Categorie: taalbeheersing

31 januari 2019, Amsterdam: De Taalbeheersing van Tegenwoordig

Een van de oudste studieverenigingen van het land, Helios voor studenten neerlandistiek aan de UvA, bestaat dit jaar 100 jaar. In het kader van deze mijlpaal heeft de lustrumcommissie voor elk van de vier vakgebieden van de neerlandistiek een speciale avond georganiseerd. Op donderdag 31 januari aanstaande wordt deze reeks afgesloten met De Taalbeheersing van Tegenwoordig. Vier vooraanstaande wetenschappers uit het hele land komen vertellen waar zij mee bezig zijn en zullen in gesprek gaan met het publiek. De avond is bedoeld voor iedereen met een interesse in argumentatie, retoriek en verbale communicatie: studenten, docenten, wetenschappers en andere geïnteresseerden zijn welkom. We beginnen om 18.30 uur en rond 21 uur begint de borrel. Lees verder >>

Daar schrik ik niet van

Door Guusje Jol

 

Zou een communicatieadviesbureau het hebben aangeraden?

Als (inmiddels niet meer zo) kersverse ouder vraag ik me met regelmaat af: ‘is dit normaal?’ als mijn zoon weer een nieuwe ontwikkeling vertoont. Gelukkig zijn daar dan de professionele hulplijnen zoals de verloskundigenpraktijk, de kraamzorg en huisarts. In reactie op mijn verslag (kind spuugt/heeft een hoge of juist lage temperatuur/poept al dagen niet/heeft een traanoog/draait ‘s-nachts op z’n buik etc.) zeggen de verloskundige, kraamzorg en huisarts dan – alsof ze bij dezelfde communicatiecursus zijn geweest: ‘Daar schrik ik niet van’.

Wat is dat voor een reactie? Lees verder >>

Pas verschenen: Vertrouw mij! Manipulaties van imago

(Persbericht AUP)

Vertrouw mij! laat zien hoe politici en kunstenaars hun publiek beïnvloeden, door hun persoonlijkheid en imago in te zetten en zo vertrouwen te winnen. De bundel bevat korte, goed leesbare essays over ethos (manipulaties van imago) en retorica voor een breed publiek.

Van de retorica van Aristoteles tot de lessen van Oprah, van climategate tot vox pop, van Odysseus tot Baudet. Motorbendes, boerkadragers, tattoobezitters, maar ook politici, kunstenaars, journalisten…  We maken ons allemaal zorgen over hoe we door anderen worden gezien. Deskundig? Arrogant? Authentiek? Betrapt? Wie zijn imago goed wil verzorgen kan dat – in tijden van nepnieuws – niet alleen met argumenten doen. Wat zijn goede excuses en hoe verleid je je publiek om naar je te luisteren? Lees verder >>

Wat is het effect van overdreven taalgebruik?

We zetten hyperbolen graag in om onze taal kracht bij te zetten. Ook op sociale media en in kranten worden ze veelvuldig gebruikt. Maar als alles belangrijk wordt gemaakt, welke woorden gebruik je dan als er echt iets aan de hand is? Neerlandica en communicatiewetenschapper dr. Christine Liebrecht (Tilburg University) vertelt over dit fenomeen en de gevolgen tijdens het Betweter Festival van de Universiteit Utrecht.

(Bekijk deze video op YouTube.)

Je distantiëren van degene die je citeert

Door Henk Wolf

Op Facebook plaatste van de week iemand een link naar een filmpje over de kosten van een omschakeling naar andere vormen van energievoorziening. Het filmpje stond op de website van de partij Forum voor Democratie. De Facebookvriend schreef als begeleidend zinnetje bij de link: ‘Niet dat ik een fan ben van FvD, maar ze hebben wel een behoorlijk punt’.

Ik bedacht dat ik op Facebook heel vaak vergelijkbare zinnetjes bij weblinks tegenkom. Mensen linken naar een artikel of een video, maar distantiëren zich in algemene termen van de bron. Zeker weten doe ik het niet, maar vermoedelijk heb ik dat zelf ook weleens gedaan.

Waarom eigenlijk, vroeg ik me af. Allereerst betekent het linken naar iets toch geen instemming met wat daarin gezegd wordt? En als dat wel zo is, dan is er toch geen reden om in te gaan op je relatie met de schrijver of de maker van het gelinkte? Die doet immers voor de boodschap niet ter zake. Lees verder >>

Vacature: Neerlandicus met specialisatie taalbeheersing/taalkunde (0,5 fte)

Als universitair docent verzorgt u onderwijs aan bachelor- en masterstudenten op het gebied van de taalbeheersing en taalkunde. U wordt ingezet bij de ontwikkeling en implementatie van het opleidingsprogramma. Daarnaast verricht u zelfstandig wetenschappelijk onderzoek op uw expertisegebied, uitmondend in (internationale) wetenschappelijke publicaties. Tevens levert u een bijdrage aan de bestuurswerkzaamheden binnen de faculteit.

U bent een afgestudeerd en gepromoveerd neerlandicus. U heeft ervaring in het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek en uw expertise ligt op het gebied de Nederlandse taalbeheersing/taalkunde. U bent in het bezit van de Basis Kwalificatie Onderwijs (BKO) of bereid deze binnen korte tijd te behalen. U heeft aantoonbaar belangstelling voor vernieuwing in het wetenschappelijk afstandsonderwijs, in het bijzonder het gebruik van ICT. U heeft uitstekende communicatieve vaardigheden, bent gemotiveerd, enthousiast en daadkrachtig. U kunt zowel zelfstandig als in teamverband werken. Lees verder >>

Hoe ‘helden’ in reclames ons raken… en aan een merk binden

(Persbericht Radboud Universiteit)

Wellicht heb je hem ooit gezien: de Nike-reclame waarin tennisster Serena Williams zich neerzet als vrouw die oordelen van anderen terzijde schuift en haar eigen weg kiest. Deze en vergelijkbare reclames zorgen ervoor dat mensen zich aangetrokken voelen tot een merk door een verhaal dat ogenschijnlijk nauwelijks over dat merk gaat. Hoe dat werkt laten communicatie- en informatiewetenschappers José Sanders en Kobie van Krieken van de Radboud Universiteit zien in een publicatie in  Frontiers in Psychology die vandaag, 19 september verschijnt. Lees verder >>

Het is moeilijk om eenvoudig te schrijven

Door Henk Wolf

Lang niet iedereen in Nederland leest boeken en kranten. Voor veel mensen is dat te moeilijk. Dat is natuurlijk vervelend voor die mensen. Sommige schrijvers proberen daarom om zo eenvoudig te schrijven dat ook die mensen hun teksten kunnen lezen. Dat lukt ze niet altijd, want het is moeilijk om eenvoudig te schrijven.

Korte zinnen zijn niet altijd makkelijk

Sommige schrijvers denken dat ze eenvoudig schrijven als ze alleen maar korte zinnen gebruiken, maar dat is niet waar. De taalwetenschappers Ted Sanders en Jentine Land hebben dat ontdekt. Zij hebben vmbo-leerlingen uit twee verschillende geschiedenisboeken een lesje laten leren. In het ene boek stonden alleen maar korte zinnen. In het andere boek stonden lange en korte zinnen door elkaar. De leerlingen begrepen veel meer van het boek waarin ook lange zinnen stonden. Dat komt doordat ze in die teksten makkelijker konden zien wat twee zinnen met elkaar te maken hadden. Er stonden namelijk veel woorden in die dat duidelijk maken. Voorbeelden van zulke woorden zijn dat, zulke en daarom. Zulke woorden staan vaak in lange zinnen.

Dat zulke woorden heel belangrijk zijn, merkte ik gisterenochtend. Toen las ik in de Volkskrant een column van Henkmichel Bosman. In die column vertelde hij een moeilijk geschreven column van Sheila Sitalsing na, maar dan op een eenvoudige manier. Dat deed hij best goed, maar toch vond ik zijn column nog best moeilijk. Dat kwam doordat hij veel korte zinnetjes gebruikte. Hij kon niet in elk van die korte zinnetjes duidelijk maken wat het met een vorige zin te maken had. Lezers moesten dat zelf raden en dat is moeilijk. Ik moest soms de column van Sitalsing erbij pakken om te begrijpen wat Bosman bedoelde. Lees verder >>

Hugo Verdaasdonk: spelbreker en vernieuwer

Herinneringen aan de meedogenloze methodologenstrijd aan de Amsterdamse universiteit

Door Marita Mathijsen

Hugo Verdaasdonk (1945-2007)

Het laatste nummer van TNTL is helemaal gewijd aan de toekomst van de Neerlandistiek. Het openingsartikel van Lotte Jensen en Rick Honings gaat over drie historische crisismomenten in de Neerlandistiek. Jensen en Honings laten het eerste crisismoment beginnen bij een artikel van Marijke Spies dat in de Spektator van mei 1974 verscheen. Spies schreef over het ontbreken van methodologische grondslagen aan de literatuurbeoefening en over het gebrek aan discussie daarover.

Spies’ artikel heeft echter naar mijn waarneming minder invloed gehad dan de artikelen van Hugo Verdaasdonk, die in de eerste en tweede jaargang van De Revisor (1974-1975) verschenen. Bij het afscheid van Ton Anbeek als hoogleraar aan de Leidse universiteit in 2005 heb ik een redevoering gehouden over de veranderingen in de academische Neerlandistiek in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Mijn optiek was vanuit Amsterdam bepaald, maar kan naar de hele academie getrokken worden, want de vernieuwingen, inclusief die van Spies, kwamen daarvandaan. Ik geef hieronder een verkorte versie van mijn toespraak indertijd, die dus het verleden van de Amsterdamse Neerlandistiek schetst, voor zover ik dat zelf heb meegemaakt. Lees verder >>

In memoriam Wim Drop

Door Carel Jansen & Daniël Janssen

Op 21 juli van dit jaar is prof. dr. Wim Drop overleden in zijn woonplaats Amersfoort. Hij is 89 jaar oud geworden.

Voor ons beiden is Wim Drop van grote betekenis geweest, als docent, promotor en leermeester. Maar veel groter nog was zijn betekenis voor het vak Taalbeheersing en voor de Utrechtse afdeling met diezelfde naam, die hij eigenhandig heeft opgericht.

Zijn academische carrière begon eind jaren zestig bij het Instituut De Vooys in Utrecht. Daar ging hij aan het werk als letterkundige, gepromoveerd op de historische roman. In die jaren schreef hij behalve inleidingen bij toen al vrijwel vergeten klassiekers als De Boekanier en De Renegaat ook – samen met anderen – vernieuwende schoolboeken voor het voortgezet onderwijs. Met name de close reading benadering die in Indringend lezen centraal stond, heeft een grote invloed gehad op het Nederlandse literatuuronderwijs. Lees verder >>

Naar aanleiding van het overlijden van Wim Drop

Door Ghislain Duchâteau

Het overlijden van een belangrijke didacticus Nederlands doet mij denken aan de tijd dat zijn werk in de actualiteit was. Dat is dan wel een hele tijd geleden. Toch blijven een aantal aspecten en ideeën van Wim Drop tot op zekere hoogte doorwerken in het actuele onderwijs Nederlands.

In mijn didactische bibliotheek Nederlands grijp ik dicht bij de hand het werk Taalbeheersing. Handboek voor taalhantering van dr. W. Drop en Drs. J.H.L. de Vries uit 1974. Daarbij hoort een Oefenboek 1 bij Taalbeheersing Preliminaire vaardigheden eveneens van beide auteurs uit 1974. Ook reik ik naar Inlevend lezen. Een cursus verhalen lezen, bij Wolters-Noordhoff in 1983 gepubliceerd. En dat is nog niet alles. Van Drop/De Vries is ook Ter informatie. Leergang samenvatten & schrijven van zakelijke teksten en het daarbij horende Docentenboek steeds bij dezelfde uitgever in 1976 gepubliceerd. Lees verder >>

Maak kennis met de (Utrechtse) Neerlandistiek

De opleiding Nederlandse Taal en Cultuur van de Universiteit Utrecht lanceert vandaag een serie van zeven kennisclips over actueel Utrechts onderzoek naar de Nederlandse taal en cultuur. De kennisclips zijn primair gericht op middelbare scholieren die een studie Nederlands overwegen of bijvoorbeeld een profielwerkstuk willen schrijven. Voor een breed publiek van belangstellenden met interesse in de neerlandistiek zijn ze ook interessant.

Introductie Kennisclips Nederlandse Taal en Cultuur

(Bekijk deze video op YouTube.)

1. Hoe zit het Nederlands in elkaar?

(Bekijk deze video op YouTube.)

2. De medische bijsluiter versimpelen: kan dat wel en hoe dan

(Bekijk deze video op YouTube.)

3. Wat is goede taal en wie bepaalt dat?

(Bekijk deze video op YouTube.)

4. Zijn er grenzen aan wat je kunt zeggen in Nederland

(Bekijk deze video op YouTube.)

5. Hoe kunnen we het beste omgaan met meertaligheid?

(Bekijk deze video op YouTube.)

6. Kan je door het bestuderen van literatuur de samenleving beter begrijpen?

(Bekijk deze video op YouTube.)

Lees verder >>

Weet je wat het wordt?

Door Guusje Jol

Als je zwanger bent, schijnt het tegenwoordig gebruikelijk te zijn om filmpjes van echo’s en het geluid van de hartslag op social media te zetten. En om vooraf bekend te maken of het een meisje of jongen gaat worden. En ik ken ook mensen die de naam al aankondigen.

Het zal wel ouderwets zijn, maar we houden nog liever even voor onszelf of we een meisje of een jongen krijgen. Nog los van de vraag waarom mensen het zo belangrijk vinden: Wat is er mis met een beetje mysterie in het leven? Volgens youtube (dus ’t is vast waar…) denkt het Britse koningshuis er precies zo over. We bevinden ons in goed gezelschap, wil ik maar zeggen. Al kan iedereen natuurlijk het beste zelf bepalen waarbij hij/zij zich prettig voelt.

 

Vragen zonder voorbehoud

Maar goed. Aangezien veel mensen aankondigen of hun spruit een jongen of meisje wordt, voelen anderen zich kennelijk vrij om de vraag te stellen: ‘Wordt het een jongen of een meisje?’. Deze vraag veronderstelt zonder meer dat de aanstaande ouder deze informatie wil delen. En dat de steller van de vraag het volste recht heeft op deze informatie. En de vraag creëert ook nog eens de morele plicht een antwoord te geven. Lees verder >>

Waarom ga ik eigenlijk mee?

Door Guusje Jol

Sinds kort begeef ik me in de wereld van aankomende baby’s. Alle emancipatie ten spijt: baby’s worden nog steeds vooral behandeld als een kwestie voor de zwangere vrouw. Lees: en niet van de partner. En dan heb ik het even niet over de tijdschriften waarop vooral ronde vrouwen staan en de partners vaak niet te vinden zijn. Of over het feit dat bevallingsverlof voor de man nogal beperkt is in Nederland. Of dat een bevallingscursus voor beide partners alleen via de verzekering van de zwangere gedeclareerd kan worden.

 

Mogelijk verwijt

Nee, wat me opviel, is hoe dat gaat in gesprekken. Lees verder >>

AWIA symposium 2018

Op 4 en 5 oktober 2018 organiseert de Anéla Werkgroep Interactieanalyse (AWIA) haar 14e symposium. Deze keer is het symposium te gast bij de Radboud Universiteit Nijmegen. De buitenlandse gast die centraal staat tijdens de eerste dag van het symposium is Prof. Anssi Peräkylä (University of Helsinki), die heeft gekozen voor het volgende thema : ‘Psychotheraypy, psychiatry and emotions’. Hij zal twee lezingen geven passend bij het thema en een datasessie leiden. De tweede dag is gereserveerd voor onderzoekspresentaties.

Lees verder >>

20 april 2018: Anéla/VIOT juniorendag, Tilburg

Op vrijdag 20 april 2018 wordt de jaarlijkse Anéla/VIOT juniorendag georganiseerd in Tilburg. Op deze jaarlijkse Juniorendag presenteren studenten, net afgestudeerden en promovendi in een informele sfeer hun scriptie- of promotieonderzoek op het gebied van toegepaste taalkunde.

De Juniorendag begint met een plenaire lezing van dr. Wyke Stommel. In de middag zal Prof. dr. Jos Swanenberg nog een plenaire lezing verzorgen. Informatie over de rest van het programma vind je op de website. Tijdens de Juniorendag worden er tevens prijzen uitgereikt: de posterprijs voor de beste poster van de dag én de jaarlijkse Anéla-VIOT Scriptieprijs voor de beste scriptie binnen het vakgebied.

Vanaf heden is het mogelijk om je in te schrijven voor deze dag. Kijk op: dit registratieformulier De inschrijving is open tot 13 april. Afmelden kan kosteloos tot 13 april. Vanaf 13 april wordt bij afwezigheid gevraagd het hele registratiebedrag te betalen.

Eventuele vragen kun je mailen naar anelaviotjuniorendag@gmail.com. Tot ziens op 20 april!

Sudderplaatjes II – Wh-vragen en vooronderstellingen

Door Guusje Jol

Laatst beloofde ik u een vervolg naar aanleiding van mijn belevenissen met de sudderplaatjes (of eigenlijk: het gebrek aan sudderplaatjes) in Zwedens bekendste boekenkastenleverancier. Bij dezen.

Hier nogmaals de dialoog met de medewerker. Eerder schreef ik over de eerste twee regels. Nu zijn regels 3 en 4 aan de beurt.

1   Ik:                  [Mag ik u iets vragen.

2   Medewerker:          [((kijkt op van scherm))

3   Ik:                  Waar kunnen we sudderplaatjes vinden?

4   Medewerker:          Bij Dille & Kamille.


Strikt genomen geeft de medewerker in regel 4 keurig antwoord op de vraag in regel 3. Toch is er iets moeizaams. Het is duidelijk dat het antwoord in regel 4 neerkomt op ‘die hebben we niet’, maar ik moest er een seconde op kauwen. Waarom? En de medewerker geeft wel een suggestie, maar toch zit er iets oncoöperatiefs in. Waar zit ‘m dat in?

 

Wh-vragen en oma’s keukenla Lees verder >>

Het kan maar beter op camera staan

Door Guusje Jol

De bijna dagelijkse verslaggeving rondom het proces van Willem Holleeder herinnerde me aan de commotie rondom zijn verschijning in College Tour in oktober 2012. Diverse personen vonden dat hij geen podium moest krijgen, maar het programma ging toch door.

Ik had tot dusver niet gekeken naar de aflevering, maar inmiddels was ik toch wel nieuwsgierig moet ik bekennen. Hoe dan ook, ik had het filmpje opgezocht en begon te kijken…

En ik bleef hangen bij het volgende stukje interactie:

Mogen we vanavond u alles vragen Lees verder >>

Kerstconcert en afstemming van beurten

Door Guusje Jol

Januari is al voorbij en het lijkt alsof het nooit kerst geweest is. Ik heb zelfs de kerstkaarten in een vlaag van opruiminspiratie opgeruimd (!). Normaal kan ik dat niet over m’n hart verkrijgen tot – zeg – Pasen. En toch wil ik het nog even hebben over het klassieke concert waarbij ik eerste kerstdag aanwezig was.

Het leuke van zo’n concert is onder meer dat je niet alleen muziek hoort, maar dat de musici ook ziet. En zo raakte ik een beetje afgeleid door de methoden die de musici gebruiken om op tegelijk te starten, op het juiste moment in te vallen en tegelijk te eindigen. En er was duidelijk één mevrouw die de leiding had, maar zij zei eigenlijk weinig (zou ook een beetje gek zijn tijdens een instrumentaal concert). Dus de vraag van een talig georiënteerd (en weinig muzikaal) iemand is dan: hoe regelen ze het dan?

Blikrichting
Ik kwam al luisterend vrij snel tot de conclusie dat de blikken weliswaar soms op bladmuziek gericht waren, maar als dat niet zo was, keken de musici naar de collega-musici. En het meest in de richting van de leidinggevende mevrouw. Kennelijk gaat afstemmen niet alleen op gehoor of op basis van bladmuziek, maar ook op gezicht. Maar hoe dan?
Natuurlijk kon ik het niet nalaten om en en ander te vergelijken met hoe afstemming in gesprekken gaat. Lees verder >>

Wat is het effect van een Italiaans woord in een Nederlandse reclame?

Dit stuk verschijnt in het kader van de Nieuwsbrief Neerlandistiek in de klas. Het bevat geen origineel onderzoek, maar is een vereenvoudigde weergave van recent onderzoek op het gebied van het Nederlands, speciaal bedoeld voor middelbare schoolleerlingen.

Door Marten van der Meulen

Iedere dag worden we overspoeld door informatie. Een deel van die informatie kiezen we zelf, bijvoorbeeld op sociale media, in kranten en op televisie. Maar een groot deel komt ons ongevraagd tegemoet. Dat deel bestaat voor het overgrote deel uit reclames. Uiteindelijk willen die reclames vooral één ding: aandacht. Maar juist het krijgen van aandacht is geen makkelijke zaak, als er zoveel informatie op mensen wordt afgevuurd. Reclames proberen dus op verschillende manieren aandacht te trekken. Sommige bedrijven kiezen voor een woordgrap: datingwebsite relatieplanet.nl bracht een aantal jaar geleden een hele serie advertenties uit zoals Biljarter vindt nieuwe stoot en Brandweerman vindt nieuwe vlam. Een andere manier van opvallen is door het gebruik van een buitenlands woord in je reclame (“Pizza zoals la mamma hem maakte” van pizzamerk Casa di Mamma), of zelfs door een volledige slogan in een andere taal (“Life’s Good” van elektronicagigant LG). Maar dat roept een belangrijke vraag op: heeft dat effect? Lees verder >>

Klagen over gangpadzitters

Door Guusje Jol

Een vriendin vertelde mij ooit eens dat ze mij niet belt als ze wil klagen en als ze wil dat de ander haar dan zonder meer gelijk geeft. Ik heb kennelijk de neiging om onder de aandacht te brengen wat het perspectief van de ander zou kunnen zijn. Ik kan het ook niet helpen: ik ben een weegschaal….

Legitieme klacht

Maar mensen verzetten sowieso een hoop werk om klachten als legitiem te presenteren en een sympathiserende reactie uit te lokken. Ook als het publiek minder moeilijk is dan ondergetekende. Neem de WhatsApp dialoog tussen A (die ik Anne m/v heb genoemd) en B (die ik Bo m/v heb gedoopt).

1   A (9u 12min):  →          net in de trein, ik zat bij het raam met iemand naast me. Ik pak m’n tas, zo van: hint, ik moet hier uit

2   B (9u 12min):               Mensen die in de trein instappen als je er nog niet uit bent?

3   A (9u 12min):  →          Die guy blijft nog ff rustig zitten. Ik nou ja laat maar gaan, ik red m’n bus nog wel

4   A (9u 12min):  →          Staat ie op, ik erachter aan, laat ie de deur in m’n gezicht vallen

5   B (9u 13min):               NO WAY

6   B (9u 13min):               OMGGGGGGGG

(Metro, vrijdag 16 juni 2017 (p.15))

Voor de oplettende lezer: ik heb inderdaad vorige keer ook geschreven over dit WhatsApp gesprekje. Toen ging het erover dat mensen op verschillende manieren de hulp van anderen kunnen verwerven.  Maar de dialoog is ook een mooie illustratie hoe je een klacht als legitiem kunt presenteren. En daarmee een sympathiserende reactie kunt uitlokken.

Lees verder >>

Hint

Door Guusje Jol

Taalkundigen kijken logischerwijs graag naar taal. Het is ook inderdaad een belangrijk middel van communicatie. Maar ook weer niet het enige.
Ik doel hier niet op van die series met twijfelachtig realiteitsgehalte waaraan een mentalistachtig type conclusies trekt op basis van een linkeroog dat samen zou knijpen (een leugen!) of een trillende neusvleugel (duidelijk geval van ingehouden verdriet door jeugdtrauma’s!). Nee, het gaat me om meer alledaagse dingen die we doen in communicatie zonder iets te zeggen. Het volgende WhatsAppgesprek levert daar een mooie illustratie van. Het is een lezersbijdrage aan het gratis krantje Metro.

1   A (9u 12min):  →          net in de trein, ik zat bij het raam met iemand naast me. Ik pak m’n tas, zo van: hint, ik moet hier uit
2   B (9u 12min):               Mensen die in de trein instappen als je er nog niet uit bent?
3   A (9u 12min):  →          Die guy blijft nog ff rustig zitten. Ik nou ja laat maar gaan, ik red m’n bus nog wel
4   A (9u 12min):               Staat ie op, ik erachter aan, laat ie de deur in m’n gezicht vallen
5   B (9u 13min):               NO WAY
6   B (9u 13min):               OMGGGGGGGG
(Metro, vrijdag 16 juni 2017 (p.15))

Je zou hier van alles over kunnen zeggen. Bijvoorbeeld iets over de invloed van het Engels op het Nederlands (zie ‘guy’, ‘NO WAY’ en ‘OMGGGGGGGG’). Of je zou iets kunnen zeggen over interpunctie in sociale media. Of je zou – in de geest van etiquettedeskundige Reinildiz van Ditzhuizen – kunnen betogen dat het niet echt wellevend is iemand de deur in het gezicht te laten vallen. En je zou zeker ook iets kunnen zeggen over alles wat Anne niet zegt en welk effect dat heeft. (Over dat laatste heb ik graag het een andere keer!)

Plaats bij het raam

Waar het mij nu om gaat, zijn berichten 1 en 3 van Anne (gemarkeerd met de pijltjes). Lees verder >>

Wordt er entree gevraagd?

Door Guusje Jol

Ik vind katten toffe beesten. Zo’n ronkend monster op schoot. Of eentje die ongecoördineerd met z’n hoofd tegen je been aan beukt bij wijze van ‘kopje’. Of jaloersmakend lui in de vensterbank ligt. Of met een sprong waar Epke Zonderland ‘u’ tegen zegt precies op de schutting springt. En dan niet eens aan de andere kant van de schutting af kukelt.

Dus: leve de kattencafé’s die overal opduiken!

Entree of geen entree?

Ik ben niet de enige die dat denkt, dus ik stond in Groningen een keer voor kattencafé waar op de deur waarop stond dat de tent vol zat. De volgende keer checkte ik dus vooraf de FAQ van het kattencafé dat ik op het oog had. Daar kwam ik de volgende tekst tegen:

Wordt er entree gevraagd?
Voor [ons kattencafé] is het belangrijkste doel het welzijn van de katten en dit kost natuurlijk geld! Denk hierbij niet alleen aan de voeding, maar ook aan de medische kosten (sommige katten kunnen medicijnen nodig hebben of onder verhoogd toezicht van een dierenarts staan), de jaarlijkse inentingen en het leefbaar houden van de leefomgeving voor de katten. Het is fijn dat we hier met elkaar voor kunnen zorgen (…)

Ik weet niet hoe het u vergaat bij het lezen van deze tekst, maar ik dacht: zijn ze de prijs vergeten? En hoe enorm hoog is die entree dan wel niet? Lees verder >>

Ochtendthee en herstelwerk

Door Guusje Jol

De ochtend mag ik graag beginnen met een flinke beker thee. Het punt is dat dat niet altijd even lekker combineert met pogingen om de trein te halen. Dus soms neem ik de beker thee mee naar boven en parkeer die op de trap, naast de badkamerdeur. De gedachte is dat de thee dan een beetje kan afkoelen terwijl ik heen en weer loop tussen tandenborstel en rondslingerende schoenen en m’n bril. Tussendoor kan ik dan nog een slok nemen.
Helaas schiet dat er dan toch soms bij in.

Vergeten thee

En zo geschiedde het laatst dat ik fris en fruitig en klaar voor de dag naar beneden kwam. Daar zag ik mijn wederhelft op de bank zitten, met zijn – nog volle – beker thee voor zich op tafel. Dat herinnerde me  aan mijn eigen – eveneens volle – beker thee boven op de trap, bij de badkamer.

Dus ik keek beteuterd naar zijn thee en ik realiseerde me hardop:

ik :          Nou ben ik toch nog vergeten m’n thee op te drinken Lees verder >>

Is alles nog naar wens?

Door Guusje Jol

Sommige vragen voelen zich het beste thuis in een bepaalde omgeving, zowel fysiek als qua gesprekssoort. Ter illustratie het volgende experimentje… Probeer voor vraag a-e eens te bedenken in welke situatie u ze zou plaatsen. Bedenk ook wie die vraag zou stellen.

Bij voorkeur eerst zonder te kijken naar mijn antwoorden onderaan deze column, natuurlijk.

  1. Mag het een onsje meer zijn?
  2. Spaart u koopzegels?
  3. Zullen we even gaan douchen, meneer De Vries?
  4. Wat zijn wij van plan, jongeman?
  5. En wat zeg je dan tegen oma?

En? Heeft u dezelfde associaties? Mijn vermoeden is van wel. Lees verder >>