Categorie: Naamkunde

Aangenaam, zeven podcasts bij de NTR over voornamen

Voornamendrift 60

Door Gerrit Bloothooft


Soms meldt zich iemand bij me die origineel en doortastend is. Edda Heinsman, die als freelancer voor de NTR werkt, is er een van. Ze is gefascineerd door voornamen en maakt daar podcasts over onder de titel ‘Aangenaam’. Ze schrijft er zelf over: ‘Zo gaan we op zoek naar de meest getatoeëerde naam van Nederland, en komen we er achter wat de onverwachte naam is van de meest gekuste vrouw ter wereld. Hoe ontstaat een hippe naam? Hoeveel Henk & Ingrids zijn er nu echt? Heeft iedereen een oom Herman? Hoe is het als niemand je bij je naam durft te noemen? En wat vinden de twee broers Henk er van dat ze hetzelfde heten?’

Lees verder >>

Het NAMES corpus met 850.000 namen, gratis

Voornamendrift 59

Door Gerrit Bloothooft

Het CLARIAH project NAMES had tot doel om 189.707 verschillende enkelvoudige voornamen (61,9 miljoen voorkomens) en 562.676 verschillende enkelvoudige achternamen (54,5 miljoen voorkomens) uit de 19e eeuwse burgerlijke stand (wiewaswie.nl versie 2011) zoveel mogelijk te voorzien van een standaardvorm. Dat zijn praktische standaarden (dwz niet noodzakelijk met een etymologische basis die vaak niet is vast te stellen) die nuttig zijn voor de identificatie van personen. Daarnaast bevat het corpus frequentiegegevens, zowel van het voorkomen in de 19e eeuwse akten als in de basisregistratie van 2017, die kunnen helpen om een indruk te krijgen van de status van een naamvariant (als zeldzame schrijffout of echte variant). Het NAMES corpus is nu gratis te downloaden bij de taalmaterialen van het Instituut voor de Nederlandse Taal. Bestanden staan in tab-gescheiden vorm en zijn eenvoudig in te lezen.

Lees verder >>

Uniek zijn, met naamvarianten

Voornamendrift 58

Door Gerrit Bloothooft

Mijn naam wordt wel als Bloothoofd geschreven in plaats van Bloothooft, wat met de huidige spelling begrijpelijk is. Maar is Bloothoofd een schrijffout en gaat het om mij, of is het een wezenlijk verschil en gaat het om iemand anders die echt Gerrit Bloothoofd heet? Voor historische persoonsreconstructie (als onderdeel van een individuele biografie of van de reconstructie van een hele bevolking) is dat een groot probleem, want dan moet iemand uniek geïdentificeerd kunnen worden.

Lees verder >>

Uniek zijn, voor een historische bevolkingsadministratie

Voornamendrift 57

Door Gerrit Bloothooft

82% van alle Nederlanders heeft een unieke naam, als je tenminste alle voornamen en de achternaam gebruikt. Met alleen de eerste voornaam en de achternaam daalt dat percentage naar 46%.  Op basis van alleen een naam kunnen we niet iedereen identificeren. Omdat ik naar analogie met de huidige basisregistratie personen graag een historische bevolkingsregistratie (vanaf 1811) gerealiseerd zou zien, is het van belang om ieder individu uniek te onderscheiden. De ingrediënten daarvoor zijn de historische akten van geboorte, huwelijk en overlijden. Maar die zijn niet aan elkaar gekoppeld. Een vermelding van Jan de Jong die geboren wordt, huwt en overlijdt kan over verschillende personen gaan. Pas met meer informatie is het mogelijk om iemand uniek te identificeren. Maar welke informatie is daarvoor voldoende?

Lees verder >>

Uniek zijn, of juist niet

Voornamendrift 56

Door Gerrit Bloothooft

We zijn allemaal uniek. Ons DNA bepaalt ons lijf, onze omgeving vormt ons, en we kunnen er binnen die omstandigheden zelf ook nog wat van maken. Maar hoe weten anderen van ons bestaan, wat is daar in taal minimaal voor nodig? Daarvoor krijgen we een naam. Dat is het eerste wat de overheid van ons wil weten, en vanaf welke datum we op de wereld zijn en waar we ons ophouden. Maar in het dagelijks leven weten weinigen onze leeftijd of waar we geboren zijn of wonen, en resteert alleen onze naam. Ik heet Gerrit en die naam deel ik met 71.000 anderen, dus de kans dat het over mij gaat als iemand het over Gerrit heeft is klein. Mijn familienaam is Bloothooft en maar 19 anderen hebben die naam. Dat helpt en maakt de combinatie Gerrit Bloothooft uniek. Hoeveel mensen hebben eigenlijk een unieke naam, en wie delen hun naam met de meeste anderen?

Lees verder >>

Marjolein Droomelot

Voornamendrift 55

Door Gerrit Bloothooft

De Telegraaf, 9-1-1920

Op 7 januari 1920 werd de eerste Marjolein in Nederland geboren, te midden van het rumoer van een acteursstaking. Vader Herman Heijermans kreeg het voor elkaar om de Amsterdamse ambtenaar van de Burgerlijke Stand te overtuigen dat Marjolein en Droomelot acceptabele voornamen voor een kind waren. Dat was niet vanzelfsprekend want alleen gangbare voornamen waren toegestaan. Marjolein was natuurlijk wel bekend als aloude naam van het kruid, en heeft qua opbouw alles voor een meisjesnaam: Mar, wat naar Maria kan verwijzen en ein als gebruikelijk vrouwelijk suffix (vergelijk Madeleine), terwijl jo nog als verkorting van Johanna kan worden gezien. En die potentie voor succes blijkt later ook, er zijn inmiddels 13.450 vrouwen die Marjolein heten. Dat is met Droomelot niet gebeurd. Omdat Marjolein zo’n typisch Nederlandse naam is (het Franse Marjolaine bestaat wel, maar heeft ook in Frankrijk geen grote vlucht genomen) is het de moeite waard om te kijken hoe deze nieuwe voornaam zich in tijd en plaats ontwikkelde in de laatste eeuw, zonder dat er sprake kan zijn van buitenlandse invloeden.

Lees verder >>

Breng die rozen naar Sandra

Voornamendrift 54

Door Gerrit Bloothooft en David Onland


Figuur 1. Populariteit van Sandra, met in rood het basismodel en een hype vanaf 1971 door het lied Breng die rozen naar Sandra.

Het valt niet mee om origineel te zijn. Dat waren de ouders die hun dochter in 1936 Sandra noemden ook niet. Ze waren weliswaar in Nederland sinds lange tijd de eersten, maar de naam, verkorting van Alexandra > Alessandra (Italiaans) > Sandra of van Cassandra, is duizenden jaren oud. Oude attestaties in Nederland zien we al in 1632 toen Sandra Prefeet in Amersfoort werd gedoopt. Zo’n oude naam kan herontdekt worden en het tot modenaam brengen. En dat gebeurde in de vorige eeuw (figuur 1), waar het lied Breng die rozen naar Sandra in 1971 zelfs een tophit werd van Ronnie Tober (naar origineel van de Belgische Jimmy Frey). Maar hoe verspreidde de naam zich over ons land?

Lees verder >>

Sneustra’s, klungelsma’s en pafstra’s

Door Henk Wolf

Friezen zijn dol op hun -a-achternamen, zo dol dat ze op basis van bestaande patronen in de negentiende eeuw zelfs nieuwe familienamen zijn gaan vormen die niet helemaal etymologisch verantwoord waren. Zo werd -sma, dat oorspronkelijk een familierelatie aangaf, zoals in Jansma, toen ook achter plaatsbepalingen geplakt. Een naam als Dijksma is dan ook het resultaat van Fries-romantisch geknutsel. Dat geldt ook voor een naam als Sjoerdstra, want -stra betekent van oorsprong ongeveer ‘bewoner van’ (zoals in Dijkstra). De precieze etymologie is hier en hier te vinden.

Lees verder >>

De afstand tussen twee Nederlanders

Voornamendrift 53

Door Gerrit Bloothooft


Verdeling van de afstand tussen de geboorteplaatsen van twee willekeurige kinderen (blauw), en die tussen de 1e en 2e naamgeving (donkerbruin), de 1e en 3e naamgeving (middenbruin) en de 1e en 20ste naamgeving (lichtbruin).

In een 1,5 m samenleving ben je je bewust van de afstand tot de mensen om je heen. Maar hoeveel mensen zijn er nu eigenlijk in je directe omgeving en hoeveel zijn er die je eigenlijk nooit zult ontmoeten? Kortom, wat is de verdeling van de afstand tussen twee Nederlanders? Dat is niet alleen van belang voor de verspreiding van een virus, maar ook voor het begrijpen van de verspreiding van talige fenomenen, zoals een nieuwe voornaam.

Lees verder >>

Door gevaarlijke stijlfiguren omringd

Door Wouter van der Land

Het ergste jeukwoord van het afstandsonderwijs vond ik ‘thuissafari’, een terugkerende aanduiding voor de opdrachtjes in en om het huis die mijn zoon moet uitvoeren. Want wat heeft het op zoek gaan naar voorwerpen waarvan de naam in meervoudsvorm een dubbele medeklinker bevat, of het met de keukenweegschaal vaststellen dat zestien A4’tjes van 80-grams papier inderdaad tachtig gram wegen, te maken met het in zinderende hitte jagen op olifanten, leeuwen en ander exotisch wild? Ik maakte me er dagenlang boos over. Maar op de woedefase volgt de aanvaardingsfase.  Gisteren ging ik dan ook zelf op thuissafari. Een dag lang ging ik op jacht naar bijzondere merknamen en titels.

Lees verder >>

Eddie, Eip, Erry en Ted

Variatie in familieberichten (14): een restgroep

Door Siemon Reker

Laten we nog éenmaal naar de kindertaal-roepnamen kijken en een kleine restgroep presenteren. (Donderdag vraag ik in het verlengde hiervan om hulp van collega-taalgebruikers.) Voor mij gaat het om voorbeelden die overtuigend genoeg zijn om ze in dit deel van de serie op te nemen, dus ze te beschouwen als roepnamen die voortgekomen zijn uit doopnamen dankzij de nog onvolkomen taal sprekende kindermond. Bij de beoordeling van de vraag of ze hier thuishoren, kan de frequentie een rol spelen. Als er éen persoon is van wie in een familiebericht gezegd wordt dat hij officieel Gerrit heet maar Ed in de wandeling, dan is het minder overtuigend om aan kinder-invloed te denken dan wanneer het geregeld aangetroffen wordt. Dat is bij deze naam inderdaad het geval, vandaar: Ed kán prima afgeleid zijn van Gerrit omdat voldoende jongetjes het eerste zeiden in hun poging om het tweede te realiseren.

Lees verder >>

Gratis: heel veel plaatsnamen

Dagboek van een amateurprogrammeur

Door Marc van Oostendorp

Het onderzoekje dat ik begon naar namen in de 1100 streekromans die ik elektronisch van Ewoud Sanders had gekregen, is inmiddels officieel mislukt. Maar hij heeft misschien een aardige bijvangst opgeleverd: een databaseje met meer dan vijfduizend plaatsnamen (namen van gehuchten, dorpen en steden) in het Nederlandse taalgebied.

Lees verder >>

Het veertiende-eeuwse dorpsleven van Wouw

Het leven van de ‘gewone’ vrouw of man in de middeleeuwen is vaak lastig te achterhalen. Zij waren niet degene die historische bronnen achter lieten of over wie veel geschreven werd. Historisch-taalkundige Peter-Alexander Kerkhof heeft desalniettemin een manier gevonden om een venster te openen op het dorpsleven van Wouw in de veertiende eeuw. Hoe doet hij dat? En wat doet een historisch-taalkundige precies?

Mimi, Titi, Kiky en Niny door de kindermond

Variatie in familieberichten (13)

Door Siemon Reker

Mimi (of Mimy, Mimie) deelt met Miem een kinderpoging om in de buurt te komen van de uitspraak van een naam in de sfeer van Maria, Hermina, Wilhelmina. Dat vermoed ik op basis van zeker onderzoek in kindertaal (zie de vorige aflevering in deze serie), maar we kunnen het zíen aan wat er in familieberichten staat.

Lees verder >>

De top-3720 van voornamen in streekromans

Dagboek van een amateur-programmeur

Door Marc van Oostendorp

Een paar dagen geleden begon ik mijn digitale onderzoek naar eigennamen in de verzameling van ruim 1100 door Ewoud Sanders verzamelde Nederlandstalige ‘streekromans’ (waarmee hij geloof ik vooral bedoelt: populaire, niet-literaire romans). Ik constateerde dat het erop leek dat eigennamen zeer frequent zijn in die romans, maar om dat te kunnen vaststellen, moest ik eerst al die eigennamen verzamelen.

Dat heb ik inmiddels gedaan. Gerrit Bloothooft, naamkundig redacteur van Neerlandistiek, stuurde me een bestand toe met 180,000 Nederlandse voornamen (inclusief allerlei spellingvarianten) en ik schreef een script (hier beschikbaar) dat in alle duizend boeken voor ieder woord bekijkt of het een voornaam is. Namen die veelvoorkomende Nederlandse woorden zijn (zoals Dan) worden weggefilterd.

Lees verder >>

Eigennamen in streekromans

Dagboek van een amateur-programmeur

Wordcloud voor Ynskje Penning, Het geborgen huis

Door Marc van Oostendorp

Nu we hier zo gezellig thuis zitten, en Ewoud Sanders zo vrijgevig is geweest met een paar grote bestanden met pdf’s, leek het me aardig om daar nog eens wat verder in te zoeken. Dit wordt hopelijk het begin van een serietje, want ik denk dat ik meteen iets op het spoor ben en het is misschien een aardige manier om jullie mee te laten leven met dit onderzoek – dat op dit moment nog maar aan het begin staat.

Ik nam Ewouds collectie van ‘streekromans’, boeken uit het genre van de zogeheten ‘lagere literatuur’, Zoals hij zelf zegt, is dit genre nauwelijks onderzocht, en ik zou zeggen: zeker de teksten niet. Er is wel wat aandacht voor dit soort boeken en hun schrijvers, maar die aandacht is naar mijn indruk toch vooral sociologisch (wie lezen zulke boeken). Naar de teksten is nog niet veel gekeken en niet veel naar hun taalgebruik.

Lees verder >>

Maria als doopnaam waar talloos vele roepnamen van afgeleid zijn

Variatie in familieberichten (9)

Door Siemon Reker

Inderdaad, het is een mirakel dat oude verhaal van Die waerachige ende Een seer wonderlijcke historie van Mariken van Nieumeghen die meer dan seven iaren metten duvel woende ende verkeerde, maar een fraaie historie. Mariken woont bij haar oom buiten Nijmegen. Hij stuurt haar naar die stad om inkopen te doen en er op bezoek te gaan bij zijn zuster. Als Mariken daar een ellendige ontvangst krijgt en door tante “seer schandelijcken toe ghesproken” wordt, roept ze wanhopig om hulp: “God of die duvel, tes mi alleleens”. Wat kan het Mariken bommen? Als daarop de duivel zich meldt en als ze samen besluiten op te trekken, maakt die Duvel bezwaar tegen Marikens naam. Zij is daar juist op gesteld: “Want Maria daer ic naer hete, dats alle mijn troost”.

Lees verder >>

Adde Klaas en Derk Anne Knol ingedikt tot AK en DAK

Variatie in familieberichten (6)

Uit DvhN

Door Siemon Reker

Deze reeks zal voor een aanzienlijk deel in het teken staan van het onderscheid – vaak het logische onderscheid – tussen ‘de’ officiële doopnaam en de roepnaam uit de praktijk van alledag. Ook het lidwoord aan het slot van de vorige zin zou apart gemarkeerd kunnen worden: er is niet altijd sprake van éen enkele doopnaam of die ene waar een roepnaam van is afgeleid. Ook de praktijk van alledag is eveneens zoiets waarbinnen variatie kan bestaan, want iemand kan in de familie anders genoemd worden dan bijvoorbeeld op het sportveld of in een studentenhuis.

Lees verder >>

De virale verspreiding van een nieuwe voornaam

Voornamendrift 52

Door Gerrit Bloothooft

De populariteit van Kevin, nauwelijks zichtbaar na de eerste naamgeving in 1948. Gemodelleerd met (rood) een voorlopend golfje tussen 1972 en 1982 die tegelijk de grote populariteitsgolf van 50 jaar initieert die nu vrijwel is weggeëbd. De groene curve beschrijft het geheel.

Het viel me op dat er grote overeenkomsten zijn tussen de verspreiding van het corona virus en nieuwe voornamen. Het gaat in beide gevallen via menselijk contact. Het begint met een enkele besmetting, of ouders die een nieuwe naam introduceren, en die wordt overgedragen op, of geïmiteerd door anderen. Het verschil is wel dat wat voor een voornaam een jaar duurt, voor het virus ongeveer in een dag lijkt te gebeuren. Het zijn in mijn optiek in beide gevallen sociale netwerken waarlangs de voornaam of het virus zich verspreidt. Bij een voornaam zijn het de mensen die op de een of andere manier weten dat je een dochter Liselot hebt genoemd en daardoor geïnspireerd kunnen worden, bij een virus zijn het degenen waarmee je in fysiek contact bent geweest. Op 12 maart waren er 612 corona besmettingen in Nederland, we zitten dan op het niveau van het aantal mensen dat Toine, Jorinde, Myrte of Rocco heet. Maar voor je het weet zitten we, net als in Italië, op het niveau van Sandra, Kim of Kevin, en daar lopen er hier meer dan 20.000 van rond.

Lees verder >>

Veel te winnen bij plaatsnamen

Door Jona Lendering

Je kunt niet alles leren, maar mag wel betreuren dat je opleiding zó kort was dat je cruciale dingen niet hebt meegekregen. Aan Aristoteles’ Organon, vermoedelijk de grootste filosofische prestatie uit de Oudheid, is tijdens mijn studie geen woord besteed, noch bij de colleges geschiedenis, noch bij filosofie. Ook over oudgermanistiek, d.w.z. de bestudering van de antieke en vroegmiddeleeuwse fase van de Germaanse talen, heb ik weinig gehoord. Ik denk eigenlijk: niets. Terwijl het vak toch niet zonder belang is. Onze taal is immers een mooi stuk antiek erfgoed en kennis daarvan is zeker voor oudheidkundigen die zich met Nederland en Vlaanderen bezighouden, niet bepaald betekenisloos.

Lees verder >>

Tienermoeders en oude moeders

Voornamendrift 51

Door Gerrit Bloothooft en David Onland

Oude moeders geven andere voornamen aan hun kinderen dan jonge moeders. Tot die conclusie kwam het Office for National Statistics van het Verenigd Koninkrijk voor naamgeving in Engeland en Wales. Moeders die ouder zijn dan 35 jaar – over vaders hebben ze het niet – kiezen meer traditionele namen zoals Alexander, Joshua, Charlotte en Sophie, terwijl moeders die jonger zijn dan 25 juist niet-traditioneel kiezen voor Hunter, Logan, Harper en Nevaeh. Daarnaast hebben jonge moeders een voorkeur voor Archie, Alfie en Freddie waar oude moeders kiezen voor de volledige vormen zoals Alfred en Frederick. Hoog tijd om te kijken hoe dat in Nederland zit.

Lees verder >>

Het toponiem ‘Jaffa’ in tweeërlei overdrachtelijke betekenis

Pelgrims komen in Jaffa aan, 1486. Bron: Remembered Places

Door Renaat Gaspar

Wie tegenwoordig de naam Jaffa hoort, denkt waarschijnlijk aan ‘sinaasappels’. Ouderen herinneren zich misschien de morele oproep in 1973 om geen Zuid-Afrikaanse outspan-sinaasappels te kopen, maar die van een andere, ‘onbesmette’ herkomst. Dus evenmin de Spaanse soort uit het vermaledijde land van Franco, maar van een echte, ‘eerlijke’ soort uit een land dat toen door vrijwel iedere Nederlander zeer bewonderd werd: uit Israël. Jaffa-sinaasappels dus, kortweg jaffa’s genoemd. Maar vroeger, zowat honderd jaar geleden, was de associatie met Jaffa heel anders.

Lees verder >>

Het Max Verstappen effect

Voornamendrift 50

door Gerrit Bloothooft

Populariteit van de voornaam Max (blauwe stippen), gemodelleerd met vier golven van populariteit
(met startjaar j, imitatie snelheid v, en totaal aantal naamgevingen n in de golf), boven op een basisaantal (30 per jaar).

Het blijft een onuitroeibare gedachte dat bekende (media)persoonlijkheden een dominante invloed hebben op de voornaamgeving. Zelfs een woordvoerder van de Sociale Verzekeringsbank, die jaarlijks de top-voornamen publiceert, meldde dat de huidige populariteit van de naam Max (nou ja, plaats 17) vrijwel zeker aan de autocoureur Max Verstappen is toe te schrijven en dat Max tot enkele jaren geleden niet in de toplijsten voorkwam. Dat is veel te veel eer.

Lees verder >>

Alweer Emma

Voornamendrift 49

door Gerrit Bloothooft

Populariteit van Emma (blauw), gemodelleerd (groen) met twee onderliggende verdelingen (rood). Op basis van startjaar, imitatie-waarschijnlijkheid en totaal aantal te verwachten kinderen met de naam.

Vandaag kwamen de populariteitslijstjes van voornamen in 2019 uit. Ze verschillen zoals te verwachten nauwelijks met die van het vorig jaar, Emma en Noah staan nu bovenaan. Alweer Emma? Die naam is al meer dan 20 jaar een topnaam. Dat is een wel erg langdurige mode die niet meer meer een enkele cyclus is te modelleren. Twee cycli lijken vooralsnog voldoende, met hierboven een voorbeeld. Zoiets blijft intrigeren, want hoe kan dat nu?

Lees verder >>

Robert, Robbert, Roobert

Door Marc van Oostendorp

Ik geloof niet dat ik ooit een Robert Ro-bert heb genoemd, met de o van poot (in het fonetisch alfabet: [o]. Alle Roberts heb ik altijd de klinker van pot gegeven ([ɔ]). Maar onlangs kwam ik erachter dat dit niet altijd op prijs wordt gesteld omdat er heren zijn die wel degelijk R[o]bert heten, en ten tweede dat ik mijn tijd misschien ooit vooruit was.

Lees verder >>