Categorie: geen categorie

Een onderzoek naar linguïstische competenties in de LOT-prijsvraag

Door Marc van Oostendorp

In deze bijdrage willen we ingaan op de vraag wat de mogelijke factoren zijn die veroorzaken dat een proportioneel groot aantal publicaties van neerlandici slechts door een kleine groep belangstellenden gelezen wordt. We richten ons hierbij in de eerste plaats op de volgende in de literatuur nog nauwelijks onderzochte, maar daarom niet minder relevante deelvraag: is het het geval dat een linguïstische opleiding ook een grotere linguïstische competentie tot gevolg heeft? Hierbij is de term ‘competentie’ een technische term die ontleend is aan de theoretische linguïstiek en die daarom voor een breder publiek in eerste instantie een nadere uitleg verdient. Uit de vakliteratuur kunnen we opmaken dat de term verwijst naar de totale hoeveelheid van kennis en vaardigheden, mogelijkerwijs deels onbewust aanwezig, die een mentale representatie heeft gekregen in de geest van de spreker of — zoals in dit concrete geval — van de schrijver. Het is overigens van belang om op te merken dat het hier een zogeheten ‘leenvertaling’ uit het Amerikaans Engels betreft, al kunnen we op deze kwestie niet nader ingaan, vanwege de aan dit artikel toegekende hoeveelheid ruimte.

De hierboven geformuleerde vraag is op dit moment in zoverre actueel en daarom geschikt voor een populariserend betoog, dat de Landelijke Onderzoeksschool Taalkunde (in de wandelgangen ook wel kortweg LOT genoemd) dit jaar voor de derde keer een ‘prijsvraag’ heeft uitgeschreven waarin ze alle onderzoekers die bij deze organisatie zijn aangesloten, opgeroepen heeft om een essay te schrijven dat ‘recent taalkundig onderzoek’ tot thema heeft en dat op een dusdanige manier geschreven zal moeten zijn dat het geschikt mag worden geacht voor een breder publiek, dat wil zeggen een publiek zonder speciale linguïstische training of professionele achtergrond. We mogen veronderstellen dat ook dit jaar weer vele onderzoekers een poging zullen doen de hierboven genoemde prijs in de wacht te slepen, en dat ze hierbij niet zullen schromen hun linguïstische competentie (definitie: zie boven) in te zetten. Lees verder >>

Waar wachten we nog op?

Door Marc van Oostendorp

Om te zien wat de toekomst van de neerlandistiek is, heb ik tijdens de laatste koninginnedag langs de Oudegracht in Utrecht gewandeld. Dat viel niet mee: er waren veel meer mensen op hetzelfde moment langs dezelfde gracht aan het wandelen, al had ik niet de indruk dat die mensen allemaal vooruitgestuwd werden door de vraag wat unbidan we nu.

In het centrum van Utrecht woont en werkt Arjan den Boer. Hij heeft er een appartementje waarin hij naast het aanrecht een groot bureau heeft staan met een snelle computer, een groot beeldscherm, twee luidsprekers en een scanner. Achter dat bureau maakt hij cd-roms en websites voor musea, voor kunsthandelaren en voor archeologische verenigingen. Heel mooi, vind ik het werk van Den Boer: smaakvol vormgegeven en technisch knap. Lees verder >>

Nieuwe woorden

Door Marc van Oostendorp

In Onze Taal wordt sinds enige tijd een discussie gevoerd over de vraag hoe snel de woordenschat van het Nederlands groeit. Vorig jaar schreef Frank Jansen in het blad dat er zestig woorden per dag bij komen. Een paar maanden later schreef Joop van der Horst in het onzetaalboek Taalalmanak dat deze telling overdreven was: volgens hem komt er maar één woord per dag bij. In het laatste nummer van het blad komt Jansen dan weer op de kwestie terug. Volgens hem was zijn schatting eerder te laag dan te hoog.

Een opmerkelijk aspect aan de hele discussie is dat ze zo duidelijk vanachter de leestafel wordt gevoerd. Jansen en Van der Horst `bewijzen’ hun stellingen door nummers van NRC Handelsblad en enkele andere kranten door te nemen, en de woorden die ze vinden te vergelijken met de woorden in gedrukte woordenboeken. Woorden op radio en woorden op televisie tellen niet mee, en de woorden op Internet evenmin. Lees verder >>

Theo Welpen

Door Marc van Oostendorp

Onverhoeds haalde de man die in de trein tegenover me zat het laatste nummer van Nederlandse Taalkunde tevoorschijn. Ik keek nog eens goed: ik wist zeker dat ik deze man nog nooit op de TiN-dag had gezien. Kennelijk had hij in de gaten dat ik hem bespiedde want hij keek op en glimlachte.

‘Het nieuwste nummer van Nederlandse Taalkunde,’ zei ik. ‘Ja’, zei hij. ‘Kent u dat blad?’ Ik legde uit dat ik in een ver verleden wel eens een recensie van een proefschrift bij de redactie van NT had ingeleverd en dat dit stuk nog steeds op publicatie wachtte.

‘Ach,’ zei hij. ‘U bent ook taalkundige. Nu ja. Er staan deze keer mooie stukken in hoor; maar liefst twee artikelen over de /h/ bijvoorbeeld. Dat vindt u misschien vreemd, maar daar smul ik van!’
Nu had ik al gehoord dat er artikelen zouden verschijnen van Trommelen & Zonneveld en Nijen Twilhaar, maar ik had nog niets gezien. ‘Wat schrijven ze?’ vroeg ik. Lees verder >>

De psychologie van de juryvoorzitter

Door Marc van Oostendorp

Om de hoofdprijs van de kerstprijsvraag van Neder-L in de wacht te slepen, is alles geoorloofd. Eén deelnemer had zich er dit jaar op toegelegd de ziel van de maker van de prijsvraag te doorvorsen. Deze deelnemer had mijn eigen webpagina uitvoerig bestudeerd en zo gevonden wat mijn favoriete zoekmachine was, en op welke pagina’s ik mijn favorieten bijhield. `Zeg mij wie de vragen heeft bedacht en ik zal u zeggen wat de antwoorden zijn,’ schreef die deelnemer.
Voor de tweede keer organiseerde ik vorig jaar een Internet-prijsvraag voor neerlandici. Ik stelde 12 vragen; de deelnemers werden geacht de plaats op het net aan te wijzen waar het juiste antwoord te vinden zou zijn.

Vorig jaar waren er drie deelnemers geweest die een min of meer acceptabele verzameling antwoorden hadden ingestuurd. Deze keer dongen vijf lezers van Neder-L mee naar de hoofdprijs.
Inderdaad bleek het wat moeilijker om goede vragen te formuleren dan vorig jaar. Het Internet begint meer structuur te krijgen, en met een combinatie van drie hulpmiddelen bleek vrijwel alles te vinden te zijn (de algemene zoekrobot HotBot, http://www.hotbot.com/; het archief van Neder-L, http://www.neder-l.nl/; en de verzameling koppelingen van Onze Taal, http://www.onzetaal.nl/. Lees verder >>

Kerstprijsvraag 1997

Door Marc van Oostendorp

Vorig jaar organiseerde ik in Neder-L een kleine prijsvraag om uw elektronische geletterdheid te testen. Op het gebied van de neerlandistiek was al veel informatie op Internet te vinden; het leek me aardig om eens te zien in hoeverre de lezers van Neder-L die informatie ook daadwerkelijk konden opsporen.

We zijn nu een jaar verder. Neder-L heeft in dit jaar een eigen website gekregen, die steeds beter bezocht wordt. Ook allerlei andere (private en commerciële) instellingen zijn op het web gekomen. Alleen de overheid (de Taalunie) en de meeste universitaire vakgroepen willen er kennelijk nog steeds niet echt aan. Veel actuele serieuze wetenschappelijke informatie heb ik ook dit jaar niet kunnen vinden op de universitaire servers bij de voorbereiding van de prijsvraag. Lees verder >>

Uit het getto

Door Marc van Oostendorp

Het verzamelde oorspronkelijke werk van Lejzer Zamenhof, negentiende-eeuws oogarts en amateurtaalkundige te Warschau en auteur van de eerste grammatica van het Esperanto, beslaat drie omvangrijke delen. Een briljant schrijver was hij niet, maar ik kan die boeken niet zonder ontroering lezen.

Uiteraard hebben esperantisten in de afgelopen eeuw meerdere biografieën over hun voorganger gepubliceerd, maar helaas zijn deze meestal niet leesbaar, al was het maar vanwege hun hagiografische toon. ‘Ludoviko’ — joden namen in het Russische rijk van die tijd meestal een ‘christelijke’ voornaam aan met dezelfde voorletter als hun echte naam — besteedde zijn hele leven en al zijn energie aan het lot van de mensheid, totdat zijn arme hart het in 1917 begaf omdat hij niet kon aanzien wat zijn broeders en zusters elkaar in Europa allemaal aandeden.

Zo was het natuurlijk niet. Uit zijn eigen brieven blijkt dat hij bij tijd en wijle behoorlijk koppig was, eigenwijs en argwanend, en dat hij niet snel iets uit handen gaf. Zodra er bijvoorbeeld plannen waren om te komen tot een vereniging of een andere organisatiestructuur, begon Zamenhof elke keer zeer uitgebreide plannen en statuten te bedenken. Hij vond dat die plannen altijd in hun geheel moesten worden aangenomen, anders hoefde het voor hem niet meer, maar die plannen waren vaak niet erg praktisch en vooral te hoog gegrepen, omdat ze bijvoorbeeld gebaseerd waren op de gedachte dat er honderdduizenden mensen lid zouden worden. Lees verder >>

Zondagmorgen

Door Marc van Oostendorp

’s Zondags slaapt mijn vrouw uit. Ik maak dan een grote kop koffie verkeerd, smeer een volkorenboterham met kaas, en zet de computer van mijn vrouw aan. Zij is grafisch vormgever met haar bedrijf aan huis en daarom heeft ze zo’n mooi groot beeldscherm, waarop ik zondagmorgen altijd een paar internationale nieuwsbronnen lees. ‘Surfen’ is al een tijdlang niet meer het juiste woord voor wat ik dan doe — ik weet precies welke weblocaties ik opzoek. In plaats daarvan snuffel ik en lees.

Op de weblocatie van de Amerikaanse Library of Congress bijvoorbeeld. Sinds een paar weken is dit een de web-sites die ik steevast bezoek (samen met de goeie ouwe Linguist List en Neder-L natuurlijk). Ik raak er niet uitgekeken. Wat een schat aan informatie.

Je kunt er online op allerlei manieren zoeken in de catalogi van de bibliotheek van het Amerikaanse parlement – waar tientallen miljoenen titels uit de gehele wereld te vinden zijn. Je kunt er bovendien tal van andere naslagwerken naslaan met informatie over onder andere de Amerikaanse overheid, het bibliotheekwezen, auteursrechten over de hele wereld, en veel en veel meer. Lees verder >>

Analytische fonologie

Door Marc van Oostendorp

Nederlanders hebben een onverzadigbare belangstelling voor hun moedertaal. Een andere conclusie valt niet te trekken voor degene die zelfs maar met een schuin oog de Internet-discussiegroep nl.taal volgt. Vooral de fonologie mocht zich de afgelopen weken in een overstelpende belangstelling verheugen, sinds er iemand was die een nieuwe ‘fonologische’ spelling voorstelde. Internet-gebruikers stortten zich naar aanleiding hiervan in een eindeloze discussie over stemhebbendheid, de fonologie versus de fonetiek van diftongen, de representatie van de sjwa en de velare nasaal. Ongeveer alle onderwerpen uit de gemiddelde inleiding in de fonologie kwamen aan de orde, al was het maar omdat Peter-Arno Coppen zich intensief met de discussie bemoeide.

Ik heb het interessante deel van de discussie pas achteraf gelezen. Na een paar dagen vervallen dit soort gedachteuitwisselingen op Internet helaas meestal tot scheldpartijen en voor buitenstaanders onbegrijpelijke onderonsjes. En toen het gesprek nog op niveau was, had ik me een week teruggetrokken van mijn computer, naar een rustige plek met alleen een stapel boeken. Lees verder >>

De eenheid van de neerlandistiek

Door Marc van Oostendorp

Neder-L is een elektronisch tijdschrift voor neerlandici. U leest Neder-L. Bent u neerlandicus?

Bij uitgeverij Vantilt verscheen onlangs een boekje met een lezing van Maarten van den Toorn, waarin deze voor een groep voormalige studenten Nederlands in Nijmegen iets vertelt over verleden, heden en toekomst van de neerlandistiek als vak. Veel mensen zien het somber in voor het heden en al helemaal voor de toekomst, maar volgens Van den Toorn is er eigenlijk ook nauwelijks sprake van een verleden.

Echte ‘allround neerlandici’ als De Vooys, Overdiep en Van Ginneken hadden misschien zelf het gevoel dat hun vak een eenheid was, maar dat gevoel wisten ze op hun studenten niet over te dragen, volgens Van den Toorn. Bij taalkunde werden de teksten bij wijze van spreken alleen bestudeerd om het verschil tussen ‘de vanouds lange a’ en ‘de gerekte a’ duidelijk te maken; omgekeerd werden bij letterkunde de talige aspecten van literair werk veronachtzaamd omdat men ‘voor een groot deel toegespitst [was] op biografische feiten en weetjes.’ Lees verder >>

Hoogwaardige informatie

Door Marc van Oostendorp

Volgens mij heeft Noam Chomsky gelijk. Hij werd onlangs geïnterviewd door het hippe online tijdschrift Hotwired, dat hem vroeg of het Internet betere kansen bood voor echt vrije berichtgeving dan de gedrukte pers, de radio en de televisie. Chomsky vergeleek de situatie waarin het Internet nu verkeert met die waarin de radio was aan het begin van deze eeuw.

Ook de radio werd ooit gekenmerkt door totale anarchie. Iedereen die dat wilde kon zijn eigen zender bouwen, en gaan zenden. Dat was lang niet naar de zin van iedereen: zo rommelig, zo onoverzichtelijk, zo weinig controle. Dus werd een en ander snel gecentraliseerd. In Amerika kwam de macht in handen van een paar grote bedrijven, in Europa van de staat.

Inderdaad zie je op het Internet hetzelfde gebeuren. Lees verder >>

De toekomst van het boek

Door Marc van Oostendorp

Er verschijnen te weinig boeken over de toekomst van het boek. Er verschijnen trouwens ook veel te weinig Web-sites, CD-ROMs, televisieprogramma’s en computerspelletjes die dat onderwerp behandelen. Iemand die geinteresseerd is in boeken en in techniek moet zich voor de bevrediging van zijn leeshonger soms richten tot de vreemdste bronnen. Het kan maanden duren voordat zij weer een verstandig woord tegenkomt.

De meeste schrijvers in The Future of the Book leveren dergelijke verstandige woorden. De redacteur, Geoffrey Nunberg, heeft dan ook de creme de la creme van de humanistische hypertekst-geleerdheid bij elkaar gebracht: Carla Hesse, James J. O’Donnell, Paul Duguid, Geoffrey Nunberg, Regis Debray, Patrick Bazin, Luca Toschi, George Landow, Raffaele Simone, Jay David Bolter en Michael Joyce. Umberto Eco, directeur van het Center for Semiotic and Cognitive Studies van de Universiteit van San Marino dat het congres organiseerde waarvan deze bundel de neerslag is, schreef een nawoord. Lees verder >>

Drie voor twaalf

Door Marc van Oostendorp

De kerstpuzzel van Neder-L heeft drie inzendingen opgeleverd en geen van de drie is geheel foutloos, al zitten ze alle drie wel dicht tegen de foutloosheid aan. Ik stelde in die puzzel twaalf vragen waarop het antwoord op het Internet gevonden kon worden. Die antwoorden moesten dan ook vergezeld gaan van een vindplaats op het Net. Hieronder geef ik de antwoorden die volgens mij de juiste zijn.

1. Welke spelling is volgens het nieuwe Groene Boekje de juiste: bloes of blouse?

Het juiste antwoord luidt: ze zijn allebei goed. Er zijn verschillende elektronische Groene Boekjes op het Net die onvoldoende betrouwbaar blijken. Een deelnemer had in Delft gekeken en daar alleen blouse gevonden. Dat antwoord kon de jury niet goedkeuren. Veel betrouwbaarder blijkt de lijst op http://206.48.177.73:80/spelling/, waar een tweede deelnemer naar verwijst. De derde deelnemer vond het goede antwoord op een andere plaats, bij het Ministerie van OC&W; (http://www.minocw.nl/spelling/voorkeur.htm). Nog een plaats waar het juiste antwoord gevonden had kunnen worden is in het dossier Spelling van de Volkskrant. Lees verder >>

Twee voor twaalf

Door Marc van Oostendorp

Gary Kasparow is een van de wereldkampioenen schaken van dit moment. In zijn vrije tijd is hij daarnaast zakenman en visionnair. Als zakenman heeft hij eerst zijn naam verbonden aan een groot aantal schaakcomputers voor gebruik thuis. Vervolgens nam hij deel aan een tweekamp tegen de beste machine die er op dit moment is en verloor enkele partijen. Dit feit baarde veel opzien in de media en deed vervolgens de revenuen van Kasparows computers stijgen. Toen stond de visionnair Kasparow op en beweerde dat hijzelf de laatste menselijke wereldkampioen zou zijn. Binnen enkele jaren zou hij voorgoed verslagen worden en zou er nooit meer iemand opstaan die het kon winnen van de krachtige rekenaars die in de toekomst kunnen worden ingezet.

Voor mensen valt er dan volgens Kasparow nog weinig lol te beleven aan het schaakspel als topsport. Gelukkig heeft de kampioen ook hier al een oplossing voor bedacht, in de vorm van een nieuw spelletje: de menselijke schakers zouden zich tijdens de wedstrijd kunnen laten assisteren door een computer. De gedachte erachter is dat de combinatie van mens en machine altijd nog sterker zou zijn dan die van een machine alleen: de mens levert de creativiteit, de machine de brute rekenkracht. Lees verder >>

Haymarket

Door Marc van Oostendorp

Tweeëneenhalf jaar geleden was ik voor het laatst te gast aan de Universiteit van Massachusetts. Net als nu woonde ik toen een paar maanden in Northampton. Een van de grootste genoegens werd destijds geboden door de ‘Haymarket’, een tweedehandsboekwinkel waar je ook koffie kon drinken. De sfeer was er op zijn minst informeel: meubilair en servies waren bij een opkoperij bij elkaar geraapt en de boeken waren voor een belangrijk deel marxistisch van inslag. Wie wilde kon de winkel binnenlopen, ergens gaan zitten, een boek van de planken pakken en lezen. Consumptie niet verplicht en als je een boek uit had kon je het ook weer terugzetten. Soms zaten er promovendi de hele dag achter hun laptop, die ze gratis aan het lichtnet konden aansluiten.
 
Helaas is er in die drie jaar een en ander veranderd. De Haymarket is geen boekwinkel meer. Althans, in naam verkoopt men er nog wel boeken, maar het aantal planken is tot het absolute minimum teruggebracht. Wat er staat lijkt weinig verkoopbaar en nodigt in ieder geval uit tot lezen. Nooit, nee nooit heb ik iemand een van die boeken zien pakken. De Haymarket is nu een koffiehuis met een paar boeken als decor.

Lees verder >>

Stylesheets

Door Marc van Oostendorp

Er bestaan geen uitvindingen die de mensheid alleen maar zegeningen hebben gebracht. De computer is een schrijnend voorbeeld. Voor de meeste onderzoekers is het moeilijk zich een werkdag voor te stellen zonder elektronische post, tekstverwerker of SPSS. Maar de introductie van dat apparaat heeft ook zijn duistere zijde. Die noemen wij de stylesheet.

Wie een wetenschappelijke publikatie schrijft of redigeert, krijgt op zekere dag van de uitgever een stapel aan elkaar geniete fotokopieen toegestuurd. Vaak zijn het kopieen van kopieën, grijs, vol donkere vlekken en tikfouten. Wie de moeite neemt ze te ontcijferen wordt getrakteerd op een moedeloos makende lijst instructies aangaande het te gebruiken lettertype, de lettergrootte, de in acht te nemen marges en de juiste manier om kopjes en noten op de pagina te plaatsen. Menig duurbetaald uurtje gaat vervolgens heen met de verwerking van al die instructies, die door een ervaren vormgever of zetter in een handomdraai zouden kunnen worden uitgevoerd. Ziedaar de zegeningen van de vooruitgang. Lees verder >>

Auteursrecht

Door Marc van Oostendorp

Begin tegen een neerlandicus over het Internet en binnen vijf minuten gaat het gesprek alleen nog over het auteursrecht. Je kunt de verbijsterende mogelijkheden van het nieuwe medium voor onderwijs en onderzoek uittellen, de zegeningen van onbeperkte communicatie opsommen zoveel je wilt, binnen een paar minuten roept je gesprekspartner ‘Ja, maar hoe zit dat eigenlijk met het copyright,.
 
Deze bijzondere belangstelling voor juridische kwesties is volgens mij een exclusieve hobby van geesteswetenschappers. Ik werk soms voor commerciële uitgeverijen die net als iedereen op het Wereldwijd Web voor Financiën, Nijverheid, Handel, Kunsten en Wetenschappen willen, maar nooit heb ik daar erg diepgaande discussies gevoerd over de theoretische mogelijkheid dat iemand alles van het Internet kopieert en onder eigen vlag gaat aanbieden. Dat is ook helemaal niet nodig: het auteursrecht werkt op het Internet niet speciaal anders dan elders op de wereld. En dingen van het Net kopiëren is niet gemakkelijker dan een geavanceerde kopieermachine bedienen.
 
Ook in andere wetenschapsgebieden is de angst om bestolen te worden lang niet zo groot. In een vakgebied als de medicijnen wordt bijna alles eerst door de auteurs op het Web geplaatst voordat het eventueel maanden later op papier verschijnt. Daarna moet het er dan – onder druk van de uitgever van het tijdschrift – worden verwijderd. Ondertussen schijnt alles wat echt actueel en van belang is wel on-line te vinden te zijn.

Lees verder >>

De eerste keer

Door Marc van Oostendorp

Bijna vier jaar geleden stuurde Ben Salemans het eerste nummer van Neder-L de wereld in. Aan het Internet viel voor de doorsnee neerlandicus op dat moment nog maar weinig plezier te beleven. Met de elektronische post konden sommigen misschien eens een bericht sturen naar een collega vijfentwintig kilometer verderop, en een enkeling had zelfs een abonnement op een van de Engelstalige verzendlijsten Humanist of Linguist. Maar meer was er niet. In andere takken van wetenschap, zoals de sterrenkunde of de deeltjesfysica, was uitwisseling van ongepubliceerde papers al gemeengoed. De Neerlandistiek en de meeste andere geesteswetenschappen staken daar op zijn zachtst gezegd schraal bij af. Veel geleerden wisten nauwelijks wat het Internet was.

Lees verder >>