Categorie: Neerlandistiek voor de klas

Framen voor beginners: de casus Neerlandistiek

door Peter-Arno Coppen

Welkom bij de cursus ‘Framen voor beginners’, waarin wij deze week bespreken hoe je een succesvolle opleiding door vakkundig framen om zeep kunt helpen. We nemen als voorbeeld de universitaire studie Neerlandistiek uit de vorige eeuw (elke gelijkenis met echt bestaande opleidingen is natuurlijk toeval). Die opleiding leunde op een aantal belangrijke voordelen: er zaten drie domeinen in (literatuur, taal en taalgebruik) waarin je kon specialiseren. Behalve de voor de hand liggende samenhang tussen deze drie was het voordeel dat je die specialisatie tot later in je studie kon uitstellen, tot het moment dat je op grond van een basiskennis in alle domeinen een goed beeld van je mogelijkheden had. Een ander belangrijk voordeel was dat de opleiding gekoppeld was aan een schoolvak. Hierdoor kon je al op school een indruk krijgen van de rijkdom van de opleiding, en er was een extra carrièreperspectief: na een studie Neerlandistiek had je behalve alle mogelijkheden van je gekozen specialisatie ook nog eens de mogelijkheid om zonder verdere inhoudelijke scholing leraar te worden. Daar had je alleen nog een beroepsopleiding voor nodig die je in een jaar kon afronden. Lees verder >>

Taalverandering (1978-2018)

Youri, Ricardo en Daan zitten in vwo 6 van het Keizer Karel College in Amstelveen. Voor hun profielwerkstuk onderzochten zij hoe de taal van nieuwslezers is veranderd in de afgelopen veertig jaar. Spreken de nieuwslezers van het NOS-journaal vandaag de dag nog hetzelfde als de nieuwslezers in de jaren zeventig?

Deze bevlogen scholieren namen contact op met Kristel Doreleijers van Profielwerkstuk Taalkunde en bezochten vervolgens het Meertens Instituut in Amsterdam, waar ze in gesprek gingen met historisch taalkundige prof. dr. Nicoline van der Sijs. Ze legden de belangrijkste bevindingen van het onderzoek op originele wijze vast in hun eigen mini-documentaire.

(Bekijk deze video op YouTube)

Deze video werd eerder gepubliceerd op ProfielwerkstukTaalkunde.nl

De verwetenschappelijking van het schoolvak Nederlands

Door Luck van Leeuwen en Julia Naaborg


Nu er volgens velen sprake lijkt te zijn van een crisis in de neerlandistiek, worden er van alle kanten oplossingen aangedragen om het tij te keren. Daarbij komt ook veelvuldig de problematiek omtrent het schoolvak Nederlands ter sprake: enerzijds is er veel discussie over de herinrichting van het vak, anderzijds is er een debat gaande over de opleiding van de leraren van de toekomst. Het literatuuronderwijs blijft als onderdeel van het curriculum niet buiten schot: al sinds Christiaan Weijts in 2016 in het NRC Multatuli’s Max Havelaar ‘een afgrijselijke monumentale baksteen’ noemde en de docent die de literaire canon wilde doceren op strafkamp stuurde, is de vraag wat we nu eigenlijk moeten doen met het literatuuronderwijs pregnanter dan ooit.

Centraal in de discussie over het literatuuronderwijs staat de kloof tussen wetenschap en praktijk. Er klinken steeds meer stemmen die ervoor pleiten deze te dichten. Dat is volgens ons een van de belangrijkste taken voor de hedendaagse neerlandistiek en wij staan hierin, zo blijkt, niet alleen: Jeroen Dera bijvoorbeeld pleitte in het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde voor meer academische aandacht voor het literatuuronderwijs. [1] Hij geeft terecht aan dat het aandeel vanuit de neerlandistiek zich vooral heeft geuit in bijdragen in kranten en op internetblogs. In zijn artikel doet Dera verslag van zijn onderzoek naar het leesgedrag van docenten Nederlands en probeert hij een beeld te krijgen van hun kennis omtrent de actualiteiten binnen het literaire veld. Lees verder >>

“Ionck bestaen, oud ghedaen”

Door Roland de Bonth

Het is niet eenvoudig historische letterkunde aan de man te brengen, laat staan aan leerlingen in het voortgezet onderwijs. Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom middelbare scholieren liever een hedendaagse roman dan een toneelstuk uit de Gouden Eeuw lezen. Een eerste belemmering vormt de taal. Oudere teksten zijn geschreven in een afwijkende spelling, er komen onbegrijpelijke woorden in voor, de naamvallen zijn nog in groten getale aanwezig en ook de zinsvolgorde wijkt af van de hedendaagse. Bleef het daar maar bij. Helaas is het voor een moderne puber niet eenvoudig zich te identificeren met historische personages en worden er situaties, gewoontes en gebruiken beschreven die wij tegenwoordig niet zonder meer begrijpen.

Juist daarom zijn veel docenten terughoudend – misschien zelfs wel huiverig – om historische letterkunde te behandelen in hun lessen. Het zou niet bij de belevingswereld van kinderen passen, het zou te moeilijk zijn, het is met het oog op vervolgopleidingen nuttiger om ze te leren schrijven, spreken en luisteren. Dus waarom dan Het Wederzyds Huwelijksbedrog van Pieter Langendijk lezen? Lees verder >>

Geleuter over de spelling en ’t ware bazuingeschal in de klas

Door Marc van Oostendorp

Niet alleen Bilderdijk was fel gekant tegen de door de overheid voorgeschreven  spelling, dat gold ook voor andere schrijvers. Het is verfrissend om die schrijvers te lezen in een tijd waarin iedereen lijkt te denken dat er natuurlijk een eenheidsspelling moet zijn.  Ik ben nu veel Multatuli aan het lezen en een paar dagen geleden vond ik dit:

Taal is heel wat anders dan ’t gevit op ’n letter meer of min, dan dat geleuter over de spelling. Taal is de ziel des mensen in klanken geopenbaard. Taal is ’t ware bazuingeschal (…) waarmede een geheel andere schepping dan die van Genesis uit het niet wordt te voorschyn geroepen. Taal?… lees de profeten, de zieners, de dichters. Hoor en tracht te verstaan wat ze zeggen, en vraag u zelf daarby af of zy zich bemoeiden met mannelyk, vrouwelyk of kort-stomp-scherp-lange speldezoekery!
(Multatuli, Causerieën)

Het laatste is misschien niet helemaal thuis te brengen voor de gemiddelde lezer, maar het gaat over de vraag of het verschil tussen bijvoorbeeld een enkele (leven) en een dubbele e (deelen) een basis heeft in de uitspraak. Lees verder >>

Leer geen trucjes, zing een ode

Door Marc van Oostendorp

Fijn van mens zijn is dat je niet alles zelf hoeft te bedenken. Dat we een manier hebben gevonden om onze gedachten met elkaar te delen. Geen andere diersoort lukt dat. Een hond kan misschien de gemoedstoestand van een kompaan aanvoelen, een bij kan uitleggen aan haar medebijen waar geurige bloemen staan, maar wat de mens kan – de ideeën van allerlei andere mensen aanhoren en die combineren tot een geheel nieuwe gedachte – dat kan geen ander dier. Alleen ons lukt dat, dankzij de taal.

Mensen hebben grotere hersenen zodat ieder mens op zich ook redelijk goed kan denken in vergelijking met andere dieren. Maar wat ons bijzonder maakt is dat onze gedachtewerelden nog veel groter zijn dan onze hersenpan, en ook gebruik maken van het geestesleven van anderen – zelfs van mensen die al heel lang dood zijn. Dat lukt ons dankzij het feit dat we gedachten tot zinnen weten om te vormen, die zinnen kunnen onthouden en met elkaar kunnen delen. Dankzij de taal hebben we continu de ideeën en de observaties van andere mensen tot onze beschikking. Lees verder >>

Verplichte leeslijst wijst leerling de weg

Door Nico Keuning

Ontlezing bij de jeugd is een zorg van deze tijd. Hoe kan het lezen gestimuleerd worden? Niet door de verplichte leeslijst op de middelbare school, vinden sommigen. ‘Verplicht’ zou ontmoedigen. Maar hoe moeten leerlingen die niet lezen zelf een literatuurlijst samenstellen? De verplichte leeslijst is een ontdekkingsreis. Niet alleen ontdekt de leerling de lezer in zichzelf, hij wordt bovendien op het spoor gezet van zijn favoriete literatuur. Er is wel een voorwaarde aan die verplichte lijst verbonden: een inspirerende leraar.

Als we uitgaan van de Nederlandse literatuur, dan begint de Moderne Letterkunde met Max Havelaar (1860) van Multatuli (ps. van Eduard Douwes Dekker). Een prachtig boek van een meesterverteller over kolonialisme, een onderwerp dat nog steeds actueel is. Om niet te zeggen hot. De jonge lezer kan op aangeven van de leraar heel eenvoudig een sprong maken naar De tolk van Java (2016), van Alfred Birney, die met dit boek, waarin hij qua compositie zinspeelt op Max Havelaar, de Libris Literatuurprijs won. Lees verder >>

Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan: boekuitgave

Door Michelle van Dijk

Ja! Je leest het goed! Dit jaar nog komt mijn hertaling van Couperus’ Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan op de markt. Ik hoop dat het boek straks op vele scholen te vinden is en via verlanglijstjes voor Sint en Kerst weer in vele huishoudens een plek in de boekenkast krijgt.

De hertaalde versie is een volledige versie: dat wil zeggen dat ik geen zinnen of passages geschrapt heb. Maar in de taal is er wel degelijk wat veranderd: woorden en begrippen die wij nu niet meer kennen, zijn vertaald. De zinslengte en -volgorde is vaak aangepast. Zo kan ook iemand die niet thuis is in de taal en cultuur van meer dan honderd jaar geleden toch zonder voetnoten en academische inleiding meegesleept worden door het familiemysterie van de ‘oude mensen’ en door de meesterlijke vertelkunst van Couperus. Lees verder >>

Curriculum.nu

Door Coen Peppelenbos

Het onderwijs gaat, voor de zoveelste keer, op de schop. Op dit moment worden er miljoenen gepompt in het megaproject Curriculum.nu waarbij docenten, lerarenopleiders en wetenschappers werken aan de opzet van een nieuw plan voor het onderwijs. Van de basisschool tot en met 6 vwo. Dan krijg je doorlopende leerlijnen zoals dat in het onderwijsjargon heet. Om de zoveel tijd komt er een tussenproduct van Curriculum.nu naar buiten en daar komt dan heel veel kritiek op of om het maar weer in onderwijsjargon te zeggen: de feedback is zo af en toe vrij stevig. Meer tips dan tops, om het nog didactischer te verwoorden.

Ik ben het meest geïnteresseerd in Nederlands en dan voornamelijk literatuur. De aanbevelingen voor de onderbouw zijn: Lees verder >>

De school als bron van onvergetelijke literatuur

Door Nico Keuning

Wat een mooi onderwerp voor een promotie: de leraar in de literaire roman. Ton Bastings (de Volkskrant, 19 december jl.) heeft voor zijn onderzoek romans van leraren-schrijvers gekozen die een ontluisterend beeld schetsen van de eenzame strijd van de hoofdpersoon in het moderne onderwijs. Het wemelt in de Nederlandse literatuur van schoolmeesters en leraren. Van ‘Pennewip’ in  Woutertje Pieterse (1872), van Multatuli, tot leraar ‘Van Gigch’ in de recente romans van L.H. Wiener die de meeste sympathie voelt ‘voor het eigenwijze, ongeremde type’ leerling. Bij deze leraar wekt het ‘overbeleefde, gehoorzame kind zelfs in lichte mate zijn afkeer’ op (De verering van Quirina T. – 2006). Hier raakt Wiener een belangrijk thema dat, naast de neergang van de kwaliteit van het onderwijs, het leesplezier van literaire schoolromans bepaalt: de verhouding meester/leraar – leerling. Lees verder >>

Ik kunnen niet, meester!

Door Roland de Bonth

In de Nederlandse literatuur neemt humor een belangrijke plaats in. Om deze bewering te staven, stelde uitgeverij Novella in 1991 een bloemlezing samen met humoristische verhalen van (vooraanstaande) Nederlandse auteurs. Zo treffen we er stukken in aan van onder anderen Rudy Kousbroek, Simon Carmiggelt, Bob den Uyl, Maarten Biesheuvel, Gerrit Komrij, Remco Campert en Jules Deelder. Literaire slapstick was de titel die de samenstellers aan deze verzamelbundel gaven. Een ietwat ongelukkige titel want niet alle humor is slapstick, en niet alle slapstick is humor.

Humor is een lastig begrip. Lag het publiek vroeger in een deuk bij de verhaaltjes die Godfried Bomans voorlas, tegenwoordig doen zijn voordrachten ons hoogstens enigszins glimlachen. Bovendien is humor niet alleen tijdgebonden maar ook persoonsgebonden. Wat de een bijzonder grappig vindt, is voor de ander een flauwiteit. Lees verder >>

De huisneerlandicus en zijn rabiate groepje over het eindexamen

Door Marc van Oostendorp

Het eindexamenseizoen is weer begonnen! Het startschot voor de discussie wordt dit jaar afgevuurd door de Utrechtse vakdidacticus Patrick Rooijackers, in het deze week verschenen Levende Talen Magazine.

Tot mijn verrassing lijkt Rooijackers mij te zien als de spil van die discussie. Ik vind dat vererend, al lijkt het me ook niet juist. In ieder geval wordt zijn artikel regelmatig onderbroken door allerlei invectieven die op mij slaan: ik ben de ‘huisneerlandicus’ van de NRC, de ‘vaandeldrager van een klein groepje rabiate critici’, die tot overmaat van ramp ook nog eens ‘geen leesonderzoeker’ is, enzovoort.

Rooijackers heeft zijn artikel geschreven naar aanleiding van een advies van de lerarenvereniging Levende Talen over het eindexamen. Hij verwijt Levende Talen als ik het goed begrijp teveel hun oren naar mij te laten hangen: ook zij willen het eindexamen namelijk veranderen. Ik snap niet zo goed of hij nu wil dat het eindexamen helemaal niet verandert, of op een andere manier, maar hij lijkt zich vooral te storen aan het feit dat er over het onderwerp gediscussieerd wordt. Lees verder >>

Vaardig, waardig en aardig

Door Martin Bootsma
Alan Turingschool, Amsterdam

Wellicht heeft u het advies van de Onderwijsraad aan de minister van onderwijs over de curriculumherziening gelezen. Ik schreef over dat advies een blog, dat u hier kunt vinden. In het advies van de Onderwijsraad staat onder meer te lezen dat de samenhang voor de leerlijn Nederlands ontbreekt. Wie het vierde tussenproduct van het ontwikkelteam Nederlands leest, zal dit beeld herkennen. De visie op het taalonderwijs op de basisonderwijs sluit niet aan bij die van de onderbouw van het vo en dat geldt ook voor de aansluiting tussen onder- en bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Feitelijk formuleert de ontwikkelgroep Nederlands drie aparte curricula.

In het tussenproduct staat een afbeelding, waarin schematisch staat weergeven hoe het curriculum inzake onze landstaal is opgebouwd:

schermafbeelding 2019-01-22 om 18.58.41

Het zijn met name de twee buitenste cirkels waar ik het in de blog over wil hebben. Als je naar de buitenste cirkel kijkt, dan herken je wat ik voor het gemak even de drieslag van Biesta noem: socialisatie, kwalificatie en persoonsvorming. Die zijn, zo begreep ik van een betrokkene bij curriculum.nu, bij elk ontwikkelteam het uitgangspunt. Lees verder >>

Antwoorden Taalcanon Kerstquiz 2018

De Taalcanon Kerstquiz leverde 31 goede inzendingen op. Uit de inzenders hebben we drie winnaars getrokken. Maxim Baetens, Nynke de Vries en Jan Michielsen ontvangen ieder een exemplaar van de nieuwste uitgave van de Taalcanon. De antwoorden zijn hieronder terug te lezen met verwijzing naar de artikelen op de website www.taalcanon.nl.

  • Taal leren begint al voor de geboorte. Wat pikken kinderen op die nog in de buik zitten?

Antwoord: het ritme van de taal. “Zodra de oren goed functioneren – doorgaans in het laatste trimester van de zwangerschap – luisteren kinderen naar de taal om hen heen. Ze horen dan nog geen spraakklanken, maar wel het ritme van taal”, Lees verder in Waarom leren niet alle kinderen hun moedertaal even snel? door Paula Fikkert.

  • Welke taalkundige schreef de allereerste grammatica, van het Sanskriet?

Antwoord: Panini. “In zijn Ashtadhyayi (‘Acht Boeken’) omschrijft Panini een taal, in zijn geval het Sanskriet, als een systeem van een eindig aantal regels waarmee een oneindig aantal zinnen kan worden afgedekt. Zo’n systeem wordt tegenwoordig een ‘grammatica’ genoemd.” Lees verder in Topstukken uit de taalwetenschap door Rens Bod. Lees verder >>

Een goede leerling bij het vak Nederlands zou de maan met zijn handen willen grijpen

Samen met de redactie van VakTaal roept de redactie van Neerlandistiek leerlingen en docenten op om tot 15 januari 2019 in 150-200 woorden hun gedachten te laten gaan over de vraag ‘wat is een goede leerling Nederlands?’ Hier op Neerlandistiek plaatsen we de bijdragen als ze binnenkomen (neerlandistiek.nl@gmail.com). De beste 10 bijdragen verschijnen komend voorjaar bovendien in VakTaal.

Vandaag een bijzondere aflevering, met inzendingen van leerlingen van klas 3V1 van de Amsterdamse school 
Lumion.

Sabir El Abdouti

Hallo ik ben Sabir en dit is mijn verslag over wanneer een leerling Nederlands een goede leerling is. Ik hoop dat u van mijn verslag zal genieten. Ik schrijf dit verslag, omdat ik mij geen leven kan voorstellen zonder taal, want dan kan je in principe überhaupt niet nadenken over dingen in het leven. Lees verder >>

Nieuwe proef en 3 nieuwe leesclubs online op www.litlab.nl

Maandelijkse update LitLab, 24 december 2018

Vanaf het najaar van 2018 verschijnt maandelijks nieuw lesmateriaal online in LitLab, een digitaal laboratorium voor literatuuronderzoek op de middelbare school. Dat materiaal ontwikkelt de redactie van LitLab in samenwerking met docenten, onderzoekers, studenten en docenten-in-opleiding.

Politiek en literatuur: 3 nieuwe leesclubs online

De wereld van vandaag staat bol van de politieke spanningen en literatuur is bij uitstek een medium waarop dergelijke spanningen verbeeld en becommentarieerd worden. Daarmee roept die literatuur allerlei vragen en discussie op over de relatie tussen politiek en literatuur. Deze maand werden drie nieuwe leesclubs gepubliceerd waarin leerlingen leren praten over (actuele) politieke thema’s en de literaire verbeelding, aan de hand van drie titels uit de afgelopen twee jaar: Lees verder >>

Een goede leerling leert taal bewust te gebruiken en te manipuleren

Door Marco van den Broek
(De Nieuwste School)

Samen met de redactie van VakTaal roept de redactie van Neerlandistiek leerlingen en docenten op om tot 15 januari 2019 in 150-200 woorden hun gedachten te laten gaan over de vraag ‘wat is een goede leerling Nederlands?’ Hier op Neerlandistiek plaatsen we de bijdragen als ze binnenkomen (neerlandistiek.nl@gmail.com). De beste 10 bijdragen verschijnen komend voorjaar bovendien in VakTaal.

Mijn leerlingen worden – helaas – niet per se opgeleid tot neerlandici. Zou dat wel zo zijn, dan zou ik aan alle onderdelen van de neerlandistiek aandacht moeten besteden. En de tijd is beperkt, dus daarom besteed ik aandacht aan de zaken die van belang zijn.

Goed leren spreken is zo’n onderdeel dat van belang is, want er zijn in ons land te weinig publieke figuren, bestuurders en dergelijke die verbaal overtuigend en genuanceerd zijn. Of mooi leren schrijven, want ook daarvan onderschat men de waarde in het onderwijs maar al te vaak. Denken begint immers bij taal. Een goede leerling leert taal bewust te gebruiken en te manipuleren. Lees verder >>

Wanneer is een leerling goed in Nederlands?

Door Bart de Coo
(Baudartius College, Zwolle)

Samen met de redactie van VakTaal roept de redactie van Neerlandistiek leerlingen en docenten op om tot 15 januari 2019 in 150-200 woorden hun gedachten te laten gaan over de vraag ‘wat is een goede leerling Nederlands?’ Hier op Neerlandistiek plaatsen we de bijdragen als ze binnenkomen (neerlandistiek.nl@gmail.com). De beste 10 bijdragen verschijnen komend voorjaar bovendien in VakTaal.

De grote tragiek van ons schoolvak is, dat wij maar blijven denken dat er zoiets bestaat als ‘vaardigheden’ die los van enige kennis gedoceerd kunnen worden. Deze opvatting is zeer onjuist.

Wie veel teksten snapt, weet veel. Wie goed schrijft, schrijft over een onderwerp waar die veel verstand van heeft. Wie een literair meesterwerk kan appreciëren, beschikt over een grote algemene ontwikkeling en een aanzienlijke woordenschat. Lees verder >>

Oproep: Wat is een goede leerling Nederlands?

Wat maakt een leerling bij Nederlands tot een goede leerling? Moet je goed van de tongriem gesneden zijn? Moet je vooral foutloos kunnen schrijven of is creativiteit belangrijker? Moet je een wetenschappelijke instelling hebben of moet je vooral kunstzinnig zijn?

Het tijdschrift Vaktaal van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek komt in maart 2019 met een themanummer over ‘excellentie’ in de neerlandistiek. Voor dat nummer zoeken we bijdragen van docenten én leerlingen over de vraag wat een leerling op de middelbare school nu goed maakt in het schoolvak Nederlands.

Bijdragen zijn liefst 150-200 woorden lang zijn, en kunnen voor 15 januari 2019 worden ingestuurd naar de redactie. We plaatsen maximaal 10 bijdragen. Daarnaast worden een ruimere selectie geplaatst op Neerlandistiek. Auteurs van een in Vaktaal geplaatste bijdrage krijgen natuurlijk een bewijsexemplaar.

 

Gevraagd: profielwerkstukken Nederlands havo (én vwo)

Door Roland de Bonth

Op 8 november 2018 verzocht een docent op de Facebookpagina Leraar Nederlands een enquête in te vullen. Die vragenlijst was opgesteld door twee leerlingen uit 6 vwo die een profielwerkstuk maken over de status van dialect. Op voorhand waarschuwt de docent haar collega’s ervoor dat de leerlingen beslist niet talig zijn (‘’klik op de link en huiver…”). Maar omdat het sympathieke jongens zijn en het invullen van de enquête slechts vijf minuten kost, hoopt zij dat veel leden van de Facebookgroep dat zullen doen.

Tot hun verbazing en blijdschap zien de twee leerlingen dat maar liefst 356 mensen de moeite nemen de vragen te beantwoorden. In een reactie aan hun begeleidster op Facebook vragen enkele respondenten zich wel af of de leerlingen met de resultaten uit de voeten kunnen, omdat de vragenlijst eerder betrekking heeft op accenten dan op dialecten. Peter-Arno Coppen vraagt zich terecht af wat de hoofdvraag is die de leerlingen in hun profielwerkstuk wensen te beantwoorden. Lees verder >>

De landelijke kennistoets Nederlands is een rommeltje

Door Henk Wolf

Tien jaar geleden was het theoretisch gezien mogelijk dat een studie Nederlands aan twee verschillende onderwijsinstellingen een heel verschillende inhoud had. Om de studies vergelijkbaarder te maken en om tegelijkertijd een landelijk minimumniveau vast te stellen zijn hbo-docenten uit heel Nederland toen voor een groot aantal hogeschoolstudies een zogenaamde kennisbasis gaan schrijven – een beschrijving van parate kennis waarover elke afstudeerder moest beschikken. Dat gebeurde onder de vleugels van de toenmalige HBO Raad, waaruit de werkgroep 10 voor de leraar is voortgekomen. Dat samenwerkingsverband van docenten ontwerpt nu elk jaar een aantal toetsen om na te gaan of studenten echt over de vereiste minimale kennis beschikken.

Natuurlijk is er op detailniveau altijd kritiek mogelijk, maar de kennisbases en de bijbehorende landelijke kennistoetsen zijn in mijn ogen een goed idee. Alleen moeten de toetsen uiteraard wel doen waar ze voor gemaakt zijn: achterhalen of de kennis uit de kennisbasis aanwezig is. Omdat de docenten die de toetsvragen ontwerpen die pas na uitgebreide peer feedback goedgekeurd krijgen, nam ik aan dat dat wel goed zat. En dat veel studenten klaagden over de toets, dat weet ik aan toetsstress of externe attributie. Dat was onterecht. Ik heb vandaag de oefentoets voor de bachelor Nederlands gemaakt en ik schrok van de kwaliteit van veel vragen. Die waren ongeschikt om na te gaan of studenten over de kennisbasisstof beschikten. Al met al is de oefentoets een rommeltje. Als de vragen daarin uit dezelfde databank komen als die van de echte toets, dan is dat ernstig.

De vragen bestrijken in principe het hele gebied van de neerlandistiek. Omdat ik taalkunde doceer, laat ik alle vragen die gaan over literatuur en taalbeheersing hier links liggen, al doe ik dat wel met de opmerking dat daar ook uitermate beroerde vragen tussen zitten. Vragen die in mijn ogen in orde zijn, bespreek ik ook niet. Ik bespreek hieronder uitsluitend taalkundevragen waaraan iets mankeert. Dat geeft al genoeg stof om een flink artikel te vullen. Ik doe dat in de hoop dat de makers van de landelijke kennisbasistoets Nederlands schrikken en heel snel iets doen aan de kwaliteit van hun toetsen. Lees verder >>

Twee dagen praten over Het Schoolvak Nederlands

Door Henk Wolf

De taalkunde is een volwassen wetenschap, met heel veel beoefenaars die in de afgelopen decennia heel veel kennis over taal hebben opgedaan. In het onderwijs is daar alleen weinig van terug te zien. Het enige stukje taalkunde dat op scholen traditioneel veel aandacht krijgt, de zinsbouw, wordt nu nauwelijks anders behandeld dan honderd jaar geleden. Dat geldt inhoudelijk, maar ook didactisch.

Dat stoort me al lang. Ik heb de afgelopen jaren materiaal ontwikkeld om aankomende leraren in het basis- en voortgezet onderwijs te trainen op het opdoen van inzicht in taalstructuur en op het lesgeven op een manier die dat inzicht centraal stelt, zonder de ontleedlessen op te hangen aan trucjes en ezelsbruggetjes. Daar sta ik gelukkig niet alleen in. Lees verder >>

Nu ook leesclubs over poëzie op LitLab

Maandelijkse update LitLab, november 2018

Vanaf het najaar van 2018 verschijnt maandelijks nieuw lesmateriaal online in LitLab, een digitaal laboratorium voor literatuuronderzoek op de middelbare school. Dat materiaal ontwikkelt de redactie van LitLab in samenwerking met docenten, onderzoekers, studenten en docenten-in-opleiding.

Nu ook leesclubs over poëzie: Celinspecties en Wij zijn evenwijdig

Sinds deze maand kun je in LitLab ook discussiëren over poëzie: er zijn nu twee leesclubs beschikbaar over de bundels Celinspecties (2012) van Ester Naomi Perquin en Wij zijn evenwijdig (2014) van Maud Vanhauwaert. Lees verder >>

Nieuwe DOT literatuurgeschiedenis (start: januari 2019)

Door Marijke Meijer Drees

Wie helpt mee een aansprekende leergang historische letterkunde te ontwerpen voor de onderbouw en bovenbouw (HAVO, VWO)? Doel is leerlingen vanaf 12-13 jaar vertrouwd te maken met de literatuur en literatuurgeschiedenis van ca. 1100-1900 (middeleeuwen tot de twintigste eeuw). Hierbij zal het cultuurhistorische beginsel van de toe-eigening leidend zijn. Toegepast op het literatuuronderwijs is toe-eigening het (leer)proces van groepsgewijs verbonden raken met en internaliseren van het literaire verleden.  Als zodanig zal de nieuwe leergang bijdragen aan de identiteits- en burgerschapsvorming van de leerlingen. Bij de keuze en ontwikkeling van geschikte lesmaterialen  zullen we zo (veel) mogelijk gebruik maken van wat er al aan didactische hulpmiddelen bestaat, zoals: de website Literatuurgeschiedenis, Lezen voor de lijst, LitLab, de reeksen Tekst in Context en Taal & Teken, en  Lessenreeksen over middeleeuwse literatuur.

In januari 2019 wil ik graag starten met een groep van ca. 8 deelnemers. Lees verder >>