Categorie: taalkunde

Kijkende naar de toost van de koning

Constructies met houden/krijgen en een tegenwoordig deelwoord

Door Maarten Bogaards

Ter afsluiting van de eerste (en hopelijk gelijk laatste) Koningsdag die via computerschermen moest worden gevierd, bracht koning Willem Alexander een toost uit op ‘iedereen die Nederland op dit bijzondere, bizarre moment draaiende houdt’. Een gepast sentiment dat ook nog eens op een interessante manier is geformuleerd, namelijk met een tegenwoordig deelwoord: draaiende. Een tegenwoordig deelwoord krijg je door aan een infinitief (draaien) de uitgang –d (draaiend) of -de (draaiende) toe te voegen. In de toost van de koning heeft het deelwoord de langere uitgang en is het niet-attributief gebruikt (daarover zo direct meer). Normaal gesproken doet dat wat ouderwets en plechtig aan: ‘Kijkende naar de toost van de koning at ik een oranjetompoes’, om dat niet-ironisch te kunnen zeggen moet je minstens honderd jaar oud zijn. Toch voelt de formulering van de koning niet alsof die onder drie lagen stof vandaan is gehaald. Hoe kan dat?

Lees verder >>

Taalkundig onderzoek: genetisch experimenteren op de vleermuis

Door Leonie Cornips

Deze week verscheen een persbericht dat onderzoekers van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen en de Ludwig Maximilian Universiteit in München gevonden hebben dat volwassen vleermuizen hun sociale geluiden kunnen veranderen door geluiden in het laboratorium na te bootsen. De onderzoeksvraag die in dit persbericht centraal staat is of andere zoogdieren dan mensen geluiden kunnen leren door imitatie? Maar is deze onderzoeksvraag wel urgent genoeg om intrusief dierproef-onderzoek te rechtvaardigen? Ik stel als taalkundige en academica inderdaad ethische vraagtekens bij de methoden die met dieren uitgevoerd worden en vooral door taalkundigen. Lees verder >>

‘Wè sin-se toen-se dè saag?’ – Een spook-T in de Langstraatdialecten

Door Yoïn van Spijk

Deze video gaat over een sandhiverschijnsel in de Midden-Brabantse Langstraatdialecten: sandhiverscherping. Door [t]’s die niet aan de oppervlakte worden gerealiseerd, worden stemhebbende medeklinkers verscherpt op de woordgrens. In bepaalde contexten heeft dat tot gevolg dat er een naamvalsonderscheid kan worden uitgedrukt. Het verschijnsel wordt geïllustreerd met audiovoorbeelden van authentieke dialectsprekers.

Lees verder >>

Accentverschuiving als blijk van taalvaardigheid

Door Ad Welschen

Gisteren, op een ongewone Koningsdag, ging het in het radioprogramma Spraakmakers  over onze nationale identiteit. Als spraakmakende gast was Lotte Jensen aanwezig. Zij is Deense van geboorte, maar is buitengewoon taalvaardig in het Nederlands, een voorbeeld van perfecte tweetaligheid, volmaakt accentloos en vloeiender dan menig hoog opgeleide  Nederlandstalige -van-huis-uit.  Ze doet in dit opzicht niet onder voor iemand als Eva Jinek, al zijn beider communicatieve kwaliteiten verder misschien niet geheel vergelijkbaar. Ook in haar woordkeus is Lotte voorbeeldig. De stoplap ‘eigenlijk’ kwam in haar bijdrage welgeteld  maar één keer voor, terwijl dit bij een BN-er als Ajax-prominent Edwin van der Sar minimaal één keer in elke mondeling geproduceerde zin is. Als particulier strooiwoord gebruikt Lotte alleen de krachtige bevestiging  ‘’Absoluut!’’, maar dat kan nauwelijks storend genoemd worden. 

Lees verder >>

Fietsen, doorheen, in elkaar, binnen, van tafel: dwarsig au contraire

Door Siemon Reker

Nederland is vooralsnog hét land van fietsen maar dat kan door corona veranderen. De NRC schrijft dat Milaan gebruik makend van de omstandigheden versneld fietspaden aan gaat leggen, in Australië zijn fietsen het nieuwe toiletpapier meldt The Guardian – iedereen down under net als wij op de fiets.

Lees verder >>

Drie stukjes in ‘speelgoeddoos’

Nene leert Nederlands

Door Marc van Oostendorp

Nene is zes jaar en inmiddels ongeveer een jaar in Nederland. Ze spreekt alleen nog maar Nederlands, ook als ze alleen speelt, tegen haar poppen. Ze verstaat trouwen ook behoorlijk veel Italiaans, want dat spreekt haar moeder vaak tegen haar. De laatste tijd vindt ze het leuk om bij het kwartiertje tv-kijken voor het slapengaan vertrouwde kinderprogramma’s op Netflix ook te bekijken in heel andere talen, zoals français of Deutsch.

Die laatste tijd zitten we natuurlijk opgesloten, net als iedereen. De hele scholing ligt nu ook in onze handen, van de juf van groep 2b krijgen we om de paar dagen nieuw materiaal en we hakken ons daar een pad door.

Lees verder >>

This or That?!

Voorbeeld van een ingevulde Dit of dat!?

Door Kristel Doreleijers

In tijden van corona bedenken mensen creatieve oplossingen om met elkaar in contact te komen. Ellebooggroeten en voetkussen werden door de aangescherpte maatregelen al snel ingeruild voor afstandsgroeten, maar die brachten niet voldoende soelaas. Zodoende zijn de raamvisite (‘raamdez-vous’), de balconversatie, het coronaconcert en de datrelatie (‘drinking apart together’) nu aan de orde van de dag. Mensen organiseren afstandsetentjes, quarantainequizjes, straatbingo’s of gaan gezellig Whatsaperitieven (zie het coronawoordenboek). Ook op sociale media zie je vanuit bijvoorbeeld kledingwinkels of horecaondernemingen veel inspanningen om klanten te binden nu bezoek slechts gedeeltelijk of helemaal niet mogelijk is. 

Lees verder >>

Je kunt vleermuizen een toontje lager laten zingen

(Persbericht Max Planck Institut für Psycholinguistik)

Mensen leren spreken door spraakgeluiden na te bootsen. Zijn er andere zoogdieren die geluiden kunnen leren door imitatie? Onderzoekers van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek en de Ludwig Maximilian Universiteit in München lieten zien dat volwassen vleermuizen hun sociale geluiden kunnen veranderen door geluiden in het lab na te bootsen. Kennis over vocaal leren in vleermuizen is belangrijk om meer inzicht te krijgen in de genetische en biologische basis van menselijke gesproken taal.

Lees verder >>

Klemtonen

Quarantainecollege Fonologie (deel 7)

Door Marc van Oostendorp

In heel veel talen van de wereld – zoals het Nederlands – is één lettergreep in het woord gemiddeld wat langer, hoger en misschien luider dan de andere: de beklemtoonde lettergreep. Welke lettergreep dat is, verschilt per taal: soms de eerste, soms de een na laatste, soms de laatste. Bij nadere analyse blijkt er een betrekkelijk kleine hoeveelheid parameters te zijn die samen de ogenschijnlijk grote variatie in klemtoonsystemen tussen talen in de wereld inzichtelijk kan maken. Maar waar past het Nederlands in die typologie?

(Bekijk deze video op YouTube)

Het woord in het Utrechts

Door Marc van Oostendorp

Een gastcollege dat ik op 20 april 2020 hield voor studenten van de Universiteit van Amsterdam. Ik houd dit college ieder jaar, naar aanleiding van een heel oud artikel van me. Het behandelt de fonologische structuur van het woord, voor in het Nederlands en de Nederlandse dialecten, met een ere plaats voor het dialect van de stad Utrecht.

(Bekijk deze video op YouTube)

Leerboek Historische grammatica deel 2

Door Cor van Bree

In 2016 voltooide ik de tweede geheel omgewerkte en ook uitgebreide uitgave van mijn in 1977 verschenen Leerboek voor de historische grammatica van het Nederlands. Deze uitgave bleef beperkt tot de inleidende hoofdstukken en de klankleer. Intussen ben ik gereed gekomen met de hoofdstukken over de geschiedenis van de flexie; een hoofdstuk over de woordvorming, die in de eerste uitgave ontbrak, is hieraan toegevoegd. Samen vormen ze deel 2. Sinds kort staat dit deel nu, met “open access”, op het internet (Repositorium Universiteitsbibliotheek Leiden). Graag beveel ik dit tweede deel in de belangstelling van de lezers van Neerlandistiek aan. Voor de bekende op- en aanmerkingen houd ik mij uiteraard graag aanbevolen, zeker bij het hoofdstuk over de woordvorming. Wat dit onderwerp betreft is er nog veel dat om nader onderzoek vraagt. Ik hoop dat wat ik geschreven heb, daartoe aanleiding kan zijn. 

Nogal klontjes: een huiselijke manier van zeggen in de Tweede Kamer

Door Siemon Reker

Was het op 22 oktober 1968 de eerste maal dat er op deze manier in het Nederlands gesproken is in de Tweede Kamer? Minister Schut van Volkshuisvesting antwoordde op wat hem – en werkelijk allerkeurigst – door PvdA-Kamerlid Ed Berg was voorgelegd: “Excellentie, u verwijst naar datgene, wat is gezegd door de geachte afgevaardigden de heren Andriessen en Van den Doel, die ook vragen hebben gesteld. Betekent uw verwijzing, dat u deze vragen in beginsel positief beantwoordt?”

Lees verder >>

Koeientaal

Door Leonie Cornips

Voor me ligt de vierde druk (2019) van Dierentalen geschreven door Eva Meijer. De titel is intrigerend, want kunnen we van dierentalen spreken? Taalkundigen gaan er vanzelfsprekend van uit dat taal uniek is aan de menselijke soort. Dieren communiceren ‘slechts’. Maar mensen zijn natuurlijk ook dieren. Eva Meijer is filosofe en stelt intrigerende vragen waarmee ze taalkundigen uitdaagt: ‘Kunnen we communicatie van andere dieren dan mensen taal noemen? Kunnen we met andere dieren praten, en hoe dan? Is de taal van de mens speciaal, of zijn alle talen speciaal? Wat is taal eigenlijk?’ Lees verder >>

Lettergrepen in het Nederlands en andere talen

Quarantainecollege fonologie – college 6

Er zijn allerlei bewijzen dat mensen klanken in hun hoofd organiseren in lettergrepen, ook (of juist) als ze niet kunnen lezen of schrijven. Wat zijn die bewijzen? En hoe zitten de lettergrepen van het Nederlands in elkaar? Er blijkt allerlei structuur in aan te wijzen, laat Marc van Oostendorp zien in dit zesde college in de reeks fonologie.

(Bekijk deze video op YouTube)

Twee woorden, negen letters: één taalgemeenschap, twee antwoorden

Door Sterre Leufkens

Wie net als ik veel quarantainetijd op sociale media doorbrengt heeft ‘m vast langs zien komen: de burgerlijkheidstest. Hilariteit alom, om deurmatten en een kaasschaaf als taartschep, maar de vraag die in mijn tijdlijn de meeste reacties opriep was deze:

Twee woorden, negen letters: …???

Wat is daarop úw antwoord, lezer? De antwoorden die ik kreeg op mijn twitter-poll laten iets superinteressants zien: dat we in de hypergeglobaliseerde, voortdurend verbonden, sociaal kleffe anderhalvecentimetersamenleving van een paar weken geleden minder vernetwerkt zijn dan we misschien wel dachten.

Lees verder >>

Een beetje anders zitten te doen

Door Marc van Oostendorp

Aan de constructie Wij lopen te lopen moet ieder zichzelf respecterend online tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde op gezette tijden aandacht besteden. Neerlandistiek deed dat bijvoorbeeld hier, hier en hier. Nu het respectabele Journal of Linguistics ook online is, konden zij natuurlijk niet achterblijven. Onlangs publiceerde het dit artikel waarin een groep Antwerpse onderzoekers zich over de constructie buigt.

Lees verder >>

Papa, daddy en zo veel varianten meer.

Door Siemon Reker

A.A. Milne (1882-1956) schreef Winnie the Pooh voor zijn zoon Christopher Robin. Als Christopher Robin in een Nederlands milieu was opgegroeid, hoe zou hij zijn vader dan hebben aangesproken? In Engeland is dad of daddy de gangbaarste variant, een uitspraak uit de kindermond die probeerde iets als “father” te zeggen. Dat is hetzelfde als wat we met voornamen in enkele eerdere afleveringen hebben gezien. Is in Nederland op een parallelle manier van vader naar papa of pap of pappie te redeneren? Ik denk het, typisch wat we uit de kindermond hoorden in vorige afleveringen met roepnamen. Het is logisch en er zijn dus vergelijkbare ontwikkelingen in andere talen.

Lees verder >>

Allee jong! Over de 8 betekenissen van het meest typische Vlaamse woord.

23623 Suuremõisa mõisa allee

Door Steven Delarue

Sinds een maand of vier-vijf woon ik samen met m’n vriend, die in het bezit is van een Nederlands paspoort en speciaal voor mij de oversteek naar het b(iz)arre België heeft gemaakt. Intussen zijn de grenzen dicht: vluchten is geen optie meer, en dus heeft hij maar beslist om er het beste van te maken. De lichte (en soms minder lichte) frustratie over de traagheid van de Belgische overheid en de inefficiëntie van onze administratie heeft daarbij plaatsgemaakt voor een permanente staat van verwondering.

Want hoe kunnen twee aan elkaar grenzende regio’s, die bovendien dezelfde taal delen, zó hard van elkaar verschillen? Cultuursocioloog Geert Hofstede schreef het jaren geleden al op basis van zijn cultuurvergelijkend onderzoek naar waarden: “In fact, no two countries (…) with a common border and a common language are so far culturally apart (…) as (Dutch) Belgium and the Netherlands.”

Lees verder >>

De regelmaat van regelmatige klankverandering

Door Marc van Oostendorp

Het is altijd fijn als mensen heel oud worden, maar bij William Labov (1927) is dat wel heel fijn. Labov is al zijn hele carrière geïnteresseerd in taalvariatie en in taalverandering – variatie en verandering horen bij de taal als veertjes bij volgeltjes. Er is geen taal die niet varieert en er is geen taal die niet verandert.

Lees verder >>

Wanneer we onze zinnen niet meer afmaken

Door Lauren Fonteyn

Als u denkt dat u weet hoe de dingen in elkaar zitten, en als u dat graag zo wil houden, dan gaat u beter niet het internet op.

Zelf dacht ik dat ik echt heel goed begreep hoe zinnen in elkaar zitten, en dat ik heel goed kon uitleggen wanneer een zin niet af is. Als talendocent moet ik het daar overigens vaak over hebben met mijn studenten. “Een zin,” zeg ik dan, “maak je niet door er een hoofdletter en een punt aan te plakken. Je kan dan wel iets geschreven hebben dat lijkt op een zin, omdat het de typische decoratie van een zin heeft, maar het is niet per se een zin.” Ik wil maar zeggen: u kan bijvoorbeeld ook alle meubels in huis een broek aandoen, maar daarom zijn het nog geen mensen.

Lees verder >>