Categorie: recensies

Ewoud Sanders is een meneer

Dat Ewoud Sanders na 20 jaar WoordHoek verdwijnt uit de NRC betekent dat de meest klassieke krantencolumn over taal ophoudt te bestaan. Natuurlijk houden bijvoorbeeld Ton den Boon en Peter-Arno Coppen in Trouw moedig stand, maar hun werk is toch minder klassiek.

De klassieke krantencolumn was Dezer dagen van Jérôme Heldring: een autoriteit die met een bepaalde regelmaat in de krant stond, van wie je vantevoren wist wat je moest verwachten, en die op dat kleine podiumpje in de krant een persoonlijke band opbouwde met zijn lezers, die ook regelmatig brieven schreven, die vervolgens soms weer aanleiding vormden voor een nieuwe column. De column was zo een rubriek, een klein instituut binnen de krant.

Lees verder >>

In ongemak zijn we echt

door Helen Gerretsen

Wat is de inspiratie van goede kunst, goede literatuur en van de roman De avond is ongemak van Marieke Lucas Rijneveld in het bijzonder? De grote waarde van alle goede kunst, muziek, theater en ook literatuur, is dat deze onze werkelijkheidsbeleving verdiept. Bij het lezen van zulke literatuur gaan we meer voor mogelijk houden dan zonder dit lezen. We worden meer mens. Dit gaat niet zomaar. Om dit kostbaars te realiseren is natuurlijk eerst nodig dat de kunstenaar, in dit geval de schrijver, in staat is verdieping te bieden. Dat wil zeggen: de schrijver moet in staat zijn tot voldoende distantie tot de waan van de dag, meer dan gemiddeld levenskennis hebben opgedaan en hieraan ook woorden kunnen verlenen. Dit selecteert al velen uit. Maar genoeg voorwaarde is dat nog niet. De schrijver moet dit ook op zo’n manier kunnen doen, dat zij/hij de lezer ertoe beweegt het natuurlijke verzet tegen de verruiming op te geven en de geboden werkelijkheid te willen omarmen. De verdieping is meestal geen prettig inzicht, het betreft vaak juist dat wat we verdringen. Het vraagt dus kwaliteit om ons tot acceptatie te krijgen. Deze kwaliteit is tamelijk schaars. Goede literatuur zijn de pareltjes uit de zee.

Lees verder >>

Smeuïgheid tussen de regels

Door Marc van Oostendorp

Het Instituut voor de Nederlandse Taal INT heeft het afgelopen jaar gevierd dat Matthias de Vries (1820-1892) tweehonderd jaar geleden geboren werd. De Vries is in zekere zin de geestelijk vader van het INT. Hij begon het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) waaromheen uiteindelijk het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL) werd gebouwd, dat een paar jaar geleden werd herdoopt tot INT.

En daarmee kan dat INT zich dus een rijke geschiedenis aanmeten.

Lees verder >>

Kunstwerken in kunsttalen

Door Marc van Oostendorp

Die Bienen und das Unsichtbare is het taalboek van deze eeuw. Nee, het is meer – het is een boek over de mens, over alles. En dat dan van deze eeuw. Het is lange tijd dat ik zoveel plezier heb gehad met een boek als met dit lange essay van de Oostenrijkse schrijver Clemens J. Setz. Eindelijk iemand die de taal beschrijft als wat ze is. Een instrument om niet gek te worden. Een instrument om gek te worden. Een manier om mensen te verbinden en te verdelen. Iets wat je eigendom kan zijn en dat je volkomen kan ontglippen. Iets om je diepste gedachten in uit te drukken, ook als niemand ze begrijpt.

Misschien is geen mens het met me eens, maar dat kan me niets schelen. Dit boek voelt alsof het speciaal voor mij geschreven is. Het gaat over een onderwerp uit een kleine niche, en ik zit toevallig helemaal in die niche: dat van de mensen die gefascineerd zijn door het idee dat we talen niet per se door de eeuwen heen gegroeid zijn – dat we ze ook actief kunnen maken. En dat als zo’n taal eenmaal gemaakt is, dat je daar dan gedichten in kunt schrijven.

Lees verder >>

Springerig en toch geordend

Door Marc van Oostendorp

Er is wel gezegd dat de uitvinding van het alfabet verband hield met het feit dat de mens leerde dat de wereld niet op een logische manier georganiseerd is – en dat we er dus een willekeurige volgorde aan moeten opleggen.

Er is, concludeert Diedrik van der Wal in zijn encyclopedische Alles begint met een A, al geen reden te vinden waarom het alfabet begint met de A. Dat dit zo is, is misschien wel een van de eerste volkomen willekeurige dingen die een mens uit zijn hoofd leert. In ieder geval zolang dat alfabet nog zijn nut heeft – wat in een wereld van databases eigenlijk steeds minder zijn geval is.

Lees verder >>

Wie schreef de Cours de linguistique générale van Saussure?

Door Marc van Oostendorp

Ferdinand de Saussure (1857-1913) is vooral beroemd vanwege een boek dat hij zelf niet schreef. Zonder zijn Cours de linguistique générale (1916) zou zijn naam inmiddels waarschijnlijk vrijwel verdwenen zijn – terwijl die nu in ieder geval nog in ieder geval in iedere inleiding in de taalwetenschap figureert.

Maar dat boek verscheen postuum en hoewel het werd gepresenteerd als een werk dat gebaseerd was op college-aantekeningen van studenten, bleken de belangrijkste samenstellers, Charles Bally en Albert Sechehaye, nooit echt de desbetreffende colleges te hebben bijgewoond en door het materiaal van Saussure op een bepaalde manier te organiseren en er af en toe iets aan toe te voegen hun eigen programma door te drukken.

Lees verder >>

Gloei en Roze Brieven in de burgerschapsles

Nederlands en burgerschap (1)

Door Marie-José Klaver

In het Wetsvoorstel aanscherping burgerschapsopdracht onderwijs, dat een uitbreiding vormt op de huidige wet op het burgerschapsonderwijs, staat dat scholen verplicht zijn om actief burgerschap te bevorderen. Ze moeten leerlingen respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en de universeel geldende fundamentele rechten en vrijheden van de mens bijbrengen. In de Memorie van toelichting staat dat leerlingen zich moeten bekwamen in waarheidsgetrouwheid, verantwoordelijkheidszin, empathie en sympathie hebben voor anderen, respect hebben voor de mening van anderen en het kunnen verdragen van onzekerheid en ambivalenties.

Lees verder >>

Niemand wist het antwoord

Door Marc van Oostendorp

Laat ik, om te voorkomen dat er over dit stukje allerlei rellen en rechtszaken ontstaan, beginnen te verklaren dat het laatste boek van Nico Keuning, Met scherpe pen, geboren is als een rubriek op Neerlandistiek. Uiteindelijk vond Keuning een uitgever die de reeks, met een groot aantal aanvullingen wilde plaatsen. Alles wat ik schrijf moet in dat licht worden gezien!

In zekere zin heeft Met scherpe pen nog steeds het karakter van een reeks losse essays over boeken uit de periode na de Tweede Wereldoorlog waarover op enig moment rumoer is ontstaan: het eerste stuk gaat over Ik heb gelijk (1951) van Willem Frederik Hermans en het laatste over Generaal zonder leger (2020) van Özcan Akyol.

Lees verder >>

De wreedheid van Marieke Lucas Rijneveld is gegroeid

Marieke Lucas Rijneveld

Marieke Lucas Rijneveld kan het. Ze kan het echt. Mijn lieve gunsteling is vele malen beter dan haar debuut waarvoor ze de International Booker Prize won. Rijneveld is voor haar tweede roman in de hoofden van een 49-jarige veearts en een 14-jarige boerendochter gekropen die elkaar bij de wekelijkse koeiencontrole op de boerderij van de vader van het meisje hebben leren kennen.

Lees verder >>

‘De beate mongoloïde glimlach van de wereld’ – deel 1

Door Marc Kregting

Met Dit is geen vrouwenboek. De waarheid achter man-vrouwverschillen in de literatuur bewees Corina Koolen de neerlandistiek een grote dienst. Deze publieksversie van haar proefschrift is toegankelijk geschreven en gaat over een onderwerp dat iedereen aanbelangt. Daarbij pretendeert Koolen niet de waarheid in pacht te hebben. Sterker nog, ze relativeert door hardop na te denken over de systematiek van haar onderzoek en door eigen vooroordelen en voorkeuren te benoemen. Die openheid vergroot niet alleen de betrouwbaarheid van haar uitkomsten, het is een verademing om een vakgenoot geen gekende namen te zien droppen maar te begrijpen dat ze van chicklit houdt. Koolens leestip Marsepeinen vingers door Öznur Karaca ligt bij mij klaar op een stapeltje voor de herfstvakantie.

Lees verder >>

Framing met lef

Door Marc van Oostendorp

Tegenwoordig schijnt vaker voor te komen dat ouders van studenten naar de universiteit bellen, maar in 1987 was het nog iets dat de ronde deed onder de Leidse neerlandici. Ton Anbeek, de hoogleraar Nederlandse Letterkunde had net een roman gepubliceerd met de dubbelzinnige titel Gemeenschap, en die dubbelzinnigheid werd in het boek waargemaakt. Was het wel veilig om je dochter bij zo iemand te laten studeren?

Lees verder >>

Als ik nu met jou spreek, wanneer moet ik dan met een ander spreken?

Pronomina in de hedendaagse Nederlandse lyriek (1: Nachoem Wijnberg, Joodse gedichten)

Door Marc van Oostendorp

Van de drie klassieke hoofdgenres – lyriek, epiek, dramatiek – spelen persoonlijk voornaamwoorden de intrigerendste rol in het eerste genre. In toneel is vrijwel altijd volkomen duidelijk wie er met ik of jij bedoeld wordt: degene die nu aan het woord is, degene tot wie de spreker zich richt. In verhalen kan het soms wat ingewikkelder worden – romans met vertellers in de ik-vorm, boeken waarin ineens de lezer wordt aangesproken – maar ook hier geldt doorgaans dat de personages weliswaar verzonnen zijn, maar zich toch meestal houden aan de conventies van wie er de eerste, de tweede of de derde persoon is.

Lees verder >>

Zijn neus, gelijk de regenboog, Is bont en krom en zelden droog

Door Marc van Oostendorp

Ah, de negentiende eeuw: tijd waarin we bij wijze van kinderfeestje nog onbekommerd konden lachen om joodjes met kromme neuzen. Want dat was toen onze cultuur – een cultuur van duizenden jaren. Toen men nog niet zo politiek correct was om zich wat aan te trekken van de medelanders die huiliehuilie deden omdat ze geen gevoel voor humor hadden!

Lees verder >>

‘Ik mis de verrukking van Hella’

Door Marc van Oostendorp

Voetnoten zijn een bedreigd genre. Ze verdragen zich niet goed met digitaal lezen. Steeds minder publicaties doen eraan – ook Neerlandstiek niet. Terwijl er in een goede voetnoot vaak een hele wereld verborgen zit.

Het boek Het masker van Rob Nieuwenhuys van Tom Phijffer is een voetnoot in de vorm van een boek. Het gaat blijkens de ondertitel om ‘de reconstructie van een vergeten reis naar Indonesië’. Het is, denk ik, niet overdreven om te zeggen dat slechts heel weinig mensen op de wereld ernaar verlangden dat uitgerekend die reis – van de letterkundige Rob Nieuwenhuys in 1971, in opdracht van de Nederlandse regering – aan de vergetelheid zou worden ontrukt. Maar Phijffer heeft dat toch maar mooi gedaan.

Lees verder >>

Van je buren moet je het hebben

door Ton van der Wouden

Wij taalliefhebbers leven in gelukkige tijden. De jury voor de Taalboekenprijs 2020 kon dit jaar kiezen uit maar liefst zes inzendingen van hoge kwaliteit. Daar was echter geen enkel boek bij van een Belgisch auteur. Gelukkig wordt dat dubbel en dwars goedgemaakt met Buurtaal van de Vlaamse taalkundige Miet Ooms. Dit is mijns inziens het beste boek over de complexe taalsituatie in Nederland en België dat er is. Volgens de ondertitel is het ‘een praktische gids voor het Nederlands in België en Nederland’, en dat is het zeker. Het behandelt heel wat (zoals Vlamingen zouden schrijven) verschillen op het gebied van uitspraak, grammatica en woordenschat, en is daar vaak heel genuanceerd over, met inachtneming van belangrijke dimensies als cultuur, stijl, doel en doelgroep. Maar het is nog veel meer dan dat. Het is óók een heel prettig geschreven boek waaruit je als taalliefhebber veel kunt leren over de geschiedenis van het Nederlands en de verschillende varianten die daarover bestaan, over visies op taal-‘verandering’, -‘verloedering’ en –‘verval’ (het is maar hoe je het framen wil(t)), en over taalpolitiek.

Lees verder >>

Weggooiteksten, in de zuiverste zin van het woord

Iedere vreugdekreet over het Nederlandse toneel slaat al snel om in een jammerklacht. Dat geldt natuurlijk vooral in de huidige duistere periode waarin iedereen die ooit dacht zijn geld te kunnen verdienen door op een podium te gaan staan, zich inmiddels vertwijfeld afvraagt hoe lang het nog zal duren voor de schijnwerpers moeten worden verkocht. Maar het geldt al veel langer, zo blijkt uit het onlangs verschenen boek In reprise.

Lees verder >>

Een taalkit zonder hamer

Door Marc van Oostendorp

Een van de ongemakkelijke aspecten van het boekje Het taaldier mens van de Parijse hoogleraar Nederlands Jan Pekelder is de titel ervan. In 1974 publiceerde de Leuvense hoogleraar Flip G. Droste een boekje met precies dezelfde titel. Dat is toch wel wat zonderling. Mag iemand anno 2020 een boek schrijven over Jacob van Maerlant en dat Maerlants wereld noemen? Over het heelal en dat dan A Brief History of Time noemen?

Is het begrip taaldier een vakterm die iedere taalkundige kent? Nee, ik geloof niet dat hij buiten deze twee boekjes voorkomt. Is Pekelders boek veel beter dan dat van Droste? Het omgekeerde is, vrees ik, het geval.

Lees verder >>

Gedichten lezen met alles wat je in en aan je hebt

Door Marc van Oostendorp

Een probleem met veel lesboeken over poëzie is dat er net in wordt gedaan alsof gedichten eigenlijk iets gewoons zijn: taal, maar dan wat ingewikkelder, zowel qua vorm en inhoud. Je moet er even doorheen prikken, maar dan heb je ook iets waardevols. Het gevolg daarvan is dat je gedichten moet analyseren. Hoeveel er ook gebeurd is in het poëzie-onderwijs, het indringend lezen is nooit ver weg.

Het probleem daarmee is dat die opvatting niet klopt. Er is natuurlijk niets tegen close reading, maar dan toch vooral voor gevorderden – een techniek om te begrijpen waarom iets mooi is en niet een sleutel om het mooi te vinden. Geen lezer is ooit voor de poëzie gevallen vanwege het cryptogram: het was die ene regel die je op onverklaarbare wijze raakte, de stem die vanaf een bladzijde tot je sprak, de beelden die je nooit zo kan zien als voor je geestesoog.

Daarom is het goed dat de door de Utrechtse neerlandica Kila van der Starre serie ‘doeboeken’ Woorden temmen er is, waarin jonge letterkundigen en dichters samen laten zien hoe veelzijdig de poëzie is, dat het niet alleen maar een intellectuele puzzel is, maar iets dat je hele wezen raakt: hart en ziel, lichaam en geest. Onlangs verscheen het tweede deel, Van kop tot teen met Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera.

Lees verder >>

Aanstekelijk verzinplezier

Door Marc van Oostendorp

Ik weet niet of er iets is wat Mike Kestemont niet kan: hij is een Antwerpse letterkundige die enthousiast kan vertellen over middeleeuwse romans én die computers kan programmeren. En dan kan hij ook nog spannende boeken schrijven.

Terwijl hij ondertussen ook nog de aandacht trok met wetenschappelijke publicaties, publiceerde hij zijn tweede fictieboek in een jaar tijd: De witte weduwe, een wervelend boek, een misdaadroman waarin nauwelijks een misdaad wordt gepleegd, maar waarin wel van alles wordt aangeraakt in die mooie, fascinerende wereld waarin Kestemont leeft.

Lees verder >>

Plaagstootjes en speldenprikken

Door J.L. Dijkhuis

De roman in de negentiende eeuw van Toos Streng, onlangs verschenen bij Verloren, biedt de ene verrassing na de andere. Daardoor is het uitermate onderhoudende lectuur, en dat de lezer zich daarbij niet zelden achter de oren krabt lijkt ingecalculeerd. 

Wie bij de titel De roman in de negentiende eeuw een systematisch overzicht verwacht van de zedekundige tot en met de naturalistische roman, begeleid door instemmend of ontstemd commentaar van contemporaine critici, komt bedrogen uit. Tussen openingshoofdstuk en slotbeschouwing werd een grote verscheidenheid aan artikelen samengebracht, waarin tot dusver niet of onvoldoend belichte onderwerpen uit de negentiende-eeuwse boekgeschiedenis aan de orde komen, zoals de fondssamenstelling van romanuitgevers, aan ‘roman’ verwante genreaanduidingen, de rol van vrouwelijke romanschrijvers. Dat bood de gelegenheid de ‘traditionele literatuurgeschiedschrijving’ te negeren, (p 18) en bij de behandeling van wat in de loop van de eeuw ‘gangbaar en wat denkbaar was’ (p 21) ‘niet ter discussie staande vanzelfsprekendheden’ onbesproken te laten, (p 22) met dien verstande dat deze ‘pas aan de oppervlakte [komen] wanneer ze worden aangevallen’. (p 55) Dat maakt nieuwsgierig. Wat waren die ‘vanzelfsprekendheden’ en hoe, indien toch discutabel, werden ze afgehandeld?  

Lees verder >>

Boekie over boekies

Door Marc van Oostendorp

Stel dat je jongeren meer boeken wil laten lezen, wat doe je dan? Verplichten, zeggen sommigen. De Max Havelaar uit hun buurt houden en alles zo lollig mogelijk maken, zeggen anderen. Ik geloof dat Bas Steman de enige echte manier heeft gevonden: jongeren laten zien dat lezen een verrijking van het leven is.

Want dat lijkt me het enige echte argument voor leesbevordering. Niet dat je woordenschat of je concentratie of je empathie er door verbeteren, maar dat je met lezen een wereld betreedt die je op geen enkele andere manier kan betreden: die van andermans hoofd. Een wereld waar je bovendien in ieder geval in theorie zelf ook toegang toe hebt – want anders dan een film schieten of een game ontwerpen kan iedereen een boek schrijven. (Els Stronks noemde dat onlangs: leeskracht.)

Lees verder >>