Categorie: taalkunde

Ik ben uit vissen

Mijn collega Hans Broekhuis heeft een aardig artikel op het internet geplaatst over een van mijn favoriete zinsconstructies van het Nederlands: ik ben vissen.

Over die constructie is al eerder geschreven, en Hans vat dat goed samen. Zo kun je de constructie X is Y alleen gebruiken als het onderwerp van de zin, X, de met Y benoemde handeling ook uit eigen vrije wil kan uitvoeren. Je kunt bijvoorbeeld niet zeggen ik ben sterven of ik ben vallen omdat je er niet voor kunt kiezen om die dingen te doen, terwijl je er wel voor kunt kiezen om een hengel uit te werpen.

Lees verder >>

Gek interessant

Het nieuwe nummer van het taalkundige tijdschrift TABU staat weer vol prachtige artikelen. Zo heeft de Groningse hoogleraar Nederlands Jack Hoeksema een artikel dat gaat over gek, waanzinnig en krankzinnig als ‘bijwoorden van graad’, dat wil zeggen, in zinnen zoals de volgende:

  • Het is krankzinnig duur. 
  • Het is waanzinnig duur. 
  • Het is niet zo gek duur.

Zoals uit deze voorbeelden al blijkt is er een verschil tussen de drie: gek kan alleen gebruikt worden in combinatie met niet (zo). Het is gek druk kun je niet goed zeggen.
Lees verder >>

Is het een vloek?

De Bond tegen het vloeken is vermoedelijk een van de vermogendste taalorganisaties ter wereld. De Bond is bekend van de affiches op de stations waarin er ten overvloede op wordt gewezen dat vloeken ‘aangeleerd’ is, maar bedenkt nog steeds af en toe iets nieuws. Zo kwam hij deze maand met geheel nieuwe campagnes.

Intrigerend daarbij is onder andere dat de bond zijn naam verandert en voortaan door het leven wil gaan als Bond tegen vloeken (dus zonder het lidwoord het voor vloeken). Ik heb geprobeerd te vinden waarom de bond dat wil, maar ik kan het nergens vinden. Heeft het bestuur ontdekt dat het soms ook als een obsceen woord kan worden gebruikt (ze doen het in de bosjes).

Lees verder >>

Drie van de vier mensen praat zo

Soms is het moeilijk om te beslissen of het werkwoord in het enkelvoud of het meervoud moet staan. Zeg je een paar schoenen staat in de gang of een paar schoenen staan in de gang? Een aantal politici viert of vieren feest? Ruim 30% van de kiesgerechigden kwam of kwamen niet opdagen?


De variatie – en daarmee de moeilijkheid om te kiezen – komt in dit soort gevallen voort uit het feit dat het onderwerp van de zin – een paar schoenen, een aantal politici, 30% procent – zowel een enkel- als een meervoudig deel bevat. Maar gisteren ontdekte ik ineens een nieuw probleem, een waar eigenlijk geen sprake is van enig enkelvoud in het onderwerp en het werkwoord tóch meervoudig is. Iemand twitterde:


Lees verder >>

Eraan zijn verknocht

(door Jan Stroop)

Journalisten hebben de gewoonte om in een bijzin ’t voltooid deelwoord achteraan te zetten: en dat een tweede is gearresteerd (Volkskrant, 7 aug. jl.). Ze doen dat ook bij meerledige werkwoordsgroepen in hoofd- en bijzin: maar dit kon maandag niet worden bevestigd OF dat beter in kaart moet worden gebracht OF dat 22 kappers moeten worden opgeleid. (alle: Volkskrant, idem). Ze doen dat omdat ze denken dat dat beter is of ze denken helemaal niet, maar volgen gedachteloos wat ze door collega’s aangepraat is.

Dat levert gekunstelde bouwsels op als deze krantenkop: Assange zou als held moeten worden geëerd (Volkskrant, 4 dec. 2010), met de strekking waarvan ik ’t overigens wel eens ben. Ook grammaticaal niets op aan te merken, maar voor iemand met gevoel voor cadans en ritme, is ’t storend of, zoals Vondel ’t formuleerde: “ons oor wraeckt dat geluit; eenen valschen klanck, die de muzijck der tale bederft” (1650).
Lees verder >>

Die schat die de verkiezingen wint

In het Nederlands kun je, net als in de meeste andere talen binnen één taal vaak lastig terugverwijzen naar dezelfde persoon met een hele zelfstandignaamwoordsgroep. Je kunt bijvoorbeeld niet goed zeggen:

– Alexander Pechtold denkt dat ze de leider van D66 gaan uitnodigen voor hun feestje. (raar) 

Althans, zolang Pechtold zelf de leider van D66 is, klinkt die zin raar (zodra de politieke verhoudingen veranderen wordt hij volkomen acceptabel).
Lees verder >>

Call for papers: New ways of analyzing syntactic variation

An interdisciplinary workshop on understanding and explaining syntactic variation
Hosted by the Radboud University Nijmegen, November 15-17, 2012
Plenary speakers
Joan Bresnan (Stanford University)
Adele Goldberg (Princeton University)
Sali Tagliamonte (University of Toronto)
Antal van den Bosch (Radboud University Nijmegen)
Workshop goal
Syntactic variation concerns the alternation between constructional alternatives such as He gave the boy the book and He gave the book to the boy. Syntactic variation research investigates the factors which determine why one of these alternatives is preferred over the other in specific linguistic and situational contexts.

Lees verder >>

Ik zal wat hij wil vragen

De zomervakantie zal wel voorbij zijn, want ik kreeg een e-mail van Hans, die Nederlandse les geeft aan een groepje buitenlandse studenten. Die zijn weer bij elkaar gekomen en hadden weer een ingewikkelde vraag bedacht:

Een cursist schreef Ik zal wat hij wil vragen in plaats van het juiste Ik zal vragen wat hij wil.
Haar argument was: Ik zal iets vragen is goed volgens ons taalgevoel en volgens de regel dat in een hoofdzin met een persoonsvorm + infinitief die infinitief naar het einde van de zin gaat.
Lees verder >>

Linguïstisch Miniatuurtje CLVII: Het is meer lezers dat een tijdschrift kan redden

Mooie kop in de Volkskrant van afgelopen zaterdag: Het was yoghurt dat Misrata redde. Ik dacht meteen: Waarom staat daar niet die? Want het is toch de yoghurt? Waarom dan niet Het was yoghurt die Misrata redde? Maar bij nader inzien is dat een veel slechtere zin, althans, mij klinkt hij slechter in de oren. Wat is hier aan de hand? Het zal toch niet zo zijn dat dit een geval is van geslachtsverwildering, zoals je dat tegenwoordig zo vaak ziet, zoals in het boek die ik gelezen heb. Dat lijkt me alleen al vanuit mijn persoonlijk taalgevoel onwaarschijnlijk, want ik heb geen enkele neiging om iets te zeggen als De yoghurt dat op tafel staat is bedorven. En toch vind ik in de voorbeeldzin dat veel beter dan die.

Ik herken de constructie natuurlijk wel: het gaat om een zin met voorlopig onderwerp het, en de bijzin is het eigenlijke onderwerp. Het klassieke voorbeeld is het spreekwoord Het zijn niet allen koks die lange messen dragen. De betekenis is dan te omschrijven als Degenen die lange messen dragen zijn niet allen koks.
Lees verder >>

Linguïstisch Miniatuurtje CLVI: Schrijfeigenwijzer

Bijna twee jaar heb ik rustig kunnen slapen. Precies 20 maanden heb ik in de veronderstelling geleefd dat op de taalprofsite het definitieve stukje stond over de constructie de reizigers worden verzocht over te stappen. Sinds ik die kwestie negen jaar geleden in een miniatuurtje had opgerakeld had zich, voornamelijk op de taalprofsite, een verwoede discussie afgespeeld, die met veel inspanning tot een acceptabele conclusie gevoerd was, waar toentertijd iedereen mee leek te kunnen leven. Maar drie dagen geleden werd deze illusie ruw verstoord door de -terloopse- mededeling van Jan Renkema dat hij het “deze keer niet met [mij] eens” was.

Drie nachten heb ik wakker gelegen, piekerend waar Renkema en ik het nu in vredesnaam over oneens waren.
Lees verder >>

Zo min mogelijk er zeggen

Door Marc van Oostendorp

Eindelijk is het er, las ik gisteren in Onze Taal: een boek over er. Volgens de beschrijving bevat het boek “oefeningen die buitenlanders die Nederlands leren, kunnen helpen het gebruik van er onder de knie te krijgen.”

Ik ontmoette op een feestje vorige week toevallig iemand die dacht dat je in geschreven taal het woord er moest vermijden. Het vervelende was: hij was een afdelingshoofd en hij corrigeerde de geschriften van zijn ondergeschikten, ja, hij beoordeelde hen op het gebruik van dat woord er, dat volgens hem altijd moest worden weggelaten, of vervangen door daar. Iedereen die er schreef was een sukkel.

Waar hij dat idee vandaan had: geen idee.
Lees verder >>

Wij en de buitenstaander

Heeft u een idee waarom we ‘we’ zeggen?’ vroeg de journaliste Nicole Carlier me het afgelopen weekeinde. Ze schreef er ook een leuke blogpost over (haar weblog is sowieso heel prettig om te lezen):

Ik hoor mijzelf vaak iets tegen mijn zoon zeggen als: ‘Gaan we lekker even in bad?’. Terwijl hij dan de enige is die in bad gaat. Ik help wel, maar ik ga er niet in zitten.

Er zijn van die andere verwisselingen. De beroemdste is je zeggen in plaats van ik of eventueel we, een verschijnsel dat wel voetballers-je genoemd wordt (‘dan heb je net gescoord en dan doe je zonder erbij na te denken je shirt uit’) – al hebben we het de afgelopen dagen ook vaak kunnen horen uit de mond van de vorige week overleden Gerrit Komrij, die het zelfs in gedichten gebruikte:

Vanmiddag gaf je je kat een kopje en likte haar
Staart schoon, toen ze plotseling naar je opkeek
Zoals je daar op je knieën zat, en merkbaar
Aangedaan zei ze: ‘Jongen, wat zie je bleek.’

Wat is hier aan de hand?
Lees verder >>

6de Dag van de Nederlandse Zinsbouw

Datum: vrijdag 23 november 2012
Locatie: Universiteit Antwerpen, Klooster Grauwzusters, Lange St.-Annastraat 7, Antwerpen
De Dag van de Nederlandse Zinsbouw is een jaarlijkse workshop waar taalkundigen vanuit verschillende achtergronden (disciplines, theorieën) in debat gaan over prominente thema’s die betrekking hebben op de zinsbouw van het Nederlands. In deze zesde editie (DNZ 6) komen drie thema’s aan bod die steeds vanuit verschillende theoretische kaders bekeken worden om zo een indruk te krijgen van de overeenkomsten en verschillen.

Lees verder >>

Het het dat regent

Af en toe schrijft Hans me een mailtje. Hij geeft Nederlandse les aan een paar Japanners en Pakistanen die soms zomaar met de wonderlijkste puzzels komen. Die schrijft Hans dan op:

[1] De kans is groot om te regenen

Dat is niet goed. Waarom niet?
Immers, wel goed is de tweelingzin:

[2] De kans is groot om te slagen.

Terwijl beide wel tweelingen zijn in:

[3] De kans is groot dat het regent.
[4] De kans is groot dat hij slaagt.

Tja, inderdaad, daar zit je dan, als goedwillende Japanner of Pakistaan. Lees verder >>

Ben gebiedend

Ben de eerste om een vraag te stellen‘. Zo’n rare gebiedende wijs, dat vond een vriend van me deze week echt iets voor mij. Via de e-mail stuurde hij me het bovenstaande plaatje. En er is inderdaad iets mee, met die gebiedende wijs van zijn. ‘Wees de eerste…’ zou het moeten luiden volgens de schoolmeesters, maar dat klinkt ook mij een beetje plechtig in de oren. Daar moet dus iets anders voor gevonden worden.
Maar waarom ben? Dat ben ik eens gaan uitzoeken. Lees verder >>

Zoniet

“Wij worden bij de verkiezingen op 12 september de grootste partij”, zei Geert Wilders dit weekeinde, “zoniet een van de grootste.”

Dat vond ik een opvallende uitspraak, in ieder geval naar de vorm. Ik zou zelf zeggen “Wij worden een van de grootste partijen, zoniet de grootste”. Zoniet X betekent voor mij in dit geval ‘als X dan niet het geval mocht zijn’. Als iemand zegt ‘Y, zoniet X’, begrijp ik dat als: X is groter dan Y. Bij Wilders is dat andersom.

Een google-actie bevestigt dat. Zoeken op “zo niet een van de grootste” levert vooral allerlei artikelen op over Wilders, maar ook vindplaatsen als:

– Het dorp werd opgebouwd en is een van de grotere, zo niet een van de grootste, badplaatsen geworden. (GsTravel.nl)

Hier is ‘één van de grootste’ dus de overtreffende trap van ‘de grotere’.

De constructie waaraan ik de voorkeur zou geven komt ook veel vaker voor op het internet: Lees verder >>

Er is de bordewisser

Het nieuwe nummer van Nederlandse Taalkunde (2012-1) paste bijna niet in de brievenbus en staat weer boordevol van alles waarvan wij op de NederL-burelen smullen, zoals een artikel waarin Henk Verkuyl laat zien dat niemand het Nederlandse systeem van werkwoordstijden beter begrepen heeft dan L.A. te Winkel in een artikel uit 1857 en een onderzoek van Evie Coussé en Albert Oosterhof naar voltooid deelwoorden die gebruikt worden als bevel (opgerot! ingerukt! niet getreurd!). Maar het meest hebben we gesmuld van een artikel van Frank Drijkoningen over een nieuw verschil tussen onbepaalde en bepaalde lidwoorden. Lees verder >>

Of het nou hij is.

Waarom zijn Litouwers Europees kampioen doorfluisteren? En hebben Italianen zoveel woorden om vrouwen te verkleinen, liefkozen en minachten? Hoe zet je een nies op papier? Het zijn maar een paar van de vele, vele vragen die Gaston Dorren beantwoordt in zijn verukkelijke boek Taaltoerisme. Feiten en verhalen over 53 Europese talen.

Het is een vrolijk boek geworden, in zekere zin vooral een verzameling columns van iemand die verzot is op taal en op talen (of twee iemanden, want de Leidse taalkundige Jenny Audring heeft ook een paar hoofdstukken geschreven), een boek dat je cadeau kunt doen aan mensen die ook zo verzot zijn. Of beter: aan mensen van wie je hoopt dat ze zo verzot worden, want dat wordt een mens zeker door de aanstekelijke stijl van dit boek.

Lees verder >>

‘Zijn koffie zwart drinken’ is dubbelzinnig

Jan-Wouter Zwart denkt dat de zinsbouw van menselijke taal heel eenvoudig in elkaar zit. Dat is vermoedelijk de reden waarom het interview in NRC Handelsblad afgelopen zaterdag geen eenvoudige lectuur was. Een simpel idee kan in zijn uitwerking heel ingewikkeld zijn.

Het is overigens wel een prettig stuk om te lezen, vind ik, al is het maar omdat er eens wordt afgerekend met het eeuwige idee in de wetenschapsjournalistiek dat er een gigantische strijd aan de gang is tussen mensen die denken dat taal aangeboren is en mensen die denken dat dit niet zo is. Zwart legt overtuigend uit dat die filosofische kwestie er voor het handwerk van de grammaticus nauwelijks toe doet.

Waarom is het artikel dan ingewikkeld? Lees verder >>