Categorie: taalbeheersing

Taal krijgt zijn autoriteit van buiten

Door Marc van Oostendorp

Het komt slechts zijdelings aan de orde in het artikel dat de Australische taalkundige Ingrid Piller schreef voor het Journal of Sociolinguistics: het failliet van de gedachte dat je met taal je autoriteit kunt opbouwen. Het is een oud idee, dat ten grondslag ligt aan de klassieke retorica én aan veel latere analyses. Maar het stort volledig in elkaar wanneer we het succes bezien van de Amerikaanse president Donald J. Trump.

Lees verder >>

Waarom is er zo vaak maar één gesprekstaal?

Door Henk Wolf

Mensen hebben heel sterk de neiging zich aan elkaar aan te passen. De populaire psychologie noemt dat spiegelen, in de taalsociologie wordt het vaak accommoderen genoemd.

Dat aanpassen doen we op talloze manieren: mensen nemen dezelfde lichaamshouding aan, zoeken een vergelijkbaar spreekvolume, nemen woorden van elkaar over enzovoort. Bijna iedereen heeft vermoedelijk weleens het experimentje gedaan waarbij-d-ie een andere houding aannam en constateerde dat z’n gesprekspartner die houding met een kleine vertraging overnam.

Zulk aanpassen, ook al gebeurt het grotendeels onbewust, is een sociaal signaal. Het geeft de gesprekspartner aan dat je je best doet om het gesprek harmonieus te laten verlopen, dat je van goede wil bent, dat je de ander welgezind bent. Wie zich op een opvallende manier niet aan de ander aanpast, kan daarmee te kennen geven dat er in de verhouding iets mis is, bijvoorbeeld bij een emotionele discussie of in een situatie waarin machtsverhoudingen boven goede betrekkingen gaan.

Lees verder >>

Call for papers: 20th Biennial Interdisciplinary Conference of Netherlandic Studies (ICNS) 5-6 June 2020

On​ ​Friday,​ ​June​ ​5,​ ​and​ ​Saturday,​ ​June​ ​6,​ ​2020,​ ​the​ ​biennial​ ​Interdisciplinary​ ​Conference​ ​for​ ​Netherlandic Studies​ ​will​ ​take​ ​place​ ​in​ ​Berkeley,​ ​California.​

The conference​ ​focuses on the wide scope of Dutch Studies, across all fields (art, history, literature, linguistics, etc.) and across the globe. ​You are invited to submit paper proposals in the following areas:

  • Dutch literature and its international circulation;
  • Dutch/Flemish art;
  • Dutch linguistics;
  • (Art) History of the Low Countries and colonial regions.

Topics​ ​of​ ​general​ ​sessions​ ​might​ ​include:​ ​History:​ ​Early-Modern,​ ​19th​-​ ​&​ ​20​th​-Century​ ​Literature, 16​th​-Century​ ​Art​ ​&​ ​Literature,​ ​Colonialism,​ ​Early-Modern​ ​Literature,​ ​20​th-Century​ ​History,​ ​Early-Modern Art​ ​History,​ ​17th-Century​ ​Art,​ ​Afrikaans,​ ​Linguistics,​ ​20​th-Century​ ​Film,​ ​19​th​-​ ​&​ ​20​th-Century​ ​Literature, and​ ​Local​ ​Dutch-American​ ​History.

Lees verder >>

Niks oh-oh

Door Guusje Jol

Onze zoon van bijna zeventien maanden gebruikt inmiddels een paar woordjes:  die!, aaaai, oh-oh, ja en da(g). En  mama en papa, maar dat zegt hij ook als hij naar stofzuigers/bekers/afstandsbedieningen/spiegels/trappen wijst. Natuurlijk zijn die woordjes fantastisch, maar wat ik nog leuker vind is hoe hij de paar woorden die hij kent strategisch inzet. En dan vooral die,  aaaai en oh-oh.

Die

Die functioneert meestal als verzoek. Hij wijst naar een cracker/knuffelbeest/boekje/aardbei/beker met water/speen/telefoon en zegt die! En in veel gevallen levert dat op dat hij het betreffende voorwerp in handen krijgt.

Lees verder >>

Helje-en-bringservice

Door Henk Wolf

Als ik ’s morgens naar het werk rij, hoor ik voor de radio vaak een reclame van een bedrijf met een “helje-en-bringservice”. Dat is Fries voor ‘haal-en-brengservice’, maar wel opvallend Fries.

Het Nederlands heeft één type regelmatige werkwoorden, het Fries heeft er twee. Je hebt werkwoorden met een woordenboekvorm (onbepaalde wijs, infinitief, hele werkwoord) op -je en werkwoorden met een woordenboekvorm op -e. Die krijgen verschillende vervoegingen. Helje (‘halen’) is een -je-werkwoord. De vorm helje is onder andere de woordenboekvorm, de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd en de gebiedende wijs.

Wat helje niet is, is de stam. En aan de linkerkant van een samengesteld woord gebruik je in het Fries, net als in het Nederlands, de stam van het werkwoord. Dat is het stukje dat in alle regelmatige vormen wordt gebruikt, waarin het eventueel met voor- en achtervoegsels wordt aangevuld. Lees verder >>

Het Nederlands is ook een beetje een gebarentaal

Door Henk Wolf

Het menselijke brein zit zo in elkaar dat het allerlei regelmatigheden ontdekt in de taal van anderen en die zo onthoudt dat ze ook weer gebruikt kunnen worden, grotendeels onbewust. Al in onze vroegste jeugd gaan de hersenen met dat project aan de slag. Dan verwerven kinderen hun moedertalen. Blijkbaar bestaat er een voorkeur voor om in die moedertalen klanken te gebruiken, want de meeste culturen gebruiken gesproken talen. Een wet van Meden en Perzen is dat niet, want in dovengemeenschappen ontstaan gebarentalen. Die zijn overigens voor horende mensen ook goed te leren en een horend kind kan ook prima met een gebarentaal én een gesproken taal als moedertalen opgroeien. Het brein is flexibel.

We vereenvoudigen de werkelijkheid eigenlijk een beetje als we zo’n strikt onderscheid maken tussen ‘gesproken talen’ en ‘gebarentalen’. Veel gebarentalen hebben naast zichtbare ook hoorbare elementen, de zogenaamde ‘gesproken componenten’.

En andersom? Zitten er in gesproken taal ook gebaren? Ja, tuurlijk communiceren we met gebaren, bijvoorbeeld tegen je voorhoofd tikken of in je handen klappen, maar die horen niet bij ons taalsysteem. Blijven er dan nog gebaren over die wel deel van het Nederlands of een andere gesproken taal vormen? Dat je taal kunt opschrijven en dan per definitie geen gebaren aan je lezer kunt laten zien, lijkt erop te wijzen dat gesproken taal gebarenloos en echt volledig op klank gebaseerd is. Maar dat is niet helemaal waar.

Lees verder >>

Welke taalvoorschriften willen we zo langzamerhand weleens kwijt?

Door Henk Wolf

In het onderwijzen van taalvoorschriften zit een rare paradox. Aan de ene kant is het nuttig om mensen taalvoorschriften te leren. Als ze die kennen, kunnen ze zich eraan houden en dat heeft een aantal voordelen. Ze worden dan serieuzer genomen en het komt minder vaak voor dat discussies over de vorm van hun taal de aandacht afleiden van de inhoud.

Aan de andere kant creëert het onderwijs de maatschappelijke afkeer van allerlei taalvormen juist zelf. Nederlandstaligen maken zich alleen maar druk over een zinnetje als ‘Janneke is slimmer als Durkje’ omdat ze ooit op school hebben geleerd dat ze zich daar druk over moeten maken. Onderwijzers proberen zo een maatschappelijk probleem te verkleinen dat een vorige generatie onderwijzers heeft gecreëerd. En ze creëren het probleem opnieuw voor de kinderen die hun leerlingen ooit gaan krijgen.

Lees verder >>

Kopjes in stemhulp hebben kleine invloed op de antwoorden van deel van de invullers

(Persbericht Universiteit Utrecht)

In aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen en de Waterschapsverkiezingen op 20 maart zullen weer vele honderdduizenden Nederlanders gebruik maken van een stemhulp om de juiste partij te kiezen. Uit onderzoek van de Universiteit Utrecht, de Universiteit van Amsterdam en Tilburg University blijkt dat de gekozen kopjes bij de stellingen in een stemhulp, een klein effect hebben op de antwoorden van invullers met minder politieke interesse. Het geven van een kopje (politiek links of rechts georiënteerd) leidt voor een kleine groep mensen tot meer linkse antwoorden dan wanneer er géén kopje boven de vraag staat.

Stemhulpen worden door veel mensen gebruikt om meer zicht te krijgen in de standpunten van de politieke partijen in een verkiezing, en de verschillen tussen partijen. Daarmee helpen stemhulpen gebruikers een weloverwogen en goed geïnformeerde partijkeuze te maken. Zij vergroten het vertrouwen bij kiezers dat stemmen zin heeft en dragen daarmee bij aan een hogere opkomst. Stemhulpen proberen zo neutraal mogelijk te zijn. Kieskompas, bijvoorbeeld, verzamelt en formuleert de stellingen op basis van verkiezingsprogramma’s en in samenspraak met alle partijen. Maar dan nog kan het zijn dat de stellingen onbedoeld sturen. Het is interessant om dat te onderzoeken, ook om die eventuele sturing in het vervolg dan te kunnen voorkomen. Lees verder >>

Over de spellingvrijheid die niet genomen wordt

Door Henk Wolf

Marc van Oostendorp schreef zondag een stuk op neerlandistiek.nl waarin ie vertelde dat ie tegen een door de overheid voorgeschreven eenheidsspelling was. Hij zei dat ie zich wat eenzaam voelde op dat standpunt, omdat ie niet geloofde dat anderen het deelden.

Ik ben het wel met Marc eens. Om mij hoeft de overheid zich niet te bemoeien met de manier waarop andere mensen schrijven. Helemaal alleen staat Marc dus niet.

Misschien ben ik iets minder uitgesproken tegen dan Marc als het gaat om de eigen organisatie van de overheid. Het maakt me weinig uit of die in eigen huis spellingvoorschriften hanteert. Daar waar zulke duidelijkheid bijdraagt aan de eenduidigheid van juridische teksten kan ik me er zelfs wel iets bij voorstellen. Lees verder >>

Full Professor of Language and Communication

Would you welcome the challenge of leading a team of specialists in Language and Communication Studies? In that case, please consider applying for this position.

Location: AMSTERDAM
FTE: 0.8 – 1

Job description
Within the Department of Language, Literature, and Communication of the Faculty of Humanities (FGW), the chair of Language and Communication will play a vital role by studying the interplay between language, interaction and communication. The chair will investigate how the design of texts, images, and conversations, has particular consequences for participants involved, in their role of, e.g., customer, voter, or patient, and how organizations may improve communication designs tailored to relevant media platforms. The Department seeks to hire a candidate who stimulates cross-disciplinary research and has a proven expertise in adopting innovative approaches across methodologies in the domain of language and communication studies. Lees verder >>

De toekomst van de taalbeheersing (1/n)

Door Lucas Seuren

Vorig jaar ging mijn toen nog Groningse collega Carel Jansen met emeritaat. In zijn afscheidslezing, die hij hield tijdens het driejaarlijkse VIOT Congres (Vereniging Interuniversitair Overleg Taalbeheersing) pleitte hij voor meer maatschappelijke betrokkenheid onder de taalbeheersers. Inmiddels heeft hij die positie verder uitgewerkt in een speciale uitgave van het Tijdschrift voor Taalbeheersing, waarbij een groep collega’s de ruimte heeft gekregen om op zijn stellingen te reageren. Het laatste woord is daarbij voor Jansen zelf, die kort nog reageert op de reacties. Daarmee bevind ik me in de luxe positie dat ik niet alleen kan reageren op Jansen zelf, maar ook op de reacties en de reactie op de reacties. Daar het hier dertien artikelen betreft zal ik dat doen in een korte serie, te beginnen met het hoofdartikel van Jansen, waarin hij pleit voor meer aandacht voor de praktijk en meer aandacht voor het schoolvak Nederlands. Lees verder >>

Distantiëring

Door Henk Wolf

Van de week kreeg ik een vraag van een Vlaamse collega over het verschijnsel distantiëring. In het Friese taalwereldje is dat een begrip, maar daarbuiten is het ook bij taalkundigen lang niet altijd bekend. Daarom is het misschien aardig als ik er hier een paar regels aan wijd.

Belangryk of wichtich?

Als het begrip distantiëring met betrekking tot het Fries wordt gebruikt, dan wordt ermee bedoeld dat de afstand tussen het Fries en het Nederlands zo groot mogelijk wordt gemaakt. Een standaardvoorbeeld: je kunt in het Fries kiezen tussen de synoniemen belangryk en wichtich. Omdat de eerste vorm erg lijkt op de Nederlandse vertaling belangrijk, kies je voor de tweede. Bij de vorming van het Standaardfries heeft distantiëring een rol gespeeld, maar je komt het begrip vooral tegen als mensen hun persoonlijke taalnorm beredeneren, zeker op schrift. Zo is er maar een klein deel van het Friese taalgebied waar woorden op -ing de meervoudsuitgang -s krijgen (tekenings, ûntdekkings) en de Fryske Akademy beveelt aan om de uitgang -en te gebruiken (tekeningen, ûntdekkingen), maar veel Friezen kiezen op schrift voor tekenings en ûntdekkings, omdat die vormen minder op hun Nederlandse vertalingen lijken. Lees verder >>

31 januari 2019, Amsterdam: De Taalbeheersing van Tegenwoordig

Een van de oudste studieverenigingen van het land, Helios voor studenten neerlandistiek aan de UvA, bestaat dit jaar 100 jaar. In het kader van deze mijlpaal heeft de lustrumcommissie voor elk van de vier vakgebieden van de neerlandistiek een speciale avond georganiseerd. Op donderdag 31 januari aanstaande wordt deze reeks afgesloten met De Taalbeheersing van Tegenwoordig. Vier vooraanstaande wetenschappers uit het hele land komen vertellen waar zij mee bezig zijn en zullen in gesprek gaan met het publiek. De avond is bedoeld voor iedereen met een interesse in argumentatie, retoriek en verbale communicatie: studenten, docenten, wetenschappers en andere geïnteresseerden zijn welkom. We beginnen om 18.30 uur en rond 21 uur begint de borrel. Lees verder >>

Daar schrik ik niet van

Door Guusje Jol

 

Zou een communicatieadviesbureau het hebben aangeraden?

Als (inmiddels niet meer zo) kersverse ouder vraag ik me met regelmaat af: ‘is dit normaal?’ als mijn zoon weer een nieuwe ontwikkeling vertoont. Gelukkig zijn daar dan de professionele hulplijnen zoals de verloskundigenpraktijk, de kraamzorg en huisarts. In reactie op mijn verslag (kind spuugt/heeft een hoge of juist lage temperatuur/poept al dagen niet/heeft een traanoog/draait ‘s-nachts op z’n buik etc.) zeggen de verloskundige, kraamzorg en huisarts dan – alsof ze bij dezelfde communicatiecursus zijn geweest: ‘Daar schrik ik niet van’.

Wat is dat voor een reactie? Lees verder >>

Pas verschenen: Vertrouw mij! Manipulaties van imago

(Persbericht AUP)

Vertrouw mij! laat zien hoe politici en kunstenaars hun publiek beïnvloeden, door hun persoonlijkheid en imago in te zetten en zo vertrouwen te winnen. De bundel bevat korte, goed leesbare essays over ethos (manipulaties van imago) en retorica voor een breed publiek.

Van de retorica van Aristoteles tot de lessen van Oprah, van climategate tot vox pop, van Odysseus tot Baudet. Motorbendes, boerkadragers, tattoobezitters, maar ook politici, kunstenaars, journalisten…  We maken ons allemaal zorgen over hoe we door anderen worden gezien. Deskundig? Arrogant? Authentiek? Betrapt? Wie zijn imago goed wil verzorgen kan dat – in tijden van nepnieuws – niet alleen met argumenten doen. Wat zijn goede excuses en hoe verleid je je publiek om naar je te luisteren? Lees verder >>

Wat is het effect van overdreven taalgebruik?

We zetten hyperbolen graag in om onze taal kracht bij te zetten. Ook op sociale media en in kranten worden ze veelvuldig gebruikt. Maar als alles belangrijk wordt gemaakt, welke woorden gebruik je dan als er echt iets aan de hand is? Neerlandica en communicatiewetenschapper dr. Christine Liebrecht (Tilburg University) vertelt over dit fenomeen en de gevolgen tijdens het Betweter Festival van de Universiteit Utrecht.

(Bekijk deze video op YouTube.)

Je distantiëren van degene die je citeert

Door Henk Wolf

Op Facebook plaatste van de week iemand een link naar een filmpje over de kosten van een omschakeling naar andere vormen van energievoorziening. Het filmpje stond op de website van de partij Forum voor Democratie. De Facebookvriend schreef als begeleidend zinnetje bij de link: ‘Niet dat ik een fan ben van FvD, maar ze hebben wel een behoorlijk punt’.

Ik bedacht dat ik op Facebook heel vaak vergelijkbare zinnetjes bij weblinks tegenkom. Mensen linken naar een artikel of een video, maar distantiëren zich in algemene termen van de bron. Zeker weten doe ik het niet, maar vermoedelijk heb ik dat zelf ook weleens gedaan.

Waarom eigenlijk, vroeg ik me af. Allereerst betekent het linken naar iets toch geen instemming met wat daarin gezegd wordt? En als dat wel zo is, dan is er toch geen reden om in te gaan op je relatie met de schrijver of de maker van het gelinkte? Die doet immers voor de boodschap niet ter zake. Lees verder >>

Vacature: Neerlandicus met specialisatie taalbeheersing/taalkunde (0,5 fte)

Als universitair docent verzorgt u onderwijs aan bachelor- en masterstudenten op het gebied van de taalbeheersing en taalkunde. U wordt ingezet bij de ontwikkeling en implementatie van het opleidingsprogramma. Daarnaast verricht u zelfstandig wetenschappelijk onderzoek op uw expertisegebied, uitmondend in (internationale) wetenschappelijke publicaties. Tevens levert u een bijdrage aan de bestuurswerkzaamheden binnen de faculteit.

U bent een afgestudeerd en gepromoveerd neerlandicus. U heeft ervaring in het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek en uw expertise ligt op het gebied de Nederlandse taalbeheersing/taalkunde. U bent in het bezit van de Basis Kwalificatie Onderwijs (BKO) of bereid deze binnen korte tijd te behalen. U heeft aantoonbaar belangstelling voor vernieuwing in het wetenschappelijk afstandsonderwijs, in het bijzonder het gebruik van ICT. U heeft uitstekende communicatieve vaardigheden, bent gemotiveerd, enthousiast en daadkrachtig. U kunt zowel zelfstandig als in teamverband werken. Lees verder >>

Hoe ‘helden’ in reclames ons raken… en aan een merk binden

(Persbericht Radboud Universiteit)

Wellicht heb je hem ooit gezien: de Nike-reclame waarin tennisster Serena Williams zich neerzet als vrouw die oordelen van anderen terzijde schuift en haar eigen weg kiest. Deze en vergelijkbare reclames zorgen ervoor dat mensen zich aangetrokken voelen tot een merk door een verhaal dat ogenschijnlijk nauwelijks over dat merk gaat. Hoe dat werkt laten communicatie- en informatiewetenschappers José Sanders en Kobie van Krieken van de Radboud Universiteit zien in een publicatie in  Frontiers in Psychology die vandaag, 19 september verschijnt. Lees verder >>

Het is moeilijk om eenvoudig te schrijven

Door Henk Wolf

Lang niet iedereen in Nederland leest boeken en kranten. Voor veel mensen is dat te moeilijk. Dat is natuurlijk vervelend voor die mensen. Sommige schrijvers proberen daarom om zo eenvoudig te schrijven dat ook die mensen hun teksten kunnen lezen. Dat lukt ze niet altijd, want het is moeilijk om eenvoudig te schrijven.

Korte zinnen zijn niet altijd makkelijk

Sommige schrijvers denken dat ze eenvoudig schrijven als ze alleen maar korte zinnen gebruiken, maar dat is niet waar. De taalwetenschappers Ted Sanders en Jentine Land hebben dat ontdekt. Zij hebben vmbo-leerlingen uit twee verschillende geschiedenisboeken een lesje laten leren. In het ene boek stonden alleen maar korte zinnen. In het andere boek stonden lange en korte zinnen door elkaar. De leerlingen begrepen veel meer van het boek waarin ook lange zinnen stonden. Dat komt doordat ze in die teksten makkelijker konden zien wat twee zinnen met elkaar te maken hadden. Er stonden namelijk veel woorden in die dat duidelijk maken. Voorbeelden van zulke woorden zijn dat, zulke en daarom. Zulke woorden staan vaak in lange zinnen.

Dat zulke woorden heel belangrijk zijn, merkte ik gisterenochtend. Toen las ik in de Volkskrant een column van Henkmichel Bosman. In die column vertelde hij een moeilijk geschreven column van Sheila Sitalsing na, maar dan op een eenvoudige manier. Dat deed hij best goed, maar toch vond ik zijn column nog best moeilijk. Dat kwam doordat hij veel korte zinnetjes gebruikte. Hij kon niet in elk van die korte zinnetjes duidelijk maken wat het met een vorige zin te maken had. Lezers moesten dat zelf raden en dat is moeilijk. Ik moest soms de column van Sitalsing erbij pakken om te begrijpen wat Bosman bedoelde. Lees verder >>

Hugo Verdaasdonk: spelbreker en vernieuwer

Herinneringen aan de meedogenloze methodologenstrijd aan de Amsterdamse universiteit

Door Marita Mathijsen

Hugo Verdaasdonk (1945-2007)

Het laatste nummer van TNTL is helemaal gewijd aan de toekomst van de Neerlandistiek. Het openingsartikel van Lotte Jensen en Rick Honings gaat over drie historische crisismomenten in de Neerlandistiek. Jensen en Honings laten het eerste crisismoment beginnen bij een artikel van Marijke Spies dat in de Spektator van mei 1974 verscheen. Spies schreef over het ontbreken van methodologische grondslagen aan de literatuurbeoefening en over het gebrek aan discussie daarover.

Spies’ artikel heeft echter naar mijn waarneming minder invloed gehad dan de artikelen van Hugo Verdaasdonk, die in de eerste en tweede jaargang van De Revisor (1974-1975) verschenen. Bij het afscheid van Ton Anbeek als hoogleraar aan de Leidse universiteit in 2005 heb ik een redevoering gehouden over de veranderingen in de academische Neerlandistiek in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Mijn optiek was vanuit Amsterdam bepaald, maar kan naar de hele academie getrokken worden, want de vernieuwingen, inclusief die van Spies, kwamen daarvandaan. Ik geef hieronder een verkorte versie van mijn toespraak indertijd, die dus het verleden van de Amsterdamse Neerlandistiek schetst, voor zover ik dat zelf heb meegemaakt. Lees verder >>

In memoriam Wim Drop

Door Carel Jansen & Daniël Janssen

Op 21 juli van dit jaar is prof. dr. Wim Drop overleden in zijn woonplaats Amersfoort. Hij is 89 jaar oud geworden.

Voor ons beiden is Wim Drop van grote betekenis geweest, als docent, promotor en leermeester. Maar veel groter nog was zijn betekenis voor het vak Taalbeheersing en voor de Utrechtse afdeling met diezelfde naam, die hij eigenhandig heeft opgericht.

Zijn academische carrière begon eind jaren zestig bij het Instituut De Vooys in Utrecht. Daar ging hij aan het werk als letterkundige, gepromoveerd op de historische roman. In die jaren schreef hij behalve inleidingen bij toen al vrijwel vergeten klassiekers als De Boekanier en De Renegaat ook – samen met anderen – vernieuwende schoolboeken voor het voortgezet onderwijs. Met name de close reading benadering die in Indringend lezen centraal stond, heeft een grote invloed gehad op het Nederlandse literatuuronderwijs. Lees verder >>

Naar aanleiding van het overlijden van Wim Drop

Door Ghislain Duchâteau

Het overlijden van een belangrijke didacticus Nederlands doet mij denken aan de tijd dat zijn werk in de actualiteit was. Dat is dan wel een hele tijd geleden. Toch blijven een aantal aspecten en ideeën van Wim Drop tot op zekere hoogte doorwerken in het actuele onderwijs Nederlands.

In mijn didactische bibliotheek Nederlands grijp ik dicht bij de hand het werk Taalbeheersing. Handboek voor taalhantering van dr. W. Drop en Drs. J.H.L. de Vries uit 1974. Daarbij hoort een Oefenboek 1 bij Taalbeheersing Preliminaire vaardigheden eveneens van beide auteurs uit 1974. Ook reik ik naar Inlevend lezen. Een cursus verhalen lezen, bij Wolters-Noordhoff in 1983 gepubliceerd. En dat is nog niet alles. Van Drop/De Vries is ook Ter informatie. Leergang samenvatten & schrijven van zakelijke teksten en het daarbij horende Docentenboek steeds bij dezelfde uitgever in 1976 gepubliceerd. Lees verder >>

Maak kennis met de (Utrechtse) Neerlandistiek

De opleiding Nederlandse Taal en Cultuur van de Universiteit Utrecht lanceert vandaag een serie van zeven kennisclips over actueel Utrechts onderzoek naar de Nederlandse taal en cultuur. De kennisclips zijn primair gericht op middelbare scholieren die een studie Nederlands overwegen of bijvoorbeeld een profielwerkstuk willen schrijven. Voor een breed publiek van belangstellenden met interesse in de neerlandistiek zijn ze ook interessant.

Introductie Kennisclips Nederlandse Taal en Cultuur

(Bekijk deze video op YouTube.)

1. Hoe zit het Nederlands in elkaar?

(Bekijk deze video op YouTube.)

2. De medische bijsluiter versimpelen: kan dat wel en hoe dan

(Bekijk deze video op YouTube.)

3. Wat is goede taal en wie bepaalt dat?

(Bekijk deze video op YouTube.)

4. Zijn er grenzen aan wat je kunt zeggen in Nederland

(Bekijk deze video op YouTube.)

5. Hoe kunnen we het beste omgaan met meertaligheid?

(Bekijk deze video op YouTube.)

6. Kan je door het bestuderen van literatuur de samenleving beter begrijpen?

(Bekijk deze video op YouTube.)

Lees verder >>

Weet je wat het wordt?

Door Guusje Jol

Als je zwanger bent, schijnt het tegenwoordig gebruikelijk te zijn om filmpjes van echo’s en het geluid van de hartslag op social media te zetten. En om vooraf bekend te maken of het een meisje of jongen gaat worden. En ik ken ook mensen die de naam al aankondigen.

Het zal wel ouderwets zijn, maar we houden nog liever even voor onszelf of we een meisje of een jongen krijgen. Nog los van de vraag waarom mensen het zo belangrijk vinden: Wat is er mis met een beetje mysterie in het leven? Volgens youtube (dus ’t is vast waar…) denkt het Britse koningshuis er precies zo over. We bevinden ons in goed gezelschap, wil ik maar zeggen. Al kan iedereen natuurlijk het beste zelf bepalen waarbij hij/zij zich prettig voelt.

 

Vragen zonder voorbehoud

Maar goed. Aangezien veel mensen aankondigen of hun spruit een jongen of meisje wordt, voelen anderen zich kennelijk vrij om de vraag te stellen: ‘Wordt het een jongen of een meisje?’. Deze vraag veronderstelt zonder meer dat de aanstaande ouder deze informatie wil delen. En dat de steller van de vraag het volste recht heeft op deze informatie. En de vraag creëert ook nog eens de morele plicht een antwoord te geven. Lees verder >>