Categorie: letterkunde

Olyvier van Castillen : Capittel 20

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 20

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Olyvier van Castillen : Capittel 19

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 19

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Mercator sapiens, de wijze koopman en the wise merchant

Door Ton Harmsen

Onlangs verscheen bij AUP The wise merchant, een Engelse vertaling van de inaugurele rede die Caspar Barlaeus heeft uitgesproken op 9 januari 1632 toen hij hoogleraar werd aan het Athenaeum Illustre in Amsterdam. De vertaling is van Corinna Vermeulen en de inleiding van Anna-Luna Post.

Het boek brengt de gebeurtenissen in Amsterdam in de winter van 1631/1632 in herinnering: Vossius en Barlaeus hielden in januari hun inaugurele redes voor het Athenaeum Illustre, Hugo de Groot zat in dezelfde maand ondergedoken in Amsterdam. Hij werd in april voor de tweede keer, en nu definitief, uit de Nederlanden verbannen.

Vossius, Barlaeus en Grotius kenden elkaar al jaren. Hun correspondentie toont dat zij vriendschap voor elkaar voelden, en grote waardering. Hoe verschillend zij ook waren, alle drie spanden zij zich in voor vrede en verdraagzaamheid; alle drie hadden zij een afkeer van de theologische betweterij die de Nederlanden in haar greep had. Barlaeus had last van de contraremonstranten; hoewel hij niet tot de remonstrantse partij behoorde was het duidelijk dat daar zijn sympathie lag, en daarom werd hem het leven in Leiden behoorlijk zuur gemaakt. Intussen was hij wel een geliefd feestredenaar en een begaafd Neolatijns dichter; toen hij in 1631 van Leiden naar Amsterdam verhuisde voelde hij zich onmiddellijk thuis in de Amsterdamse dichterskring van Hooft en Tesselschade. Vossius had minder te lijden van de calvinisten: hij was beter in staat zich in de ivoren toren van zijn studeerkamer te verschuilen. Zijn diepgaande studie van de antieke en moderne wereldgodsdiensten bracht hem tot het inzicht dat god op verschillende manieren kan worden gediend, en dat niet één godsdienst het alleenrecht kon hebben. Bovendien werd hem duidelijk dat god vele gezichten heeft. Hij ruilde een gezaghebbend professoraat in Leiden voor een avontuur in Amsterdam, om in een riante woning in het centrum over een enorme bibliotheek te beschikken. Na zijn vertrek werden in Leiden de hoogleraarssalarissen verhoogd om verdere leegloop te vermijden. Hugo de Groot had groot aanzien als jurist, en ook als dichter van Neolatijnse poëzie en toneelstukken. Alle drie hebben zij een stempel gedrukt op het oeuvre van Joost van den Vondel, Grotius door zijn toneel, Vossius door zijn kennis van de retorica en de poëtica en Barlaeus door zijn lyriek.

Lees verder >>

Olyvier van Castillen : Capittel 18

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 18

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Olyvier van Castillen : Capittel 17

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 17

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Olyvier van Castillen : Capittel 16

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 16

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Nieuw gedicht van Vondel

Het eerste stuk van het nieuwe gedicht van Vondel. Via www.nrc.nl

Door Bas Jongenelen

Zo vaak gebeurt het niet dat er een nieuw gedicht ontdekt wordt van een reeds lang overleden dichter. Dus als er een onbekend gedicht gevonden wordt van Joost van den Vondel, dan is dat een beetje wereldnieuws. Dat de Tokyose Koerier en het Rio de Janeirose Stadsblad er niet over schrijven is logisch, maar wij mogen het hier niet laten schieten. De ontdekking werd wereldkundig gemaakt in het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (TNTL) door Ad Leerintveld en Vincent Klooster. Het is helaas wel een droevig gedicht, over de dood van de achtjarige Geertruidt Hinloopen Vermaes. Ik had liever dat er een vrolijk gedicht van Vondel gevonden was, over een vat vers gebrouwen bier of zo. Maar ja, dat heb je niet voor het zeggen.

Lees verder >>

Olyvier van Castillen : Capittel 15

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 15

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Olyvier van Castillen : Capittel 14

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 14

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Jan Campert als man

Door Marc van Oostendorp

Jan Campert

Jan Campert (1902) is de dichter van één gedicht, De achttien dooden (‘Een cel is maar één meter lang / en nauw twee meter breed’). Maaike Meijer analyseert het in het nieuwe nummer van Nederlandse letterkunde. Dat nummer is helemaal gewijd aan mannelijkheid‘ en Meijers artikel gaat specifiek over de rol van mannelijkheid in drie ‘telsten’: behalve dat gedicht van Campert ook De donkere kamer van Damokles en de film Casablanca.

Het interessante van Meijers aanpak is dat ze haar smaak altijd laat meewegen. Ja, Nederlandse letterkunde is een wetenschappelijk tijdschrift; maar voor Meijer is dat geen belemmering om te vermelden dat de laatste strofe van De achttien dooden haar ontroert:

Lees verder >>

Olyvier van Castillen : Capittel 13

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 13

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Olyvier van Castillen : Capittel 12

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 12

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

De vloeibare neerlandistiek komt eraan!

Door Marc van Oostendorp

De ambities spatten van het artikel dat Bram Ieven en Esther Op de Beek deze week publiceerden in het Journal of Dutch Literature. Waar anderen klagen over de crisis waar de neerlandistiek in verzeild is geraakt, stellen zij een ambitieus programma voor het vak voor. (Of althans, voor de moderne letterkunde, want in het taalgebruik van modern letterkundigen is dat het hele vak.)

Het vak moet gaan over de tijd waarin we leven, moet ons helpen die tijd beter te begrijpen: het verkruimelen van de politiek, ecologische rampspoed, wereldwijde migratiestromen, enzovoort. (Ieven en Op de Beek noemen dat de ‘laatmoderne tijd’.) De literatuur biedt daarbij nog altijd een uniek inkijkje in hoe mensen zulke gebeurtenissen beleven, en kritische analyse van en reflectie op die literatuur kan dat weer naar een algemener niveau trekken van de analyse van onze tijd.

Lees verder >>

Olyvier van Castillen : Capittel 11

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 11

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Oek de Jong, beeldende kunst en Zeeuwse meisjes

Door Nico Keuning

Matthias Grünewald (1470-1528), altaarstuk voor het Antonietenklooster te Isenheim.

In het literaire oeuvre van Oek de Jong komt zijn belangstelling voor beeldende kunst duidelijk naar voren. De kennis van zijn studie kunstgeschiedenis heeft hij onder andere verwerkt in essays over Caravaggio, Johannes Vermeer en Caspar David Friedrich, die zijn opgenomen in Een man die in de toekomst springt (1997). ‘Ik leef en ik schrijf, ik verzamel beelden en ideeën, en tezamen vormen die mijn zinrijk, dat aan gestage verandering onderhevig is,’ zegt hij in het essay ‘Monnik aan zee’, dat verwijst naar het gelijknamige schilderij van Caspar David Friedrich.

In Zwarte schuur, zijn jongste roman is de hoofdpersoon Maris Coppoolse een succesvol kunstschilder. Maar de roman is vooral geïnspireerd op het altaarstuk dat Matthias Grünewald (1470-1528) schilderde in opdracht van het Antonietenklooster in Isenheim en dat te zien is in Musée d’Unterlinden in Colmar.

In deel III van de roman bevindt Maris Coppoolse zich na een daverende debuutperiode in een impasse (vergelijkbaar met de terugslag van Oek de Jong na zijn succesvolle entree in de Nederlandse literatuur) in de donkere jaren tachtig. Hij reist naar Colmar om het altaarstuk, dat als gesloten drieluik met voetstuk de Kruisiging van Jezus laat zien. Bij het openen van de panelen worden de geboorte en de kruisiging zichtbaar, evenals een houtsculptuur van Niclaus Hagenauer.

Lees verder >>

Zoveel te doen

Door Bas Jongenelen

Onlangs hoorde ik op de radio ‘Zoveel te doen’ een van de hits van Toontje Lager. Ik moest daardoor denken aan de wijze les van Gerard Reve over tijdloze literatuur. In het openbare college ‘Echt gebeurd is geen excuus’ (opgenomen in de bundel Zelf schrijver worden) legt hij uit dat literatuur pas tijdloos kan worden als een verhaal in een duidelijke tijd geplaatst wordt. Het geeft de lezer houvast, de lezer weet in welke tijd het verhaal zich afspeelt en hij kan zich een voorstelling maken van de personages en hun handelen. Wanneer je een verhaal leest zonder dat je weet wanneer het zich afspeelt, dan tast je in het duister. Volgens Reve moet je zo duidelijk mogelijk zijn, het liefst met een datum erbij. Niet voor niets luidt de eerste zin van De avonden ‘Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de tweeëntwintigste december 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte.’ Zo’n datum hoeft voor mij niet per se, maar er dienen wel aanwijzingen te zijn die mij als lezer vertellen hoe ik het verhaal moet plaatsen.

Lees verder >>

Olyvier van Castillen : Capittel 10

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 10

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Olyvier van Castillen : Capittel 9



Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 9

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding



Olyvier van Castillen : Capittel 8

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 8

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Olyvier van Castillen : Capittel 7

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 7

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Olyvier van Castillen : Capittel 6

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 6

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Olyvier van Castillen : Capittel 5

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 5

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Potlood, penseel en poëzie

Door Nico Keuning

Peter Thijs. ‘Havengezicht’. Geplaatst met toestemming van de schilder.

Beeldende kunst en poëzie gaan goed samen. Niet alleen zijn er dubbeltalenten als Lucebert en Armando, vaak komen beeldende kunstenaars en dichters samen in een kunststroming of -beweging. Denk maar aan de Tachtigers en Vijftigers. Soms worden dichters geïnspireerd door beeldende kunst, of, andersom, worden schilders of tekenaars geraakt door gedichten.

 Zo las en zag ik in het jongste nummer van De Parelduiker een prachtige bijdrage van Eddy de Jongh, oud-hoogleraar iconologie en kunsthistorie, over tekeningen van Peter Vos die hij IN de dichtbundel Kunst- en vliegwerk (1957) van Jan Emmens maakte bij gedichten die hem raakten en de bladspiegel genoeg ruimte bood voor een illustratie. Op p. 8 bijvoorbeeld, onder het gedicht ‘Bedroefd’, waarin een jonge man onder doorzichtig blauw wazig water staat, ‘de handen boven water’. Er zwemmen vissen om hem heen en op zijn geslachtsdeel is een zwarte pad (zwaarmoedigheid?) getekend, waarvan de houding van de opwaartse voor- en neerwaartse achterpoten overeenkomen (rijmen) met die van de naakte man.

Lees verder >>

Olyvier van Castillen : Capittel 4

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 4

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding