Categorie: taalbeheersing

Taaltoets Krakkemikkig Nederlands

Het faculteitsbestuur van Rechten van de Universiteit Leiden sprak onlangs harde woorden over de ‘taaltoets Juridisch Nederlands’ die eerstejaarsstudenten enkele maanden geleden aflegden. Een meerderheid van de studenten was gezakt voor die toets en dat was onacceptabel, zei Pauline Schuyt, portefeuillehouder onderwijs, in Mare(24april 2012): ‘Eigenlijk moet je Nederlands foutloos zijn als je hier studeert.’

Dat klinkt krachtdadig: weg met de lankmoedigheid! Leve de hoge norm! Wij doen geen concessies aan de kwaliteit! Maar wat betekent het in de praktijk? Wat meet de toets precies? Welke maatregelen gaat het faculteitsbestuur nemen? En wat heeft het ervoor over?Ik was benieuwd of ik, als taalkundige, wel aan de eisen zou voldoen, en vroeg de taaltoets op, om precies te zijn, de herkansing van afgelopen januari. Wat bleek: Lees verder >>

Taal als kleurplaat

Dat onze taal een mengeling is van woorden uit alle tijden, dat kun je laten zien met kleuren. Neem bijvoorbeeld de eerste zin uit de Max Havelaar:

Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht, 37. Het is myn gewoonte niet, romans te schryven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd, voor ik er toe overging een paar riem papier extra te bestellen, en het werk aantevangen, dat gy, lieve lezer, zoo-even in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar in koffi zyt, of als ge wat anders zyt. Niet alleen dat ik nooit iets schreef wat naar een roman geleek, maar ik houd er zelfs niet van, iets dergelyks te lezen, omdat ik een man van zaken ben.

Ik heb hier de leenwoorden uit het Frans lichtoranje gemaakt, die uit het Latijn donkeroranje en die (dat) uit het Turks groen. Dat het Nederlands veel minder woorden geleend heeft dan het Engels blijkt dan in één oogopslag uit de vergelijking met de eerste zin Tom Sawyer (gekopieerd van deze pagina, waaraan ik ook het idee om leenwoorden te kleuren ontleend heb):
Lees verder >>

Dubbele dubbelepunt

De roman Vallende ouders van A.F.Th. van der Heijden is verschenen in 1983 en is inmiddels aan zijn 26e druk toe. De uitgever heeft hem onlangs ook als digitaal boek uitgebracht. Terwijl ik die onlangs herlas viel me de volgende zin op:

Maar het was al niet meer nodig: rond de zevende slag van de klok werd er gescheld: een hoog belletje tussen twee sombere gongslagen.

Lees verder >>

Waneer? Heb jij je school wel afgemaakt?

Op Twitter is een zekere Jan Berens actief (@jan_spellingman) die onvermoeibaar de hele dag het netwerk lijkt te monitoren op spelfouten. Zodra hij er een vindt, stuurt hij de Twitteraars — zo te zien volslagen onbekenden — berichtjes zoals:

– het is mij een doorn in het oog als mensen “locale” en niet “lokale” twitteren
– Hier spreekt een neerlandicus. Doe er je voordeel mee. “pauze” en niet “pause”!
– zelfs mijn demente moeder weet dat je “elektron” schrijft en niet “electron”
– Mijn eerste les is gratis. Het is “akkoord” en niet “akoord”.
– Ik krijg er altijd zo’n pijn in mijn buik van als mensen “Russich” in plaats van “Russisch” schrijven.
– Heb jij je school wel afgemaakt? Het is “wanneer” en niet “waneer”.

Lees verder >>

De tussen-n in het Concertgebouw

Door Marc van Oostendorp

Taalkundigen zijn lieden die groot belang hechten aan een correcte, uniforme en duidelijke spelling. Taalkundigen zijn lieden die de volgende vraag stellen: ‘Hoe moet een leerkracht straks in de klas de leerlingen motiveren voor goed spellen als het er allemaal niet meer toe doet?’ Taalkundigen zijn lieden die vinden dat het er ‘allemaal’ wel zeker toe doet, reken maar.

Dat is in ieder geval het beeld dat zes hoogleraren in de taalwetenschap gezamelijk schetsen in een artikeltje in het oktobernummer van Onze Taal – een artikel waarvan ik alleen kan hopen dat niemand die het leest, weet dat ik ook taalkundige ben. Jarenlang heb ik mijn vrienden en kennissen proberen uit te leggen dat taalkundigen géén schoolmeesters zijn, die zich ergeren aan iedere spelfout en die vinden dat correctheid ‘ertoe doet’. Ik heb ze geprobeerd wijs te maken dat wij een wetenschap bedrijven, dat we ons zo enthousiast storten op de talloze wonderen van de menselijke taal te bieden dat we geen tijd hebben voor muizenissen. En dat de spelling zo ongeveer het oninteressantste is dat er bestaat. Lees verder >>