Categorie: taalkunde

We zoeken versterking van/voor ons schoonmaakteam

Door Henk Wolf

Wat is beter? We zoeken versterking van ons schoonmaakteam of We zoeken versterking voor ons schoonmaakteam? Die vraag kreeg ik een tijdje terug. Op grond van mijn taalgevoel zei ik: kan allebei. Ik heb ook nog even gegoogeld om te kijken of de taalgemeenschap het met me eens is. Dat blijkt zo te zijn: “zoeken versterking van” komt ruim tienduizend keer voor, “zoeken versterking voor” krapaan tienduizend keer.

Dat zijn redenaties op basis van mijn eigen oordeel en dat van anderen. Ik had ook nog in de taaladviesliteratuur kunnen duiken om te kijken of die een van beide vormen de voorkeur geeft. En ik had kunnen berederen waarom beide zinnen normaal Nederlands zijn. Dat laatste wil ik hier nu doen.

Lees verder >>

‘Vioolspelen’ en/of ‘viool spelen’?

Door Henk Wolf

In een interessant stuk hier op Neerlandistiek.nl stelde Gillan Wyngaards laatst de volgende vraag:

  • “Hoe moet een vijftienjarige leerling nou weten waarom gitaar spelen een woordgroep is en vioolspelen een samenstelling?”

Dat is een vraag waarin drie heel verschillende problemen bij elkaar komen. Ik zet ze even op een rijtje:

1. Het eerste probleem lijkt het ingewikkeldst, maar het is het eenvoudigst: kan een vijftienjarige leerling beredeneren of iets een groepje woorden dan wel één enkel werkwoord is. Het antwoord op die vraag is ja: ons taalgevoel behandelt woordgroepen en losse werkwoorden verschillend. Die onbewuste kennis is vrij eenvoudig bewust te maken. Een illustratie:

Lees verder >>

Over wat het actualiteitsprincipe met de geschiedenis van het Zuiderzeepoldernederlands in vergelijking met het Waddenhollands te maken heeft

Door Henk Wolf en Reitze Jonkman

Drie weken geleden hebben wij ervoor gepleit historische interne dialectstudie te combineren met het bestuderen van de externe geschiedenis van de taal in Nederland. De aanleiding was een webinar door Marc van Oostendorp over de Waddendialecten waarin hij op basis van een vergelijking met de hedendaagse standaardtalen Nederlands en Fries, de dialecten Midslands (Midden-Terschelling) en Amelands als mengdialecten classificeerde, terwijl wij ze op basis van historische data tot de Hollandse dialecten rekenen.

Lees verder >>

Categoriale perceptie: de een hoort een [d], de ander een [r]

Door Henk Wolf

“Ik fyn sniders alt fan dy droevige figueren, ik kin ’t net helpe.”
“No, sa wurde se útbeeld yn dy âlde boeken.”
“Ja, mar oer ’t geheel, dy’t ik no meimakke ha, wienen allegear fan dy …”
“… twadde mannen?”
“Ja. Twadde âlde keareltsjes. Mar ja.”

Vertaling:
“Ik vind kleermakers altijd van die droevige figuren, ik kan het niet helpen.”
“Nou, zo worden ze uitgebeeld in die oude boeken.”
“Ja, mar over het geheel, (degenen) die ik nu meegemaakt heb, waren allemaal van die …”
“… tweede mannen?”
“Ja. Tweede oude kereltjes. Maar ja.

Lees verder >>

Waarom heet een theedoek in het Fries ‘skûlk’ en in het Nederlands niet?

Door Henk Wolf

Een schort is in het Fries een skelk en een theedoek wordt door een deel van de Friestaligen skûlk (uitspraak ‘skoelk’) genoemd. Beide woorden zijn ontstaan uit samenstellingen van twee woorden:

  • skelk < skerteldoek < skerte (‘schoot’) + -el- (tussenklanken) + doek
  • skûlk < skûteldoek < skûtel (‘schotel’) + doek

De woorden zijn heel sterk ineengeschrompeld: van doek is alleen de laatste -k overgebleven.

Lees verder >>

Als je iets zou moeten, moet je het dan ook?

Door Henk Wolf

In de Trouw stond maandag een artikel waarin arbeidsjurist Pascal Besselink vertelt dat Nederlandse werknemers twee weken loon kunnen mislopen als ze op vakantie gaan in een land waarvoor het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse zaken een zogenaamd ‘oranje reisadvies’ heeft afgegeven.

Besselink wordt in dat stuk als volgt geciteerd: “Als je als werknemer zelf het risico neemt om naar zo’n gebied te gaan, wetende dat je bij terugkomst twee weken in quarantaine zou moeten, mag de baas gedurende die twee weken je loon inhouden.”

Iets verderop in het stuk spreekt Besselink die stellige uitspraak zelf tegen door aan te geven dat het niet zeker is of de werkgever werkelijk loon mag inhouden. Hij wordt dan als volgt geciteerd: “Er is nog geen werkgever of werknemer geweest die hiermee naar de rechter is gestapt. Als er zo’n zaak komt, is het afwachten wat daaruit komt.”

Lees verder >>

Zou je graag op willen letten?

Door Henk Wolf

Op de Facebookgroep Leraar Nederlands schreef een paar dagen geleden iemand:

Ik hoor steeds vaker zinnen als: ‘Zou je graag op willen letten?’ en ‘Zou je graag een persoonlijk berichtje willen sturen?’ Het woordje graag lijkt me daar niet op z’n plek. Of is dit een normale zinsconstructie die ik niet ken? Waar komt het vandaan? Een bepaald dialect/bepaalde streektaal?

Lees verder >>

Welke uitgang geven we Duitse bijvoeglijke naamwoorden in het Nederlands?

Door Henk Wolf

  • “Nieuws: Cees Noteboom ontvangt Österreichische Ehrenkreuz für Wissenschaft und Kunst.”

Dat is de titel boven een stuk van Coen Peppelenbos gisteren op Tzum. Dat stuk had natuurlijk een heugelijke inhoud, maar de titel was ook aanleiding voor een taalkundige overdenking. Het woord Österreichische botste in elk geval eventjes met m’n taalgevoel. Was het eind-s‘je niet vergeten? Maar toen ik iets langer nadacht, begon ik te twijfelen: gebruikte ik niet te veel Duitse grammatica in een Nederlandse zin? Paste ik nu niet m’n Duitse taalgevoel toe op het Nederlands? Maar als het niet de Duitse grammatica was die de vorm van het Duitse bijvoeglijk naamwoord bepaalde, wat dan wel? Afijn, het duurde niet lang of ik was verdwaald in m’n eigen intuïties.

We weten dat mensen niet onsystematisch van de ene taal naar de andere wisselen en we weten dat we meer van de grammatica van een taal behouden naarmate die taal meer lijkt op de taal waarin we het geleende stukje opnemen. Maar heel veel details weten we nog niet.

Lees verder >>

Vormt ‘vormen’ in deze zin een koppelwerkwoord?

Door Henk Wolf

Het Nederlands heeft twee soorten gezegden, althans dat is al heel lang de aanname in de schoolgrammatica (maar zie hier voor wat kritiek op dat idee): werkwoordelijke en naamwoordelijke.

Bij een werkwoordelijk gezegde zit de centrale mededeling over het onderwerp in het hoofdwerkwoord: het onderwerp ‘doet’ iets. Bij een naamwoordelijk gezegde zit de centrale mededeling in iets anders dan een werkwoord: het onderwerp ‘doet’ niet iets, maar ‘is’ iets.

In allerlei zinstypen is er bij Nederlandse naamwoordelijke gezegden wel nog een extra werkwoord nodig om de zin af te maken. Zo’n koppelwerkwoord kan ook nog informatie toevoegen, bijvoorbeeld over tijd of aspect.

Lees verder >>

Morgen wordt onweer verwacht

Door Henk Wolf



Ook slimme, talige mensen foeteren weleens op andermans taalgebruik. En ook zulken slaan weleens buiten. Zo meldde een bevriende vertaler zich kortgeleden met een klacht over een zin uit de krant bij me. Daar stond in:
.
  • Morgen wordt onweer verwacht.

Dat was toch wel erg slordig van de krant, vond hij. Ik begreep niet waar het probleem moest zitten. Onnodige lijdende vorm, misschien? Of had ie er het presentatieve woordje er bij gewild?

“Ik wil niet weten wat er morgen wordt verwacht. Ik wil weten wat er nu wordt verwacht voor morgen”, was zijn toelichting. Volgens hem kon de zin niet de voor iedereen logische betekenis krijgen als morgen zonder het voorzetsel voor werd gebruikt.

Lees verder >>

Joun fiets

Door Henk Wolf

Een van de aardigste eigenschappen van het Nederlands zoals dat in Groningen wordt gesproken, is volgens mij het gebruik van het bezittelijk voornaamwoord joun (zoals in ‘joun fiets’). In het Friese Nederlands ben ik het nooit tegengekomen. Dat het in Groningen in het Nederlands wordt gebruikt, zal vast te maken hebben met het bestaan van het bezittelijk voornaamwoord joen in het Gronings (dat overigens wat gebruik betreft dichter bij uw ligt dan bij jouw). Als dat al niet de directe leverancier ervan is, zal het het voortbestaan ervan in elk geval steunen.

Joun komt overigens lang niet alleen in Groningen voor. Waar precies allemaal wél, weet ik niet, maar als ik even googel, kom ik in elk geval meldingen ervan tegen in een brede oostelijk in het taalgebied gelegen strook, van Groningen tot in Nederlands en Belgisch Limburg. Of het daar overal steun vindt in een vergelijkbare vorm in het dialect, weet ik natuurlijk niet.

Lees verder >>

Katwijks woordenboek

Weet u wat een bakkerammetje is of een lampedanser? En wat maeltije zijn of rouspoeleweegaste? En wat Katwijkers zeggen als ze een vlieger inhalen? Of wat ze bedoelen met ’n fies mit ’n pakje bròòd achterop? Het is allemaal te vinden in het Katwijks woordenboek, met voorin een duidelijk klankenoverzicht, zodat we weten hoe we de woorden moeten uitspreken, en achterin een handige ‘lemmawijzer’, een opzoeklijst Nederlands-Katwijks waarmee de woorden in het woordenboek gemakkelijk te vinden zijn. Het Katwijks woordenboek geeft meer dan 7000 woorden en uitdrukkingen, van ààge tot zwùrrever.

Leendert de Vink, Jaap van der Marel. Katwijks woordenboek. Leiden, Primavera Pers, 2020. Bestelinformatie bij de uitgever.

Over wat (externe taal)geschiedenis met interne taalgeschiedenis te maken heeft

Door Henk Wolf en Reitze Jonkman

Afgelopen vrijdag was de webinar In’to Summerschool over de waddendialecten, georganiseerd door In’to Languages van de Radboud Universiteit. Marc van Oostendorp gaf college over de verschillende dialecten die op de Waddeneilanden worden gesproken. Hij behandelde onder andere de vraag in hoeverre die dialecten als ‘Fries’ dan wel als ‘Hollands’ te classificeren zijn. Op grond van een vergelijking met het hedendaagse Nederlands en Fries werden de Waddendialecten op een schaal tussen die twee talen geplaatst. Het vanuit dat uitgangspunt gemengde karakter van het Amelands en Midslands werd verklaard doordat de oorspronkelijk Friestalige bevolking de Nederlandse bestuurstaal gebrekkig zou hebben overgenomen.

Lees verder >>

“Dat bedoelde ik niet!”

Verdedigingstechnieken na een ‘foute’ uitspraak

Door Ronny Boogaart, Henrike Jansen, Maarten van Leeuwen

Het was nog vóór de toespraak van Akwasi op de Dam en de reactie daarop van Johan Derksen. Eind mei publiceerden wij in het tijdschrift Argumentation een artikel (open access) over de verdedigingstechnieken die mensen gebruiken op het moment dat ze ervan worden beschuldigd iets te hebben gezegd dat om een of andere reden niet acceptabel is. Het bleek niet moeilijk om dat soort gevallen te verzamelen: wie het nieuws volgt, komt bijna elke dag wel zo’n kwestie tegen – mede dankzij Donald Trump, maar zeker niet alléén dankzij hem.  

Lees verder >>

Dialectlandschap van Nederland

Deze week organiseert In’to Languages, het talencentrum van de Radboud Universiteit, vier gratis webinars over streektalen in Nederland, verzorgd door medewerkers van de Radboud. Het eerste werd eerder vanmiddag uitgeszonden, en gaat over het Nederlandse dialectlandschap. Het staat hier. Later deze week komen er nog webinars over het Limburgs (woensdag, door Kasper Verheij en Frens Bakker), het Nijmeegs (donderdag, door Roeland van Hout) en de Waddendialecten (door Marc van Oostendorp).

We Gaan Raket Nu

Door Kristel Doreleijers

Feestje vanavond? Van plan om even lekker ‘los’ (of loesoe) te gaan? Zie je jezelf al ‘hard gaan’ op de muziek? Of wil je echt ‘hélemaal naar de klote gaan’? Vergeet alles van dit. Ga raket! Gerard Joling helpt je een handje, samen met rapper Poke. Het duo brengt in hun single ‘We Gaan Raket Nu’, gelanceerd op 3 juli 2020 (nu!), een ode aan het Raketijsje. Tenminste, dat is wat het AD kopt: ‘Geer brengt met rapper Poke ode aan de Raket’. In de videoclip zie je Gerard en rapper Poke door de ruimte vliegen en landen in een volksbuurt, waar een ijskar klaarstaat om een feestje te bouwen in de straat. Maar slaan de lyrics van de single echt alleen op het sinds 1962 meest gelikte waterijsje van Nederland? 

Lees verder >>

Zinnen uit de actualiteit in het Oudnederlands

De zomerquiz van de Taalstaat

Versta je oertaal…. Een zin uit de hedendaagse actualiteit is door Peter Alexander Kerkhof omgezet in het Oudnederlands van omstreeks het jaar 1000. De vraag is: wie zei dat en wat zei deze persoon. Uit de goede antwoorden trekt de Taalstaat iedere week een winnaar. De prijs is een reisscrabblespel. Beluister de eerste zin hier en mail uw oplossing naar: taalstaat@kro-ncrv.nl

Niet zo into uw gevoelens verwoorden? Zeg het met een voorzetsel

Door Lauren Fonteyn

Volgens Facebook heb ik 680 vrienden (wat??), waaronder Maarten. Ik weet niet helemaal meer van waar ik Maarten ken, maar wat ik u wel kan vertellen is dat Maarten onlangs op tv was met z’n werk, want hij postte daarvan een videofragmentje op z’n facebookpagina. Zelf ben ik ook al eens op de tv geweest, maar eerder per ongeluk: er is een opname van een interview met Ronald Giphart en als u dan goed kijkt in de hoek rechtsonder ziet u mijn arm Giphart’s kat aaien – maar goed het gaat hier niet over mij en we moeten Maarten ook z’n moment laten hebben.

Lees verder >>