Categorie: taalbeheersing

Het kleinste onderwerp in de taal

Door Lucas Seuren

Recent gaf Peter-DoughnutArno Coppen in zijn column in Trouw een korte analyse van het kleinste onderwerp in het Nederlands: het lidwoord. Hoewel ik niet wil betwisten dat het lidwoord als onderwerp voor een taalkundige analyse zeer klein is, wilde ik de gelegenheid aangrijpen om een nog kleiner aspect van de taal te bespreken, het woordje oh. Wie nu denkt dat oh niet meer is dan een onbewuste respons die los staat van de taal heeft het bij het verkeerde eind. Niet alleen heeft oh zijn eigen, weliswaar zeer onvolledige, vermelding in de Van Dale, het wordt doelgericht ingezet door sprekers, en niet alleen in het Nederlands. Dus laten we eens kijken naar oh. Lees verder >>

De flexibiliteit van ‘Ik hoor het u zeggen’

Door Guusje Jol

Kent u juristen? Dan is het goed mogelijk dat u hen wel eens hebt gehoord over de uitdrukking ‘ik hoor het u zeggen’. Of erger nog, dat die uitdrukking tegen u is gebruikt. In juristenland worden deze woorden namelijk bepaald niet neutraal gebruikt. Zie een tikkeltje gefrustreerd klinkend stukje van strafrechtadvocaat Peter Plasman. Hij schrijft dat ‘ik hoor het u zeggen’ standaard versluierd taalgebruik is om te zeggen ‘u liegt dat u barst’. Hij hoorde een onderzoeksrechter (rechter-commissaris) deze uitdrukking gebruiken tegen een verdachte. De advocaat was in woede ontstoken en had de rechter-commissaris gewraakt.

De uitdrukking ‘ik hoor het u zeggen’ heeft ook het onvolprezen boekje Taal is zeg maar echt mijn ding gehaald. Auteur Paulien Cornelisse merkt op: ‘Je hebt ook mensen die niet willen toegeven dat de discussie inmiddels een ruzie aan het worden is. Die zeggen bijvoorbeeld: ’Grappig dat je dat zegt,’ terwijl het helemaal niet grappig is. Of ze nemen hun toevlucht tot het zogenaamd neutrale: ‘Ik hoor het je zeggen.’ ’

De typering ‘zogenaamd neutraal’ is natuurlijk iets anders dan ‘je liegt dat je barst’. Maar Plasman en Cornelisse plaatsen ‘ik hoor het je zeggen’ allebei in een ongezellige context én suggereren dat er iets op een indirecte manier gecommuniceerd wordt.

De vraag is: waarom? Lees verder >>

flyer / folder

Verwarwoordenboek Vervolg (44)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

flyer / folder  

Er is verschil in betekenis. En de verwarrende wereld van de kleine drukwerkjes kent nog meer variatie.  Lees verder >>

Goede bedoelingen

Door Guusje Jol

Over het algemeen stel ik het op prijs als mensen me erop attenderen dat ik m’n sjaal bijna in de trein laat liggen of m’n sleutelbos verlies. Dus probeer ik ook een beetje op andere mensen te letten. Zo fietste ik een keer achter een mevrouw die een pakje sigaretten in een zak van haar hoody had zitten. Die zakken waren kennelijk niet echt diep en het pakje sigaretten viel er dan ook bijna uit. Dus toen ik de mevrouw inhaalde, waarschuwde ik haar.

Achteraf vroeg ik me af of ik de mevrouw niet meer geholpen zou hebben door m’n mond te houden. Misschien was ze met enorm veel moeite gestopt met roken en had ze nu in een moment van zwakte toch een pakje sigaretten gehaald… Lees verder >>

Dat is een heel goede vraag…

Door Guusje Jol

Laatst was het zo’n lome zaterdag waarop ik op de bank hing met een kop thee en luisterde naar de Taalstaat op de radio. Maar opeens zat ik recht overeind. Frits Spits signaleerde dat in interviews vaak wordt gezegd: ‘dat is een goede vraag’. Hij liet daarvan een flink aantal voorbeelden horen, plus variaties op het thema.

Hij gaf ook commentaar op de formulering. De versie van zaterdag was een gecomprimeerde versie van de dag ervoor, dus hier de uitgebreidere versie. De interactie met De Ochtend-presentator Carl-Johan de Zwart heb ik weggelaten; het einde van het commentaar volgt aan het einde van dit stuk:

‘Nu lijkt [‘dat is een goede vraag’ een] compliment voor de vragensteller. Is niet zo, helaas Carl-Johan. {…}

De geïnterviewde koopt er tijd mee. De vraag is niet goed, noch slecht. ’t Is een vraag waar even over nagedacht moet worden. De paar seconden die ’t oplevert, de ruimte die wordt gecreëerd, geeft de kans om een beter antwoord te formuleren.
‘Een goede vraag’ is meestal géén goede vraag, of in ieder geval geen bijzondere vraag. Een goede vraag is gewoon wachttijd voor een antwoord. Dus als je iemand hoort zeggen ‘goede vraag’, dan wéét je waarom het gezegd wordt.’

Je kunt hier verschillende vragen over stellen. Bijvoorbeeld: Lees verder >>

Spreek en win!

Heb jij een mening die je graag eens voor een groot publiek zou verkondigen? Weet jij heel goed wat er anders moet, wat niet langer genegeerd mag worden? Of wat we juist nu moeten koesteren?

Maak van je hart geen moordkuil en deel het met de rest van de stad! Doe mee aan de Haagse speechwedstrijd.

De Nacht van de Filosofie Den Haag organiseert samen met het Debatbureau een speechwedstrijd voor jongeren (16 – 29 jaar).

Lees verder >>

Oproep voor bijdragen aan taalbeheersingscongres VIOT-2018

Op 17, 18 en 19 januari 2018 vindt aan de Rijksuniversiteit Groningen het veertiende taalbeheersingscongres plaats van de VIOT (Vereniging Interuniversitair Overleg Taalbeheersing). Het thema voor dit congres is Duurzame Taalbeheersing. De congresorganisatie nodigt u van harte uit om een bijdrage aan het congres te leveren.

Meer informatie over het thema, de plenaire lezingen en het indienen van voorstellen kunt u vinden op de website van VIOT 2018.

Trumps fantastische taalgebruik: 3 redenen waarom het werkt (of niet)

Door Christine Liebrecht

Fantastisch was de satirische welkomstboodschap van Arjen Lubach aan Donald J. Trump waarin hij Nederland voorstelde aan de kersverse president van de Verenigde Staten. Amerika mocht in de ogen van de machtigste man van de wereld dan misschien wel op een staan (‘America first!’), maar mag ons kikkerlandje dan op de tweede plaats komen (‘The Neterlands second!’)? De hilarische video ging viral en haalde zelfs mainstream media zoals CNN en de New York Times, inmiddels hebben ook andere landen een dergelijk filmpje gemaakt.

Superlatieven liefhebber

Een van de elementen die het filmpje van Lubach zo sterk maakte, was het taalgebruik. In één klap was duidelijk dat er maar één man in de wereld praat zoals de voice over. Lees verder >>

Verleden tijd van de toekomst

Door Lucas Seuren

getty_tense-155096784Taal lijkt soms een bijzonder inefficiënt communicatiemiddel. We hebben een gereedschapskist van vrij beperkte omvang, maar de variatie in constructies die we bouwen is schier oneindig. Maar juist die beperking zorgt voor heel wat creativiteit in hoe we taal gebruiken in het dagelijks leven. Als we een boodschap willen overbrengen, maar we hebben er geen speciale grammaticale categorie voor, dan lossen we het gewoon op een andere manier op. Dit klinkt wat abstract, maar in de praktijk is het verrassend eenvoudig. Zo heeft het Nederlands geen morfologie voor de toekomende tijd van het werkwoord, anders dan bijvoorbeeld het Frans. Toch willen we vaak wel over de toekomst kunnen praten. We gebruiken dan hulpwerkwoorden. Fransen zeggen Je Travaillerai, waar wij zeggen Ik zal werken (zo vertelt Google me althans).

Dit is een vrij klassiek taalkundig voorbeeld. We willen iets in de wereld beschrijven en zoeken naar de juiste taalkundige middelen. Maar interactie heeft veel complexere dimensies dan dat, en ook daar lijken we de taalstructuur voor te kunnen inzetten.

Lees verder >>

Begrijpelijke taal

Brochures over gezondheid, bijsluiters, hypotheekvoorwaarden, overheidsformulieren: ze zijn vaak moeilijk te begrijpen voor de burger. Binnen het onderzoeksprogramma Begrijpelijke taal vond in de afgelopen jaren onderzoek plaats naar factoren die de begrijpelijkheid van communicatie beïnvloeden. Bovendien is onderzocht hoe deze inzichten in effectief advies kunnen worden omgezet.

Waarom is dit onderzoek belangrijk? En wat zijn tot nu toe de opbrengsten? In deze video geven betrokken wetenschappers hier een toelichting op. Meer informatie over het onderzoeksprogramma: http://www.nwo.nl/begrijpelijketaal

Hallo? Hallo! Hallo. – Waarom groeten mensen drie keer?

Door Lucas Seuren

Gesprekken zien er op het oog vaak erg chaotisch uit: mensen praten vaak niet in volzinnen, breken continu hun beurt af, en praten vaak op hetzelfde moment. Regelmaat vinden in dergelijke chaos lijkt dan ook geen beginnen aan. Toch ontdekten in de jaren 60 een aantal Amerikaanse sociologen dat er onder die chaos veel structuur te vinden is; met andere woorden de chaos is slechts een illusie. In zijn colleges liet Harvey Sacks zien dat gesprekken veelal bestaan uit gepaarde handelingen: een actie en een passende respons. Dit werd uitgewerkt door Emanuel Schegloff in een artikel in 1968 waarin hij laat zien dat gesprekken georganiseerd worden op basis van sequenties van dergelijke paren. Hij laat bovendien zien dat deze organisatie normatief is: als een passende respons ontbreekt, moet daar een reden voor gegeven worden.

Hoe ziet dat er dan uit? Lees verder >>

Wanneer is een uitnodiging een uitnodiging?

Door Lucas Seuren

duck-rabbitDe misschien wel grootste cliché in communicatieonderzoek is dat vrouwen en mannen anders communiceren en dat dit kan leiden tot verwarring. Ik noem het een cliché omdat het veelal wordt aangenomen, zonder dat er per se bewijs voor is. Maar er zijn situaties waarbij je toch wel gaat denken dat we wat effectiever boodschappen aan elkaar kunnen overbrengen.

Zo zat ik laatst in de zon te genieten van mijn lunch – ik zit in Los Angeles waar het half oktober nog altijd 30 graden is – en een paar meter verderop zat een studente te bellen met een vriendin. Ze vertelde dat haar vriend haar tot waanzin dreef, omdat hij te veel rekening hield met haar. Nou snap ik best dat ieder zijn eigen ding wil doen, dus als je vriend je die ruimte niet geeft is dat vervelend. Maar haar meest urgente klacht was dat vriend was ingegaan op haar voorstel om naar de film te gaan, in plaats van naar zijn werk te gaan. Lees verder >>

Verschenen: Tijdschrift voor Taalbeheersing (38/2)

In oktober 2016 verscheen: Tijdschrift voor Taalbeheersing 38, nr. 2. ISSN:1573-9775; Online ISSN 2352-1236.

De nieuwste uitgave van het Tijdschrift voor Taalbeheersing is de eerste in de vorig jaar aangekondigde rubriek ‘Perspectief’ waarin aandacht wordt besteed aan discussies binnen het vakgebied. Het hoofdartikel, geschreven door Jos Hornikx en Anika Batenburg, adresseert problemen op het gebied van onderzoeksintegriteit. Hierin staat een aantal vragen centraal: wat doen wij eigenlijk? Wat vinden we daar van? En wat zouden we moeten doen?

Inhoud

Integriteit in kwantitatief, empirisch onderzoek
Jos Hornikx; Anika Batenburg

Integriteit in onderzoek
Enny Das

Empirische basis van conclusies
Anita Eerland; Huub van den Bergh

Fatsoen moet je doen
Kees de Glopper

Meer teksten, natuurlijk ‐ maar hoeveel en welke?
Hans Hoeken

Duurzaam onderzoek
John Hoeks

De kwaliteit van onderzoek
Gerben Mulder

Vals positieven
Michèle B. Nuijten

Schaarste is goed, maar de selectie moet beter
Lucas M. Seuren

Hoe transparant kunnen we zijn?
Wilbert Spooren

Integriteit in kwantitatief, empirisch onderzoek
Anika Batenburg; Jos Hornikx

Zie de website van de uitgever voor abstracts van de artikelen.

Utrechtse promovendi ontwikkelen succesvolle lesmethode voor schrijfvaardigheid

(persbericht Universiteit Utrecht)

Aan het eind van de basisschool is slechts 30% van de leerlingen in staat om een boodschap schriftelijk goed over te brengen. Om dit te verbeteren hebben Monica Koster en Renske Bouwer (Utrecht Institute of Linguistics OTS) de lesmethode Tekster ontwikkeld, in het kader van hun gezamenlijke promotieonderzoek. Al na 4 maanden onderwijs met Tekster gaan leerlingen maar liefst 1,5 leerjaar vooruit. Dat blijkt uit het onderzoek dat Bouwer en Koster de afgelopen vier jaar uitvoerden met 144 leerkrachten en bijna 3000 leerlingen, en dat ze op 2 september verdedigen in een dubbelpromotie bij de faculteit Geesteswetenschappen. Lees verder >>

Wat betekent intonatie?

Door Lucas Seuren

Regelmatig als ik vrienden, familie, of volslagen onbekenden moet uitleggen waar mijn promotieonderzoek over gaat, loop ik tegen hetzelfde probleem aan: iedereen gebruikt taal en dus heeft iedereen al enige kennis. Dat is lastig, omdat veel van die kennis niet klopt en dat is nog verdraaid lastig duidelijk te maken. Een goed voorbeeld is de idee die mensen hebben over hoe we in ons taalgebruik aangeven dat we een vraag stellen. Vaak denken mensen eerst aan de woordvolgorde en als dat het niet is zal het wel in de intonatie zitten, maar dat klopt toch ook vaak niet. Lees verder >>

Facebook wordt taalvaardiger, maar verre van taalvaardig

Door Lucas Seuren

De wens om computers menselijke taal te leren is al vele facebook logodecennia oud, maar tot op heden zijn ze daar slechts zeer beperkt toe in staat. Facebook kondigde onlangs een nieuwe engine aan die tekst van gebruikers beter moet gaan begrijpen: DeepText. Deze engine zou met bijna menselijke precisie tekst moeten kunnen begrijpen. Een erg stoutmoedige claim, en gelet op de uitleg die Facebook geeft ook volledig onterecht. DeepText is zeker een mooie sprong voorwaarts, maar laat ook zien dat computers nog een lange weg te gaan hebben voor ze menselijke taal, of in ieder geval tekst, net zo goed kunnen begrijpen als mensen zelf. Lees verder >>

Zelf concrete voorbeelden gebruiken

Door Marc van Oostendorp

Het vak van taalbeheersing en communicatiewetenschap wordt in Nederland maar matig gepopulariseerd. Er bestaat wel wat (boekje van Van Eemeren en Grootendorst over argumentatie naar aanleiding van cartoons van Peter van Straaten, boekje van Jaap de Jong over toespraken naar aanleiding van Max Havelaar, een weblog van het project Begrijpelijke taal), maar erg -opulair is het genre niet. Misschien komt het doordat taalbeheersers andere vormen van valorisatie hebben (praktisch adviezen geven aan overheid en bedrijven), en misschien doordat zij nog meer dan andere neerlandici gevangen zitten in de ijzeren banden van massa-onderwijs en publicaties in A-tijdschriften.

Hoe dan ook valt er natuurlijk wel wat te vertellen over de inzichten die er achter adviezen voor aantrekkelijk schrijven kunnen steken. Christine Liebrecht van de Universiteit van Tilburg doet dat met haar boekje Fan-tas-tisch om hier te zijn! Ondanks de praktische ondertitel Verbeter je taalgebruik gaat dit boek meer over waaróm technieken als overdrijving en ironie soms wel werken en andere keren niet dan dat het praktische tips geeft. Het doel is vooral om inzicht bij te brengen – al is de aanname natuurlijk dat iemand met dat inzicht ook effectiever communiceert.

Lees verder >>

Streektaalbeleid

Door Leonie Cornips
Binnenkort verschijnt de erfgoednota van de Provincie die het beleid voor de komende jaren voor het (im)materieel cultureel erfgoed presenteert. Taal valt onder cultureel erfgoed en kent veel verschijningsvormen in Limburg. Diverse vertegenwoordigers, betrokken bij de streektaal, schreven onlangs het visiedocument ‘Sjiek is miech dat’ als input voor de nieuwe erfgoednota. In dit visiedocument staat dat de regionale taal in Limburg mensen mobiliseert in hun gevoel van eigenwaarde, zelfbewustzijn en zelfredzaamheid. Taal is onmisbaar om regionale identiteiten te creëren: ze leidt tot sociale binding en herkenbaarheid van de provincie.

De ambities van de erfgoednota zijn duidelijk: dialecten hebben een digitaal platform nodig om ze vitaal te houden. Talentontwikkeling is een uitdaging: Limburg heeft een blijvende diversiteit aan podia nodig waar jongeren zich cultureel en literair kunnen manifesteren. Kennis over hoe de jeugd zich organiseert is urgent om streektaalbeleid te kunnen continueren. Kennisverspreiding over meertaligheid naar leerkrachten in het onderwijs (van kinderopvang tot middelbare school) is hard nodig. Limburgers zijn vaak van huis uit meertalig. Naast het Nederlands spreken zij dialect; een buurtaal zoals Duits of Frans, een lingua franca als Engels of een andere veel voorkomende taal zoals het Arabisch/Berbers, Turks en Spaans. Deze meertaligheid is niet alleen een cognitieve, sociaal-culturele kracht in Limburg maar zeker ook een economische. De kunst is om die meertaligheid te bevorderen en in te zetten waar dat nodig is (bijvoorbeeld in grensoverschrijdend werkverkeer en toerisme).

Lees verder >>

Mag je frisisten beledigen?

Door Marc van Oostendorp


Kun je je als taalwetenschapper ook met goed fatsoen mengen in taalpolitieke strijd? Voor de frisiste Tony Feitsma (1928-2009) was dit nauwelijks een vraag. Haar leven was gewijd aan het Fries en moet tot de nok gevuld zijn geweest met de Friese taal en de Friese letteren: vol onderzoek, maar ook vol strijd.

Over zo iemand kun je natuurlijk makkelijk een boek vullen en dat hebben vier frisisten onlangs dan ook gedaan: Wittenskip en beweging, waarin ze studies door deskundigen verzamelden over allerlei aspecten van het werk.

Het is een interessant boek, maar ook een beetje een gemiste kans.
Lees verder >>

Als talen niet bestaan, hoef je ook geen boek over taalstrijd te lezen

Door Marc van Oostendorp


Het is natuurlijk wat provocerend om een boek over taalstrijd te beginnen met de een inleiding waarvan de ondertitel luidt Talen bestaan niet, zoals de Antwerpse anglist Frank van Splunder doet. Waarom zou je vechten over dingen die toch niet bestaan?

Het is natuurlijk in zekere zin waar dat talen niet bestaan. Het Nederlands is geen duidelijk afgebakende grootheid. Welke woorden horen tot de taal? Dat zijn er in ieder geval meer dan in Van Dale staan – al is het maar omdat er steeds nieuwe woorden bijkomen. Welke mensen spreken er Nederlands? Dat hangt er onder andere van af hoe lang iemand op cursus moet voor we hem of haar in onze gelederen accepteren. Het hangt ervan af welke geografische gebiede we precies als Nederlandstalig rekenen.

Talen zijn daarmee strikt genomen geen discrete, telbare eenheden. Ik geloof dat het Noam Chomsky was die eens zei dat het net zo min zin heeft om te spreken over bijvoorbeeld ‘de Franse taal’ als over ‘de Franse lever’. Mogelijk lijken de levers van Fransen na langdurige consumptie van wijn en foie gras iets meer op elkaar dan op die van Nederlanders  of Amerikanen, maar dat betekent nog niet dat je van iedere willekeurige lever kunt zeggen of hij Frans is.

Lees verder >>

De nieuwe VRT-beheersovereenkomst: over ‘Vlaamse identiteit’ en ‘fictie in standaardtaal’

Door Steven Delarue

Ik zat er sinds dit weekend met ongeduld op te wachten, maar nu staat de tekst van de nieuwe beheersovereenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en de VRT integraal online. De verantwoordelijke voor dat ongeduld is N-VA-parlementslid Wilfried Vandaele, die ik vooral goed ken als de voorzitter van de Interparlementaire Commissie van de Nederlandse Taalkunde. Dit weekend klopte hij zich in De Standaard op de borst omdat er in de nieuwe beheersovereenkomst met de VRT meer aandacht zou zijn voor de Vlaamse identiteit én voor standaardtaal.

Wie vol goede moed de beheersovereenkomst begint door te lezen, vindt inderdaad vrij snel die nadruk op “de” Vlaamse identiteit terug, tot in de basiswaarden van de VRT toe:

Lees verder >>

Worstelen met onbekende woorden in het Groot Dictee

Door Maartje Lindhout

Schrijvende pers, dat was ik. De zaal waarin ik moest wachten nadat ik me had gemeld bij de balie druppelde langzaam vol met allerlei mensen die ik zou moeten kennen van de Nederlandse of Vlaamse televisie. Uit het ruime aanbod drankjes koos ik een glas versgeperste sinaasappelsap en ik ging aan een tafel zitten om nog eens op mijn laptop te kijken wie er ook alweer als BN’ers aanwezig zouden zijn. Een man kwam op me af met het Groene Boekje in z’n hand. “Zo, ben je ook nog aan het voorbereiden?” Ik vertelde dat ik redacteur was van Neder-L en even was ik bang dat ik hem van tv zou moeten kennen. Hij bleek een Volkskrantlezer te zijn, een Amsterdamse spellingfanaat. Gelukkig.

Lees verder >>

Verschenen: Tekstblad nummer 5 van 2015

De voor- en nadelen van e-tekst
Is tekst op een beeldscherm even begrijpelijk als tekst op papier? Of gaat lezen van papier toch beter? Frank Jansen en Daniel Janssen deden onderzoek en komen met boeiende bevindingen over de voor- en nadelen van e-tekst. Zoveel staat vast: het medium heeft effect op hoe we teksten lezen, begrijpen, onthouden en waarderen. Maar hoe dat precies werkt, is nog onduidelijk.

Als zelfs de Belastingdienst ophoudt met brieven schrijven en overstapt op e-mail, is het einde van de papieren brief nabij. Aan de andere kant neemt de verkoop van e-readers al twee jaar af, en stijgt de verkoop van digitale boeken bij Amazon niet langer. Het bedrijf opende vorige maand zelfs zijn eerste fysieke boekhandel. Gaat het papieren boek het uiteindelijk toch winnen?

Lees verder >>

Irritantste woord van het jaar?

Door Robert Chamalaun


Eergisteren maakte het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL) bekend dat de verkiezing voor het irritantste woord van het jaar gewonnen is door het foutief gebruik van het woord me. 30 procent van de 25.000 stemmen ging naar meen daarmee is het woord de overtuigende verliezer van dit jaar. Dit nieuws is opgepikt door diverse media en in vrijwel alle reacties en commentaren is te lezen dat de meeste mensen echt wel begrijpen dat me geen bezittelijk voornaamwoord is. De vraag is dan natuurlijk wel waarom mensen toch me moeder en me vader zeggen, en vooral schrijven.

Allereerst is van belang onderscheid te maken tussen de verschillende vormen van de persoonlijke voornaamwoorden. Afhankelijk van de positie in de zin, moet je kiezen voor ofwel de onderwerpsvorm ofwel de voorwerpsvorm. De meeste persoonlijke voornaamwoorden hebben naast een volle vorm zoals jij, wij, zij, ook een gereduceerde vorm zoals je, we, ze. Sommige persoonlijke voornaamwoorden hebben helemaal geen afzonderlijke volle en gereduceerde vorm, zodat ze in alle posities in dezelfde vorm worden geschreven en uitgesproken. Denk aan voornaamwoorden als jullie en ons. Voor de bezittelijke voornaamwoorden geldt dat deze eveneens een volle vorm en een gereduceerde vorm kennen. Zo hebben we mijn en jouw met de gereduceerde varianten m’n en je. Er zijn slechts enkele bezittelijke voornaamwoorden die alleen in volle vorm voorkomen (uw, ons, onze).