Categorie: taalkunde

Op z’n hondjes

Samson leest een boek. Vindt ie moeilijk.

Door Lauren Fonteyn

Het is voor een Vlaming in Nederland vaak toch een beetje alsof je op een andere planeet bent. Zo is het hier bijvoorbeeld niet de gewoonte om je hand op te steken als je iets wil bijdragen tijdens een vergadering (je moet gewoon beginnen praten met vijf tegelijk en degene die het langst het luidst kan praten wint, denk ik). Maar laatst voelde ik me toch weer even dicht bij huis, toen er hier iemand over Albert Heijn begon, en ik zei: “Ten eerste t’is Albertooo”. Dat slaat natuurlijk nergens op voor iemand die niet opgegroeid is op de planeet Aarde met het legendarische kinderprogramma Samson & Gert. Gelukkig hebben veel Nederlanders toch tenminste dàt met me gemeen.

Lees verder >>

Wat weet je als je een taal kent?

Door Marc van Oostendorp

Wat voor kennis heb je als je een taal kent? Je kent op zijn minst een aantal woorden en een grammatica. Maar wat betekent dat precies? Wat betekent het bijvoorbeeld om het woord ‘kat’ te kennen? En wat voor kennis heb je allemaal over de grammatica? De beroemde Amerikaanse taalkundige Ray Jackendoff schreef er een artikel over voor het nieuwe boek Human Language onder redactie van Peter Hagoort. Dit is wat hij erover vertelt.

Lees verder >>

Wat weet de wetenschap over taal?

Door Marc van Oostendorp

Onlangs verscheen Human Language. From Genes and Brains to Behavior, een imposant overzichtsboek onder redactie van de Nijmeegse hoogleraar Peter Hagoort over de actuele stand van zaken naar taal in grote delen van de wetenschap. Deze maand besteed ik aandacht aan dat boek met korte filmpjes over individuele hoofdstukken. Wat weten we bijvoorbeeld over hoe taal in de hersenen zit? Hoe is het evolutionair ontstaan? Op welke manier zijn communicatiesystemen van dieren met taal te vergelijken? Vandaag aflevering 1: de inleiding.

Ik blog me helemaal kleurenblind

Door Marten van der Meulen

Waar we ons de laatste tijd bezighielden met serieuze en belangrijke factchecks en het aan de kaak stellen van wéér een staaltje alarmisme over het Engels, daar is het nu weer tijd om te schrijven over de lichtere dingen des taals. Houd je van je taal, dan vier je die, door bijvoorbeeld te kijken naar fijne Franse woorden, of tandjesmooie intensiveerders. Nu kwam ik weer een voetbalgerelateerde uitdrukking tegen om van te smullen: ik speelde de tegenstander helemaal kleurenblind. Heerlijk, géén Engels, en redelijk netjes: een versterkend woord voor jong en oud!

Lees verder >>

Wie pleit er voor exclusief Engelstalig hoger onderwijs in Nederland?

Door Carel Jansen

“Dit boek is geboren uit verzet”, aldus de eerste zin van de inleiding van de vorige week verschenen bundel Against English. Behalve de inleiding bevat het boek 26 sterk uiteenlopende, deels al eerder verschenen bijdragen van auteurs als Özcan Akyol, Ad Verbrugge, Annette de Groot en van drie van de samenstellers, Lotte Jensen, Niek Pas en Daniël Rovers. Lichtvoetige teksten van bijvoorbeeld Japke-D. Bouma en De speld worden afgewisseld met serieuzer bedoelde essays en artikelen van wetenschappers die zich uitspreken over het gebruik van het Engels in Nederland, en dan vooral in het hoger onderwijs. Anders dan de titel suggereert, blijkt in de tweede zin van de inleiding dat het verzet waarover ook op de achterflap over wordt gesproken niet gericht is tegen het gebruik van het Engels op zichzelf, maar tegen het overmatige gebruik van die taal. “Het doel van dit boek is een discussie op gang te brengen”, zo schrijven de inleiders iets verderop, en ze willen ook laten zien welke “reële gevaren er kleven aan onze massale toevlucht tot het Engels”. Gelet op de vele geluiden in de media – onder meer afkomstig van de samenstellers zelf – over het toegenomen gebruik van het Engels als onderwijstaal in Nederlandse universitaire en hbo-opleidingen, is de aanname dat er over dit onderwerp nog een discussie op gang zou moeten komen, nogal bijzonder. Ook bij minister Van Engelshoven zijn de signalen op dit punt intussen immers duidelijk aangekomen.

Lees verder >>

Nééj Mééls Woordeboe:k voltooid

Het Nééj Mééls Woordeboe:k is klaar. Het bevat ruim 4900 woorden die in de negentiende en twintigste eeuw in het Meijels dialect zeker gebruikt zijn. Daarvan worden er in de omgangstaal ook nu nog steeds veel gehoord. Maar de modernisering van het dagelijks leven, de toename van communicatiemiddelen en een verhoogde mobiliteit hebben geleid tot verminderd dialectgebruik en het verdwijnen van woorden, die in het dagelijkse leven van eerdere generaties volop gebruikt werden.

Lees verder >>

‘Dit theekopje is niet mooi, maar ik vind het er goed uitzien’

Door Marc van Oostendorp

Interesse in kunst doet iets met je taal, zo blijkt uit een nieuw artikel van een groep Duitse psychologen en filosofen in het tijdschrift Poetics. Ze lieten in hun onderzoek mensen zinnen beoordelen als de volgende:

  • Deze boom is niet mooi, maar ik vind hem er goed uitzien.
  • Deze boom vind ik er goed uitzien, maar hij is niet mooi.
Lees verder >>

The ethics of using a foreign language

Door Marc van Oostendorp

While discussing online the odd claim currently going around in the Dutch press that we should be ‘against English’, and in particular the claim that ‘one becomes less ethical for speaking English’, somebody pointed me to this fairly recent paper by a group of economists. aiming to show just that: Rotterdam students, native speakers of Dutch, would be less willing to be generous and share in an experiment when they were speaking English than a similar group of students speaking Dutch.

Lees verder >>

Marokkaanse markeerders in straattaal

Door Khalid Mourigh

Volgens René Appel was in 1999 het Sranan Tongo zo dominant in straattaal omdat Surinaams Nederlandse jongeren de populaire cultuur domineerden. Hun kledingstijl, hun haarstijl, hun raps én hun manier van praten domineerden de scene. Inmiddels is daar enige verandering in gekomen en moeten Surinaams Nederlandse jongeren het podium delen met vooral Marokkaanse Nederlanders. En dat is eigenlijk wel vreemd. Zijn zij immers niet regelmatig het onderwerp van negatief nieuws?

Lees verder >>

Wie komt hun of hen te hulp?

Door Ton van der Wouden

Het Nederlands heeft al eeuwen geen derde naamval (datief) meer. Dat heeft de architecten van onze standaardtaal er in de zeventiende eeuw evenwel niet van weerhouden om een onderscheid te construeren tussen hem (4e naamval enkelvoud mannelijk) en hom (3e), en tussen hen (4e meervoud) en hun (3e). Hom heeft het niet gered, maar het opgelegde verschil tussen hun (indirect object) en hen (direct object en na voorzetsels) bestaat tot op de dag van vandaag. Niemand maakt spontaan het onderscheid, maar het heeft zich gaandeweg ontwikkeld tot een sociale markeerder die je kunt gebruiken om te laten merken dat je niet van de straat bent. Onze middelbare scholen zijn de erfgoedinstellingen die deze folklore bewaren en haar doorgeven aan de volgende generaties.

Lees verder >>

Against meningen over het English

Door Marten van der Meulen

Veel mensen maken zich druk over verengelsing van de Nederlandse taal en samenleving. Er is nauwelijks een zelfrespecterend taaladviesboek of het bevat geen stukje over te mijden anglicismen. Ook in kranten en andere media staan met enige regelmaat opinieartikelen, waarbij de focus vaak ligt op het hoger onderwijs. Dat domein is ook het primaire doelwit van het nieuwe boek Against English. Pleidooi voor het Nederlands (samenstelling Lotte Jensen, Niek Pas, Daniël Rovers, Koen van Gulik). Deze bundel bevat bijdragen van een aantal auteurs met verschillende achtergronden, die allemaal vanuit eigen perspectief proberen lezers te overtuigen van het kwaad dat Engels heet. Slaagt het boek in deze missie? Het lijkt me sterk. Jammer genoeg bevat het weinig nieuwe inzichten, staat bol van het alarmisme en ontbeert vooral vrijwel iedere taalkundige onderbouwing.

Lees verder >>

Gelaat, gebaar en klankexpressie

Neerlandistiek van 100 jaar geleden

Door Marc van Oostendorp

“Wat zou de wetenschap spoedig een hooge vlucht nemen als wij eris een genie zagen opstaan, dat weer eens alle vakken samen beheerschte met zijn éénig denkhoofd!” Er is maar één persoon in de geschiedenis van de neerlandistiek geweest die zulke zinnen kon schrijven: de Nijmeegse hoogleraar Jac. van Ginneken (1877-1945).

Lees verder >>

als je weet waar ik ben zoek me dan

In memoriam Wim Klooster (1935-2019)

Door Guido Leerdam

Op 15 september overleed Wim Klooster, emeritus hoogleraar Nederlandse taalkunde aan de Universiteit van Amsterdam, op 84-jarige leeftijd, na een kort ziekbed. In de verschillende obits zijn kwalificaties te lezen als “beminnelijk”, “bedachtzaam” (toen hij tijdens college eens – naar de smaak van het gehoor te – lang peinsde over een vraag werd even overwogen of er niet een dokter gebeld moest worden), “taalbeschouwelijk”, en ze zouden met gemak kunnen worden aangevuld met andere, als subtilist, taalmethodist, en het objectiefst: generativist (al zou dat toen, maar ook nu, aan hem de nodige op aarzelende toon uitgesproken tenminste’s en nota bene’s hebben ontlokt).

Lees verder >>

Kutlul

Door Marc van Oostendorp

Kutlul staat nog niet in Van Dale, hoewel het vrij regelmatig gebruikt wordt. Misschien wordt het beschouwd als een doorzichtige combinatie van kut en lul, die allebei wel in het woordenboek staan, maar dat kan toch ook niet helemaal het antwoord zijn, want kankerhoer heeft bijvoorbeeld wel een apart lemma (‘vul­gair scheld­woord waar­mee die­pe ver­ach­ting je­gens een vrouw wordt uit­ge­drukt’). Bovendien: waarom zeg je wel kutlul maar niet lulkut?

Lees verder >>

Hoe kun je iemand verstaan in een drukke kroeg?

Stel je staat in een drukke kroeg en je wilt iemand aan de andere kant van de bar vragen of hij een drankje wil. Door de muziek en het rumoer ben je natuurlijk totaal niet te verstaan. En tóch begrijpt die persoon wat jij bedoelt. Linda Drijvers (Radboud Universiteit) vertelt in dit college hoe onze hersenen in dit soort situaties al hun krachten bundelen om zo verschillende waarnemingen aan elkaar te kunnen koppelen.

(Bekijk deze video op YouTube)

Praten ouders écht minder met hun kinderen door smartphones?

Taalkundige factcheck

Door Sterre Leufkens

Een levende taal gaat met zijn tijd mee. Het is dan ook geen gekke gedachte dat het Nederlands (en ons gebruik daarvan) verandert als gevolg van nieuwe technologie, zoals de smartphone. Vorige week was er opeens een golfje nieuws over dat thema. In berichten in o.a. het Parool en Metronieuws werd verslag gedaan van onderzoek waaruit zou blijken dat ouders tegenwoordig zó afgeleid zijn door hun smartphone dat ze minder met hun kinderen praten, met uiteraard allerlei rampzaligs tot gevolg.

Lees verder >>