Categorie: geen categorie

Uit de Kapellekensbaan

Door Frank Willaert

In de jaren zestig waren mijn vader en ik trouwe kijkers van het televisieprogramma “’t Is maar een woord” op de Vlaamse Televisie. Het ging om een woordspelletje met een vast panel bestaande uit de sportjournalist Piet Theys, de televisiepresentatrice Nora Sneyers, de journalist Gaston Durnez en Louis Paul Boon. “Een gemene vent”, gromde mijn vader, die al wat links was niet bepaald in het hart droeg, telkens wanneer Boon het woord kreeg. Ongetwijfeld had hij Boon een “viezentist” genoemd, als hij hem gelezen had.

Lees verder >>

Ruimte voor eenlingen en tolerantie voor afwijkingen van de sociale norm

Door Marc van Oostendorp

Het hoofdredactioneel commentaar van de NRC naar aanleiding van de dood van Nobelprijswinnaar Martin Veltman (1931-2021) was vrijdag wat lastig te volgen. ‘Aan het front van de wetenschap hoeft niet alles netjes te zijn’. Waar dat gebrek aan netheid nu precies uit bestond, wordt niet heel erg duidelijk. De kernzin lijkt mij: “Want met alle sublieme kwaliteiten van de Nederlandse wetenschapscultuur, zijn ruimte voor eenlingen en tolerantie voor afwijkingen van de sociale norm niet de best ontwikkelde eigenschappen – om het diplomatiek te zeggen.”

Lees verder >>

Tien redenen waarom de taal van Couperus zo interessant is

Door Marten van der Meulen

Het is geen geheim dat ik vaker Couperus lees, noch dat ik me verwonder over zijn taal. Ik schreef eerder al eens over Couperus’ woordgebruik in Het zwevend schaakbord en Boeken der kleine zielenNu was ik in de kerstvakantie in klassieke sferen. Boeken die te lang ongelezen in mijn kast stonden wegwerkend had ik net I, Claudius van Robert Graves gelezen, toen ik besloot om Antieke verhalen. Van goden en keizers, van dichters en hetaeren van Couperus ter hand te nemen (een boek dat ik kreeg als kado voor mijn eindexamen klarinet in 2003! Vervlogen tijden…). Vooral in het eerste verhaal, Adonis, viel me weer van alles op. In de beste blogtraditie maakte ik er vervolgens een listicle van. Wat Ik Las In Couperus Zal Jullie Verbazen!

Lees verder >>

Double Dutch and Beyond

Last year, the Anglo-Netherlands Society of London, to mark its centenary, published North Sea Neighbours, a collection of wide-ranging essays on important aspects of Dutch-British interaction across the sea. In his contribution, Professor Reinier Salverda of University College London (UCL) zooms in on the big and often funny impact that interaction has on each other’s language.

Door Reinier Salverda

In 1992, in the run-up to the Maastricht Treaty, I was contacted at UCL by the BBC’s Pronunciation Unit. They wanted to know how to instruct their newsreaders on the proper way of saying ‘Maastricht’ in Dutch. I explained that it is Maastrícht, with main stress on the second syllable, and this was duly incorporated into the BBC’s Pronunciation Guidelines. Then, along came Dutch prime minister Kok who, at his closing press conference, undid our efforts by saying Máastricht, with main stress on the initial syllable. The rest, as they say, is history, and today, Kok’s English adopted stress pattern is heard everywhere, as in the pronunciation of Àmsterdam instead of Amsterdàm.

Lees verder >>

Cornelis Loots (1764-1834) De Slavenhandel 1814 uit: Gedichten van Cornelis Loots, eerste deel, 1816

Door Rolf den Otter

Een fel, cynisch gedicht gericht tegen de slavenhandel. In 1807 werd in Engeland de slavenhandel verboden. In de Nederlanden gebeurde dit (onder druk van Engeland op Willem I ) toen Nederland van de Franse bezetting werd bevrijd, in 1814. Vandaar ook de lofzang op Brittania in dit gedicht.

Lees verder >>

Rob van Essen leest Rob van Essen

Het verblijf (dag 94)

Rob van Essen (1963) is een schrijver en recensent. Met zijn roman De goede zoon won hij in 2019 de Libris Literatuurprijs. Het verhaal ‘Waar het werkelijk om ging’ staat in de verhalenbundel Een man met goede schoenen (2020). Weblog,

Presentatie, format, productie, vogels en muziek: Michiel van de Weerthof. Het verblijf wordt mede mogelijk gemaakt door de Nederlandse Taalunie.

Amsterdam vs. Rotterdam in de 18e eeuw

Tommie van Wanrooij doet na zijn BA Nederlandse Taal en Cultuur in Nijmegen een onderzoeksmaster Literary Studies. Hij schreef al zijn eerste wetenschappelijke artikel – over twee ‘stroomgedichten’ uit de achttiende-eeuw, waaruit blijkt dat men in Amsterdam zijn eigen centrale positie ook toen al vanzelfsprekend achtte, terwijl men daar in Rotterdam heel anders over dacht.

Nimma! is een serie korte video’s met neerlandici van de Radboud Universiteit. Meer info.

Onno Blom leest Gerard Reve

Het verblijf (92)

Onno Blom (1969) is literair journalist en auteur van onder meer Het litteken van de dood, de biografie van Jan Wolkers. Gerard Reve (1923-2006) debuteerde met De avonden in 1947; het boek zou een cultboek worden. Nog steeds lezen mensen het boek tijdens de laatste tien avonden van ieder jaar. 

Presentatie, format, productie, vogels en muziek: Michiel van de Weerthof. Het verblijf wordt mede mogelijk gemaakt door de Nederlandse Taalunie.

Lezers roddelen in leesclubs

Door Marc van Oostendorp

Er zijn schrijvers die met graagte beweren dat personages in romans natuurlijk geen echte mensen zijn. Ze zijn namelijk gemaakt. Jörgen Apperloo wijdde vorig jaar een goede video aan deze kwestie. Natuurlijk kun je met volhouden dat romanpersonages geen ademhalen, vooral niet nadat wij het boek dicht hebben geslagen, en dat hun gedrag vooral moet voldoen aan wetten van plausibiliteit en niet zozeer aan de willekeur van het dagelijks leven, maar de werkelijkheid is óók dat romanpersonages meer weg hebben van mensen dan van koelkasten. En vooral: van mensen zoals we ze beschrijven in de verhalen die we de hele dag aan elkaar vertellen.

Een nieuw artikel in het wetenschappelijk tijdschrift Poetics werpt aardig licht op die kwestie. De Britse ‘literair taalkundige’ Alexander Laffe onderzocht hoe er in leesclubs over boeken wordt gepraat. Vijf van dergelijke clubs, met verschillende samenstelling, liet hij allemaal praten over hetzelfde boek, The Other Hand van Chris Cleave (ooit vertaald als Kleine bij), en hij bestudeerde hoe die mensen over de personages spraken.

Wat bleek? Ze roddelen.

Lees verder >>

Spiegelei of omelet

Door Freek Van de Velde en Dirk Pijpops

Wie het stuk ‘Nederlandse zinnen worden willekeurig geklutst’ van donderdag op Neerlandistiek heeft gelezen, is misschien het kerstdiner ingegaan met de gedachte dat het niet veel uitmaakt of je (a) of (b) zegt, als je de zin wil aanvullen met ofwel een naamwoordelijke groep (“… maar niet de ober”) of een werkwoord (“… maar niet geslagen”):

  • Sophie heeft vaak de kok beledigd maar niet …
  • Sophie heeft de kok vaak beledigd maar niet …

Zin (b) heet de ‘geklutste’ volgorde. Daar is net een stuk over verschenen van Gert-Jan Schoenmakers in Glossa, en Marc van Oostendorp vat dat in het stuk op Neerlandstiek samen als: “als je gaat onderzoeken hoe niet-taalkundigen met dit soort zinnen omgaan, blijkt dat ze eigenlijk niet zoveel verschil maken.”

Lees verder >>

Over de uitspraak van ‘bondage’

Door Christopher Bergmann

Ik kijk weleens naar Per Seconde Wijzer. Het is een leuke quiz – en ik ben altijd weer benieuwd welke plaats- of persoonsnamen Erik Dijkstra deze keer verkeerd gaat uitspreken. Met de uitspraak van zelfstandig naamwoorden gaat het meestal beter, maar laatst meende ik hem op een rare uitspraak te hebben betrapt. Ik weet niet meer waar de vraag over ging en het doet er ook niet toe, maar één van de woorden die hij voorlas, was bondage (in de betekenis ‘mensen vastbinden met wederzijds goedvinden’). Erik Dijkstra zei [bɔnˈdaːʒə], alsof de spelling bondáázje was. Bondáázje? Volgens mij spreek je het woord in het Nederlands uit alsof je het bóndutsj schrijft – of [ˈbɔndət͜ʃ] in fonetisch schrift.

Lees verder >>

Hoe klonk Johan de Witt? Reconstructie van 17e-eeuws Hollands

Niet iedereen weet dat de historische taalkunde met behulp van fonologische reconstructie en de vroegmoderne grammatica’s vrij nauwkeurig kan bepalen hoe het Nederlands van de zeventiende eeuw geklonken moet hebben. Om de taal en tekst van de zeventiende eeuw dichter bij het grote publiek te brengen, hebben Ineke Huysman (Huygens ING) en Peter-Alexander Kerkhof (Universiteit Leiden) een podcastaflevering gemaakt over het gesproken Nederlands van de zeventiende eeuw aan de hand van het reisjournaal (1645-1647) van de gebroeders de Witt.

In de podcast bespreken zij de tegenstellingen tussen de correspondentietaal van Johan de Witt en de taal van zijn reisaantekeningen, de gekunsteldheid van het geschreven zeventiende-eeuwse Nederlands en hoe wetenschappers desondanks toegang kunnen krijgen tot de alledaagse uitspraak van toen. De podcast is hier te beluisteren. Daarnaast hebben zij een YouTube-filmpje gemaakt waarin een kleine selectie van reisaantekeningen in woord en beeld te volgen zijn.

Ineke Huysman leidt een project over de correspondentie van Johan de Witt en Peter-Alexander Kerkhof doet onderzoek naar middeleeuwse toponymie en de historische fonologie van het Nederlands.

Taal die niet bestaat

Door Marten van der Meulen

Ik lees graag The Guardian. Ik voel me daardoor een beetje een snob, maar ik vind het nou eenmaal een goede krant. De literatuurrecensies gaan over boeken die mij interesseren, en zelfs een artikel over het succes van Maradona wordt gelinkt aan de migratiegeschiedenis van Argentinië. Maar gaat het over taal, dan blijkt The Guardian net zulke beperkte schrijvers te hebben als sommige Nederlandse kranten. Zo wees iemand me onlangs op dit artikel, dat in de zomer verscheen. Het stelt de vraag of irregardless een echt woord is. Die vraag, wat als taal echt is, wat wel of niet bestaat, is volgens mij ontzettend problematisch.


Lees verder >>

‘met lyriek heeft dit niks meer te maken’

Pronomina in de hedendaagse Nederlandse lyriek (5: Geert Buelens, Ofwa)

Door Marc van Oostendorp

De flaptekst van de bundel Ofwa (2020) van Geert Buelens is zelf een gedicht dat niet binnenin is afgedrukt, maar er wel bijhoort – dat om preciezer te zijn uit drie delen bestaat, van elkaar gescheiden door een groen streepje, waarbij ieder van die delen een soort samenvatting geeft van de drie lange gedichten waaruit de bundel bestaat.

Lees verder >>

Het zwarte Afrikaans van Namibië emancipeert zich

Schematische weergave waar in de mond zwarte (C), gekleurde (B) en witte (A) sprekers van het Afrikaans in Namibië hun klinkers maken. Afbeelding uit het besproken artikel.,

Door Marc van Oostendorp

Het Afrikaans is geen officiële taal meer in Namibië sinds het land dertig jaar geleden onafhankelijk werd van Zuid-Afrika. Die rol wordt tegenwoordig vervuld door het Engels. Toch speelt de taal nog een belangrijke rol in het dagelijks leven, als een lingua franca. En wat blijkt: langzaam ontwikkelt zich, in ieder geval onder de zwarte bevolking van Namibië, een eigen variëteit van de taal. De witte Namibiërs spreken nog ongeveer zoals de mensen in Zuid-Afrika, maar het zwarte Namibisch Afrikaans gaat langzaam een eigen weg op.

Lees verder >>

Gerrit Komrij-prijs 2020

Door Bas Jongenelen

De Gerrit Komrij-prijs 2020 gaat naar de samenstellers van Het excellente kookboek van doctor Carolus Battus uit 1593. Deze uitgave van het excellente kookboek uit 1593 is werkelijk prachtig. Het water loopt je in de mond als je het boek doorbladert, maar de recepten komen pas echt tot leven als je ermee aan de slag gaat in je eigen keuken.

Het excellente kookboek van doctor Carolus Battus uit 1593 heeft een informatieve inleiding, een fotografische weergave van het oude kookboek, een vertaling van de recepten in modern Nederlands, een verklarende woordenlijst en een hoofdstuk waarin een aantal recepten beschikbaar zijn gemaakt voor de hedendaagse keuken. Daarnaast is het boek gevuld met prachtige afbeeldingen: reproducties van schilderijen uit de zestiende eeuw, maar ook foto’s van keukengerei uit die tijd en foto’s van op zestiende-eeuwse wijze gedekte tafels.

Christianne Muusers en Marleen Willebrands staan op de omslag vermeld als samenstellers. Zij krijgen de dus de medaille overhandigd, maar eigenlijk gaat de Gerrit Komrij-prijs naar het hele team rondom Het excellente kookboek. Deze uitgave is echt een voorbeeld van hoe oude teksten in onze tijd tot leven gebracht kunnen worden.

In 2012 is de Gerrit Komrij-prijs opgericht om de popularisatie van de oude letteren te eren. Komrij was gek op oude literatuur en hij heeft veel gedaan deze onder de mensen te brengen. De Gerrit Komrij-prijs gaat naar die persoon (of instantie) die het best / leukst / origineelst / etceterast de oudere literatuur over het voetlicht weet te krijgen.

Vorige winnaars van de Gerrit Komrij-prijs:

2012: Ingrid Biesheuvel
2013: Rick Honings en Peter van Zonneveld
2014: Annemiek Houben
2015: Odilia Beck
2016: Elvis Peeters
2017: www.schrijverskabinet.nl.
2018: René van Stipriaan
2019: Sander Bink