Categorie: taalbeheersing

Wat betekent intonatie?

Door Lucas Seuren

Regelmatig als ik vrienden, familie, of volslagen onbekenden moet uitleggen waar mijn promotieonderzoek over gaat, loop ik tegen hetzelfde probleem aan: iedereen gebruikt taal en dus heeft iedereen al enige kennis. Dat is lastig, omdat veel van die kennis niet klopt en dat is nog verdraaid lastig duidelijk te maken. Een goed voorbeeld is de idee die mensen hebben over hoe we in ons taalgebruik aangeven dat we een vraag stellen. Vaak denken mensen eerst aan de woordvolgorde en als dat het niet is zal het wel in de intonatie zitten, maar dat klopt toch ook vaak niet. Lees verder >>

Facebook wordt taalvaardiger, maar verre van taalvaardig

Door Lucas Seuren

De wens om computers menselijke taal te leren is al vele facebook logodecennia oud, maar tot op heden zijn ze daar slechts zeer beperkt toe in staat. Facebook kondigde onlangs een nieuwe engine aan die tekst van gebruikers beter moet gaan begrijpen: DeepText. Deze engine zou met bijna menselijke precisie tekst moeten kunnen begrijpen. Een erg stoutmoedige claim, en gelet op de uitleg die Facebook geeft ook volledig onterecht. DeepText is zeker een mooie sprong voorwaarts, maar laat ook zien dat computers nog een lange weg te gaan hebben voor ze menselijke taal, of in ieder geval tekst, net zo goed kunnen begrijpen als mensen zelf. Lees verder >>

Zelf concrete voorbeelden gebruiken

Door Marc van Oostendorp

Het vak van taalbeheersing en communicatiewetenschap wordt in Nederland maar matig gepopulariseerd. Er bestaat wel wat (boekje van Van Eemeren en Grootendorst over argumentatie naar aanleiding van cartoons van Peter van Straaten, boekje van Jaap de Jong over toespraken naar aanleiding van Max Havelaar, een weblog van het project Begrijpelijke taal), maar erg -opulair is het genre niet. Misschien komt het doordat taalbeheersers andere vormen van valorisatie hebben (praktisch adviezen geven aan overheid en bedrijven), en misschien doordat zij nog meer dan andere neerlandici gevangen zitten in de ijzeren banden van massa-onderwijs en publicaties in A-tijdschriften.

Hoe dan ook valt er natuurlijk wel wat te vertellen over de inzichten die er achter adviezen voor aantrekkelijk schrijven kunnen steken. Christine Liebrecht van de Universiteit van Tilburg doet dat met haar boekje Fan-tas-tisch om hier te zijn! Ondanks de praktische ondertitel Verbeter je taalgebruik gaat dit boek meer over waaróm technieken als overdrijving en ironie soms wel werken en andere keren niet dan dat het praktische tips geeft. Het doel is vooral om inzicht bij te brengen – al is de aanname natuurlijk dat iemand met dat inzicht ook effectiever communiceert.

Lees verder >>

Streektaalbeleid

Door Leonie Cornips
Binnenkort verschijnt de erfgoednota van de Provincie die het beleid voor de komende jaren voor het (im)materieel cultureel erfgoed presenteert. Taal valt onder cultureel erfgoed en kent veel verschijningsvormen in Limburg. Diverse vertegenwoordigers, betrokken bij de streektaal, schreven onlangs het visiedocument ‘Sjiek is miech dat’ als input voor de nieuwe erfgoednota. In dit visiedocument staat dat de regionale taal in Limburg mensen mobiliseert in hun gevoel van eigenwaarde, zelfbewustzijn en zelfredzaamheid. Taal is onmisbaar om regionale identiteiten te creëren: ze leidt tot sociale binding en herkenbaarheid van de provincie.

De ambities van de erfgoednota zijn duidelijk: dialecten hebben een digitaal platform nodig om ze vitaal te houden. Talentontwikkeling is een uitdaging: Limburg heeft een blijvende diversiteit aan podia nodig waar jongeren zich cultureel en literair kunnen manifesteren. Kennis over hoe de jeugd zich organiseert is urgent om streektaalbeleid te kunnen continueren. Kennisverspreiding over meertaligheid naar leerkrachten in het onderwijs (van kinderopvang tot middelbare school) is hard nodig. Limburgers zijn vaak van huis uit meertalig. Naast het Nederlands spreken zij dialect; een buurtaal zoals Duits of Frans, een lingua franca als Engels of een andere veel voorkomende taal zoals het Arabisch/Berbers, Turks en Spaans. Deze meertaligheid is niet alleen een cognitieve, sociaal-culturele kracht in Limburg maar zeker ook een economische. De kunst is om die meertaligheid te bevorderen en in te zetten waar dat nodig is (bijvoorbeeld in grensoverschrijdend werkverkeer en toerisme).

Lees verder >>

Mag je frisisten beledigen?

Door Marc van Oostendorp


Kun je je als taalwetenschapper ook met goed fatsoen mengen in taalpolitieke strijd? Voor de frisiste Tony Feitsma (1928-2009) was dit nauwelijks een vraag. Haar leven was gewijd aan het Fries en moet tot de nok gevuld zijn geweest met de Friese taal en de Friese letteren: vol onderzoek, maar ook vol strijd.

Over zo iemand kun je natuurlijk makkelijk een boek vullen en dat hebben vier frisisten onlangs dan ook gedaan: Wittenskip en beweging, waarin ze studies door deskundigen verzamelden over allerlei aspecten van het werk.

Het is een interessant boek, maar ook een beetje een gemiste kans.
Lees verder >>

Als talen niet bestaan, hoef je ook geen boek over taalstrijd te lezen

Door Marc van Oostendorp


Het is natuurlijk wat provocerend om een boek over taalstrijd te beginnen met de een inleiding waarvan de ondertitel luidt Talen bestaan niet, zoals de Antwerpse anglist Frank van Splunder doet. Waarom zou je vechten over dingen die toch niet bestaan?

Het is natuurlijk in zekere zin waar dat talen niet bestaan. Het Nederlands is geen duidelijk afgebakende grootheid. Welke woorden horen tot de taal? Dat zijn er in ieder geval meer dan in Van Dale staan – al is het maar omdat er steeds nieuwe woorden bijkomen. Welke mensen spreken er Nederlands? Dat hangt er onder andere van af hoe lang iemand op cursus moet voor we hem of haar in onze gelederen accepteren. Het hangt ervan af welke geografische gebiede we precies als Nederlandstalig rekenen.

Talen zijn daarmee strikt genomen geen discrete, telbare eenheden. Ik geloof dat het Noam Chomsky was die eens zei dat het net zo min zin heeft om te spreken over bijvoorbeeld ‘de Franse taal’ als over ‘de Franse lever’. Mogelijk lijken de levers van Fransen na langdurige consumptie van wijn en foie gras iets meer op elkaar dan op die van Nederlanders  of Amerikanen, maar dat betekent nog niet dat je van iedere willekeurige lever kunt zeggen of hij Frans is.

Lees verder >>

De nieuwe VRT-beheersovereenkomst: over ‘Vlaamse identiteit’ en ‘fictie in standaardtaal’

Door Steven Delarue

Ik zat er sinds dit weekend met ongeduld op te wachten, maar nu staat de tekst van de nieuwe beheersovereenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en de VRT integraal online. De verantwoordelijke voor dat ongeduld is N-VA-parlementslid Wilfried Vandaele, die ik vooral goed ken als de voorzitter van de Interparlementaire Commissie van de Nederlandse Taalkunde. Dit weekend klopte hij zich in De Standaard op de borst omdat er in de nieuwe beheersovereenkomst met de VRT meer aandacht zou zijn voor de Vlaamse identiteit én voor standaardtaal.

Wie vol goede moed de beheersovereenkomst begint door te lezen, vindt inderdaad vrij snel die nadruk op “de” Vlaamse identiteit terug, tot in de basiswaarden van de VRT toe:

Lees verder >>

Worstelen met onbekende woorden in het Groot Dictee

Door Maartje Lindhout

Schrijvende pers, dat was ik. De zaal waarin ik moest wachten nadat ik me had gemeld bij de balie druppelde langzaam vol met allerlei mensen die ik zou moeten kennen van de Nederlandse of Vlaamse televisie. Uit het ruime aanbod drankjes koos ik een glas versgeperste sinaasappelsap en ik ging aan een tafel zitten om nog eens op mijn laptop te kijken wie er ook alweer als BN’ers aanwezig zouden zijn. Een man kwam op me af met het Groene Boekje in z’n hand. “Zo, ben je ook nog aan het voorbereiden?” Ik vertelde dat ik redacteur was van Neder-L en even was ik bang dat ik hem van tv zou moeten kennen. Hij bleek een Volkskrantlezer te zijn, een Amsterdamse spellingfanaat. Gelukkig.

Lees verder >>

Verschenen: Tekstblad nummer 5 van 2015

De voor- en nadelen van e-tekst
Is tekst op een beeldscherm even begrijpelijk als tekst op papier? Of gaat lezen van papier toch beter? Frank Jansen en Daniel Janssen deden onderzoek en komen met boeiende bevindingen over de voor- en nadelen van e-tekst. Zoveel staat vast: het medium heeft effect op hoe we teksten lezen, begrijpen, onthouden en waarderen. Maar hoe dat precies werkt, is nog onduidelijk.

Als zelfs de Belastingdienst ophoudt met brieven schrijven en overstapt op e-mail, is het einde van de papieren brief nabij. Aan de andere kant neemt de verkoop van e-readers al twee jaar af, en stijgt de verkoop van digitale boeken bij Amazon niet langer. Het bedrijf opende vorige maand zelfs zijn eerste fysieke boekhandel. Gaat het papieren boek het uiteindelijk toch winnen?

Lees verder >>

Irritantste woord van het jaar?

Door Robert Chamalaun


Eergisteren maakte het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL) bekend dat de verkiezing voor het irritantste woord van het jaar gewonnen is door het foutief gebruik van het woord me. 30 procent van de 25.000 stemmen ging naar meen daarmee is het woord de overtuigende verliezer van dit jaar. Dit nieuws is opgepikt door diverse media en in vrijwel alle reacties en commentaren is te lezen dat de meeste mensen echt wel begrijpen dat me geen bezittelijk voornaamwoord is. De vraag is dan natuurlijk wel waarom mensen toch me moeder en me vader zeggen, en vooral schrijven.

Allereerst is van belang onderscheid te maken tussen de verschillende vormen van de persoonlijke voornaamwoorden. Afhankelijk van de positie in de zin, moet je kiezen voor ofwel de onderwerpsvorm ofwel de voorwerpsvorm. De meeste persoonlijke voornaamwoorden hebben naast een volle vorm zoals jij, wij, zij, ook een gereduceerde vorm zoals je, we, ze. Sommige persoonlijke voornaamwoorden hebben helemaal geen afzonderlijke volle en gereduceerde vorm, zodat ze in alle posities in dezelfde vorm worden geschreven en uitgesproken. Denk aan voornaamwoorden als jullie en ons. Voor de bezittelijke voornaamwoorden geldt dat deze eveneens een volle vorm en een gereduceerde vorm kennen. Zo hebben we mijn en jouw met de gereduceerde varianten m’n en je. Er zijn slechts enkele bezittelijke voornaamwoorden die alleen in volle vorm voorkomen (uw, ons, onze).

‘Hij wilt’: het magt!

Door Marc van Oostendorp


Ik weet dat er mensen zijn die de afgelopen weken, sinds het verschijnen van het nieuwe Groene Boekje, iedere dag wel even naar de spellingwebsite van de Taalunie gingen om te zien of het er nog stond.

En ja hoor, het staat er nog steeds:

willen

willen
ik wil
jij wilt
hij/zij/het/u wilt
wij willen
jullie willen
zij willen

Zo mag je ook jij kun schrijven volgens dit machtige overheidsorgaan, en jij zul. En gedownload naast geforwarded

Kijk, dat is nu eens een mate van anarchisme die wij hier op Neder-L kunnen waarderen.
Lees verder >>

Tweedeling tussen zwarte piet en Zwarte Piet


Vorige week werd uiteraard in diverse media uitvoerig stilgestaan bij de aankomst in Nederland van de heilige Sint-Nicolaas en zijn gevolg. In deze berichtgeving maar ook in de bij tijd en wijle oververhitte discussies over de gelaatskleur van de pieten (of Pieten?) viel mij ook een taalkundig interessant fenomeen op: de rol van de hoofdletter. Vooral de schijnbare willekeur prikkelde mijn nieuwsgierigheid. We zien namelijk zwarte pieten en Zwarte Pieten. En door de komst van nieuwe exotische pieten krijgen we nieuwe verwarring: schrijven we Regenboogpiet of regenboogpiet? Hoe zit het toch met die vermaledijde hoofdletter?

In de Technische Handleiding uit 2009, waarin de regels voor de officiële spelling van het Nederlands zijn weergegeven, treffen we een op het eerste gezicht heldere hoofdregel aan: soortnamen worden met een kleine letter geschreven en eigennamen met hoofdletter. Voorheen werd de ‘knecht van Sinterklaas’ aangeduid als Zwarte Piet, mét hoofdletter dus. We kunnen dan overduidelijk spreken van een eigennaam.

Lees verder >>

Verschenen: Tijdschrift voor Taalbeheersing (37/3)


In oktober 2015 verscheen: Tijdschrift voor Taalbeheersing 37, nr. 3. ISSN: 1573-9775. Online ISSN: 2352-1236.
Inhoud:
Nieuw format in Tijdschrift voor Taalbeheersing: Perspectief
Nieuwsfilmfragmenten in politieke televisie-interviews in talkshows
J. Verhoef; C. Sauer
De reclamemaker centraal
Renske van Enschot; Emma Broekhuizen; Matthijs Kolthoff
Het formaliseren van kritische discussie ter voorbereiding op geautomatiseerde argumentatieanalyse
Jacky Visser
Boekbesprekingen
Zie de website van de uitgever voor abstracts van de artikelen.

Een kloek Groen Boek


“Een kloek boek! Handzaam en in een mooi formaat” was het verse oordeel van de eerste bezitster van het nieuwe Groene Boekje, minister Jet Bussemaker (zonder tussen-n). Nadat afgelopen dinsdag de nieuwe Dikke Van Dale was verschenen, was het nu de beurt aan het Groene Boekje, heel toepasselijk in de Week van het Nederlands. De aanwezigen in het Spaansche Hof in Den Haag luisterden aandachtig naar de overduidelijk vooraf ingestudeerde woorden.

Tijdens de ontvangst in een zaal met groene gordijnen mochten zij al groene sapjes drinken en groene petitfourtjes proeven. Zelfs de stropdassen van de obers waren groen! In de presentatiezaal was het Groene Boekje in de hand van de minister echter het enige van die kleur en de metallic kaft blonk hierdoor nóg meer. (Want ja, het nieuwe Boekje glimt!)

Lees verder >>

Eén oorlog is alvast voorbij: de spellingsoorlog


Zoals u wellicht weet, woedde er tot voor kort in Nederland een spellingsoorlog. De strijdende partijen hadden hun eigen kleur: de groenen en de witten.

Goed nieuws van het front: de oorlog is voorbij! De groenen hebben gewonnen. Dat wil zeggen: de witten volgen nu de spelling van de groenen, maar als ze het niet met de groenen eens zijn, vermelden ze in hun eigen spellinglijst een alternatief. Hun vlag hebben ze echter gestreken: ze noemen die alternatieven niet langer de Witte spelling.

Lees verder >>

Nieuwe spellingwebsite: Spellingsite.nu

Vanochtend is een nieuwe spellingwebsite geopend: Spellingsite.nu. Op deze website kun je de spelling van zo’n honderdduizend woorden, afkortingen en namen opzoeken, en bovendien alle spellingregels raadplegen.

De site geeft van elk woord de officiële spelling, maar biedt in bepaalde gevallen ook alternatieve schrijfwijzen. Bij elk woord kun je doorklikken naar de bijbehorende spellingregel(s). Staat een woord niet in de lijst? Dan kun je dat indienen, waarna er wordt bekeken of het voor opname in aanmerking komt. De website zal dus gaandeweg steeds meer woorden bevatten.

Spellingsite.nu is ontwikkeld door Onze Taal en Prisma, net als de papieren spellinggidsen Spellingwijzer en Snelspelwijzer.

Verschenen: Tijdschrift voor Taalbeheersing (37/2)


In juni 2015 verscheen: Tijdschrift voor Taalbeheersing 37, nr. 2. ISSN: 1573-9775. Online ISSN: 2352-1236.
Inhoud:
Academische geletterdheid van studenten in het hoger onderwijs
Kees de Glopper; Jacqueline van Kruiningen; Carel Jansen
Diagnose en remediëring van schrijfvaardigheidsproblemen bij eerstejaarsstudenten Geesteswetenschappen
Ineke de Bakker; Bert Meuffels; Margriet Muris; Everdien Rietstap
Tried and tested: Academic literacy tests as predictors of academic success
Tobie Van Dyk
Moeilijker, langer, serieuzer: Reflecties van eerstejaarsstudenten over schrijven in een academische setting
Femke Kramer; Jacqueline van Kruiningen
De communicatief competente professional in de ogen van managers: Een kwalitatieve exploratie als input voor curriculumontwikkeling
Brigitte Faber-de Lange; Els van der Pool
Zie de websitevoor abstracts van de artikelen.

Hebben streektalen nog toekomst in Nederland?

Stichting IJsselacademie deed verkennend onderzoek

[Persbericht]

We denken weleens dat alleen ouderen nog streektaal spreken, maar er zijn ook voorbeelden van jongeren die streektaal gebruiken. Op verzoek van de IJsselacademie deed student Meertaligheid, Daan Brandenburg, onderzoek naar streektaal in Steenwijk onder de jongeren zelf (12 tot 18 jaar). Hoe is hun houding ten opzichte van streektaal en wanneer gebruiken ze de streektaal?

De onderzoeker concludeert dat de streektaal onder jongeren nog steeds wordt gebruikt. Het is wel opvallend te zien dat het streektaalgebruik van de jongeren meestal plaatsvindt in het contact met hun grootouders. Als het doorgeven van de taal voornamelijk van de grootouders moet komen, zal het gebruik van de streektaal blijven afnemen.

Lees verder >>

Pas verschenen: Over Taal 54/3


Onlangs verschenen: Over Taal 54 (2015), nr. 3. ISSN: 0774-2398
In de nieuwe aflevering van Over Taal, tijdschrift over taal, tekst en communicatie, onder meer het artikel ‘Verwarring troef over taalvariatie in Vlaamse schoolhandboeken’ van Johan De Schrijver, docent Nederlands aan de subfaculteit Letteren van de KU Leuven, campus Brussel. “Vlaamse schoolboeken verspreiden nog verouderde opvattingen en vooral een inconsistente visie op taalvariatie. Daarmee weerspiegelen ze de algemene verwarring die de taalbeschrijving en het taal- en onderwijsbeleid blijven voeden”, betoogt De Schrijver.
Dit artikel is in zijn geheel te lezen via www.overtaal.be.
Verder in het nieuwe nummer:

Interview: Rudi Janssens: ‘Meertaligheid is niet noodzakelijk een negatief verhaal’ (door Bruno Comer)

Idioom & Co: Zeggen dat iets niet bestaat: bestaat daar een speciale constructie voor? (door Bert Cappelle)
Over hoe Vlamingen kunnen werkwoordreeksen doorbreken (door Lotte Hendriks) 
● en verder de vaste rubrieken Broodje taal, Taalwerk, Taalkronkels, Dossier, Te boek, Column en Quiz

Het eindexamen spellen

Door Marc van Oostendorp


Vandaag vergadert de Tweede Kamer over de eindexamens van dit jaar. Voor het schoolvak Nederlands wordt dat waarschijnlijk een rustig jaar, behalve dat SP-Kamerlid Jasper van Dijk de spelling hoog op de agenda heeft gezet.

De spelling! Eind vorig jaar had staatssecretaris Sander Dekker nog gezegd dat het natuurlijk uitgesloten was dat iemand die slecht spelde dat eindexamen zou halen, maar in de correctie-instructies bleek dat leraren dit jaar voor spelfouten geen punt konden aftrekken.

Dat was dus een fout van Dekker. Strikt genomen heeft hij de Kamer daarmee verkeerd geïnformeerd. Omdat Nederlandse parlementariërs zich wel graag opwinden over de spelling, maar gelukkig niet zoveel dat ze daarvoor een staatssecretaris wegsturen, zal hij wel mogen blijven zitten.

Lees verder >>

UV-departement sê dís wat taalbeleid moet doen

Aan universiteiten in Zuid-Afrika woedt momenteel een fel debat over de (on)wenselijkheid om al het universitaire onderwijs alleen in het Engels te houden. Het onderstaande artikel is een voorbeeld van een duidelijke stellingname in dit debat. (Redactie Neder-L)

Door leden van het departement Afrikaans en Nederlands (enz.) van de Universiteit van die Vrystaat

Die departement Afrikaans en Nederlands, Duits en Frans aan die Universiteit van die Vrystaat (UV) wil hom verbind tot harde, doelgerigte werk aan die uitvoering van die ’n meertaligheidsbeleid wat alle UV-studente akademies sal bemagtig, lui ’n meningstuk wat die departement as deel van die debat oor die toekomstige taalbeleid aan die UV geskryf het.

Die taalbeleid van die Universiteit van die Vrystaat (UV) moet tussen die eise van die politiek en die geldmag deur na die werklike akademiese bemagtiging van sy studente gestuur word.

Die departement Afrikaans en Nederlands, Duits en Frans aan die UV reageer op die heftige debat oor taal aan dié universiteit.

Lees verder >>

Het Engels is modern, het Nederlands intellectueel

Door Marc van Oostendorp


Vanavond kwamen de Nederlandse puristen bij elkaar: de Stichting Nederlands had zijn  feestelijke avond. Van een massabeweging kun je niet echt spreken, ik geloof dat er niet meer dan een man of vijftig waren, waarvan ongeveer een derde moest optreden. Terwijl het een gezellige avond was, op een centrale plek in de Amsterdamse binnenstad, met muziek en een filmpje en blokjes kaas. Nederlandse puristen zijn gemoedelijke mensen die ook beleefd lachten als een tegenstander een flauw grapje maakte.

Waarom krijgt het georganiseerde taalpurisme zo weinig gedaan? Je kon, vond ik, veel afleiden uit het gedrag van de winnaars van de uitgereikte prijzen. De Stichting heeft er altijd twee: een ‘Sofprijs’ voor iemand die de taal schade zou hebben toegebracht en een ‘Lofprijs’ voor iemand die haar juist heeft laten bloeien.

Lees verder >>

Een falend taalbeleid en het examen Nederlands

De eindexamens zijn gisteren begonnen: een stressvolle periode voor middelbare scholieren, maar ook voor leraren (en trainers) zoals ik. Niet alleen omdat er een berg werk nagekeken moeten worden, maar vooral omdat het werk stikt van de fouten. Dit jaar worden er, in het hernieuwde eindexamen Nederlands voor havo en vwo, niet langer punten afgetrokken voor spel- en taalfouten. Voor mijn leerlingen bleek dit de laatste weken helaas een vrijbrief om helemaal niet meer op spelling te letten: van de 39 vwo-leerlingen die ik naar hun eindexamen heb begeleid, wist slechts een enkeling een foutloze tekst te schrijven. De meesten wisten eigenlijk wel hoe het moest, maar vonden het simpelweg niet nodig, met ‘Maar mevrouw, u weet toch wat ik bedoel?’, als veelvoorkomend argument. Daar moet verandering in komen. Hogescholen en universiteiten klagen al jaren steen en been over het lage taalniveau, en terecht. Wat mij betreft ligt de verantwoordelijkheid voor een goede taalvaardigheid in de eerste plaats bij het onderwijs, en dan met name bij het taalbeleid in het onderwijs, en daarna pas bij de leerlingen zelf.

Lees verder >>

Dat ze haar hand maar eens in eigen boezem steekt!

Door Marijke De Belder
De spelling is als het slag mensen dat er vilein genoegen in schept wanneer je een puistje, een haar op je tepelhof of een extra pondje ontwikkelt. In elk futiel falen weet zij het leedvermaak te vinden. Zo zit zij vanop haar troon hautain met haar hete adem in je nek te blazen smekend om de dag waarop je over choquante przewalskipaarden moet schrijven of –oh, geen schitterender jolijt- een dt-fout maakt.
Als een zwaard van Damocles hangt ze boven onze hoofden en ze lijkt daarbij niet te beseffen dat ze slechtgesmeed is. Want wat er soms echt fout gespeld is, is de spelling zelf. Aha, laat ons het daar eens over hebben!

Lees verder >>