Categorie: recensies

Wiener, of: Wat is literatuur?

Door Jos Joosten

Als begin een commercial break die mijn eigen plaatselijke boekhandelaar me niet zal kwalijk nemen: in de mooie stad Deventer staat de prachtboekhandel Praamstra, waarvoor ieder die toevallig in stad of ommeland verkeert de omweg moet maken. Bij Praamstra bleek mij weer dat het web toch niet tegen de fysieke winkel op kan. Ik ben nogal een liefhebber van het werk van L.H.Wiener, maar had totaal gemist dat nét pre-corona De zoete inval is verschenen, een kleine bundel korte verhalen van hem ter gelegenheid van zijn vijfenzeventigste verjaardag.

Lees verder >>

Handen uit de mouwen, we gaan het internet terugpakken!

Door Marc van Oostendorp

Het internet is voor sommige mensen altijd een kwestie geweest van idealisme: wij delen kennis met elkaar, wij, mensen. We laten ons niet meer in de luren leggen door machthebbers, door grote mediabedrijven. door mensen die denken dat ze mogen verdienen aan informatie die eigenlijk van iedereen is. Iedereen met een computer die is aangesloten op het internet kan meedoen – hoeft niet meer passief informatie te consumeren zoals in het tv-tijdperk, maar kan actief bijdragen. Samen gaan we zo een betere wereld maken.

Lees verder >>

Taalkrachtelozigheid

Door Marc van Oostendorp

Beoordeling voor dit boek: 3,7 ballen

Er bestaat van alles op de wereld, en er bestaan dus ook mensen die een club stichten op basis van “een grondig ervaren kritische houding tegenover het regime van maat en getal dat zoveel belangrijks aan het oog onttrekt, waaronder taal en reflectie”. Mensen kortom, die denken dat ze de taal kunnen redden door lelijke zinnen te schrijven.

Het clubje heet Babel, is samengebracht door de bekende sociologe Christien Brinkgreve, en heeft nu een boek uitgebracht dat Taalkracht heet. Het bevat enkele tientallen bijdragen (uit angst voor het regime van maat en getal durf ik niet te zeggen hoeveel) over taal, maar dat geheel is gevat in een zeldzaam schimmig geformuleerd kader – een inleiding én een slothoofdstuk van de samenstellers – vol met misschien wel bewust schimmige gedachten. Taal moet ons immers bevrijden van de precisie van ‘taal en getal’!

Lees verder >>

Beschouw het leven als een zomerdag… niet meer

Door Marc van Oostendorp

Het reisverslag is een goede vorm voor een boekje over Louis Couperus: iemand die weliswaar vooral bekend is door zijn ‘Haagse’ romans en zijn uitspraak ‘Zo ik iets ben, ben ik een Hagenaar’, maar die een groot deel van zijn leven buiten die stad doorbracht, en óók bekend werd als reisschrijver voor de Haagsche Post.

Lees verder >>

Menselijke natuur vs. menselijke natuur

Door Marc van Oostendorp

Een van de problemen van de mens is dat hij niet begrijpt dat hij beperkt is in zijn menselijke vermogens. Hij kan dit zelfs niet begrijpen, want een van zijn beperkingen is dat hij zijn eigen beperkingen niet kan zien.

Dat is de boodschap van de Israëlisch-Amerikaanse cognitief psycholoog Iris Berent in haar nieuwe boek The Blind Storyteller. Zij was al lange tijd een van de interessantste denkers over taal, misschien wel de enige psycholoog die fonologie begrijpt, Ze laat nu zien dat ze ook het grote gebaar kan maken, en iets interessants kan bijdragen aan ons begrip van het wonderlijke verschijnsel mens.

Lees verder >>

Honderdduizenden liedjes

Door Marc van Oostendorp

Ik ben zo iemand die geen idee heeft wie Ruud de Wild is. Of in ieder geval, die dat idee niet had, tot hij het gloednieuwe Songbook van Ruud de Wild las. Nu weet ik het wel: een man van 51 die dj is geweest en dus meent dat hij kan schilderen en overal verstand van heeft.

Het maakt niet uit: het Songbook van Ruud de Wild is een heel boek geworden, dat iedereen moet kopen die geïnteresseerd is in de Nederlandse cultuur, omdat het een ondergewaardeerd aspect van die cultuur beschrijft: de liedcultuur. Het boek behoorde bij een tentoonstelling die nu in Den Haag zou worden gehouden en die nu waarschijnlijk tot oktober wordt uitgesteld. Want het Songbook van Ruud de Wild gaat over heel veel aspecten van het lied: niet alleen over wat liederen uit de Top-2ooo, maar over de hele geschiedenis van het lied, van de middeleeuwen tot nu. En dan over de teksten én de muziek én de manier waarop beiden verspreid raakten door de tijd.

Lees verder >>

Kelly

Door Mathijs Sanders

Jong in de jaren zestig is een titel die niet zou misstaan op een verzameling cultuursociologische beschouwingen. Het boekje van Jaap Goedegebuure is echter geen studie over het roemruchte decennium, maar een kleine monografie over een nog nauwelijks belichte episode uit het leven en werk van de schrijver Frans Kellendonk (1951-1990), te weten zijn jaren als scholier op het Nijmeegse Sint-Dominicuscollege. De teksten die Goedegebuure opdook vormen een goudmijn voor wie geïnteresseerd is in middelbare schoolcultuur gedurende de jaren zestig en in de vroege jaren van de auteur die in 1977 officieel zou debuteren met de novelle ‘Bouwval’.

Lees verder >>

‘Daer staet dhertoghe ende crauwet met groter genoechte al die nacht’

Uit: Heilig en Profaan, 1993,afb. 610, 1375-1425

Door Johan H. Winkelman

Rond 1500 vond er, aldus Herman Pleij in zijn recente boek Oefeningen in genot. Lust en liefde in de Middeleeuwen, een seksuele revolutie plaats. De toenmalige poëten, de rederijkers, schiepen ‘een moderne literatuur die genotvolle seks ronduit verheerlijkte.’ Vóór die tijd was er al op seks gebied wel wat te beleven, maar toen waren het lachwekkende boeren die luidruchtig hun platvloerse liefde aanhingen. En wat te denken van de schavuit Reynaert de Vos, die de vrouw van de wolf verkrachtte, terwijl ze bekneld zat en zich, als ze dat al had gewild, niet kon verweren. Maar ja, zo iets gebeurde nu eenmaal in de dierenwereld…

Lees verder >>

Is hij een vrouw?

Door Marc van Oostendorp

Wat Harry Mulisch onder andere tot een groot schrijver maakte: dat hij zich overal mee bemoeide. Ieder aspect van ieder boek dat hij schreef overdacht hij: hij schetste de omslagen van zijn boeken, hij herschreef zijn boeken tot ze stonden. Nog iets dat hem groot maakte: dat hij zelf alles nauwgezet documenteerde en een archief naliet waar de literairhistoricus iets mee kan. En een derde factor in zijn grootsheid: dat hij aan het eind van zijn leven een aantal goede literaire executeurs testementairs wist aan te stellen: Marita Mathijsen, Robbert Ammerlaan en Arnold Heumakers.

Samen zullen die factoren ervoor zorgen dat aan het eind van deze eeuw Mulisch de grootste van de groten zal blijken te zijn.

Lees verder >>

Problemski hotels, problemski vriendinnen, problemski leven, problemski boek

Door Jos Joosten

Zo, de eerste uren van Boekenweek 2020 zijn naar de klote. Namelijk las ik Onze verslaggever in de leegte van Dimitri Verhulst. Er moet ergens iemand zijn die denkt of gedacht heeft dat dát nou mooi bij het boekenweekthema ‘Rebellen en dwarsdenkers’ past: een Belg met een wat onbeholpen taaltje (dat was wat rebel Boon immers groot maakte?), met moeizame omgang met vrouwen (dat was immers wat dwarsdenker Brouwers groot maakte?) en intensief gebruik van verdovende middelen (dat was wat rebel Bukowski toppen deed scheren) – wat kan er mogelijk misgaan?

Lees verder >>

De Taal is een product van het Leven – bij ieder van zijn eigen leven

Door Marc van Oostendorp

Jan Hendrik van den Bosch (1862-1941) was een conservatief die in zijn eigen vak alles anders wilde. Hij was leraar Nederlands, maar ontevreden met de manier waarop het Nederlands werd aangeboden op de middelbare scholen. Dat moest anders! In 1893 publiceerde hij een in zijn dagen geruchtmakend Pleidooi voor de moedertaal, de jeugd en de onderwijzers. Dat pleidooi werd misschien wel meer bediscussieerd dan gelezen en kreeg een soort mythologische status in de vakdidactiek van het Nederlands, hoewel het inmiddels eigenlijk niet meer te vinden is – ook niet bij de DBNL, waar het zeker thuis zou horen.

Gelukkig is er nu een boek van Jan Zwemer en Sjaak Kroon waarin Van den Bosch’ belangrijkste ideeën helder worden uiteengezet: wat behelsden ze? Hoe kwamen ze tot stand? Wat dreef deze gedreven leraar Nederlands?

Lees verder >>

De oordopjes van Willem Brakman

Door Marc van Oostendorp

“Als ik terugblik naar mijn jeugd,” schreef Willem Brakman aan het begin van zijn laatste boek, Staren in het duister, “dan is dat het beste in de regen, het plein, de kerk, dan is ’t maar het beste een gekookte barbaar met een boterham met mayonaise. Hoe dan ook leefde daar een oude brief met een zuster die veel knisperde. Terecht zat zij aan de kade en riep honende terechtwijzingen.”

Lees verder >>

Veel te winnen bij plaatsnamen

Door Jona Lendering

Je kunt niet alles leren, maar mag wel betreuren dat je opleiding zó kort was dat je cruciale dingen niet hebt meegekregen. Aan Aristoteles’ Organon, vermoedelijk de grootste filosofische prestatie uit de Oudheid, is tijdens mijn studie geen woord besteed, noch bij de colleges geschiedenis, noch bij filosofie. Ook over oudgermanistiek, d.w.z. de bestudering van de antieke en vroegmiddeleeuwse fase van de Germaanse talen, heb ik weinig gehoord. Ik denk eigenlijk: niets. Terwijl het vak toch niet zonder belang is. Onze taal is immers een mooi stuk antiek erfgoed en kennis daarvan is zeker voor oudheidkundigen die zich met Nederland en Vlaanderen bezighouden, niet bepaald betekenisloos.

Lees verder >>

Man zonder ismen

Door Marc van Oostendorp

Behalve over het leven van Willem Brakman gaat Nico Keunings Een ongeneeslijk heimwee ook over literaire –ismen. Brakman verzette zich zelf de laatste decennia met hand en tand tegen het idee dat hij een postmodernist zou zijn. Het postmodernisme associeerde hij met gebrek aan ernst, met totale relativering van de inhoud ten gunste van de vorm – daar wilde hij niet bij horen en kennelijk was hij er zelfs door deskundige liefhebbers als de Vlaamse letterkundige Bart Vervaeck niet kon worden overtuigd dat er misschien meer te beleven was – een vorm van ernst waar de zijne ook in paste.

Lees verder >>

Taal wil tussen kaften

Door Marc van Oostendorp

Er gaan in de taalkunde af en toe stemmen op om taal niet als een object te beschouwen, en ook niet als een verzameling kennis die een spreker heeft, maar als iets wat een spreker doet, als een activiteit (of een praktijk).

Taal is in die opvatting veel minder vastomlijnd dan je zou denken als je de traditionele taalbeschouwing ziet met haar grammatica’s en haar woordenschatten. In het leven van alledag op menige plaats in de wereld, zo is de redenering, gebruiken mensen allerlei talen en taalvormen door elkaar, mengen ze naar hartelust, spreken ze straattalen; de westerse neiging om je aan één strenge taalnorm te houden en die te willen vastleggen is niet meer dan een culturele anomalie die een groot deel van de taalwetenschap in haar greep heeft.

Lees verder >>

Eruditie is niet ouderwets

Door Marc van Oostendorp

De klassieke retorica heeft een universele pretentie: volg haar regels en je zult je gehoor overtuigen, in welke eeuw en in welke stad dat gehoor ook leeft. Maar sinds we geluid en beeld kunnen opslaan, weten we dat waarschijnlijk niet werkt. De toespraken van Hitler en Mussolini zien er helemaal niet meer meeslepend uit, maar een beetje belachelijk. We weten niet hoe wij zouden hebben gereageerd als we temidden van hun gehoor hadden gestaan, maar we kunnen vermoeden dat we als we onze 21e-eeuwse persoonlijkheden hadden kunnen meenemen niet waren betoverd.

Lees verder >>

‘Een schaap, dat geen wol had, zag paarden’

Een aanstekelijk boekje over historische taalkunde

Door Nicoline van der Sijs

De zin uit de titel over het geschoren schaap komt uit de fabel ‘Het schaap en de paarden’, die August Schleicher in 1868 in het Indo-Europees schreef. Inmiddels bestaan er minstens vier alternatieve versies van de Indo-Europese tekst, die ieder het voortschrijdende inzicht tonen in onze kennis van deze gereconstrueerde moedertaal van de meeste Europese talen. Het voorbeeld komt uit het boekje De stam van het woord. Over taalevolutie en de eerste taal ter wereld van Yannick Fritschy, dat in 2019 is verschenen. Het boek is onderdeel van de Pocket Science-reeks die wordt gepubliceerd door New Scientist en die goedkope populair-wetenschappelijke introducties biedt in verschillende wetenschapsgebieden. Het boekje van Fritschy is het eerste dat aan taal is gewijd, en dan nog wel aan mijn lievelingsdiscipline: de historische taalkunde. Goed nieuws dus.

Lees verder >>

Hans Faverey: een Franse vertaling van zijn complete werk en een nieuw bundeltje

Door Marita Mathijsen

Bij De Bezige Bij is geen bundel van Hans Faverey meer te verkrijgen, laat staan de Verzamelde gedichten, waarvan inclusief de eerste uitgave in 1993 vier drukken verschenen zijn. Wie hem nu compleet zou willen hebben, is aangewezen op de tweedehandsmarkt. Het is wel bedroevend dat het werk van een van de oorspronkelijkste dichters van Nederland niet meer gewoon in de handel is. In het buitenland beseft men het belang van Faverey beter, en hoe! Sinds enkele weken is er een Franse vertaling van zijn complete oeuvre beschikbaar, bij de Brusselse uitgever Vie Parallèles. Welke andere Nederlandse dichter heeft dat ook? Ik zou geen voorbeeld weten. Bloemlezingen met vertalingen, die zijn er genoeg, maar een vertaling van volledige werken, verschenen onder de eenvoudige titel Poésies, is uniek. De vertaling is gemaakt door een drietal: Kim Andringa, Erik Lindner en Éric Suchère. Erik Lindner tekende voor een verhelderende inleiding. Het moet een hels karwei zijn geweest om gedichten die zo op taal gericht zijn en zo de aandacht leggen op de woorden zelf, de verplaatsingen ervan en de associaties die ze oproepen, in het Frans om te zetten. Ik was benieuwd naar de vertaling van de geestige dolfijngedichten, door Faverey zelf onnavolgbaar voorgedragen bij Poetry International:

Lees verder >>

Een auteur die de taal redt door erin te snijden

Door Marc van Oostendorp

Een taal is een fictie die waarheid wordt door de mensen die in haar geloven. Als niemand zou accepteren dat het Nederlands bestond, had het Nederlands ook niet bestaan. De mensen zouden nog allemaal praten en ze zouden hun buren kunnen verstaan, en met enige moeite zouden Mechelaars ook nog wel kunnen communiceren met Meppelaars, maar er zou geen reden zijn om te zeggen dat dit kwam doordat ze ‘dezelfde’ taal spraken.

Lees verder >>

Wie pleit er voor exclusief Engelstalig hoger onderwijs in Nederland?

Door Carel Jansen

“Dit boek is geboren uit verzet”, aldus de eerste zin van de inleiding van de vorige week verschenen bundel Against English. Behalve de inleiding bevat het boek 26 sterk uiteenlopende, deels al eerder verschenen bijdragen van auteurs als Özcan Akyol, Ad Verbrugge, Annette de Groot en van drie van de samenstellers, Lotte Jensen, Niek Pas en Daniël Rovers. Lichtvoetige teksten van bijvoorbeeld Japke-D. Bouma en De speld worden afgewisseld met serieuzer bedoelde essays en artikelen van wetenschappers die zich uitspreken over het gebruik van het Engels in Nederland, en dan vooral in het hoger onderwijs. Anders dan de titel suggereert, blijkt in de tweede zin van de inleiding dat het verzet waarover ook op de achterflap over wordt gesproken niet gericht is tegen het gebruik van het Engels op zichzelf, maar tegen het overmatige gebruik van die taal. “Het doel van dit boek is een discussie op gang te brengen”, zo schrijven de inleiders iets verderop, en ze willen ook laten zien welke “reële gevaren er kleven aan onze massale toevlucht tot het Engels”. Gelet op de vele geluiden in de media – onder meer afkomstig van de samenstellers zelf – over het toegenomen gebruik van het Engels als onderwijstaal in Nederlandse universitaire en hbo-opleidingen, is de aanname dat er over dit onderwerp nog een discussie op gang zou moeten komen, nogal bijzonder. Ook bij minister Van Engelshoven zijn de signalen op dit punt intussen immers duidelijk aangekomen.

Lees verder >>