Categorie: Neerlandistiek voor de klas

Gesprekken met inhoud

Eindexamen gesprek (aflevering 6)

Door Marc van Oostendorp

Waarom worden gesprekken vrijwel alleen gevoerd op het vmbo en het mbo? Misschien heeft het ermee te maken dat we gesprekken als een eenvoudigere en wie weet zelfs lagere vorm van taalgebruik zien: niet iets waar je je vreselijk voor hoeft in te spannen. Praten is iets voor werklui, wij intellectuelen van de havo en het vwo lezen en houden af en toe een voordracht. Dat is dan een onterechte omkering van wat Socrates als waardevol zag.

Misschien heeft het ook te maken met het feit dat de leerlingen in het beroepsonderwijs een eigen onderwerp hebben om over te praten: de eigen werkomstandigheden. Leerlingen in het meer theoretische onderwijs op de havo en de vwo worden dan geacht zich met algemenere kwesties bezig te houden: zaken van ‘maatschappelijk belang’ zoals het referentiekader het noemt.

Lees verder >>

Examineren van spreken: het is te doen!

Door Robert Chamalaun

Als opmaat voor het komende eindexamen laat Marc van Oostendorp vrijwel dagelijks zijn licht schijnen op het examen en vooral op de vraag of we niet beter aandacht zouden kunnen besteden aan het gesprek als ultieme vorm van taalvaardigheid. Ik onderschrijf zijn conclusie dat het gesprek een zeer belangrijke, zo niet de belangrijkste, vaardigheid is. Dat er allerlei haken en ogen zitten aan toetsing is geen argument om gespreksvaardigheid in de moedertaal als ondergeschoven kind te behandelen. Enkele jaren geleden heb ik een opdracht bedacht die tegemoetkomt aan de bezwaren die nu eenmaal kleven aan het toetsen van gespreksvaardigheid. In dit artikel bespreek ik die opdracht. Hopelijk inspireer ik zo collega’s om meer aandacht aan spreekvaardigheid in de moedertaal te besteden.

In de eindtermen is het glashelder verwoord: leerlingen moeten op niveau 3F (havo 5) in staat zijn op effectieve wijze deel te nemen aan gesprekken over onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard. Niveau 4F (vwo 6) gaat uiteraard nog verder: leerlingen moeten in alle soorten gesprekken de taal nauwkeurig en doeltreffend kunnen gebruiken voor een breed scala van onderwerpen uit (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard. Deze hoofddoelen zijn uiteraard abstract geformuleerd en het zijn vooral de subdoelen die verwerkt moeten worden in een of meerdere opdrachten. Lees verder >>

Gesprekken examineren – het rollenspel

Eindexamen gesprek (aflevering 5)

Door Marc van Oostendorp

Er zijn schoolvormen in Nederland waar het gesprek inderdaad wordt geëxamineerd: het vmbo en het mbo. Het zogenoemde ‘referentiekader’ dat in opdracht van het ministerie van onderwijs is samengesteld geeft vrij uitvoerige informatie over aan wat voor criteria een goede gespreksbijdrage zou moeten voldoen.

Een van die criteria is, willekeurig gekozen, ‘beurten nemen en bijdragen aan samenhang’. Op het laagste door het referentiekader gedefinieerde niveau betekent dat ‘Kan een kort gesprek beginnen, gaande houden en beëindigen’. Op het hoogste niveau is het ‘Kan een passende frase kiezen om eigen opmerkingen op de juiste wijze aan te kondigen en de beurt te krijgen, of om tijd te winnen en de beurt te houden tijdens het nadenken’. Of dat succesvol vechten om ‘de beurt’ nu per se een hard criterium kan zijn – ‘Kan standaardzinnen gebruiken (bijvoorbeeld: ‘Dat is een moeilijk te beantwoorden vraag’) om tijd te winnen en de beurt te behouden’  heet het bij een van de tussenniveaus –, daarover kun je twisten. Je zou ook kunnen zeggen dat je soms zo min mogelijk aan de beurt moet zijn om een gesprek tot een succes te maken. Maar zo is er altijd wat. Lees verder >>

Spreek en win!

Heb jij een mening die je graag eens voor een groot publiek zou verkondigen? Weet jij heel goed wat er anders moet, wat niet langer genegeerd mag worden? Of wat we juist nu moeten koesteren?

Maak van je hart geen moordkuil en deel het met de rest van de stad! Doe mee aan de Haagse speechwedstrijd.

De Nacht van de Filosofie Den Haag organiseert samen met het Debatbureau een speechwedstrijd voor jongeren (16 – 29 jaar).

Lees verder >>

Hoe examineer je gespreksvaardigheid?

Eindexamen gesprek (aflevering 4)

Door Marc van Oostendorp

Niet al je streven, schreef ik vorige keer, kan gericht zijn op het voorbereiden van jongeren op een ideale samenleving. Je wilt ze ook vertrouwd maken met de rijstebrijberg waar ze in de werkelijke wereld mee moeten omgaan, de kakofonie die helemaal niet voortkomt uit één geest, maar uit al die andere geesten die ons omringen, en die op elkaar reageren in voortdurende interactie.

Daarnaast is er een verschil tussen een roman lezen en een opiniestuk lezen. Een roman biedt een onvervangbare ervaring; een opiniestuk is een vorm die misschien simpelweg wel zijn langste tijd gehad heeft.

Er is met andere woorden in mijn ogen slechts één ware vorm van taalgebruik, de oudste, het gesprek. Nu begrijp ik ook wel dat er meteen een probleem ontstaat wanneer je iemands gespreksvaardigheid wil gaan toetsen: hoe moet je dat doen? Lees verder >>

Vóór gespreksvaardigheid

Eindexamen gesprek (aflevering 3)

Door Marc van Oostendorp

De oudste en belangrijkste taalvaardigheid, schreef ik gisteren, is het gesprek. Socrates wist het al.

De Griekse oudheid was natuurlijk niet de laatste keer dat het gesprek gewaardeerd werd. In de negentiende en de vroege twintigste eeuw gold de ‘beschaafde conversatie’ ook als zo’n beetje de belangrijkste vaardigheid die iemand moest beheersen. Schrijvers als Denis Diderot en Oscar Wilde waren in hun eigen tijd minstens even bekend voor hun conversatie als voor hun geschreven werk. Alleen is natuurlijk alleen het laatste overgebleven. Een goed gesprek laat weinig sporen na behalve dat het de gesprekspartners voor altijd heeft veranderd.

Er valt nog steeds veel voor te zeggen. Lees verder >>

De belangrijkste vaardigheid: het gesprek

Eindexamen gesprek (aflevering 2)

Door Marc van Oostendorp

Daar komt nog bij dat de vier taalvaardigheden allang niet meer zo duidelijk van elkaar onderscheiden zijn als ze ooit waren. Ook hierin speelt het internet een belangrijke rol.

We weten dat schrijf- en spreektaal inmiddels veel minder duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn. Dat komt niet alleen doordat in de schrijftaal steeds meer woorden en constructies acceptabel zijn geworden die vroeger alleen in de spreektaal gebruikt werden. Dat proces, de ‘informalisering’ is al veel langer aan de gang en kun je ook deels gemakkelijk opvangen.

Maar het betekent ook allerlei andere dingen. Bijvoorbeeld dat de status van het geschreven woord enorm veranderd is. Je slingert nu bijna net zo gemakkelijk je uitgeschreven mening de wereld in als je een mening verwoordt aan de cafétoog. Er wordt sinds de introductie van sms en van de chatfuncties op het internet (van msn tot WhatsApp) steeds meer geschreven – en wie meer schrijft, schrijft moeitelozer, is minder geneigd om over ieder woord na te denken en houdt zich (dus) minder strak aan allerlei opgelegde regels. En zo is het ook altijd geweest bij spreektaal: omdat er meteen antwoord wordt verlangd, sta je voortdurend onder druk om zo snel mogelijk te formuleren. En dat geeft een ander resultaat dan wanneer je in stilte achter je bureautje zit. Lees verder >>

Moeten scholieren de Volkskrant kunnen lezen?

Eindexamen gesprek (aflevering 1)

Door Marc van Oostendorp

Ik ben de laatste tijd aan het nadenken over de ‘taalvaardigheden’. Wat zouden leerlingen moeten leren bij Nederlands? Ik zal daarover de komende dagen bloggen, want het onderwerp is interessant genoeg, en de eindexamens komen er weer aan.

De meeste deskundigen lijken het erover eens dat het schoolvak Nederlands vooral moet gaan om  ‘taalvaardigheid’. Dat maakt het vak anders dan sommige andere vakken: bij aardrijkskunde zullen weinig mensen beweren dat het primair erom moet gaan dat mensen zich over de aarde moeten kunnen bewegen en bij geschiedenis is al helemaal onduidelijk welke ‘vaardigheid’ daar centraal zou moeten staan. Bij sommige andere vakken – denk aan wiskunde – zijn kennis en vaardigheid juist bijna synoniem met elkaar.

Goed, taalvaardigheid dus. Lees verder >>

Call for papers HSN Conferentie

De conferentie HSN-31 (24 en 25 november 2017 in Zwolle) beoogt alle leeromgevingen aan bod te laten komen waarin Nederlands geleerd wordt: basisschool, secundair onderwijs op alle niveaus (vwo, havo, (v)mbo, resp. aso, bso, kso, tso), hogeschool/universiteit en lerarenopleidingen. Wij verwachten weer een tachtigtal presentaties / workshops te kunnen plaatsen in de parallelle programmakolommen. De stichting HSN Conferenties Onderwijs Nederlands roept docenten, didactici en anderen op om zich als spreker of workshopleider te melden met een inhoudelijk voorstel. Er wordt in het algemeen vooral belang gehecht aan praktijkgerichtheid en het vernieuwende karakter van de presentatie. Gedacht wordt aan programmakolommen die gericht zijn op onderwijstypen (bv. primair onderwijs, hoger onderwijs, mbo – i.e. in  Vlaanderen bso en tso – lerarenopleidingen) en aan themakolommen als:

  • literatuuronderwijs
  • taalvaardigheid, resp. een der taalvaardigheden
  • innovatie en digitale geletterdheid
  • taalbeschouwing
  • Nederlands in een meertalige context
  • taal- en letterkunde (mag iets minder praktijkgericht)

Lees verder >>

Nieuw: Neerlandistiek voor de klas – voor leraren die van het Nederlands houden

Door Peter-Arno Coppen, Marc van Oostendorp en Nicoline van der Sijs
Redactie Neerlandistiek voor de klas

Het schoolvak Nederlands is misschien wel het interessantste en het aantrekkelijkste, maar in ieder geval het belangrijkste dat de middelbare school te bieden heeft. Om dat te laten zien én om leraren Nederlands de kans te geven over de inhoud van het vak van gedachten te wisselen met elkaar en met neerlandici aan de universiteiten, beginnen we vandaag met een nieuwe, gratis nieuwsbrief: Neerlandistiek voor de klas.

Neerlandistiek voor de klas verschijnt tienmaal per jaar en biedt interessante inhoudelijke links voor leraren, nieuwtjes uit het onderzoek, aandacht voor interessant lesmateriaal, interviews met docenten, leerlingen of studenten, voor het onderwijs relevante artikelen uit verschillende taalkundige tijdschriften en een gedicht van de maand.

De nieuwsbrief wordt gevuld door een team van docenten uit het middelbaar onderwijs en medewerkers van alle afdelingen Neerlandistiek aan Nederlandse universiteiten. Lees verder >>

Websitetip: KlasCement

Door Redactie Neerlandistiek voor de klas

Geen les willen geven aan de hand van een methode Nederlands, maar geen tijd om zelf materiaal te ontwikkelen? Hier is een – misschien zelfs wel dé – oplossing!

Scholen voor voortgezet onderwijs waar uitsluitend gewerkt wordt met eigen materiaal zijn nog altijd een zeldzaamheid. De meeste secties Nederlands maken gebruik van een leergang die is ontwikkeld door een educatieve uitgeverij. Dat levert uiteraard tal van voordelen op. Zo geeft het gebruik van een methode structuur aan de lessen – doorlopende leerlijnen – en hoeven er geen toetsen, antwoordmodellen en normeringen vervaardigd te worden. Een docent bespaart zich hiermee kostbare tijd, want in het zelf ontwikkelen van lesmateriaal en toetsmateriaal gaan vele uren zitten. Lees verder >>

De online taal van Nederland en Vlaanderen

Door Redactie Neerlandistiek voor de klas

Welke talen gebruiken mensen online? Nederlands, Fries Engels, of iets anders? Onderzoek laat zien dat jongeren online vaak verschillende talen gebruiken voor verschillende situaties.

Als je denkt dat er in Nederland alleen Nederlands wordt gesproken, dan heb je het goed mis. Meertaligheid is aan de orde van de dag in Nederland. Migranten spreken misschien hun moedertaal naast Nederlands, maar ook geboren Nederlanders kunnen naast Standaardnederlands dialect spreken. Om van de honderdduizenden sprekers van het Fries nog maar te zwijgen. En in het bedrijfsleven spreken mensen misschien Engels, of Chinees. Maar hoe gaan mensen om met verschillende talen? Gebruiken ze voor verschillende situaties ook verschillende talen of gebruiken ze talen door elkaar heen? Recent onderzoek richt zich steeds meer op de taal van jongeren, en in het bijzonder op hun taalkeuze online. Kiezen ze voor Nederlands, voor dialect, voor hun moedertaal, of voor een combinatie van talen? Lees verder >>

Taalkunde geeft glans aan je les Nederlands

Door Mathilde Jansen

Waarom hebben wij mensen taal en dieren niet? Wat kunnen we allemaal doen met taal, behalve opstellen schrijven? Hoe leren we eigenlijk een taal? Allemaal vragen die iedereen boeiend vindt, want kennis over taal is kennis over onszelf én de wereld om ons heen. Waarom leren we op school wel hoe ons lichaam werkt, hoe de natuur werkt en de politiek, maar bijna niets over taal?

Het vak Nederlands draait meer en meer om taalvaardigheid: spreken, luisteren, lezen en schrijven. Stuk voor stuk nuttige vaardigheden, maar leerlingen zullen zich niet altijd even gemotiveerd op hun zoveelste opstel storten. Verschillende taalkundigen hebben hier in het (recente) verleden al kritiek op geleverd, omdat daardoor te weinig aandacht wordt besteed aan de kenniscomponent.

Lees verder >>

Bewust geletterd en taalcompetent

Door Peter-Arno-Coppen en Theo Witte
Namens de meesterschapsteams Nederlands

Het heeft even geduurd, maar precies een jaar na de publicatie van het Manifest Nederlands op School van de Meesterschapsteams Nederlands komt de Taalunie met haar eigen visietekst Iedereen taalcompetent! Net als de meesterschapsteams zet de Taalunie in op de waarde van bewuste kennis over de Nederlandse taal, literatuur en cultuur, en vindt zij dat die in het schoolvak geïntegreerd zou moeten worden aangeboden.

De Taalunienotitie sluit aan bij de grote eensgezindheid over de te volgen koers, die het vorig jaar door de meesterschapsteams al werd samengevat in de leuze Meer inhoud, meer plezier, beter resultaat. De meesterschapsteams zijn dus heel positief over dit belangrijke signaal dat de Taalunie zich bij deze eenstemmigheid aansluit. Lees verder >>

Zes DOT’s Nederlands – Samen inspirerend onderwijs ontwerpen

Door Peter-Arno Coppen en Theo Witte
Meesterschapsteams Nederlands

De Meesterschapsteams Nederlands zoeken voor het schooljaar 2017-2018 enthousiaste docenten die in de geest van het Manifest Nederlands op school samen met ons het schoolvak Nederlands willen vernieuwen. Onder het motto ‘meer inhoud, meer plezier en betere resultaten’ willen wij in zes zogenoemde DOT’s (docentontwikkelteams) het schoolvak Nederlands nieuw leven inblazen en collega’s inspireren.

De docentontwikkelteams worden verspreid over Nederland en kennen elk een eigen onderwerp: (1) activerende didactiek voor taalkunde (Nijmegen, Peter-Arno Coppen), (2) Retorica (Leiden, Ton van Haaften), (3) Formuleren (Groningen, Kees de Glopper), (4) praten over boeken (Eindhoven, Marjolein van Herten), (5) literaire klassiekers uit de 20e eeuw (Utrecht, Erwin Mantingh en Sander Bax) en (6) organiseren van literaire ontwikkeling (Zwolle, Theo Witte). Lees verder >>

Ook Neerlandistiek is voor taalcompetentie!

Door Marc van Oostendorp

Alleen al uit de titel blijkt dat Iedereen taalcompetent! een van de meest ambitieuze stukken die de afgelopen jaren uit de boezem van de Nederlandse Taalunie is opgeweld: een ‘visiedocument’ van de organisatie op het onderwijs Nederlands in de 21e eeuw!

Die ambitie zit op verschillende niveaus. In de eerste plaats betreft het al het onderwijs in Nederland en Vlaanderen tot en met het eindexamen. In de tweede plaats wordt er een nogal grootse visie uiteengezet op dat onderwijs – het gaat hier niet om de details, maar om de grote lijnen van wat we met het onderwijs in de moedertaal willen en waar het naartoe moet.

Sterker nog, met dit rapport durft de Taalunie strijd aan te gaan met allerlei krachten tegen wie het waard is om gestreden te worden. Zo roept het rapport op tot: Lees verder >>

‘Hoe taal ons in 2016 als maatschappij verdeelde’

Door Steven Delarue

Voor de taalkundige in mij was 2016 opnieuw een geweldig boeiend jaar, met de voorbije decembermaand als kers op de taart: begin deze maand barstte er een storm aan opiniestukken los in de nasleep van de PISA-resultaten, daarna waagde schrijfster Saskia De Coster zich aan het relativeren van spelling in de aanloop naar het Groot Dictee, en vorige week nog kregen aspirant-leerkrachten een hoop bagger over zich heen toen bleek dat één derde van hen niet het vereiste niveau Nederlands haalde tijdens de instaptoets die dit academiejaar proefdraaide. Taal, taal en taal – het thema leek dit jaar niet uit de media weg te slaan.

Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik die hype ook wel deels mee heb gecreëerd. Op 1 september verdedigde ik mijn doctoraatsproefschrift over de (standaard)taalpercepties van Vlaamse leraren, en ook dat haalde toen probleemloos de Vlaamse media. Niet alleen zijn de media op het einde van augustus extra hongerig naar onderwijsgerelateerd nieuws, daarnaast hebben ze ook een neus voor alles wat enigszins met standaardtaal (en vooral wat daarvan afwijkt) te maken heeft. Succes gegarandeerd, met andere woorden – opeens prijk je bovenaan op de startpagina van De Standaard, hangt het radionieuws van Q-Music aan de lijn voor een quote en staat er de dag van je verdediging een stukje in Het Laatste Nieuws. Nog wat meer taal in de krant dus. Lees verder >>

De eerste ervaringen van Expeditie Nederlands

Door Arnoud Kuijpers

In  vorige blog beschreef ik hoe ons onderwijsvernieuwende project Expeditie Nederlands tot stand is gekomen. Inmiddels zijn we meer dan tien weken verder en kunnen we terugblikken op de eerste periode. Hoe gaat het? Wat doen we? Werkt het? En wat vinden onze leerlingen ervan?

Wat hebben we gedaan?

In de eerste periode zijn we aan de slag gegaan met schrijfvaardigheid, grammatica, werkwoordspelling en leesvaardigheid. En dat doen we op een andere manier dan leerlingen gewend zijn. Bij grammatica moesten ze bijvoorbeeld zelf een instructiefilmpje maken waarbij ze spelenderwijs ontdekten welke functies een persoonsvorm kan hebben. Bij werkwoordspelling hebben we ingestoken op differentiatie omdat dat zich er bij uitstek voor leent: het niveau van leerlingen verschilt bij dit onderdeel namelijk enorm. Uiteindelijk heeft dat zijn vruchten afgeworpen want vrijwel iedereen heeft het gewenste niveau (80% = goed!) gehaald. Bij leesvaardigheid hebben we alleen actuele teksten gebruikt over onder andere etnisch profileren, sexting en social media. Aan de hand van deze teksten en bijbehorende nieuwsitems hebben we hele interessante gesprekken en levendige discussies gehad. Wil je zien hoe we precies te werk gaan? Al ons lesmateriaal delen we op onze Facebookpagina, die inmiddels meer dan 580 leden telt. Aanmelden kan nog steeds.


Lees verder >>

Vacature: directeur Centrum voor Taal en Onderwijs

Het Centrum voor Taal en Onderwijs van de KU Leuven werft aan:

Directeur Centrum voor Taal en Onderwijs

Het Centrum voor Taal en Onderwijs (CTO) verenigt een 25-tal onderzoekers en projectmedewerkers en enkele administratieve medewerkers rond één missie: kwaliteitsvol taalonderwijs stimuleren, zodat iedereen in het onderwijs maximaal succes kan ervaren. Aan het CTO lopen diverse doctoraatsonderzoeken en andere onderzoeksprojecten, we geven nascholingen in alle geledingen van het onderwijs en ontwikkelen cursussen en evaluatietools.

Website van de eenheid Lees verder >>

Een warme trui voor het Surinaams-Nederlands

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-27Over het Surinaams-Nederlands weten we belachelijk weinig. Het is een variëteit van het Nederlands met eigen woorden (tori voor verhaal), eigen constructies (‘voordat je denkt, raakt een 50SRD op’), eigen klanken (de met de lippen uitgesproken w), enzovoort, maar een en ander is nauwelijks in kaart gebracht.

Dat komt doordat Nederlandse en Surinaamse taalkundigen de taal links hebben laten liggen (over het Sranan weten we bijvoorbeeld veel meer). En dat heeft op zijn beurt weer te maken met de lage dunk die men in Suriname nog van de variëteit heeft. Het ‘Europese Nederlands’, zoals dat in Nederland gesproken wordt, geniet er nog het hoogste aanzien. Het is de taal die leerlingen en leraren op school geacht worden te spreken, en de taal die intellectuelen en ambtenaren geacht worden te gebruiken. Lees verder >>

Sisyphus wil taalkunde op school

Door Marc van Oostendorp

Wat is het moderne leven toch een eindeloos gezwoeg, met allerlei mensen die maar dag in dag uit achter lange tafels zitten te vergaderen, en die zich dan aan elkaar gaan ergeren, zodat ze als ze elkaar niet zien venijnige stukjes over elkaar schrijven; waarna er uit al die vergaderingen uiteindelijk iets komt waar niemand écht gelukkig mee is.

Je weet het natuurlijk allemaal wel, maar dan schrik je nog als je het allemaal bij elkaar ziet staan. Het proefschrift dan Maria van der Aalsvoort op 14 december a.s. in Nijmegen verdedigt is er een voorbeeld van. Van der Aalsvoort beschrijft in detail de discussies die er tussen 1988 en 2008 zijn gevoerd over de mogelijke invoering van een vak taalkunde in het eindexamen Nederlands voor havo en vwo.

Terugkoppelen

Verreweg de meeste aandacht besteedt Van der Aalsvoort daarbij aan de eerste tien jaar van die periode – de tijd dat de discussie gevoerd werd. Vooral onder universitaire neerlandici was het idee ontstaan dat het nuttig zou kunnen zijn om iets aan taalkunde te doen (of taalbeschouwing, zoals sommigen het noemden, alleen al over die kwestie kun je natuurlijk eindeloos vergaderen). Niet iedereen was het daar mee eens. Sommigen vonden dat de leraar al overbelast was en anderen meenden bijvoorbeeld dat de nadruk bij Nederlands vooral moest liggen bij vaardigheden: kunnen spreken, lezen, luisteren en spreken. Uiteindelijk kwam men desalniettemin na lang wikken en wegen, door Van der Aalsvoort met eindeloos geduld gedocumenteerd, tot een advies om het in ieder geval eens te proberen, met een beetje taalkunde. Lees verder >>

Hoe verder met het eindexamen Nederlands?

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-23Het is goed dat de Tweede Kamer de discussie over het eindexamen Nederlands nu eens in november heeft geagendeerd in plaats van altijd maar in mei als bijna alle betrokkenen te druk zijn met corrigeren, leren, of zich opwinden over veronderstelde fouten in het laatste examen. Vanmiddag komen in het parlement een aantal betrokken organisaties en individuen vertellen over wat de problemen zijn, en hoe het volgens hen verder moet.

Het is een nogal divers gezelschap en het is niet altijd duidelijk waarom sommigen wel en anderen niet zijn uitgenodigd – waar zijn bijvoorbeeld de opstellers van het Manifest Nederlands op school? – maar het kan alles bij elkaar toch wel een interessante discussie worden.

Uit de bij de agenda gevoegde position papers blijkt dat eigenlijk iedereen het er wel over eens is dat er iets moet veranderen, met name in de theoretischer schoolvormen en dan helemaal vooral in het havo en het vwo. (Alleen het Cito heeft weinig position in de position paper en somt vooral op wat er wel of niet mogelijk zou zijn.) (Ik heb het vanaf nu vooral over de havo/vwo-examens omdat ik te weinig verstand heb van het vmbo.) Lees verder >>

Pilot schrijfvaardigheid centraal examen Nederlands vmbo

Door Kirsten van Ingen en Hans Goosen

In de examenjaren 2013 tot en met 2015 vond een pilot plaats waarin onderzocht is welke plaats schrijfvaardigheid in het centraal examen Nederlands vmbo zou kunnen innemen. Aan de pilot namen zo’n 40 scholen deel. Deze scholen hebben verschillende schrijfvaardigheidsopdrachten, die wellicht deel uit zouden kunnen maken van toekomstige centrale examens, beproefd in hun eigen schoolexamen. Dit artikel rapporteert over de bevindingen uit de pilot. 

Lees het hele artikel

Kirsten van Ingen werkt als toetsdeskundige bij Cito. Zij was vanuit Cito projectleider van de pilot.
Hans Goosen was bij de pilot betrokken als voorzitter van de vaststellingscommissie Nederlands vmbo van het CvTE.

Kritische punten bij het vwo-examen Nederlands 2016

Door Christine Brackmann

Het opstellen van een goed examen is een razend moeilijke klus. Dit jaar stuitte met name het vwo-examen op veel bezwaren. Maar liefst 98 procent van de examinatoren vond het examen te lang. Gemiddeld waardeerden de docenten het vwo-examen slechts met een  4,9. Een examen dat zoveel kritiek oproept, zou aanknopingspunten moeten bieden voor verbeteringen.

Onderstaande analyse snijdt enkele punten uit het vwo-examen aan en koppelt deze aan discussievragen over het examen leesvaardigheid. Aan de orde komen: de problematiek van meerpuntsvragen geïllustreerd aan de hand van vraag 20, de lengte van het examen en de gemiste vragen.

<Vanwege de uitvoerigheid van de analyse staat deze in een apart pdf-document>