new), while constructing and negotiating their public image in different ways.

Lees verder >>

Van Drongo tot Drongo, een jaar onderzoek naar nepnieuws en autoriteit

Door Gudrun Reijnierse

Afgelopen week – op vrijdag 25 en zaterdag 26 oktober – was de Radboud Universiteit voor de tweede keer organisator van het Drongo Talenfestival. Ook dit jaar konden taalliefhebbers zich weer twee dagen lang verdiepen in de wereld van taal en communicatie, bijvoorbeeld tijdens een van de vele lezingen of door mee te doen aan onderzoek in een Drongo Lab. Na afloop van de publiekslezing die ik tijdens deze editie met Marten van der Meulen verzorgde, is het tijd voor een terugblik op een jaar lang onderzoek naar nepnieuws en autoriteit.

Lees verder >>

Willy Roggeman en de boeken van Suse Esberg – Tentoonstelling en boekvoorstelling

Sinds 2008 wordt in de Gentse Universiteitsbibliotheek van Gent het archief van de Vlaamse auteur Willy Roggeman (°1934) bewaard. Roggeman schonk de UGent ook de meer dan 4.500 boeken die hij in de loop van zijn carrière verzamelde. Het merendeel daarvan draagt een stempel waarmee de auteur zijn collectie identificeerde. Voor 74 boeken is dat niet het geval. Roggeman vond de boeken in het voorjaar van 1953. Hij studeerde toen aan de Universiteit Gent. De boeken behoorden toe aan een vrouw van wie de naam in het merendeel ervan is aangebracht: Suse Esberg. Nu eens in de vorm van een handtekening, dan weer in een fraai ontworpen ex libris.

Lees verder >>

Uitnodiging DBNL-dag op 8 november

Op vrijdag 8 november 2019 vindt de allereerste DBNL-dag plaats bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. U bent van harte welkom voor deze informatieve en feestelijke middag. Let op: vanwege het beperkte aantal plaatsen is vooraf aanmelden noodzakelijk.

We starten de middag met een taartje ter gelegenheid van het 20-jarig jubileum. Daarna krijgt u als gebruiker een kijkje achter de schermen, gaan we schatgraven in DBNL en is er gelegenheid om vragen te stellen aan DBNL-medewerkers uit Nederland en Vlaanderen. Als u wilt deelnemen aan de workshop schatgraven is het handig als u een smartphone, tablet of laptop meeneemt. Bedenk ook alvast wat uw schat is uit DBNL. Wij zijn benieuwd!

Lees verder >>

Boeken, getallen, stellingen

Door K.P. Hart

Vorige week ontspon zich een kleine discussie op Twitter over boeken en getallen; Marc van Oostendorp schreef op Neerlandistiek over een artikel van Paul Postal waarin de laatste over de aard, de ontologie, van boeken schrijft:

Ietwat kort door de bocht is de these van Postal dat een boek (hij gebruikte Pride and Prejudice als voorbeeld, Marc nam De Kleine Johannes als voorbeeld) als abstract object altijd al bestaan heeft, het is namelijk een rij symbolen (letters, spaties, interpunctie, …) en iemand heeft die rij een keer voor het eerst opgeschreven. Net als het getal gerepresenteerd door 7.987.923.892.274 (gezien de ene hit bij Google waarschijnlijk door Marc als eerste opgeschreven).

Lees verder >>

Orde van de Knalgaslamp (2)

Door Bas Jongenelen

Vorige week deed ik een oproep om de zeer beperkte lijst van knalgaslampwoorden aan te vullen. Een woord in de Orde van de Knalgaslamp (deze orde is geïnstalleerd door Lea Theunissen) is een samenstelling van drie eenlettergrepige zelfstandige naamwoorden die alle drie dezelfde klinker gemeen hebben. Bijvoorbeeld knalgaslamp, inktvisring en dakpanklas. Het is leuk om dit soort woorden te verzinnen (deurkleurzeur, drolkophond, draadplaatvlaai), maar om opgenomen te worden in de Orde van de Knalgaslamp moet je als woord bestaan zonder dat je wist dan je een knalgaslampwoord was. Woorden die speciaal voor de Orde verzonnen zijn, vallen af. Helaas dus voor de gangbangslang (het sociolect dat gesproken wordt als een groep mannen seksuele handelingen verricht met één vrouw). Maar niet getreurd, want er zijn op dit moment 61 woorden die voldoen aan de eisen. Van ieder woord op de lijst is nagegaan of er een bron van is. Dit zijn ze:

Lees verder >>

Oproep: Fragmenten uit Nederlandse literatuur die over taalnormen en -conventies gaan

Door Peter-Arno Coppen en Marten van der Meulen

In het blog over de Spreektaalveredelingsbond van laatst werd de aandacht vooral gevestigd op één aspect van dat toneelstuk: de taal over taal. Verschillende karakters in het stuk doen expliciet normatieve uitspraken over taal: ze becommentariëren de woordkeuze, uitspraak of het andersoortige taalgebruik van andere karakters. Dat levert dit soort dialogen op:

VAN EIBERGEN: Ik wense uit te spreken. Vermits ik het ene heilige plicht achte…
WORREGA (gedienstig): Enen heiligen, domienee! met uw verlof.
VAN EIBERGEN (uit de hoogte): Ik herzegge: ene heilige plicht…. Plicht is vrouwelik, meester.
WORREGA: Neen domienee, ik geloof zeker…. (Hij zoekt in zijn woordelijst) (…)
WORREGA (in de rede vallend): Ja! Juist! Ziet u….? „Plicht, mannelik, plichten“.
VAN EIBERGEN (neerbuigend vriendelik): Mag ik ?
WORREGA (reikt hem het boek toe): (…)
VAN EIBERGEN (met ’n medelijdend lachje):
Waarlik. Het staat er. Hm. (Het boek teruggevend). Ene drukfout, meester.

Mensen doen heel vaak dergelijke ‘metalinguïstische’ uitspraken. In feite is iedere inzending bij het nog steeds populaire Taalvoutjes zo’n vorm van metalinguïstische uitspraak. Officiële of officieel bedoelde taalnormen staan natuurlijk vooral in schrijfgidsen en taaladviesverzamelingen, maar de ‘populaire taalnorm’ is alomtegenwoordig. Dus zou je verwachten dat die ook in dialogen in de Nederlandse literatuur voorkomt.

Lees verder >>

29 november 2019, Antwerpen: Studiedag ‘Het Nederlands in de vertaalwereld’

Op 29 november 2019 organiseert de Belgische Kamer van Vertalers en Tolken (BKVT) in Antwerpen een studiedag met als thema ‘Het Nederlands in de vertaalwereld: situatie en perspectieven’. Het programma is heel gevarieerd, met Belgische en Nederlandse sprekers die het zullen hebben over de invloed van het Engels op het Nederlands, over de variatie in het Nederlands en het opleiden van vertalers. Jan Hautekiet leidt de dag in en we sluiten af met een panelgesprek tussen alle sprekers. Het volledige programma staat op de website van de BKVT.

Inschrijven kan nog via e-mail op secretariat@translators.be. Leden van de BKVT betalen 60 euro, niet-leden 80 euro. Wacht niet te lang, want het aantal plaatsen is beperkt. 

Deze dag wordt georganiseerd met de steun van de Taalunie en de NGTV (Nederlands Genootschap voor Tolken en Vertalers)

Gedicht: Jac. van Looy • Dubbel-zang

Dubbel-zang

– ‘O mooie Vogel, wat? hoe wilt gij van mij gaan?’
– “Uw Kooi is mij te eng, ik klaag om ruimt’ en hemel,
O ik versnak zozeer om ’t vederig gefemel
Van mijn gespreide vleugels ganslijk uit te slaan.

Om mij te menglen in het opperste gewemel,
Om daar in ’t Licht te zijn, stil in die glans te staan
Als ene Flonkersteen, die werd in licht, gevaân,
O, in die Kreitsen waar het hoog is, in die Hemel …”

– ‘Ziel, laat mij arme toch niet zonder doelwit wezen,
Lucht, Water, Vuur, Spruit, Bloem en Koren van mijn Kaf,
O Inhoud, werp mij niet als dorre zeemlen af.

Mijn Kern, ik leefde om U in duizend, duizend vrezen,
Hoe wringt ge zo in mij, wat martelt gij mij nu …
Het hulsel deed nooit kwaad dan in verband met U’.

Jac. van Looy (1885-1930)
uit: De wonderlijke avonturen van Zebedeus (1925)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Orde van de Knalgaslamp

Foto: Lea Theunissen

Door Bas Jongenelen

Enkele jaren geleden zag Lea Theunissen (kunstenaar-dichter) voor het eerst een knalgaslamp in Teylers museum te Haarlem. Ze vond het – zeer terecht – een mooi woord en ze besloot de Orde van de Knalgaslamp op te richten. Woorden die toegelaten worden tot deze orde zijn samenstellingen van drie eenlettergrepige woorden die dezelfde klinker gemeen hebben. Het tweede woord in deze orde was snel gevonden: inktvisring. Daarna kwamen dakpanklas, veldwerkslet en Topdroprol.

Woorden als paashaaswraak en bromsnorhoofd zijn uitgesloten van lidmaatschap. ‘Paas’ is immers geen zelfstandig naamwoord. Bij bromsnorhoofd gaat het om de klinker o. De verdubbeling van de klinker is niet toegestaan. Bromsnorkop zou wel mogen. Maar dan komen we in de categorie ‘zelfverzonnen’ en de zelfverzonnen woorden zijn minder spannend. De mooiste knalgaslamp-woorden zijn immers die woorden die gespot zijn in het wild.

Ik weet zeker dat ik ooit (35 jaar geleden) het woord kutbrugsmurf gebruikt heb, maar dat woord is (op dit moment) niet op internet te vinden. En wat te denken van de tochtrolhond? Een tochtrol leg je bij de deur om de tocht tegen te gaan. Een tochtrol in de vorm van een hond is een tochtrolhond – helaas niet als één woord terug te vinden. Wel als twee woorden: ‘tochtrol hond’, maar dat telt niet.

De Orde van de Knalgaslamp heeft dringend nieuwe leden nodig. Uiteraard kunnen we die zelf verzinnen (worstkopdrol, luchtbrugslurf, gangbangslang, pinkliftfit), maar de betere woorden zijn gebruikt door iemand die niet op zoek was naar een knalgaslamp-woord. Heeft u ooit een ontmoeting gehad met zo’n woord? Laat het dan weten in de panelen hieronder.

Vacature: leden Raad van advies Nederlands Letterenfonds

Het Nederlands Letterenfonds zoekt nieuwe leden voor de Raad van advies. De leden spelen een belangrijke rol bij de advisering over alle aanvragen. Per subsidieregeling wordt een commissie samengesteld. Binnen die commissie adviseren de leden gezamenlijk over de voorgelegde aanvragen voor nieuw werk of nieuwe projecten. Daarnaast geven de leden individueel schriftelijke beoordelingen over de (literaire) kwaliteit van recente boeken of projecten.

Vanaf 2020 is er behoefte aan nieuwe deskundigen binnen de commissies die adviseren over respectievelijk digitale projecten, literaire manifestaties en festivals, schrijversbiografieën, literaire vertalingen in het Nederlands, en oorspronkelijk Nederlandstalig of Fries werk.

Diversiteit en kwaliteit zijn belangrijke trefwoorden in de missie van het Letterenfonds. We verwelkomen daarom graag sollicitaties van mensen die nu in de Raad van advies ondervertegenwoordigd zijn.

Lees verder >>

Nieuw gedicht van Vondel

Het eerste stuk van het nieuwe gedicht van Vondel. Via www.nrc.nl

Door Bas Jongenelen

Zo vaak gebeurt het niet dat er een nieuw gedicht ontdekt wordt van een reeds lang overleden dichter. Dus als er een onbekend gedicht gevonden wordt van Joost van den Vondel, dan is dat een beetje wereldnieuws. Dat de Tokyose Koerier en het Rio de Janeirose Stadsblad er niet over schrijven is logisch, maar wij mogen het hier niet laten schieten. De ontdekking werd wereldkundig gemaakt in het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (TNTL) door Ad Leerintveld en Vincent Klooster. Het is helaas wel een droevig gedicht, over de dood van de achtjarige Geertruidt Hinloopen Vermaes. Ik had liever dat er een vrolijk gedicht van Vondel gevonden was, over een vat vers gebrouwen bier of zo. Maar ja, dat heb je niet voor het zeggen.

Lees verder >>

Waarheen met het onderwijs in de moedertaal?

(De dag na de presentatie van Curriculum.nu)

Door Marc van Oostendorp

Onderwijzen is als overgooien. Je kunt niet iets in je eentje overgooien; als ik een bal naar jou toe gooi, heet dat geen overgooien als jij niet klaar staat om die bal op te vangen. Zo is het ook met onderwijzen.

Er wordt wel gedacht dat dit een taak is die een docent heeft, en die deze docent wel of niet competent uitvoert, zonder dat je hoeft te letten op de leerlingen, die geacht worden ook in figuurlijke zin het lijdend voorwerp te zijn. Het is een beeld van de leerling als een leeg vat waar de docent zijn kennis in giet. Maar dat beeld klopt niet: bij succesvol zijn docent en leerling allebei even actief betrokken.

Het beeld van het overgooien komt uit het boek Gevormd of vervormd? Een pleidooi voor ander onderwijs van de Nijmeegse filosoof Jan Bransen. Ik las het omdat er zoals het er nu naar uitziet grote veranderingen aankomen in het onderwijs Nederlands, en wel op de drie niveaus die we hebben: primair, voortgezet en hoger onderwijs. Curriculum.nu uit zich over de eerste twee, en de meeste universitaire opleidingen zijn permanent bezig met verbeteringen van de laatste.

Lees verder >>

Ida Gerhardt, Vogelvrij. Over het Nederlandse vers

Door Jos Houtsma

Kinderen van een prachtig ras
– ik kwam hun noordelijk dorp voorbij – 
scholden en achtervolgden mij
en één smeet raak met een pol gras.
En toen ik hen ontkomen was
zat ik tussen een wilgenrij,
een oude vrouw in de maand mei
en sloeg de kluiten van mijn jas.
Kinderen zijn oprecht en wreed:
zij zagen mij de dichter aan
en deden frank, wat meer discreet
de wereld dagelijks heeft gedaan. 

Er is over dit gedicht wel het nodige te zeggen. Mij gaat het hier om de versmaat.

W. Bronzwaer heeft Vogelvrij in 1993 gebruikt als voorbeeld in eenuiteenzetting over vers, metrum en ritme, en daar wil ik in dit stukje graag even bij stilstaan. Bronzwaer noemt Vogelvrij een metrisch gedicht, waarin per versregel zowel het aantal lettergrepen als het aantal beklemtoonde lettergrepen aan regels is gebonden. Maar het metrisch schema, merkt hij op, is moeilijk benoembaar. Je kunt ‘het gedicht als een regelmatig gebouwd vers […] beschouwen met acht lettergrepen per regel […] en gebaseerd op het metrische schema van de jambische tetrameter,’ maar echt lekker ligt dat niet: in de eerste versvoet van de eerste, de derde en de negende regel,  in de derde versvoet van de vierde regel en in de derde versvoet van regel 7 moet het versaccent op een soms nogal ongemakkelijke manier verschoven worden; ook in regel 6 vindt accentverschuiving plaats; in regel 2 moet je contractie toepassen op noordelijk, evenals op dagelijks in regel 12.

Lees verder >>