Categorie: Neerlandistiek voor de klas

Het ideale examen?

Door Arnoud Kuijpers

Afgelopen jaar kende het examen Nederlands een dieptepunt als het gaat om alle kritiek die er zowel voor- als achteraf werd verkondigd. Er bestaat al langer onvrede over het examen, maar met alleen klagen verander je uiteindelijk niks. Aan de hand van twee socratische gesprekken van ongeveer een uur, hebben meer dan zestig docenten zich afgelopen zaterdag tijdens de conferentie Nederlands Nu gebogen over de vraag hoe een ideaal examen Nederlands eruit zou zien. Een lastige en complexe vraag, maar de deelnemers wisten er wel raad mee. Er werd in mijn ogen constructief nagedacht over hoe we het huidige examen zouden kunnen verbeteren. Wat er precies is besproken kun je hier lezen. Uiteindelijk resulteerden de gesprekken in een paar aanbevelingen. 

Goed zoals het is

De eerste aanbeveling is wellicht opvallend, maar volgens de docenten zou er op de korte termijn niet zo veel hoeven te veranderen. Lees verder >>

Formatief evalueren bij Nederlands

Samen met mijn Joanneke Prenger (basisonderwijs) heb ik, Gerdineke van Silfhout (voortgezet onderwijs) de afgelopen tijd vormen van formatief evalueren bij taal/Nederlands ontsloten op de website Formatief evalueren bij Nederlands.

  • Voor basisonderwijs de leesgesprekken (docent-leerling gesprekjes rond een tafel vol boeken) om te achterhalen wat leesvoorkeuren, stijlen, motivatie en vaardigheid
  • Voor het voortgezet onderwijs het formuleren van leerdoelen, geven van (peer)feedback en werken met rubrics en succescriteria bij schrijfvaardigheid met lesvoorbeelden die docenten kunnen downloaden.

Bij Lees meer en Zelf aan de slag vind je de recente literatuur over dit onderwerp, links naar tools, apps, websites etc.

Wat is een hele of volledige correcte (Nederlandse) zin volgens examenblad.nl?

Door Ben Salemans

In het af en toe raadselachtige document Veelgestelde vragen vakspecifieke correctieregels CE Nederlands havo en vwo 2016. Versie 1, 22 april 2016 lezen we het volgende:

”Hoe moet correct taalgebruik worden beoordeeld bij antwoorden die beginnen met ‘dat’ of een variant daarvan (bijzin), terwijl om hele zinnen is gevraagd? Voor antwoorden die alleen uit een bijzin bestaan terwijl er gevraagd wordt om volledige zinnen te gebruiken, moet één fout worden gerekend vanwege deze onvolledigheid. Verder is het natuurlijk zo dat ook volledige zinnen kunnen beginnen met een bijzin (“Dat het koud weer is, weten we wel”). Daar is niets mis mee.”

De publicatiedatum van het genoemde raadselachtige document van examenblad.nl is hoogst eigenaardig: 22 april 2016. Dan zit het schooljaar voor de meeste eindexamenkandidaten er zowat op! Hoe moeten/moesten docenten Nederlands al deze vaak rare beoordelingsrichtlijnen nog aan hun eindexamenleerlingen mededelen? Het opvallende document van examenblad.nl had toch wel minstens een maandje eerder bekend mogen worden gemaakt, lijkt me.

Lees verder >>

De week van de drive

Door Arnoud Kuijpers


Komende week is dé week van de Drive voor de leraar Nederlands! Op die virtuele map op internet delen leraren Nederlands uit heel Nederland (en Vlaanderen) lesmateriaal met elkaar. 
Elke dag van deze week zal op de Facebook-groep Leraar Nederlands een bericht verschijnen meteen voorbeeld van fantastisch lesmateriaa. Jij kunt, als je leraar bent, jouw lessen met dit gratis lesmateriaal via http://drive.hetschoolvaknederlands.nl/bestanden verrijken!

Maar daar hebben we ook jouw hulp bij nodig. Als je dit leest, aarzel niet en besluit deze week in ieder geval 1 bestand, presentatie, werkvorm of project te uploaden in de drive (immers: halen is brengen)! Zo helpen we elkaar ons onderwijs nog mooier te maken.

Eind deze week posten we een bericht hoeveel materiaal er afgelopen week in de drive is geüpload. We kunnen toch ook op jouw steun rekenen?

Namens het drive-team, een heel fijne inspirerende week toegewenst!

Eerste beginselen

Door Bas Jongenelen
Soms loop je bij de opruiming van een oude bibliotheek tegen een boekje aan dat er onooglijk uitziet, maar inhoudelijk heel bijzonder is. De bibliotheek van de Fontys Lerarenopleiding Tilburg heeft een groot deel van de collectie in de verkoop gedaan om ruimte te maken voor digitale opslag. In die verkoop zijn ook boeken terecht gekomen die niet uit de eigen collectie kwamen, of die in ieder geval niet als zodanig herkenbaar waren. Ik pikte er een klein boekje uit, zonder bibliotheekkenmerken als stickers en stempels: Eerste beginselen der Nederduitsche spraakkunst, gevolgd door eene verhandeling over de lees- of schrijfteekenen, en door een reglement voor scholen. Het kostte één euro.

Lees verder >>

Is het nu kipje of kippetje?

Door Robert Chamalaun
Vorige week gaf ik in mijn vwo4 een les over het verkleinwoord. Voor de meeste leerlingen zou het een fluitje van een cent moeten zijn om van een zelfstandig naamwoord een verkleinwoord te maken. De regel hebben ze op de basisschool al geleerd, waarna de regel in de brugklas weer aan bod kwam. In het lesboek dat de leerlingen gebruiken, staat dat je meestal kunt horen hoe je het verkleinwoord schrijft. Het boek in vwo4 stelt zelfs dat je ‘meestal wel weet hoe je verkleinwoorden vormt’.
Zo op het eerste gezicht lijkt de regel ook niet zo heel ingewikkeld. Afhankelijk van de fonologische eigenschappen van het grondwoord wordt het verkleinwoord gevormd met een van de volgende vijf vormen van het diminutiesuffix: -je, -tje, -pje, -kje, -etje. De meesten komen hier wel uit. Gelukkig zijn er altijd leerlingen die verder denken en kritisch naar de taal kijken. Al vrij snel kwam er een discussie in de klas over de vraag of het verkleinwoord van kip met –je of –etje geschreven moet worden, dus kipje of kippetje?

Lees verder >>

Een nieuw examen Nederlands

Door Bas Jongenelen
Het schoolvak Nederlands staat de afgelopen tijd nogal in de belangstelling. Sommigen willen de canon eruit, anderen willen hem er absoluut in houden, weer anderen pleiten voor Nederlands als keuzevak en weer sommigen zien Nederlands als pure ondersteuning voor overige vakken. Heel erg concreet wordt het echter nergens, vandaar dat ik hier en nu (en op persoonlijke titel) een opzet geef voor de invulling van het VWO-examen Nederlands.

Het huidige VWO-examen gaat over leesvaardigheid: de leerlingen moeten een tekst samenvatten, vragen over alineaverbanden beantwoorden en argumentatie benoemen. Ik vind dit zeer nuttige vaardigheden die op het VWO (Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs) thuishoren, maar ik vind ze niet genoeg voor het Centraal Examen (CE). Het VWO is de hoogste vorm van het voortgezet onderwijs (VO), het CE dient dus het hoogste te toetsen. De hoogste vorm van een taal is de literatuur en binnen de literatuur is poëzie de hoogste vorm van literair taalgebruik. Vandaar dat ik vind dat het CE van de hoogste vorm van het VO de hoogste vorm van taal moet toetsen: poëzie.

Auteurs Weijts en Huff hebben geen oog voor de docent Nederlands.

De Nederlandse literatuur is een feest voor jongeren. Niet in 2032, maar nu al.  

Tom Borsten
Docent Nederlands

De Week van de Literatuur op het Koning Willem II College, een scholengemeenschap in Tilburg, zit erop. Het thema van de week was – in het kader van het 150-jarig bestaan – ‘Feest!’. Leerlingen lazen in groepjes fragmenten uit Dorsvloer vol confetti, Tirza, Het leven is verrukkulluk, Cruijffie, Harry Potter, Spijt en andere boeken. Ze spraken met elkaar en mij, de docent Nederlands, over de inhoud, de sfeer, de personages van het boek en werkten hun ervaringen uit in een fotoverhaal, een digitale strip, een lied, of een leeskringgesprek. Ze presenteerden hun werkstuk voor de klas en de producten staan nu in de tentoonstelling in de mediatheek. Ik loop daar regelmatig doorheen en hoor medeleerlingen regelmatig elkaars werk beoordelen: ‘Wauw, dat is mooi gedaan’, of ‘Dat boek ga ik ook eens lezen, denk.’ 
Auteur Christiaan Weijts heeft vorige week in een column in NRC Handelsblad het hart van menig docent Nederlands behoorlijk pijn gedaan. Hij sprak zijn afschuw uit over de literaire canon. ‘Fuck de canon’, riep hij uit. Docenten Nederlands laten leerlingen museumstukken lezen, waardoor het leesplezier verdwijnt. Hij ontlokte hiermee een flinke discussie op de sociale media en in de traditionele kranten. Ik vind dat het accent in deze belangrijke discussie verkeerd wordt gelegd. Betrokkenen spreken te veel over het boek, maar veel te weinig over de rol van de docent Nederlands. Ik denk dat ‘vergeelde murmelaars’ als Reinaert de Vos, De avonden en Max Havelaar in deze woelige tijden buitengewoon belangrijk zijn. De literatuur is misschien niet meer vanzelfsprekend, maar de docent kan die wel sprekend maken. Ook voor de huidige puber. 

Lees verder >>

Voor de komende generatie wordt Nederlands het spannendste vak

Door Yvonne Gerridzen
Uitgever van PLOT26

Nederlands in het VO wordt voor de toekomstige leerlingen wel degelijk spannend.  

Dat is nu niet het geval, dat betoogt onder andere Theo Witte van de RUG. 

Nu is het het vak waar leerlingen voor weglopen: saai, maar ook moeilijk.  En wat heb je er eigenlijk aan, want ‘we kunnen het toch al’? Deze reacties zijn standaard, als ik leerlingen spreek in de klas wanneer ik samen met hen lessen bedenk. Onderzoeken bevestigen dit. De huidige praktijk biedt voor de leerling echt niet genoeg aanknopingspunten om dit vak te verbinden met hun eigen leven en te begrijpen waar het over gaat. Dat moet anders!
Gelukkig kán het ook anders, dat bewijzen veel docenten die met creatieve inzet leerlingen weten te boeien en te activeren.

Lees verder >>

Manifest Nederlands op school
: Meer inhoud, meer plezier, beter resultaat

Dit manifest is opgesteld namens de twee meesterschapsteams Nederlands (letterkunde en taalkunde/taalbeheersing) die zijn ingesteld door acht Nederlandse universitaire faculteiten Letteren en Geesteswetenschappen.

Het schoolvak Nederlands is een belangrijk vak, dat gericht is op de ontwikkeling van taalvaardigheid en geletterdheid. Veel docenten Nederlands geven heel inspirerend en bevlogen les, maar toch is niemand echt helemaal tevreden over het vak. Veel leerlingen vinden Nederlands saai en docenten lijden vaak onder zware werkdruk. Meer algemeen is de kritiek: het programma heeft te weinig inhoud, is niet uitdagend genoeg, en het sluit onvoldoende aan bij de maatschappelijke eisen voor taalvaardigheid en geletterdheid. Dat moet en kan beter.

In 2015 heeft diverse malen intensief overleg plaatsgehad tussen docenten, wetenschappers, didactici, onderwijsonderzoekers en allerlei bij het schoolvak Nederlands betrokken instanties. Uit de discussies bleek een grote eenstemmigheid over de richting waarin het vak verder ontwikkeld en verrijkt dient te worden: het moet meer gaan om bewuste taalvaardigheid en bewuste literaire competentie, kortom bewuste geletterdheid.

Het doel van bewuste geletterdheid is vertaald in een aantal stellingen, die onder docenten op een breed draagvlak lijken te mogen rekenen. In november 2015 schaarde 75% van de neerlandici zich erachter bij een peiling op de conferentie Het Schoolvak Nederlands.

Dit vraagt om een fundamentele herziening van het curriculum Nederlands, een herziening die docenten ondersteunt in hun streven naar betere resultaten en aantrekkelijk en betekenisvol taal- en literatuuronderwijs. 

Reactie Levende Talen op Onderwijs 2032

Paula Bosch
Voorzitter van het Sectiebestuur Nederlands v
an de Vereniging van leraren in de Levende Talen
Het Sectiebestuur Nederlands van Levende Talen heeft eind oktober 2015 een reactie geschreven op het voorstel van het Platform Onderwijs 2032. De reactie op de plannen hebben we aangevuld met de visie van het sectiebestuur op het schoolvak Nederlands.

Reactie op het voorstel Onderwijs 2032

Met waardering hebben wij, de leden van het sectiebestuur Nederlands, het voorstel van het Platform Onderwijs 2032 gelezen. Veel van de naar voren gebrachte punten komen overeen met onze visie, die we hieronder in hoofdlijnen uiteengezet hebben.
Punten die wij evenals het Platform van groot belang vinden voor de vormgeving van het onderwijs van de toekomst zijn onder meer:
·        de taalvaardigheid blijft onbetwist van groot belang voor alle leerlingen;
·        er is sprake van een overweldigend informatieaanbod en tegelijkertijd steeds minder traditioneel houvast;
·        de taak van het onderwijs is een bijdrage leveren aan de persoonlijke ontwikkeling van leerlingen en hen voorbereiden op hun deelname aan de maatschappij.
In de analyse van het Platform missen wij de volgende zaken:
·     
Lees verder >>

Een nieuw leerboek – maar niet ideaal

Door Marc van Oostendorp

Een neerlandicus kan maar beter geen Italiaanse taalgeleerde als vrouw hebben. Het kleinste uitstapje in de historische taalwetenschap wordt ongenadig afgestraft: zoiets als het Latijn hebben wij toch maar mooi niet.

Toch is er inmiddels een redelijk stevige canon van kennis opgebouwd over de geschiedenis van het Nederlands. Een belangrijkste prestatie van de afgelopen decennia is de ontsluiting van het Oudnederlands voorbij Hebban olla uogala. (We wachten met spanning op de studie die NederL-medewerker Michiel de Vaan over dit onderwerp zal publiceren.)

Het werd daarom wel weer eens tijd voor een nieuw handboek over het onderwerp. Dat is nu geschreven door Henk Bloemhoff en Nanne Streekstra; er zijn twee hoofdstukken aan toegevoegd, een over zo’n beetje alle taalvariëteiten uit het zuiden (Brabants, Limburgs, Vlaams en Zeeuws) en een van Arjen Versloot over het Fries.

Het lijkt me bruikbaar voor het doel waarvoor de uitgever het aanprijst – “naslagwerk voor studenten en een handig hulpmiddel voor andere geïnteresseerden” –, maar een ideaal boek is het niet geworden.

Lees verder >>

Spotify-lijsten voor (en door) neerlandici

Mirella van der Made van de actieve Facebook-groep Leraar Nederlands maakte enkele Spotify-afspeellijsten met Nederlands materiaal, bijvoorbeeld voor gebruik in de les. Het zijn ‘collectieve’ afspeellijsten, hetgeen wil zeggen dat andere Spotify-gebruikers ook materiaal kunnen toevoegen:

Maak het vak Nederlands aantrekkelijker

Door Yra van Dijk (Universiteit Leiden), Marc van Oostendorp (Meertens Instituut), Thomas Vaessens (Universiteit van Amsterdam), Arie Verhagen (Universiteit Leiden) 
Dit is een uitgebreidere versie van een artikel dat gisteren verscheen in NRC Handelsblad.

Het gaat niet goed met het voortgezet onderwijs in de moedertaal. Zowel leraren als leerlingen zijn ontevreden met het curriculum, dat al twintig jaar ongewijzigd is. Uit onderzoek van een paar jaar geleden blijkt dat scholieren het vak als een van de saaiste op school beschouwen, het trekt een dalend aantal studenten in het Hoger Onderwijs, met een nijpend lerarentekort als gevolg. Vooral in de periode van het centraal examen uitten de afgelopen jaren docenten, ouders, leerlingen en deskundigen kritiek, maar ook daarbuiten heerst er grote onvrede.

Hoewel er in het voortgezet onderwijs erg hard gewerkt wordt door buitengewoon gedreven en bekwame leraren, vinden ook zij deze vakinhoud frustrerend, omdat het geen vakinhoud is, en omdat ze hun leerlingen niet adequaat kunnen voorbereiden op een vervolgopleiding.

De invulling van het vak Nederlands in het Middelbaar Onderwijs is steeds meer opgeschoven in de richting van vaardighedenonderwijs. Leesvaardigheid, schrijfvaardigheid en mondelinge presentatie staan centraal. De ruimte die traditioneel beschikbaar was voor literatuuronderwijs is sterk gekrompen en de taalbeschouwing van het Nederlands komt vaak niet verder dan spelling en traditionele grammatica en het benoemen van argumentatiepatronen.

Lees verder >>

Het eindexamen spellen

Door Marc van Oostendorp


Vandaag vergadert de Tweede Kamer over de eindexamens van dit jaar. Voor het schoolvak Nederlands wordt dat waarschijnlijk een rustig jaar, behalve dat SP-Kamerlid Jasper van Dijk de spelling hoog op de agenda heeft gezet.

De spelling! Eind vorig jaar had staatssecretaris Sander Dekker nog gezegd dat het natuurlijk uitgesloten was dat iemand die slecht spelde dat eindexamen zou halen, maar in de correctie-instructies bleek dat leraren dit jaar voor spelfouten geen punt konden aftrekken.

Dat was dus een fout van Dekker. Strikt genomen heeft hij de Kamer daarmee verkeerd geïnformeerd. Omdat Nederlandse parlementariërs zich wel graag opwinden over de spelling, maar gelukkig niet zoveel dat ze daarvoor een staatssecretaris wegsturen, zal hij wel mogen blijven zitten.

Lees verder >>

Eindexamen Nederlands: Terug naar de basis!

In “Music As A Language” vertelt superbassist Victor Wooten hoe je het beste leert om muziek te maken. Je moet “jammen met professionals”. Een baby leert taal immers ook door met mensen te communiceren die taalvaardiger zijn en daardoor probeert de baby deze – onbewust – bij te benen. Muziekonderwijs zou volgens Wooten ook zo ingericht moeten worden; je moet meteen met goede muzikanten goede muziek maken. Juist het je klas voor klas voortbewegen in de muziekschool en het gegeven dat je pas naar een volgende groep mag als je een bepaalde test hebt afgelegd werkt contraproductief, vindt hij. Niet alleen ben ik dat met Wooten eens, ik ben ook van mening dat wij juist te vaak ons taalonderwijs ook te veel in deelonderwerpen hebben ingericht.

Het schoolvak Nederlands bestaat sowieso bij uitstek al uit deelonderwerpen. Dat betekent dat wij in een SE (schoolexamen) havo of vwo taalkundige en letterkundige onderwerpen toetsen. Een beetje SE bestaat dus uit literatuurtoetsen, het verwerken van boeken, poëzie-analyses maken, stijlfiguren, beeldspraak en argumentaties toepassen en onderscheiden, een mondeling betoog houden en een fatsoenlijk stuk schrijven. Het CSE (centraal schriftelijk examen) toetst dan vervolgens weer wat anders: een soort leesvaardigheid die inhoudt dat men een aantal trucs toepast. De kritiek op deze vorm van examineren houdt aan en ik zie nog geen weerlegging ervan. Om analoog te blijven met het muziekonderwijs, lijkt het alsof wij bij Nederlands tijdens schooltijd examineren op gitaar spelen, piano spelen, drummen, zingen en blokfluiten, waarna we in de examenzaal ineens de leerlingen toetsen op paardrijden. Natuurlijk is Nederlands meer dan leesvaardigheid!

Lees verder >>

Een taal is meer dan alleen leesvaardigheid

Terwijl ik druk bezig ben met het nakijken van de eindexamens van mijn leerlingen, voel ik een boosheid opkomen. Een boosheid die altijd ergens sluimerend aanwezig is en dan ineens naar bovenkomt. Het gaat hier om de escalatieladder die door de Inspectie in het leven is geroepen als indicator of een school goed functioneert. De resultaten van de eindexamens van mijn leerlingen moeten namelijk binnen de marges vallen van hun eerder gescoorde punten op hun schoolexamens. Een regel die bij mij en mijn (vak)collega’s voornamelijk ergernis opwekt.

Lees verder >>

Zit dat centrale examen Nederlands niet stilaan potdicht?

Een pleidooi voor meer autonomie en decentralisatie


Al enkele jaren kijk ik met verwonderde blik naar hoe de eindexamens in Nederland worden aangepakt. Terwijl er in Vlaanderen enkel een schoolexamen is voor elk vak, waarbij de leerkracht zelf kiest op welke manier de vragen worden geformuleerd (eventueel in overleg met vakcollega’s), worden in Nederland zowel centrale examens als schoolexamens georganiseerd op het einde van het secundair onderwijs. De eindscore van de leerling wordt dan bepaald door het gemiddelde van beide scores te nemen. Vroeger kwam het er dan vaak op neer dat slechtere prestaties op het centrale examen gecompenseerd werden met het ‘makkelijkere’ schoolexamen, maar nu er een regel bestaat dat die scores op schoolniveau gemiddeld gezien maar een half punt van elkaar mogen verschillen, is ook die compensatiekans grotendeels van de baan. Goed scoren op het centrale examen is daardoor nog belangrijker geworden voor leerlingen. Vanmorgen heb ik me ook even aan zo’n centraal eindexamen gewaagd: ik heb me door het vwo-examen Nederlands van afgelopen maandag geworsteld (wat doet een mens anders op z’n vrije dag?). Dat bleek niet alleen tijdrovender te zijn dan ik had verwacht, maar het was ook verre van een gemakkelijke opdracht: achteraf klikte ik met licht trillende vingers het correctievoorschrift aan. Als neerlandicus, lesgever én onderzoeker Nederlandse Taalkunde aan een Vlaamse universiteit zou ik zo’n vwo-examentje in een wip moeten kunnen invullen, zou je denken, vooral omdat het op Neder-L al als “niet zo moeilijk – misschien zelfs iets té eenvoudig” werd omschreven, maar dat viel me toch even tegen.


Lees verder >>

Een falend taalbeleid en het examen Nederlands

De eindexamens zijn gisteren begonnen: een stressvolle periode voor middelbare scholieren, maar ook voor leraren (en trainers) zoals ik. Niet alleen omdat er een berg werk nagekeken moeten worden, maar vooral omdat het werk stikt van de fouten. Dit jaar worden er, in het hernieuwde eindexamen Nederlands voor havo en vwo, niet langer punten afgetrokken voor spel- en taalfouten. Voor mijn leerlingen bleek dit de laatste weken helaas een vrijbrief om helemaal niet meer op spelling te letten: van de 39 vwo-leerlingen die ik naar hun eindexamen heb begeleid, wist slechts een enkeling een foutloze tekst te schrijven. De meesten wisten eigenlijk wel hoe het moest, maar vonden het simpelweg niet nodig, met ‘Maar mevrouw, u weet toch wat ik bedoel?’, als veelvoorkomend argument. Daar moet verandering in komen. Hogescholen en universiteiten klagen al jaren steen en been over het lage taalniveau, en terecht. Wat mij betreft ligt de verantwoordelijkheid voor een goede taalvaardigheid in de eerste plaats bij het onderwijs, en dan met name bij het taalbeleid in het onderwijs, en daarna pas bij de leerlingen zelf.

Lees verder >>

Vwo-eindexamen 2015: een samenraapsel is rommelig

Door Marc van Oostendorp


Misschien komt het doordat ik de afgelopen jaren gewend ben aan de gedachtekronkels van de examenmakers; maar ik vond het vwo-eindexamen van vanmiddag < hier> van dit jaar niet zo slecht en trouwens ook niet zo moeilijk – misschien zelfs iets té eenvoudig.

Ik hoop in ieder geval dat de eerstejaars van na de zomer wel iets meer kunnen behappen dan een blog van Govert Schilling over zijn tripje naar de Zuidpool

Maar enfin. De kwaliteit van de vragen lijkt me een stuk verbeterd in vergelijking met een paar jaar geleden. Zulke evidente voorbeelden van meerkeuzevragen waar alle antwoorden goed kunnen worden gerekend of juist fout, heb ik niet gevonden. Het lijkt mij dat je als intelligente vwo’er de toets niet alleen goed moet kunnen doen, maar dat je zelfs bij een voldoende hebt laten zien dat je de voorgeschotelde teksten begrepen hebt.

Al blijven er rare dingen.
Lees verder >>

Schoolvak Nederlands: geen trucjes, maar meesterschap

Door Marc van Oostendorp
Ravenstein, dat kleine stadje tussen Oss en Nijmegen, is een goede plaats voor een topoverleg. Wie er de trein uitstapt, ziet aan één kant slechts weilanden met neergestreken trekvogels en in de verte een klooster. In dat klooster kunnen mensen zich terugtrekken om problemen op te lossen, en ik geloof dat dit vorige week donderdag en vrijdag is gebeurd; of dat er in ieder geval belangrijke stappen voor zijn gezet.
Anneke Neijt, Peter-Arno Coppen en Theo Witte hadden er academische taalkundigen, taalbeheersers en leraren Nederlands uitgenodigd om te praten over het schoolvak Nederlands. Wie dat tien of twintig jaar geleden had gedaan, had daarbij meteen de bereden politie moeten inschakelen. Maar deze keer was er vooral eenstemmigheid. Er zijn een paar duidelijke knelpunten rond het schoolvak Nederlands – er bleken ook breed gedragen ideeën te bestaan over hoe we uit die crisis kunnen geraken.
Nederlands is een bijzonder schoolvak omdat het voor iedere scholier verplicht is.

Lees verder >>

Argumenteren volgens het College voor Examens

Komt het ooit goed met het eindexamen Nederlands?


Door Marc van Oostendorp


“Heeft het College voor Examens”, luidde een Kamervraag van het Pvda-Kamerlid Jadnansing, “in 2014 opnieuw een gesprek gevoerd met hoogleraren taalkunde inzake de inhoud van het examen Nederlands en de nieuwe kritiek daarop?”

Het antwoord op die vraag luidt natuurlijk: nee, dat heeft het College voor Examens – de instelling die verantwoordelijk is voor de eindexamens in Nederland –  niet gedaan.  Het College houdt niet van discussie, dat was precies waar de ‘nieuwe kritiek’ uit de Kamervraag over ging. In een blog hier op Neder-L, waarnaar Jadnanansing verwees, vatte ik het als volgt samen:

“Hoe kan zo’n belangrijke instelling in Nederland het zich permitteren om eindexamens slordig samen te stellen (teksten slordig te redigeren, vragen slordig te formuleren, in een van de Havo-teksten is in ieder geval volgens sommigen een spelfout blijven staan) en vervolgens alle kritiek van de collega’s af te wimpelen?”

Inmiddels heeft het ministerie geantwoord, en het antwoord is duidelijk door het College ingefluisterd. Het antwoord is vooral pikant wanneer je beseft dat een belangrijk doel bij de eindexamens op het havo en het vwo het opsporen van drogredenen is:

Lees verder >>

Weblog, clubgevoel en onrust.

Door Marc van Oostendorp

Goed nieuws, gisteren: de Tweede Kamer heeft bepaald dat de eindexamens voortaan niet meer alleen beoordeeld moeten worden door het College voor Examens, dat de controle achteraf tot nu toe deed terwijl het zelf ook vooraf verantwoordelijk was voor die examens. Daar komt nu dus als het goed is een einde aan. Hopelijk gaat dat de kwaliteit van de examens verbeteren.

Een van de aanleidingen die de motie van Kamerlid Tanja Jadnanansing noemt, is de ‘commotie’ die vorig jaar is ontstaan ‘rond bepaalde examens’. Hoewel er vorig jaar ineens van alles borrelde op een groot aantal plaatsen, is die commotie minstens voor een deel hier, op Neder-L ontstaan. (Zo dacht in ieder geval het Colleges voor Examens erover toen ze mij en enkele andere onruststokers vorig jaar op het matje riepen en daar woedende dingen begon te schreeuwen over die onrust.)

Lees verder >>

Toch weer problemen bij het eindexamen Nederlands

Door Marc van Oostendorp

 
Ergens, hoog in een ivoren toren, zit het College voor Examens, de instelling die in Nederland verantwoordelijk is voor de centrale eindexamens. Wie het waagt om kritiek op die instelling te hebben, wordt arrogant en met minachting toegesproken. De zogeheten vakdeskundigen van die commissie weten alles beter, en zien neer op hun collega’s en op de schrijvers van de stukken over wie ze vragen stellen.

Ik dacht: ik ga me dit jaar niet met het eindexamen Nederlands bemoeien. Dat eindexamen deugt volgens mij en een groot aantal hoogleraren Nederlands om een aantal redenen niet – het toetst vooral hoe goed je eindexamen Nederlands kunt doen, en daarbij komt nauwelijks enige kennis kijken die je buiten de muren van het eindexamenlokaal kunt gebruiken –, maar volgend jaar komt er een nieuw eindexamen. Dat wachten we maar even af. Dacht ik.
Lees verder >>