Categorie: Neerlandistiek voor de klas

Een hartenkreet: stop de karikaturen!

Door Robert Chamalaun

Sinds de beslissing viel om de bacheloropleiding Nederlands aan de VU te sluiten, is een schier oneindige stroom aan artikelen op gang gekomen: op internet, in (online) vakbladen, maar ook in opiniekaternen van (landelijke) dagbladen. De strekking is veelal hetzelfde: het is een schande dat er minder mogelijkheden zijn om op universitair niveau Nederlands te studeren, een studie Nederlands is zo ontzettend boeiend, wat is er aan de hand dat aankomende studenten niet langer voor een studie Nederlands kiezen, en zo verder. Het ene artikel nog snediger en feller dan het andere.

Vrijwel al deze artikelen hebben nog iets met elkaar gemeen: het voortdurend wijzen naar het vak Nederlands op de middelbare school. Academici, schrijvers en publicisten schromen niet om steeds te fulmineren tegen de vermeende saaiheid van het vak. Het schoolvak zou saai zijn, enkel dienstbaar aan andere vakken, alleen gericht op die vermaledijde signaalwoorden en trucjes. Literatuur zou bovendien verbannen zijn naar de periferie. Af en toe wordt verwezen naar een enkele idealistisch gedreven docent, een paradijsvogel, die als een soort verdwaalde hobbyist probeert de liefde voor de taal bij leerlingen aan te wakkeren. Lees verder >>

Laatste bijeenkomst Nascholingsreeks Grote Vragen van het Nederlands

Op dinsdag 9 april vindt de vierde en laatste bijeenkomst van de UU-nascholingsreeks Grote vragen van het Nederlands plaats. Deze reeks is bedoeld als bedoeld als inspiratiebron en nascholing voor docenten Nederlands en voor leerlingen met een interesse voor taal en lezen. Op 9 april is het de beurt aan Marjo van Koppen en Sterre Leufkens, die spreken over het thema ‘De Nederlandse taal: chaos of toch niet?’ Er zijn nog plekken beschikbaar, dus meld je aan! Lees verder >>

Oote oote boe. Waarom het schoolvak-Nederlands zo sáááái gevonden wordt

Door Rien Rooker

De studentenaantallen-Neerlandistiek aan de universiteiten lopen dramatisch terug. Dat oogt   heel vreemd, want het aantal-afgestudeerden is volstrekt onvoldoende om de uitstroom van gepensioneerden op te vangen. Wie zijn doctoraal gedaan heeft, is vrijwel verzekerd van een baan. Voor die terugloop worden verschillende redenen opgegeven, maar éen ervan is, dat schoolverlaters het vak massaal als saai ervaren hebben. Wie gaat zichzelf nu kwellen door veertig jaar lang pubers te pesten met stomvervelende leerstof? Docenten-Nederlands zijn niet per definitie masochisten.

Wat mij het meest bevreemdt is dat ik me het vak-Nederlands uit mijn eigen middelbare schooltijd, (de jaren zestig), helemaal niet als saai herinner; nou ja, een dictee was saai, maar ik begreep ook wel dat het voor mijn verdere leven van belang was om over een goede spelvaardigheid te beschikken. Wat ik me van mijn zestiende bijvoorbeeld herinner, was die mooie meimaand met heerlijk weer en open ramen. De docent had een paar lessen uitgetrokken voor het voorlezen van Psyche. Dat kon hij zeer goed. Buiten zongen de vogeltjes en binnen de kortste keren droomde ik mee met Psyche en haar gevleugelde paard. Lees verder >>

Wat zijn de grote inzichten uit de neerlandistiek?

door Peter-Arno Coppen

Ik loop nu al bijna een jaar (sinds de zomer van 2018) met een vraag rond die heel erg voor de hand ligt, maar waar ik nog nooit een goed antwoord op heb gelezen. Het begon bij het tweede tussenproduct van curriculum.nu, dat het begrip grote opdrachten introduceerde. Dit was allemaal voorgeschreven door de centrale Curriculum.nu-organisatie, die had bepaald dat na een visie op het leergebied ook de grote opdrachten van het leergebied moesten worden geïdentificeerd. Wat zijn dat, grote opdrachten?

Lees verder >>

Neerlandistiek in het Boekenweekgeschenk

door Peter-Arno Coppen

[Spoiler alert: deze tekst bevat informatie over plotwendingen in het besproken werk]

Het staat op bladzijde 37 in het Boekenweekgeschenk Jas van belofte van Jan Siebelink. Er is sprake van een schrijver (Loet IJzertje, een verwijzing naar Louis Ferron), die in een Amsterdams café aan het Spui een vaste schare van vijf bewonderaars heeft (later in het boek consequent de garde genoemd). Wat blijkt? Op een na (die op het seminarie gezeten heeft) hebben zij ‘allen neerlandistiek gestudeerd.’

Dat is wat! Als je in een café een groepje van vijf mensen ziet staan is de kans bijzonder klein dat er vier neerlandici bij zitten. En al helemaal in Amsterdam, waar onlangs een van de opleidingen neerlandistiek is opgeheven. Dat moet wel een speciale betekenis hebben. En ik vrees dat die niet zo gunstig is.

Lees verder >>

Ten enenmale te allen tijde

Door Roland de Bonth

Vrijdagochtend heb ik een vast ritueel. Bij het openen van mijn inbox tref ik dan namelijk een mail aan van Beter Spellen met de mededeling dat de nieuwe test klaar staat. In een paar minuten tijd beantwoord ik dan twintig multiple choice-vragen over spelling.

Beter Spellen is een populaire website. Op de dag dat ik deze bijdrage schrijf, telt de site maar liefst 153.651 actieve gebruikers. En omdat Beter Spellen op 22 november 2018 voor de zevende keer op rij is uitgeroepen tot populairste educatieve website, hebben vast veel van die gebruikers hun stem daarop uitgebracht.

Dat is terecht, want Beter Spellen biedt de deelnemers een aantrekkelijke manier om zich de spellingregels en de spelling van moeilijke woorden eigen te maken. Iedereen kan op zijn eigen niveau meedoen. Je kunt kiezen uit niveau 1F (eind primair onderwijs), 2F (eind vmbo, eind mbo-2 en mbo-3) of 3F (eind havo, eind mbo-4). Dat er geen apart niveau 4F (eind vwo) is, lijkt op het eerste gezicht vreemd. Sla je het Referentiekader Taal en Rekenen er op na, dan wordt dat duidelijk. Bij het onderdeel spelling – op bladzijde 20 – kun je zien dat aan geen enkele van de vijf onderscheiden categorieën (alfabetisch, orthografisch, morfologisch, morfologisch met gebruikmaking van syntactische kennis en logografisch) niveau 4F is toegekend. Lees verder >>

28 maart 2019, Rotterdam: Dag van de Literatuur

Tijdens de Dag van de Literatuur in de Boekenweek op 28 maart komen ruim 4.500 havo/vwo-leerlingen uit de bovenbouw met hun docenten naar Rotterdam. Tijdens dit uitverkochte evenement gaan de jongeren met de auteurs in gesprek, genieten zij van voordrachten en volgen zij diverse workshops die in het teken staan van literatuur en andere verhalende kunst. De dag wordt om 10.00 uur geopend door de heer Said Kasmi, wethouder Onderwijs en Cultuur van Rotterdam. Lees verder >>

Word docent Nederlands!

Door Barbara de Vos
(docent Nederlands in ruste)

Beste Vibeke Roeper en al diegenen die zich de afgelopen periode in negatieve zin hebben uitgelaten over het vak Nederlands en het beroep van docent Nederlands op de middelbare school,

Van harte sluit ik me aan bij de oproep aan aanstaande studenten om neerlandistiek te gaan studeren, een degelijke, brede en interessante studie over een van de meest wezenlijke aspecten van het mens-zijn: de taal. En inderdaad met talloze beroepsmogelijkheden. Lees verder >>

Het schoolvak Nederlands heeft een vakgemeenschap nodig

Door Theo Witte

Ik sluit me van harte aan bij de oproep van Frank Willaert voor meer samenwerking en overleg binnen de neerlandistiek om op die manier het vak weer de plaats te geven die het verdient, en wil daar enkele concrete voorstellen aan toevoegen.

  1. Permanente ondersteuning van docenten in het onderwijs

Alle docenten Nederlands zouden zich bij de neerlandistiek thuis moeten kunnen voelen, de ‘alma mater’ van hun vak. De universitaire neerlandici zouden zich wel wat meer mogen realiseren dat de wortels van hun vak bij het curriculum en de docenten Nederlands in het voortgezet onderwijs liggen. Gedurende mijn loopbaan als vakdidacticus aan de Rijksuniversiteit Groningen heb ik veel docenten de lerarenopleiding zien verlaten met grote vakinhoudelijke en vakdidactische handicaps. Na hun opleiding moeten deze docenten zelf maar zien hoe ze deze lacunes opvullen. In de schoolpraktijk kampen ze met een hoge werkdruk en staan ze er vaak alleen voor met als gevolg dat ze zich vastklampen aan het schoolboek en zich snel aanpassen (of ontslag nemen). Dit is vermoedelijk een van de redenen dat veel docenten zich hebben afgewend van de neerlandistiek en vakdidactiek: wat heb je nog aan de universiteit of hogeschool als je voor de klas staat? Lees verder >>

‘Relevantie en opbrengsten’

Door Marc Kregting

Gestaag maakt De praktijk van de leeslijst me duidelijk dat ik in een parallel universum leef. Jeroen Dera concretiseert in dat rapport welke boeken Nederlandse middelbarescholieren in 2018 tot zich hebben genomen. En hoewel hij een slag om de arm houdt over de representativiteit van zijn 1886 deelnemers uit havo en vwo, is de proef volgens hem statistisch safe. Ik vertrouw op zijn kunde en ben dan van mijn melk.

Deze scholieren consumeren van alles, bewonderenswaardig divers. Op hun lijst, ondergebracht in een bijlage, staan 725 verschillende auteurs. Dera geeft daar het nodige commentaar bij: scheve verhoudingen tussen vrouwen en mannen, tussen westers en niet-westers, de onbekendheid met Vlaanderen. Maar hij zwijgt erover dat de keuze van de scholieren ongewild de spot drijft met wat jury’s, neerlandici en dies meer voor belangrijke boeken houden. Da’s uiteraard ook lollig. Lees verder >>

Framen voor beginners: de casus Neerlandistiek

door Peter-Arno Coppen

Welkom bij de cursus ‘Framen voor beginners’, waarin wij deze week bespreken hoe je een succesvolle opleiding door vakkundig framen om zeep kunt helpen. We nemen als voorbeeld de universitaire studie Neerlandistiek uit de vorige eeuw (elke gelijkenis met echt bestaande opleidingen is natuurlijk toeval). Die opleiding leunde op een aantal belangrijke voordelen: er zaten drie domeinen in (literatuur, taal en taalgebruik) waarin je kon specialiseren. Behalve de voor de hand liggende samenhang tussen deze drie was het voordeel dat je die specialisatie tot later in je studie kon uitstellen, tot het moment dat je op grond van een basiskennis in alle domeinen een goed beeld van je mogelijkheden had. Een ander belangrijk voordeel was dat de opleiding gekoppeld was aan een schoolvak. Hierdoor kon je al op school een indruk krijgen van de rijkdom van de opleiding, en er was een extra carrièreperspectief: na een studie Neerlandistiek had je behalve alle mogelijkheden van je gekozen specialisatie ook nog eens de mogelijkheid om zonder verdere inhoudelijke scholing leraar te worden. Daar had je alleen nog een beroepsopleiding voor nodig die je in een jaar kon afronden. Lees verder >>

Taalverandering (1978-2018)

Youri, Ricardo en Daan zitten in vwo 6 van het Keizer Karel College in Amstelveen. Voor hun profielwerkstuk onderzochten zij hoe de taal van nieuwslezers is veranderd in de afgelopen veertig jaar. Spreken de nieuwslezers van het NOS-journaal vandaag de dag nog hetzelfde als de nieuwslezers in de jaren zeventig?

Deze bevlogen scholieren namen contact op met Kristel Doreleijers van Profielwerkstuk Taalkunde en bezochten vervolgens het Meertens Instituut in Amsterdam, waar ze in gesprek gingen met historisch taalkundige prof. dr. Nicoline van der Sijs. Ze legden de belangrijkste bevindingen van het onderzoek op originele wijze vast in hun eigen mini-documentaire.

(Bekijk deze video op YouTube)

Deze video werd eerder gepubliceerd op ProfielwerkstukTaalkunde.nl

De verwetenschappelijking van het schoolvak Nederlands

Door Luck van Leeuwen en Julia Naaborg


Nu er volgens velen sprake lijkt te zijn van een crisis in de neerlandistiek, worden er van alle kanten oplossingen aangedragen om het tij te keren. Daarbij komt ook veelvuldig de problematiek omtrent het schoolvak Nederlands ter sprake: enerzijds is er veel discussie over de herinrichting van het vak, anderzijds is er een debat gaande over de opleiding van de leraren van de toekomst. Het literatuuronderwijs blijft als onderdeel van het curriculum niet buiten schot: al sinds Christiaan Weijts in 2016 in het NRC Multatuli’s Max Havelaar ‘een afgrijselijke monumentale baksteen’ noemde en de docent die de literaire canon wilde doceren op strafkamp stuurde, is de vraag wat we nu eigenlijk moeten doen met het literatuuronderwijs pregnanter dan ooit.

Centraal in de discussie over het literatuuronderwijs staat de kloof tussen wetenschap en praktijk. Er klinken steeds meer stemmen die ervoor pleiten deze te dichten. Dat is volgens ons een van de belangrijkste taken voor de hedendaagse neerlandistiek en wij staan hierin, zo blijkt, niet alleen: Jeroen Dera bijvoorbeeld pleitte in het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde voor meer academische aandacht voor het literatuuronderwijs. [1] Hij geeft terecht aan dat het aandeel vanuit de neerlandistiek zich vooral heeft geuit in bijdragen in kranten en op internetblogs. In zijn artikel doet Dera verslag van zijn onderzoek naar het leesgedrag van docenten Nederlands en probeert hij een beeld te krijgen van hun kennis omtrent de actualiteiten binnen het literaire veld. Lees verder >>

“Ionck bestaen, oud ghedaen”

Door Roland de Bonth

Het is niet eenvoudig historische letterkunde aan de man te brengen, laat staan aan leerlingen in het voortgezet onderwijs. Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom middelbare scholieren liever een hedendaagse roman dan een toneelstuk uit de Gouden Eeuw lezen. Een eerste belemmering vormt de taal. Oudere teksten zijn geschreven in een afwijkende spelling, er komen onbegrijpelijke woorden in voor, de naamvallen zijn nog in groten getale aanwezig en ook de zinsvolgorde wijkt af van de hedendaagse. Bleef het daar maar bij. Helaas is het voor een moderne puber niet eenvoudig zich te identificeren met historische personages en worden er situaties, gewoontes en gebruiken beschreven die wij tegenwoordig niet zonder meer begrijpen.

Juist daarom zijn veel docenten terughoudend – misschien zelfs wel huiverig – om historische letterkunde te behandelen in hun lessen. Het zou niet bij de belevingswereld van kinderen passen, het zou te moeilijk zijn, het is met het oog op vervolgopleidingen nuttiger om ze te leren schrijven, spreken en luisteren. Dus waarom dan Het Wederzyds Huwelijksbedrog van Pieter Langendijk lezen? Lees verder >>

Geleuter over de spelling en ’t ware bazuingeschal in de klas

Door Marc van Oostendorp

Niet alleen Bilderdijk was fel gekant tegen de door de overheid voorgeschreven  spelling, dat gold ook voor andere schrijvers. Het is verfrissend om die schrijvers te lezen in een tijd waarin iedereen lijkt te denken dat er natuurlijk een eenheidsspelling moet zijn.  Ik ben nu veel Multatuli aan het lezen en een paar dagen geleden vond ik dit:

Taal is heel wat anders dan ’t gevit op ’n letter meer of min, dan dat geleuter over de spelling. Taal is de ziel des mensen in klanken geopenbaard. Taal is ’t ware bazuingeschal (…) waarmede een geheel andere schepping dan die van Genesis uit het niet wordt te voorschyn geroepen. Taal?… lees de profeten, de zieners, de dichters. Hoor en tracht te verstaan wat ze zeggen, en vraag u zelf daarby af of zy zich bemoeiden met mannelyk, vrouwelyk of kort-stomp-scherp-lange speldezoekery!
(Multatuli, Causerieën)

Het laatste is misschien niet helemaal thuis te brengen voor de gemiddelde lezer, maar het gaat over de vraag of het verschil tussen bijvoorbeeld een enkele (leven) en een dubbele e (deelen) een basis heeft in de uitspraak. Lees verder >>

Leer geen trucjes, zing een ode

Door Marc van Oostendorp

Fijn van mens zijn is dat je niet alles zelf hoeft te bedenken. Dat we een manier hebben gevonden om onze gedachten met elkaar te delen. Geen andere diersoort lukt dat. Een hond kan misschien de gemoedstoestand van een kompaan aanvoelen, een bij kan uitleggen aan haar medebijen waar geurige bloemen staan, maar wat de mens kan – de ideeën van allerlei andere mensen aanhoren en die combineren tot een geheel nieuwe gedachte – dat kan geen ander dier. Alleen ons lukt dat, dankzij de taal.

Mensen hebben grotere hersenen zodat ieder mens op zich ook redelijk goed kan denken in vergelijking met andere dieren. Maar wat ons bijzonder maakt is dat onze gedachtewerelden nog veel groter zijn dan onze hersenpan, en ook gebruik maken van het geestesleven van anderen – zelfs van mensen die al heel lang dood zijn. Dat lukt ons dankzij het feit dat we gedachten tot zinnen weten om te vormen, die zinnen kunnen onthouden en met elkaar kunnen delen. Dankzij de taal hebben we continu de ideeën en de observaties van andere mensen tot onze beschikking. Lees verder >>

Verplichte leeslijst wijst leerling de weg

Door Nico Keuning

Ontlezing bij de jeugd is een zorg van deze tijd. Hoe kan het lezen gestimuleerd worden? Niet door de verplichte leeslijst op de middelbare school, vinden sommigen. ‘Verplicht’ zou ontmoedigen. Maar hoe moeten leerlingen die niet lezen zelf een literatuurlijst samenstellen? De verplichte leeslijst is een ontdekkingsreis. Niet alleen ontdekt de leerling de lezer in zichzelf, hij wordt bovendien op het spoor gezet van zijn favoriete literatuur. Er is wel een voorwaarde aan die verplichte lijst verbonden: een inspirerende leraar.

Als we uitgaan van de Nederlandse literatuur, dan begint de Moderne Letterkunde met Max Havelaar (1860) van Multatuli (ps. van Eduard Douwes Dekker). Een prachtig boek van een meesterverteller over kolonialisme, een onderwerp dat nog steeds actueel is. Om niet te zeggen hot. De jonge lezer kan op aangeven van de leraar heel eenvoudig een sprong maken naar De tolk van Java (2016), van Alfred Birney, die met dit boek, waarin hij qua compositie zinspeelt op Max Havelaar, de Libris Literatuurprijs won. Lees verder >>

Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan: boekuitgave

Door Michelle van Dijk

Ja! Je leest het goed! Dit jaar nog komt mijn hertaling van Couperus’ Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan op de markt. Ik hoop dat het boek straks op vele scholen te vinden is en via verlanglijstjes voor Sint en Kerst weer in vele huishoudens een plek in de boekenkast krijgt.

De hertaalde versie is een volledige versie: dat wil zeggen dat ik geen zinnen of passages geschrapt heb. Maar in de taal is er wel degelijk wat veranderd: woorden en begrippen die wij nu niet meer kennen, zijn vertaald. De zinslengte en -volgorde is vaak aangepast. Zo kan ook iemand die niet thuis is in de taal en cultuur van meer dan honderd jaar geleden toch zonder voetnoten en academische inleiding meegesleept worden door het familiemysterie van de ‘oude mensen’ en door de meesterlijke vertelkunst van Couperus. Lees verder >>

Curriculum.nu

Door Coen Peppelenbos

Het onderwijs gaat, voor de zoveelste keer, op de schop. Op dit moment worden er miljoenen gepompt in het megaproject Curriculum.nu waarbij docenten, lerarenopleiders en wetenschappers werken aan de opzet van een nieuw plan voor het onderwijs. Van de basisschool tot en met 6 vwo. Dan krijg je doorlopende leerlijnen zoals dat in het onderwijsjargon heet. Om de zoveel tijd komt er een tussenproduct van Curriculum.nu naar buiten en daar komt dan heel veel kritiek op of om het maar weer in onderwijsjargon te zeggen: de feedback is zo af en toe vrij stevig. Meer tips dan tops, om het nog didactischer te verwoorden.

Ik ben het meest geïnteresseerd in Nederlands en dan voornamelijk literatuur. De aanbevelingen voor de onderbouw zijn: Lees verder >>

De school als bron van onvergetelijke literatuur

Door Nico Keuning

Wat een mooi onderwerp voor een promotie: de leraar in de literaire roman. Ton Bastings (de Volkskrant, 19 december jl.) heeft voor zijn onderzoek romans van leraren-schrijvers gekozen die een ontluisterend beeld schetsen van de eenzame strijd van de hoofdpersoon in het moderne onderwijs. Het wemelt in de Nederlandse literatuur van schoolmeesters en leraren. Van ‘Pennewip’ in  Woutertje Pieterse (1872), van Multatuli, tot leraar ‘Van Gigch’ in de recente romans van L.H. Wiener die de meeste sympathie voelt ‘voor het eigenwijze, ongeremde type’ leerling. Bij deze leraar wekt het ‘overbeleefde, gehoorzame kind zelfs in lichte mate zijn afkeer’ op (De verering van Quirina T. – 2006). Hier raakt Wiener een belangrijk thema dat, naast de neergang van de kwaliteit van het onderwijs, het leesplezier van literaire schoolromans bepaalt: de verhouding meester/leraar – leerling. Lees verder >>

Ik kunnen niet, meester!

Door Roland de Bonth

In de Nederlandse literatuur neemt humor een belangrijke plaats in. Om deze bewering te staven, stelde uitgeverij Novella in 1991 een bloemlezing samen met humoristische verhalen van (vooraanstaande) Nederlandse auteurs. Zo treffen we er stukken in aan van onder anderen Rudy Kousbroek, Simon Carmiggelt, Bob den Uyl, Maarten Biesheuvel, Gerrit Komrij, Remco Campert en Jules Deelder. Literaire slapstick was de titel die de samenstellers aan deze verzamelbundel gaven. Een ietwat ongelukkige titel want niet alle humor is slapstick, en niet alle slapstick is humor.

Humor is een lastig begrip. Lag het publiek vroeger in een deuk bij de verhaaltjes die Godfried Bomans voorlas, tegenwoordig doen zijn voordrachten ons hoogstens enigszins glimlachen. Bovendien is humor niet alleen tijdgebonden maar ook persoonsgebonden. Wat de een bijzonder grappig vindt, is voor de ander een flauwiteit. Lees verder >>

De huisneerlandicus en zijn rabiate groepje over het eindexamen

Door Marc van Oostendorp

Het eindexamenseizoen is weer begonnen! Het startschot voor de discussie wordt dit jaar afgevuurd door de Utrechtse vakdidacticus Patrick Rooijackers, in het deze week verschenen Levende Talen Magazine.

Tot mijn verrassing lijkt Rooijackers mij te zien als de spil van die discussie. Ik vind dat vererend, al lijkt het me ook niet juist. In ieder geval wordt zijn artikel regelmatig onderbroken door allerlei invectieven die op mij slaan: ik ben de ‘huisneerlandicus’ van de NRC, de ‘vaandeldrager van een klein groepje rabiate critici’, die tot overmaat van ramp ook nog eens ‘geen leesonderzoeker’ is, enzovoort.

Rooijackers heeft zijn artikel geschreven naar aanleiding van een advies van de lerarenvereniging Levende Talen over het eindexamen. Hij verwijt Levende Talen als ik het goed begrijp teveel hun oren naar mij te laten hangen: ook zij willen het eindexamen namelijk veranderen. Ik snap niet zo goed of hij nu wil dat het eindexamen helemaal niet verandert, of op een andere manier, maar hij lijkt zich vooral te storen aan het feit dat er over het onderwerp gediscussieerd wordt. Lees verder >>

Vaardig, waardig en aardig

Door Martin Bootsma
Alan Turingschool, Amsterdam

Wellicht heeft u het advies van de Onderwijsraad aan de minister van onderwijs over de curriculumherziening gelezen. Ik schreef over dat advies een blog, dat u hier kunt vinden. In het advies van de Onderwijsraad staat onder meer te lezen dat de samenhang voor de leerlijn Nederlands ontbreekt. Wie het vierde tussenproduct van het ontwikkelteam Nederlands leest, zal dit beeld herkennen. De visie op het taalonderwijs op de basisonderwijs sluit niet aan bij die van de onderbouw van het vo en dat geldt ook voor de aansluiting tussen onder- en bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Feitelijk formuleert de ontwikkelgroep Nederlands drie aparte curricula.

In het tussenproduct staat een afbeelding, waarin schematisch staat weergeven hoe het curriculum inzake onze landstaal is opgebouwd:

schermafbeelding 2019-01-22 om 18.58.41

Het zijn met name de twee buitenste cirkels waar ik het in de blog over wil hebben. Als je naar de buitenste cirkel kijkt, dan herken je wat ik voor het gemak even de drieslag van Biesta noem: socialisatie, kwalificatie en persoonsvorming. Die zijn, zo begreep ik van een betrokkene bij curriculum.nu, bij elk ontwikkelteam het uitgangspunt. Lees verder >>

Antwoorden Taalcanon Kerstquiz 2018

De Taalcanon Kerstquiz leverde 31 goede inzendingen op. Uit de inzenders hebben we drie winnaars getrokken. Maxim Baetens, Nynke de Vries en Jan Michielsen ontvangen ieder een exemplaar van de nieuwste uitgave van de Taalcanon. De antwoorden zijn hieronder terug te lezen met verwijzing naar de artikelen op de website www.taalcanon.nl.

  • Taal leren begint al voor de geboorte. Wat pikken kinderen op die nog in de buik zitten?

Antwoord: het ritme van de taal. “Zodra de oren goed functioneren – doorgaans in het laatste trimester van de zwangerschap – luisteren kinderen naar de taal om hen heen. Ze horen dan nog geen spraakklanken, maar wel het ritme van taal”, Lees verder in Waarom leren niet alle kinderen hun moedertaal even snel? door Paula Fikkert.

  • Welke taalkundige schreef de allereerste grammatica, van het Sanskriet?

Antwoord: Panini. “In zijn Ashtadhyayi (‘Acht Boeken’) omschrijft Panini een taal, in zijn geval het Sanskriet, als een systeem van een eindig aantal regels waarmee een oneindig aantal zinnen kan worden afgedekt. Zo’n systeem wordt tegenwoordig een ‘grammatica’ genoemd.” Lees verder in Topstukken uit de taalwetenschap door Rens Bod. Lees verder >>