Categorie: taalkunde

Als ik nu met jou spreek, wanneer moet ik dan met een ander spreken?

Pronomina in de hedendaagse Nederlandse lyriek (1: Nachoem Wijnberg, Joodse gedichten)

Door Marc van Oostendorp

Van de drie klassieke hoofdgenres – lyriek, epiek, dramatiek – spelen persoonlijk voornaamwoorden de intrigerendste rol in het eerste genre. In toneel is vrijwel altijd volkomen duidelijk wie er met ik of jij bedoeld wordt: degene die nu aan het woord is, degene tot wie de spreker zich richt. In verhalen kan het soms wat ingewikkelder worden – romans met vertellers in de ik-vorm, boeken waarin ineens de lezer wordt aangesproken – maar ook hier geldt doorgaans dat de personages weliswaar verzonnen zijn, maar zich toch meestal houden aan de conventies van wie er de eerste, de tweede of de derde persoon is.

Lees verder >>

Wie is toch die berisper van een Nederlandse spelling?

Door Hans Beelen en Nicoline van der Sijs

In 1550 verscheen het eerste gedrukte spellinggidsje van het Nederlands, onder de titel Nederlandsche Spellijnghe. De auteur was de Gentse drukker Joos Lambrecht (1491-1556 of 1557). Lambrecht hield zich intensief bezig met de Nederlandse taal. Hij was niet alleen drukker, maar ook ‘lettersteker’, lettergieter en onderwijzer. In 1539 gaf hij het eerste Vlaamse boek uit dat gedrukt was in een romeinse letter. Dit initiatief kreeg kennelijk geen bijval, want hierna gebruikte hij alleen nog de gotische of ‘bastaertsche’ letter. Al voor het spellingsgidsje had hij, in 1546, een ander baanbrekend werk gepubliceerd, namelijk het Naembouck van allen natuerlicken ende ongheschuumde vlaemsche woirden (Namenboek van alle inheemse en niet-geleende Vlaamse woorden), een Nederlands-Frans woordenboek en het eerste in de Lage Landen gepubliceerde vertaalwoordenboek van een moderne taal dat uitging van het Nederlands.

Lees verder >>

Sensationele nieuwe bron van het Skepi Dutch

Over Bart Jacobs en Mikael Parkvall, Skepi Dutch Creole: The Youd Papers

Door Cefas van Rossem

In het Caribisch gebied zijn, zover we weten, drie talen gesproken die gerelateerd zijn aan het Nederlands. Op de US Virgin Islands, ooit de Deense Antillen, was dat het Virgin Islands Dutch Creole, ook Negerhollands. In en over deze taal is al vanaf de achttiende eeuw veel geschreven. In het huidige Guyana bestonden het Berbice Dutch, waarover ik in 2017 op Neerlandistiek geschreven heb, en het Skepi Dutch.

Lees verder >>

Een Galenus-dwaling in de grammatica

door Freek Van de Velde

Respect voor oude opvattingen, of voor de wetenschappers die met die opvattingen zijn komen aanzetten, kan een helder inzicht soms in de weg zitten. Aristoteles’ idee dat vrouwen minder tanden hadden dan mannen is lang onbetwist gebleven. Niemand dacht er blijkbaar aan ook eens in de mond van vrouwen en mannen te gaan kijken, en het aantal tanden te tellen. Misschien zat het tandbederf in de middeleeuwen daar wel voor iets tussen. Ook andere anatomische opvattingen zijn pas laat bijgesteld.

Lees verder >>

Van Groot-Brittannië tot Amerikaans president Donald Tusk: Wat kunnen we leren uit een jaar “Taalfout opgemerkt”?

Door Michaël Claessens, Ruud Hendrickx en Eline Zenner

“Te veel taalfouten opgemerkt.” Met die titel kondigde VRT-ombudsman Tim Pauwels in januari 2019 de knop “Taalfout opgemerkt?” aan. Bijna een jaar en meer dan 20.000 meldingen later was de tijd rijp voor een evaluatie van de knop. Een analyse van duizend meldingen leerde ons wat de melders te zeggen hebben en hoe ze dat doen.

Lees verder >>

Gijsbert Rutten nieuwe hoogleraar Historische Sociolinguïstiek van het Nederlands

Universiteit Leiden

Per 1 juli startte Gijsbert Rutten als bijzonder hoogleraar Historische Sociolinguïstiek van het Nederlands aan de Universiteit Leiden. Rutten, ook werkzaam als Onderwijsdirecteur bij het Leiden University Centre for Linguistics (LUCL), zal onder andere onderzoek gaan doen naar de historische relatie tussen het Frans en het Nederlands.

Lees verder >>

In jezelf praten

Door Marc van Oostendorp

Een van de wonderlijkste taalkundige verschijnselen is misschien wel in jezelf praten. Een mens heeft voortdurend gedachten en soms nemen die gedachten ineens een klankvorm aan: ze klinken in je hoofd.

Hoe wonderlijk dit verschijnsel van de innerlijke monoloog ook is, taalkundigen houden zich er niet mee bezig. Het is helemaal niet duidelijk of we met ons allen niet de hele dag veel meer zinnen denken dan we daadwerkelijk uitspreken – en toch zijn er complete scholen van taalwetenschap die beweren gebaseerd zijn op ‘echte taaldata’ zonder ooit ook maar één zin die iemand in zichzelf zei in de beschouwing te betrekken.

Lees verder >>

Het probleem van de moedertaalspreker

Door Marc van Oostendorp

De Amsterdamse politicoloog Dawid Walentek deed gisteren op Twitter een schokkende mededeling: Radio 1 had hem willen spreken om zijn deskundigheid, maar hem uiteindelijk afgebeld om zijn accent. Dat zou “te veel afleiden van de inhoud”.

Schokkend, maar niet nieuw. De Nederlandse publieke omroep straalt sowieso een groot verlangen uit naar uniformiteit. Iedereen moet liefst klinken alsof hij of zij 43 is, en geboren in Amersfoort. De rest leidt maar af van “de inhoud”.

Het blijft ook niet beperkt tot de radio. Nederlanders beschouwen het Nederlands als hun eigendom, als iets waar anderen vanaf moeten blijven. Met die anderen praten wij wel Engels, laten ze met hun tengels van ons idioom afblijven.

Lees verder >>

Van je buren moet je het hebben

door Ton van der Wouden

Wij taalliefhebbers leven in gelukkige tijden. De jury voor de Taalboekenprijs 2020 kon dit jaar kiezen uit maar liefst zes inzendingen van hoge kwaliteit. Daar was echter geen enkel boek bij van een Belgisch auteur. Gelukkig wordt dat dubbel en dwars goedgemaakt met Buurtaal van de Vlaamse taalkundige Miet Ooms. Dit is mijns inziens het beste boek over de complexe taalsituatie in Nederland en België dat er is. Volgens de ondertitel is het ‘een praktische gids voor het Nederlands in België en Nederland’, en dat is het zeker. Het behandelt heel wat (zoals Vlamingen zouden schrijven) verschillen op het gebied van uitspraak, grammatica en woordenschat, en is daar vaak heel genuanceerd over, met inachtneming van belangrijke dimensies als cultuur, stijl, doel en doelgroep. Maar het is nog veel meer dan dat. Het is óók een heel prettig geschreven boek waaruit je als taalliefhebber veel kunt leren over de geschiedenis van het Nederlands en de verschillende varianten die daarover bestaan, over visies op taal-‘verandering’, -‘verloedering’ en –‘verval’ (het is maar hoe je het framen wil(t)), en over taalpolitiek.

Lees verder >>

Denken we in taal?

Door Marc van Oostendorp

Is er een verschil tussen zinnen en gedachten? Een heleboel zinnen lijken gedachten uit te drukken, en als je bij jezelf naar binnen probeert te kijken als je denkt, kun je daar soms zinnen zien ronddartelen.

Maar denken wij ook in taal? In ieder geval lijkt taal in een opzicht op denken: de creativiteit, die er vooral uit bestaat dat we eindeloos steeds weer nieuwe woorden – in taal – of dingen – in het denken – met elkaar kunnen combineren. Een nieuwe zin is een nieuwe combinatie van bestaande woorden, en zo zou je kunnen zeggen dat een nieuwe gedachte een nieuwe combinatie is van bestaande concepten. Zoals je zinnen kunt maken door twee zinnen met elkaar te combineren (‘Ik ben Job en ik heb een sticker op mijn kop’), zo kun je uit twee gedachten weer een nieuw idee kleien.

Lees verder >>

Nieuwe enquêtes Staat van het Nederlands online

Laat weten welke talen je in welke omstandigheden gebruikt en help het gebruik van Nederlands en tal van andere talen in kaart brengen in het onderzoek naar de Staat van het Nederlands.

Ook na de Week van het Nederlands kan iedereen die Nederlands spreekt zijn of haar stem blijven laten horen. De nieuwe enquêtes voor het tweejaarlijkse onderzoek naar de Staat van het Nederlands staan online. Hiermee willen de Taalunie, het Meertens Instituut in Nederland, de Universiteit Gent in België en het Instituut voor de Opleiding van Leraren en de Anton de Kom Universiteit van Suriname te weten komen welke talen mensen wanneer gebruiken of waarnemen, en wat ze hiervan vinden.   

Lees verder >>

Vacature: doctoraatsbursaal variatielinguïstiek en constructiegrammatica Universiteit Gent – deadline 22 oktober 2020

Aan de vakgroep Taalkunde van de Universiteit Gent is er een vacature voor een 100% doctoraatsbursaal (m/v) op een onderzoeksproject met een gemengde constructiegrammaticale en variatielinguïstische insteek. De bedoeling is om patronen van variatie te onderzoeken in de mate waarin sprekers van het hedendaagse (Belgische en Nederlandse) Nederlands “creatieve” of “ongewone” toepassingen van verschillende types grammaticale constructies aanvaarden en spontaan produceren. Daarbij wordt niet alleen de potentiële rol van (traditionele en minder traditionele) sociolinguïstische variabelen onderzocht, maar ook die van persoonlijkheidsvariabelen. Het project maakt deel uit van een breder, interdisciplinair onderzoeksproject over “Language productivity at work”. Een uitgebreide projectbeschrijving is te verkrijgen op verzoek.

Lees verder >>

Eylaci, een vreemd woord

Door Marten van der Meulen

Ik ben nu een aantal weken bezig met mijn onderzoek naar taalnormen in de Leidse universitaire archieven. Ik heb een flink aantal brieven en andere documenten doorgelezen, tot dusverre voor de periode 1575-1730. In die documenten kom ik geregeld onbekende woorden tegen, niet zelden duidelijk van Franse komaf: woorden als suppliant, contremineren, elargeren, apparentelijk en debvoir (ik schreef het al eerder: in de blinde paniek over het Engels vergeten mensen vaak hoe ontzettend veel Frans er in het Nederlands was en is). Maar dat terzijde. Eén woord in het bijzonder viel me op, in onderstaande passage:

Lees verder >>

Een taalkit zonder hamer

Door Marc van Oostendorp

Een van de ongemakkelijke aspecten van het boekje Het taaldier mens van de Parijse hoogleraar Nederlands Jan Pekelder is de titel ervan. In 1974 publiceerde de Leuvense hoogleraar Flip G. Droste een boekje met precies dezelfde titel. Dat is toch wel wat zonderling. Mag iemand anno 2020 een boek schrijven over Jacob van Maerlant en dat Maerlants wereld noemen? Over het heelal en dat dan A Brief History of Time noemen?

Is het begrip taaldier een vakterm die iedere taalkundige kent? Nee, ik geloof niet dat hij buiten deze twee boekjes voorkomt. Is Pekelders boek veel beter dan dat van Droste? Het omgekeerde is, vrees ik, het geval.

Lees verder >>

Hut regende zon

Door Marc van Oostendorp

Van de week luisterde ik weer eens naar het liedje Het regende zon van Ellen ten Damme (een van de mooiste Nederlandstalige liedjes ooit, acht jaar geleden schreef ik al eens over een heel ander aspect ervan, je zou een boek kunnen schrijven over dat liedje en dan nog zouden de kwaliteiten ervan niet voldoende beschreven zijn):

Ineens viel me op dat Ten Damme in de refreinregel die ook de titel is de h uitspreekt!

Lees verder >>

Hey What Now?

Door Marc Kregting

Gegroet, gij surfer in het diepst van mijn gedachten. Als u een mailtje van mij zou krijgen, open ik dat beleefd met ‘Geachte’ of ‘Beste’. Wanneer u mij bekend voorkomt, kan dat ’Dag’ worden. Zelf vind ik dat ietwat halfzacht klinken, maar bij ‘Hallo’ rijst in mij het vermoeden dat de ontvanger net als de zender Malle Eppie heet, bij ‘Ha’ vrees ik iemand te degraderen tot heilige en al vóór #MeToo voelde ik me ongemakkelijk bij ‘Lieve’ dat in het literaire circuit de toon zet.

Een ontspannen alternatief ligt nochtans voor de hand: ‘Hey’. De laatste jaren duikt het steeds vaker op. Iets weerhoudt me het te gebruiken. Verengelsing ducht ik echter niet.

Lees verder >>

Worden Engelstalige proefschriften meer geciteerd?

door Freek van de Velde

Eergisteren is op Neerlandistiek een stuk verschenen met als titel ‘Fnuikt een Nederlandstalig doctoraat je kansen op een academische carrière?’, waarin ik verslag deed van een mini-onderzoekje naar het lot van doctores Nederlandse taalkunde in Vlaanderen. Het verrassende resultaat was dat de kans op een academische carrière groter was met een Nederlands doctoraat (gecorrigeerd voor jaar van verdediging, uiteraard).

Lees verder >>

‘Stilgeboren’ bereikt het Fries

Door Henk Wolf

In 2016 viel me het woord stilgeboren als eufemisme voor doodgeboren voor het eerst op. Ik heb er toen een stukje over geschreven. In 2018 heb ik dat opnieuw gedaan. Ik constateerde toen dat het gebruik ervan was toegenomen en dat het ook in het Duits voorkwam (als stillgeboren). In het Engels komt het al veel langer voor (als stillborn).

Lees verder >>

Taal & Tongval-colloquium over big data in taalvariatieonderzoek: nieuwe datum: 26 november 2021

Door de aanhoudende pandemiesituatie is het Taal & Tongval-colloquium 2020 uitgesteld naar 26 november 2021. Op die dag verwelkomen we iedereen graag in Gent in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren (Koningstraat 18). Het thema van de conferentie blijft ‘Big data: perspectieven voor onderzoek naar taalvariatie en taalverandering’. Meer informatie is te vinden op https://www.taalentongval2020.ugent.be/.