Categorie: letterkunde

Fraeye historie (ende al waer?)

Door Jos Joosten

In In het schuim van grauwe wolken, het eerste deel van zijn tweedelige biografie over Cola Debrot, besteedt J.J. Oversteegen (uiteraard) ook enige pagina’s aan Debrots periode in Nijmegen. In juli 1916 arriveerde de veertienjarige Debrot vanuit Curaçao in de stad, waar hij vijf jaar zou blijven wonen. Hij gaat er naar de HBS, een korte tijd naar het Canisius College en doet dan, na zelfstudie, staatsexamen.

Lees verder >>

Door het mysterie geraakt: Het uur u als epifanie

Door Peter J.I. Flaton 

Aan het slot van Stephen Hero, James Joyces autobiografische roman,  verwoordt de protagonist zijn poëtica: ‘to record (….) epiphanies with extreme care’ als de ‘the most delicate and evanescent of moments’ en  hij noemt zo’n ogenblik ‘a sudden spiritual manifestation, whether in the vulgarity of speech or of gesture or in a memorable phase of the mind itself’. Van zulke epifanieë zijn de verhalen in Dubliners illustraties en ook in Ulysses zijn ze aanwijsbaar. 

Lees verder >>

Objectief gezien wint Manon Uphoff de Librisprijs

Dagboek van een amateur-programmeur

Door Marc van Oostendorp

De jury van de Libris Literatuurprijs is dit jaar erg antikwantitatief. “Er bestaan”, schrijft zij in haar juryrapport, “geen objectieve criteria om de kwaliteit van een roman te bepalen.” In plaats daarvan kan men volgens deze jury slechts lezen.

Dat vraagt natuurlijk om flink meten.

Lees verder >>

De Waterman en zijn waterkennis.

Door Elsa Loosjes

In de vakliteratuur over van Arthur van Schendels Waterman is tot nu toe vooral aandacht besteed aan de worsteling van de hoofdpersoon met (de duiding van) de godsdienst ten aanzien van het zondebesef, in overeenstemming met de opvatting van bepaalde streng gelovigen die bijvoorbeeld overstromingen als goddelijke straf ervoeren, in plaats van gevolg van verwaarlozing van de dijken. 

Lees verder >>

Ook de literaire wereld heeft volop te maken met de gevolgen van de coronacrisis

Letterkundig onderzoek toont aan: Schrijven was altijd al schnabbelen

(Persbericht Universiteit Utrecht, Radboud Universiteit, Tilburg University, Universiteit van Amsterdam en  Universiteit Antwerpen)

Veel kunstenaars en mensen die in de kunstensector werken, dreigen in de problemen te komen nu voorstellingen en festivals zijn afgelast. Voor schrijvers, zou je kunnen denken, speelt dat minder. Ze kunnen immers verder schrijven aan hun boeken, en boeken kunnen verkocht worden. Uit recent letterkundig onderzoek van de Universiteit Utrecht, de Radboud Universiteit, Tilburg University, de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Antwerpen blijkt echter dat schrijvers door de eeuwen heen altijd verschillende klussen met elkaar hebben moeten combineren: zij kunnen niet alleen van het schrijverschap leven. Hoogleraar Mecenaatstudies Helleke van den Braber: “Schrijvers leven zelden alleen van de boeken die ze publiceren, maar moeten het juist ook hebben van voordrachten, optredens op scholen en workshops. Zo heeft ook de literaire wereld volop te maken met de gevolgen van de coronacrisis.”

Lees verder >>

Extreme sonnetten: Paul Claes – alba

alba 

Een schijn 
een schicht 
wellicht 
een sein   

een lijn 
van licht 
door ’t dicht 
gordijn  

 op ’t licht 
velijn 
van mijn   

gezicht 
zo dicht 
bij ’t zijn.

(Paul Claes, Rebis)

Poëzie is geconcentreerde taal, maar soms kan taal zo geconcentreerd zijn dat ze niet langer gewaardeerd wordt als poëzie – hooguit als taalacrobatiek. Maar zoals het grensgebied zacht en lieflijk glooit tussen poëzie en de niet-geconcentreerde taal die we proza noemen, zo merk je ook eigenlijk niet als je vanuit het Opperlands ineens beland bent in de poëzie.

Lees verder >>

Het leven een leescursus

De Multatulileescursus (slot)

Door Marc van Oostendorp

Literatuur is een gesprek. Wie een boek leest, kan dat boek niet alleen maar consumeren, je moet er van alles van jezelf in stoppen. Gevoelens. Beelden. Begrip. Ervaring. Zonder dat alles blijven de letters zwart. Een boek lezen, een boek écht lezen, betekent altijd praten met iemand anders. Een goed boek lezen betekent bovendien dat je nooit bent uitgepraat.

Lees verder >>

In God we trust

Wonen in gedichten (8)

Door Judit Gera
Dit gedicht is geschikt voor gevorderde studenten
en hoort bij de categorie Grabbelton,

In de serie Wonen in gedichten bespreekt Judit Gera, hoogleraar in Boedapest, gedichten uit de Nederlandstalige literatuur, ten behoeve van het onderwijs in de Neerlandistiek extra muros. (buiten het taalgebied. Vandaag: ‘Leefwijze’, van Ester Naomi Perquin (1980).

Lees verder >>

Gheen graefschap boven Vlaenderen

Vlaemsche en Walsche spreekwoorden en spreuken van Goedthals

Door Marti Roos

In 1568 verschijnt bij de bekende drukker Plantijn in Antwerpen Les proverbes anciens flamengs et françois, een tweetalig, Nederlands-Frans spreekwoordenboek van de hand van François Goedthals, rechtsgeleerde en ingezetene van Gent. In hun inleidingen vermelden de uitgever en de samensteller uitdrukkelijk dat zij geen vertalingen over en weer aanbieden, maar traditioneel bekende spreuken in de respectievelijke talen, waarbij Nederlandse en Franse spreuken met een soortgelijke strekking bij elkaar zijn geplaatst. De doelgroep is duidelijk een tweetalig geschoold publiek dat juist het taaleigen van elke taal zou weten te waarderen. Het recreatieve element voert de boventoon, zoals verwoord in het Latijnstalige gedichtje van Microbius Philopotes (Kortlevende Drankliefhebber) aan het einde van het boek.

Het is niet bedoeld als naslagwerk, en dat verklaart ook dat het geen alfabetische volgorde heeft, en feitelijk ook geen thematische, al opent het boek enigszins obligaat met een spreuk over god, en staan er soms een aantal spreuken met hetzelfde thema bij elkaar.

Lees verder >>

Hallelu-jah en Hurrahing: Gezelle en Hopkins naast elkaar

British Jesuit and poet Gerard Manley Hopkins (1844 – 1889). (Photo by Hulton Archive/Getty Images)

Door Peter J.I. Flaton 

In zijn kantteking bij mijn artikel Gezelle en Hopkins: twee zielsverwante dichters vroeg C.W. Schoneveld zich af, of Gezelle Hopkins’ poëzie gekend heeft of dat hier louter sprake is van toeval. 

Mijn antwoord luidde, dat Christine D’haen er rekening mee hield, dat Gezelle inderdaad gedichten van hem onder ogen zou kunnen hebben  gehad en uit deze vvtt blijkt al dat zij een ruime hypothetische slag om de arm hield. 

Lees verder >>

Twee uur: de klokken antwoordden elkaar, een waarzeggende droom

Door Peter J.I. Flaton 

Binnen het  oeuvre van Ida Gerhardt valt Twee uur: de klokken antwoordden elkaar op vanwege de 154 regels en de strekking. Die lengte hangt samen met het soort gedicht: i.p.v. lyrisch is het episch-didactisch (aldus Jan van der Vegt in “Ida Gerhardt, poëzie als geweten”, Ons Erfdeel, 15, pp. 103-105). Vooral daarom treft het: niet episch-lyrisch als Nijhoffs Het uur u is Twee uur (…) moralistisch en dat ‘hoort’ niet in de moderne letteren. Kees Fens noemde haar poëzie dan ook ‘anachronistisch’ (in Ons Erfdeel, 14e jaargang, nr. 1), haar zo het epitheton ‘modern’ ontzeggend.

Lees verder >>

Rijm in de Reynaert

Door Marc van Oostendorp

Aan het begin van zijn vertaling van Reynaert de Vos geeft Ard Posthuma meteen zijn visitekaartje af ‘Willem, die Madocke schreef, / en er lang voor wakker bleef / hem zat dwars dat er op heden / van Reynaerts wederwaardigheden / in onze taal geen boek bestond’. Zijn taal is een tikkeltje archaïsch (‘op heden’ / ‘wederwaardigheden’), maar zonder dat het stoort, en soepel genoeg om in een middag door te lezen.

Oorspronkelijk verscheen de vertaling in 2008; de Groningse uitgever Kleine Uil heeft hem nu opnieuw uitgegeven, voor zover ik kan nagaan ongewijzigd, en met ook bijvoorbeeld een ongewijzigd voorwoord. In dat voorwoord zet Posthuma zeg af tegen de hertaling van Ernst van Alphen, die rijmen gebruikte als ‘slagzwaard’ / ‘gedagvaard’, ‘schandstuk’ / tand stuk’ of ‘bloot stond’ / ‘schootwond’. “Zelf heb ik een dergelijke taalacrobatiek gepoogd te vermijden”, schrijft Posthuma.

Lees verder >>

Ik heb u liehief mijn Nehederland!

Door Jos Joosten

Ik ben nog uit de tijd dat een ‘held’ – naar het woord van W.F.Hermans – werd gedefinieerd als iemand die straffeloos onvoorzichtig is geweest. Maar vliegensvlug keerde de gevoelstemperatuur de afgelopen weken. ‘Held’ is niet meer een hyperbool uit de mond van Geert Wilders in overdrive, maar wordt volstrekt onironisch gebruikt. Gelukkig zijn intussen de ‘thuisblijfhelden’ gemunt, dus ook ik ben qua heroïek technisch onder dak.

Lees verder >>

En zo kwam hij ook via de Frans-Duitse oorlog bij de hoofdthema’s van zijn werk terecht

De Multatulileescursus (80)

Door Marc van Oostendorp

– Eigenlijk zou er een uitgave moeten komen waarin deze biografie van Dik van der Meulen de Volledige Werken begeleid. Waarin je door dat werk geleid wordt aan de hand van zijn teksten, in plaats van die vreemde tekstjes die Stuiveling schreef.

– En dan een selectie van die Werken: niet die vele, vele documenten, maar wel de mooiste brieven – en alles wat gepubliceerd is, of geschreven is voor publicatie.

Lees verder >>

Nogal niet heerlijk!

Een Hollandse constructie aan het Binnenhof

Terpstra, Van der Staaij, Rutte, Van der Vlies

Ik heb een tante en een oom, die zitten in een eikeboom, een eikeboom in Laren. Dat zijn de beginregels van een klassieker van Annie M.G. Schmidt uit de tijd dat een eikenboom nog een eikeboom mocht zijn. Fantastisch! Ze zijn er erg tevreden. Oom haalt brood en komt weer thuis, de kinderen klauteren rondom het huis en nóóit valt er een naar beneden.

Dat gymmen door de kinderen was al in een eerder couplet beschreven: “Het is nog al niet heerlijk, zeg, dat klauteren in die takken!” Taal is een van de prachtige elementen in de kinderversjes van Annie MG (die misschien meer nog geschikt zijn voor neer gevorderde beheersers van het Nederlands door de idiomatische rijkdom) – ik geniet ook van de schitterende namen die ze haar creaturen gaf, schreef er in 1987 een stuk over in Leesteken magazine, “De kindergedichtjes van Annie M.G. Schmidt” (blz. 12-14).

Lees verder >>

Bernardus De Bosch (1709-1786): The [Four] Elements

Nederlandse sonnetten voor de Engelssprekende wereld (9)

Door Cornelis W. Schoneveld

The [Four] Elements

The fruitful mother in whose womb we have been growing
Looks rich and mild, but has a pair of lovers who
Are often quarrelling, which their nature makes them do,
As if her downfall, through their fire and water, showing.

A third, almost a ghost, always around her blowing,
Destroys, through storms and hail, her grains and seedlings too,
But, given in this element her force and speed so true,
See how things stand, no downfalls ever undergoing!

Our earth, however shocked, maintains her state and time,
And warmed by fire, is fed and cherished in its clime,
By water regularly drenched, by air surrounded.

Astounding consonance!  Be ever prone to fight!
It’s by their all fours’ tread the pace is kept alright,
On which the balance of this huge affair is founded.

Bernardus De Bosch (1709-1786)
Lees verder >>

Een teken van literaire kwaliteit

Door Marc van Oostendorp

Als een voordeel van boeken lezen wordt wel genoemd dat je er je woordenschat mee uitbreidt, en ook wordt (geloof ik) weleens beweerd dat je beter literaire boeken kunt lezen dan bijvoorbeeld streekromans.

Maar klopt dat wel? Dat bestudeerde ik aan de hand van de collectie van 1100 streekromans die Ewoud Sanders onlangs in het kader van de algehele coronasolidariteit in het publieke domein ter beschikking stelde.

Lees verder >>

Poëzie lezen

Door Jos Joosten

Nu we nog meer dan normaal tijd tot lezen hebben, denk ik wat vaker na over poëzielezen. Nadat ik poëzie op de middelbare school vooral boeiend vond omdat het zo lekker vaag was en emotioneel, fascineerde me tijdens de studie Nederlands steeds meer de compositorische kant. De eerste colleges ‘poëzieanalyse’ kreeg ik van W.A. Ornée, die toen aan zijn laatste academische jaar bezig was, maar op die valreep blijvend indruk maakte met het echt technisch kijken naar een gedicht.

Lees verder >>

Jan Campert-Stichting gemarginaliseerd

(Persbericht Jan Campert-Stichting)

Het advies van de Adviescommissie voor het Haagse Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 betekent een marginalisering van de Jan Campert-Stichting. De stichting kan door de korting van 25% in de toekomst slechts de literaire prijzen van Den Haag toekennen, waaronder de Constantijn Huygensprijs en de Jan Campertprijs. Zelfs voor de uitreiking ervan is een ontoereikend budget beschikbaar gesteld om de prijzen in de vorm van een publieksmanifestatie uit te reiken waarbij Haagse scholieren worden betrokken. Dat gebeurde tot vorig jaar bij het Schrijversfeest, georganiseerd door Writers Unlimited en de Jan Campert-Stichting samen.

Lees verder >>

Vaktaal: de rebel Couperus

Door Michelle van Dijk

Vorige week kreeg ik VakTaal thuisgestuurd, het tijdschrift van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek. Er staan ontzettend diverse stukken in, met de laatste nieuwe (internationale) inzichten in de Nederlandse taal en literatuur. En wat blijkt? Deze editie is gratis te lezen! Zo kun je het stuk van spoken word-performer Babs Gons lezen over poëzie als protest; of het interview met Jacqueline Bel, de nieuwe VU-hoogleraar.

En met de Boekenweek in gedachten schreef ik een stuk over ‘rebel’ Louis Couperus, en dan specifiek over De stille kracht. Is Couperus een echte rebel? Is De stille kracht een geëngageerde roman? Antikoloniaal? Werd het boek op die manier gelezen? Toen ik me in de ontvangst van De stille kracht verdiepte, ontdekte ik een in dit opzicht interessante recensie… maar dat mag je hieronder lezen. En download dan hier de rest van VakTaal.

Lees verder >>

De naam van een dode

Wonen in gedichten (7)

Door Judit Gera
Dit gedicht is geschikt voor beginnende studenten
en hoort bij de categorie Rouw,

In de serie Wonen in gedichten bespreekt Judit Gera, hoogleraar in Boedapest, gedichten uit de Nederlandstalige literatuur, ten behoeve van het onderwijs in de Neerlandistiek extra muros (buiten het taalgebied). Vandaag: ‘Op deze onmogelijke wijze’, van Guillaume van der Graft (1920–2010).

Lees verder >>