Categorie: Neerlandistiek voor de klas

Bewust geletterd en taalcompetent

Door Peter-Arno-Coppen en Theo Witte
Namens de meesterschapsteams Nederlands

Het heeft even geduurd, maar precies een jaar na de publicatie van het Manifest Nederlands op School van de Meesterschapsteams Nederlands komt de Taalunie met haar eigen visietekst Iedereen taalcompetent! Net als de meesterschapsteams zet de Taalunie in op de waarde van bewuste kennis over de Nederlandse taal, literatuur en cultuur, en vindt zij dat die in het schoolvak geïntegreerd zou moeten worden aangeboden.

De Taalunienotitie sluit aan bij de grote eensgezindheid over de te volgen koers, die het vorig jaar door de meesterschapsteams al werd samengevat in de leuze Meer inhoud, meer plezier, beter resultaat. De meesterschapsteams zijn dus heel positief over dit belangrijke signaal dat de Taalunie zich bij deze eenstemmigheid aansluit. Lees verder >>

Zes DOT’s Nederlands – Samen inspirerend onderwijs ontwerpen

Door Peter-Arno Coppen en Theo Witte
Meesterschapsteams Nederlands

De Meesterschapsteams Nederlands zoeken voor het schooljaar 2017-2018 enthousiaste docenten die in de geest van het Manifest Nederlands op school samen met ons het schoolvak Nederlands willen vernieuwen. Onder het motto ‘meer inhoud, meer plezier en betere resultaten’ willen wij in zes zogenoemde DOT’s (docentontwikkelteams) het schoolvak Nederlands nieuw leven inblazen en collega’s inspireren.

De docentontwikkelteams worden verspreid over Nederland en kennen elk een eigen onderwerp: (1) activerende didactiek voor taalkunde (Nijmegen, Peter-Arno Coppen), (2) Retorica (Leiden, Ton van Haaften), (3) Formuleren (Groningen, Kees de Glopper), (4) praten over boeken (Eindhoven, Marjolein van Herten), (5) literaire klassiekers uit de 20e eeuw (Utrecht, Erwin Mantingh en Sander Bax) en (6) organiseren van literaire ontwikkeling (Zwolle, Theo Witte). Lees verder >>

Ook Neerlandistiek is voor taalcompetentie!

Door Marc van Oostendorp

Alleen al uit de titel blijkt dat Iedereen taalcompetent! een van de meest ambitieuze stukken die de afgelopen jaren uit de boezem van de Nederlandse Taalunie is opgeweld: een ‘visiedocument’ van de organisatie op het onderwijs Nederlands in de 21e eeuw!

Die ambitie zit op verschillende niveaus. In de eerste plaats betreft het al het onderwijs in Nederland en Vlaanderen tot en met het eindexamen. In de tweede plaats wordt er een nogal grootse visie uiteengezet op dat onderwijs – het gaat hier niet om de details, maar om de grote lijnen van wat we met het onderwijs in de moedertaal willen en waar het naartoe moet.

Sterker nog, met dit rapport durft de Taalunie strijd aan te gaan met allerlei krachten tegen wie het waard is om gestreden te worden. Zo roept het rapport op tot: Lees verder >>

‘Hoe taal ons in 2016 als maatschappij verdeelde’

Door Steven Delarue

Voor de taalkundige in mij was 2016 opnieuw een geweldig boeiend jaar, met de voorbije decembermaand als kers op de taart: begin deze maand barstte er een storm aan opiniestukken los in de nasleep van de PISA-resultaten, daarna waagde schrijfster Saskia De Coster zich aan het relativeren van spelling in de aanloop naar het Groot Dictee, en vorige week nog kregen aspirant-leerkrachten een hoop bagger over zich heen toen bleek dat één derde van hen niet het vereiste niveau Nederlands haalde tijdens de instaptoets die dit academiejaar proefdraaide. Taal, taal en taal – het thema leek dit jaar niet uit de media weg te slaan.

Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik die hype ook wel deels mee heb gecreëerd. Op 1 september verdedigde ik mijn doctoraatsproefschrift over de (standaard)taalpercepties van Vlaamse leraren, en ook dat haalde toen probleemloos de Vlaamse media. Niet alleen zijn de media op het einde van augustus extra hongerig naar onderwijsgerelateerd nieuws, daarnaast hebben ze ook een neus voor alles wat enigszins met standaardtaal (en vooral wat daarvan afwijkt) te maken heeft. Succes gegarandeerd, met andere woorden – opeens prijk je bovenaan op de startpagina van De Standaard, hangt het radionieuws van Q-Music aan de lijn voor een quote en staat er de dag van je verdediging een stukje in Het Laatste Nieuws. Nog wat meer taal in de krant dus. Lees verder >>

De eerste ervaringen van Expeditie Nederlands

Door Arnoud Kuijpers

In  vorige blog beschreef ik hoe ons onderwijsvernieuwende project Expeditie Nederlands tot stand is gekomen. Inmiddels zijn we meer dan tien weken verder en kunnen we terugblikken op de eerste periode. Hoe gaat het? Wat doen we? Werkt het? En wat vinden onze leerlingen ervan?

Wat hebben we gedaan?

In de eerste periode zijn we aan de slag gegaan met schrijfvaardigheid, grammatica, werkwoordspelling en leesvaardigheid. En dat doen we op een andere manier dan leerlingen gewend zijn. Bij grammatica moesten ze bijvoorbeeld zelf een instructiefilmpje maken waarbij ze spelenderwijs ontdekten welke functies een persoonsvorm kan hebben. Bij werkwoordspelling hebben we ingestoken op differentiatie omdat dat zich er bij uitstek voor leent: het niveau van leerlingen verschilt bij dit onderdeel namelijk enorm. Uiteindelijk heeft dat zijn vruchten afgeworpen want vrijwel iedereen heeft het gewenste niveau (80% = goed!) gehaald. Bij leesvaardigheid hebben we alleen actuele teksten gebruikt over onder andere etnisch profileren, sexting en social media. Aan de hand van deze teksten en bijbehorende nieuwsitems hebben we hele interessante gesprekken en levendige discussies gehad. Wil je zien hoe we precies te werk gaan? Al ons lesmateriaal delen we op onze Facebookpagina, die inmiddels meer dan 580 leden telt. Aanmelden kan nog steeds.


Lees verder >>

Vacature: directeur Centrum voor Taal en Onderwijs

Het Centrum voor Taal en Onderwijs van de KU Leuven werft aan:

Directeur Centrum voor Taal en Onderwijs

Het Centrum voor Taal en Onderwijs (CTO) verenigt een 25-tal onderzoekers en projectmedewerkers en enkele administratieve medewerkers rond één missie: kwaliteitsvol taalonderwijs stimuleren, zodat iedereen in het onderwijs maximaal succes kan ervaren. Aan het CTO lopen diverse doctoraatsonderzoeken en andere onderzoeksprojecten, we geven nascholingen in alle geledingen van het onderwijs en ontwikkelen cursussen en evaluatietools.

Website van de eenheid Lees verder >>

Een warme trui voor het Surinaams-Nederlands

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-27Over het Surinaams-Nederlands weten we belachelijk weinig. Het is een variëteit van het Nederlands met eigen woorden (tori voor verhaal), eigen constructies (‘voordat je denkt, raakt een 50SRD op’), eigen klanken (de met de lippen uitgesproken w), enzovoort, maar een en ander is nauwelijks in kaart gebracht.

Dat komt doordat Nederlandse en Surinaamse taalkundigen de taal links hebben laten liggen (over het Sranan weten we bijvoorbeeld veel meer). En dat heeft op zijn beurt weer te maken met de lage dunk die men in Suriname nog van de variëteit heeft. Het ‘Europese Nederlands’, zoals dat in Nederland gesproken wordt, geniet er nog het hoogste aanzien. Het is de taal die leerlingen en leraren op school geacht worden te spreken, en de taal die intellectuelen en ambtenaren geacht worden te gebruiken. Lees verder >>

Sisyphus wil taalkunde op school

Door Marc van Oostendorp

Wat is het moderne leven toch een eindeloos gezwoeg, met allerlei mensen die maar dag in dag uit achter lange tafels zitten te vergaderen, en die zich dan aan elkaar gaan ergeren, zodat ze als ze elkaar niet zien venijnige stukjes over elkaar schrijven; waarna er uit al die vergaderingen uiteindelijk iets komt waar niemand écht gelukkig mee is.

Je weet het natuurlijk allemaal wel, maar dan schrik je nog als je het allemaal bij elkaar ziet staan. Het proefschrift dan Maria van der Aalsvoort op 14 december a.s. in Nijmegen verdedigt is er een voorbeeld van. Van der Aalsvoort beschrijft in detail de discussies die er tussen 1988 en 2008 zijn gevoerd over de mogelijke invoering van een vak taalkunde in het eindexamen Nederlands voor havo en vwo.

Terugkoppelen

Verreweg de meeste aandacht besteedt Van der Aalsvoort daarbij aan de eerste tien jaar van die periode – de tijd dat de discussie gevoerd werd. Vooral onder universitaire neerlandici was het idee ontstaan dat het nuttig zou kunnen zijn om iets aan taalkunde te doen (of taalbeschouwing, zoals sommigen het noemden, alleen al over die kwestie kun je natuurlijk eindeloos vergaderen). Niet iedereen was het daar mee eens. Sommigen vonden dat de leraar al overbelast was en anderen meenden bijvoorbeeld dat de nadruk bij Nederlands vooral moest liggen bij vaardigheden: kunnen spreken, lezen, luisteren en spreken. Uiteindelijk kwam men desalniettemin na lang wikken en wegen, door Van der Aalsvoort met eindeloos geduld gedocumenteerd, tot een advies om het in ieder geval eens te proberen, met een beetje taalkunde. Lees verder >>

Hoe verder met het eindexamen Nederlands?

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-23Het is goed dat de Tweede Kamer de discussie over het eindexamen Nederlands nu eens in november heeft geagendeerd in plaats van altijd maar in mei als bijna alle betrokkenen te druk zijn met corrigeren, leren, of zich opwinden over veronderstelde fouten in het laatste examen. Vanmiddag komen in het parlement een aantal betrokken organisaties en individuen vertellen over wat de problemen zijn, en hoe het volgens hen verder moet.

Het is een nogal divers gezelschap en het is niet altijd duidelijk waarom sommigen wel en anderen niet zijn uitgenodigd – waar zijn bijvoorbeeld de opstellers van het Manifest Nederlands op school? – maar het kan alles bij elkaar toch wel een interessante discussie worden.

Uit de bij de agenda gevoegde position papers blijkt dat eigenlijk iedereen het er wel over eens is dat er iets moet veranderen, met name in de theoretischer schoolvormen en dan helemaal vooral in het havo en het vwo. (Alleen het Cito heeft weinig position in de position paper en somt vooral op wat er wel of niet mogelijk zou zijn.) (Ik heb het vanaf nu vooral over de havo/vwo-examens omdat ik te weinig verstand heb van het vmbo.) Lees verder >>

Pilot schrijfvaardigheid centraal examen Nederlands vmbo

Door Kirsten van Ingen en Hans Goosen

In de examenjaren 2013 tot en met 2015 vond een pilot plaats waarin onderzocht is welke plaats schrijfvaardigheid in het centraal examen Nederlands vmbo zou kunnen innemen. Aan de pilot namen zo’n 40 scholen deel. Deze scholen hebben verschillende schrijfvaardigheidsopdrachten, die wellicht deel uit zouden kunnen maken van toekomstige centrale examens, beproefd in hun eigen schoolexamen. Dit artikel rapporteert over de bevindingen uit de pilot. 

Lees het hele artikel

Kirsten van Ingen werkt als toetsdeskundige bij Cito. Zij was vanuit Cito projectleider van de pilot.
Hans Goosen was bij de pilot betrokken als voorzitter van de vaststellingscommissie Nederlands vmbo van het CvTE.

Kritische punten bij het vwo-examen Nederlands 2016

Door Christine Brackmann

Het opstellen van een goed examen is een razend moeilijke klus. Dit jaar stuitte met name het vwo-examen op veel bezwaren. Maar liefst 98 procent van de examinatoren vond het examen te lang. Gemiddeld waardeerden de docenten het vwo-examen slechts met een  4,9. Een examen dat zoveel kritiek oproept, zou aanknopingspunten moeten bieden voor verbeteringen.

Onderstaande analyse snijdt enkele punten uit het vwo-examen aan en koppelt deze aan discussievragen over het examen leesvaardigheid. Aan de orde komen: de problematiek van meerpuntsvragen geïllustreerd aan de hand van vraag 20, de lengte van het examen en de gemiste vragen.

<Vanwege de uitvoerigheid van de analyse staat deze in een apart pdf-document>

Aankondiging: LitLab is online!

LitLab is een digitaal laboratorium waarin bovenbouwleerlingen de Nederlandse literatuur kunnen leren onderzoeken. Op de website staan nu 6 proeven klaar rond recent academisch onderzoek naar de Nederlandse literatuur in brede zin: van onderzoek naar de voordracht van middelnederlandse verhalen tot de bestudering van nationalisme in hedendaagse popmuziek. Zo vormt LitLab een schakel tussen leerlingen, docenten en onderzoekers aan Nederlandse en Vlaamse universiteiten. De Universiteit Utrecht sponsorde het prototype dat nu beschikbaar is. Lees verder >>

Oprichting Nijmeegs Netwerk Neerlandistiek (NNN)

Door Nicoline van der Sijs

De afdeling Nederlandse Taal en Cultuur van de Radboud Universiteit Nijmegen vindt het belangrijk dat de banden tussen docenten Nederlands in het academisch en middelbaar onderwijs worden aangehaald. We zijn van mening dat beide partijen veel van elkaar kunnen leren en veel gemeenschappelijke belangen hebben. Daarom willen we een Nijmeegs Netwerk Neerlandistiek (NNN) oprichten, waarvan alle leraren Nederlands lid kunnen worden. In de praktijk zullen de meeste leraren woonachtig zijn in het achterland van de Nijmeegse universiteit: Gelderland en de aangrenzende provincies.

Het doel van het Nijmeegs Netwerk Neerlandistiek is om te komen tot dialoog en kennisuitwisseling tussen neerlandici in het middelbaar en academisch onderwijs en om samenwerkingsverbanden te smeden, zodat we gezamenlijk het vak Nederlands in zowel het middelbaar als het wetenschappelijk onderwijs kunnen verdiepen en verrijken. Dat klinkt misschien abstract maar we willen het heel praktisch aanpakken. We denken onder andere aan de volgende activiteiten: Lees verder >>

Schoolvak Nederlands: inhoud voorop of vaardigheden voorop?

Door Roland de Bonth

Tijdens de docentenconferentie op zaterdag 18 juni in Utrecht hadden de deelnemers de mogelijkheid zich van tevoren in te schrijven voor verschillende workshops, waaronder een met de titel Nederlands: inhoud voorop of vaardigheden voorop? Nadat gespreksleider Hanneke Gerits de regels van het socratisch debat – de werkvorm waarin de  workshop was gegoten – had  uiteengezet en de spreker een korte inleiding op het onderwerp had gegeven, ontstond een levendig debat onder de ruim 30 deelnemende docenten. Hieronder volgt zowel de tekst van de inleiding als een korte bespreking van enkele vragen waarbij tijdens deze workshop langer is stilgestaan.

Nederlands: inhoud voorop of vaardigheden voorop?

“De meeste leerlingen vinden Nederlands het saaiste vak op school’’ las ik in een interview met Theo Witte, vakdidacticus van de Rijksuniversiteit Groningen en een van de stuwende krachten achter het inmiddels welbekende Manifest Nederlands op school. Een ‘factcheck’ van een journalist van de Correspondent toonde aan dat op deze uitspraak wel het nodige valt af te dingen valt. Lees verder >>

Het ideale examen?

Door Arnoud Kuijpers

Afgelopen jaar kende het examen Nederlands een dieptepunt als het gaat om alle kritiek die er zowel voor- als achteraf werd verkondigd. Er bestaat al langer onvrede over het examen, maar met alleen klagen verander je uiteindelijk niks. Aan de hand van twee socratische gesprekken van ongeveer een uur, hebben meer dan zestig docenten zich afgelopen zaterdag tijdens de conferentie Nederlands Nu gebogen over de vraag hoe een ideaal examen Nederlands eruit zou zien. Een lastige en complexe vraag, maar de deelnemers wisten er wel raad mee. Er werd in mijn ogen constructief nagedacht over hoe we het huidige examen zouden kunnen verbeteren. Wat er precies is besproken kun je hier lezen. Uiteindelijk resulteerden de gesprekken in een paar aanbevelingen. 

Goed zoals het is

De eerste aanbeveling is wellicht opvallend, maar volgens de docenten zou er op de korte termijn niet zo veel hoeven te veranderen. Lees verder >>

Formatief evalueren bij Nederlands

Samen met mijn Joanneke Prenger (basisonderwijs) heb ik, Gerdineke van Silfhout (voortgezet onderwijs) de afgelopen tijd vormen van formatief evalueren bij taal/Nederlands ontsloten op de website Formatief evalueren bij Nederlands.

  • Voor basisonderwijs de leesgesprekken (docent-leerling gesprekjes rond een tafel vol boeken) om te achterhalen wat leesvoorkeuren, stijlen, motivatie en vaardigheid
  • Voor het voortgezet onderwijs het formuleren van leerdoelen, geven van (peer)feedback en werken met rubrics en succescriteria bij schrijfvaardigheid met lesvoorbeelden die docenten kunnen downloaden.

Bij Lees meer en Zelf aan de slag vind je de recente literatuur over dit onderwerp, links naar tools, apps, websites etc.

Wat is een hele of volledige correcte (Nederlandse) zin volgens examenblad.nl?

Door Ben Salemans

In het af en toe raadselachtige document Veelgestelde vragen vakspecifieke correctieregels CE Nederlands havo en vwo 2016. Versie 1, 22 april 2016 lezen we het volgende:

”Hoe moet correct taalgebruik worden beoordeeld bij antwoorden die beginnen met ‘dat’ of een variant daarvan (bijzin), terwijl om hele zinnen is gevraagd? Voor antwoorden die alleen uit een bijzin bestaan terwijl er gevraagd wordt om volledige zinnen te gebruiken, moet één fout worden gerekend vanwege deze onvolledigheid. Verder is het natuurlijk zo dat ook volledige zinnen kunnen beginnen met een bijzin (“Dat het koud weer is, weten we wel”). Daar is niets mis mee.”

De publicatiedatum van het genoemde raadselachtige document van examenblad.nl is hoogst eigenaardig: 22 april 2016. Dan zit het schooljaar voor de meeste eindexamenkandidaten er zowat op! Hoe moeten/moesten docenten Nederlands al deze vaak rare beoordelingsrichtlijnen nog aan hun eindexamenleerlingen mededelen? Het opvallende document van examenblad.nl had toch wel minstens een maandje eerder bekend mogen worden gemaakt, lijkt me.

Lees verder >>

De week van de drive

Door Arnoud Kuijpers


Komende week is dé week van de Drive voor de leraar Nederlands! Op die virtuele map op internet delen leraren Nederlands uit heel Nederland (en Vlaanderen) lesmateriaal met elkaar. 
Elke dag van deze week zal op de Facebook-groep Leraar Nederlands een bericht verschijnen meteen voorbeeld van fantastisch lesmateriaa. Jij kunt, als je leraar bent, jouw lessen met dit gratis lesmateriaal via http://drive.hetschoolvaknederlands.nl/bestanden verrijken!

Maar daar hebben we ook jouw hulp bij nodig. Als je dit leest, aarzel niet en besluit deze week in ieder geval 1 bestand, presentatie, werkvorm of project te uploaden in de drive (immers: halen is brengen)! Zo helpen we elkaar ons onderwijs nog mooier te maken.

Eind deze week posten we een bericht hoeveel materiaal er afgelopen week in de drive is geüpload. We kunnen toch ook op jouw steun rekenen?

Namens het drive-team, een heel fijne inspirerende week toegewenst!

Eerste beginselen

Door Bas Jongenelen
Soms loop je bij de opruiming van een oude bibliotheek tegen een boekje aan dat er onooglijk uitziet, maar inhoudelijk heel bijzonder is. De bibliotheek van de Fontys Lerarenopleiding Tilburg heeft een groot deel van de collectie in de verkoop gedaan om ruimte te maken voor digitale opslag. In die verkoop zijn ook boeken terecht gekomen die niet uit de eigen collectie kwamen, of die in ieder geval niet als zodanig herkenbaar waren. Ik pikte er een klein boekje uit, zonder bibliotheekkenmerken als stickers en stempels: Eerste beginselen der Nederduitsche spraakkunst, gevolgd door eene verhandeling over de lees- of schrijfteekenen, en door een reglement voor scholen. Het kostte één euro.

Lees verder >>

Is het nu kipje of kippetje?

Door Robert Chamalaun
Vorige week gaf ik in mijn vwo4 een les over het verkleinwoord. Voor de meeste leerlingen zou het een fluitje van een cent moeten zijn om van een zelfstandig naamwoord een verkleinwoord te maken. De regel hebben ze op de basisschool al geleerd, waarna de regel in de brugklas weer aan bod kwam. In het lesboek dat de leerlingen gebruiken, staat dat je meestal kunt horen hoe je het verkleinwoord schrijft. Het boek in vwo4 stelt zelfs dat je ‘meestal wel weet hoe je verkleinwoorden vormt’.
Zo op het eerste gezicht lijkt de regel ook niet zo heel ingewikkeld. Afhankelijk van de fonologische eigenschappen van het grondwoord wordt het verkleinwoord gevormd met een van de volgende vijf vormen van het diminutiesuffix: -je, -tje, -pje, -kje, -etje. De meesten komen hier wel uit. Gelukkig zijn er altijd leerlingen die verder denken en kritisch naar de taal kijken. Al vrij snel kwam er een discussie in de klas over de vraag of het verkleinwoord van kip met –je of –etje geschreven moet worden, dus kipje of kippetje?

Lees verder >>

Een nieuw examen Nederlands

Door Bas Jongenelen
Het schoolvak Nederlands staat de afgelopen tijd nogal in de belangstelling. Sommigen willen de canon eruit, anderen willen hem er absoluut in houden, weer anderen pleiten voor Nederlands als keuzevak en weer sommigen zien Nederlands als pure ondersteuning voor overige vakken. Heel erg concreet wordt het echter nergens, vandaar dat ik hier en nu (en op persoonlijke titel) een opzet geef voor de invulling van het VWO-examen Nederlands.

Het huidige VWO-examen gaat over leesvaardigheid: de leerlingen moeten een tekst samenvatten, vragen over alineaverbanden beantwoorden en argumentatie benoemen. Ik vind dit zeer nuttige vaardigheden die op het VWO (Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs) thuishoren, maar ik vind ze niet genoeg voor het Centraal Examen (CE). Het VWO is de hoogste vorm van het voortgezet onderwijs (VO), het CE dient dus het hoogste te toetsen. De hoogste vorm van een taal is de literatuur en binnen de literatuur is poëzie de hoogste vorm van literair taalgebruik. Vandaar dat ik vind dat het CE van de hoogste vorm van het VO de hoogste vorm van taal moet toetsen: poëzie.

Auteurs Weijts en Huff hebben geen oog voor de docent Nederlands.

De Nederlandse literatuur is een feest voor jongeren. Niet in 2032, maar nu al.  

Tom Borsten
Docent Nederlands

De Week van de Literatuur op het Koning Willem II College, een scholengemeenschap in Tilburg, zit erop. Het thema van de week was – in het kader van het 150-jarig bestaan – ‘Feest!’. Leerlingen lazen in groepjes fragmenten uit Dorsvloer vol confetti, Tirza, Het leven is verrukkulluk, Cruijffie, Harry Potter, Spijt en andere boeken. Ze spraken met elkaar en mij, de docent Nederlands, over de inhoud, de sfeer, de personages van het boek en werkten hun ervaringen uit in een fotoverhaal, een digitale strip, een lied, of een leeskringgesprek. Ze presenteerden hun werkstuk voor de klas en de producten staan nu in de tentoonstelling in de mediatheek. Ik loop daar regelmatig doorheen en hoor medeleerlingen regelmatig elkaars werk beoordelen: ‘Wauw, dat is mooi gedaan’, of ‘Dat boek ga ik ook eens lezen, denk.’ 
Auteur Christiaan Weijts heeft vorige week in een column in NRC Handelsblad het hart van menig docent Nederlands behoorlijk pijn gedaan. Hij sprak zijn afschuw uit over de literaire canon. ‘Fuck de canon’, riep hij uit. Docenten Nederlands laten leerlingen museumstukken lezen, waardoor het leesplezier verdwijnt. Hij ontlokte hiermee een flinke discussie op de sociale media en in de traditionele kranten. Ik vind dat het accent in deze belangrijke discussie verkeerd wordt gelegd. Betrokkenen spreken te veel over het boek, maar veel te weinig over de rol van de docent Nederlands. Ik denk dat ‘vergeelde murmelaars’ als Reinaert de Vos, De avonden en Max Havelaar in deze woelige tijden buitengewoon belangrijk zijn. De literatuur is misschien niet meer vanzelfsprekend, maar de docent kan die wel sprekend maken. Ook voor de huidige puber. 

Lees verder >>

Voor de komende generatie wordt Nederlands het spannendste vak

Door Yvonne Gerridzen
Uitgever van PLOT26

Nederlands in het VO wordt voor de toekomstige leerlingen wel degelijk spannend.  

Dat is nu niet het geval, dat betoogt onder andere Theo Witte van de RUG. 

Nu is het het vak waar leerlingen voor weglopen: saai, maar ook moeilijk.  En wat heb je er eigenlijk aan, want ‘we kunnen het toch al’? Deze reacties zijn standaard, als ik leerlingen spreek in de klas wanneer ik samen met hen lessen bedenk. Onderzoeken bevestigen dit. De huidige praktijk biedt voor de leerling echt niet genoeg aanknopingspunten om dit vak te verbinden met hun eigen leven en te begrijpen waar het over gaat. Dat moet anders!
Gelukkig kán het ook anders, dat bewijzen veel docenten die met creatieve inzet leerlingen weten te boeien en te activeren.

Lees verder >>