Categorie: taalbeheersing

Wat is het effect van een Italiaans woord in een Nederlandse reclame?

Dit stuk verschijnt in het kader van de Nieuwsbrief Neerlandistiek in de klas. Het bevat geen origineel onderzoek, maar is een vereenvoudigde weergave van recent onderzoek op het gebied van het Nederlands, speciaal bedoeld voor middelbare schoolleerlingen.

Door Marten van der Meulen

Iedere dag worden we overspoeld door informatie. Een deel van die informatie kiezen we zelf, bijvoorbeeld op sociale media, in kranten en op televisie. Maar een groot deel komt ons ongevraagd tegemoet. Dat deel bestaat voor het overgrote deel uit reclames. Uiteindelijk willen die reclames vooral één ding: aandacht. Maar juist het krijgen van aandacht is geen makkelijke zaak, als er zoveel informatie op mensen wordt afgevuurd. Reclames proberen dus op verschillende manieren aandacht te trekken. Sommige bedrijven kiezen voor een woordgrap: datingwebsite relatieplanet.nl bracht een aantal jaar geleden een hele serie advertenties uit zoals Biljarter vindt nieuwe stoot en Brandweerman vindt nieuwe vlam. Een andere manier van opvallen is door het gebruik van een buitenlands woord in je reclame (“Pizza zoals la mamma hem maakte” van pizzamerk Casa di Mamma), of zelfs door een volledige slogan in een andere taal (“Life’s Good” van elektronicagigant LG). Maar dat roept een belangrijke vraag op: heeft dat effect? Lees verder >>

Klagen over gangpadzitters

Door Guusje Jol

Een vriendin vertelde mij ooit eens dat ze mij niet belt als ze wil klagen en als ze wil dat de ander haar dan zonder meer gelijk geeft. Ik heb kennelijk de neiging om onder de aandacht te brengen wat het perspectief van de ander zou kunnen zijn. Ik kan het ook niet helpen: ik ben een weegschaal….

Legitieme klacht

Maar mensen verzetten sowieso een hoop werk om klachten als legitiem te presenteren en een sympathiserende reactie uit te lokken. Ook als het publiek minder moeilijk is dan ondergetekende. Neem de WhatsApp dialoog tussen A (die ik Anne m/v heb genoemd) en B (die ik Bo m/v heb gedoopt).

1   A (9u 12min):  →          net in de trein, ik zat bij het raam met iemand naast me. Ik pak m’n tas, zo van: hint, ik moet hier uit

2   B (9u 12min):               Mensen die in de trein instappen als je er nog niet uit bent?

3   A (9u 12min):  →          Die guy blijft nog ff rustig zitten. Ik nou ja laat maar gaan, ik red m’n bus nog wel

4   A (9u 12min):  →          Staat ie op, ik erachter aan, laat ie de deur in m’n gezicht vallen

5   B (9u 13min):               NO WAY

6   B (9u 13min):               OMGGGGGGGG

(Metro, vrijdag 16 juni 2017 (p.15))

Voor de oplettende lezer: ik heb inderdaad vorige keer ook geschreven over dit WhatsApp gesprekje. Toen ging het erover dat mensen op verschillende manieren de hulp van anderen kunnen verwerven.  Maar de dialoog is ook een mooie illustratie hoe je een klacht als legitiem kunt presenteren. En daarmee een sympathiserende reactie kunt uitlokken.

Lees verder >>

Hint

Door Guusje Jol

Taalkundigen kijken logischerwijs graag naar taal. Het is ook inderdaad een belangrijk middel van communicatie. Maar ook weer niet het enige.
Ik doel hier niet op van die series met twijfelachtig realiteitsgehalte waaraan een mentalistachtig type conclusies trekt op basis van een linkeroog dat samen zou knijpen (een leugen!) of een trillende neusvleugel (duidelijk geval van ingehouden verdriet door jeugdtrauma’s!). Nee, het gaat me om meer alledaagse dingen die we doen in communicatie zonder iets te zeggen. Het volgende WhatsAppgesprek levert daar een mooie illustratie van. Het is een lezersbijdrage aan het gratis krantje Metro.

1   A (9u 12min):  →          net in de trein, ik zat bij het raam met iemand naast me. Ik pak m’n tas, zo van: hint, ik moet hier uit
2   B (9u 12min):               Mensen die in de trein instappen als je er nog niet uit bent?
3   A (9u 12min):  →          Die guy blijft nog ff rustig zitten. Ik nou ja laat maar gaan, ik red m’n bus nog wel
4   A (9u 12min):               Staat ie op, ik erachter aan, laat ie de deur in m’n gezicht vallen
5   B (9u 13min):               NO WAY
6   B (9u 13min):               OMGGGGGGGG
(Metro, vrijdag 16 juni 2017 (p.15))

Je zou hier van alles over kunnen zeggen. Bijvoorbeeld iets over de invloed van het Engels op het Nederlands (zie ‘guy’, ‘NO WAY’ en ‘OMGGGGGGGG’). Of je zou iets kunnen zeggen over interpunctie in sociale media. Of je zou – in de geest van etiquettedeskundige Reinildiz van Ditzhuizen – kunnen betogen dat het niet echt wellevend is iemand de deur in het gezicht te laten vallen. En je zou zeker ook iets kunnen zeggen over alles wat Anne niet zegt en welk effect dat heeft. (Over dat laatste heb ik graag het een andere keer!)

Plaats bij het raam

Waar het mij nu om gaat, zijn berichten 1 en 3 van Anne (gemarkeerd met de pijltjes). Lees verder >>

Wordt er entree gevraagd?

Door Guusje Jol

Ik vind katten toffe beesten. Zo’n ronkend monster op schoot. Of eentje die ongecoördineerd met z’n hoofd tegen je been aan beukt bij wijze van ‘kopje’. Of jaloersmakend lui in de vensterbank ligt. Of met een sprong waar Epke Zonderland ‘u’ tegen zegt precies op de schutting springt. En dan niet eens aan de andere kant van de schutting af kukelt.

Dus: leve de kattencafé’s die overal opduiken!

Entree of geen entree?

Ik ben niet de enige die dat denkt, dus ik stond in Groningen een keer voor kattencafé waar op de deur waarop stond dat de tent vol zat. De volgende keer checkte ik dus vooraf de FAQ van het kattencafé dat ik op het oog had. Daar kwam ik de volgende tekst tegen:

Wordt er entree gevraagd?
Voor [ons kattencafé] is het belangrijkste doel het welzijn van de katten en dit kost natuurlijk geld! Denk hierbij niet alleen aan de voeding, maar ook aan de medische kosten (sommige katten kunnen medicijnen nodig hebben of onder verhoogd toezicht van een dierenarts staan), de jaarlijkse inentingen en het leefbaar houden van de leefomgeving voor de katten. Het is fijn dat we hier met elkaar voor kunnen zorgen (…)

Ik weet niet hoe het u vergaat bij het lezen van deze tekst, maar ik dacht: zijn ze de prijs vergeten? En hoe enorm hoog is die entree dan wel niet? Lees verder >>

Ochtendthee en herstelwerk

Door Guusje Jol

De ochtend mag ik graag beginnen met een flinke beker thee. Het punt is dat dat niet altijd even lekker combineert met pogingen om de trein te halen. Dus soms neem ik de beker thee mee naar boven en parkeer die op de trap, naast de badkamerdeur. De gedachte is dat de thee dan een beetje kan afkoelen terwijl ik heen en weer loop tussen tandenborstel en rondslingerende schoenen en m’n bril. Tussendoor kan ik dan nog een slok nemen.
Helaas schiet dat er dan toch soms bij in.

Vergeten thee

En zo geschiedde het laatst dat ik fris en fruitig en klaar voor de dag naar beneden kwam. Daar zag ik mijn wederhelft op de bank zitten, met zijn – nog volle – beker thee voor zich op tafel. Dat herinnerde me  aan mijn eigen – eveneens volle – beker thee boven op de trap, bij de badkamer.

Dus ik keek beteuterd naar zijn thee en ik realiseerde me hardop:

ik :          Nou ben ik toch nog vergeten m’n thee op te drinken Lees verder >>

Is alles nog naar wens?

Door Guusje Jol

Sommige vragen voelen zich het beste thuis in een bepaalde omgeving, zowel fysiek als qua gesprekssoort. Ter illustratie het volgende experimentje… Probeer voor vraag a-e eens te bedenken in welke situatie u ze zou plaatsen. Bedenk ook wie die vraag zou stellen.

Bij voorkeur eerst zonder te kijken naar mijn antwoorden onderaan deze column, natuurlijk.

  1. Mag het een onsje meer zijn?
  2. Spaart u koopzegels?
  3. Zullen we even gaan douchen, meneer De Vries?
  4. Wat zijn wij van plan, jongeman?
  5. En wat zeg je dan tegen oma?

En? Heeft u dezelfde associaties? Mijn vermoeden is van wel. Lees verder >>

Het kleinste onderwerp in de taal

Door Lucas Seuren

Recent gaf Peter-DoughnutArno Coppen in zijn column in Trouw een korte analyse van het kleinste onderwerp in het Nederlands: het lidwoord. Hoewel ik niet wil betwisten dat het lidwoord als onderwerp voor een taalkundige analyse zeer klein is, wilde ik de gelegenheid aangrijpen om een nog kleiner aspect van de taal te bespreken, het woordje oh. Wie nu denkt dat oh niet meer is dan een onbewuste respons die los staat van de taal heeft het bij het verkeerde eind. Niet alleen heeft oh zijn eigen, weliswaar zeer onvolledige, vermelding in de Van Dale, het wordt doelgericht ingezet door sprekers, en niet alleen in het Nederlands. Dus laten we eens kijken naar oh. Lees verder >>

De flexibiliteit van ‘Ik hoor het u zeggen’

Door Guusje Jol

Kent u juristen? Dan is het goed mogelijk dat u hen wel eens hebt gehoord over de uitdrukking ‘ik hoor het u zeggen’. Of erger nog, dat die uitdrukking tegen u is gebruikt. In juristenland worden deze woorden namelijk bepaald niet neutraal gebruikt. Zie een tikkeltje gefrustreerd klinkend stukje van strafrechtadvocaat Peter Plasman. Hij schrijft dat ‘ik hoor het u zeggen’ standaard versluierd taalgebruik is om te zeggen ‘u liegt dat u barst’. Hij hoorde een onderzoeksrechter (rechter-commissaris) deze uitdrukking gebruiken tegen een verdachte. De advocaat was in woede ontstoken en had de rechter-commissaris gewraakt.

De uitdrukking ‘ik hoor het u zeggen’ heeft ook het onvolprezen boekje Taal is zeg maar echt mijn ding gehaald. Auteur Paulien Cornelisse merkt op: ‘Je hebt ook mensen die niet willen toegeven dat de discussie inmiddels een ruzie aan het worden is. Die zeggen bijvoorbeeld: ’Grappig dat je dat zegt,’ terwijl het helemaal niet grappig is. Of ze nemen hun toevlucht tot het zogenaamd neutrale: ‘Ik hoor het je zeggen.’ ’

De typering ‘zogenaamd neutraal’ is natuurlijk iets anders dan ‘je liegt dat je barst’. Maar Plasman en Cornelisse plaatsen ‘ik hoor het je zeggen’ allebei in een ongezellige context én suggereren dat er iets op een indirecte manier gecommuniceerd wordt.

De vraag is: waarom? Lees verder >>

flyer / folder

Verwarwoordenboek Vervolg (44)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

flyer / folder  

Er is verschil in betekenis. En de verwarrende wereld van de kleine drukwerkjes kent nog meer variatie.  Lees verder >>

Goede bedoelingen

Door Guusje Jol

Over het algemeen stel ik het op prijs als mensen me erop attenderen dat ik m’n sjaal bijna in de trein laat liggen of m’n sleutelbos verlies. Dus probeer ik ook een beetje op andere mensen te letten. Zo fietste ik een keer achter een mevrouw die een pakje sigaretten in een zak van haar hoody had zitten. Die zakken waren kennelijk niet echt diep en het pakje sigaretten viel er dan ook bijna uit. Dus toen ik de mevrouw inhaalde, waarschuwde ik haar.

Achteraf vroeg ik me af of ik de mevrouw niet meer geholpen zou hebben door m’n mond te houden. Misschien was ze met enorm veel moeite gestopt met roken en had ze nu in een moment van zwakte toch een pakje sigaretten gehaald… Lees verder >>

Dat is een heel goede vraag…

Door Guusje Jol

Laatst was het zo’n lome zaterdag waarop ik op de bank hing met een kop thee en luisterde naar de Taalstaat op de radio. Maar opeens zat ik recht overeind. Frits Spits signaleerde dat in interviews vaak wordt gezegd: ‘dat is een goede vraag’. Hij liet daarvan een flink aantal voorbeelden horen, plus variaties op het thema.

Hij gaf ook commentaar op de formulering. De versie van zaterdag was een gecomprimeerde versie van de dag ervoor, dus hier de uitgebreidere versie. De interactie met De Ochtend-presentator Carl-Johan de Zwart heb ik weggelaten; het einde van het commentaar volgt aan het einde van dit stuk:

‘Nu lijkt [‘dat is een goede vraag’ een] compliment voor de vragensteller. Is niet zo, helaas Carl-Johan. {…}

De geïnterviewde koopt er tijd mee. De vraag is niet goed, noch slecht. ’t Is een vraag waar even over nagedacht moet worden. De paar seconden die ’t oplevert, de ruimte die wordt gecreëerd, geeft de kans om een beter antwoord te formuleren.
‘Een goede vraag’ is meestal géén goede vraag, of in ieder geval geen bijzondere vraag. Een goede vraag is gewoon wachttijd voor een antwoord. Dus als je iemand hoort zeggen ‘goede vraag’, dan wéét je waarom het gezegd wordt.’

Je kunt hier verschillende vragen over stellen. Bijvoorbeeld: Lees verder >>

Spreek en win!

Heb jij een mening die je graag eens voor een groot publiek zou verkondigen? Weet jij heel goed wat er anders moet, wat niet langer genegeerd mag worden? Of wat we juist nu moeten koesteren?

Maak van je hart geen moordkuil en deel het met de rest van de stad! Doe mee aan de Haagse speechwedstrijd.

De Nacht van de Filosofie Den Haag organiseert samen met het Debatbureau een speechwedstrijd voor jongeren (16 – 29 jaar).

Lees verder >>

Oproep voor bijdragen aan taalbeheersingscongres VIOT-2018

Op 17, 18 en 19 januari 2018 vindt aan de Rijksuniversiteit Groningen het veertiende taalbeheersingscongres plaats van de VIOT (Vereniging Interuniversitair Overleg Taalbeheersing). Het thema voor dit congres is Duurzame Taalbeheersing. De congresorganisatie nodigt u van harte uit om een bijdrage aan het congres te leveren.

Meer informatie over het thema, de plenaire lezingen en het indienen van voorstellen kunt u vinden op de website van VIOT 2018.

Trumps fantastische taalgebruik: 3 redenen waarom het werkt (of niet)

Door Christine Liebrecht

Fantastisch was de satirische welkomstboodschap van Arjen Lubach aan Donald J. Trump waarin hij Nederland voorstelde aan de kersverse president van de Verenigde Staten. Amerika mocht in de ogen van de machtigste man van de wereld dan misschien wel op een staan (‘America first!’), maar mag ons kikkerlandje dan op de tweede plaats komen (‘The Neterlands second!’)? De hilarische video ging viral en haalde zelfs mainstream media zoals CNN en de New York Times, inmiddels hebben ook andere landen een dergelijk filmpje gemaakt.

Superlatieven liefhebber

Een van de elementen die het filmpje van Lubach zo sterk maakte, was het taalgebruik. In één klap was duidelijk dat er maar één man in de wereld praat zoals de voice over. Lees verder >>

Verleden tijd van de toekomst

Door Lucas Seuren

getty_tense-155096784Taal lijkt soms een bijzonder inefficiënt communicatiemiddel. We hebben een gereedschapskist van vrij beperkte omvang, maar de variatie in constructies die we bouwen is schier oneindig. Maar juist die beperking zorgt voor heel wat creativiteit in hoe we taal gebruiken in het dagelijks leven. Als we een boodschap willen overbrengen, maar we hebben er geen speciale grammaticale categorie voor, dan lossen we het gewoon op een andere manier op. Dit klinkt wat abstract, maar in de praktijk is het verrassend eenvoudig. Zo heeft het Nederlands geen morfologie voor de toekomende tijd van het werkwoord, anders dan bijvoorbeeld het Frans. Toch willen we vaak wel over de toekomst kunnen praten. We gebruiken dan hulpwerkwoorden. Fransen zeggen Je Travaillerai, waar wij zeggen Ik zal werken (zo vertelt Google me althans).

Dit is een vrij klassiek taalkundig voorbeeld. We willen iets in de wereld beschrijven en zoeken naar de juiste taalkundige middelen. Maar interactie heeft veel complexere dimensies dan dat, en ook daar lijken we de taalstructuur voor te kunnen inzetten.

Lees verder >>

Begrijpelijke taal

Brochures over gezondheid, bijsluiters, hypotheekvoorwaarden, overheidsformulieren: ze zijn vaak moeilijk te begrijpen voor de burger. Binnen het onderzoeksprogramma Begrijpelijke taal vond in de afgelopen jaren onderzoek plaats naar factoren die de begrijpelijkheid van communicatie beïnvloeden. Bovendien is onderzocht hoe deze inzichten in effectief advies kunnen worden omgezet.

Waarom is dit onderzoek belangrijk? En wat zijn tot nu toe de opbrengsten? In deze video geven betrokken wetenschappers hier een toelichting op. Meer informatie over het onderzoeksprogramma: http://www.nwo.nl/begrijpelijketaal

Hallo? Hallo! Hallo. – Waarom groeten mensen drie keer?

Door Lucas Seuren

Gesprekken zien er op het oog vaak erg chaotisch uit: mensen praten vaak niet in volzinnen, breken continu hun beurt af, en praten vaak op hetzelfde moment. Regelmaat vinden in dergelijke chaos lijkt dan ook geen beginnen aan. Toch ontdekten in de jaren 60 een aantal Amerikaanse sociologen dat er onder die chaos veel structuur te vinden is; met andere woorden de chaos is slechts een illusie. In zijn colleges liet Harvey Sacks zien dat gesprekken veelal bestaan uit gepaarde handelingen: een actie en een passende respons. Dit werd uitgewerkt door Emanuel Schegloff in een artikel in 1968 waarin hij laat zien dat gesprekken georganiseerd worden op basis van sequenties van dergelijke paren. Hij laat bovendien zien dat deze organisatie normatief is: als een passende respons ontbreekt, moet daar een reden voor gegeven worden.

Hoe ziet dat er dan uit? Lees verder >>

Wanneer is een uitnodiging een uitnodiging?

Door Lucas Seuren

duck-rabbitDe misschien wel grootste cliché in communicatieonderzoek is dat vrouwen en mannen anders communiceren en dat dit kan leiden tot verwarring. Ik noem het een cliché omdat het veelal wordt aangenomen, zonder dat er per se bewijs voor is. Maar er zijn situaties waarbij je toch wel gaat denken dat we wat effectiever boodschappen aan elkaar kunnen overbrengen.

Zo zat ik laatst in de zon te genieten van mijn lunch – ik zit in Los Angeles waar het half oktober nog altijd 30 graden is – en een paar meter verderop zat een studente te bellen met een vriendin. Ze vertelde dat haar vriend haar tot waanzin dreef, omdat hij te veel rekening hield met haar. Nou snap ik best dat ieder zijn eigen ding wil doen, dus als je vriend je die ruimte niet geeft is dat vervelend. Maar haar meest urgente klacht was dat vriend was ingegaan op haar voorstel om naar de film te gaan, in plaats van naar zijn werk te gaan. Lees verder >>

Verschenen: Tijdschrift voor Taalbeheersing (38/2)

In oktober 2016 verscheen: Tijdschrift voor Taalbeheersing 38, nr. 2. ISSN:1573-9775; Online ISSN 2352-1236.

De nieuwste uitgave van het Tijdschrift voor Taalbeheersing is de eerste in de vorig jaar aangekondigde rubriek ‘Perspectief’ waarin aandacht wordt besteed aan discussies binnen het vakgebied. Het hoofdartikel, geschreven door Jos Hornikx en Anika Batenburg, adresseert problemen op het gebied van onderzoeksintegriteit. Hierin staat een aantal vragen centraal: wat doen wij eigenlijk? Wat vinden we daar van? En wat zouden we moeten doen?

Inhoud

Integriteit in kwantitatief, empirisch onderzoek
Jos Hornikx; Anika Batenburg

Integriteit in onderzoek
Enny Das

Empirische basis van conclusies
Anita Eerland; Huub van den Bergh

Fatsoen moet je doen
Kees de Glopper

Meer teksten, natuurlijk ‐ maar hoeveel en welke?
Hans Hoeken

Duurzaam onderzoek
John Hoeks

De kwaliteit van onderzoek
Gerben Mulder

Vals positieven
Michèle B. Nuijten

Schaarste is goed, maar de selectie moet beter
Lucas M. Seuren

Hoe transparant kunnen we zijn?
Wilbert Spooren

Integriteit in kwantitatief, empirisch onderzoek
Anika Batenburg; Jos Hornikx

Zie de website van de uitgever voor abstracts van de artikelen.

Utrechtse promovendi ontwikkelen succesvolle lesmethode voor schrijfvaardigheid

(persbericht Universiteit Utrecht)

Aan het eind van de basisschool is slechts 30% van de leerlingen in staat om een boodschap schriftelijk goed over te brengen. Om dit te verbeteren hebben Monica Koster en Renske Bouwer (Utrecht Institute of Linguistics OTS) de lesmethode Tekster ontwikkeld, in het kader van hun gezamenlijke promotieonderzoek. Al na 4 maanden onderwijs met Tekster gaan leerlingen maar liefst 1,5 leerjaar vooruit. Dat blijkt uit het onderzoek dat Bouwer en Koster de afgelopen vier jaar uitvoerden met 144 leerkrachten en bijna 3000 leerlingen, en dat ze op 2 september verdedigen in een dubbelpromotie bij de faculteit Geesteswetenschappen. Lees verder >>

Wat betekent intonatie?

Door Lucas Seuren

Regelmatig als ik vrienden, familie, of volslagen onbekenden moet uitleggen waar mijn promotieonderzoek over gaat, loop ik tegen hetzelfde probleem aan: iedereen gebruikt taal en dus heeft iedereen al enige kennis. Dat is lastig, omdat veel van die kennis niet klopt en dat is nog verdraaid lastig duidelijk te maken. Een goed voorbeeld is de idee die mensen hebben over hoe we in ons taalgebruik aangeven dat we een vraag stellen. Vaak denken mensen eerst aan de woordvolgorde en als dat het niet is zal het wel in de intonatie zitten, maar dat klopt toch ook vaak niet. Lees verder >>

Facebook wordt taalvaardiger, maar verre van taalvaardig

Door Lucas Seuren

De wens om computers menselijke taal te leren is al vele facebook logodecennia oud, maar tot op heden zijn ze daar slechts zeer beperkt toe in staat. Facebook kondigde onlangs een nieuwe engine aan die tekst van gebruikers beter moet gaan begrijpen: DeepText. Deze engine zou met bijna menselijke precisie tekst moeten kunnen begrijpen. Een erg stoutmoedige claim, en gelet op de uitleg die Facebook geeft ook volledig onterecht. DeepText is zeker een mooie sprong voorwaarts, maar laat ook zien dat computers nog een lange weg te gaan hebben voor ze menselijke taal, of in ieder geval tekst, net zo goed kunnen begrijpen als mensen zelf. Lees verder >>

Zelf concrete voorbeelden gebruiken

Door Marc van Oostendorp

Het vak van taalbeheersing en communicatiewetenschap wordt in Nederland maar matig gepopulariseerd. Er bestaat wel wat (boekje van Van Eemeren en Grootendorst over argumentatie naar aanleiding van cartoons van Peter van Straaten, boekje van Jaap de Jong over toespraken naar aanleiding van Max Havelaar, een weblog van het project Begrijpelijke taal), maar erg -opulair is het genre niet. Misschien komt het doordat taalbeheersers andere vormen van valorisatie hebben (praktisch adviezen geven aan overheid en bedrijven), en misschien doordat zij nog meer dan andere neerlandici gevangen zitten in de ijzeren banden van massa-onderwijs en publicaties in A-tijdschriften.

Hoe dan ook valt er natuurlijk wel wat te vertellen over de inzichten die er achter adviezen voor aantrekkelijk schrijven kunnen steken. Christine Liebrecht van de Universiteit van Tilburg doet dat met haar boekje Fan-tas-tisch om hier te zijn! Ondanks de praktische ondertitel Verbeter je taalgebruik gaat dit boek meer over waaróm technieken als overdrijving en ironie soms wel werken en andere keren niet dan dat het praktische tips geeft. Het doel is vooral om inzicht bij te brengen – al is de aanname natuurlijk dat iemand met dat inzicht ook effectiever communiceert.

Lees verder >>

Streektaalbeleid

Door Leonie Cornips
Binnenkort verschijnt de erfgoednota van de Provincie die het beleid voor de komende jaren voor het (im)materieel cultureel erfgoed presenteert. Taal valt onder cultureel erfgoed en kent veel verschijningsvormen in Limburg. Diverse vertegenwoordigers, betrokken bij de streektaal, schreven onlangs het visiedocument ‘Sjiek is miech dat’ als input voor de nieuwe erfgoednota. In dit visiedocument staat dat de regionale taal in Limburg mensen mobiliseert in hun gevoel van eigenwaarde, zelfbewustzijn en zelfredzaamheid. Taal is onmisbaar om regionale identiteiten te creëren: ze leidt tot sociale binding en herkenbaarheid van de provincie.

De ambities van de erfgoednota zijn duidelijk: dialecten hebben een digitaal platform nodig om ze vitaal te houden. Talentontwikkeling is een uitdaging: Limburg heeft een blijvende diversiteit aan podia nodig waar jongeren zich cultureel en literair kunnen manifesteren. Kennis over hoe de jeugd zich organiseert is urgent om streektaalbeleid te kunnen continueren. Kennisverspreiding over meertaligheid naar leerkrachten in het onderwijs (van kinderopvang tot middelbare school) is hard nodig. Limburgers zijn vaak van huis uit meertalig. Naast het Nederlands spreken zij dialect; een buurtaal zoals Duits of Frans, een lingua franca als Engels of een andere veel voorkomende taal zoals het Arabisch/Berbers, Turks en Spaans. Deze meertaligheid is niet alleen een cognitieve, sociaal-culturele kracht in Limburg maar zeker ook een economische. De kunst is om die meertaligheid te bevorderen en in te zetten waar dat nodig is (bijvoorbeeld in grensoverschrijdend werkverkeer en toerisme).

Lees verder >>

Mag je frisisten beledigen?

Door Marc van Oostendorp


Kun je je als taalwetenschapper ook met goed fatsoen mengen in taalpolitieke strijd? Voor de frisiste Tony Feitsma (1928-2009) was dit nauwelijks een vraag. Haar leven was gewijd aan het Fries en moet tot de nok gevuld zijn geweest met de Friese taal en de Friese letteren: vol onderzoek, maar ook vol strijd.

Over zo iemand kun je natuurlijk makkelijk een boek vullen en dat hebben vier frisisten onlangs dan ook gedaan: Wittenskip en beweging, waarin ze studies door deskundigen verzamelden over allerlei aspecten van het werk.

Het is een interessant boek, maar ook een beetje een gemiste kans.
Lees verder >>