Categorie: pas verschenen

Verschenen: speciaal nummer Verslagen & Mededelingen over Anton van Wilderode

Anton van Wilderode. Bron: Wikipedia

De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren (KANTL) in Gent organiseerde op 14 november 2018 een colloquium gewijd aan Anton van Wilderode. Intussen bewerkten de sprekers van dit colloquium hun bijdrage tot artikelen, die gebundeld verschijnen in de vorm van een themanummer van het KANTL-tijdschrift Verslagen & Mededelingen. Dit nummer, dat werd samengesteld door Patrick Lateur en Frank Willaert, verschijnt vandaag, 24 juni, ter herdenking van zowel zijn geboorte- als sterfdag, en bevat volgende artikelen:

  • ‘Anton van Wilderode, de laatste der priester-dichters?’ door Dirk de Geest
  • ‘Vaderbinding? Moederbinding? Van Wilderode als identificatiefiguur’ door Erik Spinoy
  • ‘De dubbelfluit in het licht van de literatuurdidactiek toen en nu’ door Johan van Iseghem
  • ‘Vertolker? Vertaler? Dichter? De klassieken in de woorden van Anton van Wilderode’ door Wim Verbaal

Geïnteresseerden kunnen het themanummer bestellen via de website van KANTL. Dit kost 12 euro voor verzending naar een adres in België, 16 euro voor verzending naar een adres in Nederland.

Instagrampoëzie in de klas

In het nieuwe nummer van Levende Talen Magazine schreven Jeroen Dera (Radboud Universiteit) en Kila van der Starre (Universiteit Utrecht) een artikel over het gebruik van Instagrampoëzie in het voortgezet onderwijs.

Ze betogen dat deze vorm van poëzie vanwege de aansluiting bij de leefwereld van jongeren bijzondere handvatten biedt om poëzie centraal te stellen in de klas. Aan de hand van het zogenaamde RES-model van Nicholas Mazza lichten ze vervolgens een didactiek toe waarmee dit soort gedichten in het onderwijs betekenisvol gebruikt kunnen worden.

Dera en Van der Starre onderstrepen met hun bijdrage een recente trend in de neerlandistiek, namelijk die waarin universitaire onderzoekers hun onderzoeksinteresses uitdrukkelijk vertalen naar het voortgezet onderwijs. Klik hier om hun artikel te lezen.

Verschenen: Couperus Cahier XVII. Tot leven gewekte verbeelding. Couperus en het toneel

Tot leven gewekte verbeelding.

Op maandag 10 juni 2019 is in het Louis Couperus Museum in Den Haag het zeventiende Couperus Cahier gepresenteerd: Tot leven gewekte verbeelding. Couperus en het toneeldoor Rob van der Zalm.

De afgelopen honderd jaar zijn veel romans van Couperus bewerkt voor het toneel, van Eline Vere en De boeken der kleine zielen tot De stille kracht. Rob van der Zalm schetst in dit cahier de geschiedenis van deze bewerkingen, de verschillende invalshoeken en de keuzes waarvoor de bewerkers zich gesteld zagen. Hij doet dit tegen de achtergrond van de ontwikkelingen in het Nederlandse theater vanaf de jaren zeventig. Ten slotte probeert de auteur de lezer ervan te overtuigen dat nieuwe emoties te putten zijn uit oude romans en dat Couperus’ papieren personages een heel nieuw leven krijgen op het toneel. Het cahier is fraai geïllustreerd met foto’s van vele Couperus-voorstellingen.

Lees verder >>

Verschijnt: J.M.A. Biesheuvel – Een Schiedamse jongen

In deze bundel zijn de verhalen van J.M.A. Biesheuvel waarin zijn geboortestad Schiedam een rol speelt, verzameld en op biografische volgorde gezet. Een zelfportret van de schrijver als jongeman dus. Gelukkige jongensjaren als we mogen afgaan op zijn eigen verhalen. Biesheuvel is er de schrijver niet naar om in zijn werk de werkelijkheid nog eens dunnetjes over te doen. Vanaf zijn eerste publicaties in de schoolkrant gebruikt hij zijn verbeeldingskracht, fantasie en humor om te ontsnappen aan het alledaagse. Over de invloed van Biesheuvels jeugd op zijn leven en werk mag een toekomstige biograaf zich buigen. Erik de Bruin geeft in het voorwoord een eerste aanzet.

Of de jeugd van Martie (zoals hij thuis werd genoemd) werkelijk zo gelukkig was als hij doet voorkomen in zijn verhalen, valt te betwijfelen. Zijn besluit om op zijn zestiende te gaan varen, lijkt niet alleen te zijn ingegeven door de aantrekkingskracht van de zee en zijn nieuwsgierigheid naar de wereld aan het eind van de Waterweg. Met de verhalen die hij schreef over zijn jongensjaren schept Biesheuvel voor zichzelf met terugwerkende kracht een gelukkige jeugd en dat is gek genoeg uniek in onze letterkunde.

J.M.A. Biesheuvel wordt geboren op 23 mei 1939 aan de Vlaardingerdijk te Schiedam. Op zijn twintigste gaat hij studeren in Leiden en verhuist hij naar die stad. Daar woont hij nog altijd. In 1972 debuteert hij met de verhalenbundel ‘In de bovenkooi’. 

Biesheuvel wordt algemeen gezien als een van de beste verhalenvertellers van ons taalgebied. In 2007 ontvangt hij de P.C. Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre.

isbn 978 946319 163 0
gebonden, 272 pagina’s
Bestelinformatie bij de uitgever.


Ridders in de middeleeuwen. Het romantische ideaal en de rauwe werkelijkheid.

Door Willem Kuiper

Als collega Petty Bange, die ik als neerlandicus vooral ken van laat-middeleeuwse moralistische teksten, een boekje publiceert met bovenstaande titel, dan ben ik, die dag en nacht met middeleeuwse literaire ridders in de weer ben, heel benieuwd naar wat zij hierover te melden heeft. Over het romantische ideaal ben ik aardig ingelezen, maar over de rauwe werkelijheid kan ik vast nog wel wat bijleren. De meeste liefhebbers van spaghetti westerns weten dat er een wijde kloof gaapt tussen de oorspronkelijke koeienjongens en de cowboys op het witte doek. Het beeld dat mensen van nu van middeleeuwse ridders hebben, is vooral gebaseerd op bioscoopfilms, TV-series en misschien een bezoek aan het Muiderslot. Maar hoe waarheidsgetrouw is dat beeld? Geen betere gids naar de Middeleeuwen om daar de ridders in het wild te zien dan een ervaren historica, die tot haar pensioen (2015) middeleeuwse geschiedenis doceerde aan de Radboud Universiteit van Nijmegen.
Met deze intentie heb ik dit boek ter recensie aangevraagd, ook om mijzelf te dwingen het te lezen in plaats van op een stapel te leggen, en met het vaste voornemen er een wervend stukje over te schrijven.

Lees verder >>

Bekendstellings van Die storie van Afrikaans, deel 2 in Europa

Die tweede deel van die boekereeks Die storie van Afrikaans:Uit Europa en van Afrika. Biografie van ’n taal (Protea Boekhuis, Pretoria) deur proff WAM Carstens en EH Raidt word volgende week in Europa bekendgestel, sowel in Amsterdam as in Gent. Deel 2 is onlangs gepubliseer. 

In die boeke is probeer om ʼn omvattende en inklusiewe geskiedenis van Afrikaans weer te gee. In hierdie opsig is die boeke anders as ander boeke oor die geskiedenis van Afrikaans omdat dit kyk na die verlede, die hede en ook die toekoms van die taal en hoe al die sprekers van die taal (d.w.s. die volle spektrum van sprekers van Afrikaans) hierin ʼn rol gespeel en ook ʼn bydrae gelewer het.

Lees verder >>

Pas verschenen: Hartstocht achter de horren. Haagse romans rond 1900

Rond het jaar 1900 maakten zowel de Nederlandse letteren als de stad Den Haag ingrijpende ontwikkelingen door. De romans werden moderner, experimenteler, en vooral vrijmoediger. Hartstocht achter de horren van Wim Tigges bespreekt romans van bekende Haagse auteurs als Louis Couperus en Marcellus Emants, maar ook van minder bekende, indertijd populaire schrijvers als Jeanne Reyneke van Stuwe, Henri Borel, en Cornélie Noordwal. Alle teksten, waaruit ter illustratie ook ruimhartig wordt geciteerd, spelen zich af in Den Haag. Ze geven een fascinerend inkijkje in met name het vaak nogal onstuimige liefdesleven van de hoofdpersonen, een ‘hartstocht’ die zich in het gezapige Haagse rond 1900 vaak in het geniep, als het ware ‘achter de horren’, moest afspelen. En passant komen ook aanverwante thema’s aan de orde, zoals Haagse straatbeelden, de ‘hartstochtelijke’ liefde voor of juist afkeer van de stad, en het leven van Haagse mensen uit de ‘hogere’ kringen, uit de Haagse politiek, maar ook uit de wereld van winkelpersoneel en dienstbodes. Hartstocht achter de horren nodigt de lezer uit om zich te verplaatsen in de ‘couleur locale’ van het Haagse realisme van zo’n dikke eeuw geleden. Het beoogt evenzeer een mogelijk ‘feest der herkenning’ te zijn als een verlokking om nader met deze auteurs en hun werk kennis te maken — voor Hagenaars en Hagenezen, maar natuurlijk ook voor leesgrage belangstellenden van elders. Lees verder >>

Pas verschenen: Franse les

Franse les van Ewoud Sanders is een autobiografische novelle, waarin Thijs zich afvraagt wie hij was toen hij in zijn docente kunstgeschiedenis en handenarbeid zijn eerste liefde ontmoette. Vijftien jaar was hij toen ‘juf Karin’ hem bij zich riep. ‘Ik heb gezien hoe je in de lessen naar me zit te kijken. Het is duidelijk dat je verliefd op me bent.’ Ze biedt aan hem bijles te geven en zo begint een intensieve periode van zijn adolescentie.

Vijfenveertig jaar later besluit Thijs zijn eerste liefde op te zoeken. ‘Ik denk niet dat ik misbruik van jou heb gemaakt,’ zegt zij. ‘En jij niet van mij.’ Een verhaal over een jeugdliefde die ruw eindigde. En over de onbetrouwbaarheid van het geheugen. Lees verder >>

Pas verschenen: Lectori salutem. Afscheidsbundel voor Theo Witte

Ruim een jaar geleden nam Theo Witte afscheid met een optimistisch symposium over de veelbelovende toekomst van het literatuuronderwijs. De bijdragen van Erwin Mantingh, Barend van Heusden, Jasmijn Bloemert, André van Dijk, Witte zelf en het discussiepanel zijn gebundeld en uitgegeven door het Expertisecentrum Vakdidactiek Noord. Er zijn nog enkele exemplaren gratis verkrijgbaar die u hier kunt bestellen, maar u kunt ook via deze link de digitale versie van de bundel downloaden.

Pas verschenen: Door de schaduwen bestormd

Over Lucebert en zijn oorlogsverleden

Recentelijk verscheen bij Uitgeverij Oevers Door de schaduwen bestormd, dat reflecties in de vorm van brieven en essays bevat op de controverse rond de oorlogsjaren van Lucebert. Die controverse ontstond nadat Wim Hazeu op 8 februari 2018 zijn biografie van Lucebert (1924-1994) publiceerde. Daarin onthulde Hazeu dat de dichter in zijn tienerjaren nazisympathieën koesterde. Ook bleek Lucebert tijdens de Tweede Wereldoorlog antisemitische brieven te hebben geschreven, waarin hij het bijvoorbeeld had over hoe ‘de Joodse sjacherige zwetsaard (…) ons Nederduitsers erg, erg besmet’ heeft en die hij ondertekende met ‘Sieg Heil’ en ‘Heil Hitler’.

Dat alles leidde tot een sterk gepolariseerde publieke discussie, waarin sommigen pleitten voor een morele afrekening met Lucebert. Zo concludeerde de Bergense schrijver Bob Polak dat Lucebert in het licht van de onthullingen een bedrieger was en vond Mario Molegraaf dat het ‘van goed fatsoen’ zou getuigen als Luceberts ‘prestigieuze prijzen alsnog worden ingetrokken.’ Anderen wierpen zich juist op als verdediger van Lucebert en benadrukten dat de onthullingen niet meer dan een kanttekening waren bij een verder onaangetast dichterschap en kunstenaarschap. ‘Aan zijn gedichten is door de onthulling bij mijn weten geen letter veranderd,’ schreef bijvoorbeeld Ilja Leonard Pfeijffer. De polarisatie die optrad is weliswaar begrijpelijk, maar juist deze kwestie lijkt vooral ook om genuanceerde reflectie te vragen. Lees verder >>

Pas verschenen: Marja Pruis, Oplossingen – Het leven, mijn handreiking

door Viorica Van der Roest

Marja Pruis won in 2013 de Jan Hanlo Essayprijs voor Kus me, straf me en in 2018 de J. Greshoff-prijs voor de essaybundel Genoeg nu over mij. Ze heeft ook enkele romans geschreven, is bekend van haar literatuurkritieken en columns in De Groene Amsterdammer (voor haar columns won ze in 2016 de J.L. Heldringprijs), en is de samensteller van De nieuwe feministische leeslijst (2019).

Afgelopen maand verscheen Oplossingen – Het leven, mijn handreiking: een nieuwe verzameling essays waarin Pruis – de titel zegt het al – probeert uit te vinden hoe om te gaan met wat je zo allemaal op je pad kunt vinden als je gewoon dat probeert te doen: leven. Spreken in het openbaar, opruimen volgens de methode van Marie Kondo, hindernissen in de sportschool (zowel letterlijke hindernissen in de vorm van trainingsapparaten als meer overdrachtelijke in de vorm van kritische trainers), de overvloed aan toeristen in Amsterdam: Pruis vertelt over haar eigen ervaringen, onderzoekt haar gedachten en inzichten daarover, maar doet dat op een zo herkenbare en boeiende manier, en in zo’n vloeiende stijl, dat je haar boek niet meer weg kunt leggen (een ervaring die ik normaal gesproken zelden heb tijdens het lezen van essays). Lees verder >>

Nieuwe editie van The Morphology of Dutch

Door Geert Booij

Engelstalige boeken over het Nederlands zijn essentieel om het mogelijk te maken dat het Nederlands een (belangrijke) rol speelt in het internationaal taalwetenschappelijk onderzoek. Een mooi voorbeeld hiervan is de reeks boeken over The Syntax of Dutch. Ook het Taalportaal over het Nederlands is Engelstalig. In deze rij hoort ook The Morphology of Dutch waarvan de 1e druk verscheen in 2002. Sinds 2002 zijn er heel veel nieuwe publicaties verschenen over de morfologie van het Nederlands, de meeste daarvan in het Engels.

Het was daarom tijd voor een nieuwe editie van dit veel gebruikte boek. Deze 2e druk, zojuist verschenen, bevat meer informatie dan de 1e druk over de vorming van bijwoorden en van getalsnamen, de rol van naamval in het huidige Nederlands, en affixoïden. Ook de concurrentie tussen samenstellingen en woordgroepen bij het maken van namen komt aan de orde. Er is nu een apart hoofdstuk gewijd aan de verschillende typen scheidbaar samengestelde werkwoorden en ‘immobile verbs’. De kernideeën van Constructiemorfologie worden geïntroduceerd en toegepast bij de analyse van de morfologie van het Nederlands. Bij de uitgever is verdere informatie over dit boek te vinden.

Verschenen: Dr. J.J.C. Dee, Tolk van zijn tijd: Roel Houwink als literator 1916-1930

Het boek richt zich, na de jeugd- en jongelingsjaren van Houwink als voorfase beschreven te hebben, op de eerste tien jaar van zijn publiek op­treden als literator. Het is een studie naar de plaats die Houwink in de literaire wereld gedurende de jaren 1920-1930 heeft ingenomen. In het eerste deel wordt aandacht gegeven aan de jonge Houwink, bij wie vanaf 1916 – hij is dan zeventien jaar oud – de literaire ontwikkeling op gang kwam. Het tweede hoofdstuk, dat de jaren 1920-1930 omvat, zet Hou­wink neer in het kader van zijn tijd, als literator onder vele literatoren. Het derde hoofdstuk geeft een overzicht en interpretatie van hetgeen Houwink in die jaren aan poëzie en proza, beschouwingen, kritieken en recensies heeft geschreven en eindigt met een bespreking van zijn roman Marceline. In een slotbeschouwing wordt nagegaan, op welke wijze aan persoon en werk van Houwink vanaf ongeveer 1950 tot heden aandacht is geschonken. Was Houwink, zeker tot 1927, een exponent – wellicht tegen wil en dank – van de beweging der ‘jon­ge­ren’ en van het Modernisme in de literatuur, vanaf dat jaar treedt er een kentering op. Hij beweegt zich in geloofsbeleving en ontwikkeling in toenemende mate in de richting van een belijnd protestantisme.

De prijs van ‘Tolk van zijn tijd’ (gebonden met stofomslag, 24 x 16 cm en 476 pagina’s) bedraagt EUR 25. Het boek is te verkrijgen door overmaking van EUR 25 op bankrekening NL85 INGB 0680 2522 15 ten name van W.S. Huberts te Nijmegen (NL), onder vermelding van ‘Tolk’. Als u betaalt via elektronisch bankieren, vergeet dan niet uw adresgegevens toe te voegen. Na ontvangst van de betaling wordt uw bestelling zonder verdere kosten bij u thuis afgeleverd. Bij afleveradressen in het buitenland zullen de extra verzendkosten in rekening worden gebracht.

Uitgeverij Flanor geeft sinds 1987 op bescheiden schaal boeken uit op het gebied van de Nederlandse literatuur(geschiedenis). Willem Huberts en Gerben Wynia vormen de redactie. Zie hieronder voor de adresgegevens. Een fondslijst is beschikbaar op: www.uitgeverijflanor.nl.

Jaap Toorenaar, Hoe verzinnen ze het: over hoe je effectief een boodschap overbrengt

door Viorica Van der Roest

Reclame heeft invloed op onze taal. Er zijn van die zinnen of uitdrukkingen die af en toe in je hoofd opduiken: ‘Dan verkoop je toch gewoon de boot?’, ‘Foutje, bedankt’, ‘Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker.’ En ben ik de enige die bij het inschenken van een beker melk weleens denkt: ‘melk, de witte motor’? (vooral als je energieniveau op dat moment wel een duwtje omhoog kan gebruiken). Ook hebben we in het woordenboek een paar lemma’s aan de reclame te danken: wc-eendgehalte, zwitserlevengevoel, vlaflip en frisdrank bijvoorbeeld. In het pas verschenen boek Hoe verzinnen ze het? Bedenkers van onvergetelijke reclames aan het woord van Jaap Toorenaar is deze invloed van reclame op onze taal één van de zaken die aan bod komen.

In zijn mooi geïllustreerde boek biedt Jaap Toorenaar een zeer uitgebreid overzicht van de Nederlandse reclames van de afgelopen vier à vijf decennia die nog steeds het herinneren waard zijn. Het merendeel daarvan betreft televisiereclames, maar er is ook aandacht voor advertentiecampagnes. Elk hoofdstuk bevat interviews met bedenkers van de reclames die in vrijwel ieders geheugen een plekje hebben gekregen: de Melkunie-koeien (‘ik heb nog zo gezegd: geen bommetje’), Even Apeldoorn bellen, en de supermarktmanager van Albert Heijn, om er een paar te noemen. Uit zijn korte inleidingen bij de interviews komt gaandeweg ook Toorenaars visie op reclame tevoorschijn: wat wel en wat niet werkt, hoe je effectief een boodschap kunt overbrengen. Lees verder >>

Pas verschenen: Riny Jans, Intiem bestaan: over de poëzie van Victor Vroomkoning

Wat doe je als je je op de middelbare school dodelijk verveelt en allergisch bent voor het gezag van leraren? Victor Vroomkoning (1938) ging spijbelen en dichten. Zijn brave probeersels verschenen in de schoolkrant, zijn erotische gedichten verstopte hij op zijn slaapkamer. In 1983 trad hij als dichter naar buiten, met meteen twee bundels. In 1997 ontstond reuring toen een seksueel getinte dichtbundel verscheen van Stella Napels. ‘Kan zo’n bundel van de hand van een vrouw zijn?’, vroeg Gerrit Komrij zich openlijk af. De ontknoping volgde na enige tijd: achter Stella Napels ging Vroom­koning schuil. Zijn poging in de huid van een vrouw te kruipen en zo de genderdiscussie – dichten vrouwen anders dan mannen? – te tarten, was geslaagd. Lees verder >>

Liefde in het gekkenhuis

Door Elly Groenenboom-Draai

Onlangs, op 28 januari, werd in Neerlandistiek de verschijning gemeld van een nieuwe editie met moderne prozahertaling van Willem van Focquenbrochs blijspel Min in ’t Lazarus-huys.

Enthousiast ging Marc van Oostendorp ermee aan de slag; in een videofilmpje kunnen we het resultaat daarvan bewonderen: na een korte bespreking van het thema van het stuk volgt een voordracht van een scène uit het derde bedrijf, waarbij hij beurtelings de oorspronkelijke zeventiende-eeuwse tekst en de moderne vertaling declameert. De video is te zien op YouTube.

De Min in ’t Lazarus-huys is, ook voor de huidige lezer of toeschouwer, een levendig, geestig en humoristisch stuk, dat opvalt tussen veel ander zeventiende-eeuws toneelwerk dat zich nogal eens kenmerkt door een zekere mate van hoogdravendheid. Bij Focquenbroch ontbreekt die volledig, en dat komt de toegankelijkheid ten goede. Tot in de twintigste eeuw werd het stuk dan ook opgevoerd door grote toneelgezelschappen als de Haagse Comedie en het Rotterdams Toneel. Een voorstelling van dit laatste gezelschap, vanzelfsprekend in de oorspronkelijke taal, heb ik als scholier nog (met plezier) bijgewoond. Lees verder >>

Verschenen: In opdracht, Wiel Kusters

Ik lijk verloren als ik je niet vind.
In dorre bladeren woelt en zoekt de wind,
hij spreidt en jaagt bijeen, is even stil:
ik hoor je adem tot hij weer begint.

In het dichterschap van Wiel Kusters is na het verschijnen van zijn verzamelde gedichten (Leesjongen, Uitgeverij Cossee, 2017) een nieuwe en productieve fase aangebroken. Tot de resultaten daarvan behoort, naast een omvangrijke bundel langere gedichten waaraan nog gewerkt wordt, een reeks van achtenveertig kwatrijnen, die zich eind 2018 in korte tijd aan hem opdrongen. Zelf heeft hij het gevoel dat hij ze ‘in opdracht’ schreef. Maar in opdracht van wie? Lees verder >>

Van Lenneps befaamde roman Klaasje Zevenster bewerkt voor de moderne lezer

Door Gera de Bruijn

De biografie van Van Lennep door Marita Mathijsen, die vorig jaar is verschenen, was een groot succes. Dat toont wel aan dat er nog steeds belangstelling is voor de literatuur van de 19e eeuw. Toch worden de romans uit die tijd niet veel gelezen. De taal is te verouderd en ze lijden soms aan een overdaad aan uitgebreide beschrijvingen en lange verhandelingen. Maar in aangepaste vorm blijken het toch verhalen die de moeite waard zijn.

Daarom ben ik blij dat eind vorig jaar mijn bewerking van Klaasje Zevenster is uitgekomen. Dit is volgens Marita Mathijsen een van Van Lenneps beste romans. Het is dan ook een prachtig verhaal met veel dramatische elementen:  een geheimzinnige afkomst, een onschuldig jong meisje, vuige verleiders, liefdesperikelen, integere personen en frauderende bankiers. Voor zijn tijd was de roman ongekend openhartig – er wordt beschreven hoe het er in een bordeel toegaat – en hij veroorzaakte dan ook veel ophef. Lees verder >>

Digitale Charterbank Nederland (DCN) online

Door Willem Kuiper

Op dit moment wordt officieel het doek opgehaald en het licht aan gedaan voor de website https://charterbank.huygens.knaw.nl Voor de meeste neerlandici geen verplichte kost, maar voor de historici onder ons het bookmarken meer dan waard. Niet zo zeer om inzicht te krijgen in grond- en vastgoedprijzen in en rond een stad naar keuze in het jaar van mijn postcode, maar wel om te zien hoe men in zeker jaar in die stad spelde om zo te kunnen verifiëren of falsifiëren of een literaire tekst daar geschreven zou kunnen zijn. Oorkonden en vergelijkbare ambtelijke teksten, waarvan wij weten in welk jaar en in welke plaats zij geschreven werden, zijn onmisbare ijkpunten voor het lokaliseren van literaire teksten met een onbekende herkomst. Daarnaast zijn oorkonden goudmijnen voor onderzoek naar eigennamen en ook geven zij een authentieke kijk op de realiteit van alle dag, die weliswaar soms zichtbaar is in de randversiering van miniaturen, maar die nagenoeg altijd ontbreekt in literaire teksten.  Lees verder >>

Verschenen: Drinken doet een beetje zeer van Jan Boerstoel

Ik ken het klappen van de zweep,
ik ken de regels van het spel,
ik ken de zin van het bestaan,
maar als ik drink dan gaat het wel.

Het Amsterdamse literair café De Engelbewaarder begon er eind jaren zeventig van de vorige eeuw mee: korte gedichtjes over drankgebruik op lucifersdoosjes – in die tijd mocht je nog roken in horecagelegenheden –, telkens in een serie van zes, geschreven door steeds weer een andere dichter.

Jan Boerstoel was een van die dichters. Maar in zijn geval bleek al spoedig dat naast het consumeren van genotsmiddelen ook het schrijven van zulk soort poëzie verslavend kan werken. Enige jaren later had hij tientallen ‘kroegverzen’ in portefeuille. Dus toen zijn stamcafé ‘t Smackzeyl in 1983 het tienjarig jubileum wilde vieren, ontstond het idee voor een bloemlezing. In de loop van de jaren werden bijna 10.000 exemplaren van de bloemlezing verkocht; momenteel is het boekje alleen nog antiquarisch te verkrijgen. Hoogste tijd dus voor een heruitgave!

Drinken doet een beetje zeer bevat de 24 oorspronkelijke kroegverzen, aangevuld met zes extra gedichtjes. Opnieuw vormgegeven, maar mét de oorspronkelijke tekeningen van Bert van der Spek.

Verschenen: Totdat de wachter heeft gezongen, liederen uit het Gruuthuse-handschrift

‘Totdat de wachter heeft gezongen…’ is een nieuw album met liederen uit het Gruuthuse-handschrift. De gedichten en liederen uit dit handschrift ontstonden rond 1400 in Brugge en de collectie is vernoemd naar de latere eigenaar, Lodewijk van Gruuthuse. De liedjes vormen het bekendste deel van de collectie: liefdesliedjes, schunnige liedjes en drinkliedjes. Het Gruuthuse-handscrhift bevat de grootste verzameling Nederlandstalige liedjes uit de middeleeuwen en het is de grootste verzameling liederen met muzieknotatie uit die tijd. De vorm van de liedjes getuigt ook van het feit dat deze liedjes bedoeld waren voor kenners. De dichter gebruikt formes-fixes, de heiligverklarende vormen van Franse liedjes uit de late middeleeuwen: balladen, rondeaus en virelais, en de grote verscheidenheid aan gebruikte vormen is opmerkelijk. Instrumentalisten zijn in de 15e eeuw door heel Europa geweest, maar muzikale manuscripten die ondubbelzinnig een repertoire tonen voor instrumentale ensembles uit die periode zijn schaars. Het instrumentale repertoire op dit album bevat arrangementen en polyfone ensemblestukken van ongeveer 1450 tot 1470. De arrangementen zijn ofwel instrumentale versies gebaseerd op reeds bestaande polyfone modellen.

U kunt het album hieronder beluisteren via Spotify. U kunt het ook bijvoorbeeld hier bestellen als cd.

Pas verschenen: ‘Een mooie mengelmoes. Meertaligheid in de Gouden Eeuw’

Taal was belangrijk in de Gouden Eeuw. Schrijvers, dichters, taalgeleerden en journalisten legden zelfbewust de basis voor wat het Standaardnederlands zou worden, een taal waarop iedereen even trots leek te zijn als op de nieuwe Republiek. Tegelijkertijd openden de Lage Landen zich voor de rest van de wereld, onder andere door de handel en het vroege kolonialisme, maar ook door belangstelling voor de ‘nieuwe’ kunsten uit Italië en Frankrijk. Bovendien kwamen door de grote welvaart heel veel migranten uit binnen- en buitenland naar Amsterdam.

In Een mooie mengelmoes laten Nicoline van der Sijs en Marc van Oostendorp zien dat het ontstaan van het Nederlands alleen kan worden begrepen tegen de achtergrond van al die talen en dialecten die er toen in de Lage Landen werden geschreven.  De auteurs presenteren het eerste onderzoek naar de pas ontsloten schat van zeventiende-eeuwse kranten – Nederlandse drukkers zetten in dit eerste massamedium internationaal de toon – én ze laten zien hoe schrijvers buitenlandse modellen imiteerden, maar dat deden in ‘zuiver’ Nederlands en niet in een ‘mengelmoes’ van leenwoorden zoals die in het dagelijks leven werd gebruikt.

Nicoline van der Sijs en Marc van Oostendorp zijn allebei als senior-onderzoeker verbonden aan het Meertens Instituut; ze zijn ook allebei hoogleraar in Nijmegen.

Marc van Oostendorp en Nicoline van der Sijs. Een mooie mengelmoes. Meertaligheid in de Gouden Eeuw. Amsterdam: AUP, 2018. Bestelinformatie bij de uitgever.

Florarium temporum, een laat-middeleeuwse wereldkroniek

Door Willem Kuiper

Tussen 1464 en 1472 schreef Nicolaus Heydelbergensis alias Nicolaas Clopper jr., een monnik in het Augustijner klooster Mariënhage bij Eindhoven, een wereldkroniek die hij Florarium temporum, oftewel Bloemhof der tijden, noemde. Nicolaas jr. was de zoon van Nicolaas Clopper sr., een zeer geleerde geestelijke met een evenzeer diverse carrière, die naast zijn werkzaamheden voor onder anderen de paus te Rome en de hertogen Philips de Goede († 1467) en Karel de Stoute († 1477) van Bourgondië nog tijd overhield om minstens drie kinderen te verwekken, waaronder Nicolaas jr. Lees verder >>

Pas verschenen: Jan Renkema & Christoph Schubert. Introduction to Discourse Studies. New Edition

This new edition of Introduction to Discourse Studies (IDS) is a thoroughly revised and updated version of this successful textbook, which has been published in four languages and has become a must-read for anyone interested in the analysis of texts and discourses. Supported by an international advisory board of 14 leading experts, it deals with all main subdomains in discourse studies, from pragmatics to cognitive linguistics, from critical discourse analysis to stylistics, and many more. The book approaches major issues in this field from the Anglo-American and European as well as the Asian traditions. It provides an ‘academic toolkit’ for future courses on discourse studies and serves as a stepping stone to the independent study of professional literature. The chapters are subdivided in modular sections that can be studied separately. The pedagogical objectives are further supported by: Lees verder >>