Categorie: taalkunde

Wie schreef de Cours de linguistique générale van Saussure?

Door Marc van Oostendorp

Ferdinand de Saussure (1857-1913) is vooral beroemd vanwege een boek dat hij zelf niet schreef. Zonder zijn Cours de linguistique générale (1916) zou zijn naam inmiddels waarschijnlijk vrijwel verdwenen zijn – terwijl die nu in ieder geval nog in ieder geval in iedere inleiding in de taalwetenschap figureert.

Maar dat boek verscheen postuum en hoewel het werd gepresenteerd als een werk dat gebaseerd was op college-aantekeningen van studenten, bleken de belangrijkste samenstellers, Charles Bally en Albert Sechehaye, nooit echt de desbetreffende colleges te hebben bijgewoond en door het materiaal van Saussure op een bepaalde manier te organiseren en er af en toe iets aan toe te voegen hun eigen programma door te drukken.

Lees verder >>

BGG Online Programma

Bond van Gentse Germanisten

In het kader van de viering “90 jaar alumniwerking” wordt een boekwerk voorbereid met biografieën van bekende en minder bekende professoren die een stempel hebben gedrukt op het onderwijs en onderzoek van de Germaanse talen aan de Gentse Universiteit.

Op 28 november 2020 lichten we drie portretten uit het boek tijdens een online programma. Het programma valt gratis te volgen en er hoeft geen software te worden geïnstalleerd.

Lees verder >>

Hebben we al veertig miljoen jaar syntaxis?

Door Marc van Oostendorp

In menselijke taal kunnen woorden zich op afstand aan elkaar aanpassen. In de bijzin “dat de mensen nu al dagenlang geen water gedronken hebben” is hebben in het meervoud omdat mensen dat is. De woorden passen zich aan elkaar aan, en dat op afstand, omdat er allerlei woorden tussen staan, zelfs – zoals in dit geval – woorden in het enkelvoud zoals geen water.

Lees verder >>

Franse Lolita-stemmen

Door Freek Van de Velde

Wie wel eens in Frankrijk komt, of Franse vrouwen ontmoet in het buitenland is vast wel opgevallen dat die vaak een hoge, wat kinderlijk klinkende stem hebben. Een collega die Franse taalkunde doceert en een tijdje in Parijs gewoond heeft, bevestigde dat. Het viel haar toen ook op, maar je raakt eraan gewend. Trouwens: niet alle Franse vrouwen doen het, en ze doen het ook niet altijd. Elisabeth Badinter doet het niet, Françoise Hardy deed het wel, Marion Cotillard doet het soms.

Lees verder >>

Een lijstje gerechtjes met kreeftjes

Door Ton van der Wouden

In Vlaanderen en in Nederland spreken we Nederlands. Maar dat Nederlands klinkt niet overal hetzelfde. Buurtaal (p. 6) geeft een overzicht van de opvallendste verschillen: de g is ‘zachter’ in het Zuiden, de r wordt er vaker gerold, de slot-n wordt er vaker uitgesproken, v en z zijn er vaker stemhebbend terwijl je in het Noorden vaak geen verschil hoort tussen vee en fee en tussen zee en (hoge) C, de w is er bilabiaal (twee lippen op elkaar) terwijl die in Nederland meestal labiodentaal is (de boventanden raken dan de onderlip), de tweeklanken ei en ij klinken in Nederland meer richting ai en de lange ee en oo gaan in Nederland een beetje naar eej en oow, en bij de opeenvolging schr valt in het Noorden de ch vaker weg dan in het Zuiden. Ook worden buitenlandse woorden soms verschillend uitgesproken (tram rijmt in Nederland op rem en in België op klam, dossier in Nederland op zee en in België op pier), en zijn er bij sommige woorden verschillen in klemtoon, bijvoorbeeld bij ingewikkeld.

Lees verder >>

Koffit

Door Marc van Oostendorp

Omdat al het veldwerk online gebeurt, keek ik naar een aflevering van het MDH Corona Journaal, een curieus ‘programma’ op YouTube, waarin Maurice de Hond (MDH) zich wekelijks laat interviewen over de ‘vele artikelen en blogs’ die hij die week heeft geschreven rondom de coronacrisis.

Hoe mateloos dat MDH Corona Journaal ook in allerlei andere opzichten is, mij viel in eerste instantie de uitspraak op van het woord covid: MDH zegt daar [koffit] tegen, met de korte [o] van bot, terwijl ik verder iedereen altijd de oo van boot hoor gebruiken. Dat bevestigde ook een kleine Twitter-poll: er zijn wel mensen die bot gebruiken, maar ze zijn een heel kleine fractie.

Lees verder >>

Een slag om de arm houden over Arizona

Door Henk Wolf

Ik heb me in de afgelopen jaren meermaals verwonderd over zinnetjes zoals deze:

  • Wenen berispt over kinderbijslag buitenlanders
  • OM vervolgt Akwasi niet over ‘opruiende’ uitspraak over Zwarte Piet op de Dam
  • Reijnders werd ontslagen over twee fundamentele verschillen van inzicht met de regering
  • Rusland zette Oekraïne onder druk over EU-verdrag

De manier waarop het voorzetsel over in die zinnen is gebruikt, deed en doet mij vreemd aan. In 2014 heb ik er al eens een stukje over geschreven. Ik vermoedde toen dat over bezig was de betekenis ‘wegens’, ‘vanwege’, ‘op grond van’ te ontwikkelen.

Lees verder >>

Taalnerds

Door Marc van Oostendorp

Ik weet niet wie Walt en Claire zijn, maar ik heb deze week drie uur lang gefascineerd naar ze geluisterd. Walt is een journalist, Claire heeft taalwetenschap gestudeerd (ze zegt niet waar), en ze lijken me allebei twintigers, want ze gebruiken zinnen als ‘ik ga daar heel slecht op’ als ze het hebben over woorden waar ze zich aan ergeren en Claire heeft een heel naturelle vocal fry.

Ze hebben echt een nieuwe vorm gevonden om je wat wijzer te maken over taalwetenschap: de podcast Taalnerds.

Lees verder >>

Dat bevestigen bronnen aan de NOS

Door Henk Wolf

“Ik vind dit zo raar geformuleerd. Alsof er sprake is van onjuist voorzetselgebruik: we spijkeren/nieten/tapen iets vast aan de NOS.”

Dat schreef kortgeleden iemand op de Facebookgroep Leraar Nederlands over het hierboven omcirkelde zinnetje uit een nieuwsartikel van de NOS.

De talige intuïties van de reagerende collega’s liepen uiteen: er waren er die de formulering prima vonden, er waren er die de zin ook raar vonden klinken.

Lees verder >>

INHOUDSOPGAVE NEDERLANDSE TAALKUNDE / DUTCH LINGUISTICS 25/2-3

Ter gelegenheid van het 25-jarige bestaan van het tijdschrift Nederlandse Taalkunde / Dutch Linguistics nodigde de redactie de lezers uit om te reageren op een artikel dat in de loop van die 25 jaar verscheen. Het resultaat is een dubbeljubileumnummer met maar liefst 25 bijdragen van Nederlandse en Vlaamse taalkundigen die vanuit diverse perspectieven hun licht laten schijnen op oude en nieuwe thema’s uit de neerlandistiek.

Lees verder >>

Mensen vertrouwen op ons dat het schoon is

Door Henk Wolf

Dit weekend stond in de Trouw de volgende zin:

Mensen vertrouwen op ons dat het schoon is

De zin was gebruikt als kop boven een artikel en hij vormde een bewerking van een net iets andere zin, ze vertrouwen op ons dat schoon is. Die was uitgesproken door een schoonmaker van De PersGroep, waar de Trouw bij hoort. De schoonmaker vertelde in het artikel dat zijn werk gewaardeerd werd en dat andere mensen zeker tijdens de huidige coronapandemie blij waren met een schone werkplek.

Ik keek meteen wat vreemd tegen de zin aan: voor mijn taalgevoel is ie niet mogelijk. Dat is er evenwel niet het interessantste aan. Vooral als ondersteuning van de langlopende discussie over hoeveel voorzetselsvoorwerpen er in een zin kunnen staan, is dit een boeiende zin. De schoonmaker gebruikt namelijk een dubbel voorzetselvoorwerp in z’n zin, iets wat ongebruikelijk en volgens een deel van de taalkundigen zelfs onmogelijk is.

Lees verder >>

De fos en sijn streke

Door Marc van Oostendorp

Als medewerker van het Meertens Instituut mag je tussendoor soms leuke dingen doen: je bemoeien met de reeks vertalingen van De gruffalo die Lemniscaat deze maand uitbracht, bijvoorbeeld. In het bijzonder mocht ik meelezen met de Amsterdamse versie, gemaakt door Huub van der Lubbe.

Althans: mijn opdracht was te kijken of het allemaal wel ‘correct Amsterdams’ was. Daarmee was ik op zich snel klaar. Van der Lubbe is geboren in Amsterdam en dus is zijn Amsterdams correct. (Op het omslag staat trouwens ‘het Amsterdams van Huub van der Lubbe’, dus wat zou een mens dáár nog meer van moeten zeggen.)

Lees verder >>

Als ik nu met jou spreek, wanneer moet ik dan met een ander spreken?

Pronomina in de hedendaagse Nederlandse lyriek (1: Nachoem Wijnberg, Joodse gedichten)

Door Marc van Oostendorp

Van de drie klassieke hoofdgenres – lyriek, epiek, dramatiek – spelen persoonlijk voornaamwoorden de intrigerendste rol in het eerste genre. In toneel is vrijwel altijd volkomen duidelijk wie er met ik of jij bedoeld wordt: degene die nu aan het woord is, degene tot wie de spreker zich richt. In verhalen kan het soms wat ingewikkelder worden – romans met vertellers in de ik-vorm, boeken waarin ineens de lezer wordt aangesproken – maar ook hier geldt doorgaans dat de personages weliswaar verzonnen zijn, maar zich toch meestal houden aan de conventies van wie er de eerste, de tweede of de derde persoon is.

Lees verder >>

Wie is toch die berisper van een Nederlandse spelling?

Door Hans Beelen en Nicoline van der Sijs

In 1550 verscheen het eerste gedrukte spellinggidsje van het Nederlands, onder de titel Nederlandsche Spellijnghe. De auteur was de Gentse drukker Joos Lambrecht (1491-1556 of 1557). Lambrecht hield zich intensief bezig met de Nederlandse taal. Hij was niet alleen drukker, maar ook ‘lettersteker’, lettergieter en onderwijzer. In 1539 gaf hij het eerste Vlaamse boek uit dat gedrukt was in een romeinse letter. Dit initiatief kreeg kennelijk geen bijval, want hierna gebruikte hij alleen nog de gotische of ‘bastaertsche’ letter. Al voor het spellingsgidsje had hij, in 1546, een ander baanbrekend werk gepubliceerd, namelijk het Naembouck van allen natuerlicken ende ongheschuumde vlaemsche woirden (Namenboek van alle inheemse en niet-geleende Vlaamse woorden), een Nederlands-Frans woordenboek en het eerste in de Lage Landen gepubliceerde vertaalwoordenboek van een moderne taal dat uitging van het Nederlands.

Lees verder >>

Sensationele nieuwe bron van het Skepi Dutch

Over Bart Jacobs en Mikael Parkvall, Skepi Dutch Creole: The Youd Papers

Door Cefas van Rossem

In het Caribisch gebied zijn, zover we weten, drie talen gesproken die gerelateerd zijn aan het Nederlands. Op de US Virgin Islands, ooit de Deense Antillen, was dat het Virgin Islands Dutch Creole, ook Negerhollands. In en over deze taal is al vanaf de achttiende eeuw veel geschreven. In het huidige Guyana bestonden het Berbice Dutch, waarover ik in 2017 op Neerlandistiek geschreven heb, en het Skepi Dutch.

Lees verder >>