Categorie: pas verschenen

Nieuw nummer ‘Spiegel der Letteren’ verschenen

Jaargang 61, 2019, nummer 3


Artikelen

Lars Bernaerts en Siebe Bluijs, ‘Waar hoort het hoorspel? Over de plaats van het Nederlandstalige hoorspel in oeuvres, poëtica’s en literatuurgeschiedenis’

Hans van Stralen, ‘Huize Warmond. Over de rol van het huis in de poëzie van Ellen Warmond’

In margine

Mike Kestemont en Folgert Karsdorp, ‘Het Atlantis van de Middelnederlandse ridderepiek. Een schatting van het tekstverlies met methodes uit de ecodiversiteit’

Boekbeoordelingen

An Faems over Cornelis van der Haven en Jürgen Pieters (red.), Lyric Address in Dutch Literature, 1250-1800

Kris Steyaert over Lucien Custers, Alleen in de wervelende wereld. Het leven van Johan Andreas dèr Mouw en over Johan Andreas dèr Mouw (Adwaita), Mijn taalorkest. Een ruime keuze uit ‘Brahman’

Hans Anten over Annemiek Recourt, Moralist van de ontrouw. Jan Greshoff (1888-1971)

Fabian R.W. Stolk over Ryanne Keltjens, Boekenvrienden. Bemiddelende kritiek in Nederlandse publiekstijdschriften in het interbellum

Sandra van Voorst over Nico Laan, Medemakers. Sociologie van literatuur en andere kunsten

Zie voor meer informatie Spiegel der Letteren

Gedicht: Alfred Schaffer • Wat ooit gruwelijk was is één grote grap

Uit Wie was ik, ondertitel strafregels, de nieuwe bundel van Alfred Schaffer.

Wat ooit gruwelijk was is één grote grap

rennend de cassaveheuvel af.
in het begoochelende laatste beetje licht.

met mijn toverstok van hout waarmee ik joelend
klein gevogelte de stuipen op het lijf jaag.

suikerdiefjes kieviten en musduiven.
een tumultueuze kluwen die hysterisch op de vlucht slaat
voor mijn eenpersoonsmilitie. Lees verder >>

Pas verschenen: Acta Neerlandica 15 over schrijvende diplomaten

Onlangs verscheen het nieuwe nummer van Acta Neerlandica. Bijdragen tot de Neerlandistiek van de afdeling Nederlands van de Universiteit van Debrecen (in Hongarije) geheel gewijd aan diplomatenschrijvers en schrijvende diplomaten. Behalve artikelen over onder meer Hieronymus Balbus, László Teleki, Albert Helman en F. Springer bevat het nummer ook interviews met Ferenc Postma, Judit Gera en Michiel van Kempen. Het nummer kan hier gratis worden geraadpleegd als pdf.

Te verschijnen: nieuw Ballustrada-nummer met bijdrage over Johan Sonneville

Door Andreas Van Rompaey

In 2017 stond ik in voor de ontsluiting van het archief van schrijver-uitgever Johan Sonneville. Deze vergeten figuur, die nochtans heeft bijgedragen aan de vernieuwing van het literaire veld in de jaren zestig en zeventig, heb ik via publicaties opnieuw onder de aandacht willen brengen. Een schets van zijn leven is terug te vinden in het laatste nummer van Tijdschrift voor Biografie. Zijn journalistieke en literaire werk staat centraal in de aan Brugs Ommeland, Zuurvrij en het VWS-jaarboek geleverde bijdragen. Over de relatie die hij als uitgever onderhield met tijdelijke bondgenoten als Jan Emiel Daele, Frans Depeuter en Marcel van Maele, handelen de in Gierik en Heibel gepubliceerde stukken. Artikels waarin aandacht wordt geschonken aan enkele door hem uitgegeven werken, treffen lezers aan in Ambrozijn en Streven. Bij dit laatste sluit ook het in Ballustrada te verschijnen essay over de eenakterbundel Tien na een aan. Geïnteresseerden kunnen het nieuwste nummer van het Zeeuwse tijdschrift bestellen door te mailen naar André van der Veeke (avdveeke@zeelandnet.nl).

Lees verder >>

Gedicht: Rinske Kegel • Doodsbeenderenboom

Uit Als het maar een vacht heeft, de debuutbundel van Rinske Kegel.

Doodsbeenderenboom

We waren er allemaal behalve hij en iedereen
zei hetzelfde en niemand wilde het horen en mijn neefje
wilde slagroom op de chocomel maar dat hadden ze niet
en hij bleef lang boos en eigenlijk waren we allemaal boos.
Boos op de koning en boos op de lakeien
ook al kregen we extra koekjes en vlogen buiten de bijen af en aan
als kleine traumahelikopters.
Onder een van de bomen in het park waar we net gewandeld hadden
lagen grote zwarte peulen, binnenin de peulen rammelde het.


Rinske Kegel (1973)
uit: Als het maar een vacht heeft (2019)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Henny Vrienten • Zonder mij

Uit De een is de ander niet. Leven in liedjes, een bundeling van zo’n zeventig liedteksten van Henny Vrienten.

Zonder mij
voor Hugo Claus

Het mooiste is de stilte tussen
wat is geweest en wat moet komen
het mooist de herinnering
die je vindt terwijl je niet zoekt
’t allermooist is de weg van de
tweesprong die je nooit hebt genomen
toch maakt het geen verschil
ja, dit is wat ik wil Lees verder >>

Gedicht: Peter van Lier • Elvis’ kleurenleer

Uit Af(breken) op(ruimen) in(pakken), de nieuwe bundel van Peter van Lier.

Elvis’ kleurenleer

Terugkomen (in zwart) en dan
met
ten onder gaan (in stijl) op tournee: vol
versprekingen, lachers op de hand.
Tussendoor
denken aan (lekker landelijk) eten achter gesloten luiken:
veel spek sloopte
mij

naar wens. Langzaam
bergafwaarts
gaan keek toe: hoe een relatie eindigde schittert nog
na, ziektes en ongemak (in sneeuwwit pak).
Immer
soepele heupen
(sterke bouw) spraken de wereldbevolking
toe: Lees verder >>

Gedicht: Daniël Vis • de gestalte op dat schilderij van munch

Uit Het weefsel, de nieuwe bundel van Daniël Vis.



de gestalte
op dat schilderij van munch –

de opengesperde mond –

schreeuwt niet,
maar legt de handen tegen het hoofd

om de schreeuw niet te horen.

                  de angst,

                   een fundamentele
                   gebeurtenis –

dat ik er ben –

            en opnieuw
ontstaan

de draden die het gekopieerde dna
in de zich delende cel verdelen –

een techniek
van het aanwezig blijven.

              wat kan:

relaties
in evenwicht,

een begrensd gebied.

de hand die zich
          sluit,

we zeggen:

       een eenvoudige
       beweging –

iets vast te pakken.


Daniël Vis (1988)
uit: Het weefsel (2020)

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Jabik Veenbaas • Perspectief & Mindfulness

Uit Soms kijkt de aarde me aan, de nieuwe bundel van dichter-filosoof Jabik Veenbaas.

perspectief

de schilders weten het
alles is altijd anders
het is geen gezicht
maar een reservoir van licht
het is geen raam
maar een oorsprong van eeuwigheid
verroeste emmers zijn pareloesters
woonhuizen vissenbekken
dieren en naakte vrouwen daarentegen heilig
zij rusten ’s avonds gemoedelijk
in de warme stal van je bloed
ook heeft de week elf dagen
en dat is geen feit
maar alleen als je kijkt

Lees verder >>

Gedicht: Saskia de Jong • hot! hot! hot! hittegolf

in Het jaagpad op en af, de nieuwe bundel van Saskia de Jong.

hot! hot! hot! hittegolf

een zekere zon glom buiten zijn grenzen
pupillen kieperen het licht naar binnen
ingezwachteld mijn volksmond
eet een zoutje wat weerhoudt je
van de vertering van de violente vragen

(er eentje opborrelen)
welk gat de diepte draagt

(waar twee al overkoken heet)
als slaap het voorvocht van de dood is

Lees verder >>

Pas verschenen: Dutch is Beautiful: Fifty Years of Dutch and Flemish Studies at the University of Michigan

“Dutch is Beautiful” tells the story of the fifty years of Dutch and Flemish Studies at the University of Michigan in Ann Arbor, Michigan, USA. It is an account of the efforts to promote Dutch and Flemish culture and language, as well as a description of how the teaching of Dutch language, literature, history and culture can be a tool to look at a world of diverse identities. It also offers a comprehensive overview of the beginnings of a successful program that included Dutch writers-in-residence, visiting Netherlands professors, cultural and educational events, arts, music, films, conferences and publications.

Lees verder >>

Jong in de jaren zestig: de muziek van Frans Kellendonk

Bij Uitgeverij Querido is het boek Jong in de jaren zestig. De muziek van Frans Kellendonk van Jaap Goedegebuure verschenen. Tussen zijn vijftiende en twintigste droomde Frans Kellendonk (1951-1990), naderhand uitgegroeid tot een van de belangrijkste schrijvers van zijn generatie, niet alleen van literaire roem, hij ambieerde ook een carrière als singer-songwriter. Hij schreef tientallen liedjes, zijn vriend Leonard de Vos maakte er de muziek bij.

Lees verder >>

Gedicht: Joost Zwagerman • Meester

Uit Verzamelde gedichten van Joost Zwagerman.

Meester

Meester stelt in de klas een vraag.

Jij bent niet in die klas,
Jij moet wachten op de gang.

‘Wanneer is iets kunst?’
De kinderen schrijven een antwoord op.
Tom/Kick: Als het mooi is.
Max: Als het zomer is.
Bodhi: Als het een beetje cool is.
Ebba: Als je in een museum bent.
Jules: Als het licht geeft.
Selma: Als je je best hebt gedaan.
Quirijn/Kesso: Als iets glimt. Lees verder >>

Gedicht: Annemarie Estor • Maatschappelijk debat

Uit Rebelse sonnetten, een gelegenheidsbloemlezing van dichters van Wereldbibliotheek en Nieuw Amsterdam.

Maatschappelijk debat

Iemand spreekt.
Iemand reageert en iemand affirmeert.
Iemand adviseert en iemand anders alarmeert.
Weer een ander preekt.

Weer een iemand wijst en afficheert.
Men agendeert en grijpt een goede microfoon.
Meestal discussieert men asynchroon.
Op de beeldbuis wordt wat hooggeleerd. Lees verder >>

Gedicht: Erik Jan Harmens en Ilja Leonard Pfeijffer • Dertigste duet

‘Dertigste duet’ is de laatste van dertig samenzangen uit de bundel Duetten van Erik Jan Harmens en Ilja Leonard Pfeijffer, die onlangs opnieuw werd uitgegeven (en hier voorgelezen).

Dertigste duet

ILP
Ik was uit bed gevallen en ben naar de toren
getogen om te zien wat lange mensen horen.
Mijn haren hingen van de trans. Mijn keel was schor
van het herhalen van mijn eigen naam. Gemor
van voetvolk wilde ik graag met applaus verwarren.
Decor werd afgebroken en op grote karren
geladen. Helderheid brak door het wolkendek.
Ik somde tijden op van aankomst en vertrek.

EJH
het geluid koud als bevroren moet aan iemand met een
lichaamstemperatuur van tussen de 35,5 en 37,8 graden
toebehoren
ik ben koppie onder want nat
voel druk op beide oren
het brummen van de beul zwelt aan als een pappadum
herken mijn naam tussen de h-s en g-s als nier- tussen boterbonen

Lees verder >>

Gedicht: Laurine Verweijen • Meisje


‘Meisje’ staat in Gasthuis, de debuutbundel van Laurine Verweijen. Ze kreeg er in 2018 de tweede prijs voor in de Turing-wedstrijd.

Meisje

Een meisje komt erachter dat haar bewegingen bestaan.
dat als zij haar knie buigt, er een buigende knie in de wereld is

dat haar uitgestoken hand wordt gesignaleerd, aanvaard.

Hiermee wordt het meisje vrouw. Ze haalt een extra lapje
vlees in huis en begint te koken. Iemand schuift aan

Lees verder >>

Gedicht: Meity Völke • Knopen

Uit Aan het licht, de debuutundel van Meity Völke (vorig jaar winnares van de Turing-prijs).

Knopen

Een verzoenen is het niet, nee. Misschien
een accepteren, een erkennen dat ik weet
dat ook de zachtste mond twee hoeken heeft
maar wegen doet het niets. Ik leg piepschuim
in de schaal, kam met een zilveren vork
mijn haar, knip de knopen weg en eenmaal
op de grond vallen ze moeiteloos uit elkaar.

Lees verder >>

Gedicht: Paul Demets • Zoönose

Uit De hazenklager, de nieuwe bundel van Paul Demets: “Ik pleit erin voor een nieuwe omgang met de natuur en met de dieren, omdat we anders riskeren om met nog meer virussen geconfronteerd te worden. Een cyclus uit de bundel heet ‘Zoönose’. Covid-19 is een zoönose, een ziekte overgedragen van dier op mens. We gedragen ons veel te hoogmoedig tegenover de dieren en de natuur.”

Zoönose 2

Ik kijk naar je rug, de kano, het water. Hoe alles
beweegt. Een blauwe schijn hangt op je schouders.

Je lijkt hem met de spaan uit het water te halen.
Je blauw zuigt de oevers op. Hoor je hoe dichtbij

de dieren zijn, vraag je. Ze zuchten. Ze kauwen,
volgen onze slagen, herkauwen, grazen.

Lees verder >>

Gedicht: Kreek Daey Ouwens • De hemel boven de dikke man

Uit Echo Echo, de nieuwe bundel van Kreek Daey Ouwens

De hemel boven de dikke man is dezelfde
hemel als die boven de zee.
De dikke man zegt: Rechts. Rechts. Rechts.
Hij steekt zijn hand op.
Hij steekt zijn hand op boven zijn land.
Melania heeft een dichtgestopte mond.
Aan haar hand fonkelt een ring.
De schoenen van de dikke man marcheren
tussen het fonkelen over de stenen.
Melania kijkt naar de zee.
Ze ziet de lijken drijven in de zee.
Melania kijkt net zo lang naar de zee tot
die ijs ijskoud wordt.
De dikke man pakt haar hand.
Melania voelt zichzelf aan die hand.
Melania voelt zichzelf helemaal alleen aan
die hand.
Melania voelt zichzelf alleen aan die hand
op de televisie staan.

Kreek Daey Ouwens (1942)
uit: Echo Echo (2020)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Annelie David • dauwdruppels

Uit Schokbos, de nieuwe bundel van Annelie David.

dauwdruppels glazuren sterren- sikkel- spademos ‘groeit overvloedig in vochtige
bossen’ lees ik in lachesis lapponica: ‘sami snijden uit de zode een stuk zo groot
als zij willen voor bed en beddensprei’ het mos liet het toe ik herinner mij
kinderen hurkend onder een kastanjeboom peuteren met keukenmessen uit de
spleten tussen kinderkopjes muisjesmossen (begrijpen niets nog van de afkeer
tegen deze taaie zeer zachte landplantjes) delen wij niet een- en dezelfde wereld
vraag ik mij af als ik verder loop dagenlang met plukken mos in het zware paar
laarzen ferm doorstap alsof ik hier eerder was mijn vermoeide leden liet rusten
onder deze bomen toen ze nog groenden kijk ik nu naar de hemel hand boven
de ogen zie wolken mijlenver voortdrijven en beelden van terugkerende wan-
delingen een van een paar dagen geleden: een vlakte met zwavelgroene plekken
als schimmel op zure melk ben er gelopen en gelopen zoals zij: reekoe en feeën-
vogels door een kreek gewaad hellingen op dalen in op zoek naar voedsel drukt
zij haar snuit in stugge sponsachtige toeven draait deze bloedeloze longen om
vreemd verlept verbrokkelen duizend kleine mondjes droog

Annelie David (1959)
uit: Schokbos (2020)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Vakinhoudelijke impulsen voor het schoolvak Nederlands

(Persbericht Boom)

Het schoolvak Nederlands saai en oninteressant? Het nieuwe handboek KERN Nederlands taal & cultuur laat zien dat onze taal zoveel méér is dan het eindeloos trainen van steeds dezelfde trucjes en deelvaardigheden voor het eindexamen. Waarom schreven middeleeuwers in ‘chattaal’? Is taal aangeboren of aangeleerd? Waarin verschilt een roman van Reve van het Burgerlijk Wetboek van Strafrecht? En waarom is het eigenlijk logisch dat we soms dt-fouten maken? In KERN Nederlands taal & cultuur komen deze en meer onderwerpen uit de neerlandistiek uitgebreid aan bod. 

Lees verder >>

Een goudmijn in de Kunstberg

Door Ton Harmsen

Het is de droom van iedere onderzoeker: spectaculair materiaal vinden dat nog door niemand bekeken is. Wat de zeventiende-eeuwse Nederlandse letterkunde aangaat is dat niet eens zo moeilijk, maar als je een hele stapel toneelstukken vindt die nergens beschreven zijn is dat toch een groot feest.

Onlangs verscheen in de Koninklijke Bibliotheek Brussel, op de Kunstberg, de jongste aflevering van In monte artium. Dat tijdschrift, een schat aan artikelen over het rijke bezit van de Bibliothèque Royale de Bruxelles, is te koop bij Uitgeverij Brepols en in de winkel van de KBB, en bovendien stelt Brepols het via het internet in pdf-vorm aan iedereen kosteloos beschikbaar. Het veelzijdige jongste nummer staat vol met lezenswaardige artikelen; Michiel Verweij bespreekt vijftiende-eeuwse privécollecties die in de KB-Brussel terecht zijn gekomen, vanuit de vraag of zij nog laat-middeleeuws of reeds vroeg-humanistisch zijn. Voor neerlandici bijzonder relevant is de beschouwing van Johanna Ferket en Bram Caers over de toneelmanuscripten in de KB-Brussel. Ferket (Universiteit Antwerpen) is specialist op het gebied van toneelliteratuur, zij publiceerde onder andere over maatschappijkritiek in zeventiende-eeuwse kluchten. Caers (Universiteit Leiden) is codicoloog, hij doet onderzoek naar zestiende-eeuwse manuscripten over politieke gebeurtenissen.

Lees verder >>

Nieuw licht op Harry Mulisch’ schrijverschap in bundel studenten Redacteur/editor

Door Everdien Rietstap

‘Wat ik maak, dat ben ik’, zei Harry Mulisch eens. ‘Maken’ was voor hem een breed begrip: ook bij de rest van het uitgeefproces was de schrijver nauw betrokken. Zo redigeerde Mulisch steevast zijn eigen teksten, ontwierp soms zijn eigen omslagen en overlegde intensief met zijn redacteur over de flaptekst. Tien jaar na zijn dood brengen de auteurs in de bundel ‘Wat ik maak, dat ben ik’ de creatie van elf van zijn werken tot leven. Zij hebben hiervoor dankbaar gebruikgemaakt van het archiefmateriaal uit Mulisch’ literaire nalatenschap dat in het bezit is van het Literatuurmuseum en voor dit onderzoek tijdelijk werd ondergebracht in het Allard Pierson. 

Lees verder >>