Categorie: geen categorie

Aankondiging: romans Vestdijk op DBNL

Op 17 oktober 2019 komen twaalf romans van de Simon Vestdijk online beschikbaar in de DBNL. Hiermee worden deze titels, die al sinds 2010 niet meer in de boekhandel verkrijgbaar zijn, toegankelijk voor onderwijs en onderzoek. Het gaat onder meer om de historische romans Aktaion onder de sterren (1941) en Het proces van Meester Eckhart (1969).

De erven Vestdijk waren nauw betrokken bij de selectie. Zij droegen ook eerder al bij aan de DBNL door diverse teksten van Simon Vestdijk beschikbaar te stellen voor digitalisering. Zo werden in 2007 de essaybundels De Poolse ruiter (1946) en De glanzende kiemcel (1950) opgenomen in de DBNL.

In april 2020 volgen nog zeventien romans van Vestdijk, een van de belangrijkste Nederlandse auteurs van de twintigste eeuw.

Een talenstudie loont, ook op de arbeidsmarkt!

Door Romy Veul

In de samenleving heerst het vooroordeel dat talenstudies als Nederlands en de moderne vreemde talen beperkte kansen zouden bieden op de arbeidsmarkt. Het Nationaal Platform voor de Talen was benieuwd hoe taalstudenten en alumni dat zelf ervaren. Uit ons grootschalige onderzoek onder studenten en alumni blijkt het tegendeel: een talenstudie biedt veel mogelijkheden op de arbeidsmarkt.

Het Nationaal Platform voor de Talen heeft onderzoek gedaan onder 840 bachelorstudenten die een talenstudie volgen, 721 recent afgestudeerden van talenstudies en 35 werkgevers die een taalstudent als stagiair hebben begeleid. De ondervraagde studenten en alumni waren afkomstig van de verschillende Nederlandse universiteiten en volgden uiteenlopende talenstudies, waardoor het mogelijk was een zo goed mogelijk beeld te krijgen. De resultaten van dit onderzoek zijn uitgebreid beschreven in ons onderzoeksverslag Talenstudies: tevredenheid en toekomstperspectief

Lees verder >>

De graaf van Lumey is woedend!

Over de vormgeving van propaganda in het Geuzenliedboek

Door Jos Houtsma

Met het uitbreken van de opstand tegen Spanje,  barstte er in de late zestiger jaren van de zestiende eeuw een stortvloed los van pamfletten en propagandaliedjes, zowel van voor- als van tegenstanders van het regime. Beroemd is geworden een verzameling van liedjes van het opstandige soort, de “geuzenliedjes”, waarvan tot het eind van de zeventiende eeuw tientallen edities bewaard zijn gebleven.

De oudste van de bewaard gebleven verzamelingen van geuzenliedjes wordt bewaard in Göttingen: Een nieu Guese Liede Boecxken, Waerinne begrepen is den gantschen Handel der Nederlantscher gheschiedenissen, dees voorleden acht Jaren tot die Peys toegedraghen, eensdeels in Druck wtghegaen, eensdeels nu nieu by gheuoecht […], zonder jaartal, zonder plaats, maar waarschijnlijk daterend uit 1576. Het “Göttinger Geuzenliedboek”(GGL) telt 89 liedjes; zo ongeveer alle classics hebben er een plaatsje, twee liedjes kennen we alleen uit deze bron. 

Lees verder >>

Gedicht: J.G. Danser • Op de wandeling

Op de wandeling

Wij traden saam langs een verlaten laan:
Geen wind bewoog de looverlooze twijgen,
Wij voelden vredes ijlen nevel stijgen
En wisten ons van ’t kleed der vrees ontdaan.

En vreemd: die zoo vaak met haar was gegaan,
Haar liefde kende en liefdes rijke zwijgen,
Mij was nog nooit haar smal gelaat zoo eigen
En nooit had ik zoo diep haar blik verstaan,

—’ Ik weet nog wel: er riep geen klein geluid,
Een roerloos waas had alles overtogen,
Alleen klonk van een vogel ’t ver gefluit…

Wij spraken niet: maar stil, gelukbewust
Zijn onze hoofden tot elkaar gebogen
En zacht en lang heb ik haar mond gekust.


J.G. Danser (1893-1920)
uit: Ontmoetingen (1917

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Guido Gezelle • o Gij dikke, welgekleede, welgevoede vliege

o Gij dikke, welgekleede, welgevoede
vliege, die
‘k daar zoo dikkens, om end weder om mij,
hoore en zie
vliegen, varen, vederen, ruischen, in den
zonnenstraal,
met uw’ ronkend -, hoog- en leeggevooisde
vedertaal!

Ha, ‘k en kenne niemand die u ooit ééne arme
reke of twee
heeft geschonken, schoon gij zingt en immer
zongt, alreê
ruim zoo lange als merelaan, of meeze, of
nachtegaal,
ruim zoo schoone allichte als honingbie- en
krekeltaal. Lees verder >>

Unnanaaanikotoq

Door Jos Joosten

Een van de grootste ellendes in de huidige publieke wereld is uiteraard de allesverterende focus op het ‘persoonlijke’: van de poes van Wilders tot de uitdossing waarin de Grote Europese Schrijver (‘grote europese schrijver’) met zijn wederhelft (nu ja, wedereenderde) door een Italiaans provinciestadje paradeert, van de tv-presentator die gepest werd toen-ie acht was tot aan het ‘persoonlijke verhaal’ over een overgrootopa vroeg in de vorige eeuw die een hufter was voor opa.

De volkskrantmagazinizering van ons wereldbeeld.

Gezocht wordt naar het kleine, inleefbare, herkenbare. Laat de lezer verre van wat richting visie, kennis, inhoud gaat!

De stupiditeit van deze trend slingert mij door wisselende gemoedstoestanden, zoals daar zijn: woede, berusting, verdriet en veleboel cynisme. Opmerkelijk dus dat een van de ronduit boeiendste boeken die ik in lange tijd las, de essaybundel Afhankelijkheidsverklaring van Rebekka de Wit, op het eerste oog bestaat uit juist al dit kleine: beschouwingen over een hangmat, een kippenhok, een broodrooster, alles gelardeerd met alledaagsheden als kraambezoek en geleuter met en over vrienden. En toch is dit intelligente boek van begin tot eind meer dan fascinerend.

Lees verder >>

‘De Jood Lévi met augurkjes’ (1822) en ‘De koopman in hoeden’ (1824)

Jeugdverhalen over joden (51)

Door Ewoud Sanders

Roelf Gerrit Rijkens (bron: Geschiedenis van de opvoeding en het onderwijs, vooral in Nederland, 1927)

Auteur: Roelf Gerrit Rijkens (1795-1855)

Roelf Gerrit Rijkens was de derde zoon van een onderwijzer uit Garmerwolde in Groningen. Op zijn veertiende ging hij zelf lesgeven, op een dorpsschooltje in Ommen. Een bezoekende schoolinspecteur adviseerde hem een ander beroep te kiezen: als onderwijzer zou hij het nooit ver schoppen.

         De jonge Rijkens vatte dit op als een uitdaging. Hij zette zijn tanden in de studie en bij een volgend bezoek was de schoolinspecteur wel positief. Rijkens vestigde zich in Groningen en werd schoolhoofd. Allengs ontwikkelde hij zich tot een vernieuwende didacticus en pedagoog die landelijk veel invloed had.

         In de eerste helft van de negentiende eeuw publiceerde Rijkens tientallen schoolboeken over vrijwel alle schoolvakken. Veel van die boeken werden door hem zelf geïllustreerd, want hij kon ook verdienstelijk tekenen.

Lees verder >>

Peuters als actieve taalwisselaars

Door Leonie Cornips

Al eerder (hier en hier en hier) heb ik geschreven over het verschijnsel dat (groot)ouders in Limburg mij berichten dat hun (klein)kind na het bezoek van peuterspeelzaal, kinderdagverblijf of crèche stopt met het spreken van Limburgs thuis hoewel vader, moeder, opa en oma wel Limburgs met hun kind willen spreken. Zo e-mailt een ouder mij:

Twee van onze kleinkinderen wonen naast ons in x. Wij spreken dialect (…), de ouders spreken dialect, de andere grootouders spreken dialect en de tantes spreken ook dialect. En tóch spreken de jongens van 6 en 4 alleen maar Nederlands. Ze hebben tot hun vierde twee dagen per week op de crèche gezeten, en daar werd Nederlands gesproken. Lees verder >>

Gedicht: Norbert De Beule • Zelfportret als Willy Slawinsky

Uit Vigor anorexia, de nieuwe bundel (voorproefje hier) van Norbert De Beule.

Zelfportret als Willy Slawinsky

De componist Gustav Mahler werd geïnspireerd
door het ritselen van een blad

Blad van grauwe Els of vogelkers?
Handnervig, niervormig, enkelvoudig of in trossen?
Gevleugeld blad, ingekleurd en ingetogen?
Dat ene blad van noten-
boom in verder kaalgeslagen?

Om het maximum uit een groente te halen
moet je ze begrijpen
Ik werk niet graag met aubergines
Ik begrijp de ziel er niet van Lees verder >>

De heer Grönloh op vakantie

Door Marc van Oostendorp

De heer J.H.F. Grönloh bleef het liefst in eigen land. Desalniettemin heeft hij twee reizen gemaakt naar het buitenland waarvan hij wel genoten heeft. Eerst een keer met twee van zijn dochters, en daarna nog een keer met zijn vrouw. In beide gevallen was het reisdoel Frankrijk. Hij verstuurde brieven en ansichtkaarten terwijl hij weg was.

`Tot zover is er niets aan de hand, er gaan zoveel mensen op vakantie, maar de heer Grönloh werd bekend als schrijver van een aantal korte verhalen, onder de naam Nescio. Aan dit feit hebben we nu te danken dat er een boekje is verschenen dat gewijd is aan Grönlohs avonturen in dat verre buitenland.

Het is een klein boekje dat geloof ik vooral verschenen is om te vieren dat er bij dezelfde uitgever, Van Oorschot, een nieuwe editie is verschenen van het Verzameld proza & nagelaten werk. Er zullen vast mensen zijn die genieten van dit boekje; het lijkt me leuk als die hieronder dan reageren.

Lees verder >>

‘Platform voor de neerlandistiek’ zwengelt debat aan over de toekomst van de neerlandistiek

In de pers zijn er het voorbije halfjaar geregeld berichten verschenen over wat sommigen de ‘crisis in de neerlandistiek’ noemen. Het aantal nieuwe studenten dat kiest voor een studie neerlandistiek daalt, de populariteit van het vak Nederlands neemt af terwijl die van STEM-vakken toeneemt, het Engels blijft terrein winnen, en het beroep leerkracht wordt als minder aantrekkelijk ervaren dan vroeger.

Als antwoord op deze tendensen en de berichtgeving daarrond werd er begin dit jaar, op initiatief van de KANTL en naar het voorbeeld van de Nederlandse Raad voor de neerlandistiek, een Platform voor de neerlandistiek opgericht. Dit platform, dat neerlandici verenigt van UGent, KULeuven, VUB, UAntwerpen en de KANTL, moet overleg mogelijk maken tussen de verschillende opleidingen. Lees verder >>

Ik vind hem weinig ondom

Door Marc van Oostendorp

Er zijn onderzoekers die mij altijd laten juichen als ze weer eens een artikel op internet laten circuleren. Karen De Clercq is zo iemand: er is altijd op zijn minst wel een aardige observatie in haar werk, iets over het Nederlands dat volkomen overeenstemt met mijn taalgevoel maar waarover nog nooit iemand anders iets heeft gezegd of geschreven.

Nu staat er dus weer een encyclopedisch artikel van haar op Lingbuzz, een archief waar taalkundigen hun nog niet gepubliceerd materiaal kunnen plaatsen. Het artikel gaat onder andere over de observatie (die niet van De Clercq is, maar al in 1883 schijnt te zijn gedaan door de Duitse jurist Rudolf von Jhering) dat voorvoegsels als on- wel aan positieve adjectieven zoals gelukkig en wijs kunnen worden gehecht, maar niet aan negatieve zoals droevig en dom:

  • ongelukkig, onwijs, onvriendelijk, ongezond,….
  • ondroevig, ondom, ongrimmig, onziek,…. [vreemd/uitgesloten]
Lees verder >>

Houben, Ploumen, Ingenhousz

Familienamen: hoe spreek je ze uit

door Jan Stroop

Afgelopen voorjaar heeft de VPRO de tv-serie ‘Rond de Noordzee’ uitgezonden. Die serie is gemaakt door Arnout Hauben. Toen ik die naam in een reclamespotje hoorde, zag ik dit woordbeeld voor me: Houben en dacht: die presentator weet dus niet hoe je die naam moet uitspreken, namelijk zoals de naamdragers dat zelf doen. Die zeggen immers Hoeben [hubə]. Maar wie dat niet weet, zegt [hɑubə] als ie Houben ziet staan. Later zag ik in de gids dat er Hauben stond. En dat is een ander verhaal.

Lees verder >>

Als ik jou was, vertakte de tijd

Door Marc van Oostendorp

In het Nederlands is, net als in veel andere talen, iets vreemds aan de hand met de vorm van het werkwoord die we ‘verleden tijd’ noemen. Je kunt hem ook gebruiken voor dingen die in het verleden helemaal niet hebben plaats gevonden:

  • Als we nu naar huis gingen, zouden we veel problemen voorkomen.

Dat het niet over de verleden tijd gaat, blijkt in dit geval al uit het gebruik van het woordje nu. Het is zelfs lastig om dat nu te vervangen door gisteren: in dat geval moet je ook de tijd van het werkwoord veranderen in ‘voltooid verleden tijd’ (‘Als we gisteren naar huis waren gegaan’).

De verleden tijd gebruik je met andere woorden niet alleen om daadwerkelijk de verleden tijd aan te duiden, maar ook als een irrealis. Andere talen doen het ook; vertaal bovenstaande zin voor de grap maar eens in het Engels of het Daakaka.

Lees verder >>

De schatkamer van… Mike Kestemont

In dit jubileumjaar vertellen bekende DBNL-gebruikers over een schat die zij gevonden hebben in de DBNL. Deze maand Mike Kestemont van de Universiteit Antwerpen, die DBNL-teksten gebruikt heeft om te onderzoeken wie de auteur van het Wilhelmus zou kunnen zijn.

‘Mijn schat in de DBNL is de grote hoeveelheid middeleeuwse literatuur. Die verzameling is uniek, andere landen hebben zo’n overzicht helemaal niet. De dekkingsgraad is ook heel hoog, bijna alles staat erin. Voor mij en mijn vakgenoten is dat fantastisch. Ik werk namelijk veel met computertechnieken en heb dus digitale teksten nodig.

Mijn werk richt zich op de stylometrie, waarbij de schrijfstijl van teksten wordt onderzocht met de computer. Ik richt me daarbij specifiek op auteursherkenning en probeer met behulp van algoritmes anonieme teksten toe te schrijven aan auteurs. Zo heb ik bijvoorbeeld samen met collega’s uit Amsterdam en Utrecht in 2016 onderzoek gedaan naar het Wilhelmus. Dat is een anonieme tekst, maar er waren heel veel hypotheses over wie de auteur zou kunnen zijn. We hebben toen met behulp van de DBNL een corpus teksten samengesteld van schrijvers die ooit genoemd waren als mogelijke auteur, van bijvoorbeeld Philips van Marnix van Sint Aldegonde en Coornhert. Ter controle hebben we ook teksten toegevoegd van auteurs die nog nooit met het Wilhelmus in verband waren gebracht. Van theoloog Pieter Datheen bijvoorbeeld, die eerst bevriend was met de Oranjes, maar later niets meer met hen te maken wilde hebben. We lieten het algoritme los op de teksten en tot onze verbazing kwam hieruit naar voren dat deze voor ons onbekende Datheen de vermoedelijke schrijver is. Dit terwijl niemand aan hem dacht.

Lees verder >>

Meertaligheid in Trentino-Alto Adige/Südtirol

Door Anne Kruijt, Universiteit van Verona

Veel talen op een klein oppervlakte

De naam van de regio Trentino-Alto Adige/Südtirol laat er al geen twijfel over bestaan: wij bevinden ons hier in een meertalige regio. En zo is het ook: deze autonome grensregio in Noord-Italië heeft niet één, niet twee, maar wel liefst drie officiële talen: Duits, Italiaans, en Ladinisch. Daarmee zijn er niet alleen verschillende talen aanwezig, maar ook nog eens verschillende taalfamilies. Duits is lid van de Germaanse taalfamilie, terwijl Italiaans een Romaanse taal is. Ladinisch behoort tot de Reto-Romaanse talen, wat betekent dat hoewel het van Romaanse afkomst is, er al eeuwen een sterke invloed vanuit de Germaanse talen aanwezig is.

Lees verder >>

Gedicht: P. Geijl • Geschiedenis

Pieter Geijl was een vermaarde hoogleraar geschiedenis.


Geschiedenis

‘k Heb in geschiedenis mij thuis gevonden.
Oorlog, verraad, moord, kerker en schavot,
’t was mij volmaakt vertrouwd, en ik schreef vlot
van stumperds die hun tijd niet meer verstonden,

van ballingen, die enkel mokken konden,
of hópen – tot hun vijand’s koele spot.
Mij boeide nooit zozeer ’t persoonlijk lot,
als hoe tijddraden zich vervlochten en ontwonden.

In dat groot weefsel zich een steek te weten,
is troostrijk. ’t Eigen ongeval wordt klein,
wanneer men met die wereldmaat gaat meten.
Bewondering doet angst en pijn vergeten.
Hoe groots ’t patroon! hoe zeker, dat de lijn
die neergaat, straks weer rijzende zal zijn.

P. Geijl (1887-1966)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Arthur de docent

Onderwijskritiek in Siebelink’s Jas van belofte

Door Johan Copier

Leraren in verhalen zijn vaak droevige figuren die nadat ze het aangelegd hebben met een leerling of de vrouw van een collega, ontslagen worden. Dat blijkt uit Meesters van papier, de studie van Ton Bastings over de leraar in de Nederlandse literatuur. Bastings vindt de fictieve docent van Siebelink in Jas van belofte (het boekenweekgeschenk 2019) een verademing: ‘een voorbeeld voor andere docenten’. Is dat ook zo?

Hoofdpersoon Arthur Siebrandi krijgt in de proloog een hersenbloeding en wordt naar het ziekenhuis gebracht. Daarna begint het verhaal over zijn leven. Hij geeft Frans op een middelbare school en droomt ervan docteur és lettres te worden. Het werk aan het proefschrift blijft op zeker moment wat liggen omdat Arthur eigenlijk de stille hoop heeft om als schrijver door te breken. Hij schrijft een verhaal dat gepubliceerd wordt in een damesblad. Het verhaal wordt opgemerkt door een criticus en na de nodige verwikkelingen schrijft hij aan het einde van zijn leven een vuistdikke roman, met de revenuen daarvan koopt hij een Maserati. En met dit voertuig rijdt hij de hemel in. In de epiloog overlijdt onze held aan de hersenbloeding. 

Lees verder >>

Verschenen: Vooys 37.2 ‘Waanzin’ is hier!

Wat kan de literaire verbeelding ons over waanzin vertellen? Deze vraag staat centraal in het zomernummer van Vooys. Deze editie heeft als thema ‘waanzin’ en bevat een aantal artikelen waarin vanuit verschillende (onderzoeks)gebieden gereflecteerd wordt op deze vraag.

Zo bevat het nummer een artikel van hoogleraar moderne geschiedenis Gemma Blok, die een overzicht geeft van het westerse denken over psychiatrie en waanzin aan de hand van de literatuur. Hierna gaat theater- en literatuurwetenschapper Laurens De Vos in op het stilistische verband tussen de literatuur en de waanzinnige taal in het werk van Samuel Beckett. Cultuurwetenschapper Charlotte van der Veen vertrekt vanuit het relatief jonge veld van de Mad Studies en analyseert de autobiografische performance Mental van James Leadbitter, met het oog op de materialiteit van waanzin. Tot slot draagt ook letterkundige Noortje Maranus, tevens hoofdredacteur van Vooys, bij aan deze editie met haar artikel ‘Ik ben niet gek, ik ben een (na)gemaakte gek’. Hierin betoogt ze dat de taalbehandeling van de Vlaamse auteur J.M.H. Berckmans niet als willekeurig of irrelevant moet worden afgedaan, maar in de context van gekte moet worden geplaatst zónder deze te pathologiseren. Zodoende pleit ze voor een stigmavrije benadering van gekte en een meer inclusieve lectuur van outsiderliteratuur.

Lees verder >>

Watersnood-Wilhelmus

Er bestaan tal van varianten van het Wilhelmus. Onlangs is een wel heel bijzondere variant opgedoken: het Watersnood-Wilhelmus uit 1881. Het werd speciaal geschreven voor een groots Watersnoodfeest, dat in het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam werd gehouden. De opbrengsten gingen naar de slachtoffers van de grote overstroming die eind december 1880 grote delen van Brabant en Gelderland onder water zette. Nationale saamhorigheid en liefdadigheid komen in deze versie van het Wilhelmus op unieke wijze samen. Lotte Jensen schreef er een artikel over in Nieuw Letterkundig Magazijn, dat tegenwoordig ook digitaal verschijnt. Je kunt het artikel hier downloaden.

Het Nederlands in het buitenland levert veel voordelen op voor Nederland en Vlaanderen

Economische en culturele meerwaarde van de studie Nederlands in Italië en Polen aangetoond

(Bericht Nederlandse Taalunie)

De docenten en studenten Nederlands in het buitenland leveren Nederland en Vlaanderen veel voordelen en kansen op economisch, diplomatiek en cultureel terrein. Maar in vergelijking met andere Europese landen investeren Nederland en Vlaanderen zeer weinig in het buitenlandse onderwijs in de eigen taal en cultuur. Hierdoor kunnen nieuwe kansen op die terreinen niet worden benut. De trend is bovendien tegengesteld aan die in veel andere landen, waar de investeringen in taal en cultuur juist toenemen. Dat blijkt uit de onderzoeksrapporten Het Nederlands Internationaal (uitgevoerd in Italië en Polen) en Talenbeleid in Europa.

Met het onderzoek naar de internationale positie van het Nederlands is voor het eerst de aanwezigheid van het Nederlands in het buitenland en de kansen die dat oplevert systematisch onderzocht. Enkele feiten en cijfers op een rij:

Lees verder >>