Categorie: spelling

Hey What Now?

Door Marc Kregting

Gegroet, gij surfer in het diepst van mijn gedachten. Als u een mailtje van mij zou krijgen, open ik dat beleefd met ‘Geachte’ of ‘Beste’. Wanneer u mij bekend voorkomt, kan dat ’Dag’ worden. Zelf vind ik dat ietwat halfzacht klinken, maar bij ‘Hallo’ rijst in mij het vermoeden dat de ontvanger net als de zender Malle Eppie heet, bij ‘Ha’ vrees ik iemand te degraderen tot heilige en al vóór #MeToo voelde ik me ongemakkelijk bij ‘Lieve’ dat in het literaire circuit de toon zet.

Een ontspannen alternatief ligt nochtans voor de hand: ‘Hey’. De laatste jaren duikt het steeds vaker op. Iets weerhoudt me het te gebruiken. Verengelsing ducht ik echter niet.

Lees verder >>

Groot Dicté der Nederlandsche Taal

Advertentie uit de Opregte Haarlemsche Courant van 3 augustus 1865 [bron: Delpher]

Door Roland de Bonth

Omdat het op 9 november 2020 precies tweehonderd jaar geleden is dat woordenboekmaker Matthias de Vries werd geboren, heeft het Instituut voor de Nederlandsche Taal 2020 uitgeroepen tot Matthias de Vriesjaar. Op 16 september 2020 vindt als een van de activiteiten rond De Vries in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren in Gent – en via een livestream – het Groot Dicté der Nederlandsche Taal plaats. De tekst is geschreven door Kristien Hemmerechts en zal door de auteur zelf worden voorgelezen. Niet het Groene Boekje maar de regels van de spelling-De Vries en Te Winkel zullen leidend zijn bij dit Dicté. Deelname is gratis, maar inschrijven (voor zowel op locatie als online) is wel verplicht.     

Lees verder >>

‘Vioolspelen’ en/of ‘viool spelen’?

Door Henk Wolf

In een interessant stuk hier op Neerlandistiek.nl stelde Gillan Wyngaards laatst de volgende vraag:

  • “Hoe moet een vijftienjarige leerling nou weten waarom gitaar spelen een woordgroep is en vioolspelen een samenstelling?”

Dat is een vraag waarin drie heel verschillende problemen bij elkaar komen. Ik zet ze even op een rijtje:

1. Het eerste probleem lijkt het ingewikkeldst, maar het is het eenvoudigst: kan een vijftienjarige leerling beredeneren of iets een groepje woorden dan wel één enkel werkwoord is. Het antwoord op die vraag is ja: ons taalgevoel behandelt woordgroepen en losse werkwoorden verschillend. Die onbewuste kennis is vrij eenvoudig bewust te maken. Een illustratie:

Lees verder >>

Twee soorten tussen-n

Door Henk Wolf

In het Nederlands kun je twee woorden combineren tot een nieuw, samengesteld woord. Soms kan dat direct: piano+ leraar = pianoleraar. Soms valt er een stukje weg: aarde + verschuiving = aardverschuiving. En soms komt er een stukje tussen: regering + leider = regeringsleider.

De geschreven tussen-n is Nederlands

Een zo’n stukje dat je als stopverf tussen de bouwstenen van een samenstelling kunt smeren, is het bekende onbeklemtoonde uh-klankje, ook wel stomme e, toonloze e, reductievocaal of sjwa genoemd. Dat uh-klankje kent in het Nederlands allerlei schrijfwijzen: in aardig schrijven we het als een -i-, in vriendelijk als een -ij-, in aarde als een -e- en in pannenkoek als -en-.

Lees verder >>

Laaghangende of laag hangende takken?

Door Henk Wolf


Ik maak graag een wandelingetje over het kerkhof bij ons in de buurt. Als ik daar aankom, ben ik altijd even gefascineerd door de twee bordjes aan weerskanten van het pad. Op het ene bordje staat ‘laag hangende takken’ en op het andere ‘laaghangende takken’ – het verschil is een spatie.

Ik vroeg me af wat ik zelf zou schrijven. Als ik de officiële regels volg, dan zou ik geen spatie schrijven als laaghangend één woord was, en wel als laag en hangend allebei aparte woorden waren.

Lees verder >>

Numeri fixi, numerus fixussen of numerus fixi? Dat is geen groeneboekjeskwestie

Door Henk Wolf

Mensen in het Nederlandse taalgebied kennen ten onrechte allerlei vormen van autoriteit aan het Groene Boekje toe. Marc van Oostendorp deed dat recent ook, toen hij de vraag kreeg wat het meervoud was van numerus fixus.

Om die vraag te beantwoorden raadpleegde Marc het Groene Boekje. Tijdschrift Ad Valvas citeert hem als volgt: “Ik kan weinig anders doen. Een hoogleraar heeft geen betere toegang tot de norm dan een ander. Er zijn boekjes waar de norm in opgeschreven staat en die sla je dan open.”

Het Groene Boekje is alleen niet zo’n boekje. Er staat wel een norm in beschreven, maar dat is een spellingnorm: je kunt erin opzoeken of een bepaalde schrijfwijze is toegestaan onder de spelregels die de overheid zichzelf en het onderwijs heeft opgelegd.

Lees verder >>

Waarom heet iemand eigenlijk Van Houdenhoven?

over de H in familienamen

door Jan Stroop

’t Idee voor dit stukje ontstond toen ik in een
krant de familienaam Van Houdenhoven
tegenkwam. Van Houdenhoven is natuurlijk een variant van Van Oudenhoven, maar een variant waar een verhaal aan vast zit, want ’t betreft hier niet zomaar een spellingvariant, als Janssen naast Jansen. Of De Craemer naast De Kramer.

Hier is uitspraak mee gemoeid. De vorm Van Houdenhoven komt uit de mond van iemand wiens moedertaal de H niet kent en die ook ’t schriftbeeld van de echte naam niet voor de geest heeft; hij is analfabeet. Hoewel hijzelf Van Oudenhoven heet, vermoedt hij dat die naam wellicht met een H begint en hij spreekt hem dus zo uit. En de gemeenteklerk schrijft ’m dan ook zo op: Van Houdenhoven. Zo zou ’t toegegaan kunnen zijn.

Lees verder >>

Naar de bea

https://www.dekleinemarkies.nl/index.php/pedagogische-informatie/buiten-spelenDoor Maartje Lindhout

Hoe inventief kinderen soms kunnen zijn! En hoe ’n lak ze kunnen hebben aan de spelling die de grote mensen gebruiken en die ze zo belangrijk achten.

Mijn zusje is leidster op een buitenschoolse kinderopvang en laatst hoorde ze een kind daar zeggen: “Ik moest vanmiddag natuurlijk nog naar de bea.”

Lees verder >>

“Wij zeggen gewoon Van Uitrecht”

door Jan Stroop

Familienamen met uu/ui en de lexicale leemte

In een eerder stukje van me ging ’t over familienamen met een lange ii [i:] die zich aan de diftongering onttrokken hebben; een voorbeeld is Van Strienen. Omdat tegelijk met de diftongering van de lange ii [i:] tot tweeklank ei [εi], ook de lange uu [y:] ging diftongeren en ui [œy] werd, is ’t te verwachten dat er ook familienamen met een uu zijn die niet aan de diftongering hebben meegedaan.

Maar er is wat de verhouding klinker-letterteken betreft een belangrijk verschil. Terwijl ’t letterteken ij voor de lange [i:] door de diftongering vanzelf ’t letterteken voor de [εi] werd, voorbeeld fijn, behield ’t teken uu voor de [y] z’n oorspronkelijke klankbetekenis. Elke uu in een hedendaagse familienaam wordt dan ook uitgesproken met een [y], bijvoorbeeld: Kuus.

Lees verder >>

“Maar ’t is eigenlijk Oleislagers”

door Jan Stroop

Over persoonsnamen en de lexicale leemte

De opkomst van de diftongering van lange ii of ij [i:] ging aanvankelijk voorbij aan persoons- en familienamen. Die bleven buiten schot, overeenkomstig mijn ‘theorie’ van de lexicale leemte, net zoals dat bij plaatsnamen ’t geval was; zie mijn eerdere stukje. Een naam is ’t bezit van een persoon of familie. Die bepalen hoe hun naam wordt uitgesproken.

Alle familienamen waarin een ij voorkomt, werden vroeger, laten we zeggen tot 1600, uitgesproken met een lange ie [i:], net zoals dat bij gewone substantieven ’t geval was: [ki:ken, wi:n, Spi:kers, Pi:pers].

Lees verder >>

Kiek in de pot

over plaatsnamen en de lexicale leemte

door Jan Stroop

kijk-in-de-pot-2-scan0004Klankveranderingen als de diftongering van de lange [i:] verbreiden zich woord voor woord, schreef ik in m’n vorige stukje. Ze hebben een woord als voertuig nodig zou je kunnen zeggen. Als een woord in ’t ontstaansgebied van de klankverandering ontbreekt, blijft dat woord in ’t ontvangende gebied onveranderd. Waarom zeggen ze in  West-Brabant spieker? Omdat Antwerpen ’t woord spijker niet kent.  Dat is daar een leemte in ’t lexicon.

Lees verder >>