Categorie: Neerlandistiek voor de klas

Jij of u: wanneer gebruik je wat?

Uit de tijdschriften

Door Marten van der Meulen

In de vorige aflevering van deze nieuwsbrief ging het over synoniemen, over woorden die hetzelfde lijken te betekenen. Lijken, omdat ze in de praktijk net anders zijn. De woorden ‘content’ en ‘tevreden’ bijvoorbeeld worden gebruikt in een andere context: ‘content’ is wat deftiger. Van de woorden ‘u’ en ‘jij’ denkt waarschijnlijk niemand dat ze synoniem zijn, maar grammaticaal zijn ze dat wel. Beide woorden zijn een aanspreekvorm in de tweede persoon enkelvoud. Het verschil zit in de mate van beleefdheid. Traditioneel wordt gezegd dat ‘u’ beleefder is dan ‘je’. Maar wie kijkt naar daadwerkelijk taalgebruik, die ziet dat beleefdheid niet iedere keuze voor ‘je’ of ‘u’ kan verklaren. Andere factoren spelen ook een rol. Bovendien kunnen mensen zelfs in één gesprek wisselen tussen de vormen. Hoe zit dat? Lees verder >>

Taalcanon lanceert eerste animatiefilmpje: Hoe leert een kind zijn moedertaal?

Door Mathilde Jansen

Vandaag, op de Internationale Dag van het Kind, lanceert het taalcanonteam vol trots een animatiefilmpje over kindertaal. Het is het eerste filmpje in een reeks, bedoeld voor het voortgezet onderwijs. De filmpjes geven een korte introductie op een onderwerp uit de taalcanon, en kunnen gebruikt worden als opstapje voor een les over taal in de klas.

Wanneer begint een kind met het leren van taal? Hoe leert een kind woorden herkennen? En hoe kun je eigenlijk taalonderzoek doen met baby’s? Deze en meer vragen komen aan bod in het eerste filmpje dat de taalcanon lanceert in een reeks filmpjes voor het onderwijs. Tekenaar en animator Frank Landsbergen maakte de filmpjes in opdracht van de taalcanon. Lees verder >>

De ‘spreekautobiografie’

Door Roland de Bonth

Pater Brugman (kon praten als…)

Bij de overgang van de onder- naar de bovenbouw, aan het begin van de vierde klas, krijgen leerlingen vaak de opdracht een leesautobiografie te schrijven. Het doel van dit document is dat leerlingen zich de boeken herinneren die aan hen zijn voorgelezen door ouders, grootouders, juffen en meesters en de boeken voor de geest halen die zij tot zich hebben genomen vanaf het moment dat zij in staat waren om zelf te lezen. Een goed gedocumenteerde leesautobiografie geeft een prima beeld van de smaakontwikkeling van een leerling. Op basis van dit document kan een docent een inschatting maken van het niveau van literaire ontwikkeling van een leerling. Vervolgens kan hij gericht tips geven voor verdere lectuur. Hij kan andere boeken van dezelfde schrijver aanraden, boeken uit hetzelfde genre van een andere schrijver, boeken van een vergelijkbaar of een iets hoger niveau.

Is de leesgeschiedenis van leerlingen doorgaans aardig gedocumenteerd, anders ligt dat bij het domein mondelinge taalvaardigheid. Geluidsopnames of filmpjes van voordrachten, debatten of discussies worden bij mijn weten amper gemaakt. Wat weet een docent eigenlijk over de spreekvaardigheid van een vierdeklasser?

Lees verder >>

Discussieforum van de internationale neerlandistiek in Midden-Europa

Door Yves T’Sjoen

De voorbije dagen hield het Midden-Europese neerlandistiekplatform Comenius zijn tweejaarlijkse congres in Wrocław (24-27 mei). Het Regionaal Colloquium Neerlandicum wordt al sinds 1995 georganiseerd en brengt neerlandici binnen en buiten het Nederlandse taalgebied bij elkaar op volstrekt gelijke voet aan een universiteit in Centraal-Europa. Het alles overkoepelende thema ‘Op reis!’ verenigde dit jaar taal- en letterkundige onderzoekers uit de regio die met soms ongeziene felheid en hardnekkigheid met elkaar discussieerden over onderzoeksprojecten, methodologische en theoretische uitgangspunten.

Lees verder >>

Taalkunde in het Onderwijs

Door Jan Don en Marjo van Koppen

Wat is een van de belangrijkste eigenschappen van de mens? Taal! Taal is de ultieme sleutel van ons leven. Het opent een wereld die het mogelijk maakt om te denken, met elkaar te praten, kennis te delen en alle andere dingen te doen die voor mensen zo belangrijk zijn. Toch besteedt het middelbaar onderwijs nauwelijks tijd aan taalkunde. Dat is jammer en dat moet veranderen. Te midden van alle initiatieven die op dit gebied al worden ontwikkeld, doet Master Language Nederlands ook een duit in het zakje. Wij bieden sinds vorig jaar het vak taalkunde in het onderwijs aan.

Lees verder >>

Herinnering: Nascholing opleiding Nederlandse Taal en Cultuur Leiden

De sturende kracht van taal – avondlezingen 17 en 31 mei 2017

Taal is nooit neutraal. We gebruiken taal voor onze communicatie, maar de interpretatie van uitingen wordt maar gedeeltelijk bepaald door de betekenis van de woorden die de spreker gebruikt. Een spreker bedoelt meer, en soms zelfs iets anders, dan hij letterlijk zegt en  schrijvers van verhalen en gedichten zetten talige, narratieve technieken doelbewust in om effect op lezers te sorteren.

In twee avonden belichten telkens twee Leidse neerlandici deze interactie tussen semantiek en pragmatiek vanuit hun eigen discipline: de taalkunde, taalbeheersing, moderne of oudere letterkunde. Op 17 mei zijn dat dr. Ronny Boogaart, auteur van Een sprinter is een stoptrein zonder wc. De sturende kracht van taal (AUP) en dr. Bram Ieven die zal vertellen over de online MA-class Mij maak je niks wijs. Een inleiding tot de representatiekritiek. Op 31 mei spreekt dr. Olga van Marion over de rol van taal en emotie in vroegmodern theater en dr. Henrike Jansen over de sturende kracht van taal in de argumentatie in politiek debat. Lees verder >>

Een roman schrijven in vwo-4

Door Arnoud Kuijpers

Mijn leerlingen uit vwo 4 schreven in 5 lessen een boek en gaven dat vervolgens uit. Je kunt ‘De gebroken hemel’ bestellen bij bol.com, zoals je in dit artikel uit de Gelderlander kunt lezen. Hoe heb ik deze opdracht aangepakt?

  • Allereerst 1 les brainstormen aan de hand van twee vragen via Mentimeter: ‘Welke personages moeten erin voorkomen’ en ‘Waar zou het verhaal over kunnen gaan’. Aan de hand van die uitkomsten kwamen we met de klas uit op een gebeurtenis in een hotel (die heb ik verzonnen), waarbij ieder hoofdstuk (geschreven door een leerling) vanuit een gast uit dat hotel wordt geschreven (door m’n leerlingen verzonnen).

Lees verder >>

Verkiezing van de ‘Beste leraar Nederlands van 2017’

De afgelopen maanden hebt u in het KRO-NCRV radioprogramma De Taalstaat op NPO Radio 1 en het programma De Bende van Annemie op VRT Radio 1 kunnen kennismaken met twaalf docenten die door hun omgeving kandidaat waren gesteld voor de titel ‘Beste leraar Nederlands van Nederland en België 2017’. Een vakjury, bestaande uit Trudy Coenen, Peter-Arno Coppen en Frans Daems, heeft drie van die docenten genomineerd voor de titel.

Nu is de keus aan u! Stem hieronder op de genomineerde die volgens u de titel ‘Beste leraar Nederlands van 2017’ verdient. Dit kan tot vrijdag 19 mei, 18.00 uur. De uitslag wordt op zaterdag 20 mei in een bijzondere uitzending van De Taalstaat bekendgemaakt. De prijs zal worden uitgereikt door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Jet Bussemaker. Lees verder >>

Juweeltjes uit de boekenkast

Door Robert Chamalaun

Een groot voordeel van verhuizen is dat het de ideale gelegenheid is eens kritisch door je eigen boekenkast te gaan. Aangezien ik onlangs verhuisd ben, werd ook ik gedwongen eens goed te kijken naar hetgeen ik in mijn boekenkasten had staan. Tijdens het inpakken stuitte ik op enkele juweeltjes, met helaas wel als gevolg dat ik aan het einde van de dag slechts enkele dozen ingepakt had.

Een van die boekjes is een taalboek met de welluidende titel ‘Door voortdurende herhaling tot kennis – Taalboek, bijzonder voor hen, die vreemde talen willen leeren’. In dit boek richt de auteur, C. Willems, een ‘Hoofd eener R.K. Jongensschool’, zich op ontleding en naamvallen.

Het exemplaar in mijn boekenkast is uitgegeven door A. Malcorps, uitgever te ’s-Hertogenbosch, helaas zonder vermelding van een jaartal. Lees verder >>

Is er een verschil tussen Je bent aan het zeuren en Je zit te zeuren?

Door Marten van der Meulen

Synoniem. Dat woord heb je vast weleens gehoord. Het betekent, dat iets hetzelfde betekent. Van heel veel woorden wordt gezegd dat ze synoniem zijn. Je hebt zelfs een heel synoniemenwoordenboek of thesaurus om dat soort woorden in op te zoeken. Het lijkt makkelijk om synoniemen te bedenken: content en tevreden, awkward, gênant en ongemakkelijk of fiets en rijwiel. Maar deze alternatieven zijn vaak toch anders, op een van drie manieren. Ten eerste kan er toch een klein verschil in betekenis zijn. Huilen en janken worden vaak inwisselbaar gebruikt, maar janken is heftiger. Ten tweede kunnen woorden in verschillende situaties worden gebruikt. Woorden hebben dan een andere lading: content is bijvoorbeeld chiquer dan tevreden. En ten derde kunnen synoniemen in verschillende contexten worden gebruikt, wat toch ook kan duiden op een verschil in betekenis. Over dit laatste verschil gaat dit stuk. Lees verder >>

De DBNL voor de klas

Uitgelicht voor de klas

Door Roland de Bonth

Wat hebben Kleine Olle en zijn ekster van C.J. Kieviet, Der rupsen begin, voedzel en wonderbaare verandering van Maria Sibylla Merian en het anoniem uitgegeven Aanwijzingen tot het gebruik der medicynen voor zeevarenden gemeen? Een lastige vraag, want inhoudelijk gezien hebben deze werken niets met elkaar te maken. Wat deze titels verbindt, is dat ze alle in de maand april van dit jaar zijn toegevoegd aan de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL). Iedere maand wordt deze virtuele bibliotheek uitgebreid met tientallen verhalen, romans, dichtbundels en jaargangen van tijdschriften. Iedere maand opnieuw duiken er verrassende titels op die erom vragen gelezen te worden. Toch zou het jammer zijn als de DBNL alleen maar werd geraadpleegd om teksten te zoeken. Wie iets verder kijkt dan het bovenste gedeelte van het openingsscherm, ontdekt op deze website namelijk enkele mooie extra’s. Lees verder >>

Creatief met taal voor 2032-leerlingen

Door Marianne Boogaard

Volgens Platform-2032 is ‘toekomstgericht onderwijs’ onderwijs waarin leerlingen in de eerste plaats kennis en vaardigheden opdoen door creatief en nieuwsgierig te zijn. Vorige week besloot de Tweede Kamer om de curriculumherziening volgens die 2032-plannen in enigszins aangepaste vorm te laten doorgaan. Nederlands is een van de eerste onderdelen uit het curriculum waarvoor een ontwikkelteam van leraren, schoolleiders en diverse soorten experts aan de slag gaat met het omschrijven van de bouwstenen voor de uiteindelijke eindtermen, kerndoelen en referentieniveaus. Lees verder >>

Ontwikkel en deel je kennis en lesmateriaal

Over de DOT Nederlands

Door  Thomas de Bruijn
Teacher in Residence Nederlands Radboud Universiteit
t.debruijn@ru.nl

De autonomie die wij als docenten genieten, verschilt van school tot school en van sectie tot sectie. De eindtermen zijn leidend, maar uiteindelijk blijft er veel vrijheid over om lessen te ontwikkelen, werkvormen uit te proberen en onderwerpen te bespreken die ‘gewoon heel leuk’ zijn. Binnen secties is het meestal vanzelfsprekend om materiaal te delen, maar buiten de schoolmuren komt jouw webquest, project of onderzoek vaak niet. Er ligt een schat aan potentieel lesmateriaal te wachten op collega’s in het land, maar die schat moet wel opgegraven worden.

Er zijn al vele initiatieven om lesmateriaal en werkvormen te delen. Er bestaan diverse Facebookgroepen over vakgebieden, Kennisnet heeft een leermiddelendatabank en elke week is er wel ergens een congres of workshopdag vol inspirerende lesideeën. Deze kennisuitwisseling is helaas niet structureel. Lees verder >>

Groepsmondelingen als tentamen literatuurgeschiedenis

Door Bas Jongenelen

Op de Fontys Lerarenopleiding Tilburg geef ik onder andere het vak Moderne Letterkunde aan de tweedejaars voltijdstudenten ‘bachelor of education in Dutch language and literature.’ Dit vak gaat over de Nederlandse literatuur van de twintigste eeuw (met uitzondering van de postmoderne jaren 80 en 90, deze worden in het eerste jaar behandeld bij Hedendaagse Letterkunde). Studenten volgen zestien hoorcolleges en zeven werkcolleges. Er wordt tijdens de colleges alleen maar gepraat over literatuur, er wordt niets over geschreven. Het tentamen echter was altijd schriftelijk. Dat vond ik niet eerlijk en representatief: een schriftelijke toets na louter mondelinge training? Nee. Tijd voor een mondelinge toets. Lees verder >>

Call voor speciaal nummer Levende Talen Magazine

“De praktische relevantie van vakdidactisch onderzoek MVT en NL”

Dit is een call voor een Special Issue over vakdidactisch promotieonderzoek en het praktisch nut daarvan voor talendocenten. De afgelopen jaren is er steeds meer aandacht gekomen voor vakdidactisch onderzoek. Daarbij gaat het vaak om de vraag hoe een specifiek schoolvak onderwezen kan worden zodat leerlingen kennis , vaardigheden en attitudes met betrekking tot het​ ​vak verwerven. Dergelijk onderzoek heeft echter alleen zin als de opbrengsten ervan gedeeld wordt worden​met scholen en docenten, en wel op zo’n manier dat zij er ook daadwerkelijk wat aan hebben. Levende Talen Magazine (LTM) is een medium dat gelezen wordt door de doelgroep en een Special Issue over lopend vakdidactisch onderzoek met als thema ‘Vakdidactisch onderzoek en het nut voor de onderwijspraktijk’ kan er voor zorgen dat onderzoeksresultaten ook echt in de klas terecht komen. Voor dit Special Issue van LTM zoeken we bijdragen waarin dergelijk onderzoek wordt beschreven, met daarin nadruk op het praktisch nut voor talendocenten. Lees verder >>

Enquête: evaluatie examen Nederlands

Over het examen Nederlands is veel discussie (geweest). Binnen de lerarenverenigingen Levende Talen en Nederlands Nu! hebben wij nagedacht over wensen voor het schoolvak en de examens Nederlands. Maar wij willen graag peilen in hoeverre docenten onze voorlopige ideeën ondersteunen. En over de uitkomsten van die peiling willen we ook nog graag op korte termijn met docenten overleggen. Daarvoor willen wij een tweetal regiobijeenkomsten in juni 2017 met docenten organiseren.

Elke vraag wordt voorafgegaan door een korte toelichting. De vragen met een groene asterisk (*) zijn verplicht. Het invullen van de enquête duurt ongeveer 10 minuten.

Over de resultaten en het vervolg krijg je bericht. De resultaten worden anoniem verwerkt. Je kunt de enquête invullen tot 15 mei 2017.

Naar de enquête

Gesprek over het gesprek

Door Marc van Oostendorp

Een gesprek met Erwin Mantingh (Universiteit Utrecht) over het gesprek: kun je leren om een gesprek te voeren? En valt dat dan ook te toetsen? (De technische kwaliteit van deze video is wat minder dan u van ons gewend bent, maar de kwaliteit van het gesprek maakt hopelijk veel goed.)

Fout in je hoofd!

Een foute dt, hij is groter als ik, verkeizing typen in plaats van verkiezing: taalfouten heb je in alle soorten en maten. Maar hoe gaat je hoofd daarmee om?

Inleiding

Iedereen maakt weleens een foutje tijdens het schrijven. Jij en ik, maar ook professoren Nederlands. Van Matthijs Siegenbeek, de eerste hoogleraar Nederlands (Universiteit Leiden, van 1797 tot 1847) tot aan Jan Renkema, schrijver van het gezaghebbende taaladviesboek de Schrijfwijzer: we zijn allemaal maar mensen. Eigenlijk is het juist fijn dat we fouten maken, want daardoor kunnen we ze bestuderen. En het bestuderen van fouten is interessant, omdat het ons iets kan leren over hoe we taal leren, hoe ons taalsysteem werkt, en over hoe onze hersenen werken. Lees verder >>

Hoe oordelen leerlingen over ‘hun hebben’?

Door Astrid Wijnands

Op 1 maart jl. verscheen in de Volkskrant een interview met Hans Bennis, de nieuwe directeur van de Taalunie met als kop: ‘Directeur Taalunie: ‘Hun hebben’ is taalkundig gezien zelfs een verbetering.’ In het interview geeft Bennis aan dat taalkundig gezien ‘hun hebben’ weliswaar als een verbetering beschouwd zou kunnen worden, maar dat er ook nog veel mensen zijn die hiervan gruwelen.

Lees verder >>

Zes DOT’s Nederlands: samen inspirerend onderwijs ontwerpen

Uitnodiging aan docenten: wie doen (denken, ontwikkelen en werken) er mee?

Erwin Mantingh
namens de Meesterschapsteams Nederlands

De Meesterschapsteams Nederlands zoeken voor het schooljaar 2017-2018 enthousiaste docenten die in de geest van het Manifest Nederlands op school samen met ons het schoolvak Nederlands willen vernieuwen. Onder het motto ‘meer inhoud, meer plezier en betere resultaten’ zullen docenten, vakwetenschappers en vakdidactici in zes zogenoemde DOT’s (docentontwikkelteams) samen inspirerend onderwijs gaan ontwerpen.

Zes DOT’s

De docentontwikkelteams opereren verspreid over Nederland en richten zich op verschillende onderwerpen: Lees verder >>

Authentieke historische teksten

Door Roland de Bonth

Dat leerlingen in het voortgezet onderwijs slecht, slordig en sloom lezen, is een veelgehoorde klacht van docenten Nederlands; collega’s van andere vakken onderschrijven dit. De prangende vraag die op veel scholen wordt gesteld, is hoe we ervoor kunnen zorgen dat leerlingen beter worden in begrijpend lezen én bovendien gemotiveerder zijn om te lezen?

Lees verder >>

Onderzoekers, docenten en een straatkrantverkoper: een wens vanuit de wetenschap

Door Marloes Schrijvers
promovenda vakdidactiek Nederlands (Universiteit van Amsterdam)

Begin 2017 zag ik met angst en beven de fase tegemoet waarin ik – voor de tweede keer in mijn promotieonderzoek – docenten Nederlands zou gaan werven. Ik zocht docenten die wilden deelnemen aan een interventiestudie naar de effecten van dialogisch leren in literatuurlessen op het zelfinzicht en sociaal inzicht van leerlingen in havo 4. Alleen die zin al – ‘interventiestudie’, ‘effecten’ – leek me voldoende om docenten af te schrikken, maar wat me nog meer dwarszat, was dat ene woord: werven.

Straatkrant

Op een dag in die wervingsperiode zag ik de verkoper van de straatkrant bij de Albert Heijn: hij droeg zijn rode hesje, groette me vriendelijk, wachtte of iemand eens een keer zijn straatkrant zou kopen. Ik groette terug, maar kocht geen krant. Ik had mijn vertrouwde Volkskrant al, en wat zou een straatkrant me dan te bieden hebben? Bovendien had ik geen kleingeld. Lees verder >>

Uitvliegende lio’s

Door Erwin Mantingh, Vakdidacticus Nederlands (Departement TL&C/GST) UU

Voor universitaire leraren-in-opleiding Nederlands is er jaarlijks een oploop of meetup, om het in hipstertaal aan te duiden. Maandag 27 maart jongstleden vond de landelijke liodag voor docenten Nederlands in de dop plaats aan de Universiteit Utrecht. Bijna honderd lio’s namen deel aan de openingslezing en de workshops verzorgd door opleiders en gastsprekers uit den lande, en wisselden onderling lesmateriaal uit in een goedepraktijkenmarkt . Juist dit laatste onderdeel vonden veel lio’s die ik sprak ‘inspirerend’, enigszins tot hun eigen verrassing, zo leek het. Een beproefd en sterk concept, die liodag, maar als een van de organisatoren kan ik er natuurlijk niet onbevangen over oordelen. Het was bovendien een stralende lentedag, geen wolkje aan de lucht, zo’n dag waarop vogels nesten beginnen, waarop je moeiteloos wegwensdroomt.

Hoe houden lerarenopleidingen de band en uitwisseling met hun lio’s in stand als ze eenmaal zijn uitgevlogen? Niet of nauwelijks, als ik voor mijzelf en de Utrechtse lerarenopleiding spreek, terwijl het belang me voor alle betrokkenen overduidelijk lijkt. Lees verder >>

Gesprekken met inhoud

Eindexamen gesprek (aflevering 6)

Door Marc van Oostendorp

Waarom worden gesprekken vrijwel alleen gevoerd op het vmbo en het mbo? Misschien heeft het ermee te maken dat we gesprekken als een eenvoudigere en wie weet zelfs lagere vorm van taalgebruik zien: niet iets waar je je vreselijk voor hoeft in te spannen. Praten is iets voor werklui, wij intellectuelen van de havo en het vwo lezen en houden af en toe een voordracht. Dat is dan een onterechte omkering van wat Socrates als waardevol zag.

Misschien heeft het ook te maken met het feit dat de leerlingen in het beroepsonderwijs een eigen onderwerp hebben om over te praten: de eigen werkomstandigheden. Leerlingen in het meer theoretische onderwijs op de havo en de vwo worden dan geacht zich met algemenere kwesties bezig te houden: zaken van ‘maatschappelijk belang’ zoals het referentiekader het noemt.

Lees verder >>