Categorie: Neerlandistiek voor de klas

Lerarenopleiders Nederlands, verenigt u!

Door G.W.S. Criens, P.J.M. Wenmakers en V.J. Westerwoudt
Lerarenopleiders Nederlands Fontys Lerarenopleiding Sittard

Met enige verbazing lazen wij de commentaren op het verdwijnen van historische letterkunde uit de kennisbasis voor de tweedegraadslerarenopleiding. De reacties zijn voornamelijk vingerwijzend en weinig genuanceerd. Neerlandici op hun best; Holland op zijn smalst. (Het artikel van De Stuers in De Gids in 1873 waarin deze uitdrukking geïntroduceerd werd, vertoont overigens aardige parallellen met de nu ontstane discussie.) 

Lerarenopleider Peppelenbos strijdt tegen lerarenopleider Van Dam-Helwig door op procedurefouten te wijzen die zij maakte in haar rol van voorzitter van het landelijk vakgroepoverleg en lid van het redactieteam van de herijkte kennisbasis. De uitkomst van het overleg van de letterkundigen van de lerarenopleiding heeft de redactie naast zich neergelegd voor wat betreft historische letterkunde. Schande! Lees verder >>

De kennisbasis op het hbo: Coen Peppelenbos reageert

Coen Peppelenbos, letterkundige en lerarenopleider op de NHL hogeschool: “Nadat eindelijk de publieke opinie een beetje is wakker geschud over het vakonderdeel literatuurgeschiedenis op de lerarenopleidingen, die volgens de herijkte kennisbasis pas vanaf 1880 hoeft te beginnen, waardoor docenten in het tweedegraads gebied minder hoeven te weten dan een vwo-leerling kwam er natuurlijk een reactie van de voorzitter van het Landelijk Vakoverleg Nederlands die geen zin heeft om het onderwerp opnieuw aan de orde te stellen. Zie bijvoorbeeld dit bericht van het Hoger Onderwijs Persbureau dat op diverse sites is geplaatst. Het stuk is feitelijk nogal onjuist.”

Lees Peppelenbos’ reactie op het literaire weblog Tzum.

Appen, whappen of whatsappen – wat doet u?

Door Simeon van der Vos, Gymnasium Haganum
en Ton van der Wouden, Universiteit Leiden

Voor zijn profielwerkstuk onderzocht Simeon van der Vos via een enquête de woorden die Nederlanders hanteren om het gebruik van Whatsapp aan te duiden.

Als er een nieuw ding is, dan moet het ook een naam hebben, want je moet erover kunnen praten. Vaak ontleent het Nederlands in zo’n geval een woord aan een andere taal – computer en aids komen uit het Engels, automobiel en kantoor uit het Frans – soms wordt er een nieuw woord verzonnen – bromfiets of schouwburg (een woord dat bedacht is door Joost van den Vondel).

In 2009 is de communicatieapp WhatsApp op de markt gekomen. Het programmaatje werd in een rap tempo over de hele wereld omarmd en verdrong al snel oudere sociale media zoals SMS. Voor het gebruiken van WhatsApp heeft het Nederlands inmiddels verschillende werkwoorden, te weten whatsappen, appen en whappen, die respectievelijk in 2011, 2011 en 2012 voor het eerst zijn aangetroffen. Daarnaast zijn er nog allerlei vaste combinaties ontstaan zoals een appje sturen of een whatsappje verzenden, maar die blijven hier verder buiten beschouwing. Zoals alle nieuwe werkwoorden in het Nederlands worden whatsappen, appen en whappen regelmatig verbogen: Lees verder >>

De leraar Nederlands weet niet wie Multatuli is

Door Marc van Oostendorp

Nu heb ik er genoeg van. Al vijf jaar beschouw ik met verbazing het onderwijs Nederlands. Talloos zijn de problemen en er gebeurt veel te weinig om die op te lossen. Allerwegen verzekert men mij dat het van belang is constructief te blijven en met iedereen te overleggen. Te blijven zien dat iedereen het beste voor heeft en dat het vanzelf allemaal wel goed komt. Als we maar voorzichtig zijn.

Ik geloof het niet meer. Er zijn te veel cynici bezig alles af te breken, het onderwijs de afgrond in te drijven. Lui die gebruik maken van de laksheid en de voorzichtige vriendelijkheid van de mensen die wél iets weten en kunnen in het leven om ervoor te zorgen dat belangrijke pijlers van onze cultuur zo snel mogelijk worden kapot geslagen. Tijd om te zeggen dat we het niet meer pikken. No more Mr. Nice Guy.

Waarom ben ik zo boos?  Lees verder >>

‘Carlo “de Veroveraar” da C.’ van Ester Naomi Perquin, verfilmd door een scholier

Dichter des Vaderlands Ester Naomi Perquin meldt op Twitter:


Milans inderdaad briljante filmpje staat hier.

Profielwerkstuk Taalkunde: alle tools voor jouw profielwerkstuk!

Door Kristel Doreleijers

Een profielwerkstuk schrijven bij het vak Nederlands lijkt misschien niet de meest voor de hand liggende keuze. Want ‘Nederlands dat is toch spelling, zinsontleding en tekstverklaring?’ zullen veel leerlingen denken. En dat is jammer. Het bestuderen van de Nederlandse taal omvat immers veel meer. Als taalkundige bestudeer je een wezenlijk aspect van het menszijn. Hoe verwerven baby’s taal? En waarom kunnen dieren dit niet? Je draagt ook bij aan maatschappelijke vraagstukken. Is het verstandig dat ouders hun kinderen meertalig opvoeden? Leidt meertaligheid tot taalachterstanden of biedt een meertalig brein juist cognitieve voordelen? Door taalgebruik in de maatschappij te bestuderen, leer je bovendien meer over de sociale verhoudingen tussen (groepen) mensen. Hoe zetten sprekers taal in om hun sociale identiteit vorm te geven? Hoe kun je met taal laten zien dat je tot een bepaalde groep behoort, of juist niet? Kennis over taal is bovendien nuttig bij het formuleren van een goed taalbeleid. Is het verstandig en wenselijk dat het Engels in steeds meer domeinen van de samenleving de voertaal wordt? Hoe denken de overheid, de wetenschap, het onderwijs en de ‘gewone Nederlander’ hierover? Om dit soort vraagstukken en taal in brede zin onder de aandacht te brengen, heb ik www.profielwerkstuktaalkunde.nl ontwikkeld: een digitaal kennisplatform waar taalonderwijs en taalwetenschap elkaar ontmoeten. Lees verder >>

10 cruciale inzichten over meertaligheid en taalverwerving

Door Steven Delarue

Jaarlijks vindt op 21 februari de Dag van de Thuistaal plaats, die de voordelen van meertaligheid extra in de kijker zet. Ter gelegenheid daarvan werd dit jaar op die dag de vernieuwde portaalsite www.meertaligheid.be gelanceerd. Leerkrachten en andere geïnteresseerden vinden er nuttige achtergrondinformatie, handige materialen en concrete tips terug, gebaseerd op recente wetenschappelijke studies en inzichten. Omgaan met meertaligheid blijft immers, ook in deze superdiverse samenleving, vaak nog voor onzekerheid en vragen zorgen. Ik wil alvast 10 belangrijke inzichten delen over meertaligheid en taalverwerving. Wil je nog meer weten? Ga dan zeker eens een kijkje nemen op de website en laat je informeren én inspireren!

1. Iedereen is meertalig. Sprekers gebruiken en ontwikkelen talen volgens de contexten waarin ze terechtkomen, de kansen die ze krijgen of de situaties die ze meemaken. Dat betekent dat iedereen eigenlijk meertalig is, want iedereen komt in diverse contexten terecht en heeft dus nood aan verschillende talen of taalvariëteiten om zich te kunnen uitdrukken. Meertaligheid gaat dan niet alleen over talen als Nederlands, Arabisch of Engels, maar ook over dialecten, chattaal, lichaamstaal of gebarentaal. Zo ontwikkelt elk individu een persoonlijk taalrepertoire. Lees verder >>

De Witteweg naar een veelbelovende toekomst voor het literatuuronderwijs

Erwin Mantingh

Er is vóór en na Witte 2008 in het literatuuronderwijs. Zelden heeft een proefschrift in een zo korte tijd een zo grote invloed gehad op de praktijk in het schoolvak Nederlands als dat van Theo Witte. Lezen voor de lijst is in korte tijd een begrip geworden: de twee gelijknamige sites bedienen de leerlingen in het voortgezet onderwijs, en hun docenten. De praktijk op bijna 80% van de middelbare scholen in Nederland wordt inmiddels mede bepaald door Lezen voor de lijst.

Idealiter hebben al die leerlingen inmiddels meer vat gekregen op hun ontwikkeling als literaire lezer en is het boekenleed dat leeslijst heet verleden tijd. Maar we zijn er helaas nog lange niet, want tussen droom en daad… In te veel gevallen wordt de site gebruikt op een manier die niet in overeenstemming is met de doelstellingen ervan en dan blijven beoogde effecten uit. En in het decennium sinds de publicatie van Het oog van de meester zijn er nieuwe beren op de weg verschenen, waarvan ontlezing de allergrootse bedreiging lijkt te vormen voor het literatuuronderwijs.

Toch was de toonzetting op het afscheid van Theo Witte, 16 maart jongstleden in Groningen, niet somber. De scheidende vakdidacticus, lerarenopleider, onderzoeker, projectleider en vakmeester sprak zelf bevlogen over ‘De kunst van het onderwijzen: De veelbelovende toekomst van het literatuuronderwijs in zeven axioma’s.’ Aan welke eisen goed literatuuronderwijs volgens hem moet voldoen, valt binnenkort te lezen in de bundeling van de symposiumteksten. Ik wil ter ere van het afscheid van deze leermeester van velen, kort stilstaan bij zijn grootste succes. Lees verder >>

Pas verschenen: Kila&Babsie, woorden temmen


Veel mensen zouden meer poëzie willen lezen en schrijven, maar weten niet goed waar te beginnen. Het nieuwste boek van dichtersduo Kila&Babsie (Kila van der Starre en Babette Zijlstra) nodigt de lezer uit om op toegankelijke wijze met gedichten aan de slag te gaan.

Voor het poëzie-doe-boek woorden temmen kozen Kila&Babsie hun 24 lievelingsgedichten uit. Van Eva Gerlach, Hans Faverey en Annie M.G. Schmidt, tot Rodaan Al Galidi, Maud Vanhauwaert en Paul Rodenko. Die gedichten combineerden ze met speelse lees-, denk-, doe en schrijfopdrachten en koppelden ze aan 24 tijden en locaties, zodat je op ieder moment, waar dan ook, met poëzie bezig kunt zijn. Lees verder >>

Taalcanon lanceert animatiefilmpje: Hebben tweetalige kinderen een taalachterstand?

Vandaag lanceert het taalcanonteam een animatiefilmpje over tweetaligheid. Het is het vijfde filmpje in een reeks, bedoeld voor het voortgezet onderwijs. De filmpjes geven een korte introductie op een onderwerp uit de taalcanon, en kunnen gebruikt worden als opstapje voor een les over taal in de klas.

De taalontwikkeling van een kind verloopt via verschillende fases. De meeste kinderen beginnen rond de zes maanden met brabbelen en zeggen hun eerste woordje rond hun eerste verjaardag. Maar hoe zit dat met kinderen die opgroeien met twee talen? Hebben zij meer tijd nodig bij het doorlopen van deze fases? Deze vragen staan centraal in het vijfde filmpje dat de taalcanon lanceert in een reeks filmpjes voor het onderwijs. Tekenaar en animator Frank Landsbergen maakte de filmpjes in opdracht van de taalcanon. Het filmpje is gebaseerd op het gelijknamige artikel van Elma Blom: Hebben tweetalige kinderen een taalachterstand?

Lees verder >>

Nederland Leze Bredero

Door Roland de Bonth

Leerlingen staan meestal niet te juichen als ik aankondig dat in de komende lessen literatuurgeschiedenis centraal zal staan. Sterker nog, opmerkingen als ‘’Nederlands is toch geen geschiedenis’’, ‘’Ik heb expres geen geschiedenis gekozen’’ en de onvermijdelijke waarom-moeten-we-die-oude-boeken-lezen-vraag zijn niet van de lucht. Omdat vreemde ogen dwingen en een autoriteitsargument effectief kan zijn, laat ik sinds kort als reactie dit twee minuten durende filmpje zien waarin emeritus-hoogleraar Marita Mathijsen voor de vuist weg op gloedvolle wijze betoogt waarom iedereen (historische) Nederlandse literatuur zou moeten lezen. Voorafgaand daaraan geef ik mijn leerlingen de kijk- en luisteropdracht om de argumenten van Mathijsen te noteren.

In gezamenlijkheid weet een klas vrijwel altijd de redenen ter tafel te brengen die worden genoemd (en die te lezen zijn door de transcriptie die Marc van Oostendorp aan de video heeft toegevoegd): Lees verder >>

Hoe gaat Zuid-Afrika om met meertaligheid?

Dit stuk verschijnt in het kader van de Nieuwsbrief Neerlandistiek voor de klas. Het bevat geen origineel onderzoek, maar is een vereenvoudigde weergave van recent onderzoek op het gebied van het Nederlands, speciaal bedoeld voor leerlingen van de middelbare school.

Door Marten van der Meulen

Zuid-Afrika is taalkundig gezien een ontzettend interessant land. Niet alleen omdat er Afrikaans wordt gesproken, een zustertaal van het Nederlands waarin veel woorden net even anders zijn. Ook omdat er een ingewikkelde en boeiende taalpolitiek wordt bedreven. In een recent overzichtsartikel legt een Zuid-Afrikaanse onderzoeker uit hoe de stand van zaken is, en waarom de situatie in de realiteit natuurlijk complexer is dan in de wet geregeld is. Lees verder >>

Wie is de mol?

Door Astrid Wijnands

Ook dit jaar is het televisieprogramma ‘Wie is de mol’ een grote hype. Kijkers proberen via allerlei aanwijzingen en theorieën te achterhalen wie in dit spelprogramma de opdrachten zo manipuleert dat er maar weinig geld in de pot komt. Er is zelfs een volledige nabeschouwing ‘Moltalk’, net na de aflevering en er zijn forums waarop ‘molloten’ hun wildste ideeën delen. Op de site wieisdemol.avrotros.nl worden na elke aflevering twee dagboeken gepubliceerd: die van afvaller en die van de mol. Over dit laatste dagboek wil de Taalcanon het vandaag hebben, want ook door een gedegen taalanalyse kun je wellicht de mol ontmaskeren.

Een van de vragen in de Taalcanon luidt: ‘Kan de taalkunde misdaden oplossen?’ Dit lemma, geschreven door Ton Broeders, gaat over een bijzondere tak van de toegepaste taalkunde: de forensische taalkunde. Een forensisch taalkundige is een soort taaldetective. Hij of zij doet onderzoek naar taaluitingen die relevant zijn bij rechtszaken of misdaden. Dit kan gesproken taal zijn, maar ook geschreven taal. Taalgebruikers verschillen namelijk in de wijze waarop zij woorden en woordcombinaties kiezen en in hoe zij hun uitingen structureren. Je kunt in geschreven teksten onderzoeken wat de frequenties zijn van o.a. lidwoorden, voorzetsels, hulpwerkwoorden en bijwoorden om te bepalen of een tekst mogelijkerwijs door dezelfde persoon geschreven is. Lees verder >>

Nederlands in de klas

Waarin verschilt het taalgebruik op social media van het taalgebruik in de journalistiek? Hoe kun je taal inzetten om mensen te overtuigen? Hoe wordt taal in ons brein verwerkt? En hoe kunnen kinderen eigenlijk in zo’n korte tijd Nederlands leren? Er is zoveel te ontdekken en te leren over je moedertaal! En dus zijn er zoveel goede redenen om voor een studie Nederlandse Taal en Cultuur te kiezen. Studenten Nederlands van de universiteiten in Amsterdam, Groningen, Leiden, Nijmegen en Utrecht komen daar graag over vertellen, bij u in de les. Heeft u interesse in zo’n korte voorlichting door enthousiaste ambassadeurs voor de Nederlandse taal? Meld u dan aan via www.nederlandsindeklas.nl.

’T FoKSCHaaP, Nu!

Door Roland de Bonth

Generaties leerlingen hebben de werkwoordspelling onder de knie gekregen met het door L.A. te Winkel populair gemaakte ezelsbruggetje van ’T KoFSCHiP. Het enkel noemen van dit woord was jarenlang afdoende om een leerling een fout gespeld werkwoord te laten verbeteren. Meer dan honderd jaar later wisten leerlingen echter niet meer wat een kofschip was. En omdat de aanwezige klinker i verwarring opleverde bij de spelling van werkwoorden als gooien en stoeien is, heeft vanaf het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw ’T FoKSCHaaP zijn intrede gedaan in het spellingonderwijs. Soms wordt aan dit beest ook nog het epitheton SeXy toegevoegd, om de vervoeging van aan het Engels ontleende werkwoorden als faxen eenvoudiger uit te kunnen leggen.

Hoewel het enige moeite kost om dit ezelsbruggetje onder de knie te krijgen – denk aan het geworstel met werkwoorden als verhuizen en verloven – lukt het de meeste leerlingen na gedurige oefening (exercitatio) deze regels toe te passen in hun schriftelijk taalgebruik. Lees verder >>

De eerste ‘elft: waarom valt de h weg in sommige dialecten van het Nederlands?

Dit stuk verschijnt in het kader van de Nieuwsbrief Neerlandistiek voor de klas. Het bevat geen origineel onderzoek, maar is een vereenvoudigde weergave van recent onderzoek op het gebied van het Nederlands, speciaal bedoeld voor leerlingen van de middelbare school.

Door Marten van der Meulen

‘ello guv’nor! Dit is misschien wel het meest stereotype zinnetje voor het plat Engels. Het opvallendste detail is natuurlijk het wegvallen van die h aan het begin van hello. In het Engels komt dat best vaak voor, maar is het ook gestigmatiseerd. Tot zover is dit misschien weinig nieuws. Maar in Nederlandse dialecten komt het wegvallen van die h óók voor. In een best groot gebied zelfs, dat het westen van Vlaanderen, Zeeland en westelijk Noord-Brabant omvat. Maar waarom valt het daar weg, en hoe is dat gekomen? Recent onderzoek naar teksten uit de 13e en 14e eeuw geeft nieuwe antwoorden op deze vragen. Lees verder >>

Motie KANTL over educatieve master met lesbevoegdheid Nederlands

(Bericht van de KANTL)

De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) verneemt dat er in Vlaanderen vergevorderde plannen bestaan om ook aan studenten die de opleiding Nederlands van de bachelor Taal- en Letterkunde niet hebben gevolgd toegang te verlenen tot de educatieve master met lesbevoegdheid voor Nederlands.Die studenten hebben evenwel maar de helft van het aantal studiepunten behaald dat aan de opleiding Nederlands van de Bachelor Taal- en Letterkunde vereist is om de lerarenopleiding te mogen aanvangen. Afgestudeerden met een zeer ongelijke opleiding zouden daardoor toch dezelfde lesbevoegdheid krijgen. Lees verder >>

Acht baanbrekers in het moedertaalonderwijs tussen 1769 en 1936


Door Hans Hulshof

Pioniers, voortrekkers, wegbereiders, innovators, nieuwlichters, iconen: zij ontsloten elk op hun eigen manier nieuwe wegen en terreinen voor de ontwikkeling van het moedertaalonderwijs. Zij ‘vertaalden’ nieuwe ideeën op het gebied van taal, filosofie en pedagogiek naar de praktijk van het moedertaalonderwijs in artikelen, schoolboeken en didactische handleidingen. Zij spraken zich uit over de inhoud van het schoolvak. Het zijn stuk voor stuk onderwijsmensen (mannen, heren) die je nu nog graag eens zou willen spreken.
In feite gaat het om cultureel erfgoed in het kader van de (helaas nog niet bestaande) canon van het moedertaalonderwijs. Een eerste proeve. Lees verder >>

LitLab: twee nieuwe proeven

Op de site LitLab.nl staan sinds vandaag twee nieuwe proeven klaar over Gender en Digitale literatuur. LitLab is een digitaal laboratorium voor literatuuronderzoek door middelbare scholieren. Beide nieuwe proeven hebben niveau 3, en zijn dus geschikt voor bovenbouw havo-vwo. In de Gender-proef (gemaakt door Luke Schouwenaars) onderzoeken leerlingen een historische tekst over een meisje dat als matroos verkleed de oorlog in trekt. Ze lichten die tekst door met behulp van de termen ‘gender’ en ‘performance’. De proef sluit aan bij actuele discussies over genderneutraliteit, en over de rol die (literaire) teksten kunnen spelen in het creëren van rollen voor mannen en vrouwen in de Nederlandse maatschappij.

In de proef over Digitale literatuur (gemaakt door de LitLab redactie) onderzoeken leerlingen zowel het schrijven van literatuur door computers – zie het recente experiment met AsiBot en Giphart – als het lezen en beoordelen van digitale literatuur. In de proef worden de termen ‘memex’ en ‘cognitie’ gebruikt om digitale literatuur te analyseren. Het produceren en consumeren van niet-digitale literatuur heeft zowel schrijvers als lezers doen wennen aan bepaalde schrijf- en leesprocessen. Gaan die helemaal veranderen nu er zoiets als digitale literatuur begint te ontstaan? Lees verder >>

De meesterschapsteams Nederlands over een nieuw curriculum

door Peter-Arno Coppen

Sinds de meesterschapsteams Nederlands in januari 2016 hun Manifest Nederlands op School publiceerden en daarbij het begrip bewuste geletterdheid introduceerden, heeft de tijd niet stilgestaan. De door de overheid ingezette herbezinning op het onderwijs (Onderwijs 2032) heeft een opvolger gekregen in Curriculum Nu, waarin docentontwikkelteams per leergebied het komend jaar de bouwstenen moeten leveren voor een nieuw curriculum. Ondertussen hebben de meesterschapsteams verder gewerkt aan de uitwerking van het begrip bewuste geletterdheid, onder andere door zelf met docentontwikkelteams aan de slag te gaan om materiaal te ontwikkelen. Afgelopen vrijdag publiceerden zij op hun website een visiestuk. Waar komt dat vandaan?
Lees verder >>

Taalkundig onderzoek in de bovenbouw havo

Door Roland de Bonth

Lange tijd is het vak Nederlands op middelbare scholen gedomineerd door literatuur – boeken lezen, gedichten analyseren – en taalvaardigheidonderwijs – lezen, schrijven en samenvatten, voordrachten houden, debatten voeren. Het derde onderdeel van ons vak – taalkunde – is jarenlang stiefmoederlijk behandeld. Wordt er in de onderbouw naast zinsontleding en woordbenoeming doorgaans nog wel enige aandacht geschonken aan taal en taalkundige verschijnselen – dialecten, jongerentaal, spreekwoorden – in de bovenbouw is daar  amper sprake meer van.

Met het verschijnen van Taalkunde voor de tweede fase van het VWO in 2006 van Hans Hulshof, Maaike Rietmeijer en Arie Verhagen kregen docenten Nederlands een instrument in handen om hier verandering in aan te brengen. In het boek werd duidelijk gemaakt dat taalkunde ‘’maatschappelijk en cultureel relevante kennis’’ is. Een van de redenen om dit boek te schrijven was om het vak Nederlands van een imagoprobleem af te laten komen. Leerlingen vonden Nederlands saai en bovendien niet erg uitdagend. De kennis die je nodig hebt om het centraal schriftelijk eindexamen Nederlands te maken, kun je in een paar weken tijd gemakkelijk leren. De uitdaging zit vooral in het toepassen van die kennis op in moeilijkheidsgraad opklimmende teksten. Leer je in de brugklas al wat de hoofdgedachte van een tekst is en hoe je die moet vinden, in het eindexamen is de vraag naar de hoofdgedachte nog altijd vaste prik. Lees verder >>

Hoe bepaal je de grens van een dialect?

Dit stuk verschijnt in het kader van de Nieuwsbrief Neerlandistiek in de klas. Het bevat geen origineel onderzoek, maar is een vereenvoudigde weergave van recent onderzoek op het gebied van het Nederlands, speciaal bedoeld voor leerlingen van de middelbare school.

Door Marten van der Meulen

Het zal je vast weleens opgevallen zijn: mensen spreken verschillend in verschillende delen van Nederland. Een iets andere klank, een uitdrukking, een woord: verschil kan er op allerlei niveaus zijn. En dat is alleen nog maar in de standaardtaal. Naast die taalvariëteit worden er nog steeds op heel veel plekken lokale taalvariëteiten gesproken, zoals dialecten of streektalen. Die lokale varianten zijn al lange tijd een dankbaar onderzoeksobject voor taalkundigen. Zij willen bijvoorbeeld vaststellen waar grenzen liggen tussen dialecten. Die onderzoeksvraag bestaat dus al lang, maar tegenwoordig zijn er allerlei nieuwe methoden beschikbaar om heel precies na te gaan waar het ene dialect stopt en het andere begint. Een aantal van die methoden werden gebruikt door twee taalkundigen om een oude scheidslijn in Noord-Limburg te evalueren. Wat bleek: de scheidslijn is zeker niet zo belangrijk als wel werd gedacht. Sterker nog: hij ligt eigenlijk ergens anders. Lees verder >>

Download de poëzielessen 2018

Ook in de klas kan de liefde voor poëzie overgebracht worden. Met de lestips die zijn uitgebracht door de organisatie van de poëzieweek 2018 bijvoorbeeld. U krijgt ze gratis toegestuurd na het invullen van uw e-mailadres op de website van de poëzieweek. Daar kunt u zich ook aanmelden voor de nieuwsbrief.

Er zijn drie bundels met lestips voor poëzieonderwijs: één voor de basisschool en twee voor het voortgezet onderwijs, opgesplitst in light en geavanceerde lessen. De bundels bevatten ieder vijf lestips, met ook dit jaar weer een speciale kleutertip (in de bundel voor de basisschool). Alle lestips zijn geschreven door experts. Ze zijn het hele schooljaar door goed bruikbaar en stimuleren zowel docent als leerling om met poëzie aan de slag te gaan.

Hoeveel boeken uit de canon moet een leraar Nederlands kennen?

Door Coen Peppelenbos

Er zijn tientallen redenen om dit artikel niet te schrijven. Een discussie over de canon gaat binnen de kortste keren over zijwegen. Voordat je weet het heeft een schrijver weer ammunitie voor een column waarin hij ‘Fuck de canon’ kan schrijven zodat hij weer op drie congressen een betaald optreden heeft als ludieke tegenstem in een forumpanel over de toekomst van het lezen. Voordat je het weet gaan leraren elkaar tips geven over hoe je het best Karel ende Elegast aan de man kunt brengen (met Tekst in context, met middeleeuws eten, met een musical, met hardop voorlezen, met vertalen et cetera). Voordat je het weet breekt er onder Neerlandici weer een discussie los over de keuze van de canonboeken (waarom altijd Karel ende Elegast). Ik wil me in dit artikel beperken tot de vraag die ook als titel fungeert: hoeveel boeken uit de canon moet een leraar Nederlands kennen?

Die vraag komt natuurlijk niet uit het niets, want ik ben lerarenopleider en ben samen met een paar collega’s verantwoordelijk voor de literatuurlessen in de tweedegraads- en eerstegraadsopleiding Nederlands. Dat is doorgaans een van de mooiste beroepen die je kunt uitoefenen al is je speelveld vrij breed omdat je zo’n beetje alles moet bijhouden wat er binnen je vakgebied verschijnt. Van de middeleeuwen tot nu is dat een vrij breed gebied en ik kan met gerust hart zeggen dat ik niet in staat ben om alles bij te houden. het lukt me niet om zo’n tweehonderd nieuwe boeken te lezen die elk jaar uitkomen waardoor ik mijn kennis van de moderne letterkunde kan bijhouden, laat staan dat ik ook nog alle publicaties over alle eeuwen daarvoor tot me kan nemen. Ik maak keuzes, ik schipper, ik grasduin af en toe, maar ik ben een echte generalist: iemand die van alles een beetje af weet. Om met harde getallen te komen: ik lees dit jaar zo’n vijftig tot zestig boeken al moet ik erbij zeggen dat dit niet echt een topjaar voor me was. Lees verder >>

Betekenisvol schrijven – Sagaam

Door Roland de Bonth

Schrijven is schrappen. Maar voordat je kunt schrappen, moet je eerst hebben leren schrijven. Het aanleren van een goede schrijfvaardigheid is een langdurig proces. Leerlingen krijgen dat niet onder de knie door uitsluitend invullesjes te maken – ‘’vul het juiste verwijswoord in’’ – en door te oefenen met het schrijven van losse zinnen – ‘’maak met de volgende woorden een grammaticaal correcte zin’’. De aandacht richten op een bepaald onderdeel van een tekst – de inleiding of het slot bijvoorbeeld – zet al meer zoden aan de dijk, maar echt betekenisvol wordt het vooral als leerlingen de opdracht krijgen om een volledige tekst te schrijven.

Daarbij is het belangrijk dat in de opdracht het communicatieve aspect niet uit het oog wordt verloren. Leerlingen moeten voorafgaand aan en tijdens het schrijfproces zowel het doel – overtuigen, beschouwen, informeren, activeren of amuseren – als het publiek – leeftijdsgenoten, volwassenen – van hun tekst voor ogen houden. Als ze zich hiervan bewust worden, zijn ze beter in staat hun woordkeus en zinsbouw daarop af te stemmen. En hierdoor is de kans groter dat de boodschap die zij als zender uitsturen door de ontvanger op de juiste wijze wordt geïnterpreteerd. Lees verder >>