Categorie: letterkunde

Waar vind ik de ‘beestachtige’ roman Loon naar werken van Hirschmann?

Advertentie 6 november 1889 in de Java-bode

Door Marita Matijsen

Met diepe verontwaardiging wierp de recensent het boek Loon naar werken opzij toen hij eraan begon. In het ‘Voorspel’ van deze roman wordt iets beschreven dat zo schandalig is, zo afschuwelijk, zo ingemeen, zo lager dan dierlijk, zo indruisend tegen alles wat menselijk heet, dat iedere lezer toen hetzelfde zou doen als de recensent van De Vaderlandsche Letteroefeningen uit 1874, volgens deze recensent, de predikant Johannes Hoek. Het tweedelige boek is geschreven door een zekere Hirschmann, en in 1873 uitgekomen bij de Gorinchemse uitgever Horneer. De recensent is geschokt over wat hij in het boek leest, iets wat zo exceptioneel schijnt te zijn dat hij er in zijn zestigjarige leven nog nooit van gehoord had en zelfs nooit gedacht had dat er zoiets bestond. Hij heeft wel kennis van beestachtigheden bij natuurvolken en bij door drank en oorlog verhitte soldaten, maar wat hij nu te lezen kreeg ging over elke grens heen. Hirschmann beweert in het ‘Voorspel’ dat de schanddaad waarover hij schrijft werkelijk gebeurd is – en die is zo afschuwelijk dat de recensent er verder geen woorden aan wil vuil maken. Maar mocht de gebeurtenis verzonnen zijn, dan is de verbeelding van de bedenker wel bijzonder smerig. Dit soort boeken hoort gewoon niet uitgegeven te worden en Johannes Hoek raadt alle directeuren van leesbibliotheken dringend af het boek aan te schaffen.

Lees verder >>

Wat mogelijk is, is voor dwazen

ellebogen

Door Marie-José Klaver

Ik had een lerares Nederlands, Aukje van Wissen, die voorlas. Drie verhalen hebben een onvergetelijke indruk op me gemaakt: ‘Brommer op zee’ van J.M.A. Biesheuvel, De ondergang van de familie Boslowits van Gerard Reve en ‘Bladzijde uit het dagboek van een arts’ van Belcampo. Ik heb ze vele malen herlezen en las ook het andere werk van de schrijvers.

Lees verder >>

Marga Minco in India

Marga Minco in India

In India lezen leerlingen in klas 11, te vergelijken met 5 vwo in Nederland, het korte verhaal ‘Het adres’ van Marga Minco. ‘The Address’ is al jaren onderdeel van het verplichte curriculum van het Central Board of Secondary Education (CBSE) en het Tripura Board of Secondary Education (TBSE). Ook voor het examen van 2021 staat het weer op het programma. Hoofdstuk 2 van het leerboek voor Engels voor klas 11 is geheel gewijd aan Minco’s korte verhaal, dat zij in 1957 schreef. De andere hoofdstukken gaan over onder meer The Tale of Melon City van Vikram Seth en Mother’s Day van J.B. Priestly.

Lees verder >>

Een klucht in meetkundige trant

Adriaan, , Geertruij, Hendrik, Lucia, Joost en Agniet op het frontispice van 1704

Door Ton Harmsen

Zoals ik in mijn vorige column schreef: in De wanhébbelyke liefde (1678) krijgt Hendrik te horen dat zijn meisje met zijn vader gaat trouwen en dat haar moeder op hem verliefd is. Hij is helemáál van zijn stuk als Agniet, de nicht van zijn meisje, hem aanraadt op de avances van zijn beoogde schoonmoeder in te gaan. Maar dat is een valstrik: 

[…] men zal niet toelaaten, dat een vader ’t kind
Van zyn zoons vrouw trouwt; men is niet ontzind,
Of dol in dit land, om dat te dulden: én veel minder
Dat een moeder haar schoonzoons zoon trouwt.
De wanhébbelyke liefde, vs. 387-390

En inderdaad, als de trouwplannen van het meisje met zijn vader en tegelijk die van de jongen met haar moeder bekend worden zijn de poppen aan het dansen: Lucia wordt de vrouw van Joost en daardoor de stiefmoeder van haar vrijer, die haar vader wordt, zodat zij ook zijn stiefdochter zal zijn. In spiegelbeeld gelden precies dezelfde complicaties voor Hendrik. Wie bedenkt zoiets? Deze duizelingwekkende constructie geeft meteen aanleiding tot heftige ruzie, die door Hendriks neef bezworen wordt:

Lees verder >>

Pas verschenen: Arnout De Cleene, Outsiderliteratuur

Literatuur geschreven door waanzinnig genoemde auteurs staat centraal in deze literatuurwetenschappelijke studie. Outsiderliteratuur heeft een bijzondere en complexe plaats in de culturele verbeelding. Enerzijds is het een marginaal fenomeen. Anderzijds is outsiderliteratuur niet weg te denken. Ideeën over de kruisbestuiving tussen waanzin, creativiteit en authenticiteit, maar ook de overtuiging dat waanzin en literatuur elkaar uitsluiten, zijn alomtegenwoordig. Daarnaast zijn er, afhankelijk van de auteur, de tekst, de plaats en de tijd belangrijke verschillen in de commentaren bij outsiderliteratuur. 

Lees verder >>

Nil Volentibus Arduum: vijf huwelijken, zes getuigen

Door Ton Harmsen

Op het toneel is dramatische ironie een plezier voor de toeschouwer. Als Gysbreght denkt dat het hemelse gerecht zich heeft ontfermd over hem en zijn benauwde veste weten wij dat het Trojaanse turfschip voor de poort ligt te wachten. De toeschouwer heeft een voorsprong op het personage. Het omgekeerde is een spannende ervaring: een speler doet of zegt iets dat de toeschouwer absurd en krankzinnig voorkomt, maar het blijkt een geniale zet te zijn. Dit doet zich voor in De wanhébbelyke liefde, een originele klucht die het Amsterdamse kunstgenootschap Nil Volentibus Arduum in 1678 op de planken bracht. Een bekend motief in kluchten is dat een jongen en een meisje op elkaar verliefd worden tot ontzetting van de wederzijdse ouders; zijn knecht en haar dienstmaagd bedenken dan een riskant plan dat goed uitpakt en tot slot treden niet alleen de geliefden maar ook de bediendes in het huwelijk. Er zijn allerlei varianten, maar in dit stuk gaat het anders.

Het begint zo gewoon: Hendrik en Lucia zijn verliefd, maar haar moeder (Geertruij, een weduwe) verbiedt Lucia met Hendrik te trouwen, anders onterft ze haar. Hendrik wil nu dat zijn vader (Joost, een weduwnaar) zijn zaak bij Geertruij gaat bepleiten. Als Hendrik uitlegt dat Lucia’s moeder haar niets wil meegeven, vat Joost dat onbekommerd op, maar als hij geïnformeerd is over Lucia’s vaderlijk erfdeel begint hij te steigeren. In zijn Hollandse zuinigheid is hij zeer op een bruidsschat gesteld, en tot zijn ontzetting blijkt dat de onwillige weduwe op huwelijkse voorwaarden met een arme knecht getrouwd was:

Lees verder >>

Letterzetters? Puzzelen met schrijvers

Swarte Kees / CC BY-SA (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0)

Door Roland de Bonth

Verre reizen maken zit er dit jaar niet in, maar voor het lezen van boeken hoef je niet per se naar het buitenland. Uren achter elkaar genieten van een ontroerende, vervreemdende of belangwekkende roman kan gelukkig ook prima in de woonkamer, in de achtertuin of op het balkon. 

Lees verder >>

Talig vernietigend mengdier (2)

Leugen en destructie in Xenomorf van Jens Meijen

In Xenomorf (2019), de dichtbundel waarvoor Jens Meijen (24) de C. Buddingh’-prijs 2020 kreeg, wordt niet alleen de natuur vernietigd door de mens, ook de mens wordt vernietigd door de mens. Taal speelt een belangrijke rol bij die vernietiging. Eerst wordt de waarheid vermoord, in het gedicht ‘Ochtendzang van een slaapwandelaar’, en daarna in ‘Walhalla’ de mens vernietigd.

Lees verder >>

Toekomstmuziek

Dichter des Vaderlands (11)

Door Marc van Oostendorp
Geschreven op de verjaardag van de dichter

Als er zoiets bestaat als de Nederlandse literatuur, wat is dan de relatie met de Nederlandse samenleving? Weerspiegelt die literatuur de samenleving en zo ja op welke manier? Wordt de samenleving, wie weet, zelfs beïnvloed door die literatuur?

Tijden van crisis zijn tijden om zulke vragen te toetsen. Ineens is alles anders – hoe verandert dat de letteren? En welke weerslag heeft dat weer op hoe mensen zo’n crisis ervaren?

Lees verder >>

Talig vernietigend mengdier (1)

Het herfstkind in Xenomorf van Jens Meijen

Door Marie-José Klaver

Lastige vragen stelde Frits Spits onlangs in De Taalstaat de jonge dichter Jens Meijen, die de C. Buddingh’-prijs 2020 won voor zijn bundel Xenomorf (2019). De vragen waren moeilijk omdat ze zo generiek waren. ‘Ben je de woordvoerder van jouw generatie?’ vroeg Spits. Alsof de generatie van Meijen (24) zich door één dichter zou laten vertegenwoordigen.

Lees verder >>

Macht en massa in HEX van Thomas Olde Heuvelt

Door Marie-José Klaver

Het einde van HEX (2016) van Thomas Olde Heuvelt maakte veel goed voor mij. Na een enigszins boeiend begin had ik me zo’n 300 pagina’s geërgerd aan het hemeltergend slechte taalgebruik van Olde Heuvelt en de vele clichés die hij in zijn vijfde roman gebruikt. Ik las het boek omdat we het hadden uitgekozen voor de pas opgerichte leesclub van het lyceum waar ik werk. HEX was een bewuste keuze. De leesclub is bedoeld voor boekenliefhebbers en -haters. We hadden gedacht met een populair fantasyboek havojongens te trekken die acht boeken voor de lijst lezen een bijna onmogelijke taak vinden. We kregen vier gymnasiummeisjes (en er wilden acht collega’s meedoen).

Lees verder >>

‘Vis voor altijd’: Gery Helderenberg, een kennismaking

Door Peter J.I. Flaton 

Een aristocratisch dichterschap, zo typeert Rudolf Van De Perre dat van Helderenberg (dichternaam van Hubert Buyle, 18-01-1891- 09-12-1979) in “De geestelijk-literaire nalatenschap van Gery Helderenberg”, in: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse letterkunde (nieuwe reeks), 1991, 27-42. Een aanwijzing daarvoor is, dat dertig dichtbundels in bibliofiele uitgaven verschenen. Toegankelijk voor een groter publiek werd dit oeuvre pas in 1961 (de dichter was toen 70) met de publicatie van Liefde en dood, een door Piet Thomas ingeleide anthologie en Ante terminum, een door de dichter zelf verzorgde selectie. Pas met het verschijnen van Verzamelde gedichten (in 1978), samengesteld door andermaal Thomas, kwam er een ruime collectie op de markt (al is die nog niet de helft van het totaal).  Vandaar dat literair Vlaanderen verrast was, toen hem in 1975 de Driejaarlijkse Staatsprijs werd toegekend want inderdaad: wie is  deze onbekende? 

Lees verder >>

Salomon de dwaze koning

Door Ton Harmsen

Guilliam van Nieuwelandts conclusie over de eeuwige glorie van koning Salomon staat haaks op die van Vondels Salomon (1648). Deze tragedie behandelt de enige passage uit Salomons leven die Van Nieuwelandt buiten beschouwing laat: zijn oude dag, in de bijbel in besmuikte termen beschreven in het elfde hoofdstuk van I Koningen. ‘Quantum mutatus ab illo’, citeert Vondel Vergilius Aeneis 2, 274 op de titelpagina – ‘wat een verschil met vroeger’.

Vondel draagt het stuk op aan Justus Baeck, wiens vader Laurens hem in 1625 een schuilplaats bood toen Vondels arrestatie dreigde op grond van de Palamedes. De opdrachtsvoorrede begint met een afbakening:

Ick brenge nu Koning Salomon op het heiligh tooneel; niet gelijck hy den beloofden Messias in zijne heerlijckheit uitbeelde, maer [zoals hij] uit zijnen geluckigen staet in den poel der afgoderye komt te verzincken.

(Vondels ellips van ‘gelijck hy’ is een stilistisch hoogstandje, maar voor het gemak vul ik hem even in.)

Lees verder >>

Van Deel en geheel

Door Jos Joosten

Zaterdag verscheen na dertig jaar de laatste ‘Letter & Geest’, de boekenbijlage van Trouw. Dat betekende uiteraard veel nabeschouwing en terugblik. Mooi nummer, maar wat een rare uitglijer op het eind! Bijna veertig jaar was Tom van Deel het gezicht van de literatuurkritiek in het dagblad. Van Deel stopte als criticus in 2008 en overleed bijna een jaar geleden.

Lees verder >>

De onverschrokken adelaar

Twee dichters over Leopold, die Cheops schiep

Door Danny Habets

Dit bericht verscheen eerder op het blog van Danny Habets

Dichters schrijven en dichten vaak over het dichten en over andere dichters. Zo schreef Ida Gerhardt verscheidene gedichten over haar leermeester, de grote dichter J.H. Leopold. Drie daarvan verschenen in de bundel De Hovenier uit 1961. Deze gedichten bieden een interessante blik op het dichterschap van beiden, en roepen bovendien een gedicht van H. Marsman over Leopold in herinnering. Het gedicht van Marsman is in deze beschouwing het vertrekpunt. Vervolgens komen drie gedichten van Gerhardt uitvoerig aan de orde, waarin duidelijk overeenkomsten zijn te vinden met woorden en beelden die Marsman gebruikt.

Lees verder >>