Categorie: Neerlandistiek voor de klas

De vloek van de Volkskrant

Door Marc van Oostendorp

aak heb ik me afgevraagd wat het toch is met de Volkskrant: het lijkt alsof je in die krant nooit iets mag publiceren als je niet minstens een paar keer de plank volledig misslaat. Al sinds een jaar of acht houd ik op deze site een speciale tag bij voor de keren dat ik zoiets onder ogen krijg. Voor geen enkele krant is het mogelijk om zo’n systematisch overzicht van missers te maken: het is alsof men taal en taalwetenschap bij de redactie van de Volkskrant háát.

Het zoemt ook door alle katernen. Het wetenschapskatern schrijft zelden of nooit iets dat zelfs maar redelijk is over het prachtige onderzoek dat in Nederland of elders gebeurt. Boeken over taal worden vooral gerecenseerd op de vraag of ze wel streng genoeg zijn tegen taalfouten. En columnisten trekken altijd liefst zonder enige kennis van zaken van leer.

Deze week was het de beurt aan Aleid Truijens om tekeer te gaan tegen de plannen van Curriculum.nu, het grootschalige, door de overheid geïnitieerde project waarin leraren een toekomst schetsen voor het onderwijs op de basisschool en de middelbare school. Om redenen die Truijens niet nader toelicht spitst ze haar kritiek toe op het vak Nederlands, zo’n beetje het enige vak waarover nu juist geen trammelant is tussen de betrokkenen van Curriculum.nu.

Lees verder >>

Onderwerp en persoonsvorm als ANWB-echtpaar: een pleit voor meer narratieven in het grammaticaonderwijs

Door Henk Wolf

Leerlingen die goed zijn in ontleden, zijn niet altijd goed in ontleden. Zeker, ze kunnen een hoog cijfer verdienen door zorgvuldig geselecteerde woorden en zinsdelen in speciaal geconstrueerde zinnetjes juist te benoemen. Maar vaak snappen ze niet wat er nou eigenlijk in een zin gebeurt.

Het probleem

Een kleine illustratie: ooit vroeg ik een groep eerstejaarsstudenten Nederlands tijdens hun eerste studiedag om me te vertellen wat een lijdend voorwerp was en een meewerkend voorwerp en een voorzetselvoorwerp. Op die vragen kwamen antwoorden die getuigden van een goed geheugen, maar niemand wist me een antwoord te geven op de vraag wat nou eigenlijk een voorwerp was – zonder iets van lijdend of meewerkend ervoor. Of een bepaling. Het is alsof ze een herdershond en een keeshond kunnen onderscheiden, maar geen idee hebben dat er een zoiets als een hond bestaat.

Lees verder >>

Instagrampoëzie in de klas

In het nieuwe nummer van Levende Talen Magazine schreven Jeroen Dera (Radboud Universiteit) en Kila van der Starre (Universiteit Utrecht) een artikel over het gebruik van Instagrampoëzie in het voortgezet onderwijs.

Ze betogen dat deze vorm van poëzie vanwege de aansluiting bij de leefwereld van jongeren bijzondere handvatten biedt om poëzie centraal te stellen in de klas. Aan de hand van het zogenaamde RES-model van Nicholas Mazza lichten ze vervolgens een didactiek toe waarmee dit soort gedichten in het onderwijs betekenisvol gebruikt kunnen worden.

Dera en Van der Starre onderstrepen met hun bijdrage een recente trend in de neerlandistiek, namelijk die waarin universitaire onderzoekers hun onderzoeksinteresses uitdrukkelijk vertalen naar het voortgezet onderwijs. Klik hier om hun artikel te lezen.

Van test naar tekst

Door Roland de Bonth

Wetenschappelijk onderzoek laat zich – als zovele andere zaken – goed vergelijken met een ijsberg. Alleen het topje –  een artikel of boek – is zichtbaar, terwijl het grootste gedeelte ervan aan het zicht onttrokken is – het proces van oriënteren & vaststellen, zoeken & plannen, selecteren, meten & verzamelen en verwerken (zie hier voor een zesstappenplan onderzoek doen).

Studenten in het hoger onderwijs leren tijdens hun bachelor en master geleidelijk aan hoe zij (wetenschappelijk) onderzoek moeten doen, maar leerlingen in het voortgezet onderwijs komen daarmee slechts mondjesmaat in aanraking, in het ongunstigste geval alleen bij het schrijven van een profielwerkstuk.

Lees verder >>

Amsterdam, 3 juni 2019: avond over SchrijfAkademie

Op maandag 3 juni organiseert de Akademie van Kunsten van de KNAW een informatie- en discussieavond over de inrichting van een SchrijfAkademie voor middelbare scholieren. Iedereen die hierover als docent, leerlingen, beleidsmaker of schrijver mee wil denken, is van harte welkom. Meer informatie is te vinden op de website van de Akademie.

Oefenen in stijl

Door Roland de Bonth

Frans Hals en de Modernen. Zo heette de tentoonstelling die van 13 oktober 2018 tot en met 24 februari 2019 te zien was in het Frans Halsmuseum in Haarlem. Honderden kunstenaars, onder wie beroemde schilders als Gustave Courbet, Claude Monet en Eduard Manet, brachten aan het eind van de negentiende eeuw een bezoek aan het in 1862 geopende museum, toen nog gevestigd in het stadhuis. Op de daar opgestelde schildersezels waren de Modernen bezig om de bewonderde Hollandse Meester te kopiëren. Max Liebermann kon met recht de grootste Hals-fan uit die tijd worden genoemd. De Duitse impressionist bezocht ten minste vijf keer het museum en vervaardigde meer dan dertig kopieën van Hals’ werken. Zo hoopte Liebermann zich de losse schilderstijl van zijn zeventiende-eeuwse voorganger eigen te maken. 

Niet alleen schilders oefenen zich in het kopiëren van voorbeelden, ook van schrijvers is bekend dat zij teksten van beroemde voorgangers overschreven om zich zo de stijl van een literator eigen te maken. Anderen deden dat door teksten uit het hoofd te leren, zoals de beroemdste ex-leraar Duits van Nederland: O. den Beste. Zelfs meer dan 33 jaar nadat hij die van buiten had geleerd, wist hij de volledige tekst van Simon Carmiggelts Kronkel ‘De Voordrachtskunstenaar’ in rap tempo voor te dragen. En dat was zeker niet de enige Kronkel die hij in het geheugen geprent had. Naar eigen zeggen had hij er in 1951 zo’n vijftig gememoriseerd.

Lees verder >>

Complexe emoties – het centraal examen vwo-Nederlands moet vanaf nu echt anders

Door Anneke Neijt

De Juniorkennisbank leert ons wat complexe emoties zijn: “Sommige emoties leer je. Baby’s kunnen boos zijn, verdrietig of bang. Maar heb je wel eens een jaloerse baby gezien of een baby die zich schaamt? Spijt, jaloezie, schaamte, schuld, heimwee en medelijden zijn ingewikkelde emoties. Wetenschappers noemen het complexe emoties.” Xandra Schutte gebruikt complexe emoties terloops in een van haar teksten (2016), en ze geeft er een andere betekenis aan. De makers van het vwo-examen van 2019 kozen haar tekst, pasten hem aan, en gaven aan complexe emoties een prominente plaats. Dat zat me dwars toen ik het examen van 2019 maakte. Voortdurend kwelde me de vraag wat er bedoeld wordt met complexe emoties. Gelukkig maar dat ik de kennisbank niet mocht raadplegen tijdens het maken van het examen, want in Schuttes tekst gaat het niet om emoties zoals jaloezie, maar betekent het zoiets als gemengde gevoelens of genuanceerd denken.

Sinds jaar en dag ligt het centraal examen vwo-Nederlands onder vuur. Steeds redenen voor ontevredenheid, en dit keer kunnen ze geïllustreerd worden aan de hand van de vragen bij Schuttes tekst en de aanpassingen die in die tekst zijn aangebracht. 

Lees verder >>

Ander literatuuronderwijs vergt tijd

Door Aukje van Hout

Afgelopen weekeind schreef Coen Peppelenbos voor Tzum over het conceptvoorstel van curriculum.nu voor het schoolvak Nederlands (tevens gepubliceerd op Neerlandistiek). Dat conceptvoorstel presenteert de plannen die Curriculum.nu heeft om het vak van basisschool tot en met het vwo te herzien. Er wordt daarin stevig ingezet op het gebied van literatuuronderwijs. Nu is daar volgens mij niets mis mee: ik ben een van die docenten Nederlands die literatuuronderwijs zeer belangrijk vinden. Een pleidooi voor meer literatuur in het onderwijs wil ik dan ook enkel toejuichen. In het conceptplan wordt o.a. een voorstel gedaan voor een ruimere opvatting van literatuur, een voorstel dat ik graag onderschrijf. Het impliceren van vertaalde wereldliteratuur (bij voorkeur in vergelijking met de Nederlandse literatuur) en literaire non-fictie in het literatuuronderwijs lijkt me een uitstekend idee. Maar ik sluit me verder aan bij Peppelenbos’ stelling dat veel van de aanbevelingen van curriculum.nu – nota bene opgericht om het schoolvak Nederlands te vernieuwen – nogal achterhaald zijn. Met name als het gaat om de nadruk die wordt gelegd op literaire procedés uit de structuralistische analyse, die – in de woorden van Peppelenbos – ‘al zo’n vijftig jaar het literatuuronderwijs kapot hebben gemaakt’. Voor de bovenbouw worden slechts ‘aanbevelingen’ gedaan, waaronder het verplicht stellen van achttien titels voor de literatuurlijst. Opvallend genoeg staat drie zinnen daarvoor dat leesmotivatie ook een speerpunt moet zijn. Die twee aanbevelingen bijten elkaar mijns inziens. 

Lees verder >>

Pas verschenen: Lectori salutem. Afscheidsbundel voor Theo Witte

Ruim een jaar geleden nam Theo Witte afscheid met een optimistisch symposium over de veelbelovende toekomst van het literatuuronderwijs. De bijdragen van Erwin Mantingh, Barend van Heusden, Jasmijn Bloemert, André van Dijk, Witte zelf en het discussiepanel zijn gebundeld en uitgegeven door het Expertisecentrum Vakdidactiek Noord. Er zijn nog enkele exemplaren gratis verkrijgbaar die u hier kunt bestellen, maar u kunt ook via deze link de digitale versie van de bundel downloaden.

Terug bij AF

 Van neerlandicus tot ne(d)erlandist en weer terug.
 Wij waren sukkels, we werden weer sukkels  en dat zullen we weten!

Door Rien Rooker

Heeroma vertelt in zijn Sprekend als Nederlandist een vermakelijke anekdote over het ontstaan van de term van de disciplineaanduiding ‘neerlandicus’. Het woord is ontstaan omstreeks 1877 in kringen van Leidse studenten, als spotnaam voor een student-Nederlands. Waarom?

Bij klassieke, academische studies kreeg de beoefenaar van de diverse disciplines de uitgang -icus, dus: musicus, grammaticus,  historicus, classicus. Omstreeks 1830 nam de academische wereld met enige verbijstering kennis van de opkomst van nieuwe, enigszins potsierlijke nieuwe disciplines: de studie van moderne, vreemde talen. Daar moest de universitaire wereld zich grommend en wel bij neerleggen, maar je kon de beoefenaars van zo’n schertsvertoning natuurlijk niet op éen lijn zetten met die van door de geleerde traditie gecanoniseerde artes. Die kregen dus niet de deftige, Latijnse uitgang -icus, maar de wat volkstaalachtige-uitgang -ist, dus: germanist, romanist, anglist. Maar langzamerhand werden ook deze domme uitwassen in het universitaire leven verdragen, (wat niet hetzelfde is als: als gelijkwaardig geaccepteerd), en als keus toegelaten voor de kneusjes. Lees verder >>

Moeilijk door de moedertaal

Door Karen Van de Cruys 

In een vorig leven hield ik me bezig met contrastief taalkundig onderzoek. In mensentaal: ik vergeleek de grammatica van het Nederlands en het Russisch. In een zoektocht naar meer maatschappelijk engagement maakte ik enkele jaren geleden de overstap naar het secundair onderwijs. Mijn taalkundig hart maakt echter nog altijd hevige sprongetjes als ik merk dat anderen bruggen bouwen tussen abstract taalkundig onderzoek en maatschappelijk relevante thema’s. Vandaag wil ik jullie aandacht vestigen op de website Moedertaal in NT2, een website die de moeilijkheden van verschillende moedertaalsprekers in het Nederlands blootlegt.

Typische fouten

In mijn dagdagelijkse praktijk als taalleerkracht in een secundaire school in Antwerpen merk ik dat leerlingen met een meertalige achtergrond gelijksoortige fouten maken. Het betreft fouten die elke taalleerkracht zal herkennen: Lees verder >>

Max Havelaar, of de meningen van Nederlandse scholieren

Door Roland de Bonth

Hij maakt deel uit van de Canon van Nederland, is opgenomen in de Dynamische canon van de Nederlandstalige literatuur vanuit Vlaams perspectief, is verfilmd door Fons Rademakers,  is hertaald en bewerkt door Gijsbert van Es, is bewerkt en van context voorzien door Peter van Zonneveld, werd belaagd door zombies én kreeg een toesprakentoernooi. Inderdaad, Max Havelaar.

Maar ook zijn schepper ontbreekt het niet aan de nodige aandacht: Multatuli leende zijn naam aan een museum, een genootschap, een stadswandeling en een leesclub. Het afgelopen jaar prijkte hij zelfs op een van de drie kussens waar gasten van het populaire radio1-programma De Taalstaat hun voorkeur voor konden uitspreken.     

Het is dan ook niet voor niets dat Multatuli’s Max Havelaar alom beschouwd wordt als één van de belangrijkste werken van de Nederlands(talig)e letterkunde. En dat er in het voortgezet onderwijs bij de lessen literatuurgeschiedenis – én geschiedenis – aandacht wordt geschonken aan dit boek, is dan ook niet meer dan terecht. Lees verder >>

De Nederlandse taal kan een feest zijn

Door Karin Echten en Marc van Oostendorp

Wie had gedacht dat een jaarlijkse samenkomst in een gymzaal voor zoveel maatschappelijke onrust zou zorgen? Toch is die er inmiddels over het eindexamen Nederlands. Ieder jaar in mei staan de kranten vol over de eigenaardigheden van die door iedere eindexamenkandidaat af te leggen toets: dat je vooral trucjes moet toepassen om het examen goed te kunnen maken, dat ook goede scholieren het vak niet met een hoog cijfer kunnen afsluiten, dat intussen werkelijk nuttige kennis erbij inschiet.

De problemen gaan echter veel verder. De relatief geringe populariteit van het vak op veel scholen lijkt verband te houden met het feit dat het centraal eindexamen een onevenredig deel van het vak opeet, ten koste van inhoudelijke onderwerpen, zoals literatuur of werkelijke kennis van onze taal. Die geringe populariteit draagt er op haar beurt weer toe bij dat er minder studenten Nederlands zijn – ook daarover verschenen onlangs verontrustende berichten –, en dus dat er in de nabije toekomst nog minder gekwalificeerde docenten zijn. Zo is een slecht eindexamen een vliegwiel voor een steeds lagere status van het Nederlands. Lees verder >>

25 april 2019, Gent: Studieavond Het talenonderwijs in crisis?

De Vakgroep Vertalen, Tolken en Communicatie van de Universiteit Gent, de MULTIPLES-LL-onderzoeksgroep, uitgeverij Garant en Tijdschrift Over Taal nodigen u graag uit op de studieavond

Het talenonderwijs in crisis?

Donderdag 25 april 2019
Studieavond voor leerkrachten moderne talen in het secundair onderwijs
Waar? auditorium A108 (A-gebouw  Campus Mercator – eerste verdieping) – Abdisstraat 1 – 9000 Gent Lees verder >>

Een hartenkreet: stop de karikaturen!

Door Robert Chamalaun

Sinds de beslissing viel om de bacheloropleiding Nederlands aan de VU te sluiten, is een schier oneindige stroom aan artikelen op gang gekomen: op internet, in (online) vakbladen, maar ook in opiniekaternen van (landelijke) dagbladen. De strekking is veelal hetzelfde: het is een schande dat er minder mogelijkheden zijn om op universitair niveau Nederlands te studeren, een studie Nederlands is zo ontzettend boeiend, wat is er aan de hand dat aankomende studenten niet langer voor een studie Nederlands kiezen, en zo verder. Het ene artikel nog snediger en feller dan het andere.

Vrijwel al deze artikelen hebben nog iets met elkaar gemeen: het voortdurend wijzen naar het vak Nederlands op de middelbare school. Academici, schrijvers en publicisten schromen niet om steeds te fulmineren tegen de vermeende saaiheid van het vak. Het schoolvak zou saai zijn, enkel dienstbaar aan andere vakken, alleen gericht op die vermaledijde signaalwoorden en trucjes. Literatuur zou bovendien verbannen zijn naar de periferie. Af en toe wordt verwezen naar een enkele idealistisch gedreven docent, een paradijsvogel, die als een soort verdwaalde hobbyist probeert de liefde voor de taal bij leerlingen aan te wakkeren. Lees verder >>

Laatste bijeenkomst Nascholingsreeks Grote Vragen van het Nederlands

Op dinsdag 9 april vindt de vierde en laatste bijeenkomst van de UU-nascholingsreeks Grote vragen van het Nederlands plaats. Deze reeks is bedoeld als bedoeld als inspiratiebron en nascholing voor docenten Nederlands en voor leerlingen met een interesse voor taal en lezen. Op 9 april is het de beurt aan Marjo van Koppen en Sterre Leufkens, die spreken over het thema ‘De Nederlandse taal: chaos of toch niet?’ Er zijn nog plekken beschikbaar, dus meld je aan! Lees verder >>

Oote oote boe. Waarom het schoolvak-Nederlands zo sáááái gevonden wordt

Door Rien Rooker

De studentenaantallen-Neerlandistiek aan de universiteiten lopen dramatisch terug. Dat oogt   heel vreemd, want het aantal-afgestudeerden is volstrekt onvoldoende om de uitstroom van gepensioneerden op te vangen. Wie zijn doctoraal gedaan heeft, is vrijwel verzekerd van een baan. Voor die terugloop worden verschillende redenen opgegeven, maar éen ervan is, dat schoolverlaters het vak massaal als saai ervaren hebben. Wie gaat zichzelf nu kwellen door veertig jaar lang pubers te pesten met stomvervelende leerstof? Docenten-Nederlands zijn niet per definitie masochisten.

Wat mij het meest bevreemdt is dat ik me het vak-Nederlands uit mijn eigen middelbare schooltijd, (de jaren zestig), helemaal niet als saai herinner; nou ja, een dictee was saai, maar ik begreep ook wel dat het voor mijn verdere leven van belang was om over een goede spelvaardigheid te beschikken. Wat ik me van mijn zestiende bijvoorbeeld herinner, was die mooie meimaand met heerlijk weer en open ramen. De docent had een paar lessen uitgetrokken voor het voorlezen van Psyche. Dat kon hij zeer goed. Buiten zongen de vogeltjes en binnen de kortste keren droomde ik mee met Psyche en haar gevleugelde paard. Lees verder >>

Wat zijn de grote inzichten uit de neerlandistiek?

door Peter-Arno Coppen

Ik loop nu al bijna een jaar (sinds de zomer van 2018) met een vraag rond die heel erg voor de hand ligt, maar waar ik nog nooit een goed antwoord op heb gelezen. Het begon bij het tweede tussenproduct van curriculum.nu, dat het begrip grote opdrachten introduceerde. Dit was allemaal voorgeschreven door de centrale Curriculum.nu-organisatie, die had bepaald dat na een visie op het leergebied ook de grote opdrachten van het leergebied moesten worden geïdentificeerd. Wat zijn dat, grote opdrachten?

Lees verder >>

Neerlandistiek in het Boekenweekgeschenk

door Peter-Arno Coppen

[Spoiler alert: deze tekst bevat informatie over plotwendingen in het besproken werk]

Het staat op bladzijde 37 in het Boekenweekgeschenk Jas van belofte van Jan Siebelink. Er is sprake van een schrijver (Loet IJzertje, een verwijzing naar Louis Ferron), die in een Amsterdams café aan het Spui een vaste schare van vijf bewonderaars heeft (later in het boek consequent de garde genoemd). Wat blijkt? Op een na (die op het seminarie gezeten heeft) hebben zij ‘allen neerlandistiek gestudeerd.’

Dat is wat! Als je in een café een groepje van vijf mensen ziet staan is de kans bijzonder klein dat er vier neerlandici bij zitten. En al helemaal in Amsterdam, waar onlangs een van de opleidingen neerlandistiek is opgeheven. Dat moet wel een speciale betekenis hebben. En ik vrees dat die niet zo gunstig is.

Lees verder >>

Ten enenmale te allen tijde

Door Roland de Bonth

Vrijdagochtend heb ik een vast ritueel. Bij het openen van mijn inbox tref ik dan namelijk een mail aan van Beter Spellen met de mededeling dat de nieuwe test klaar staat. In een paar minuten tijd beantwoord ik dan twintig multiple choice-vragen over spelling.

Beter Spellen is een populaire website. Op de dag dat ik deze bijdrage schrijf, telt de site maar liefst 153.651 actieve gebruikers. En omdat Beter Spellen op 22 november 2018 voor de zevende keer op rij is uitgeroepen tot populairste educatieve website, hebben vast veel van die gebruikers hun stem daarop uitgebracht.

Dat is terecht, want Beter Spellen biedt de deelnemers een aantrekkelijke manier om zich de spellingregels en de spelling van moeilijke woorden eigen te maken. Iedereen kan op zijn eigen niveau meedoen. Je kunt kiezen uit niveau 1F (eind primair onderwijs), 2F (eind vmbo, eind mbo-2 en mbo-3) of 3F (eind havo, eind mbo-4). Dat er geen apart niveau 4F (eind vwo) is, lijkt op het eerste gezicht vreemd. Sla je het Referentiekader Taal en Rekenen er op na, dan wordt dat duidelijk. Bij het onderdeel spelling – op bladzijde 20 – kun je zien dat aan geen enkele van de vijf onderscheiden categorieën (alfabetisch, orthografisch, morfologisch, morfologisch met gebruikmaking van syntactische kennis en logografisch) niveau 4F is toegekend. Lees verder >>

28 maart 2019, Rotterdam: Dag van de Literatuur

Tijdens de Dag van de Literatuur in de Boekenweek op 28 maart komen ruim 4.500 havo/vwo-leerlingen uit de bovenbouw met hun docenten naar Rotterdam. Tijdens dit uitverkochte evenement gaan de jongeren met de auteurs in gesprek, genieten zij van voordrachten en volgen zij diverse workshops die in het teken staan van literatuur en andere verhalende kunst. De dag wordt om 10.00 uur geopend door de heer Said Kasmi, wethouder Onderwijs en Cultuur van Rotterdam. Lees verder >>

Word docent Nederlands!

Door Barbara de Vos
(docent Nederlands in ruste)

Beste Vibeke Roeper en al diegenen die zich de afgelopen periode in negatieve zin hebben uitgelaten over het vak Nederlands en het beroep van docent Nederlands op de middelbare school,

Van harte sluit ik me aan bij de oproep aan aanstaande studenten om neerlandistiek te gaan studeren, een degelijke, brede en interessante studie over een van de meest wezenlijke aspecten van het mens-zijn: de taal. En inderdaad met talloze beroepsmogelijkheden. Lees verder >>

Het schoolvak Nederlands heeft een vakgemeenschap nodig

Door Theo Witte

Ik sluit me van harte aan bij de oproep van Frank Willaert voor meer samenwerking en overleg binnen de neerlandistiek om op die manier het vak weer de plaats te geven die het verdient, en wil daar enkele concrete voorstellen aan toevoegen.

  1. Permanente ondersteuning van docenten in het onderwijs

Alle docenten Nederlands zouden zich bij de neerlandistiek thuis moeten kunnen voelen, de ‘alma mater’ van hun vak. De universitaire neerlandici zouden zich wel wat meer mogen realiseren dat de wortels van hun vak bij het curriculum en de docenten Nederlands in het voortgezet onderwijs liggen. Gedurende mijn loopbaan als vakdidacticus aan de Rijksuniversiteit Groningen heb ik veel docenten de lerarenopleiding zien verlaten met grote vakinhoudelijke en vakdidactische handicaps. Na hun opleiding moeten deze docenten zelf maar zien hoe ze deze lacunes opvullen. In de schoolpraktijk kampen ze met een hoge werkdruk en staan ze er vaak alleen voor met als gevolg dat ze zich vastklampen aan het schoolboek en zich snel aanpassen (of ontslag nemen). Dit is vermoedelijk een van de redenen dat veel docenten zich hebben afgewend van de neerlandistiek en vakdidactiek: wat heb je nog aan de universiteit of hogeschool als je voor de klas staat? Lees verder >>

‘Relevantie en opbrengsten’

Door Marc Kregting

Gestaag maakt De praktijk van de leeslijst me duidelijk dat ik in een parallel universum leef. Jeroen Dera concretiseert in dat rapport welke boeken Nederlandse middelbarescholieren in 2018 tot zich hebben genomen. En hoewel hij een slag om de arm houdt over de representativiteit van zijn 1886 deelnemers uit havo en vwo, is de proef volgens hem statistisch safe. Ik vertrouw op zijn kunde en ben dan van mijn melk.

Deze scholieren consumeren van alles, bewonderenswaardig divers. Op hun lijst, ondergebracht in een bijlage, staan 725 verschillende auteurs. Dera geeft daar het nodige commentaar bij: scheve verhoudingen tussen vrouwen en mannen, tussen westers en niet-westers, de onbekendheid met Vlaanderen. Maar hij zwijgt erover dat de keuze van de scholieren ongewild de spot drijft met wat jury’s, neerlandici en dies meer voor belangrijke boeken houden. Da’s uiteraard ook lollig. Lees verder >>

Framen voor beginners: de casus Neerlandistiek

door Peter-Arno Coppen

Welkom bij de cursus ‘Framen voor beginners’, waarin wij deze week bespreken hoe je een succesvolle opleiding door vakkundig framen om zeep kunt helpen. We nemen als voorbeeld de universitaire studie Neerlandistiek uit de vorige eeuw (elke gelijkenis met echt bestaande opleidingen is natuurlijk toeval). Die opleiding leunde op een aantal belangrijke voordelen: er zaten drie domeinen in (literatuur, taal en taalgebruik) waarin je kon specialiseren. Behalve de voor de hand liggende samenhang tussen deze drie was het voordeel dat je die specialisatie tot later in je studie kon uitstellen, tot het moment dat je op grond van een basiskennis in alle domeinen een goed beeld van je mogelijkheden had. Een ander belangrijk voordeel was dat de opleiding gekoppeld was aan een schoolvak. Hierdoor kon je al op school een indruk krijgen van de rijkdom van de opleiding, en er was een extra carrièreperspectief: na een studie Neerlandistiek had je behalve alle mogelijkheden van je gekozen specialisatie ook nog eens de mogelijkheid om zonder verdere inhoudelijke scholing leraar te worden. Daar had je alleen nog een beroepsopleiding voor nodig die je in een jaar kon afronden. Lees verder >>