Categorie: letterkunde

Proza is geen poëzie

Door Marc van Oostendorp

“Horen wij, Monsieur, niet zorgvuldig alexandrijnen te vermijden als we proza schrijven?” vraagt een personage in Sartres roman Walging. Hij drukt daarmee een eigenaardig principe uit dat al duizenden jaren een rol lijkt te spelen in het literaire proza: dat een prozaschrijver nadrukkelijk probeert om géén poëtische middelen in te zetten. Goed proza heeft misschien een ritme, maar geen metrum.

Lees verder >>

Waarom wil iemand dit lezen?

Door Marc van Oostendorp

Een van de dingen die mij weer opvielen tijdens de neerlandistiekdagen: hoe wanhopig sommige moderne letterkundigen zijn over het beeld dat er van hun vak heerst. De gemiddelde schrijver háát de literatuurwetenschap. Ik geloof eigenlijk dat er weinig andere vakgebieden zijn waar het onderwerp van studie zo’n irrationele en zo openlijk beleden afkeer heeft van de wetenschap. Er zijn natuurlijk ook allerlei intellectuelen die op niets af de taalwetenschap haten, maar als taalkundige hoef je niet per se te richten op het taalgebruik van mensen die menen dat het een schande is dat taalkundigen ‘ik geef hun een boek’ zomaar goedkeuren.

Je kunt het allemaal vrij eenvoudig demonstreren aan de hand van het boekenweekessay Generaal zonder leger van Özcan Akyol.

Lees verder >>

Ik hartje boekhandelaren

Door Jos Joosten

Het Boekenweekessay van Özcan Akyol moet ik nog steeds lezen. Hoewel ‘moet’? Ik vraag me af of het eigenlijk nog nodig is: stilaan is in interviews, beschouwingen, recensies een veelvoud aan woorden aan Akyols boekje gewijd dan zijn tekst zelf telt. En je weet het intussen ook wel zo’n beetje, tot en met de grapjes. De eerste keer (bij DWDD) dat ik ‘Vroeger hadden schrijvers een oorlogstrauma, nu hebben ze allemaal lactose-intolerantie’ hoorde, dacht ik nog van harte hahahahaha! Met de weekendkranten op schoot, vroeg ik me steeds vaker af wanneer dat lactoseintolerantiegrapje weer zou komen.

Lees verder >>

Uitnodiging lezingenmiddag maart 2020

Op vrijdag 13 maart 2020 organiseert de Werkgroep Indisch-Nederlandse Letterkunde weer een lezingenmiddag.

Programma

14.00 ​Opening
14.10​ Marijke Denger, Een imperium (be)schrijven. Literatuur en koloniale identiteit in British Malaya en Nederlands-Indië, circa 1780-1930
14.35 ​Luc Renders, Batavia, ook een Belgische aangelegenheid 
15.00​ Nick Tomberge, Elckerlycs reis naar de Oost. Een Indische tournee
15.30 ​Pauze
16.00 ​Floor Naber, Sociale mobiliteit in de Indische roman
16.30 ​Coen van ’t Veer, De kolonie op drift. De representatie en constructie van koloniale identiteit in fictie over de zeereis tussen Nederland en Indië (1850-1940)
17.00​ Sluiting

Let op: afwijkende locatie

Universiteit Leiden, P.J. Veth-gebouw, Nonnensteeg 1-3, 2311 VJ Leiden, zaal 1.01
De toegang is gratis. Alle belangstellenden zijn van harte welkom.

Bouwval

Kellendonk leeft (2)

Door Jos Joosten

Dertig jaar na het overlijden van Frans Kellendonk staan we in Nijmegen dit voorjaar stil bij bij zijn werk in een reeks voordrachten in Bibliotheek Mariënburg.

Na een mooie inleidende en goedbezochte lezing van Peter Altena, over schaamte en ironie bij Frans Kellendonk, twee weken geleden, is het vanavond de beurt aan Willem Claassen, schrijfcoach, columnist en auteur. Hij zal spreken over Kellendonks debuut Bouwval, onder de titel ‘Kellendonk en de onthechting’.

Lees verder >>

12 maart 2020, Amsterdam: Lyrisch Activisme: Nederlandstalige poëzie en politieke strijd sinds 1848

Donderdag, 12 maart 2020, aanvang 19u30
Perdu, Kloveniersburgwal 86, 1012 CZ Amsterdam

Entree = 5 euro (ter plaatse te betalen) – registratie is niet nodig
Met optredens van Maartje Smits en Nico van Apeldoorn (poëzie)
Bram Ieven spreekt over Henriette Roland Holst en Fyke Goorden & Tommy van Avermaete over J.F. Vogelaar

Lees verder >>

In memoriam Eddy Grootes (1936-2020)

Door Peter Altena

Onlangs overleed Eddy Grootes, emeritus hoogleraar Historische Nederlandse Letterkunde, na een welbesteed en geleerd leven. De laatste jaren van zijn leven was een stok nooit ver weg – blijkbaar was hij moeilijk ter been  – en onwillekeurig moest ik denken aan het gedicht dat Vondel wijdde aan Oldenbarnevelt, het Stockske. Er waren grote verschillen tussen beide stokafhankelijken, maar toch ook enkele overeenkomsten: voor de goede verstaander is het niet nodig om de vergelijking uit te werken.

Lees verder >>

Een goudmijn in de Kunstberg

Door Ton Harmsen

Het is de droom van iedere onderzoeker: spectaculair materiaal vinden dat nog door niemand bekeken is. Wat de zeventiende-eeuwse Nederlandse letterkunde aangaat is dat niet eens zo moeilijk, maar als je een hele stapel toneelstukken vindt die nergens beschreven zijn is dat toch een groot feest.

Onlangs verscheen in de Koninklijke Bibliotheek Brussel, op de Kunstberg, de jongste aflevering van In monte artium. Dat tijdschrift, een schat aan artikelen over het rijke bezit van de Bibliothèque Royale de Bruxelles, is te koop bij Uitgeverij Brepols en in de winkel van de KBB, en bovendien stelt Brepols het via het internet in pdf-vorm aan iedereen kosteloos beschikbaar. Het veelzijdige jongste nummer staat vol met lezenswaardige artikelen; Michiel Verweij bespreekt vijftiende-eeuwse privécollecties die in de KB-Brussel terecht zijn gekomen, vanuit de vraag of zij nog laat-middeleeuws of reeds vroeg-humanistisch zijn. Voor neerlandici bijzonder relevant is de beschouwing van Johanna Ferket en Bram Caers over de toneelmanuscripten in de KB-Brussel. Ferket (Universiteit Antwerpen) is specialist op het gebied van toneelliteratuur, zij publiceerde onder andere over maatschappijkritiek in zeventiende-eeuwse kluchten. Caers (Universiteit Leiden) is codicoloog, hij doet onderzoek naar zestiende-eeuwse manuscripten over politieke gebeurtenissen.

Lees verder >>

Nieuw licht op Harry Mulisch’ schrijverschap in bundel studenten Redacteur/editor

Door Everdien Rietstap

‘Wat ik maak, dat ben ik’, zei Harry Mulisch eens. ‘Maken’ was voor hem een breed begrip: ook bij de rest van het uitgeefproces was de schrijver nauw betrokken. Zo redigeerde Mulisch steevast zijn eigen teksten, ontwierp soms zijn eigen omslagen en overlegde intensief met zijn redacteur over de flaptekst. Tien jaar na zijn dood brengen de auteurs in de bundel ‘Wat ik maak, dat ben ik’ de creatie van elf van zijn werken tot leven. Zij hebben hiervoor dankbaar gebruikgemaakt van het archiefmateriaal uit Mulisch’ literaire nalatenschap dat in het bezit is van het Literatuurmuseum en voor dit onderzoek tijdelijk werd ondergebracht in het Allard Pierson. 

Lees verder >>

Ik was een avondje sonnetten uit de DBNL vissen

Door Marc van Oostendorp

Het feit dat de DBNL nu eindelijk een paar duizend bestanden uit het publieke domein heeft geopenbaard in het xml-formaat waarin ze deze ook zelf gebruikt – zonder opmaak, maar met een duidelijke structuur – heeft de oude computerprogrammeur in me wakker gemaakt. Eindelijk ben je niet langer afhankelijk van de tamelijk elementaire zoekmachine die de DBNL heeft.

Niet dat ik nu zo’n geweldige programmeur ben; maar met wat eenvoudige handgrepen heb ik toch al wat aardigs gevonden: de meer dan 200 canonieke sonnetten (dat wil zeggen: sonnetten die geschreven zijn volgens het schema abba abba ccd eed). Ze staan hier, met een verwijzing naar de bestanden waar ze uit komen.

Lees verder >>

Befrijing yn ’e Fryske literatuer

3e Dei fan ‘e Fryske Letterkunde

Yn 2020 wurdt betocht dat it 75 jier ferlyn is dat Fryslân befrijd waard. Sadwaande organisearje Tresoar en de Fryske Akademy in kongres oer it tema Befrijing yn ’e Fryske Literatuer. It kongres wurdt op freed 6 novimber 2020 holden by Tresoar yn Ljouwert, de stêd dy’t sûnt dit jier de titel UNESCO City of Literature hat.

Lees verder >>

Prat

Door Jos Joosten

Naar aanleiding van de Kellendonklezing van Arjen van Veelen (of eigenlijk één van de drie die dit jaar uitgesproken werden), ontstond in de Facebookiaanse wandelgangen wat gefilosofeer over de kwestie dat Van Veelen Kellendonk niet gelezen heeft (of beter gezegd: zou hebben). Ook Marc van Oostendorp schrijft in een prikkelende bijdrage onder de titel ‘Echte schrijvers lezen niet’ op ‘neerlandistiek’ dat Van Veelen er in zijn lezing ‘prat op ging dat hij het werk van Kellendonk nooit gelezen had’.

Die waarneming is deels onjuist en deels onwaar, denk ik.

Lees verder >>

Aanhalingstekens bij Reve

Door J.L. Dijkhuis

In de tram kan George Speerman, hoofdpersoon van De stille vriend, zijn ogen niet afhouden van een jongeman schuin tegenover hem: het kan niet anders of het is dezelfde Marcel die hem ooit eenmaal in het kader van de herenliefde thuis opzocht, een paar dagen later met een zelfgebakken vis kwam aanzetten en vervolgens spoorloos verdween. Maar zelfs wanneer Speerman, desgevraagd, zijn oude vlam de juiste uitstaphalte wijst wordt hij niet herkend, en dus troost hij zich, na een weemoedige terugblik op hun kortstondige romance, in de laatste hoofdstukken van De stille vriend met een dagdroom over een betrouwbaarder type:

Lees verder >>

Kellendonk leeft!

Door Jos Joosten

Afgelopen maandag werd aan de Radboud Universiteit in Nijmegen de 27ste Frans Kellendonklezing gehouden. De lezing is enkele jaren na Kellendonks dood ingesteld en vindt jaarlijks plaats op de maandag het dichtst bij Kellendonks sterfdatum 15 februari 1990. Sinds 1993 hebben vooraanstaande schrijvers en denkers hun licht laten schijnen over Kellendonks oeuvre en de relevantie daarvan voor hun eigen werk – een lezing die ook ieder jaar in de media aandacht krijgt.

Lees verder >>

De Alphaman: De stille plantage

De Alphaman presenteert: een poster en een video over Albert Helmans De stille plantage! De poster en video kunnen gebruikt worden ter ondersteuning van de nieuwe, op het onderwijs gerichte uitgave van De stille plantage, die onlangs verscheen in de reeks Tekst in Context (klik hier voor meer informatie). De Alphaman bedankt Michiel van Kempen voor het idee om met dit boek aan de slag te gaan!

Lees verder >>

Call for contributions: Francophone Literature in the Low Countries (ca. 880 -1600)

A special issue of Queeste, Journal of Medieval Literature in the Low Countries

In 2015, we concluded the introduction of our special issue on Literature and Multilingualism in the Low Countries with a renewal of Queeste’s ‘commitment to the varied and multilingual culture of the Low Countries’. And indeed, in the five years since then, Queeste has continued to publish scholarly articles on the production and circulation of literature in Dutch, French, and Latin, on translation, and on multilingual text collections and reading culture in the Low Countries.

Lees verder >>

Welk kind zou voor zoo’n vader wel achting kunnen hebben?

De Multatulileescursus (71)

– Wat heb je daar?

– De bundel Ik heb niets tegen antisemieten, ik lééf ervan met stukken van Ischa Meijer (1943-1995). Deze week verschenen, omdat Ischa gisteren vijfentwintig jaar dood was. Geredigeerd door Ronit Palache.

– Oké. Maar we gingen vandaag toch de brieven uit de jaren 1882 en 1883 lezen in de Volledige Werken.

Lees verder >>

In de bril van een ander

Wonen in gedichten (2)

Door Judit Gera
Deze analyse is bestemd voor beginnende en licht gevorderde studenten
en hoort bij de categorie Het leven van alledag,

In de serie Wonen in gedichten bespreekt Judit Gera, hoogleraar in Boedapest, gedichten uit de Nederlandstalige literatuur, ten behoeve van het onderwijs in de Neerlandistiek extra muros. (buiten het taalgebied. Vandaag: In de bril van Bertha Teughels, van Alice Nahon (1896–1933).

Lees verder >>

Weg is de interesse in betekenis

Door Marc van Oostendorp

Wie denkt dat de ‘verengelsing’ van de universiteiten schuldig is aan het verdampen van de belangstelling voor de Nederlandse literatuur, zou een blik kunnen werpen in een gratis elektronische bijlage die het Amerikaanse universitaire blad The Chronicle Review onlangs online zette. Dat gaat over Amerika, en dus over opleidingen Engels, maar de problemen zijn er niet minder groot om. Ik zou zeggen: integendeel.

Lees verder >>