Categorie: taalkunde

Wij en de buitenstaander

Heeft u een idee waarom we ‘we’ zeggen?’ vroeg de journaliste Nicole Carlier me het afgelopen weekeinde. Ze schreef er ook een leuke blogpost over (haar weblog is sowieso heel prettig om te lezen):

Ik hoor mijzelf vaak iets tegen mijn zoon zeggen als: ‘Gaan we lekker even in bad?’. Terwijl hij dan de enige is die in bad gaat. Ik help wel, maar ik ga er niet in zitten.

Er zijn van die andere verwisselingen. De beroemdste is je zeggen in plaats van ik of eventueel we, een verschijnsel dat wel voetballers-je genoemd wordt (‘dan heb je net gescoord en dan doe je zonder erbij na te denken je shirt uit’) – al hebben we het de afgelopen dagen ook vaak kunnen horen uit de mond van de vorige week overleden Gerrit Komrij, die het zelfs in gedichten gebruikte:

Vanmiddag gaf je je kat een kopje en likte haar
Staart schoon, toen ze plotseling naar je opkeek
Zoals je daar op je knieën zat, en merkbaar
Aangedaan zei ze: ‘Jongen, wat zie je bleek.’

Wat is hier aan de hand?
Lees verder >>

6de Dag van de Nederlandse Zinsbouw

Datum: vrijdag 23 november 2012
Locatie: Universiteit Antwerpen, Klooster Grauwzusters, Lange St.-Annastraat 7, Antwerpen
De Dag van de Nederlandse Zinsbouw is een jaarlijkse workshop waar taalkundigen vanuit verschillende achtergronden (disciplines, theorieën) in debat gaan over prominente thema’s die betrekking hebben op de zinsbouw van het Nederlands. In deze zesde editie (DNZ 6) komen drie thema’s aan bod die steeds vanuit verschillende theoretische kaders bekeken worden om zo een indruk te krijgen van de overeenkomsten en verschillen.

Lees verder >>

Het het dat regent

Af en toe schrijft Hans me een mailtje. Hij geeft Nederlandse les aan een paar Japanners en Pakistanen die soms zomaar met de wonderlijkste puzzels komen. Die schrijft Hans dan op:

[1] De kans is groot om te regenen

Dat is niet goed. Waarom niet?
Immers, wel goed is de tweelingzin:

[2] De kans is groot om te slagen.

Terwijl beide wel tweelingen zijn in:

[3] De kans is groot dat het regent.
[4] De kans is groot dat hij slaagt.

Tja, inderdaad, daar zit je dan, als goedwillende Japanner of Pakistaan. Lees verder >>

Ben gebiedend

Ben de eerste om een vraag te stellen‘. Zo’n rare gebiedende wijs, dat vond een vriend van me deze week echt iets voor mij. Via de e-mail stuurde hij me het bovenstaande plaatje. En er is inderdaad iets mee, met die gebiedende wijs van zijn. ‘Wees de eerste…’ zou het moeten luiden volgens de schoolmeesters, maar dat klinkt ook mij een beetje plechtig in de oren. Daar moet dus iets anders voor gevonden worden.
Maar waarom ben? Dat ben ik eens gaan uitzoeken. Lees verder >>

Zoniet

“Wij worden bij de verkiezingen op 12 september de grootste partij”, zei Geert Wilders dit weekeinde, “zoniet een van de grootste.”

Dat vond ik een opvallende uitspraak, in ieder geval naar de vorm. Ik zou zelf zeggen “Wij worden een van de grootste partijen, zoniet de grootste”. Zoniet X betekent voor mij in dit geval ‘als X dan niet het geval mocht zijn’. Als iemand zegt ‘Y, zoniet X’, begrijp ik dat als: X is groter dan Y. Bij Wilders is dat andersom.

Een google-actie bevestigt dat. Zoeken op “zo niet een van de grootste” levert vooral allerlei artikelen op over Wilders, maar ook vindplaatsen als:

– Het dorp werd opgebouwd en is een van de grotere, zo niet een van de grootste, badplaatsen geworden. (GsTravel.nl)

Hier is ‘één van de grootste’ dus de overtreffende trap van ‘de grotere’.

De constructie waaraan ik de voorkeur zou geven komt ook veel vaker voor op het internet: Lees verder >>

Er is de bordewisser

Het nieuwe nummer van Nederlandse Taalkunde (2012-1) paste bijna niet in de brievenbus en staat weer boordevol van alles waarvan wij op de NederL-burelen smullen, zoals een artikel waarin Henk Verkuyl laat zien dat niemand het Nederlandse systeem van werkwoordstijden beter begrepen heeft dan L.A. te Winkel in een artikel uit 1857 en een onderzoek van Evie Coussé en Albert Oosterhof naar voltooid deelwoorden die gebruikt worden als bevel (opgerot! ingerukt! niet getreurd!). Maar het meest hebben we gesmuld van een artikel van Frank Drijkoningen over een nieuw verschil tussen onbepaalde en bepaalde lidwoorden. Lees verder >>

Of het nou hij is.

Waarom zijn Litouwers Europees kampioen doorfluisteren? En hebben Italianen zoveel woorden om vrouwen te verkleinen, liefkozen en minachten? Hoe zet je een nies op papier? Het zijn maar een paar van de vele, vele vragen die Gaston Dorren beantwoordt in zijn verukkelijke boek Taaltoerisme. Feiten en verhalen over 53 Europese talen.

Het is een vrolijk boek geworden, in zekere zin vooral een verzameling columns van iemand die verzot is op taal en op talen (of twee iemanden, want de Leidse taalkundige Jenny Audring heeft ook een paar hoofdstukken geschreven), een boek dat je cadeau kunt doen aan mensen die ook zo verzot zijn. Of beter: aan mensen van wie je hoopt dat ze zo verzot worden, want dat wordt een mens zeker door de aanstekelijke stijl van dit boek.

Lees verder >>

‘Zijn koffie zwart drinken’ is dubbelzinnig

Jan-Wouter Zwart denkt dat de zinsbouw van menselijke taal heel eenvoudig in elkaar zit. Dat is vermoedelijk de reden waarom het interview in NRC Handelsblad afgelopen zaterdag geen eenvoudige lectuur was. Een simpel idee kan in zijn uitwerking heel ingewikkeld zijn.

Het is overigens wel een prettig stuk om te lezen, vind ik, al is het maar omdat er eens wordt afgerekend met het eeuwige idee in de wetenschapsjournalistiek dat er een gigantische strijd aan de gang is tussen mensen die denken dat taal aangeboren is en mensen die denken dat dit niet zo is. Zwart legt overtuigend uit dat die filosofische kwestie er voor het handwerk van de grammaticus nauwelijks toe doet.

Waarom is het artikel dan ingewikkeld? Lees verder >>