Categorie: recensies

Framing met lef

Door Marc van Oostendorp

Tegenwoordig schijnt vaker voor te komen dat ouders van studenten naar de universiteit bellen, maar in 1987 was het nog iets dat de ronde deed onder de Leidse neerlandici. Ton Anbeek, de hoogleraar Nederlandse Letterkunde had net een roman gepubliceerd met de dubbelzinnige titel Gemeenschap, en die dubbelzinnigheid werd in het boek waargemaakt. Was het wel veilig om je dochter bij zo iemand te laten studeren?

Lees verder >>

Als ik nu met jou spreek, wanneer moet ik dan met een ander spreken?

Pronomina in de hedendaagse Nederlandse lyriek (1: Nachoem Wijnberg, Joodse gedichten)

Door Marc van Oostendorp

Van de drie klassieke hoofdgenres – lyriek, epiek, dramatiek – spelen persoonlijk voornaamwoorden de intrigerendste rol in het eerste genre. In toneel is vrijwel altijd volkomen duidelijk wie er met ik of jij bedoeld wordt: degene die nu aan het woord is, degene tot wie de spreker zich richt. In verhalen kan het soms wat ingewikkelder worden – romans met vertellers in de ik-vorm, boeken waarin ineens de lezer wordt aangesproken – maar ook hier geldt doorgaans dat de personages weliswaar verzonnen zijn, maar zich toch meestal houden aan de conventies van wie er de eerste, de tweede of de derde persoon is.

Lees verder >>

Zijn neus, gelijk de regenboog, Is bont en krom en zelden droog

Door Marc van Oostendorp

Ah, de negentiende eeuw: tijd waarin we bij wijze van kinderfeestje nog onbekommerd konden lachen om joodjes met kromme neuzen. Want dat was toen onze cultuur – een cultuur van duizenden jaren. Toen men nog niet zo politiek correct was om zich wat aan te trekken van de medelanders die huiliehuilie deden omdat ze geen gevoel voor humor hadden!

Lees verder >>

‘Ik mis de verrukking van Hella’

Door Marc van Oostendorp

Voetnoten zijn een bedreigd genre. Ze verdragen zich niet goed met digitaal lezen. Steeds minder publicaties doen eraan – ook Neerlandstiek niet. Terwijl er in een goede voetnoot vaak een hele wereld verborgen zit.

Het boek Het masker van Rob Nieuwenhuys van Tom Phijffer is een voetnoot in de vorm van een boek. Het gaat blijkens de ondertitel om ‘de reconstructie van een vergeten reis naar Indonesië’. Het is, denk ik, niet overdreven om te zeggen dat slechts heel weinig mensen op de wereld ernaar verlangden dat uitgerekend die reis – van de letterkundige Rob Nieuwenhuys in 1971, in opdracht van de Nederlandse regering – aan de vergetelheid zou worden ontrukt. Maar Phijffer heeft dat toch maar mooi gedaan.

Lees verder >>

Van je buren moet je het hebben

door Ton van der Wouden

Wij taalliefhebbers leven in gelukkige tijden. De jury voor de Taalboekenprijs 2020 kon dit jaar kiezen uit maar liefst zes inzendingen van hoge kwaliteit. Daar was echter geen enkel boek bij van een Belgisch auteur. Gelukkig wordt dat dubbel en dwars goedgemaakt met Buurtaal van de Vlaamse taalkundige Miet Ooms. Dit is mijns inziens het beste boek over de complexe taalsituatie in Nederland en België dat er is. Volgens de ondertitel is het ‘een praktische gids voor het Nederlands in België en Nederland’, en dat is het zeker. Het behandelt heel wat (zoals Vlamingen zouden schrijven) verschillen op het gebied van uitspraak, grammatica en woordenschat, en is daar vaak heel genuanceerd over, met inachtneming van belangrijke dimensies als cultuur, stijl, doel en doelgroep. Maar het is nog veel meer dan dat. Het is óók een heel prettig geschreven boek waaruit je als taalliefhebber veel kunt leren over de geschiedenis van het Nederlands en de verschillende varianten die daarover bestaan, over visies op taal-‘verandering’, -‘verloedering’ en –‘verval’ (het is maar hoe je het framen wil(t)), en over taalpolitiek.

Lees verder >>

Weggooiteksten, in de zuiverste zin van het woord

Iedere vreugdekreet over het Nederlandse toneel slaat al snel om in een jammerklacht. Dat geldt natuurlijk vooral in de huidige duistere periode waarin iedereen die ooit dacht zijn geld te kunnen verdienen door op een podium te gaan staan, zich inmiddels vertwijfeld afvraagt hoe lang het nog zal duren voor de schijnwerpers moeten worden verkocht. Maar het geldt al veel langer, zo blijkt uit het onlangs verschenen boek In reprise.

Lees verder >>

Een taalkit zonder hamer

Door Marc van Oostendorp

Een van de ongemakkelijke aspecten van het boekje Het taaldier mens van de Parijse hoogleraar Nederlands Jan Pekelder is de titel ervan. In 1974 publiceerde de Leuvense hoogleraar Flip G. Droste een boekje met precies dezelfde titel. Dat is toch wel wat zonderling. Mag iemand anno 2020 een boek schrijven over Jacob van Maerlant en dat Maerlants wereld noemen? Over het heelal en dat dan A Brief History of Time noemen?

Is het begrip taaldier een vakterm die iedere taalkundige kent? Nee, ik geloof niet dat hij buiten deze twee boekjes voorkomt. Is Pekelders boek veel beter dan dat van Droste? Het omgekeerde is, vrees ik, het geval.

Lees verder >>

Gedichten lezen met alles wat je in en aan je hebt

Door Marc van Oostendorp

Een probleem met veel lesboeken over poëzie is dat er net in wordt gedaan alsof gedichten eigenlijk iets gewoons zijn: taal, maar dan wat ingewikkelder, zowel qua vorm en inhoud. Je moet er even doorheen prikken, maar dan heb je ook iets waardevols. Het gevolg daarvan is dat je gedichten moet analyseren. Hoeveel er ook gebeurd is in het poëzie-onderwijs, het indringend lezen is nooit ver weg.

Het probleem daarmee is dat die opvatting niet klopt. Er is natuurlijk niets tegen close reading, maar dan toch vooral voor gevorderden – een techniek om te begrijpen waarom iets mooi is en niet een sleutel om het mooi te vinden. Geen lezer is ooit voor de poëzie gevallen vanwege het cryptogram: het was die ene regel die je op onverklaarbare wijze raakte, de stem die vanaf een bladzijde tot je sprak, de beelden die je nooit zo kan zien als voor je geestesoog.

Daarom is het goed dat de door de Utrechtse neerlandica Kila van der Starre serie ‘doeboeken’ Woorden temmen er is, waarin jonge letterkundigen en dichters samen laten zien hoe veelzijdig de poëzie is, dat het niet alleen maar een intellectuele puzzel is, maar iets dat je hele wezen raakt: hart en ziel, lichaam en geest. Onlangs verscheen het tweede deel, Van kop tot teen met Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera.

Lees verder >>

Aanstekelijk verzinplezier

Door Marc van Oostendorp

Ik weet niet of er iets is wat Mike Kestemont niet kan: hij is een Antwerpse letterkundige die enthousiast kan vertellen over middeleeuwse romans én die computers kan programmeren. En dan kan hij ook nog spannende boeken schrijven.

Terwijl hij ondertussen ook nog de aandacht trok met wetenschappelijke publicaties, publiceerde hij zijn tweede fictieboek in een jaar tijd: De witte weduwe, een wervelend boek, een misdaadroman waarin nauwelijks een misdaad wordt gepleegd, maar waarin wel van alles wordt aangeraakt in die mooie, fascinerende wereld waarin Kestemont leeft.

Lees verder >>

Plaagstootjes en speldenprikken

Door J.L. Dijkhuis

De roman in de negentiende eeuw van Toos Streng, onlangs verschenen bij Verloren, biedt de ene verrassing na de andere. Daardoor is het uitermate onderhoudende lectuur, en dat de lezer zich daarbij niet zelden achter de oren krabt lijkt ingecalculeerd. 

Wie bij de titel De roman in de negentiende eeuw een systematisch overzicht verwacht van de zedekundige tot en met de naturalistische roman, begeleid door instemmend of ontstemd commentaar van contemporaine critici, komt bedrogen uit. Tussen openingshoofdstuk en slotbeschouwing werd een grote verscheidenheid aan artikelen samengebracht, waarin tot dusver niet of onvoldoend belichte onderwerpen uit de negentiende-eeuwse boekgeschiedenis aan de orde komen, zoals de fondssamenstelling van romanuitgevers, aan ‘roman’ verwante genreaanduidingen, de rol van vrouwelijke romanschrijvers. Dat bood de gelegenheid de ‘traditionele literatuurgeschiedschrijving’ te negeren, (p 18) en bij de behandeling van wat in de loop van de eeuw ‘gangbaar en wat denkbaar was’ (p 21) ‘niet ter discussie staande vanzelfsprekendheden’ onbesproken te laten, (p 22) met dien verstande dat deze ‘pas aan de oppervlakte [komen] wanneer ze worden aangevallen’. (p 55) Dat maakt nieuwsgierig. Wat waren die ‘vanzelfsprekendheden’ en hoe, indien toch discutabel, werden ze afgehandeld?  

Lees verder >>

Boekie over boekies

Door Marc van Oostendorp

Stel dat je jongeren meer boeken wil laten lezen, wat doe je dan? Verplichten, zeggen sommigen. De Max Havelaar uit hun buurt houden en alles zo lollig mogelijk maken, zeggen anderen. Ik geloof dat Bas Steman de enige echte manier heeft gevonden: jongeren laten zien dat lezen een verrijking van het leven is.

Want dat lijkt me het enige echte argument voor leesbevordering. Niet dat je woordenschat of je concentratie of je empathie er door verbeteren, maar dat je met lezen een wereld betreedt die je op geen enkele andere manier kan betreden: die van andermans hoofd. Een wereld waar je bovendien in ieder geval in theorie zelf ook toegang toe hebt – want anders dan een film schieten of een game ontwerpen kan iedereen een boek schrijven. (Els Stronks noemde dat onlangs: leeskracht.)

Lees verder >>

Het problematische bijvoeglijk naamwoord

Door Marc Kregting

1.

Minder dan bij bellettrie doemt bij verzamelbundels de vraag op wat de tekst bindt. Een achterflap biedt altijd uitkomst, maar een ondertitel, zelden van tel bij bellettrie, kan hier al richting geven. Een leuke spanning ontstaat dan in een project van Jan Postma dat hij inleidde en samenstelde: Jongens waren we. De problematische sekse in de literatuur.

Lees verder >>

Zelf over gedichten praten

Door Marc van Oostendorp

Een van de definiërende eigenschappen van poëzie is dat ze meerduidig is. Sterker nog, ‘meerduidige poëzie’ is een pleonasme. Een gedicht dat je meteen begrijpt is waarschijnlijk ‘gewoon een duidelijke, eenduidige boodschap die per ongeluk in een rare vorm gegoten is’.

Dat beweren althans Gerben Faure, Jan de Jong en Bas Jongenelen, allen docent Nederlands aan de Fontys Lerarenopleiding in Tilburg, met grote stelligheid in de inleiding van hun boek Zelf gedichten lezen, een aanstekelijk leerboek voor de analyse van gedichten.

Lees verder >>

Nederlandse literatuur zonder calvinisme

Door Marc van Oostendorp

Toen er een paar weken geleden een conflict broeide tussen Nederland en Italië over Europese noodgelden om de acute crisis te bestrijden, plaatste Elsevier Weekblad een cartoon: boven zag je twee blonde mensen duidelijk hard werken – de man door aan een wiel te draaien, de vrouw door in een mobiele telefoon te praten terwijl ze met haar aktetas reden – beneden zag je twee zwartharigen van het leven genieten – de man door zo te zien tegelijk wijn én koffie te drinken en trictrac te bekijken, de vrouw door met een roos in haar haar de sociale media te bespelen.

Want dat is het beeld dat Nederlanders kennelijk graag van zichzelf zien: te hard aan het werk om te genieten.

Lees verder >>

De geniale eenvoud van de taalkunde

Door Marc van Oostendorp

Hoe komt het dat talen zo eenvoudig zijn? Dat is de op het eerste gezicht verrassende vraag die de taalkundige Hedde Zeijlstra stelt in zijn boek De geniale eenvoud van taal. De vraag is op het eerste gezicht verrassend omdat we niet geneigd zijn aan talen als eenvoudig te denken: als voorbeelden geeft Zeijlstra zelf de twaalf naamvallen van het Baskisch, of de zestien woordgeslachten van het Swahili. Tegelijkertijd moeten die talen wel eenvoudig zijn – ze worden immers door alle kinderen die in de juiste omstandigheden (de Pyreneeën, de buitenwijken van Nairobi) opgroeien moeiteloos geleerd.

Het is die paradox die Zeijlstra probeert op te lossen in dit boek. Hij grijpt daarvoor terug op de inzichten die er de afgelopen decennia vooral de taalkundige school rondom Noam Chomsky (1928) heeft opgeleverd. Nu heeft die school op zijn beurt de naam nogal technisch en ingewikkeld te zijn. Wanhoop niet! Zeijlstra laat in dit boek zien dat niet alleen de taal, maar ook de taalkunde betrekkelijk eenvoudig is.

Lees verder >>

Wiener, of: Wat is literatuur?

Door Jos Joosten

Als begin een commercial break die mijn eigen plaatselijke boekhandelaar me niet zal kwalijk nemen: in de mooie stad Deventer staat de prachtboekhandel Praamstra, waarvoor ieder die toevallig in stad of ommeland verkeert de omweg moet maken. Bij Praamstra bleek mij weer dat het web toch niet tegen de fysieke winkel op kan. Ik ben nogal een liefhebber van het werk van L.H.Wiener, maar had totaal gemist dat nét pre-corona De zoete inval is verschenen, een kleine bundel korte verhalen van hem ter gelegenheid van zijn vijfenzeventigste verjaardag.

Lees verder >>

Handen uit de mouwen, we gaan het internet terugpakken!

Door Marc van Oostendorp

Het internet is voor sommige mensen altijd een kwestie geweest van idealisme: wij delen kennis met elkaar, wij, mensen. We laten ons niet meer in de luren leggen door machthebbers, door grote mediabedrijven. door mensen die denken dat ze mogen verdienen aan informatie die eigenlijk van iedereen is. Iedereen met een computer die is aangesloten op het internet kan meedoen – hoeft niet meer passief informatie te consumeren zoals in het tv-tijdperk, maar kan actief bijdragen. Samen gaan we zo een betere wereld maken.

Lees verder >>

Taalkrachtelozigheid

Door Marc van Oostendorp

Beoordeling voor dit boek: 3,7 ballen

Er bestaat van alles op de wereld, en er bestaan dus ook mensen die een club stichten op basis van “een grondig ervaren kritische houding tegenover het regime van maat en getal dat zoveel belangrijks aan het oog onttrekt, waaronder taal en reflectie”. Mensen kortom, die denken dat ze de taal kunnen redden door lelijke zinnen te schrijven.

Het clubje heet Babel, is samengebracht door de bekende sociologe Christien Brinkgreve, en heeft nu een boek uitgebracht dat Taalkracht heet. Het bevat enkele tientallen bijdragen (uit angst voor het regime van maat en getal durf ik niet te zeggen hoeveel) over taal, maar dat geheel is gevat in een zeldzaam schimmig geformuleerd kader – een inleiding én een slothoofdstuk van de samenstellers – vol met misschien wel bewust schimmige gedachten. Taal moet ons immers bevrijden van de precisie van ‘taal en getal’!

Lees verder >>

Menselijke natuur vs. menselijke natuur

Door Marc van Oostendorp

Een van de problemen van de mens is dat hij niet begrijpt dat hij beperkt is in zijn menselijke vermogens. Hij kan dit zelfs niet begrijpen, want een van zijn beperkingen is dat hij zijn eigen beperkingen niet kan zien.

Dat is de boodschap van de Israëlisch-Amerikaanse cognitief psycholoog Iris Berent in haar nieuwe boek The Blind Storyteller. Zij was al lange tijd een van de interessantste denkers over taal, misschien wel de enige psycholoog die fonologie begrijpt, Ze laat nu zien dat ze ook het grote gebaar kan maken, en iets interessants kan bijdragen aan ons begrip van het wonderlijke verschijnsel mens.

Lees verder >>

Honderdduizenden liedjes

Door Marc van Oostendorp

Ik ben zo iemand die geen idee heeft wie Ruud de Wild is. Of in ieder geval, die dat idee niet had, tot hij het gloednieuwe Songbook van Ruud de Wild las. Nu weet ik het wel: een man van 51 die dj is geweest en dus meent dat hij kan schilderen en overal verstand van heeft.

Het maakt niet uit: het Songbook van Ruud de Wild is een heel boek geworden, dat iedereen moet kopen die geïnteresseerd is in de Nederlandse cultuur, omdat het een ondergewaardeerd aspect van die cultuur beschrijft: de liedcultuur. Het boek behoorde bij een tentoonstelling die nu in Den Haag zou worden gehouden en die nu waarschijnlijk tot oktober wordt uitgesteld. Want het Songbook van Ruud de Wild gaat over heel veel aspecten van het lied: niet alleen over wat liederen uit de Top-2ooo, maar over de hele geschiedenis van het lied, van de middeleeuwen tot nu. En dan over de teksten én de muziek én de manier waarop beiden verspreid raakten door de tijd.

Lees verder >>

Kelly

Door Mathijs Sanders

Jong in de jaren zestig is een titel die niet zou misstaan op een verzameling cultuursociologische beschouwingen. Het boekje van Jaap Goedegebuure is echter geen studie over het roemruchte decennium, maar een kleine monografie over een nog nauwelijks belichte episode uit het leven en werk van de schrijver Frans Kellendonk (1951-1990), te weten zijn jaren als scholier op het Nijmeegse Sint-Dominicuscollege. De teksten die Goedegebuure opdook vormen een goudmijn voor wie geïnteresseerd is in middelbare schoolcultuur gedurende de jaren zestig en in de vroege jaren van de auteur die in 1977 officieel zou debuteren met de novelle ‘Bouwval’.

Lees verder >>

‘Daer staet dhertoghe ende crauwet met groter genoechte al die nacht’

Uit: Heilig en Profaan, 1993,afb. 610, 1375-1425

Door Johan H. Winkelman

Rond 1500 vond er, aldus Herman Pleij in zijn recente boek Oefeningen in genot. Lust en liefde in de Middeleeuwen, een seksuele revolutie plaats. De toenmalige poëten, de rederijkers, schiepen ‘een moderne literatuur die genotvolle seks ronduit verheerlijkte.’ Vóór die tijd was er al op seks gebied wel wat te beleven, maar toen waren het lachwekkende boeren die luidruchtig hun platvloerse liefde aanhingen. En wat te denken van de schavuit Reynaert de Vos, die de vrouw van de wolf verkrachtte, terwijl ze bekneld zat en zich, als ze dat al had gewild, niet kon verweren. Maar ja, zo iets gebeurde nu eenmaal in de dierenwereld…

Lees verder >>