Categorie: pas verschenen

Gedicht: H.C. ten Berge • Szymborska

Uit In tongen spreken, de nieuwe bundel van H.C. ten Berge.

Szymborska

Wat had ik graag nog eens met u gepraat, mevrouw Wisława.
Gepraat, maar liever nog gedronken – Poolse thee
of uitgelezen wodka – en geluisterd naar uw taal
vol ironie, uw humor en vlijmende mildheid
om het ontoereikende bestaan te verdragen.

‘Jakhalzen met zelfkritiek zijn onbestaanbaar,’ lees ik
in uw ‘Lof van de geringe eigendunk’.
Ik verbrand subiet mijn kleren,
scheer mijn hoofd, strooi as op mijn schedel
en verscheur mijn papieren.

Lees verder >>

Nieuwe Mededelingen, nieuwe perspectieven

Over verdraagzaaamheid, dwarsheid, vrouwelijke seksualiteit, een molenaar en een Pruisisch lied

Onlangs zag het nieuwe nummer van de Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman het licht, het eerste nummer van jaargang 43: ruim negentig bladzijden met bijzondere artikelen over Nederlandse en Duitse literatuur en de daarin beschreven levens. De artikelen reiken van de jeugd- en leerjaren van de in heel Europa befaamde Bernardus Nieuwentyt (1654-1718) tot het lievelingsverhaal van Multatuli. In het openingsartikel van Rietje van Vliet over ‘de molenaar van Sanssouci’, het verhaal waar Multatuli zo dol op was, komt de Verlichting als bron van inspiratie aan de orde.

Lees verder >>

Gedicht: Roelof ten Napel • twee sonnetten

Twee ‘sonnetten’ uit In het vlees, de nieuwe bundel van Roelof ten Napel. (Voorproefje).

Sonnet CXXI (liedje)

mijn vriend bekijkt de klerenkast
in onze tijdelijke kamer
en herhaalt, zingend,
het woord mottenballen —

mottenballen mottenballen mottenballen,
alsof het iets
te betekenen heeft,

ik weet niet wat, dus
ik glimlach
om mijn hachje te redden en
hem niet te bezeren,

bedenk me dan dat ik eigenlijk niet weet
wat een hachje is, en
of hij hem misschien niet al heeft


Lees verder >>

Gedicht: Laurine Verweijen • Luister

Laurine Verweijen’s debuutbundel Gasthuis is een van de vier genomineerden voor de C. Buddingh’-prijs.

Luister,

er gebeurt van alles in deze hoek
het een nog mooier dan het ander,
zwart ramt het kartel omver, wit schuurt
de harde kanten. Eén vuist slaat voor een ander
op tafel, een enkele achtergebleven traan
wordt tussen twee wimpers vandaan geplukt.
Alles wat ook maar een beetje kan wuiven, wuift:
zijden doeken, maiskolven, lange borsten
De handpalm met de langst nog mogelijke lijnen
strijkt plooien in een oude huid glad – en hoe hard
er ook gesproken wordt, hoe luid ook het getetter,
door alles heen klinkt – wonderbaarlijk genoeg
een strak geregisseerd gefluister

Laurine Verweijen (1981)
uit: Gasthuis (2020)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Jens Meijen • Anachronisten

Jens Meijen’s debuutbundel Xenomorf is een van de vier genomineerden voor de C. Buddingh’-prijs, die morgen wordt toegekend. Voorproef hier.

Anachronisten

Op mijn scherm
een dakterras in bijna zomer
vrienden roken, debatteren soulmates;
muziek golft benzine mijn aders binnen.
Paul Kalkbrenner. Azure.

Verre wolken zouden ons nooit bereiken, druppelen elders uit.
Radiator van een ronkend lichaam
aan de lucht schuift langs
hoe licht en lucht kan uitglijden
tegelijk, met dezelfde onhandige bedoeling
van splitsen in purper.

Lees verder >>

Gedicht: Iduna Paalman • Audit

Iduna Paalman’s debuutbundel De grom uit de hond halen is een van de vier genomineerden voor de C. Buddingh’-prijs, die komende vrijdag wordt toegekend.

Audit

Er bestaat een groep riskmanagers, ik ben er een van. We komen graag
samen in een huis met gematteerde ramen, taxeren de dreigingen, verdelen
ons zorgvuldig over de straten.

Al op de eerste hoek weet ik een schaafwond uit een tegel te schrapen,
een clash uit een auto, een grom uit een hond. Botten bevrijd ik
van hun prematuur gevormde breuken, parkeergarages
van hun diep in de staalconstructies verscholen rekenfouten.
Uit een vrouw verwijder ik het weggaan, uit het kind
de vroegtijdige verlating.

Van wat pijn lijdt en kouvat neem ik de besmetting weg. Ik repareer
wat harig schuurt, roestig drupt, weerloos naakt op de akker staat.
Kompasnaalden in zakken van traag volgezogen jassen, stikgevaar
in stilstaande adem, de onderstroom in vreemde gangen, sluizen
in manieren van praten

’s avonds rapporteer ik: alles wat misging is voorkomen, alles wat
jankte kan rustig gaan slapen.

Iduna Paalman (1991)
uit: De grom uit de hond halen (2019)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Jérôme Gommers • Ik ging z’n lof zingen

Jérôme Gommers’ debuutbundel Momentums laadklep is een van de vier genomineerden voor de C. Buddingh’-prijs, die komende vrijdag wordt toegekend. Hieronder het openingsgedicht. (Uitgebreide voorproef hier).

Ik ging z’n lof zingen, want alles was mooi en lelijk. Ik zong,
zoals ik gebekt was, veranderlijk, wisselvallig, eigenlijk zonder

eigen stem. Nu eens melodisch, bijna romig, alsof ik iets
onappetijtelijks wilde bedekken. Dan weer krasserig als een mes

in de bast van een boom – oooh die binnenkort werd gerooid
Vaak was het alsof een hand zich door mij heen dreef. Aha, mij

bespeelde. En inderdaad: ik opende mijn mond tot klankkast.
O keel, steelse verhefboom en beerput, monding en bron.

Hele talen verdwenen. En daarom: leef aanstaande dode taal. Leef
samengestelde werkwoorden, leef afgeklad, ingeklonken, door-

gelegen. Leef ten onzent, terdege, terwijl. Leef grijze balkenbrij
uit roze koppen, roze koppen uit grijze brij. Laat de houtworm

werkelijk voedsel worden, dat ons eten spreken, ons spreken eten
wordt – wat dat ook betekene. Laat de blijstift van hiers overzijde

hardelijke gummen, dags verwenteling ter glorie, dags verkrassing
tot een lippendienst aan ontoonbaar – o dat wij nooit meer spraken

loze, dat weij nooit meer wraakten het wrakhout onzer woning…
etceterâh etceterâh*

(‘Nou nou, trouwens…’)

Jérôme Gommers (1961)
uit: Momentums laadklep (2019)

*uitspreken zoals Joseph Brodsky dat zo mooi kon


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Mark Boog • twee gedichten

Door Mark Boog gekozen uit zijn nieuwe bundel Liefde in tijden van brand.

Laat barbaren binnenvallen.
Laat grenzen sneuvelen,
linten door hoogwaardigen.
Annexeer, assimileer ons,
reken ons tot een volk,
verlicht ons. Deze landkaart,
nu al historisch, handgekleurd,
oudtijds, met goudgehoogd
wat van belang is, de lijnen
en symbolen op deze kaart
blijven aan betekenis winnen.
Steeds minder heden, relatief bezien.
Toen we overlopen werden, ooit,
door elkaar bezet, en we niet
anders konden dan ons overgeven,
is een oorlog ooit afdoende
gedocumenteerd, een land
door cartografen rechtgedaan?
Elke korrel zand? De woestijn?
Laat ons tot elkaar behoren,
omdat het niet anders kan.

Lees verder >>

Gedicht: Heidi Koren • de embryo | de baby | de peuter

Uit Wie dit leest is gek, de tweede bundel van Heidi Koren.

de embryo | de baby | de peuter | het kind | de tiener | de
puber|de jongere| de jongen | het meisje | de volwassene | de oudere | de
bejaarde | de dode
de normale | de achterlijke | de hoogbegaafde
de witte | de zwarte | de donkere | de rest
de Nederlander | de buitenlander | de asielzoeker | de vluchteling | de
Europeaan | de EU-burger
de legale | de illegale
de bekende | de onbekende
de voorstander | de tegenstander
de arme | de modale | de rijke
de voorstander | de tegenstander | de rebel | de meeloper |
de burger | de delinquent | de politicus
de verbouwde | de omgebouwde | de natuurlijke
de gezonde | de zieke | de gehandicapte | de misvormde
de standaard

de mens

Heidi Koren (1975)
uit: Wie dit leest is gek (2020)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Froukje van der Ploeg • 23 juli, 02:23

Uit de cyclus ‘Insomnia’ in Nachtvangst, de nieuwe bundel van Froukje van der Ploeg.

23 juli, 02:23

Ik kijk naar de dingen die wel slapen, mijn katers
in rondjes, de gesloten paarse bloemen buiten
mijn kind met knuffels, ze ademen, voelen niet
het gebrek aan lucht in mijn longen om uit te blazen
vroeger was er meer zuurstof op deze planeet. Gisteren

onverwacht het hoofd waar ik op uitgekeken ben.
We hebben de akte van berusting getekend.
Hij staat hier en straalt geen berusting uit. Ik denk
aan escalatie, straatverboden, ontzeggingen, kapot
glas, een spoor bloed.

Hoe ik me een zeehond op een zandbank
voelde met hem, die alleen maar lag te wachten
op de komst van het water, hij gooit zand
in mijn gedachten. Raakt mijn lichaam niet meer.
Ik zoek een recept voor teflon. Uiteindelijk
zijn daders altijd mensen die je kent.

Froukje van der Ploeg (1974)
uit: Nachtvangst (2020)

Foto: raymond noë


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Jacques Hamelink • De Zot op zondagochtend

Uit Solituden, songs, de nieuwe bundel van Jacques Hamelink.

De Zot op zondagochtend

Op blote zwarte voeten voort schuift hij.
Gerafelde broekspijpen, hemd gescheurd.
Een zwakhoofdige staakrechte schuifelaar.

Met achter de horizon buigende ogen, woest
haar, gretig zich voorbrabbelende kwijlmond
schuift hij pijlsnel over de veldweg nader.

De hoeve van Abraham van Hoeve staat dood.
Alles naar de kerk vertrokken. Naar gewoonte
onafgesloten het huis, het harmonium open.

Lees verder >>

Nieuw nummer ‘Spiegel der Letteren’ verschenen

Jaargang 61, 2019, nummer 3


Artikelen

Lars Bernaerts en Siebe Bluijs, ‘Waar hoort het hoorspel? Over de plaats van het Nederlandstalige hoorspel in oeuvres, poëtica’s en literatuurgeschiedenis’

Hans van Stralen, ‘Huize Warmond. Over de rol van het huis in de poëzie van Ellen Warmond’

In margine

Mike Kestemont en Folgert Karsdorp, ‘Het Atlantis van de Middelnederlandse ridderepiek. Een schatting van het tekstverlies met methodes uit de ecodiversiteit’

Boekbeoordelingen

An Faems over Cornelis van der Haven en Jürgen Pieters (red.), Lyric Address in Dutch Literature, 1250-1800

Kris Steyaert over Lucien Custers, Alleen in de wervelende wereld. Het leven van Johan Andreas dèr Mouw en over Johan Andreas dèr Mouw (Adwaita), Mijn taalorkest. Een ruime keuze uit ‘Brahman’

Hans Anten over Annemiek Recourt, Moralist van de ontrouw. Jan Greshoff (1888-1971)

Fabian R.W. Stolk over Ryanne Keltjens, Boekenvrienden. Bemiddelende kritiek in Nederlandse publiekstijdschriften in het interbellum

Sandra van Voorst over Nico Laan, Medemakers. Sociologie van literatuur en andere kunsten

Zie voor meer informatie Spiegel der Letteren

Gedicht: Alfred Schaffer • Wat ooit gruwelijk was is één grote grap

Uit Wie was ik, ondertitel strafregels, de nieuwe bundel van Alfred Schaffer.

Wat ooit gruwelijk was is één grote grap

rennend de cassaveheuvel af.
in het begoochelende laatste beetje licht.

met mijn toverstok van hout waarmee ik joelend
klein gevogelte de stuipen op het lijf jaag.

suikerdiefjes kieviten en musduiven.
een tumultueuze kluwen die hysterisch op de vlucht slaat
voor mijn eenpersoonsmilitie. Lees verder >>

Pas verschenen: Acta Neerlandica 15 over schrijvende diplomaten

Onlangs verscheen het nieuwe nummer van Acta Neerlandica. Bijdragen tot de Neerlandistiek van de afdeling Nederlands van de Universiteit van Debrecen (in Hongarije) geheel gewijd aan diplomatenschrijvers en schrijvende diplomaten. Behalve artikelen over onder meer Hieronymus Balbus, László Teleki, Albert Helman en F. Springer bevat het nummer ook interviews met Ferenc Postma, Judit Gera en Michiel van Kempen. Het nummer kan hier gratis worden geraadpleegd als pdf.

Te verschijnen: nieuw Ballustrada-nummer met bijdrage over Johan Sonneville

Door Andreas Van Rompaey

In 2017 stond ik in voor de ontsluiting van het archief van schrijver-uitgever Johan Sonneville. Deze vergeten figuur, die nochtans heeft bijgedragen aan de vernieuwing van het literaire veld in de jaren zestig en zeventig, heb ik via publicaties opnieuw onder de aandacht willen brengen. Een schets van zijn leven is terug te vinden in het laatste nummer van Tijdschrift voor Biografie. Zijn journalistieke en literaire werk staat centraal in de aan Brugs Ommeland, Zuurvrij en het VWS-jaarboek geleverde bijdragen. Over de relatie die hij als uitgever onderhield met tijdelijke bondgenoten als Jan Emiel Daele, Frans Depeuter en Marcel van Maele, handelen de in Gierik en Heibel gepubliceerde stukken. Artikels waarin aandacht wordt geschonken aan enkele door hem uitgegeven werken, treffen lezers aan in Ambrozijn en Streven. Bij dit laatste sluit ook het in Ballustrada te verschijnen essay over de eenakterbundel Tien na een aan. Geïnteresseerden kunnen het nieuwste nummer van het Zeeuwse tijdschrift bestellen door te mailen naar André van der Veeke (avdveeke@zeelandnet.nl).

Lees verder >>

Gedicht: Rinske Kegel • Doodsbeenderenboom

Uit Als het maar een vacht heeft, de debuutbundel van Rinske Kegel.

Doodsbeenderenboom

We waren er allemaal behalve hij en iedereen
zei hetzelfde en niemand wilde het horen en mijn neefje
wilde slagroom op de chocomel maar dat hadden ze niet
en hij bleef lang boos en eigenlijk waren we allemaal boos.
Boos op de koning en boos op de lakeien
ook al kregen we extra koekjes en vlogen buiten de bijen af en aan
als kleine traumahelikopters.
Onder een van de bomen in het park waar we net gewandeld hadden
lagen grote zwarte peulen, binnenin de peulen rammelde het.


Rinske Kegel (1973)
uit: Als het maar een vacht heeft (2019)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Henny Vrienten • Zonder mij

Uit De een is de ander niet. Leven in liedjes, een bundeling van zo’n zeventig liedteksten van Henny Vrienten.

Zonder mij
voor Hugo Claus

Het mooiste is de stilte tussen
wat is geweest en wat moet komen
het mooist de herinnering
die je vindt terwijl je niet zoekt
’t allermooist is de weg van de
tweesprong die je nooit hebt genomen
toch maakt het geen verschil
ja, dit is wat ik wil Lees verder >>

Gedicht: Peter van Lier • Elvis’ kleurenleer

Uit Af(breken) op(ruimen) in(pakken), de nieuwe bundel van Peter van Lier.

Elvis’ kleurenleer

Terugkomen (in zwart) en dan
met
ten onder gaan (in stijl) op tournee: vol
versprekingen, lachers op de hand.
Tussendoor
denken aan (lekker landelijk) eten achter gesloten luiken:
veel spek sloopte
mij

naar wens. Langzaam
bergafwaarts
gaan keek toe: hoe een relatie eindigde schittert nog
na, ziektes en ongemak (in sneeuwwit pak).
Immer
soepele heupen
(sterke bouw) spraken de wereldbevolking
toe: Lees verder >>

Gedicht: Daniël Vis • de gestalte op dat schilderij van munch

Uit Het weefsel, de nieuwe bundel van Daniël Vis.



de gestalte
op dat schilderij van munch –

de opengesperde mond –

schreeuwt niet,
maar legt de handen tegen het hoofd

om de schreeuw niet te horen.

                  de angst,

                   een fundamentele
                   gebeurtenis –

dat ik er ben –

            en opnieuw
ontstaan

de draden die het gekopieerde dna
in de zich delende cel verdelen –

een techniek
van het aanwezig blijven.

              wat kan:

relaties
in evenwicht,

een begrensd gebied.

de hand die zich
          sluit,

we zeggen:

       een eenvoudige
       beweging –

iets vast te pakken.


Daniël Vis (1988)
uit: Het weefsel (2020)

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Jabik Veenbaas • Perspectief & Mindfulness

Uit Soms kijkt de aarde me aan, de nieuwe bundel van dichter-filosoof Jabik Veenbaas.

perspectief

de schilders weten het
alles is altijd anders
het is geen gezicht
maar een reservoir van licht
het is geen raam
maar een oorsprong van eeuwigheid
verroeste emmers zijn pareloesters
woonhuizen vissenbekken
dieren en naakte vrouwen daarentegen heilig
zij rusten ’s avonds gemoedelijk
in de warme stal van je bloed
ook heeft de week elf dagen
en dat is geen feit
maar alleen als je kijkt

Lees verder >>

Gedicht: Saskia de Jong • hot! hot! hot! hittegolf

in Het jaagpad op en af, de nieuwe bundel van Saskia de Jong.

hot! hot! hot! hittegolf

een zekere zon glom buiten zijn grenzen
pupillen kieperen het licht naar binnen
ingezwachteld mijn volksmond
eet een zoutje wat weerhoudt je
van de vertering van de violente vragen

(er eentje opborrelen)
welk gat de diepte draagt

(waar twee al overkoken heet)
als slaap het voorvocht van de dood is

Lees verder >>

Pas verschenen: Dutch is Beautiful: Fifty Years of Dutch and Flemish Studies at the University of Michigan

“Dutch is Beautiful” tells the story of the fifty years of Dutch and Flemish Studies at the University of Michigan in Ann Arbor, Michigan, USA. It is an account of the efforts to promote Dutch and Flemish culture and language, as well as a description of how the teaching of Dutch language, literature, history and culture can be a tool to look at a world of diverse identities. It also offers a comprehensive overview of the beginnings of a successful program that included Dutch writers-in-residence, visiting Netherlands professors, cultural and educational events, arts, music, films, conferences and publications.

Lees verder >>

Jong in de jaren zestig: de muziek van Frans Kellendonk

Bij Uitgeverij Querido is het boek Jong in de jaren zestig. De muziek van Frans Kellendonk van Jaap Goedegebuure verschenen. Tussen zijn vijftiende en twintigste droomde Frans Kellendonk (1951-1990), naderhand uitgegroeid tot een van de belangrijkste schrijvers van zijn generatie, niet alleen van literaire roem, hij ambieerde ook een carrière als singer-songwriter. Hij schreef tientallen liedjes, zijn vriend Leonard de Vos maakte er de muziek bij.

Lees verder >>

Gedicht: Joost Zwagerman • Meester

Uit Verzamelde gedichten van Joost Zwagerman.

Meester

Meester stelt in de klas een vraag.

Jij bent niet in die klas,
Jij moet wachten op de gang.

‘Wanneer is iets kunst?’
De kinderen schrijven een antwoord op.
Tom/Kick: Als het mooi is.
Max: Als het zomer is.
Bodhi: Als het een beetje cool is.
Ebba: Als je in een museum bent.
Jules: Als het licht geeft.
Selma: Als je je best hebt gedaan.
Quirijn/Kesso: Als iets glimt. Lees verder >>