Categorie: letterkunde

Olyvier van Castillen : Capittel 13

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 13

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Olyvier van Castillen : Capittel 12

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 12

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

De vloeibare neerlandistiek komt eraan!

Door Marc van Oostendorp

De ambities spatten van het artikel dat Bram Ieven en Esther Op de Beek deze week publiceerden in het Journal of Dutch Literature. Waar anderen klagen over de crisis waar de neerlandistiek in verzeild is geraakt, stellen zij een ambitieus programma voor het vak voor. (Of althans, voor de moderne letterkunde, want in het taalgebruik van modern letterkundigen is dat het hele vak.)

Het vak moet gaan over de tijd waarin we leven, moet ons helpen die tijd beter te begrijpen: het verkruimelen van de politiek, ecologische rampspoed, wereldwijde migratiestromen, enzovoort. (Ieven en Op de Beek noemen dat de ‘laatmoderne tijd’.) De literatuur biedt daarbij nog altijd een uniek inkijkje in hoe mensen zulke gebeurtenissen beleven, en kritische analyse van en reflectie op die literatuur kan dat weer naar een algemener niveau trekken van de analyse van onze tijd.

Lees verder >>

Olyvier van Castillen : Capittel 11

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 11

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Oek de Jong, beeldende kunst en Zeeuwse meisjes

Door Nico Keuning

Matthias Grünewald (1470-1528), altaarstuk voor het Antonietenklooster te Isenheim.

In het literaire oeuvre van Oek de Jong komt zijn belangstelling voor beeldende kunst duidelijk naar voren. De kennis van zijn studie kunstgeschiedenis heeft hij onder andere verwerkt in essays over Caravaggio, Johannes Vermeer en Caspar David Friedrich, die zijn opgenomen in Een man die in de toekomst springt (1997). ‘Ik leef en ik schrijf, ik verzamel beelden en ideeën, en tezamen vormen die mijn zinrijk, dat aan gestage verandering onderhevig is,’ zegt hij in het essay ‘Monnik aan zee’, dat verwijst naar het gelijknamige schilderij van Caspar David Friedrich.

In Zwarte schuur, zijn jongste roman is de hoofdpersoon Maris Coppoolse een succesvol kunstschilder. Maar de roman is vooral geïnspireerd op het altaarstuk dat Matthias Grünewald (1470-1528) schilderde in opdracht van het Antonietenklooster in Isenheim en dat te zien is in Musée d’Unterlinden in Colmar.

In deel III van de roman bevindt Maris Coppoolse zich na een daverende debuutperiode in een impasse (vergelijkbaar met de terugslag van Oek de Jong na zijn succesvolle entree in de Nederlandse literatuur) in de donkere jaren tachtig. Hij reist naar Colmar om het altaarstuk, dat als gesloten drieluik met voetstuk de Kruisiging van Jezus laat zien. Bij het openen van de panelen worden de geboorte en de kruisiging zichtbaar, evenals een houtsculptuur van Niclaus Hagenauer.

Lees verder >>

Zoveel te doen

Door Bas Jongenelen

Onlangs hoorde ik op de radio ‘Zoveel te doen’ een van de hits van Toontje Lager. Ik moest daardoor denken aan de wijze les van Gerard Reve over tijdloze literatuur. In het openbare college ‘Echt gebeurd is geen excuus’ (opgenomen in de bundel Zelf schrijver worden) legt hij uit dat literatuur pas tijdloos kan worden als een verhaal in een duidelijke tijd geplaatst wordt. Het geeft de lezer houvast, de lezer weet in welke tijd het verhaal zich afspeelt en hij kan zich een voorstelling maken van de personages en hun handelen. Wanneer je een verhaal leest zonder dat je weet wanneer het zich afspeelt, dan tast je in het duister. Volgens Reve moet je zo duidelijk mogelijk zijn, het liefst met een datum erbij. Niet voor niets luidt de eerste zin van De avonden ‘Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de tweeëntwintigste december 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte.’ Zo’n datum hoeft voor mij niet per se, maar er dienen wel aanwijzingen te zijn die mij als lezer vertellen hoe ik het verhaal moet plaatsen.

Lees verder >>

Olyvier van Castillen : Capittel 10

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 10

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Olyvier van Castillen : Capittel 9



Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 9

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding



Olyvier van Castillen : Capittel 8

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 8

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Olyvier van Castillen : Capittel 7

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 7

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Olyvier van Castillen : Capittel 6

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 6

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Olyvier van Castillen : Capittel 5

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 5

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Potlood, penseel en poëzie

Door Nico Keuning

Peter Thijs. ‘Havengezicht’. Geplaatst met toestemming van de schilder.

Beeldende kunst en poëzie gaan goed samen. Niet alleen zijn er dubbeltalenten als Lucebert en Armando, vaak komen beeldende kunstenaars en dichters samen in een kunststroming of -beweging. Denk maar aan de Tachtigers en Vijftigers. Soms worden dichters geïnspireerd door beeldende kunst, of, andersom, worden schilders of tekenaars geraakt door gedichten.

 Zo las en zag ik in het jongste nummer van De Parelduiker een prachtige bijdrage van Eddy de Jongh, oud-hoogleraar iconologie en kunsthistorie, over tekeningen van Peter Vos die hij IN de dichtbundel Kunst- en vliegwerk (1957) van Jan Emmens maakte bij gedichten die hem raakten en de bladspiegel genoeg ruimte bood voor een illustratie. Op p. 8 bijvoorbeeld, onder het gedicht ‘Bedroefd’, waarin een jonge man onder doorzichtig blauw wazig water staat, ‘de handen boven water’. Er zwemmen vissen om hem heen en op zijn geslachtsdeel is een zwarte pad (zwaarmoedigheid?) getekend, waarvan de houding van de opwaartse voor- en neerwaartse achterpoten overeenkomen (rijmen) met die van de naakte man.

Lees verder >>

Olyvier van Castillen : Capittel 4

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 4

Eerder verschenen capittels

Bij wijze van inleiding

Olyvier van Castillen : Capittel 3

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 3

Twee buren, twee culturen?

Door Mathijs Sanders

Ehrenfesthuis, Leiden.
Bron: Wikipedia

Wat vermag de studie van literatuur in een tijd waarin de Geesteswetenschappen zwaarder onder druk staan dan ooit tevoren en waarin kennisgebieden door politieke krachten uit elkaar worden gedreven? Een recente Nederlandse roman laat zien hoe wetenschappers zich inzetten voor een creatief samenspel van uiteenlopende disciplines. Literatuur en literatuurwetenschap kunnen daar een bemiddelende rol bij spelen.

De mooiste hoofdstukken van de sprookjesachtige roman De vrolijke verrijzenis van Arago van Tomas Lieske spelen zich af in Leiden rond het jaar 1922. Na een reeks wonderbaarlijke omzwervingen in het grensgebied van Oostenrijk en Italië wordt de vijftienjarige wees Lise samen met haar pleegmoeder Simone Werner en de vos Arago – die na een aanrijding in de Dolomieten op wonderbaarlijk uit de dood is opgestaan – opgenomen in het huis van de Nederlandse natuurkundige Paul Ehrenfest. In die levendige en liefdevolle sociale omgeving maakt zij kennis met vooraanstaande natuurkundigen als Niels Bohr en Willem de Sitter. In de open sfeer van het Ehrenfesthuis wordt Lise spelenderwijs betrokken bij vrije uitwisseling van ideeën over uiteenlopende onderwerpen als de kwantummechanica, de kosmologie, de wiskunde en de Nederlandse taal. Het gezelschap vormt een kleine Republiek der Letteren, een intellectuele ruimte waar kennis wordt gedeeld, de scheidslijnen tussen verbeelding en wetenschap niet scherp getrokken worden en fanatisme uit den boze is. De wetenschappers zijn overtuigd van de betrekkelijkheid van hun ideeën en van de kracht van de verbeelding. Hun intellectuele bevlogenheid krijgt vorm in levendige conversaties, waar ook kinderen in worden betrokken.  Kinderen – zo luidt de onuitgesproken opvatting – beschikken immers over de gave van de verwondering, over het vermogen om te begrijpen wat zij niet kunnen verklaren. Lise leert van de wetenschappers dat mensen zich niet moeten laten begrenzen door wat geldt als zekere kennis. In het Ehrenfesthuis aan de Leidse Witte Rozenstraat werden volgens de verteller geen meningen opgedrongen, ‘er werd uitgelegd waarom de een er zus over dacht en de ander zo.’

Lees verder >>

Olyvier van Castillen : Capittel 2

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 2

Olyvier van Castillen : Prologen en Capittel 1

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Proloog van de drukker Loys Garbin
Proloog van de auteur Philippe Camus
Capittel 1

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle : kritische, tweetalige editie in de vorm van een anderdaags feuilleton

Door Willem Kuiper

Naar men denkt rond het midden van de 15e eeuw schreef Philippe Camus “a la requeste et commandement” (op verzoek en bevel) van zijn patroon Jehan de Croy (ca. 1380-1473), heer van Chimay, L’istoire de Olivier de Castille et de son loyal compaignon Artus d’Algarbe. Door het woord ‘histoire’ te gebruiken in plaats van ‘romman(t)’ suggereerde Camus dat het hier niet om fictie ging, maar om een waargebeurde geschiedenis die zich afgespeeld zou hebben na de verovering van Spanje door Karel de Grote. Camus zette zijn claim kracht bij door in de proloog te beweren dat hij deze historie getrouw en ongewijzigd uit het Latijn, de taal van God en de wetenschap, vertaald had: “non regardant de la couchier en autre ou plusbel langaige que le latin le porte, car a ce eusse peu faillir de legier.” Dat wil zeggen zonder haar mooier te (willen) maken dan zij (al) was, want daarin had hij gemakkelijk kunnen falen. Een vakbekwame combinatie van een waarheidstopos en een bescheidenheidstopos.
Lees verder >>

Letterkundig symposium: Meerstemmigheid en “het inheemse” van het Afrikaans​

Jaarlijks organiseert de leerstoel Zuid-Afrikaanse literatuur, cultuur en geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam een symposium. Dit jaar gaat het symposium over het inheemse karakter van de Afrikaanse taal, en de wijze waarop de meerstemmigheid van (historische) minderheidsgroepen en de subaltern in het Afrikaans tot uitdrukking komen in Afrikaanse literatuur en andere Zuid-Afrikaanse kunstvormen.

Het programma op 27 september bevat voordrachten van een aantal prominente Zuid-Afrikaanse schrijvers (o.a. Karin Brynard, Valda Jansen, Riana Scheepers en Eben Venter) en de muzikanten van Tribal Echo (Frazer en Deniel Barry). Daarnaast zal een aantal wetenschappers (Theresa Biberauer, Bart de Graaff, Hanneke Stuit en Tycho Maas) een bijdrage leveren.

Moderator: Margriet van der Waal.

Lees verder >>

Een Godt, ô Melibé, verleende ons deze rust. Vondel over vluchtelingen

Door Ton Harmsen

Hoe veilig je als Romein ook was, je kon wel van je land verdreven worden. Het overkwam boeren en herders in 42 voor Chr., toen Octavianus (de latere keizer Augustus) na de slag bij Philippi zijn legers moest afdanken. Om de veteranen te vriend en bij de hand te houden gaf hij hen land in de Povlakte, waarvoor honderden grote en kleine boeren hun bezit moesten verlaten. Het is een zwarte bladzijde in de biografie van de keizer.
De reactie van Vergilius op deze kwestie, in zijn eerste herdersdicht (ecloga of bucolicum), is gecompliceerd door zijn eigen situatie. Ook hij is van zijn land, in de buurt van Mantua, verdreven. Hij wist dus wat het was, slachtoffer te zijn van de confiscatie.

De hardhandig onteigende boeren waren machteloos, maar Vergilius zag in zijn faam als beginnende dichter een mogelijkheid om zich te redden. Hij reisde naar Rome om zijn zaak te bepleiten bij zijn mecenas Maecenas, en door diens interventie slaagde hij erin zijn grondgebied met speciale toestemming van Octavianus te behouden. Dankbaarheid (voor zijn eigen situatie) en verontwaardiging (over het onrecht dat zijn streekgenoten werd aangedaan) zijn het onderwerp van zijn eerste ecloga, een dialoog tussen twee herders. Tityrus heeft in Rome toestemming gekregen zijn vee en zijn land te behouden; Meliboeus is met alle anderen verbannen.

Lees verder >>

Vlogboek – Romantici en Revolutionairen, een nieuwe literatuurgeschiedenis

Romantici en Revolutionairen, een nieuwe literatuurgeschiedenis van Rick Honings & Lotte Jensen, richt zich op de diversiteit en de ontwikkeling van het schrijverschap in Nederland in de 18de en 19de eeuw.

Waar literatuurgeschiedenissen zich van oudsher richten op stromingen en hoogtepunten binnen die stromingen, op vernieuwers en literatoren voor de fijnproevers, zetten Honings en Jensen het auteurschap centraal. Wat dreef de schrijvers, wat was het doel van hun teksten en hoe verhielden ze zich tot de wereld om hen heen?

(Bekijk deze video op YouTube.)

De video werd mede mogelijk gemaakt door Leiden University Centre for the Arts in Society (LUCAS) & Uitgeverij Prometheus.

Romantici en Revolutionairen: https://webwinkel.uitgeverijprometheus.nl/book/rick-honings/9789044630770-romantici-en-revolutionairen.html

Cats vergeet de moraal van het verhaal

Door Ton Harmsen

Den Haag in rep en roer

Een merkwaardig verhaal in de Trou-ringh van Jacob Cats is ‘Liefdes vosse-vel’. Het is pas in of na 1657, dus minstens twintig jaar na de eerste druk, toegevoegd en dan ook nog op een apart katern – mogelijk zelfs na de dood van Cats in 1660. De Trouwring (zoals de uitgever Jan Jacobz Schipper het dan spelt) verscheen als onderdeel van de Alle de wercken van 1658, en een los katern kan gemakkelijk achtergehouden worden; als Cats het niet gewenst heeft kan Schipper het na diens dood toch publiceren. Het is de vraag of Cats er zo blij mee was, en het is zeker dat hij goede redenen had om het verhaal achter te houden: het beschrijft een werkelijke gebeurtenis, kort geleden in Den Haag voorgevallen. De uitgever leidt het voorzichtig in:

Dit volgende Trou-geval is uyt den voorgaenden Druck gelaten om redenen, den Schrijver daer toe bewegende; maer nu by sekere gelegentheydt my ter handen zijnde gekomen, hebbe van ’t selve onse lants-luyden mede goet gevonden deelachtigh te maken. Datter goet in is mach nagevolght worden, het andere dient daer gelaten. Siet vorder de bedenckingen daer in steeckende, die achter het voorsz. Trou-geval zijn te vinden.

Lees verder >>

Nederlandse letterkunde: een zonnige toekomst

Door Mathijs Sanders

Laat ik maar bekennen dat de lof die Bram Lambrecht mijn boek Europese papieren toezwaait in zijn recensie voor het tijdschrift Internationale Neerlandistiek (2019-2) mij niet onbewogen laat. De bespreking verwoordt precies wat ik met dat boek beoogde, namelijk het leveren van een bijdrage aan de het onderzoek binnen ons vakgebied naar de internationale dimensies van literatuur in Nederland en ‘meer mensen warm [te] maken voor ons werk’ (vooral die eerste persoon meervoud in de recensie bevalt mij zeer). ‘Het [boek] zet radicaal en systematisch in op een transnationale neerlandistiek en bewijst dat een dergelijke werkwijze tot nieuwe inzichten leidt.’

Lees verder >>