Categorie: lexikografie

Symposium ‘Op je woorden letten’

Als afsluiting van het Matthias de Vriesjaar organiseren wij op donderdagmiddag 5 november een wetenschappelijk symposium over Matthias de Vries en de lexicografie in het algemeen. Met lezingen over voorspellingen over de levensduur van een woord, de rol van De Vries in de neerlandistiek in politieke context, waarom woorden al dan niet toegelaten worden tot een woordenboek en de langetermijnontwikkeling van de lexicografie. De sprekers zijn Freek van de Velde (KU Leuven), Wim Vandenbussche (Vrije Universiteit Brussel), Gijsbert Rutten (Universiteit Leiden) en Dirk Geeraerts (KU Leuven). Daarnaast presenteren Frieda Steurs en Piet van Sterkenburg hun nieuwe boek Geen woord te veel: van INL naar INT. De middag is te volgen via een livestream op YouTube.

Bekijk het programma en volg de livestream

‘Stilgeboren’ bereikt het Fries

Door Henk Wolf

In 2016 viel me het woord stilgeboren als eufemisme voor doodgeboren voor het eerst op. Ik heb er toen een stukje over geschreven. In 2018 heb ik dat opnieuw gedaan. Ik constateerde toen dat het gebruik ervan was toegenomen en dat het ook in het Duits voorkwam (als stillgeboren). In het Engels komt het al veel langer voor (als stillborn).

Lees verder >>

Word woordenschatgraver!

Fotograaf: Joop van Bilsen, Schatgraven in Egmond aan Zee (Nationaal Archief / CC0)
[bron: Wikimedia Commons]

Door Roland de Bonth

Elke woensdag bespreekt Ewoud Sanders in de NRC-rubriek ‘Woordhoek’ de herkomst van een woord dat in de actualiteit is. Het verbod om te knuffelen inspireerde hem in zijn column van 1 september 2020 op zoek te gaan naar de oorsprong van dat woord. Door de Dikke Van Dale kwam hij tot de opmerkelijke ontdekking dat knuffelen oorspronkelijk ‘ruw hanteren’ betekende, niet bepaald het tedere omhelzen dat we er nu mee aanduiden. Hoe deze vreemde betekenisverandering precies heeft plaatsgevonden, wordt volgens Sanders niet duidelijk verwoord in de door hem geraadpleegde vakliteratuur. 

Lees verder >>

Groot Dicté der Nederlandsche Taal

Advertentie uit de Opregte Haarlemsche Courant van 3 augustus 1865 [bron: Delpher]

Door Roland de Bonth

Omdat het op 9 november 2020 precies tweehonderd jaar geleden is dat woordenboekmaker Matthias de Vries werd geboren, heeft het Instituut voor de Nederlandsche Taal 2020 uitgeroepen tot Matthias de Vriesjaar. Op 16 september 2020 vindt als een van de activiteiten rond De Vries in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren in Gent – en via een livestream – het Groot Dicté der Nederlandsche Taal plaats. De tekst is geschreven door Kristien Hemmerechts en zal door de auteur zelf worden voorgelezen. Niet het Groene Boekje maar de regels van de spelling-De Vries en Te Winkel zullen leidend zijn bij dit Dicté. Deelname is gratis, maar inschrijven (voor zowel op locatie als online) is wel verplicht.     

Lees verder >>

Hoksebokse

Door Henk Wolf

De Leeuwarder Courant voert al een paar jaar het rubriekje Nij Frysk Wurdboek, waarin lezers worden uitgenodigd om goed-Friese alternatieven voor (meest Engelse) leenwoorden aan te leveren. Af en toe blijkt er al lang een goed alternatief te bestaan, maar de redactie heeft het liefst creatieve nieuwvormingen.

Deze week wilde de redactie graag alternatieven horen voor shorts. Dat vond ik een beetje gek, ook gezien de toelichting:

  • Korte broek (twee woorden) is in het Nederlands en Fries uit de mode: dat heet meestal shorts (een woord). Daar moet iets beters voor te bedenken zijn.
Lees verder >>

Onlinelezing over Matthias de Vries

Taal- en letterkundige Matthias de Vries overleed op 9 augustus 1892 en vier dagen later werd hij begraven op de begraafplaats Groenesteeg in Leiden. Om hem te herdenken heeft het Instituut voor de Nederlandse Taal 2020 uitgeroepen tot Matthias de Vriesjaar, en worden er vandaag, op 9 augustus, bloemen gelegd op het graf van De Vries. Daarnaast geeft voormalig INL-directeur Piet van Sterkenburg een bevlogen lezing over het werk en leven van de wetenschapper. De lezing is hier en via ivdnt.org/matthiasdevriesjaar te bekijken.

Gratis drie meter woordenboek voor elke leerling

Foto van Vysotsky (Wikimedia Commons)

Door Roland de Bonth

Afgelopen donderdag – 11 juni 2020 – viel het juni-nummer van Onze Taal op onze inloopmat. Normaal gesproken lees ik als eerste, dus nog voordat ik de plastic folie heb verwijderd, de rubriek Ruggespraak met onbedoeld grappige advertenties en krantenkoppen. Maar dit maal had ik meer oog voor de voorkant waar breeduit het thema van dit nummer werd uitgemeten: de negentiende eeuw.  

Lees verder >>

Twee soorten tussen-n

Door Henk Wolf

In het Nederlands kun je twee woorden combineren tot een nieuw, samengesteld woord. Soms kan dat direct: piano+ leraar = pianoleraar. Soms valt er een stukje weg: aarde + verschuiving = aardverschuiving. En soms komt er een stukje tussen: regering + leider = regeringsleider.

De geschreven tussen-n is Nederlands

Een zo’n stukje dat je als stopverf tussen de bouwstenen van een samenstelling kunt smeren, is het bekende onbeklemtoonde uh-klankje, ook wel stomme e, toonloze e, reductievocaal of sjwa genoemd. Dat uh-klankje kent in het Nederlands allerlei schrijfwijzen: in aardig schrijven we het als een -i-, in vriendelijk als een -ij-, in aarde als een -e- en in pannenkoek als -en-.

Lees verder >>

26 februari 2020, Leeuwarden: J.H. Halbertsma’s Fries-Latijnse Lexicon Frisicum (1872) vertaald

Door Anne Dykstra

Joost Hiddes Halbertsma (1789-1869) schreef het Lexicon Frisicum uitdrukkelijk niet voor de Friese bevolking. Toch wordt hij gezien als de founding father van de lexicografie van het moderne Fries. Daar valt wat voor te zeggen, want zijn postuum uitgegeven Lexicon Frisicum (1872) heeft uiteindelijk geleid tot het wetenschappelijke Wurdboek fan de Fryske taal (1984- 2011) van de Fryske Akademy, en daarmee tot allerlei andere woordenboeken die bij de Fryske Akademy zijn verschenen. 

Lees verder >>

Numeri fixi, numerus fixussen of numerus fixi? Dat is geen groeneboekjeskwestie

Door Henk Wolf

Mensen in het Nederlandse taalgebied kennen ten onrechte allerlei vormen van autoriteit aan het Groene Boekje toe. Marc van Oostendorp deed dat recent ook, toen hij de vraag kreeg wat het meervoud was van numerus fixus.

Om die vraag te beantwoorden raadpleegde Marc het Groene Boekje. Tijdschrift Ad Valvas citeert hem als volgt: “Ik kan weinig anders doen. Een hoogleraar heeft geen betere toegang tot de norm dan een ander. Er zijn boekjes waar de norm in opgeschreven staat en die sla je dan open.”

Het Groene Boekje is alleen niet zo’n boekje. Er staat wel een norm in beschreven, maar dat is een spellingnorm: je kunt erin opzoeken of een bepaalde schrijfwijze is toegestaan onder de spelregels die de overheid zichzelf en het onderwijs heeft opgelegd.

Lees verder >>

Het reflex

Door Henk Wolf

Er zijn Nederlandstaligen voor wie reflex een onzijdig woord is. Laatst sprak ik met iemand die dingen zei als ‘het reflex’ en ‘een sterk reflex’. Ik vroeg of reflex voor haar een de-woord of een het-woord was en ze antwoordde zonder aarzelen: ‘een het-woord’.

Op internet zijn ook voorkomens te vinden van ‘het reflex’. Het zijn er geen duizenden, maar wel te veel om alleen typfouten te zijn. Hieronder staan een paar voorbeelden:

  • Het reflex zorgt voor de productie van endorfines, een neurotransmitter dat pijnstillend werkt en een fijn en verzadigd gevoel geeft.
  • Dat heeft te maken met het reflex dat ontstaat als je zenuwen geprikkeld worden. 
  • Het reflex wordt getriggerd door het kijken naar de hand waardoor een onbewuste knijpbeweging ontstaat.
  • Je kan je voorstellen dat het lastig is naar links te kijken en tegelijk je armen en benen mee te bewegen volgens het reflex (die ga je dan strekken).
  • Het reflex van de musculus stapedius zou normaal gesproken pas in werking treden als er een geluid harder dan 100 decibel wordt …
  • toeschietreflex zelfst.naamw. [biologie] het reflex van het naar buiten laten spuiten van moedermelk uit de melkklieren Bron: Wikiwoordenboek – toeschietreflex.
  • Hierna verdwijnt het reflex langzaam.
Lees verder >>

Over lijken

Door Henk Wolf

Ik heb jarenlang een abonnement gehad op een Deenstalige krant. Daarin vielen me altijd de berichtjes op van het overlijden van bekende mensen. Die-en-die ‘er død’, stond er dan als kop: die-en-die ‘is dood’. In Nederlandse kranten zie je, dat is althans mijn indruk, doorgaans wat omfloerstere formuleringen.

In z’n taalcolumn in de Trouw schrijft Ton den Boon vandaag over een verwante kwestie, namelijk die van de gevoeligheden rondom het woord lijk. Daarover wordt de afgelopen maanden wel vaker geschreven. De aanleiding is een initiatiefnota van Kamerlid Monica den Boer van D66. In die nota van november vorig jaar staat over het woordgebruik:

3.1 Gebruik niet het woord “lijk” op gemeenteformulieren

Nadat iemand is overleden en de arts een verklaring van overlijden heeft gegeven, moet een nabestaande of de uitvaartverzorger verlof tot cremeren of begraven aanvragen bij de gemeente (artikel 11 en 11a WBL). Pas dan kan iemand worden begraven of gecremeerd. De formulieren voor deze verloven zijn vastgesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken. In deze formulieren wordt voor de overledene het woord “lijk” gebruikt. Uit de ervaring van gemeenten blijkt dat deze term als onnodig confronterend en soms zelfs als kwetsend wordt ervaren door nabestaanden. Deze formulieren voor de verloven moeten daarom gewijzigd worden, zodat deze minder emotioneel belastend zijn.
Vanuit deze gedachte kan ook de naam van de wet gewijzigd worden.

Lees verder >>

Voer voor MNW-ers : mandaet

Door Willem Kuiper

Geen mens is onfeilbaar, maar sommige mensen komen een heel eind. Jacob Verdam (1845-1919) was zo iemand. Samen met Eelco Verwijs (1830-1880) maakte hij het monumentale Middelnederlandsch Woordenboek (1885-1929), een naslagwerk dat ik bijna dagelijks digitaal raadpleeg via de onmisbare CD-ROM Middelnederlands. Verdam op een fout betrappen doe je maar hoogstzelden. Vandaar ook mijn verbazing toen ik een woord tegenkwam, waarvan ik dacht dat hij het zeker onder ogen gehad moest hebben, maar dat niet in het MNW staat. Ik citeer (mijn editie i.s.n.):

“Grote bloetstortinge geschiede in dit pongijs aen beyde siden. Ogiers mandaet van Denemercken en ware niet mogelijc te scriven, die hi daer dede, slaende, stekende, hem niet ontsiende, hoe groten oploop hem de heydenen deden. Desghelijc de Rode Galeaen, die hem ridderlijc queet, verslaende menigen Sarazijn.”
 
                                           Den droefliken strijt die opten berch van Roncevale, cap. [8]

In eerste instantie las ik “mandaet” verkeerd als ‘mandáát’, om mij vervolgens te realiseren dat dit niet in de context past. Pas in tweede instantie zag ik dat hier ‘mándaad’ gelezen moest worden: ‘mannelijke daad / daden’, zoals in ‘misdaad’ en ‘weldaad’. Omdat het woord mij niet bekend voorkwam, keek ik eerst of het vaker gebruikt werd in de Droefliken strijt. En ja hoor, ook in het volgende capittel [9], alleen nu niet in het proza-deel, maar in de versregels die Willem Vorsterman ontleende aan een / de Middelnederlandse vertaling van het Chanson de Roland: het Roelantslied:

Lees verder >>

Woorden voor Rembrandt. Gelegenheidswoordenboekje 17de-eeuwse schilderstermen

Door Dirk Geirnaert en Roland de Bonth

Kan een doodeerlijke schilder toch een afzetter zijn en is een tronie alleen iets voor boeven? Welke kleur wordt er bedoeld met smalt en wat is een vispenseel? Naar aanleiding van het Rembrandtjaar 2019 brengt het Instituut voor de Nederlandse Taal (INT) een gelegenheidswoordenboekje uit met schilderstermen uit de 17de eeuw: van aanleggen tot zwaddering, allemaal woorden die Rembrandt ongetwijfeld kende en gebruikte. Rembrandt stierf in 1669, 63 jaar oud. Het leek daarom een aardig idee om de schilder dan ook met een collectie van 63 termen te herdenken, voor elk levensjaar één woordenboeklemma. Maar omdat er bij verschillende van die woorden dikwijls ook nog eens afleidingen en samenstellingen opgenomen werden, telt de totale lijst precies 100 termen.

Lees verder >>

Een zwangere koe

Door Henk Wolf

“Kun je niet eens wat schrijven over al die zwangere koeien die je tegenwoordig in de media tegenkomt?” vroeg een collega me laatst. Ze wees me op een krantenartikel waarin gesproken werd over een koe die ‘zwanger’ was. Ik vond het een komische combinatie, die me deed denken aan de zin ‘een zwanger paard eet graag appeltaart’ uit het herkenningsliedje van de televisiekwis Waku Waku.

Voor mijn collega en mij kunnen alleen mensen zwanger zijn (afgezien van metaforisch gebruik als ‘de lucht was zwanger van geuren’). Nou was me wel vaker opgevallen dat nieuwsmedia soms woorden gebruiken die voor mijn gevoel niet bij nutsdieren passen. Zo vond ik op internet:

  • Hoe zorgen ze ervoor dat een koe zwanger raakt van een stier?
  • De familie Stassen in Valkenburg heeft vrijdag een zwangere koe moeten laten inslapen.
  • Dit signaal geeft een koe vlak voor ze gaat bevallen – en dat rechtstreeks aan de boer via sms.
  • De koe heeft al negen kalveren gebaard en is in verwachting van het tiende.
  • Hij bedoelde het lijk van een koe, denk ik.
Lees verder >>

Voor het eerst veertig

Door Henk Wolf

Vindt u de onderstaande zin onlogisch?

  • Toen ze voor het eerst veertig was, heeft ze een auto gekocht.

Er zullen Nederlandstaligen zijn die deze zin raar vinden. Voor hen kan voor het eerst alleen ‘de eerste van diverse malen’ betekenen. En omdat een mens doorgaans maar één keer veertig wordt, is de zin voor hen inhoudelijk vreemd.

Er zullen ook Nederlandstaligen zijn, vermoedelijk een minderheid, die de zin wel zo interpreteren dat die een voor de hand liggende betekenis heeft. Voor hen betekent voor het eerst in deze zin ‘net’, ‘nog maar even’.

Deze laatste groep is vermoedelijk niet zo groot, want in de betekenis ‘net’ is voor het eerst vrij zeldzaam. Een paar voorbeelden van internet:

Lees verder >>

Zoeken in grote hoeveelheden geschreven en gesproken Nederlands met OpenSoNaR

Door Instituut voor de Nederlandse Taal

Dinsdag 9 april heeft het Instituut voor de Nederlandse Taal een nieuwe versie van de OpenSoNaR webapplicatie gelanceerd, waarmee je kunt zoeken in grote hoeveelheden geschreven en gesproken Nederlands. De applicatie geeft toegang tot data uit het SoNaR-corpus, een verzameling geschreven teksten van meer dan 500 miljoen woorden, en het Corpus Gesproken Nederlands (CGN), een verzameling van 900 uur Nederlandse spraak.

De nieuwe webapplicatie maakt het mogelijk om te zoeken in alle data van de twee verzamelingen (corpora). De grote hoeveelheden tekst zijn voorzien van extra taalkundige informatie zoals woordsoort en lemma, en bovendien zijn van het Corpus Gesproken Nederlands ook de geluidsfragmenten te beluisteren. In de applicatie kun je eenvoudig zoeken op een woord, of een complexere zoekactie doen door te selecteren op een specifieke annotatie of door reguliere expressies te gebruiken. Daarnaast is het mogelijk om de zoekresultaten op te slaan, de zoekgeschiedenis te raadplegen en frequentielijsten te bekijken.
Lees verder >>

‘Hoofdzaak’ als bijwoord

Door Henk Wolf

Vroeger hoorde ik in Friesland vaak het woord hoofdzaak gebruikt worden waar je ook ‘hoofdzakelijk’ of ‘in hoofdzaak’ kunt zeggen, als bijwoord dus. Dat gebeurde in elk geval in het Fries en ik vermoed ook in het Nederlands, maar helemaal zeker ben ik daar niet van. Nu lijkt dat gebruik grotendeels verdwenen.

Het gaat om het gebruik zoals in de volgende zinnen:

Se ferkeapje dêr hoofdsaak boeken. (Fries)
Ze verkopen daar hoofdzaak boeken. (Nederlands) Lees verder >>

Doeslief = toe, hou je mond

Door Henk Wolf

Het duurde even voor ik de nieuwe slogan van Sire begreep. #doeslief, wat voor cryptisch was dat? Dat dat hekje een Twitterconventie is en dat het nu hashtag heet en als grapje voor allerlei kreten wordt uitgesproken, weet ik als niet-Twitteraar ondertussen ook. Maar wat was dat doeslief?

Ik dacht eerst dat het mogelijk iets Engels was, met does als werkwoordsvorm. Toen dat het een variant was op poeslief. Nu heb ik begrepen dat het ‘Doe eens lief’ is, geschreven zoals je het uitspreekt, zonder spaties, want ook dat is een Twitterconventie. Lees verder >>

Ga lekker zitten

Peter Dekker & Laura van Eerten

“U hebt bezoek. Hoe nodigt u hem of haar uit om te gaan zitten? Kom binnen en … .” Dit was één van de vragen uit het onderzoek naar taalvariatie op ons crowdsourcingplatform Taalradar. Ga zitten was het meest gegeven antwoord. Maar uitsluitend deelnemers uit Vlaanderen gebruiken de vorm zet u, en alleen Nederlanders zeggen ga lekker zitten. Waar komt het woord lekker vandaan en hoe werd het door de tijd heen gebruikt?

Lees verder >>

In memoriam Dr. H.J.T.M. (Har) Brok (1943 – 2019)

Breda, 24 september 1943 – Amsterdam 18 februari 2019

Tot ons grote leedwezen ontvingen wij bericht van het overlijden van Har Brok, oud-medewerker van het Meertens Instituut. Over Har kun je niet een gewoon geleerden-levensbericht schrijven: hij stond namelijk veel te ambivalent tegenover het georganiseerde wetenschappelijk bedrijf en ook zijn eigen kwaliteiten mocht hij graag onder de korenmaat schuiven. Tegelijkertijd stelde hij dan weer hoge eisen aan wat hij publiceerde en wilde dat anderen dat waardeerden. Het onvermogen om zichzelf belangrijk te maken moest, om een plaats te kunnen blijven claimen voor het soort onderzoek dat hij voorstond, gepaard gaan met hardnekkigheid en serieuze onserieusheid en dat kon bij cafébezoek, tot de opmerking leiden of wat jij, of een ander deed, wel goed genoeg was, of het er wel toe deed. Hij hield je scherp, je kon ongelooflijk plezier met hem hebben met voortdurend weemoed als onderstroom. Hij evalueerde alles en iedereen, van terzijde. Lees verder >>

Stijf in het kruis

Door Henk Wolf

Op de Friese radio was jarenlang vaak het lied De ballade fan Longerhou te horen, geschreven door Wibren Altena en uitgevoerd door Doede Veeman. In dat lied, een satire op allerlei thema’s uit volksverhalen, komt de volgende zin voor:

  • Hy skeat doe fuort, wat stiif yn ’t krús, dêr wie de kjeld yn sketten.

Die zin zal door de meeste Nederlandstaligen, en vermoedelijk ook door veel jonge Friezen, snel verkeerd worden geïnterpreteerd. Hoofdpersoon Simen – de hij in de zin – is na een lange schaatstocht namelijk stijf in zijn rug geworden. Het Friese woord krús betekent hier ‘onderrug’.

In het modernste Nederlands is die betekenis van kruis nauwelijks meer bekend. Daardoor treedt heel makkelijk verwarring op met kruis in de betekenis van ‘geslachtsdelen’. Ook in het moderne Fries krijgt krús die betekenis vaak. Lees verder >>

Een voorhene interesse

Door Henk Wolf

Recent omschreef een uiterst fatsoenlijke Friese wetenschapper op Facebook het woord neuken als ‘in foarhinne taboewurd’. Dat is in het Fries net zo gek als in het Nederlands, waar voorheen ook normaal niet als bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt.

Normaal niet, maar ook niet helemaal niet. Toen ik ging googelen, vond ik negen vindplaatsen met ‘een voorhene’. Voorbeelden zijn: ‘een voorhene interesse’, ‘een voorhene versie’ en ‘een voorhene kerk’. Lees verder >>