Categorie: taalkunde

The ethics of using a foreign language

Door Marc van Oostendorp

While discussing online the odd claim currently going around in the Dutch press that we should be ‘against English’, and in particular the claim that ‘one becomes less ethical for speaking English’, somebody pointed me to this fairly recent paper by a group of economists. aiming to show just that: Rotterdam students, native speakers of Dutch, would be less willing to be generous and share in an experiment when they were speaking English than a similar group of students speaking Dutch.

Lees verder >>

Marokkaanse markeerders in straattaal

Door Khalid Mourigh

Volgens René Appel was in 1999 het Sranan Tongo zo dominant in straattaal omdat Surinaams Nederlandse jongeren de populaire cultuur domineerden. Hun kledingstijl, hun haarstijl, hun raps én hun manier van praten domineerden de scene. Inmiddels is daar enige verandering in gekomen en moeten Surinaams Nederlandse jongeren het podium delen met vooral Marokkaanse Nederlanders. En dat is eigenlijk wel vreemd. Zijn zij immers niet regelmatig het onderwerp van negatief nieuws?

Lees verder >>

Wie komt hun of hen te hulp?

Door Ton van der Wouden

Het Nederlands heeft al eeuwen geen derde naamval (datief) meer. Dat heeft de architecten van onze standaardtaal er in de zeventiende eeuw evenwel niet van weerhouden om een onderscheid te construeren tussen hem (4e naamval enkelvoud mannelijk) en hom (3e), en tussen hen (4e meervoud) en hun (3e). Hom heeft het niet gered, maar het opgelegde verschil tussen hun (indirect object) en hen (direct object en na voorzetsels) bestaat tot op de dag van vandaag. Niemand maakt spontaan het onderscheid, maar het heeft zich gaandeweg ontwikkeld tot een sociale markeerder die je kunt gebruiken om te laten merken dat je niet van de straat bent. Onze middelbare scholen zijn de erfgoedinstellingen die deze folklore bewaren en haar doorgeven aan de volgende generaties.

Lees verder >>

Against meningen over het English

Door Marten van der Meulen

Veel mensen maken zich druk over verengelsing van de Nederlandse taal en samenleving. Er is nauwelijks een zelfrespecterend taaladviesboek of het bevat geen stukje over te mijden anglicismen. Ook in kranten en andere media staan met enige regelmaat opinieartikelen, waarbij de focus vaak ligt op het hoger onderwijs. Dat domein is ook het primaire doelwit van het nieuwe boek Against English. Pleidooi voor het Nederlands (samenstelling Lotte Jensen, Niek Pas, Daniël Rovers, Koen van Gulik). Deze bundel bevat bijdragen van een aantal auteurs met verschillende achtergronden, die allemaal vanuit eigen perspectief proberen lezers te overtuigen van het kwaad dat Engels heet. Slaagt het boek in deze missie? Het lijkt me sterk. Jammer genoeg bevat het weinig nieuwe inzichten, staat bol van het alarmisme en ontbeert vooral vrijwel iedere taalkundige onderbouwing.

Lees verder >>

Gelaat, gebaar en klankexpressie

Neerlandistiek van 100 jaar geleden

Door Marc van Oostendorp

“Wat zou de wetenschap spoedig een hooge vlucht nemen als wij eris een genie zagen opstaan, dat weer eens alle vakken samen beheerschte met zijn éénig denkhoofd!” Er is maar één persoon in de geschiedenis van de neerlandistiek geweest die zulke zinnen kon schrijven: de Nijmeegse hoogleraar Jac. van Ginneken (1877-1945).

Lees verder >>

als je weet waar ik ben zoek me dan

In memoriam Wim Klooster (1935-2019)

Door Guido Leerdam

Op 15 september overleed Wim Klooster, emeritus hoogleraar Nederlandse taalkunde aan de Universiteit van Amsterdam, op 84-jarige leeftijd, na een kort ziekbed. In de verschillende obits zijn kwalificaties te lezen als “beminnelijk”, “bedachtzaam” (toen hij tijdens college eens – naar de smaak van het gehoor te – lang peinsde over een vraag werd even overwogen of er niet een dokter gebeld moest worden), “taalbeschouwelijk”, en ze zouden met gemak kunnen worden aangevuld met andere, als subtilist, taalmethodist, en het objectiefst: generativist (al zou dat toen, maar ook nu, aan hem de nodige op aarzelende toon uitgesproken tenminste’s en nota bene’s hebben ontlokt).

Lees verder >>

Kutlul

Door Marc van Oostendorp

Kutlul staat nog niet in Van Dale, hoewel het vrij regelmatig gebruikt wordt. Misschien wordt het beschouwd als een doorzichtige combinatie van kut en lul, die allebei wel in het woordenboek staan, maar dat kan toch ook niet helemaal het antwoord zijn, want kankerhoer heeft bijvoorbeeld wel een apart lemma (‘vul­gair scheld­woord waar­mee die­pe ver­ach­ting je­gens een vrouw wordt uit­ge­drukt’). Bovendien: waarom zeg je wel kutlul maar niet lulkut?

Lees verder >>

Hoe kun je iemand verstaan in een drukke kroeg?

Stel je staat in een drukke kroeg en je wilt iemand aan de andere kant van de bar vragen of hij een drankje wil. Door de muziek en het rumoer ben je natuurlijk totaal niet te verstaan. En tóch begrijpt die persoon wat jij bedoelt. Linda Drijvers (Radboud Universiteit) vertelt in dit college hoe onze hersenen in dit soort situaties al hun krachten bundelen om zo verschillende waarnemingen aan elkaar te kunnen koppelen.

(Bekijk deze video op YouTube)

Praten ouders écht minder met hun kinderen door smartphones?

Taalkundige factcheck

Door Sterre Leufkens

Een levende taal gaat met zijn tijd mee. Het is dan ook geen gekke gedachte dat het Nederlands (en ons gebruik daarvan) verandert als gevolg van nieuwe technologie, zoals de smartphone. Vorige week was er opeens een golfje nieuws over dat thema. In berichten in o.a. het Parool en Metronieuws werd verslag gedaan van onderzoek waaruit zou blijken dat ouders tegenwoordig zó afgeleid zijn door hun smartphone dat ze minder met hun kinderen praten, met uiteraard allerlei rampzaligs tot gevolg.

Lees verder >>

Te verschijnen: Marc Kregting, Zilverlingen. Taal over taal

‘Oorspronkelijk wilde ik ridder worden of tuinarchitect’, herinnert Marc Kregting zich. Maar dat was voordat in 1994 zijn debuutboek De gezel verscheen. Kreeg hij toen een vak of een identiteit? Vijfentwintig jaar later maakt Kregting de som op in Zilverlingen – een onbeschaamd geretoucheerde keuze uit zijn columns en notities over taal.

Lees verder >>

Zijn natuurlijke talen groter dan verzamelingen?

Door K.P. Hart

Dit is de vierde in een korte serie blogposts naar aanleiding van een discussie op twitter over dit stuk op Neerlandistiek van Marc van Oostendorp dat zelf weer een reactie op dit artikel van Paul Postal was. In de eerste post kwalificeerde ik een opmerking uit het stuk van Postal als lariekoek. Daar gaat deze post over. Lees verder >>

Marokkanen assimileren wel, maar anders

Door Khalid Mourigh

Eerder schreef ik dat de meeste woorden in straattaal uit het Sranan Tongo afkomstig zijn; waggie ‘auto’, mattie ‘vriend’,  os(so) ‘huis’ en torrie ‘verhaal’ zijn voor grootstedelijke jongeren inmiddels net zo Hollands als stroopwafels en kaas. Het lexicon is ook het eerste waar mensen aan denken bij straattaal. Toch vormt het gebruik van ‘vreemde’ woorden maar een deel van het verhaal. Lees verder >>

Ik jouisseer vreemde Franse woorden

Door Marten van der Meulen

Onze taal stikt van de vreemde woorden. Schattingen over de aanwezigheid van woorden van niet-Oergermaanse origine in het lexicon van het Nederlands schommelen rond de 75%. Van veel van deze woorden weten we al lang niet meer dat het om importwoorden gaat. Wie weet nog dat kelder uit het Latijn komt, of bus uit het Engels? Andere importwoorden herkennen we onmiddelijk, omdat hun woordbeeld bijvoorbeeld vreemd is. Denk aan quinoa, sriracha of  phoDit idee gaat ook op voor Franse woorden. Op mij komen die al snel enorm exotisch over, zoals ik al een aantal keer eerder schreef. Nu kwam ik laatst weer een zooitje tegen, waar ik enorm van jouisseerde, en dat ik jullie dus ook niet wil onthouden. Lees verder >>

A recently-discovered translation from Dutch to Siraya

Door Christopher Joby

It’s not often in one’s career that one comes across a book or manuscript that has lain ‘hidden’ for several hundred years, but by chance this happened to me recently. In Amsterdam in 1661, the Dutch missionary Daniël Gravius published a volume comprising his translations of the Gospels of St. Matthew and St. John in the Formosan language, Siraya, a member of the broader Austronesian family of languages. Until recently, it was thought that only the translation of the Gospel of St. Matthew had survived. However, I recently identified a copy of the 1661 publication which contains both Gospel translations. The Gospel of St. John differs from that of St. Matthew in several respects and will therefore allow scholars in this field to increase their knowledge of this language, which became extinct in the nineteenth century. Hopefully, it will also add to our knowledge of the history of Austronesian or Formosan languages in Taiwan and Austronesian languages more generally.

Lees verder >>

Streektaal kun je leren!

Bestuur Stichting Nederlandse Dialecten

Op 11 oktober jl. vond de streektaalconferentie van de Stichting Nederlandse Dialecten plaats in Mechelen (B.). Het thema, streektaal kun je leren, draait om vragen zoals: 

  • Als je dialect wilt leren als volwassene, waar kun je dat dan doen? 
  • Hoe belangrijk is streektaal voor anderstaligen zoals nieuwkomers? 
  • Waarom zingen niet-dialectsprekers toch in het dialect? 
Lees verder >>

Tav jij hem? Verlan in Nederland

Door Khalid Mourigh

Alweer twintig jaar geleden schreef René Appel het eerste wetenschappelijke artikel over straattaal waarin hij een aantal veelgebruikte woorden signaleerde, zoals doekoe ‘geld’, loesoe ‘weg’, chick(ie) ‘meisje’, osso ‘huis’, faja ‘erg/vies’, kill ‘jongen’, fatoe ‘grapje’, tata ‘nederlander’. Veel van die woorden zijn inmiddels gemeengoed geworden en sommige, zoals fittie, hebben zelfs Van Dale gehaald:

Lees verder >>

Hoe de fuk

Door Ton van der Wouden

Waarschuwing: wie niet gediend is van schuttingtaal, moet nu ophouden met lezen.

Onlangs ving ik een flard van een gesprek op tussen twee Leidse studentes – ik neem aan dat de AVG toelaat dat ik hierover rapporteer. Wat mij met name opviel was de volgende uiting (mijn spelling, en de leestekens heb ik er vanzelfsprekend bij verzonnen, mensen spreken die zelden uit):

  • En dan denk ik van: “hoe de fuk ga je dat doen”?
Lees verder >>