Categorie: spelling

Numeri fixi, numerus fixussen of numerus fixi? Dat is geen groeneboekjeskwestie

Door Henk Wolf

Mensen in het Nederlandse taalgebied kennen ten onrechte allerlei vormen van autoriteit aan het Groene Boekje toe. Marc van Oostendorp deed dat recent ook, toen hij de vraag kreeg wat het meervoud was van numerus fixus.

Om die vraag te beantwoorden raadpleegde Marc het Groene Boekje. Tijdschrift Ad Valvas citeert hem als volgt: “Ik kan weinig anders doen. Een hoogleraar heeft geen betere toegang tot de norm dan een ander. Er zijn boekjes waar de norm in opgeschreven staat en die sla je dan open.”

Het Groene Boekje is alleen niet zo’n boekje. Er staat wel een norm in beschreven, maar dat is een spellingnorm: je kunt erin opzoeken op een bepaalde schrijfwijze is toegestaan onder de spelregels die de overheid zichzelf en het onderwijs heeft opgelegd.

Lees verder >>

Waarom heet iemand eigenlijk Van Houdenhoven?

over de H in familienamen

door Jan Stroop

’t Idee voor dit stukje ontstond toen ik in een
krant de familienaam Van Houdenhoven
tegenkwam. Van Houdenhoven is natuurlijk een variant van Van Oudenhoven, maar een variant waar een verhaal aan vast zit, want ’t betreft hier niet zomaar een spellingvariant, als Janssen naast Jansen. Of De Craemer naast De Kramer.

Hier is uitspraak mee gemoeid. De vorm Van Houdenhoven komt uit de mond van iemand wiens moedertaal de H niet kent en die ook ’t schriftbeeld van de echte naam niet voor de geest heeft; hij is analfabeet. Hoewel hijzelf Van Oudenhoven heet, vermoedt hij dat die naam wellicht met een H begint en hij spreekt hem dus zo uit. En de gemeenteklerk schrijft ’m dan ook zo op: Van Houdenhoven. Zo zou ’t toegegaan kunnen zijn.

Lees verder >>

Naar de bea

https://www.dekleinemarkies.nl/index.php/pedagogische-informatie/buiten-spelenDoor Maartje Lindhout

Hoe inventief kinderen soms kunnen zijn! En hoe ’n lak ze kunnen hebben aan de spelling die de grote mensen gebruiken en die ze zo belangrijk achten.

Mijn zusje is leidster op een buitenschoolse kinderopvang en laatst hoorde ze een kind daar zeggen: “Ik moest vanmiddag natuurlijk nog naar de bea.”

Lees verder >>

“Wij zeggen gewoon Van Uitrecht”

door Jan Stroop

Familienamen met uu/ui en de lexicale leemte

In een eerder stukje van me ging ’t over familienamen met een lange ii [i:] die zich aan de diftongering onttrokken hebben; een voorbeeld is Van Strienen. Omdat tegelijk met de diftongering van de lange ii [i:] tot tweeklank ei [εi], ook de lange uu [y:] ging diftongeren en ui [œy] werd, is ’t te verwachten dat er ook familienamen met een uu zijn die niet aan de diftongering hebben meegedaan.

Maar er is wat de verhouding klinker-letterteken betreft een belangrijk verschil. Terwijl ’t letterteken ij voor de lange [i:] door de diftongering vanzelf ’t letterteken voor de [εi] werd, voorbeeld fijn, behield ’t teken uu voor de [y] z’n oorspronkelijke klankbetekenis. Elke uu in een hedendaagse familienaam wordt dan ook uitgesproken met een [y], bijvoorbeeld: Kuus.

Lees verder >>

“Maar ’t is eigenlijk Oleislagers”

door Jan Stroop

Over persoonsnamen en de lexicale leemte

De opkomst van de diftongering van lange ii of ij [i:] ging aanvankelijk voorbij aan persoons- en familienamen. Die bleven buiten schot, overeenkomstig mijn ‘theorie’ van de lexicale leemte, net zoals dat bij plaatsnamen ’t geval was; zie mijn eerdere stukje. Een naam is ’t bezit van een persoon of familie. Die bepalen hoe hun naam wordt uitgesproken.

Alle familienamen waarin een ij voorkomt, werden vroeger, laten we zeggen tot 1600, uitgesproken met een lange ie [i:], net zoals dat bij gewone substantieven ’t geval was: [ki:ken, wi:n, Spi:kers, Pi:pers].

Lees verder >>

Kiek in de pot

over plaatsnamen en de lexicale leemte

door Jan Stroop

kijk-in-de-pot-2-scan0004Klankveranderingen als de diftongering van de lange [i:] verbreiden zich woord voor woord, schreef ik in m’n vorige stukje. Ze hebben een woord als voertuig nodig zou je kunnen zeggen. Als een woord in ’t ontstaansgebied van de klankverandering ontbreekt, blijft dat woord in ’t ontvangende gebied onveranderd. Waarom zeggen ze in  West-Brabant spieker? Omdat Antwerpen ’t woord spijker niet kent.  Dat is daar een leemte in ’t lexicon.

Lees verder >>