Categorie: taalkunde

Is ‘van’ als citaatinleider ouder dan we dachten?

Door Henk Wolf

Volgens mij heb ik iets leuks gevonden, dat niet alleen voor de bestudering van het Fries van belang is, maar ook voor de geschiedschrijving van het Nederlands. In ongepubliceerde Saterfriese opnamen uit de jaren zeventig vind ik namelijk veelvuldig ‘van’ als citaatinleider. Dat zou erop kunnen wijzen dat die citaatinleider in het Nederlands ouder is dan we dachten.

Voor de coronatijd hoorde ik op een terras of in de trein weleens hoe iemand een eerder gevoerd gesprek beurt-voor-beurt aan iemand anders hervertelde. Dat ging dan vaak op een manier van: ‘En toen zei ik dus van: … En toen zei zij van: … Nou, en ik van: …’ De taak van de luisterende partij bestond in het aanmoedigend hummen of het produceren van begripvolle kreetjes.

Het schuingedrukte woordje van leidt steeds een directe rede in. Het is een soort gesproken dubbelepunt. In de literatuur wordt een woord met die functie wel een citaatinleider of quotatiemarker genoemd.

Lees verder >>

Herinneringsmijnwerkers

Door Marc van Oostendorp

De term gastarbeider is echt een woord uit een andere tijd, waarin mensen inderdaad het idee hadden dat sommige mensen ergens thuis waren en andere mensen daar te gast; dat er iets tijdelijks zou zijn aan migratie.

De mijnstreken in België en in Nederlands Limburg kenden een heleboel van dat soort veronderstelde gasten uit Italië, die uiteindelijk nooit meer weg zijn gegaan. Sommigen hebben het ver geschopt; Elio di Rupo, zoon van ouders uit het landelijke Abruzzo, die het uiteindelijk tot eerste minister schopte, is daar het bekendste voorbeeld van (al groeide hij Franstalig op). In Bologna heeft men rondom die mensen een groot project gemaakt. Het derde deel uit een serie boeken over dit onderwerp verscheen onlangs bij uitgeverij Pàtron.

Lees verder >>

Hoe pubers de taal telkens een beetje veranderen

Hoe ver naar voren in de mond spreken mensen de a in bad uit in Philadelphia, naar geboortejaar. Afbeelding uit besproken artikel.

Door Marc van Oostendorp

Een van de wonderlijkste eigenschappen van menselijke taal is dat ze voortdurend aan verandering onderhevig is. Iedere bekende taal verandert op ieder moment, terwijl het niet moeilijk is om redenen te bedenken waarom dit onhandig is. Het betekent bijvoorbeeld dat generaties elkaar net wat lastiger kunnen verstaan dan anders het geval zou zijn.

Maar ook hoe talen veranderen is welbeschouwd raadselachtig. Neem het feit dat veel taalverandering stukje bij beetje sterker wordt: iedere generatie gebruikt een bepaalde vorm net een beetje meer dan een andere. En in sommige gevallen van uitspraakverandering wordt de verandering zelf ook steeds sterker: de l in bal wordt in iedere volgende generatie net iets meer w-achtig in het huidige Nederlands. Maar hoe kan dat? Als een kind een taal leert, hoe weet het dan dat het een bepaalde verandering net wat meer moet doorzetten.

Lees verder >>

Een woordenboek van het Nordfries, van het Nordfriesisch of van het Noord-Fries?

Door Henk Wolf

De grofste indeling van het moderne Fries kent drie groepen: wie in het westen begint, komt eerst het Fries van de Nederlandse provincie Friesland en het aanburende stukje van het Groninger Westerkwartier tegen, dan rijdt ie een tijdlang door de ontfrieste Groninger Ommelanden en Oost-Friesland om in het Saterland opnieuw Fries tegen te komen. Daarna gaat de reis verder naar het noorden en die eindigt als aan de westkust van Sleeswijk-Holstein het Fries van Noord-Friesland te horen is.

Lees verder >>

Opgekropt

Door Maartje Steuten

Als berucht taalfundamentalist heb ik geleerd om mild te zijn. Hoeveel taal- en stijlfouten er dagelijks ook de revue passeren, ik probeer te leren om er niet elke keer op aan te slaan. Het komt betweterig over én het leidt af van de inhoud van de boodschap, die belangrijker is. Het fenomeen taalverandering moet ik als taalfundamentalist immers met open armen verwelkomen: het is een teken dat onze taal springlevend is, en daarom aan verandering onderhevig. Toch heb ik een aantal taalergernissen dusdanig opgekropt dat ik besloten heb om ze er bij deze(n) in één keer allemaal uit te gooien. Dat ruimt lekker op.

Lees verder >>

Fabels en feiten over de tussen-en in samenstellingen (2): de betekenis

Door Arina Banga, Esther Hanssen en Anneke Neijt

Spellingrebel Trouw heeft per 1 januari na vijftien jaar ‘witte’ spelling toch de officiële ‘groene’ spelling geaccepteerd. Hoewel wit en groen voor de meeste spellingkwesties nauwelijks van elkaar verschillen, lopen ze uiteen voor onder meer samenstellingen, woorden als pannenkoek en aardbeienjam. Tijd om de balans op te maken – wat weten we inmiddels over tussenklanken in samenstellingen? Waarover is nog steeds geen duidelijkheid? Dat doen we in een reeks artikelen, waarin we vooral verslag doen van onze experimenten. Deel 1 ging over de uitspraak. In dit tweede deel gaan we in op de betekenis.

Lees verder >>

Hoe een schilderij in taal tot leven kan komen

Door Marc van Oostendorp

Als ik één recent taalkundig proefschrift zou moeten aanraden aan een neerlandicus die eigenlijk meer geïnteresseerd is in literatuur, zou het Bringing Stories to Life zijn, dat Thijs Trompenaars vorige week in Nijmegen verdedigde – nota bene niet eens bij Nederlands, maar bij Taalwetenschap (zijn promotor was Helen de Hoop). Zoals uit de titel al een beetje blijkt, gaat het proefschrift over het verschil tussen mensen, andere levende wezens en levenloze objecten in taal, bezieldheid. Dat is een onderwerp dat zich de laatste jaren in de aandacht van een grote groep taalkundigen mag verheugen – en De Hoop speelt daar met haar groep een belangrijke rol in.

Lees verder >>

De tussen-n in samenstellingen: nog een ander voorstel

Door Jan Nijen Twilhaar

Het is begrijpelijk dat de beregeling rond de tussen-n in samenstellingen tot wrevel leidt bij de taalgebruiker, maar ik denk dat het kind met het badwater meegaat als we het voorstel van Johan de Donder van 6 januari jl. in het dagblad Trouw overnemen. Dat we die tussen-n niet horen, zoals hij beweert, wil nog niet zeggen dat we hem dan niet meer hoeven te spellen. Dan kunnen we volgens dezelfde regel die –n in meervoudsvormen als honden en katten en in infinitieven als fietsen en lopen ook wel weglaten in de spelling, omdat we die (vaak) niet horen. Het is ook wel te begrijpen dat voorstanders van de bestaande beregeling nu in de pen zijn geklommen om de zinnigheid van die tussen-n aan te tonen. 

Lees verder >>

Fabels en feiten over de tussen-en in samenstellingen (1): de uitspraak

Door Arina Banga, Esther Hanssen en Anneke Neijt

Spellingrebel Trouw heeft per 1 januari na vijftien jaar ‘witte’ spelling toch de officiële ‘groene’ spelling geaccepteerd. Hoewel wit en groen voor de meeste spellingkwesties nauwelijks van elkaar verschillen, lopen ze uiteen voor onder meer samenstellingen, woorden als pannenkoek en aardbeienjam. Bij de laatste spellingwijziging was dat de grootste bron van ergernis: mensen maakten zich er erg boos over.

Lees verder >>

Nul antwoorden en nul antwoord: de invloed van het Engels

Foto ontleend aan boekwinkeltjes.nl

Door Siemon Reker

Lopen wiskundeleraren nog met een grote liniaal, een houten gradenboog en passer door een schoolgebouw? Ach nee, aan dat beeld hebben elektronische borden allang een einde gemaakt. In gedachten zie ik de docent van de eerste twee klassen van de middelbare school voorzien van dat vakmateriaal door de gang lopen, de klas binnenschrijden – bedaard als de filosoof die hij leek te worden. Hij vertelde immers een keer dat hij bezig was met een proefschrift over het getal nul…. Verbijstering maakte zich van ons meester. Ach, misschien was het alleen de jongen die naast me zat, omdat hij een hand voor zijn opengevallen mond bracht. Nul!

Lees verder >>

Satire en fonologie bij de Halbertsma’s (en de mogelijke doorwerking daarvan in de etymologie)

Door Bouke Slofstra

In satirische teksten wordt niet zelden koeterwaals gesproken. Personages kenmerken zich door een vreemde taal, dialect, accent of spraakgebrek. Dat koeterwaals is in de meeste gevallen een literair en taalkundig construct. Een denkbeeldige noorderling kan bij monde van Claudia de Breij zeggen: “wij [g]eevn daar niks om”, met de [g] van goal (als in het Fries) en de uitgesproken werkwoordelijke meervouds-n (als in het Gronings). In dit stukje zal het gaan over koeterwaals ‘Joods’ en ‘Duits’ in de negentiende-eeuwse Friese letteren.   

Lees verder >>

Wat hangen we zoal aan de wilgen?

Door Ad Foolen

Onlangs was in de krant te lezen dat een voormalige turnster na haar sportcarrière “jarenlang een bekende verschijning in de ondeugende film- en webcamwereld” was, maar nu ook “de jarretels aan de wilgen gehangen” had. Een op z’n minst opmerkelijke en creatieve toepassing van de idiomatische constructie de lier aan de wilgen hangen. Opmerkelijk omdat dit waarschijnlijk de eerste keer is dat dit idioom toegepast is in verband met deze vorm van activiteit. Er valt hier ook niet zoveel aan de wilgen te hangen, dus in die zin is het creatief te noemen dat de journalist net het geëigende kledingstuk gevonden heeft om toepassing van de constructie op deze situatie mogelijk te maken.

Lees verder >>

De dood van de streektaal

Door Marc van Oostendorp

Wat doe je als beoefenaar van een wetenschap die iets bestudeert dat op uitsterven staat? Als protesteren niet meer helpt? Daarover gaan in zekere zin de artikelen in het nieuwe nummer van Taal en Tongval, een tijdschrift dat een paar jaar geleden zijn 70-jarig bestaan vierde (of over een paar jaar zijn 75-jarig bestaan viert, hoe zeg je dat) en dat al die jaren gewijd is aan de bestudering van de rijkdom aan Nederlandse dialecten. Hoe gaat het verder met de dialectologie als er binnenkort geen dialecten meer bestaan, vroeg de redactie zich af.

Lees verder >>

Een sterke persoonlijkheid zal zich niet afvragen wat ze kan doen om sterker te staan

Door Henk Wolf

“Onderzoek toont aan dat genderneutraal (bedoeld) woordgebruik zijn doel voorbijschiet als er alleen mannelijke voornaamwoorden zoals hij en zijn in voorkomen” – dat stond in nieuwsbrief 2259 van Onze Taal. Er stond een link bij naar een artikel in de Volkskrant en daarin stond: “Vooral mannen haperen bij het gebruik van het bezittelijk voornaamwoord ‘zijn’ voor vrouwen, constateert Redl: ‘We zien bij het eye-tracking experiment bij mannen pauzes wanneer de tekst vervolgens over vrouwen blijkt te gaan.’”

Het artikel gaat over het promotieonderzoek van Theresa Redl. De uitkomsten daarvan zijn grotendeels al in artikelvorm beschikbaar, dus ik heb de artikelen even opgezocht en daarin staat toch net iets anders.

Lees verder >>

Listicles als voortzetting van ouderwets taaladvies

Door Marten van der Meulen

Er is door de eeuwen heen op verschillende manieren over taalnormen geschreven. Aanvankelijk (zeg tussen 1550 en 1800) hadden we de normatieve grammatica’s en spellingwerken, die als doel hadden het systeem van de taal te vormen. Vanaf eind negentiende eeuw kregen we ook de taaladviespublicatie: boekjes waarin uitsluitend problematische taalproblemen stonden (en waar ik al vier jaar onderzoek naar doe). Als/dan, de grootste/de meest groteNederland/Holland etc. En nu, in tijden van internet, is er zowaar een nieuwe vorm verschenen: het listicle. Het is een nieuwe vorm, en toch eigenlijk juist heel oud.

Lees verder >>

Do animals speak? New research is urgent

Door Leonie Cornips

The aim of this video is to promote teaching and research in which humans and animals are considered as interconnected, problematising our Western ideas about the opposition between nature and culture. This is important since there is an increasing concern about the current human impact of a huge scale on ecosystems, all other sentient beings, global health like covid-19 and the planet. Investigating non-human animals as sentient co-beings instead of resources or commodities will improve our understanding of them, which is an essential but under-investigated element in the sustainability debate. Teaching and thinking about animals as sentient co-beings help to open up new ways to build relationships between humans and other animals. This research welcomes all insights around the globe because different cultures have different ways of thinking about how humans and animals relate to each other. Visit the website of the Center for AnimalHuman Studies for more information on this subject.

Bloemenspraak

Door Ewoud Sanders

Veel mensen zijn ervan overtuigd dat het leven honderd jaar geleden veel minder gecompliceerd was. Tot voor kort kon ik daar niet veel tegenin brengen, maar een paar dagen geleden kreeg ik een boekje in handen dat me op andere gedachten heeft gebracht. Het telt slechts 64 pagina’s en dateert van omstreeks 1875. De titel luidt Nieuwste bloemenspraak en het is uitgegeven bij P. Kluitman te Alkmaar.

Wat is de boodschap als je tegenwoordig iemand een bloemetje geeft? Bedankt, beterschap of sorry bijvoorbeeld. ‘Zeg het met bloemen’ is een leus die je nader kunt invullen.

Lees verder >>

Stuk militaire spitstechnologie van Simon Stevin gaat langer mee dan zijn neologisme ervoor

Door Freek Van de Velde

Het schijnt dat er mensen bestaan die wekenlang alleen in een bos kunnen overleven, en weten waar ze drinkbaar water kunnen vinden, welke paddenstoelen eetbaar zijn en hoe ze een waterdichte luifel van dorre takken en mos kunnen maken om onder te slapen. Zelf ben ik niet zo’n survival-type. Maar toch kreeg ik van Facebook onlangs de suggestie om online een stuk gereedschap aan te kopen op een schimmige Franse website: een schop waarvan de randen zo bijgescherpt zijn dat je die ook kan gebruiken als bijl, en waarvan je het blad 90 graden kan kantelen zodat die ook dienst kan doen als hakbijl. Er was een man in een gevlekte legerbroek die heel handig voordeed hoe je jonge boompjes kon omhakken die je vervolgens zou kunnen gebruiken voor voornoemde luifel. Het gereedschap werd voorgesteld als een militaire innovatie. Geniaal in zijn eenvoud.

Lees verder >>

“Gaan jullie allemaal weg!” en andere gebiedende wijzen die wat extra aandacht verdienen

Door Henk Wolf

De Nederlandse gebiedende wijs is, net als de aantonende wijs, een categorie van werkwoordvormen met een eigen vorm en functie. Net als regelmatige vormen van de aantonende wijs, worden ze op basis van een eigen gebiedendewijsstam gevormd. Anders dan vormen van de aantonende wijs staan ze altijd helemaal vooraan in de zin. De meest typerende gebruikswijze ervan is in zinnen die worden gebruikt om de hoorder(s) of lezer(s) ergens toe te bewegen.

Lees verder >>

Dit is niet een slagroomgebakje

Door Marc van Oostendorp

Een kennis had tijdens de kerstvakantie een logé uit het buitenland en ze kwamen te spreken over een eigenaardigheidje van de Nederlandse taal: wanneer zeg je niet en wanneer zeg je geen?

Dat is een kwestie waar heel veel dimensies aan zitten – en een heleboel ervan worden uitgelegd in de onvolprezen Modern Syntax of Dutch. Maar niet alles: in de Algemene Nederlandse Spraakkunst, zo mogelijk nog onvolprezener, wordt een aspect uitgelegd dat niet in de Engelstalige grammatica staat, en dat ik ook niet snap.

Lees verder >>