Categorie: studie Nederlands

Hoe vind je de klemtoon in een woord?

Door Henk Wolf

Klemtonen zijn rare dingen. Een klemtoon maakt een lettergreep opvallender dan overige lettergrepen, maar dat kan op verschillende manieren: beklemtoonde lettergrepen kunnen bijvoorbeeld luider zijn dan hun onbeklemtoonde buren, maar ook op een hogere toon worden uitgesproken of langer worden aangehouden. Nederlandstaligen gebruiken vooral de laatste twee manieren.

Iedereen die als moedertaal Nederlands spreekt, legt klemtonen. Als anderen spreken, hoor ik waar die klemtonen liggen. Dat geldt alleen niet voor iedereen. Elk jaar weer kom ik studenten tegen die met wanhoop in hun stem vragen hoe ze in vredesnaam de klemtoon kunnen vinden. Soms hebben ze al hun toevlucht genomen tot internet en daar allerlei vuistregels gevonden, maar zelf horen doen ze het niet, niet eens in hun eigen spraak.

Uiteraard hebben we het als docenten onderling over zo’n probleem. Dan wisselen we ook de didactische aanpakken uit die we gebruiken om studenten te helpen bij de oplossing van dat probleem. Omdat ik bij het googelen niets vond wat de wanhopige student helpt, zet ik er maar een paar op een rijtje.

Lees verder >>

Onderwerp en persoonsvorm als ANWB-echtpaar: een pleit voor meer narratieven in het grammaticaonderwijs

Door Henk Wolf

Leerlingen die goed zijn in ontleden, zijn niet altijd goed in ontleden. Zeker, ze kunnen een hoog cijfer verdienen door zorgvuldig geselecteerde woorden en zinsdelen in speciaal geconstrueerde zinnetjes juist te benoemen. Maar vaak snappen ze niet wat er nou eigenlijk in een zin gebeurt.

Het probleem

Een kleine illustratie: ooit vroeg ik een groep eerstejaarsstudenten Nederlands tijdens hun eerste studiedag om me te vertellen wat een lijdend voorwerp was en een meewerkend voorwerp en een voorzetselvoorwerp. Op die vragen kwamen antwoorden die getuigden van een goed geheugen, maar niemand wist me een antwoord te geven op de vraag wat nou eigenlijk een voorwerp was – zonder iets van lijdend of meewerkend ervoor. Of een bepaling. Het is alsof ze een herdershond en een keeshond kunnen onderscheiden, maar geen idee hebben dat er een zoiets als een hond bestaat.

Lees verder >>

Persbericht: Universiteiten stellen studentenstop bij Nederlands in

door Redactie Neerlandistiek

De gezamenlijke Nederlandse universiteiten hebben bij de minister aangevraagd voor de opleidingen Neerlandistiek een numerus fixus in te stellen. Na alle berichtgeving over de lagere instroom in deze opleidingen komt dit enigszins als een verrassing, maar een woordvoerder van de universiteiten verklaart de maatregel als volgt: “Onze managementafdelingen hebben een marketingonderzoek verricht, waaruit blijkt dat juist bij de opleidingen met een numerus fixus de collegebanken uitpuilen. Die kunnen de toestroom bijna niet aan. Dat willen wij bij neerlandistiek ook weer bereiken.”

Het maximale aantal studenten per opleiding is voorlopig op 6 gesteld. Waarom 6? “Onze statistici hebben de scenario’s doorgerekend en zijn tot de conclusie gekomen dat met dit getal een optimale spreiding over het land wordt bereikt. Bovendien zijn zij van mening dat 6 een perfect getal is omdat de som van de delers gelijk is aan het product.”

Toch zien de universiteiten de numerus fixus niet meteen als een rendementsmaatregel: “Onze communicatiedeskundigen zien het meer als een kwaliteitsimpuls, omdat uit onderwijskundig onderzoek blijkt dat een aantal van 6 zowel voor het samenwerkend leren als de gedifferentieerde onderwijsleergesprekken de beste resultaten geeft.”

Zijn de neerlandici zelf ook nog geraadpleegd? “Niet als zodanig, maar onze docenten werken keihard om de instroom te verhogen, en omdat hun inspanningen tot nu toe niet het gewenste resultaat hebben opgeleverd zullen zij elke nieuwe maatregel toejuichen.”

Ook minister Van Engelshoven is enthousiast: “Deze initiatieven tonen aan dat de neerlandistiek springlevend is en heel goed haar eigen boontjes kan doppen.” Vindt zij het aantal van 6 studenten per opleiding niet te laag? “Nee, want de markt voor vertalers is klein en bijna verzadigd, en met landelijk zo’n vijftig nieuwe academische leraren op jaarbasis hebben we dat lerarentekort zo opgelost. In de tussentijd laten we de leraren van de andere vakken gewoon bij Nederlands voor de klas staan. Nederlands is toch een vak dat voornamelijk dienstbaar is aan andere vakken. Door bij Nederlands de teksten van geschiedenis, biologie en aardrijkskunde te laten lezen verlagen we ook nog eens de werkdruk bij de andere vakken.”

De numerus fixus voor Nederlands gaat al in per 1 september 2019. Om de verwachte grote belangstelling in te dammen start vandaag een landelijke vooraanmelding op neerlandistiek.nl. Belangstellenden kunnen reageren op dit bericht.

Less is more. Een opleiding ondertiteling in Polen

Door Agata Kowalska-Szubert

Anderhalf jaar geleden had ik het onmiskenbare plezier te berichten over een cursus ondertiteling aan de Brusselse campus van de KU Leuven. De ervaringen die we toen hebben opgedaan, waren dermate sterk dat we ons vanuit de neerlandistiek in Wrocław meteen voorgenomen hadden de beide Lucs (Luc Dierickx en Luc Loonbeek, de docenten van deze cursus die beiden werkzaam zijn op de Brusselse campus van de KU Leuven) naar Polen te lokken. Uiteindelijk is dit in januari jongstleden gelukt. Luc en Luc zijn in het kader van het Erasmusprogramma voor een week naar Wrocław gekomen.

De meeste docenten werken als het ware op twee denkniveaus. Aan de ene kant verzamelen wij zelf informatie en kennis die we dan aan onze studenten kunnen overdragen. Aan de andere kant echter zijn we ons er sterk van bewust dat er specialisten zijn die bepaalde dingen juist béter doen dan wijzelf. En dat is juist het geval zijn met die twee Brusselse docenten.

Lees verder >>

De landelijke kennistoets Nederlands is een rommeltje

Door Henk Wolf

Tien jaar geleden was het theoretisch gezien mogelijk dat een studie Nederlands aan twee verschillende onderwijsinstellingen een heel verschillende inhoud had. Om de studies vergelijkbaarder te maken en om tegelijkertijd een landelijk minimumniveau vast te stellen zijn hbo-docenten uit heel Nederland toen voor een groot aantal hogeschoolstudies een zogenaamde kennisbasis gaan schrijven – een beschrijving van parate kennis waarover elke afstudeerder moest beschikken. Dat gebeurde onder de vleugels van de toenmalige HBO Raad, waaruit de werkgroep 10 voor de leraar is voortgekomen. Dat samenwerkingsverband van docenten ontwerpt nu elk jaar een aantal toetsen om na te gaan of studenten echt over de vereiste minimale kennis beschikken.

Natuurlijk is er op detailniveau altijd kritiek mogelijk, maar de kennisbases en de bijbehorende landelijke kennistoetsen zijn in mijn ogen een goed idee. Alleen moeten de toetsen uiteraard wel doen waar ze voor gemaakt zijn: achterhalen of de kennis uit de kennisbasis aanwezig is. Omdat de docenten die de toetsvragen ontwerpen die pas na uitgebreide peer feedback goedgekeurd krijgen, nam ik aan dat dat wel goed zat. En dat veel studenten klaagden over de toets, dat weet ik aan toetsstress of externe attributie. Dat was onterecht. Ik heb vandaag de oefentoets voor de bachelor Nederlands gemaakt en ik schrok van de kwaliteit van veel vragen. Die waren ongeschikt om na te gaan of studenten over de kennisbasisstof beschikten. Al met al is de oefentoets een rommeltje. Als de vragen daarin uit dezelfde databank komen als die van de echte toets, dan is dat ernstig.

De vragen bestrijken in principe het hele gebied van de neerlandistiek. Omdat ik taalkunde doceer, laat ik alle vragen die gaan over literatuur en taalbeheersing hier links liggen, al doe ik dat wel met de opmerking dat daar ook uitermate beroerde vragen tussen zitten. Vragen die in mijn ogen in orde zijn, bespreek ik ook niet. Ik bespreek hieronder uitsluitend taalkundevragen waaraan iets mankeert. Dat geeft al genoeg stof om een flink artikel te vullen. Ik doe dat in de hoop dat de makers van de landelijke kennisbasistoets Nederlands schrikken en heel snel iets doen aan de kwaliteit van hun toetsen. Lees verder >>

Willem

Door Willem Kuiper

Tijdens de brunch ben ik gewoon de papieren Volkskrant door te bladeren. Zo viel mijn oog begin deze week op de WiBra column van Sylvia Witteman, met als titel ‘Willem’. Als drager van die naam voel je je onwillekeurig aangesproken, en dat gevoel werd er alleen maar sterker op bij het lezen van de eerste alinea:

Zowat niemand wil meer Nederlands studeren, las ik in de krant. Dat wil zeggen, in Nederland. In het buitenland doet de studie het gek genoeg veel beter. Vooral in Polen schijnen ze er wel pap van te lusten, wat merkwaardig is, want de Polen die ik in Nederland tegenkom, zijn meestal fruitplukker of stukadoor en hun Nederlands idioom gaat niet veel dieper dan ‘lekker biertje’, dus wat die lui met Mariken van Nieumeghen en ‘Ambrosia wat vloeit mij aan/ uw schedelveld is koeler maan’ aanmoeten, ontgaat me (‘en alle appels blozen’).

Lees verder >>