Categorie: Neerlandistiek voor de klas

Ontwikkel en deel je kennis en lesmateriaal

Over de DOT Nederlands

Door  Thomas de Bruijn
Teacher in Residence Nederlands Radboud Universiteit
t.debruijn@ru.nl

De autonomie die wij als docenten genieten, verschilt van school tot school en van sectie tot sectie. De eindtermen zijn leidend, maar uiteindelijk blijft er veel vrijheid over om lessen te ontwikkelen, werkvormen uit te proberen en onderwerpen te bespreken die ‘gewoon heel leuk’ zijn. Binnen secties is het meestal vanzelfsprekend om materiaal te delen, maar buiten de schoolmuren komt jouw webquest, project of onderzoek vaak niet. Er ligt een schat aan potentieel lesmateriaal te wachten op collega’s in het land, maar die schat moet wel opgegraven worden.

Er zijn al vele initiatieven om lesmateriaal en werkvormen te delen. Er bestaan diverse Facebookgroepen over vakgebieden, Kennisnet heeft een leermiddelendatabank en elke week is er wel ergens een congres of workshopdag vol inspirerende lesideeën. Deze kennisuitwisseling is helaas niet structureel. Lees verder >>

Groepsmondelingen als tentamen literatuurgeschiedenis

Door Bas Jongenelen

Op de Fontys Lerarenopleiding Tilburg geef ik onder andere het vak Moderne Letterkunde aan de tweedejaars voltijdstudenten ‘bachelor of education in Dutch language and literature.’ Dit vak gaat over de Nederlandse literatuur van de twintigste eeuw (met uitzondering van de postmoderne jaren 80 en 90, deze worden in het eerste jaar behandeld bij Hedendaagse Letterkunde). Studenten volgen zestien hoorcolleges en zeven werkcolleges. Er wordt tijdens de colleges alleen maar gepraat over literatuur, er wordt niets over geschreven. Het tentamen echter was altijd schriftelijk. Dat vond ik niet eerlijk en representatief: een schriftelijke toets na louter mondelinge training? Nee. Tijd voor een mondelinge toets. Lees verder >>

Call voor speciaal nummer Levende Talen Magazine

“De praktische relevantie van vakdidactisch onderzoek MVT en NL”

Dit is een call voor een Special Issue over vakdidactisch promotieonderzoek en het praktisch nut daarvan voor talendocenten. De afgelopen jaren is er steeds meer aandacht gekomen voor vakdidactisch onderzoek. Daarbij gaat het vaak om de vraag hoe een specifiek schoolvak onderwezen kan worden zodat leerlingen kennis , vaardigheden en attitudes met betrekking tot het​ ​vak verwerven. Dergelijk onderzoek heeft echter alleen zin als de opbrengsten ervan gedeeld wordt worden​met scholen en docenten, en wel op zo’n manier dat zij er ook daadwerkelijk wat aan hebben. Levende Talen Magazine (LTM) is een medium dat gelezen wordt door de doelgroep en een Special Issue over lopend vakdidactisch onderzoek met als thema ‘Vakdidactisch onderzoek en het nut voor de onderwijspraktijk’ kan er voor zorgen dat onderzoeksresultaten ook echt in de klas terecht komen. Voor dit Special Issue van LTM zoeken we bijdragen waarin dergelijk onderzoek wordt beschreven, met daarin nadruk op het praktisch nut voor talendocenten. Lees verder >>

Enquête: evaluatie examen Nederlands

Over het examen Nederlands is veel discussie (geweest). Binnen de lerarenverenigingen Levende Talen en Nederlands Nu! hebben wij nagedacht over wensen voor het schoolvak en de examens Nederlands. Maar wij willen graag peilen in hoeverre docenten onze voorlopige ideeën ondersteunen. En over de uitkomsten van die peiling willen we ook nog graag op korte termijn met docenten overleggen. Daarvoor willen wij een tweetal regiobijeenkomsten in juni 2017 met docenten organiseren.

Elke vraag wordt voorafgegaan door een korte toelichting. De vragen met een groene asterisk (*) zijn verplicht. Het invullen van de enquête duurt ongeveer 10 minuten.

Over de resultaten en het vervolg krijg je bericht. De resultaten worden anoniem verwerkt. Je kunt de enquête invullen tot 15 mei 2017.

Naar de enquête

Gesprek over het gesprek

Door Marc van Oostendorp

Een gesprek met Erwin Mantingh (Universiteit Utrecht) over het gesprek: kun je leren om een gesprek te voeren? En valt dat dan ook te toetsen? (De technische kwaliteit van deze video is wat minder dan u van ons gewend bent, maar de kwaliteit van het gesprek maakt hopelijk veel goed.)

Fout in je hoofd!

Een foute dt, hij is groter als ik, verkeizing typen in plaats van verkiezing: taalfouten heb je in alle soorten en maten. Maar hoe gaat je hoofd daarmee om?

Inleiding

Iedereen maakt weleens een foutje tijdens het schrijven. Jij en ik, maar ook professoren Nederlands. Van Matthijs Siegenbeek, de eerste hoogleraar Nederlands (Universiteit Leiden, van 1797 tot 1847) tot aan Jan Renkema, schrijver van het gezaghebbende taaladviesboek de Schrijfwijzer: we zijn allemaal maar mensen. Eigenlijk is het juist fijn dat we fouten maken, want daardoor kunnen we ze bestuderen. En het bestuderen van fouten is interessant, omdat het ons iets kan leren over hoe we taal leren, hoe ons taalsysteem werkt, en over hoe onze hersenen werken. Lees verder >>

Hoe oordelen leerlingen over ‘hun hebben’?

Door Astrid Wijnands

Op 1 maart jl. verscheen in de Volkskrant een interview met Hans Bennis, de nieuwe directeur van de Taalunie met als kop: ‘Directeur Taalunie: ‘Hun hebben’ is taalkundig gezien zelfs een verbetering.’ In het interview geeft Bennis aan dat taalkundig gezien ‘hun hebben’ weliswaar als een verbetering beschouwd zou kunnen worden, maar dat er ook nog veel mensen zijn die hiervan gruwelen.

Lees verder >>

Zes DOT’s Nederlands: samen inspirerend onderwijs ontwerpen

Uitnodiging aan docenten: wie doen (denken, ontwikkelen en werken) er mee?

Erwin Mantingh
namens de Meesterschapsteams Nederlands

De Meesterschapsteams Nederlands zoeken voor het schooljaar 2017-2018 enthousiaste docenten die in de geest van het Manifest Nederlands op school samen met ons het schoolvak Nederlands willen vernieuwen. Onder het motto ‘meer inhoud, meer plezier en betere resultaten’ zullen docenten, vakwetenschappers en vakdidactici in zes zogenoemde DOT’s (docentontwikkelteams) samen inspirerend onderwijs gaan ontwerpen.

Zes DOT’s

De docentontwikkelteams opereren verspreid over Nederland en richten zich op verschillende onderwerpen: Lees verder >>

Authentieke historische teksten

Door Roland de Bonth

Dat leerlingen in het voortgezet onderwijs slecht, slordig en sloom lezen, is een veelgehoorde klacht van docenten Nederlands; collega’s van andere vakken onderschrijven dit. De prangende vraag die op veel scholen wordt gesteld, is hoe we ervoor kunnen zorgen dat leerlingen beter worden in begrijpend lezen én bovendien gemotiveerder zijn om te lezen?

Lees verder >>

Onderzoekers, docenten en een straatkrantverkoper: een wens vanuit de wetenschap

Door Marloes Schrijvers
promovenda vakdidactiek Nederlands (Universiteit van Amsterdam)

Begin 2017 zag ik met angst en beven de fase tegemoet waarin ik – voor de tweede keer in mijn promotieonderzoek – docenten Nederlands zou gaan werven. Ik zocht docenten die wilden deelnemen aan een interventiestudie naar de effecten van dialogisch leren in literatuurlessen op het zelfinzicht en sociaal inzicht van leerlingen in havo 4. Alleen die zin al – ‘interventiestudie’, ‘effecten’ – leek me voldoende om docenten af te schrikken, maar wat me nog meer dwarszat, was dat ene woord: werven.

Straatkrant

Op een dag in die wervingsperiode zag ik de verkoper van de straatkrant bij de Albert Heijn: hij droeg zijn rode hesje, groette me vriendelijk, wachtte of iemand eens een keer zijn straatkrant zou kopen. Ik groette terug, maar kocht geen krant. Ik had mijn vertrouwde Volkskrant al, en wat zou een straatkrant me dan te bieden hebben? Bovendien had ik geen kleingeld. Lees verder >>

Uitvliegende lio’s

Door Erwin Mantingh, Vakdidacticus Nederlands (Departement TL&C/GST) UU

Voor universitaire leraren-in-opleiding Nederlands is er jaarlijks een oploop of meetup, om het in hipstertaal aan te duiden. Maandag 27 maart jongstleden vond de landelijke liodag voor docenten Nederlands in de dop plaats aan de Universiteit Utrecht. Bijna honderd lio’s namen deel aan de openingslezing en de workshops verzorgd door opleiders en gastsprekers uit den lande, en wisselden onderling lesmateriaal uit in een goedepraktijkenmarkt . Juist dit laatste onderdeel vonden veel lio’s die ik sprak ‘inspirerend’, enigszins tot hun eigen verrassing, zo leek het. Een beproefd en sterk concept, die liodag, maar als een van de organisatoren kan ik er natuurlijk niet onbevangen over oordelen. Het was bovendien een stralende lentedag, geen wolkje aan de lucht, zo’n dag waarop vogels nesten beginnen, waarop je moeiteloos wegwensdroomt.

Hoe houden lerarenopleidingen de band en uitwisseling met hun lio’s in stand als ze eenmaal zijn uitgevlogen? Niet of nauwelijks, als ik voor mijzelf en de Utrechtse lerarenopleiding spreek, terwijl het belang me voor alle betrokkenen overduidelijk lijkt. Lees verder >>

Gesprekken met inhoud

Eindexamen gesprek (aflevering 6)

Door Marc van Oostendorp

Waarom worden gesprekken vrijwel alleen gevoerd op het vmbo en het mbo? Misschien heeft het ermee te maken dat we gesprekken als een eenvoudigere en wie weet zelfs lagere vorm van taalgebruik zien: niet iets waar je je vreselijk voor hoeft in te spannen. Praten is iets voor werklui, wij intellectuelen van de havo en het vwo lezen en houden af en toe een voordracht. Dat is dan een onterechte omkering van wat Socrates als waardevol zag.

Misschien heeft het ook te maken met het feit dat de leerlingen in het beroepsonderwijs een eigen onderwerp hebben om over te praten: de eigen werkomstandigheden. Leerlingen in het meer theoretische onderwijs op de havo en de vwo worden dan geacht zich met algemenere kwesties bezig te houden: zaken van ‘maatschappelijk belang’ zoals het referentiekader het noemt.

Lees verder >>

Examineren van spreken: het is te doen!

Door Robert Chamalaun

Als opmaat voor het komende eindexamen laat Marc van Oostendorp vrijwel dagelijks zijn licht schijnen op het examen en vooral op de vraag of we niet beter aandacht zouden kunnen besteden aan het gesprek als ultieme vorm van taalvaardigheid. Ik onderschrijf zijn conclusie dat het gesprek een zeer belangrijke, zo niet de belangrijkste, vaardigheid is. Dat er allerlei haken en ogen zitten aan toetsing is geen argument om gespreksvaardigheid in de moedertaal als ondergeschoven kind te behandelen. Enkele jaren geleden heb ik een opdracht bedacht die tegemoetkomt aan de bezwaren die nu eenmaal kleven aan het toetsen van gespreksvaardigheid. In dit artikel bespreek ik die opdracht. Hopelijk inspireer ik zo collega’s om meer aandacht aan spreekvaardigheid in de moedertaal te besteden.

In de eindtermen is het glashelder verwoord: leerlingen moeten op niveau 3F (havo 5) in staat zijn op effectieve wijze deel te nemen aan gesprekken over onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard. Niveau 4F (vwo 6) gaat uiteraard nog verder: leerlingen moeten in alle soorten gesprekken de taal nauwkeurig en doeltreffend kunnen gebruiken voor een breed scala van onderwerpen uit (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard. Deze hoofddoelen zijn uiteraard abstract geformuleerd en het zijn vooral de subdoelen die verwerkt moeten worden in een of meerdere opdrachten. Lees verder >>

Gesprekken examineren – het rollenspel

Eindexamen gesprek (aflevering 5)

Door Marc van Oostendorp

Er zijn schoolvormen in Nederland waar het gesprek inderdaad wordt geëxamineerd: het vmbo en het mbo. Het zogenoemde ‘referentiekader’ dat in opdracht van het ministerie van onderwijs is samengesteld geeft vrij uitvoerige informatie over aan wat voor criteria een goede gespreksbijdrage zou moeten voldoen.

Een van die criteria is, willekeurig gekozen, ‘beurten nemen en bijdragen aan samenhang’. Op het laagste door het referentiekader gedefinieerde niveau betekent dat ‘Kan een kort gesprek beginnen, gaande houden en beëindigen’. Op het hoogste niveau is het ‘Kan een passende frase kiezen om eigen opmerkingen op de juiste wijze aan te kondigen en de beurt te krijgen, of om tijd te winnen en de beurt te houden tijdens het nadenken’. Of dat succesvol vechten om ‘de beurt’ nu per se een hard criterium kan zijn – ‘Kan standaardzinnen gebruiken (bijvoorbeeld: ‘Dat is een moeilijk te beantwoorden vraag’) om tijd te winnen en de beurt te behouden’  heet het bij een van de tussenniveaus –, daarover kun je twisten. Je zou ook kunnen zeggen dat je soms zo min mogelijk aan de beurt moet zijn om een gesprek tot een succes te maken. Maar zo is er altijd wat. Lees verder >>

Spreek en win!

Heb jij een mening die je graag eens voor een groot publiek zou verkondigen? Weet jij heel goed wat er anders moet, wat niet langer genegeerd mag worden? Of wat we juist nu moeten koesteren?

Maak van je hart geen moordkuil en deel het met de rest van de stad! Doe mee aan de Haagse speechwedstrijd.

De Nacht van de Filosofie Den Haag organiseert samen met het Debatbureau een speechwedstrijd voor jongeren (16 – 29 jaar).

Lees verder >>

Hoe examineer je gespreksvaardigheid?

Eindexamen gesprek (aflevering 4)

Door Marc van Oostendorp

Niet al je streven, schreef ik vorige keer, kan gericht zijn op het voorbereiden van jongeren op een ideale samenleving. Je wilt ze ook vertrouwd maken met de rijstebrijberg waar ze in de werkelijke wereld mee moeten omgaan, de kakofonie die helemaal niet voortkomt uit één geest, maar uit al die andere geesten die ons omringen, en die op elkaar reageren in voortdurende interactie.

Daarnaast is er een verschil tussen een roman lezen en een opiniestuk lezen. Een roman biedt een onvervangbare ervaring; een opiniestuk is een vorm die misschien simpelweg wel zijn langste tijd gehad heeft.

Er is met andere woorden in mijn ogen slechts één ware vorm van taalgebruik, de oudste, het gesprek. Nu begrijp ik ook wel dat er meteen een probleem ontstaat wanneer je iemands gespreksvaardigheid wil gaan toetsen: hoe moet je dat doen? Lees verder >>

Vóór gespreksvaardigheid

Eindexamen gesprek (aflevering 3)

Door Marc van Oostendorp

De oudste en belangrijkste taalvaardigheid, schreef ik gisteren, is het gesprek. Socrates wist het al.

De Griekse oudheid was natuurlijk niet de laatste keer dat het gesprek gewaardeerd werd. In de negentiende en de vroege twintigste eeuw gold de ‘beschaafde conversatie’ ook als zo’n beetje de belangrijkste vaardigheid die iemand moest beheersen. Schrijvers als Denis Diderot en Oscar Wilde waren in hun eigen tijd minstens even bekend voor hun conversatie als voor hun geschreven werk. Alleen is natuurlijk alleen het laatste overgebleven. Een goed gesprek laat weinig sporen na behalve dat het de gesprekspartners voor altijd heeft veranderd.

Er valt nog steeds veel voor te zeggen. Lees verder >>

De belangrijkste vaardigheid: het gesprek

Eindexamen gesprek (aflevering 2)

Door Marc van Oostendorp

Daar komt nog bij dat de vier taalvaardigheden allang niet meer zo duidelijk van elkaar onderscheiden zijn als ze ooit waren. Ook hierin speelt het internet een belangrijke rol.

We weten dat schrijf- en spreektaal inmiddels veel minder duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn. Dat komt niet alleen doordat in de schrijftaal steeds meer woorden en constructies acceptabel zijn geworden die vroeger alleen in de spreektaal gebruikt werden. Dat proces, de ‘informalisering’ is al veel langer aan de gang en kun je ook deels gemakkelijk opvangen.

Maar het betekent ook allerlei andere dingen. Bijvoorbeeld dat de status van het geschreven woord enorm veranderd is. Je slingert nu bijna net zo gemakkelijk je uitgeschreven mening de wereld in als je een mening verwoordt aan de cafétoog. Er wordt sinds de introductie van sms en van de chatfuncties op het internet (van msn tot WhatsApp) steeds meer geschreven – en wie meer schrijft, schrijft moeitelozer, is minder geneigd om over ieder woord na te denken en houdt zich (dus) minder strak aan allerlei opgelegde regels. En zo is het ook altijd geweest bij spreektaal: omdat er meteen antwoord wordt verlangd, sta je voortdurend onder druk om zo snel mogelijk te formuleren. En dat geeft een ander resultaat dan wanneer je in stilte achter je bureautje zit. Lees verder >>

Moeten scholieren de Volkskrant kunnen lezen?

Eindexamen gesprek (aflevering 1)

Door Marc van Oostendorp

Ik ben de laatste tijd aan het nadenken over de ‘taalvaardigheden’. Wat zouden leerlingen moeten leren bij Nederlands? Ik zal daarover de komende dagen bloggen, want het onderwerp is interessant genoeg, en de eindexamens komen er weer aan.

De meeste deskundigen lijken het erover eens dat het schoolvak Nederlands vooral moet gaan om  ‘taalvaardigheid’. Dat maakt het vak anders dan sommige andere vakken: bij aardrijkskunde zullen weinig mensen beweren dat het primair erom moet gaan dat mensen zich over de aarde moeten kunnen bewegen en bij geschiedenis is al helemaal onduidelijk welke ‘vaardigheid’ daar centraal zou moeten staan. Bij sommige andere vakken – denk aan wiskunde – zijn kennis en vaardigheid juist bijna synoniem met elkaar.

Goed, taalvaardigheid dus. Lees verder >>

Call for papers HSN Conferentie

De conferentie HSN-31 (24 en 25 november 2017 in Zwolle) beoogt alle leeromgevingen aan bod te laten komen waarin Nederlands geleerd wordt: basisschool, secundair onderwijs op alle niveaus (vwo, havo, (v)mbo, resp. aso, bso, kso, tso), hogeschool/universiteit en lerarenopleidingen. Wij verwachten weer een tachtigtal presentaties / workshops te kunnen plaatsen in de parallelle programmakolommen. De stichting HSN Conferenties Onderwijs Nederlands roept docenten, didactici en anderen op om zich als spreker of workshopleider te melden met een inhoudelijk voorstel. Er wordt in het algemeen vooral belang gehecht aan praktijkgerichtheid en het vernieuwende karakter van de presentatie. Gedacht wordt aan programmakolommen die gericht zijn op onderwijstypen (bv. primair onderwijs, hoger onderwijs, mbo – i.e. in  Vlaanderen bso en tso – lerarenopleidingen) en aan themakolommen als:

  • literatuuronderwijs
  • taalvaardigheid, resp. een der taalvaardigheden
  • innovatie en digitale geletterdheid
  • taalbeschouwing
  • Nederlands in een meertalige context
  • taal- en letterkunde (mag iets minder praktijkgericht)

Lees verder >>

Nieuw: Neerlandistiek voor de klas – voor leraren die van het Nederlands houden

Door Peter-Arno Coppen, Marc van Oostendorp en Nicoline van der Sijs
Redactie Neerlandistiek voor de klas

Het schoolvak Nederlands is misschien wel het interessantste en het aantrekkelijkste, maar in ieder geval het belangrijkste dat de middelbare school te bieden heeft. Om dat te laten zien én om leraren Nederlands de kans te geven over de inhoud van het vak van gedachten te wisselen met elkaar en met neerlandici aan de universiteiten, beginnen we vandaag met een nieuwe, gratis nieuwsbrief: Neerlandistiek voor de klas.

Neerlandistiek voor de klas verschijnt tienmaal per jaar en biedt interessante inhoudelijke links voor leraren, nieuwtjes uit het onderzoek, aandacht voor interessant lesmateriaal, interviews met docenten, leerlingen of studenten, voor het onderwijs relevante artikelen uit verschillende taalkundige tijdschriften en een gedicht van de maand.

De nieuwsbrief wordt gevuld door een team van docenten uit het middelbaar onderwijs en medewerkers van alle afdelingen Neerlandistiek aan Nederlandse universiteiten. Lees verder >>

Websitetip: KlasCement

Door Redactie Neerlandistiek voor de klas

Geen les willen geven aan de hand van een methode Nederlands, maar geen tijd om zelf materiaal te ontwikkelen? Hier is een – misschien zelfs wel dé – oplossing!

Scholen voor voortgezet onderwijs waar uitsluitend gewerkt wordt met eigen materiaal zijn nog altijd een zeldzaamheid. De meeste secties Nederlands maken gebruik van een leergang die is ontwikkeld door een educatieve uitgeverij. Dat levert uiteraard tal van voordelen op. Zo geeft het gebruik van een methode structuur aan de lessen – doorlopende leerlijnen – en hoeven er geen toetsen, antwoordmodellen en normeringen vervaardigd te worden. Een docent bespaart zich hiermee kostbare tijd, want in het zelf ontwikkelen van lesmateriaal en toetsmateriaal gaan vele uren zitten. Lees verder >>

De online taal van Nederland en Vlaanderen

Door Redactie Neerlandistiek voor de klas

Welke talen gebruiken mensen online? Nederlands, Fries Engels, of iets anders? Onderzoek laat zien dat jongeren online vaak verschillende talen gebruiken voor verschillende situaties.

Als je denkt dat er in Nederland alleen Nederlands wordt gesproken, dan heb je het goed mis. Meertaligheid is aan de orde van de dag in Nederland. Migranten spreken misschien hun moedertaal naast Nederlands, maar ook geboren Nederlanders kunnen naast Standaardnederlands dialect spreken. Om van de honderdduizenden sprekers van het Fries nog maar te zwijgen. En in het bedrijfsleven spreken mensen misschien Engels, of Chinees. Maar hoe gaan mensen om met verschillende talen? Gebruiken ze voor verschillende situaties ook verschillende talen of gebruiken ze talen door elkaar heen? Recent onderzoek richt zich steeds meer op de taal van jongeren, en in het bijzonder op hun taalkeuze online. Kiezen ze voor Nederlands, voor dialect, voor hun moedertaal, of voor een combinatie van talen? Lees verder >>

Taalkunde geeft glans aan je les Nederlands

Door Mathilde Jansen

Waarom hebben wij mensen taal en dieren niet? Wat kunnen we allemaal doen met taal, behalve opstellen schrijven? Hoe leren we eigenlijk een taal? Allemaal vragen die iedereen boeiend vindt, want kennis over taal is kennis over onszelf én de wereld om ons heen. Waarom leren we op school wel hoe ons lichaam werkt, hoe de natuur werkt en de politiek, maar bijna niets over taal?

Het vak Nederlands draait meer en meer om taalvaardigheid: spreken, luisteren, lezen en schrijven. Stuk voor stuk nuttige vaardigheden, maar leerlingen zullen zich niet altijd even gemotiveerd op hun zoveelste opstel storten. Verschillende taalkundigen hebben hier in het (recente) verleden al kritiek op geleverd, omdat daardoor te weinig aandacht wordt besteed aan de kenniscomponent.

Lees verder >>