Categorie: taalkunde

Verkansie

Door Henk Wolf

Vrijdag schreef columniste Nadia Ezzeroili in de Volkskrant een stukje over het woord verkansie, een variant van vakantie.

De columniste observeert een groeiende populariteit van de geschreven vorm verkansie op de sociale media. Dat kan heel goed een juiste observatie zijn, daar wil ik af blijven, maar de suggestie dat de variant verkansie nieuw zou zijn of een “lelijke verbastering” van vakantie is niet correct. Nadia Ezzeroili neemt aan dat het nu als Standaardnederlands geldende vakantie als model wordt gebruikt om een onvolmaakte kopie (‘een verbastering’) als verkansie te vormen. Die denkfout wordt heel veel gemaakt, maar beide vormen komen al eeuwenlang in het Nederlands voor, naast talloze andere varianten. Op schrift is vakantie de norm geworden, maar in de spreektaal bestaat die vormvariatie nog steeds.

Vakantie en verkansie zijn allebei ‘verbasteringen’

Vakantie en verkansie zijn allebei gevormd naar het voorbeeld van een woord uit een Romaanse taal. Dat is vermoedelijk niet, zoals de columniste schrijft, het Latijnse vacatio. Het is onwaarschijnlijk dat de mensen in Nederland en Vlaanderen het [n]’etje in het woord zelf hebben verzonnen. Volgens de meeste etymologische woordenboeken is het Latijnse vacantia of het Franse vacances de waarschijnlijke inspiratiebron geweest (of allebei). Vernederlandste vormen kwamen in de vijftiende eeuw al in het Nederlands voor, toen nog alleen in de betekenis ‘periode waarin geen recht werd gesproken’.

Lees verder >>

In geval van twijfel: vraag een frisist!

Door Henk Wolf

Een bekende vertelde me deze week dat ze had meegedaan aan een psycholinguïstisch onderzoek. De onderzoeker had elektroden op haar hoofd geplakt en daarna moest ze Friese woorden naar het Nederlands vertalen en andersom. Ze wist niet precies wat het doel van het onderzoek was, maar het viel haar wel op dat de onderzoeker niet Friestalig was en misschien niet in de gaten had dat sommige Friese testwoorden in haar dialect niet werden gebruikt of heel erg schrijftalig waren, waardoor ze minder vlot tweetalig zou kunnen lijken dan ze in werkelijkheid was.

Ik ken het onderzoek niet en het is best mogelijk dat de onderzoeker die woorden met opzet had gekozen. In z’n algemeenheid echter is er wel een risico dat onderzoekers die onderzoek doen met behulp van een taal die ze zelf niet beheersen, te makkelijk vertrouwen op het woordenboek. Dat geldt met name voor een taal als het Fries, die veel minder gestandaardiseerd is dan grote staatstalen zoals het Nederlands.

Er zijn wel vaker onderzoekers in die valkuil gestapt. Recent viel het me nog op toen ik een artikel van de Groningse onderzoekers Wencke Veenstra, Mark Huisman en Nick Miller uit 2014 las. Zij hebben onderzoek gedaan naar woordvindingsproblemen bij Friese Alzheimerpatiënten. Ze lieten 26 van zulke patiënten plaatjes beschrijven – in het Fries en in het Nederlands. Volgens de onderzoekers waren de woordvindingsproblemen in het Fries groter dan in het Nederlands. Dat verschil probeerden ze vervolgens te verklaren door aan te nemen dat de patiënten in hun latere leven meer Nederlands hadden gesproken dan Fries waardoor ze sneller op de Nederlandse woorden konden komen.

Lees verder >>

Hengelooo

Door Henk Wolf

Tijdens een college vergeleken studenten laatst hun uitspraak van een aantal klinkers. Een studente was aan haar uitspraak makkelijk te herkennen als Tukker en toen ze vertelde uit welke plaats ze kwam, riepen als op afspraak een paar anderen: “Hengelooo!”. Hoewel ze zelf geen Oost-Nederlanders waren, deden ze dat met de opvallende monoftongische uitspraak van de -oo-. De Twentse studente verzuchtte daarop: “Dat doen mensen nou altijd.”

Het is een bekend verschijnsel, met veel gezichten. Wie een Vlaamse tongval hoort, roept met een geknepen stemmetje ‘Allez!’. Wie iemand als Fries identificeert, roept: ‘Moai, no?’ met een overdreven stijgend toonverloop. De Surinamer moet een ‘Jawel, hoor!’ met overdreven bilabiale -w- en gerekte klinkers verdragen en wie Duits blijkt te zijn, ontkomt soms niet aan een bijtend uitgesproken ‘Jawohl!’.

Lees verder >>

Hierdoor werden demonstranten verhinderd een demonstratie in Dokkum bij te wonen

Door Henk Wolf

Het Openbaar Ministerie heeft kortgeleden een filmpje gepubliceerd waarin het naar aanleiding van de zaak rond de ‘Blokkeerfriezen’ uitlegt dat mensen anderen het demonstreren niet mogen beletten. In dat filmpje kwam de volgende zin voor, in zowel gesproken als geschreven vorm:

  • Hierdoor werden demonstranten verhinderd een demonstratie in Dokkum bij te wonen.

Over die zin is van alles te zeggen: is iemand die een demonstratie niet kan bijwonen een demonstrant? – om maar wat te noemen. Het opvallendste eraan vind ik echter de lijdende vorm.

Lees verder >>

Inleiding bij De Rembrandt-tutorials

Door Roland de Bonth

Met tal van activiteiten vierden we in het Rembrandtjaar 2006 dat Rembrandt van Rijn 400 jaar geleden op 15 juli 1606 werd geboren. Dit jaar gedenken we dat op 4 oktober 1669, precies 350 jaar geleden dus, hij zijn laatste adem uitblies. Net als 13 jaar geleden komen ook nu liefhebbers van deze internationaal vermaarde schilder ruimschoots aan hun trekken. Het Rijksmuseum pakte uit met de grote overzichtstentoonstelling ‘Alle Rembrandts’, waarin voor het eerst in de geschiedenis alle schilderijen, etsen en tekeningen van Rembrandt uit de eigen collectie te zien waren. Ook Rembrandts geboortestad Leiden laat zich niet onbetuigd. In november zal in het pas volledige gerestaureerde museum De Lakenhal een expositie worden geopend met als titel ‘Jonge Rembrandt’. En dan zijn er nog acht andere tentoonstellingen in Amsterdam, Den Haag en Leeuwarden te bezichtigen (geweest) die een directe relatie hebben met Rembrandt.

Lees verder >>

Des kegels

Door Henk Wolf

Foto: Omrop Fryslân

Ton den Boon schrijft vandaag in Trouw over des kegels. Dat komt voor in een rijmpje van Romke de Jong uit Kubaard. Het stond op een spandoek dat begin deze week werd gebruikt bij een demonstratie in Den Haag van boeren tegen het agrarisch beleid van de Nederlandse regering.

Het rijmpje gaat zo:

Wij agrariërs zijn des kegels
wij zijn het zat met alle regels!!

Lees verder >>

Een toneelstuk over taaladvies?

Door Marten van der Meulen

Screenshot 2019-10-01 10.39.23Uitspraken over goede en foute taal vinden hun weg naar allerlei cultuurproducten. Een mooi voorbeeld is een scene uit de Amerikaanse versie van The Office, waarin uitgebreid wordt gediscussieerd over de bekende kwestie who/whom. Op mijn zusterblog Milfje zijn blogs over liedjes te vinden die metalinguistische uitspraken (uitspraken over taal) bevatten, zoals het reactionaire Word Crimes van Weird Al Yankovic. Peter-Arno Coppen wees me onlangs op een geval in Een tafel vol vlinders van Tim Krabbé. Overbekend in de literatuur is natuurlijk Pygmalion van Bernard Shaw (en alle verfilmingen en vermusicaliseringen zoals My Fair Lady), waarin ‘de juiste uitspraak’ een centraal element in het verhaal is. Maar wat volgens mij niet algemeen bekend is, is dat er ook een Nederlands toneelstuk is dat niet alleen over taaladvies gaat, maar zelfs over een (fictief) taaladviesgenootschap: De Spreektaalveredelingsbond van R.A. Kollewijn. Lees verder >>

Waarom is er zo vaak maar één gesprekstaal?

Door Henk Wolf

Mensen hebben heel sterk de neiging zich aan elkaar aan te passen. De populaire psychologie noemt dat spiegelen, in de taalsociologie wordt het vaak accommoderen genoemd.

Dat aanpassen doen we op talloze manieren: mensen nemen dezelfde lichaamshouding aan, zoeken een vergelijkbaar spreekvolume, nemen woorden van elkaar over enzovoort. Bijna iedereen heeft vermoedelijk weleens het experimentje gedaan waarbij-d-ie een andere houding aannam en constateerde dat z’n gesprekspartner die houding met een kleine vertraging overnam.

Zulk aanpassen, ook al gebeurt het grotendeels onbewust, is een sociaal signaal. Het geeft de gesprekspartner aan dat je je best doet om het gesprek harmonieus te laten verlopen, dat je van goede wil bent, dat je de ander welgezind bent. Wie zich op een opvallende manier niet aan de ander aanpast, kan daarmee te kennen geven dat er in de verhouding iets mis is, bijvoorbeeld bij een emotionele discussie of in een situatie waarin machtsverhoudingen boven goede betrekkingen gaan.

Lees verder >>

Call for papers: 20th Biennial Interdisciplinary Conference of Netherlandic Studies (ICNS) 5-6 June 2020

On​ ​Friday,​ ​June​ ​5,​ ​and​ ​Saturday,​ ​June​ ​6,​ ​2020,​ ​the​ ​biennial​ ​Interdisciplinary​ ​Conference​ ​for​ ​Netherlandic Studies​ ​will​ ​take​ ​place​ ​in​ ​Berkeley,​ ​California.​

The conference​ ​focuses on the wide scope of Dutch Studies, across all fields (art, history, literature, linguistics, etc.) and across the globe. ​You are invited to submit paper proposals in the following areas:

  • Dutch literature and its international circulation;
  • Dutch/Flemish art;
  • Dutch linguistics;
  • (Art) History of the Low Countries and colonial regions.

Topics​ ​of​ ​general​ ​sessions​ ​might​ ​include:​ ​History:​ ​Early-Modern,​ ​19th​-​ ​&​ ​20​th​-Century​ ​Literature, 16​th​-Century​ ​Art​ ​&​ ​Literature,​ ​Colonialism,​ ​Early-Modern​ ​Literature,​ ​20​th-Century​ ​History,​ ​Early-Modern Art​ ​History,​ ​17th-Century​ ​Art,​ ​Afrikaans,​ ​Linguistics,​ ​20​th-Century​ ​Film,​ ​19​th​-​ ​&​ ​20​th-Century​ ​Literature, and​ ​Local​ ​Dutch-American​ ​History.

Lees verder >>

Naar de zolder geschopte talen

Door Henk Wolf

Er verdwijnen tegenwoordig meer talen dan dat er nieuwe bij komen. Taaldood is op wereldschaal een veelvoorkomend verschijnsel. Nou merken we van die daadwerkelijke dood heel weinig. Op een gegeven moment wordt het laatste woord in een taal uitgesproken en dat hebben dan weinig mensen in de gaten.

Wat we veel beter kunnen zien is het stervensproces dat aan die dood voorafgaat. Dat kan allerlei vormen aannemen, van kort en radicaal doordat alle sprekers worden gedood, tot langzaam en onopvallend, waarbij een taal simpelweg steeds minder wordt gebruikt.

Bij veel westerse minderheidstalen zien we soms een mogelijk onverwachte vorm van sterven. De bekende taalkundige Joshua Fishman heeft dat proces eens omschreven als het “naar zolder schoppen” (kick upstairs) van een taal. Op zolder voltrekt zich dan het stervensproces. Die zolder is een metafoor voor wat in de taalkunde de “hoge functies” van taal worden genoemd. Dat zijn allerlei functies die met enig aanzien worden geassocieerd, bijvoorbeeld het gebruik op verkeersborden, tijdens toespraken en in de kunst.

Lees verder >>

Overleden: Wim Klooster (10 augustus 1935-15 september 2019)

Ons bereikt het bericht dat Wim Klooster gisteren na een kort ziekbed is overleden. Klooster was gedurende zijn hele werkzame leven, na een korte periode in het middelbaar onderwijs, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, van 1972 tot 2000 als hoogleraar Nederlandse taalkunde. Daarnaast was hij actief als dichter. Voor Neerlandistiek schreef hij in memoriams over Frida Balk en over Henk Schultink. Wikipedia heeft een goed artikel over hem.

Het reflex

Door Henk Wolf

Er zijn Nederlandstaligen voor wie reflex een onzijdig woord is. Laatst sprak ik met iemand die dingen zei als ‘het reflex’ en ‘een sterk reflex’. Ik vroeg of reflex voor haar een de-woord of een het-woord was en ze antwoordde zonder aarzelen: ‘een het-woord’.

Op internet zijn ook voorkomens te vinden van ‘het reflex’. Het zijn er geen duizenden, maar wel te veel om alleen typfouten te zijn. Hieronder staan een paar voorbeelden:

  • Het reflex zorgt voor de productie van endorfines, een neurotransmitter dat pijnstillend werkt en een fijn en verzadigd gevoel geeft.
  • Dat heeft te maken met het reflex dat ontstaat als je zenuwen geprikkeld worden. 
  • Het reflex wordt getriggerd door het kijken naar de hand waardoor een onbewuste knijpbeweging ontstaat.
  • Je kan je voorstellen dat het lastig is naar links te kijken en tegelijk je armen en benen mee te bewegen volgens het reflex (die ga je dan strekken).
  • Het reflex van de musculus stapedius zou normaal gesproken pas in werking treden als er een geluid harder dan 100 decibel wordt …
  • toeschietreflex zelfst.naamw. [biologie] het reflex van het naar buiten laten spuiten van moedermelk uit de melkklieren Bron: Wikiwoordenboek – toeschietreflex.
  • Hierna verdwijnt het reflex langzaam.
Lees verder >>

Op (het) Parliament Square

Door Henk Wolf

  • […] op het moment dat uit de speakers op Parliament Square de aantallen klinken – 329 voor, 300 tegen – klapt ze halfslachtig met een slap handje.

De zin hierboven stond afgelopen donderdag in een voorpagina-artikel van de Trouw. Met die zin is iets aan de hand: er staat geen lidwoord voor de naam van het plein Parliament Square. Dat is geen foutje: het lidwoord blijft heel vaak weg bij Engelstalige namen van straten, pleinen en parken. Nog een paar voorbeelden van internet:

Lees verder >>

Waarom hangen hun al ruim een eeuw aan de kapstok?

Door Henk Wolf

Misschien herinnert u zich nog de aflevering van De wereld draait door uit 2012 waarin taalkundige Helen de Hoop en toenmalig minister van onderwijs Ronald Plasterk spraken over het voornaamwoord hun. Bij m’n collega’s en mij op NHL Stenden Hogeschool is het een populaire onderwijsvideo. Ik gebruik ‘m zelf om studenten te laten zien hoe mensen gesprekstechnieken toepassen om derden te overtuigen.

De video illustreert hoe twee mensen wel aan dezelfde tafel kunnen zitten en ogenschijnlijk over hetzelfde onderwerp spreken, maar toch finaal aan elkaar voorbij praten. Ik heb bij het zien van de video altijd wat medelijden met Helen de Hoop, die probeert iets inhoudelijk interessants te vertellen, maar daar nauwelijks de ruimte voor krijgt en ook nog erg weinig respect krijgt van zowel Plasterk als de presentator.

Lees verder >>

Helje-en-bringservice

Door Henk Wolf

Als ik ’s morgens naar het werk rij, hoor ik voor de radio vaak een reclame van een bedrijf met een “helje-en-bringservice”. Dat is Fries voor ‘haal-en-brengservice’, maar wel opvallend Fries.

Het Nederlands heeft één type regelmatige werkwoorden, het Fries heeft er twee. Je hebt werkwoorden met een woordenboekvorm (onbepaalde wijs, infinitief, hele werkwoord) op -je en werkwoorden met een woordenboekvorm op -e. Die krijgen verschillende vervoegingen. Helje (‘halen’) is een -je-werkwoord. De vorm helje is onder andere de woordenboekvorm, de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd en de gebiedende wijs.

Wat helje niet is, is de stam. En aan de linkerkant van een samengesteld woord gebruik je in het Fries, net als in het Nederlands, de stam van het werkwoord. Dat is het stukje dat in alle regelmatige vormen wordt gebruikt, waarin het eventueel met voor- en achtervoegsels wordt aangevuld. Lees verder >>

Over lijken

Door Henk Wolf

Ik heb jarenlang een abonnement gehad op een Deenstalige krant. Daarin vielen me altijd de berichtjes op van het overlijden van bekende mensen. Die-en-die ‘er død’, stond er dan als kop: die-en-die ‘is dood’. In Nederlandse kranten zie je, dat is althans mijn indruk, doorgaans wat omfloerstere formuleringen.

In z’n taalcolumn in de Trouw schrijft Ton den Boon vandaag over een verwante kwestie, namelijk die van de gevoeligheden rondom het woord lijk. Daarover wordt de afgelopen maanden wel vaker geschreven. De aanleiding is een initiatiefnota van Kamerlid Monica den Boer van D66. In die nota van november vorig jaar staat over het woordgebruik:

3.1 Gebruik niet het woord “lijk” op gemeenteformulieren

Nadat iemand is overleden en de arts een verklaring van overlijden heeft gegeven, moet een nabestaande of de uitvaartverzorger verlof tot cremeren of begraven aanvragen bij de gemeente (artikel 11 en 11a WBL). Pas dan kan iemand worden begraven of gecremeerd. De formulieren voor deze verloven zijn vastgesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken. In deze formulieren wordt voor de overledene het woord “lijk” gebruikt. Uit de ervaring van gemeenten blijkt dat deze term als onnodig confronterend en soms zelfs als kwetsend wordt ervaren door nabestaanden. Deze formulieren voor de verloven moeten daarom gewijzigd worden, zodat deze minder emotioneel belastend zijn.
Vanuit deze gedachte kan ook de naam van de wet gewijzigd worden.

Lees verder >>

Academische Jaarprijzen 2019: Nederlandse taalkunde (2017-2018)

De Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden heeft op 23 augustus 2019 de volgende prijzen toegekend:

  • voor de beste dissertatie op het gebied van de Nederlandse taalkunde:Policy versus Practice. Language variation and change in eighteenth- and nineteenth-century Dutch van Andreas Krogull. Universiteit Leiden, 2018.    
  • voor het beste artikel  op het gebied van de Nederlandse taalkunde:  ‘Expressive markers in online teenage talk. A correlational analysis’ van Lisa Hilte, Reinhild Vandekerckhove en Walter Daelemans (Universiteit Antwerpen), in: Nederlandse taalkunde 23:3 (2018), p. 293-323. 
  • voor de beste scriptie op het gebied van de Nederlandse taalkunde: Complementizer agreement in Dutch dialects, A quantitative approach in search for subtypes van Milan Valadou. Begeleid door Jeroen van Craenenbroeck en Benedikt Szmrecsanyi, Universiteit Leuven.

De jury bestond uit prof. dr. Hans Bennis, prof. dr. Marinel Gerritsen en prof. dr. Jaap van Marle. 

Lees verder >>

Nimmer meer ‘vier appels meer’: verdwijnende tijd

Door Henk Wolf

Het Franse woord jamais heeft geen vaste vertaling in het Nederlands. Afhankelijk van de context kun je het als ooit, nooit of altijd vertalen (en er zijn misschien nog wel meer mogelijkheden). Kijk maar naar de onderstaande zinnen:

  • Tu es le pire client que j’ai jamais eu.
    (‘Jij bent de beroerdste klant die ik ooit heb gehad.’)
  • Je n’ai jamais vu autant de colère.
    (‘Ik heb nog nooit zoveel boosheid gezien.’)
  • Il est dans le tombeau pour jamais endormi.
    (‘Hij ligt in het graf, voor altijd ingeslapen.’)

Nederlandstaligen vinden het vaak wat gek dat een woord drie zulke verschillende betekenissen in zich kan verenigen. Toch heeft het Nederlandse ooit naast de betekenis ‘op enig moment’ ook weleens de eigenschap ‘op elk moment’, die we meer met het woord altijd zouden associëren. Kijk maar naar de volgende zinnen:

Lees verder >>

Houben, Ploumen, Ingenhousz

Familienamen: hoe spreek je ze uit

door Jan Stroop

Afgelopen voorjaar heeft de VPRO de tv-serie ‘Rond de Noordzee’ uitgezonden. Die serie is gemaakt door Arnout Hauben. Toen ik die naam in een reclamespotje hoorde, zag ik dit woordbeeld voor me: Houben en dacht: die presentator weet dus niet hoe je die naam moet uitspreken, namelijk zoals de naamdragers dat zelf doen. Die zeggen immers Hoeben [hubə]. Maar wie dat niet weet, zegt [hɑubə] als ie Houben ziet staan. Later zag ik in de gids dat er Hauben stond. En dat is een ander verhaal.

Lees verder >>

Het raad?

Door Henk Wolf

  • Zeker, en we weten daar nog altijd geen goed raad mee.

Bovenstaande zin stond op 1 juli in de Volkskrant. Hij is opgetekend uit de mond van historicus Gert Oostindië, die geïnterviewd werd door Sander van Walsum. Het is een aparte zin, althans het stukje geen goed raad is onverwacht.

Waarom? Wel, raad is allereerst geen het-woord, maar een de-woord. En tussen geen en een de-woord krijgen bijvoeglijke naamwoorden de uitgang -e. Kijk maar:

  • geen goed huis (‘het huis’)
  • geen goede schuur (‘de schuur’)

Natuurlijk kan ‘geen goed raad’ een typfoutje zijn, dus ik heb even gegoogeld om te kijken of het vaker is gebruikt. Dat bleek zo te zijn. De woordreeks ‘geen goed raad’ komt honderden keren op internet voor. Er lijkt dus iets aan de hand te zijn.

Lees verder >>

Een neem-meepakket voor een meeneemprijs

Door Henk Wolf

In het Nederlands kun je twee of meer woorden combineren tot een samengesteld woord of samenstelling. Als je daarbij een werkwoord gebruikt en dat is niet het laatste woord van de samenstelling, dan moet je de stam van dat werkwoord gebruiken. Voorbeelden zijn:

  • drijven + sijsje = drijfsijsje
  • lopen + rek = looprek
  • zweven + vliegen = zweefvliegen

Wil je iets in zo’n samenstelling opnemen wat bij het werkwoord hoort, zoals een partikel of een plaatsbepaling of een lijdend voorwerp, dan komt dat in een uitgeklede vorm links van de werkwoordstam. Een paar voorbeelden:

  • mee + nemen + prijs = meeneemprijs
  • op de bank + zitten + premie = bankzitpremie
  • auto’s + verkopen + cijfers = autoverkoopcijfers
Lees verder >>

Een zwangere koe

Door Henk Wolf

“Kun je niet eens wat schrijven over al die zwangere koeien die je tegenwoordig in de media tegenkomt?” vroeg een collega me laatst. Ze wees me op een krantenartikel waarin gesproken werd over een koe die ‘zwanger’ was. Ik vond het een komische combinatie, die me deed denken aan de zin ‘een zwanger paard eet graag appeltaart’ uit het herkenningsliedje van de televisiekwis Waku Waku.

Voor mijn collega en mij kunnen alleen mensen zwanger zijn (afgezien van metaforisch gebruik als ‘de lucht was zwanger van geuren’). Nou was me wel vaker opgevallen dat nieuwsmedia soms woorden gebruiken die voor mijn gevoel niet bij nutsdieren passen. Zo vond ik op internet:

  • Hoe zorgen ze ervoor dat een koe zwanger raakt van een stier?
  • De familie Stassen in Valkenburg heeft vrijdag een zwangere koe moeten laten inslapen.
  • Dit signaal geeft een koe vlak voor ze gaat bevallen – en dat rechtstreeks aan de boer via sms.
  • De koe heeft al negen kalveren gebaard en is in verwachting van het tiende.
  • Hij bedoelde het lijk van een koe, denk ik.
Lees verder >>

Hansworst

Door Henk Wolf

Ik heb de klemtoon in het woord hansworst altijd op worst gelegd. Ik wist ook niet beter of iedereen deed dat. Tot iemand een paar jaar geleden verbaasd uitriep: “Wat zeg je nou?”

Zij zei namelijk HANSworst, met de klemtoon op de eerste lettergreep. Dat vond ik weer heel erg gek. Uiteraard hebben we toen rondgevraagd en tot onze verbazing waren beide uitspraakvarianten in onze omgeving ongeveer even sterk vertegenwoordigd.

Mijn Groot Woordenboek der Nederlandse Taal van Van Dale (twaalfde druk) noemde alleen mijn variant, met de klemtoon op worst. Dat was raar, als die andere variant ook zo vaak voorkwam.

Lees verder >>

De geordende kijk op aardrijkskunde van de standaardtaalspreker

Door Henk Wolf

Wie geen streektalen kent, vindt soms andere dingen normaal dan wie er wel een spreekt. De standaardtaalspreker heeft bijvoorbeeld een veel overzichtelijker visie op aardrijkskunde dan de streektaalspreker.

Een paar dagen geleden schreef ik een stukje over het gebruik van lidwoorden in aardrijkskundige namen. In het Standaardnederlands bestaan wel namen van landen, eilanden, plaatsen enz. met lidwoorden, maar ze zijn ongewoon. Veel van die lidwoorden zijn bovendien ‘opgeslokt’ in de naam en geen echt lidwoord meer. In veel Nederlandse streektalen, misschien wel in alle, is dat anders. Daar zijn lidwoorden voor aardrijkskundige namen juist heel gewoon. Lemmer is in het Fries de Lemmer en Ameland is it Amelân. Leek is in het Gronings de Laik en Schiermonnikoog wordt in het Gronings vaak t Ailaand genoemd. Marcel Plaatsman schreef hier dat op Texel ’t Skil voor Oudeschild werd gezegd, Wikipedia vertelt me dat Meterik in het Limburgs De Mieëterik en België ’t Belsj wordt genoemd en zo zijn er nog talloze andere voorbeelden te bedenken.

Lees verder >>

Hoe vind je de klemtoon in een woord?

Door Henk Wolf

Klemtonen zijn rare dingen. Een klemtoon maakt een lettergreep opvallender dan overige lettergrepen, maar dat kan op verschillende manieren: beklemtoonde lettergrepen kunnen bijvoorbeeld luider zijn dan hun onbeklemtoonde buren, maar ook op een hogere toon worden uitgesproken of langer worden aangehouden. Nederlandstaligen gebruiken vooral de laatste twee manieren.

Iedereen die als moedertaal Nederlands spreekt, legt klemtonen. Als anderen spreken, hoor ik waar die klemtonen liggen. Dat geldt alleen niet voor iedereen. Elk jaar weer kom ik studenten tegen die met wanhoop in hun stem vragen hoe ze in vredesnaam de klemtoon kunnen vinden. Soms hebben ze al hun toevlucht genomen tot internet en daar allerlei vuistregels gevonden, maar zelf horen doen ze het niet, niet eens in hun eigen spraak.

Uiteraard hebben we het als docenten onderling over zo’n probleem. Dan wisselen we ook de didactische aanpakken uit die we gebruiken om studenten te helpen bij de oplossing van dat probleem. Omdat ik bij het googelen niets vond wat de wanhopige student helpt, zet ik er maar een paar op een rijtje.

Lees verder >>