Categorie: taalkunde

De weerbarstige grammatica’s van het 17e-eeuwse Standaardnederlands

door Machteld de Vos

Sinds januari ben ik bezig met mijn promotieonderzoek. Onder begeleiding van profs. Nicoline van der Sijs en Helen de Hoop onderzoek ik hoe de normen en regels voor het zich ontwikkelende Standaardnederlands in de 17e eeuw zijn verbreid en algemeen aanvaard zijn geraakt, aan de hand van een 17e-eeuws krantencorpus dat onlangs via crowdsourcing beschikbaar is gekomen.

Lees verder >>

Vacature: doctoraatsbursaal – opnieuw geopend: nieuwe deadline 7/10

Doctoraatsbursaal (voltijds)

Historische sociolinguïstiek en historische pragmatiek van het Nederlands:
Standaardisatie en entekstualisering van getuigenverhoren (1700-1900)

Vacature opnieuw opengesteld – nieuwe deadline 7 oktober 2020 (15:00 uur)

Het Centrum voor Linguïstiek (CLIN) van de Vrije Universiteit Brussel en de onderzoeksgroep Grammar and Pragmatics (GaP) van de Universiteit Antwerpen zoeken een voltijds bursaal om een doctoraatsonderzoek uit te voeren en een proefschrift voor te bereiden binnen het domein van de historische sociolinguïstiek en historische pragmatiek van het Nederlands.

Lees verder >>

Bargoens. Vijf eeuwen geheimtaal van randgroepen in de Lage Landen

Bargoens. Vijf eeuwen geheimtaal van randgroepen in de Lage Landen is een lijvig populairwetenschappelijk leesboek en tevens een naslagwerk. Het Bargoens wordt er in ontsleuteld: in het woordregister zijn alle betekenis- en vormvarianten opgenomen van ruim tienduizend Bargoense woorden. Ze zijn overgenomen uit meer dan honderd geschreven bronnen, tweemaal zoveel als er tot nog toe bekend waren.

Lees verder >>

Liesbeths Onaffe

Door Marc Koenen

Kan dat, het woord ‘Onaffe’ gebruiken als een zelfstandig naamwoord? Wel als je Liesbeth Koenen (1958-2020) heet. Lang, heel lang werkte ze aan een boek over de wonderen van ons taalvermogen, verpakt in een aantal opmerkelijke gebeurtenissen uit de werkelijkheid. Zoals Genie, een Amerikaans meisje dat in 1970 al dertien jaar oud was maar door een gruwelijke vader nooit had mogen praten. Kon Genie dat daarna nog leren?

Lees verder >>

Hoe sta je erin en wat raakt je precies?

Metaforen in interviewvragen

Door Ronny Boogaart

De presentator van Radio Tour de France vraagt op zondag 30 augustus aan zijn gast:

  • Wat lees jij nu?

Het antwoord daarop is niet de naam van een krant of de titel van de laatste Saskia Noort. De interviewer wil weten wat zijn gast van de ontwikkelingen in de wedstrijd denkt. 

Die had ik nog niet. (Dank, Frank van Pamelen.)

Lees verder >>

40 jaar Taalunie

Nederlandse Taalunie

Op 9 september 1980, gisteren exact 40 jaar geleden, ondertekenden België en Nederland het Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie. In de aanhef van dat verdrag verklaarden de toenmalige vorsten Boudewijn en Beatrix dat ze ervan overtuigd waren “dat de gemeenschappelijke zorg voor de Nederlandse taal de banden tussen de Nederlandstaligen in Hun landen zal versterken”. En dat in Brussel, de stad waar bijna dag op dag 150 jaar eerder de Belgische Omwenteling was uitgebroken, onder meer vanwege de taalpolitiek van Willem I, die in de Vlaamse provincies het Nederlands als officiële taal wilde invoeren. Het kan verkeren.

Lees verder >>

Tweede digitale uitgave Twente Taalbank online

Afbeelding uit de Twentse Taalbank

Op maandag 7 september is, voor iedereen beschikbaar, de tweede digitale uitgave van de Twentse Taalbank online gekomen als PDF-bestand. Dit betreft de volledige transcriptie van het rijmstuk To Hooupe Kallinge Manges den Swarten Meyster Onde sinen Knegt (1672) van Justus Nipetang, met een Engelse vertaling en een inleiding door Chris Canter.

Lees verder >>

Een lekkere vent is lastiger dan C2

Door Marc van Oostendorp

Het alledaagse is het moeilijkst te vatten. Waar er vrij uitvoerige recepten zijn van ingewikkelde gerechten, waar er etiquettes zijn over hoe je te gedragen als je de Koning ontmoet, waar de formele taalregisters vrij compleet beschreven zijn, is het veel lastiger te vinden hoe je boerenkool maakt, wat je tegen de buurvrouw moet zeggen als ze van de trap valt, hoe Nederlanders nu onderling precies praten.

Dat laatste, daar gaat het ons hier natuurlijk om. Het is niet alleen een betrekkelijk onontgonnen gebied in de wetenschappelijke beschrijvingen van het Nederlands, maar vooral ook in de taaldidactiek: lekker gewoon Nederlands praten, hoe doe je dat? Wanneer zeg je bijvoorbeeld ‘lekker’, ‘gewoon’ of ‘lekker gewoon’? Het is eigenlijk eigenaardig dat het hoogste niveau van taalbeheersing als anderstalige door het Europese Kader, C2, wordt gedefinieerd als academisch taalgebruik. Je kunt ingewikkelde abstracte betogen houden en binnen vijf minuten door de mand vallen als je met een moedertaalspreker over het weer praat.

Lees verder >>

De geniale eenvoud van de taalkunde

Door Marc van Oostendorp

Hoe komt het dat talen zo eenvoudig zijn? Dat is de op het eerste gezicht verrassende vraag die de taalkundige Hedde Zeijlstra stelt in zijn boek De geniale eenvoud van taal. De vraag is op het eerste gezicht verrassend omdat we niet geneigd zijn aan talen als eenvoudig te denken: als voorbeelden geeft Zeijlstra zelf de twaalf naamvallen van het Baskisch, of de zestien woordgeslachten van het Swahili. Tegelijkertijd moeten die talen wel eenvoudig zijn – ze worden immers door alle kinderen die in de juiste omstandigheden (de Pyreneeën, de buitenwijken van Nairobi) opgroeien moeiteloos geleerd.

Het is die paradox die Zeijlstra probeert op te lossen in dit boek. Hij grijpt daarvoor terug op de inzichten die er de afgelopen decennia vooral de taalkundige school rondom Noam Chomsky (1928) heeft opgeleverd. Nu heeft die school op zijn beurt de naam nogal technisch en ingewikkeld te zijn. Wanhoop niet! Zeijlstra laat in dit boek zien dat niet alleen de taal, maar ook de taalkunde betrekkelijk eenvoudig is.

Lees verder >>

‘Gereserveerd voor uw veiligheid’: mag je hier wel of niet zitten?

Door Ronny Boogaart

Mensen die de Nederlandse corona-regels verwarrend en onduidelijk vinden, kunnen meestal heel precies uitleggen wat die regels zijn, dus met die verwarring valt het blijkbaar wel mee. Op drukke plekken in Amsterdam moet je ineens wel een mondkapje op? Exact zoals u zegt! Het is heel zelden dat je in het wild oprechte verwarring over een corona-maatregel tegenkomt. Maar toen ik een paar weken geleden (nog zonder mondkapje) aan de koffie zat in een hoofdstedelijke boekwinkel, zag ik het gebeuren. Op een groot aantal van de tafeltjes daar staat een bordje met de tekst:

  • Deze tafel is gereserveerd voor uw veiligheid
Lees verder >>

We zoeken versterking van/voor ons schoonmaakteam

Door Henk Wolf

Wat is beter? We zoeken versterking van ons schoonmaakteam of We zoeken versterking voor ons schoonmaakteam? Die vraag kreeg ik een tijdje terug. Op grond van mijn taalgevoel zei ik: kan allebei. Ik heb ook nog even gegoogeld om te kijken of de taalgemeenschap het met me eens is. Dat blijkt zo te zijn: “zoeken versterking van” komt ruim tienduizend keer voor, “zoeken versterking voor” krapaan tienduizend keer.

Dat zijn redenaties op basis van mijn eigen oordeel en dat van anderen. Ik had ook nog in de taaladviesliteratuur kunnen duiken om te kijken of die een van beide vormen de voorkeur geeft. En ik had kunnen berederen waarom beide zinnen normaal Nederlands zijn. Dat laatste wil ik hier nu doen.

Lees verder >>

‘Vioolspelen’ en/of ‘viool spelen’?

Door Henk Wolf

In een interessant stuk hier op Neerlandistiek.nl stelde Gillan Wyngaards laatst de volgende vraag:

  • “Hoe moet een vijftienjarige leerling nou weten waarom gitaar spelen een woordgroep is en vioolspelen een samenstelling?”

Dat is een vraag waarin drie heel verschillende problemen bij elkaar komen. Ik zet ze even op een rijtje:

1. Het eerste probleem lijkt het ingewikkeldst, maar het is het eenvoudigst: kan een vijftienjarige leerling beredeneren of iets een groepje woorden dan wel één enkel werkwoord is. Het antwoord op die vraag is ja: ons taalgevoel behandelt woordgroepen en losse werkwoorden verschillend. Die onbewuste kennis is vrij eenvoudig bewust te maken. Een illustratie:

Lees verder >>

Over wat het actualiteitsprincipe met de geschiedenis van het Zuiderzeepoldernederlands in vergelijking met het Waddenhollands te maken heeft

Door Henk Wolf en Reitze Jonkman

Drie weken geleden hebben wij ervoor gepleit historische interne dialectstudie te combineren met het bestuderen van de externe geschiedenis van de taal in Nederland. De aanleiding was een webinar door Marc van Oostendorp over de Waddendialecten waarin hij op basis van een vergelijking met de hedendaagse standaardtalen Nederlands en Fries, de dialecten Midslands (Midden-Terschelling) en Amelands als mengdialecten classificeerde, terwijl wij ze op basis van historische data tot de Hollandse dialecten rekenen.

Lees verder >>

Categoriale perceptie: de een hoort een [d], de ander een [r]

Door Henk Wolf

“Ik fyn sniders alt fan dy droevige figueren, ik kin ’t net helpe.”
“No, sa wurde se útbeeld yn dy âlde boeken.”
“Ja, mar oer ’t geheel, dy’t ik no meimakke ha, wienen allegear fan dy …”
“… twadde mannen?”
“Ja. Twadde âlde keareltsjes. Mar ja.”

Vertaling:
“Ik vind kleermakers altijd van die droevige figuren, ik kan het niet helpen.”
“Nou, zo worden ze uitgebeeld in die oude boeken.”
“Ja, mar over het geheel, (degenen) die ik nu meegemaakt heb, waren allemaal van die …”
“… tweede mannen?”
“Ja. Tweede oude kereltjes. Maar ja.

Lees verder >>

Waarom heet een theedoek in het Fries ‘skûlk’ en in het Nederlands niet?

Door Henk Wolf

Een schort is in het Fries een skelk en een theedoek wordt door een deel van de Friestaligen skûlk (uitspraak ‘skoelk’) genoemd. Beide woorden zijn ontstaan uit samenstellingen van twee woorden:

  • skelk < skerteldoek < skerte (‘schoot’) + -el- (tussenklanken) + doek
  • skûlk < skûteldoek < skûtel (‘schotel’) + doek

De woorden zijn heel sterk ineengeschrompeld: van doek is alleen de laatste -k overgebleven.

Lees verder >>

Als je iets zou moeten, moet je het dan ook?

Door Henk Wolf

In de Trouw stond maandag een artikel waarin arbeidsjurist Pascal Besselink vertelt dat Nederlandse werknemers twee weken loon kunnen mislopen als ze op vakantie gaan in een land waarvoor het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse zaken een zogenaamd ‘oranje reisadvies’ heeft afgegeven.

Besselink wordt in dat stuk als volgt geciteerd: “Als je als werknemer zelf het risico neemt om naar zo’n gebied te gaan, wetende dat je bij terugkomst twee weken in quarantaine zou moeten, mag de baas gedurende die twee weken je loon inhouden.”

Iets verderop in het stuk spreekt Besselink die stellige uitspraak zelf tegen door aan te geven dat het niet zeker is of de werkgever werkelijk loon mag inhouden. Hij wordt dan als volgt geciteerd: “Er is nog geen werkgever of werknemer geweest die hiermee naar de rechter is gestapt. Als er zo’n zaak komt, is het afwachten wat daaruit komt.”

Lees verder >>

Zou je graag op willen letten?

Door Henk Wolf

Op de Facebookgroep Leraar Nederlands schreef een paar dagen geleden iemand:

Ik hoor steeds vaker zinnen als: ‘Zou je graag op willen letten?’ en ‘Zou je graag een persoonlijk berichtje willen sturen?’ Het woordje graag lijkt me daar niet op z’n plek. Of is dit een normale zinsconstructie die ik niet ken? Waar komt het vandaan? Een bepaald dialect/bepaalde streektaal?

Lees verder >>

Welke uitgang geven we Duitse bijvoeglijke naamwoorden in het Nederlands?

Door Henk Wolf

  • “Nieuws: Cees Noteboom ontvangt Österreichische Ehrenkreuz für Wissenschaft und Kunst.”

Dat is de titel boven een stuk van Coen Peppelenbos gisteren op Tzum. Dat stuk had natuurlijk een heugelijke inhoud, maar de titel was ook aanleiding voor een taalkundige overdenking. Het woord Österreichische botste in elk geval eventjes met m’n taalgevoel. Was het eind-s‘je niet vergeten? Maar toen ik iets langer nadacht, begon ik te twijfelen: gebruikte ik niet te veel Duitse grammatica in een Nederlandse zin? Paste ik nu niet m’n Duitse taalgevoel toe op het Nederlands? Maar als het niet de Duitse grammatica was die de vorm van het Duitse bijvoeglijk naamwoord bepaalde, wat dan wel? Afijn, het duurde niet lang of ik was verdwaald in m’n eigen intuïties.

We weten dat mensen niet onsystematisch van de ene taal naar de andere wisselen en we weten dat we meer van de grammatica van een taal behouden naarmate die taal meer lijkt op de taal waarin we het geleende stukje opnemen. Maar heel veel details weten we nog niet.

Lees verder >>

Vormt ‘vormen’ in deze zin een koppelwerkwoord?

Door Henk Wolf

Het Nederlands heeft twee soorten gezegden, althans dat is al heel lang de aanname in de schoolgrammatica (maar zie hier voor wat kritiek op dat idee): werkwoordelijke en naamwoordelijke.

Bij een werkwoordelijk gezegde zit de centrale mededeling over het onderwerp in het hoofdwerkwoord: het onderwerp ‘doet’ iets. Bij een naamwoordelijk gezegde zit de centrale mededeling in iets anders dan een werkwoord: het onderwerp ‘doet’ niet iets, maar ‘is’ iets.

In allerlei zinstypen is er bij Nederlandse naamwoordelijke gezegden wel nog een extra werkwoord nodig om de zin af te maken. Zo’n koppelwerkwoord kan ook nog informatie toevoegen, bijvoorbeeld over tijd of aspect.

Lees verder >>

Morgen wordt onweer verwacht

Door Henk Wolf



Ook slimme, talige mensen foeteren weleens op andermans taalgebruik. En ook zulken slaan weleens buiten. Zo meldde een bevriende vertaler zich kortgeleden met een klacht over een zin uit de krant bij me. Daar stond in:
.
  • Morgen wordt onweer verwacht.

Dat was toch wel erg slordig van de krant, vond hij. Ik begreep niet waar het probleem moest zitten. Onnodige lijdende vorm, misschien? Of had ie er het presentatieve woordje er bij gewild?

“Ik wil niet weten wat er morgen wordt verwacht. Ik wil weten wat er nu wordt verwacht voor morgen”, was zijn toelichting. Volgens hem kon de zin niet de voor iedereen logische betekenis krijgen als morgen zonder het voorzetsel voor werd gebruikt.

Lees verder >>