Categorie: taalkunde

De stem van een dode Egyptenaar

Door Marc van Oostendorp

Ik ben altijd zo enthousiast over allerlei onderzoek, gebeurt er nu echt niets waarvan ook ik me verwilderd afvraag: waarom moest dat nu onderzocht worden?

Ja, natuurlijk. Het onderzoek bijvoorbeeld naar de stem van de drieduizend jaar geleden overleden Egyptische priester Nesjamoen dat Nature vorige week plaatste. (Ik werd erop gewezen door de onversaagde oudheidkundige blogger Jona Lendering.) Omdat er nog betrekkelijk veel weefsel over is van deze beste man, heeft een team onderzoekers het in het hoofd gehaald om de stem van deze Nesjamoen weer tot leven te wekken. Er werd een computermodel gemaakt van zijn spraakkanaal, en dat werd tot klinken gebracht. Waarom?

Lees verder >>

Aanvullend of aanvullend?

Klemtoonverschuiving en morfonologie

Door Ad Welschen

U leest in uw dagblad: “Hij [verdachte Josef B.] hield buren altijd vriendelijk maar dringend op afstand. Moszkowicz [zijn advocaat] wilde voorafgaand aan de zitting geen aanvullende vragen beantwoorden.’’ (De Volkskrant, 21-1-20).  En u leest de laatste zin nog eens, maar nu hardop, met de normale accentuatie:  “Moszkowicz wilde voorafgaand aan de zitting …’’ Hier aarzelt u even, om dan te vervolgen:  “geen aanvullende vragen beantwoorden.’’ U bedenkt zich, en corrigeert als nog het tweede deel van de zin tot: “ geen aanvullende vragen beantwoorden.’’

Lees verder >>

Het toponiem ‘Jaffa’ in tweeërlei overdrachtelijke betekenis

Pelgrims komen in Jaffa aan, 1486. Bron: Remembered Places

Door Renaat Gaspar

Wie tegenwoordig de naam Jaffa hoort, denkt waarschijnlijk aan ‘sinaasappels’. Ouderen herinneren zich misschien de morele oproep in 1973 om geen Zuid-Afrikaanse outspan-sinaasappels te kopen, maar die van een andere, ‘onbesmette’ herkomst. Dus evenmin de Spaanse soort uit het vermaledijde land van Franco, maar van een echte, ‘eerlijke’ soort uit een land dat toen door vrijwel iedere Nederlander zeer bewonderd werd: uit Israël. Jaffa-sinaasappels dus, kortweg jaffa’s genoemd. Maar vroeger, zowat honderd jaar geleden, was de associatie met Jaffa heel anders.

Lees verder >>

Er over de zinsgrens

Door Marc van Biezen

Dat de diverse functies van het pronomen er (presentatief, locatief, prepositioneel, kwantitatief)  kunnen en soms moeten samenvallen in één (verschijningsvorm) is bekend. In zin 1 vervangt er zowel een zelfstandignaamwoordgroep bij een telwoord als een zelfstandignaamwoordgroep bij een voorzetsel. Twee keer er is ongrammaticaal.

  • dat hij er twee op heeft geslagen
  • dat hij er twee erop heeft geslagen [ongrammaticaal]
Lees verder >>

ProRail vernieuwt

Door Marc van Oostendorp

Volgens de meeste naslagwerken is vernieuwen een overgankelijk werkwoord: iemand vernieuwt iets. De laatste jaren komt er een nieuw gebruik bij, constateert Gea Dreschler van de Vrije Universiteit in een artikel in Linguistics in the Netherlands. De laatste decennia tref je ineens koppen aan als de volgende, waarin het werkwoord onovergankelijk wordt gebruikt:

  • Centrum Zeist vernieuwt.
  • Tumuli vernieuwt.
  • ProRail vernieuwt.
Lees verder >>

Het belang van een komma?

Door Niels Bokhove

In de kop van een achtergrondartikel van Joep Dohmen in NRC-Handelsblad van 18 januari jl. staat deze zin:

  • BNNVARA verlengde het contract voor talkshow Pauw niet omdat presentator Jeroen Pauw meer wilde verdienen dan wettelijk mag.

In eerste instantie las ik deze zin met in gedachten het vervolg ‘… maar om een andere reden’. Direct daarna begreep ik dat de bijzin juist de reden voor het niet-verlengen was.

Lees verder >>

Bepaalt je taal je emotie?

Door Marc van Oostendorp

Waarover hebben we het als we het over emoties hebben? Dat valt nauwelijks te zeggen. Wie als kind leert wat een poes is, kan door een volwassene in de buurt tenminste nog worden gewezen op een aantal geslaagde voorbeelden van poezen. Maar je kent als mens alleen je eigen gevoelens: hoe weet je dan dat het liefde is dat je voelt, of woede, of eenzaamheid?

Lees verder >>

Sterrix & Kruisix

Door Roland de Bonth

Michelle van Dijk is een bevlogen docent Nederlands die voortdurend op zoek is naar manieren om jongeren aan het lezen te krijgen en hen daaraan plezier te laten beleven. Recentelijk verscheen van haar een veelbesproken hertaling van Couperus’ roman Van oude mensen. Zij had gemerkt dat de oorspronkelijke taal van Couperus een te grote barrière vormde voor haar leerlingen. 

Onlangs vroeg Van Dijk zich af of de graphic novel – het literaire stripboek – een verrijking voor de leeslijst zou zijn (zie hier). Na lezing van enkele graphic novels kwam zij tot de conclusie dat deze boeken wellicht een rol kunnen vervullen bij kunstzinnige vakken en vakoverstijgende projecten, maar dat zij door een gebrek aan tekst, aan woorden en daarmee aan diepgang naar haar mening niet op de leeslijst van Nederlands thuishoren. 

Lees verder >>

Haaj!

Nene leert Nederlands

Door Marc van Oostendorp

Nene is sinds kort zes jaar oud en sinds dit voorjaar is ze in Nederland. Ze spreekt Nederlands, al is het misschien nog niet op het niveau, en ze lijkt te begrijpen dat dit niet altijd het geval was. Aan haar moeder vroeg ze onlangs: waarom praatte ik vroeger anders? De meeste Hongaarse woorden die we toen herhaalde, kende ze nog wel.

Lees verder >>

Taalverandering rond het woordje tandje

Letten op het belendende perceel (3)

Triomf, triomf! hef aan, mijn luit,
Want moeder zegt: de tand is uit!
Laat dreunen nu de wanden!
Eerst gaf Gods gunst het lieve wicht
Den adem en het levenslicht,
Nu geeft zij ‘t wichtje tanden.

Zo dichtte Tollens Op den eersten tand van mijn jongstgeboren zoontje. Jazeker, het jongetje heette nog wichtje, taal kan veranderen.

Lees verder >>

Taalverandering rond het woordje duidelijk

Letten op het belendende perceel (2)

Door Siemon Reker

Duidelijk is niet direct over het hoofd te zien voor wie Nederlands leert. Even tellen? Het woord staat meer dan 3500 maal genoteerd in de Handelingen gerekend over het hele kalenderjaar 2019 waarin verslagen van alle plenaire vergaderingen van de Tweede Kamer verzameld zijn. Maar duidelijk is een woord zonder meer, sprekers m/v vinden dat te kaal en grijpen niet zelden naar een nadere toelichting in de vorm van een bijwoord dat in die verslagen vooral links ervan opgeschreven staat. Dat kan een nadrukkelijke onderstreping betreffen (helemaal duidelijk, echt duidelijk, volstrekt duidelijk, fundamenteel duidelijk) maar ook veel voorzichtiger: ietsje duidelijk, behoorlijk duidelijk, een tikje duidelijk, een beetje duidelijk. Ook een volledige ontkenning kan natuurlijk voorkomen (niet duidelijk, niks duidelijk).

Lees verder >>

Je kop

Door Henk Wolf

Het woord kop worden gebruikt om de bovenkant of de voorkant van voorwerpen of geografische ruimten aan te duiden, zoals van een paal, een haven of een pier. Dat is stilistisch vrij neutraal: aanstoot geeft het zeker niet. Dat geldt ook voor de aanduiding van de voor- of bovenkant van een dier. Van een mier, een hond en een tyrannosaurus rex kun je gerust zeggen dat ze een kop hebben.

Bij mensen is dat anders. Het lichaamsdeel dat bij dieren kop heet, wordt bij mensen in stilistisch neutrale contexten hoofd genoemd. Kop kan wel, maar dan is het erg informeel of beledigend. Die onfatsoenlijke connotatie bestaat echter in bepaalde gebruikscontexten niet of duidelijk minder.

Lees verder >>

De opmars van de taalpolitie

Door Marten van der Meulen

In zijn bespreking van het nieuwe boek van Nicoline van der Sijs op Neerlandistiek licht Joop van der Horst een interessant citaat uit dat boek:

In hoofdstuk 6 bespreekt Van der Sijs wat zij noemt “de opmars van de taalpolitie” in de 20ste eeuw: het gehakketak op andermans taalgebruik. (…) Het is inderdaad een 20ste-eeuws verschijnsel, lijkt me. Maar ik zou er graag bij vermeld zien dat het nog volstrekt onvoldoende onderzocht is.

Lees verder >>

De kortste klank van het Nederlands

Door Marc van Oostendorp

Als een groot geleerde overlijdt, laat hij of zij altijd een onvoltooid werk achter. Dat kan niet anders, want nog nooit is er een onderwerp geweest dat in alle opzichten voldoende onderzocht is.

Het gat dat Johan Taeldeman twee jaar geleden naliet, heette de sjwa, de ‘toonloze e‘ aan het eind van bede, In de grote Fonologische Atlas van de Nederlandse Dialecten was het achteraf ten onrechte, vond Taeldeman, te weinig aan bod gekomen. Heel veel heel gedetailleerde kaarten zijn er in die imposante atlas opgenomen over zo ongeveer iedere klank die willekeurig welke Nederlandstalige ooit in zijn mond heeft genomen. Maar de sjwa ontbreekt.

Lees verder >>

Wie is Stijnen?

Door Henk Wolf

Maandag stond er in de Trouw een passage waar ik even niets van begreep. Het gaat om het volgende stukje tekst uit het artikel De partneralimentatie wordt verkort; vrouwen staan financieel op eigen benen van Barbara Vollebregt:

De man van Susan Stijnen (44) verdient meer en werkt fulltime. Om te kunnen zorgen voor hun twee kinderen gaat Stijnen in goed overleg parttime werken. In 2006 loopt hun huwelijk na zeven jaar op de klippen. Ze ontvangt vervolgens tien jaar lang partneralimentatie. “Dat geld had ik ook echt nodig”, zegt Stijnen. Toch vind ze het verkorten van de partneralimentatie geen slecht idee.

Lees verder >>

Boeren in Nieuw-Nederland

Gezicht op Nieuw Amsterdam, 1664, Johannes Vingboons

Door Jan Stroop

Als je door Manhattan wandelt of een foto bekijkt van Times Square is ’t bijna onvoorstelbaar dat daar ooit geboerd werd en dat je er struikelde over loslopende en wroetende varkens.

En waar nu de Trumptower staat dat daar de mensen voor hun onderkomen de diepte in gingen: ze “graven… een viercante cuijl kelders gewijs in de aerde, … besetten de aerde van binnen met hout…, leggen over die kelder balcken en houtwerck daer op tot een solder, .. setten een cap van sparren daer op, en decken de sparren met bast en groene sooden..”

Lees verder >>

Zulke opleidingen zouden niet iedere dag moeten vechten voor hun bestaan

Door Marc van Oostendorp

Ik geloof niet dat het mij was opgevallen, en ik weet niet of er ook maar één lezer is die me nu gaat begrijpen, maar iemand wees me erop dat er iets vreemds is aan het volgende citaat dat Avans minister Van Engelshoven een tijdje geleden in de mond legde.

Unieke opleidingen, zoals Nederlandse taal- en letterkunde, moeten overeind blijven, vindt minister Van Engelshoven. “Zulke opleidingen zouden niet iedere dag moeten vechten voor hun bestaan.”

Lees verder >>

Laaghangende of laag hangende takken?

Door Henk Wolf


Ik maak graag een wandelingetje over het kerkhof bij ons in de buurt. Als ik daar aankom, ben ik altijd even gefascineerd door de twee bordjes aan weerskanten van het pad. Op het ene bordje staat ‘laag hangende takken’ en op het andere ‘laaghangende takken’ – het verschil is een spatie.

Ik vroeg me af wat ik zelf zou schrijven. Als ik de officiële regels volg, dan zou ik geen spatie schrijven als laaghangend één woord was, en wel als laag en hangend allebei aparte woorden waren.

Lees verder >>

Kleurloze groene ideeën, wat u zegt

Door Marc van Oostendorp

Wat zijn mensen toch wonderlijke wezens. Wat kunnen we toch veel, en wat kunnen we toch weinig.

Neem een fameuze zin uit 1957 van de Amerikaanse taalkundige Noam Chomsky, ‘Colorless green ideas sleep furiously’ (kleurloze groene ideeën slapen woedend). Chomsky gebruikte die zin om te laten zien dat de regels van de zinsbouw, de syntaxis, los staan van de betekenis. We kunnen zien dat deze zin grammaticaal is, ook al slaat hij nergens op. Wanneer we de zin omdraaien, ‘furiously sleep ideas green colorless’, is hij niet meer grammaticaal.

Lees verder >>

Szomjas vagyok

Nene leert Nederlands

Door Marc van Oostendorp

Nene is nu acht maanden weg uit Hongarije en haar Hongaars is bijna weg, in ieder geval als ze met ons spreekt. Er zijn nog een paar restanten: als ze moet plassen zegt ze thuis soms nog pisilniki – eigenlijk een door ons verbasterde vorm van het Hongaarse woord pisilni – terwijl ze op school heeft geleerd dat het naar de wc gaan heet. En als ze dorst heet zegt ze vaak nog szomjas vagyok.

Lees verder >>