Categorie: Naamkunde

De populairste voorletter

                   door Gerrit Bloothooft

Wat is dezer dagen de meest verkochte chocoladeletter? Ofwel, welke voorletter komt het meeste voor, als we even voor het gemak aannemen dat iedereen Sinterklaas viert en een chocoladeletter krijgt. Onze voorletters kunnen we tellen in onze basisadministratie. Naast een populariteitslijstje van voorletters is het ook aardig om eens te kijken of de voorkeuren in loop van de tijd zijn veranderd.

In de figuren 1 en 2 zijn de aantallen per voorletter voor de geboortejaren 1934 en in 2014 tegen elkaar uitgezet, afzonderlijk voor mannen en vrouwen. Voor beide geslachten zijn de voorletters X, U, Q, Z, O, V en Y het minst populair, zowel voor de ouderen als de jongeren. Hoe verder in het alfabet hoe minder aantrekkelijk lijkt het, en daar kun je tegenwoordig ook nog de P en de W bij rekenen. Lees verder >>

Pas verschenen: Veldnaemen van Stellingwarf VII: Oosterwoolde

Door Henk Bloemhoff

Gedurende zo’n zeventien jaar hebben de Stellingwarver Schrieversronte (Stellingwerfs streektaalinstituut) en de Historische Verening van Oosterwolde gestaag doorgewerkt om te komen tot een uitvoerig boek over de veldnamen van Oosterwolde, het hoofddorp van de gemeente Oost-Stellingwerf in Zuidoost-Friesland. Op 20 oktober jl. werd het resultaat gepresenteerd, aan het eind van een symposium met twee veldnaamkundige en twee landschapshistorische lezingen. Emeritus-hoogleraar historische geografie dr. Guus Borgers karakteriseerde in zijn bijdrage deze jongste uitgave in de reeks Veldnaemen van Stellingwarf als goed, mooi en vernieuwend. Dat laatste was met name vanwege de intensieve samenwerking van twee auteurs uit verschillende disciplines, nl. landschapsgeschiedenis en taalkunde.

Lees verder >>

Mohammed

Door Gerrit Bloothooft

 

Populariteit van alle 282 vormen van Mohammed bij elkaar, voor geboorten in Nederland. Bron: Nederlandse Voornamenbank

Geert Wilders herhaalt in het debat over de regeringsverklaring weer eens ‘Mohammed is inmiddels een van de meest populaire jongensnamen in heel Nederland’. Daarmee wil hij suggereren dat Arabische voornamen de overhand dreigen te krijgen, als symptoom van de Islamisering van Nederland. Maar daar klopt niets van.

Lees verder >>

Teknoniemen en de naam Leentvaar

Door Michiel de Vaan

 Een patroniem koppelt jouw naam aan die van je vader, en is wereldwijd een van de meest voorkomende naamgevingsmotieven. Als je vader Arend heet, kun je de naam Arends ‘die van Arend’ of Arendszoon, Arendsdochter krijgen. Ook metroniemen komen vrij algemeen voor, hoewel – cultureel bepaald – minder dan patroniemen. Een derde soort familieverwijzing is het teknoniem (van Grieks téknon ‘kind’), waardoor jouw naam aan die van je kind(eren) refereert. Ook deze mogelijkheid komt wereldwijd op alle continenten voor. Teknonymie kan benadrukken dat een mens pas wanneer hij kinderen krijgt volledig tot de groep der volwassenen behoort. In andere gevallen kan kinderloosheid ermee worden verbloemd, of dient de naam als titel van respect. In het Arabisch wordt het verschijnsel als kunya betiteld. Indien bijvoorbeeld een man die Hasan heet een zoon Zayn krijgt, kan Hasan informeel als Aboe Zayn ‘Vader van Zayn’ betiteld worden. De ‘Moeder van Malik’ krijgt de naam Oemm Malik. Bekende voorbeelden zijn Aboe Bakr, de schoonvader van Mohammed en de eerste kalief volgens de Soennieten, en de Egyptische zangeres Oemm Koelthoem (1904-1975).

Een dergelijk stelsel kennen we in het Nederlands niet, hoewel…

Lees verder >>

Zien we eruit als onze voornaam?

Door Gerrit Bloothooft

 Kim? Luca? Marina? Evi? 

In mijn paspoort staan mijn gezicht, naam en leeftijd. Niemand anders heeft precies hetzelfde gezicht en in mijn geval ook niet dezelfde naam. Ik kan me dus identificeren. Maar hoe redundant zijn gezicht en naam, wat valt er meer uit af te leiden? Uit een gezicht zijn bijvoorbeeld leeftijd en etnische achtergrond te schatten. Dat doen we allemaal, niet alleen de politie. Veel subtieler ligt het met persoonlijkheid, intelligentie en sociale achtergrond. Het zijn eigenschappen die deels genetisch maar ook door levensomstandigheden bepaald zijn. Als die zich in het gelaat op een stereotype manier verankeren zou een goede waarnemer dat misschien kunnen zien. Dan zou er zelfs een versterking kunnen plaatsvinden: omdat iemand op een bepaalde manier wordt benaderd gaat die er zich naar gedragen en uitzien.

Nu is onze voornaam het eerste sociale label in ons leven. Lees verder >>

Over Masscheroen en Macron

Door Frans Debrabandere

Aan het Nederlandse woord masker beantwoordt in het Frans masque. Het gaat  terug op Laatlatijn masca ‘tovenares, spook, duivel’, met de grondbetekenis ‘zwart’. Het woord werd uitgebreid tot maskara, in Italiaans maschera ‘masker’, Spaans mascara ‘zwartsel, roet, masker’, Portugees mascara ‘vlek’. Dat werd ons woord masker. Een masker was dus oorspronkelijk een zwartgemaakt gezicht. Zwart stond in verband met tovenarij, de zwarte kunst, en met de duivel. We begrijpen uiteraard dat het Spaanse woord mascara ook de naam geworden is van de zwarte kleurstof voor wimpers en wenkbrauwen. Denk erom dat ook het woord grime, grimeren, net als grijm ‘roet’, teruggaat op Germaans grima ‘zwartgemaakt gezicht, masker’. Lees verder >>

Wat is nu de naam van dat plekje?

Door Karel Leenders

De Blaak op de topografische kaart van rond 1925.

In de zestiende eeuw was de rivier de Mark waar ze tussen Etten en Zevenbergen doorstroomde erg breed. Te breed, omdat door het bedijken van de gorzen de functie van dit water veranderde van getijdengeul in die van regenrivier. Door die omschakeling trad er opslibbing op: er ontstond een vlak zanderig eilandje in de rivier, een plaat. In 1611 werd die voor het eerst in de archieven vermeld, 7½ hectare groot. Het jaar daarop werd het eilandje verkocht. Langzaam werd het groter en zo groeide het vast aan de Ettense oever. In 1677 heette die grond De Plaat. In 1827 mat het volgens het kadaster, dat deze plek ook nog steeds De Plaat noemde, ruim 40 hectare. De Mark, die hier in 1560 nog tot 450 meter breed was, had nu genoeg aan 22 meter.

Toen stichtten de Belgen hun eigen koninkrijk en lag het Nederlandse leger in Noord-Brabant te niksen. Lees verder >>

Over de plaatsbepaling van de toponiemen in het Cartularium van Radbod

Door Gerald van Berkel

Begin dit jaar verscheen opnieuw een vertaling door Marcel Otten van een IJslandse saga. Dit keer is het de Egilssaga en ik wil deze bijdrage graag beginnen met een toepasselijk fragment uit wat Otten noemt De saga van Egil, de zoon van Kale Grim.

“Toen het herfst werd koersten ze weer naar het noorden en gingen bij Friesland voor anker.

Op een nacht bij kalm weer voeren ze een brede rivier op waar het moeilijk was om te ankeren, terwijl het snel eb werd. Landinwaarts lagen grote vlakten met bossen vlak in de buurt. De velden waren drassig omdat het hard geregend had. Ze besloten aan land te gaan, en lieten een derde van hun troep achter om de schepen te bewaken. Ze liepen langs de oever, tussen de rivier en het bos, en algauw stuitten ze op een dorp waar veel boeren woonden. Toen zij het krijgsvolk gewaar werden renden de bewoners, die weg konden komen, het dorp uit naar het land erachter, en de Vikingen gingen achter hen aan. Vervolgens stuitten de Vikingen op een tweede dorp en een derde, en alle bewoners die daartoe in staat waren, vluchtten. Het land was vlak, met weidse weiden die overal werden doorsneden door sloten waar water in stond. Ze werden gebruikt om de akkers en weiden af te bakenen, maar bij sommige waren lange palen over de sloten gelegd zodat je eroverheen kon gaan. Dwars op de palen lagen planken en zo vormden ze bruggen.

De bewoners vluchtten het bos in. Toen de Vikingen ver in het bewoonde gebied waren doorgedrongen, verzamelden de Friezen zich in het bos, en toen ze zo’n driehonderdzestig mannen bij elkaar hadden, trokken ze op tegen de Vikingen en vielen ze aan. Het werd een hard gevecht, maar het eindigde ermee dat de Friezen op de vlucht sloegen en de Vikingen hen achtervolgden…”

Deze episode uit de Egilssaga wordt gedateerd rond het jaar 955 en zij wordt vaak aangehaald vanwege de beschrijving van een Nederlands veenontginningslandschap. Lees verder >>

Naamkunde in Neerlandistiek

Door Gerrit Bloothooft

Namen zijn populair. Dat zien we aan 15 miljoen pageviews per jaar voor de Nederlandse Voornamenbank van het Meertens Instituut en 9 miljoen voor de familienamen, die nu beheerd worden door het Centraal Bureau voor Genealogie. Daarnaast  kunnen  veld- ,water-, plaats- en boerderijnamen vertellen over de geschiedenis van onze omgeving, en dat boeit velen. En de populairste zoektermen op Google zijn buiten seks vooral namen van personen, automerken en filmtitels. Het zit dus wel goed met het maatschappelijk belang van de naamkunde. Maar academisch is de basis smal. Een kleine groep onderzoekers draagt het onderzoek vaak in de marge van andere disciplines, zoals de taalwetenschap, letterkunde, landschapskunde, genealogie en de cartografie, zonder thuishaven die het Meertens Instituut (eertijds Instituut voor Volkskunde, Dialectologie en Naamkunde) ooit was. Maar niet getreurd, deze groep is enthousiast en wil haar kennis ook in Neerlandistiek uitdragen. Verwacht van ons daarom hier met regelmaat bijdragen over naamkundige onderwerpen, waarbij we de status van tag graag verbeteren tot een volwaardige categorie. De naamkundigen zijn verenigd in een Google groep NetwerkNaamkunde, met levendige discussies. Wie zich daarbij wil aansluiten meldt dat met een berichtje aan netwerknaamkunde@gmail.com.