Categorie: letterkunde

Een noot bij Voskuils Afgang (Het Bureau, deel 6)

Foto door Jaerv [bron: Wikimedia Commons]

Door Roland de Bonth

Bijna twee jaar geleden schreef ik voor Neerlandistiek voor de klas de bijdrage Real Men op de Ventoux. Van leesboek naar ‘luisterboek’. Op basis van alle muziekstukken die Bert Wagendorp in zijn roman Ventoux noemde, had ik deze openbare Spotify-afspeellijst gemaakt. Lezers van dat boek kunnen de nummers uit die lijst afspelen wanneer ze bij lezing in de tekst opduiken: ze staan namelijk op volgorde van voorkomen. Het beluisteren van de muziek kan de lezer terugvoeren naar de tijd waarin het boek zich afspeelt of kan de gemoedstoestand van een personage karakteriseren.

Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer as a Luxury Immigrant: A European Public Intellectual and The ‘Refugee Crisis’ Again

A Response to Sarah Beeks

Door Ilja Leonard Pfeijffer

Sarah Beeks’ article ‘Ilja Leonard Pfeijffer as a Luxury Immigrant: A European Public Intellectual and The “Refugee Crisis”’, which was published in FKW Zeitschrift für Geschlechterforschung and visuelle Kultur1 and which I read with special interest, could benefit from a few additions. 

Lees verder >>

Zelf over gedichten praten

Door Marc van Oostendorp

Een van de definiërende eigenschappen van poëzie is dat ze meerduidig is. Sterker nog, ‘meerduidige poëzie’ is een pleonasme. Een gedicht dat je meteen begrijpt is waarschijnlijk ‘gewoon een duidelijke, eenduidige boodschap die per ongeluk in een rare vorm gegoten is’.

Dat beweren althans Gerben Faure, Jan de Jong en Bas Jongenelen, allen docent Nederlands aan de Fontys Lerarenopleiding in Tilburg, met grote stelligheid in de inleiding van hun boek Zelf gedichten lezen, een aanstekelijk leerboek voor de analyse van gedichten.

Lees verder >>

In memoriam Mieke B. Smits- Veldt (11 juli 1936-21 augustus 2020)

Door Riet Schenkeveld- van der Dussen

In 1986 kwam Mieke Smits de Neerlandistiek binnenstormen met een omvangrijk proefschrift (504 blz.)  Samuel Coster, Ethicus-Didacticus. Zoals ze in haar woord vooraf vertelt, vond de conceptie ervan plaats in 1979 en het boek is dus binnen zeven jaar ontstaan. Het bood een grondige studie van persoon en werk van de arts, toneelschrijver en organisator Coster. Nog belangrijker en stimulerender was haar vernieuwende kijk op de belerende aard van het vroege renaissance-toneel en de functie die de personages daarin vervulden, waarbij de lering het won van de karaktertekening. 

Ruim dertig jaar later, in 2008, sloot ze haar loopbaan af met Een nieuw vaderland voor de muzen, in samenwerking met Karel Porteman. De beide auteurs hebben wel eens uitgerekend dat ze, zonder daar speciaal op gemikt te hebben,  precies evenveel tekst hadden geschreven, dat was dus voor Mieke de helft van 1054, te weten 527 bladzijden, waarmee ze haar proefschrift in omvang dus nog overtrof. In dat rijke boek wordt de Renaissance-literatuur in den brede van het begin in 1560 tot het eind van de 18de eeuw behandeld, met een verbazingwekkende grondigheid en ongelofelijke kennis van de secundaire studies. Een standaardwerk dat het nog lang zal uithouden.

Lees verder >>

Dieryk en Dorothé: Samuel van Hoogstraten schildert de verlossing van Dordrecht in verzen

Door Patrick van ’t Hof

Wie de wereld wil kunnen schilderen, moet alles van de wereld afweten. Dat schrijft de Dordtse schilder-schrijver Samuel van Hoogstraten (1627-1678) zo ongeveer in zijn traktaat Inleyding tot de hooge schoole der schilderkonst: anders de zichtbaere werelt (1678). In zijn ogen kliederen de meeste schilders maar wat aan, zonder eens te weeten dat deeze konst de geheele Zichtbaere Wereld behelsde; en dat ’er naulijx eenige konst of weetenschap is, daer een Schilder onkundig in behoorde te zijn (**2v). 

Zelf was de Dordtenaar dan ook een schaap met vijf poten. Zo is hij onder meer bekend als schilder van portretten, perspectiefkasten en trompe l’oeil-schilderijen. Daarnaast schreef hij een schilderstraktaat, vertaalde hij een boek met gedragsregels voor aan het hof en is hij, afhankelijk van de gehanteerde definitie, de schrijver van de eerste Nederlandstalige roman (Schoone Roseliin of, de getrouwe liefde van Panthus, 1650). Al deze aspecten van Van Hoogstratens carrière komen aan bod in de bundel The universal art of Samuel van Hoogstraten (1627-1678), gepubliceerd in 2013. Eén facet van het oeuvre van de Dordtse schilder-schrijver wordt in dit werk niet besproken: Van Hoogstratens toneelstukken. Met zijn treurspel Dieryk en Dorothé, of de verlossing van Dordrecht (1666) laat hij echter zien dat hij óók de werkwijze goed beheerste die men in de zeventiende eeuw hanteerde bij het schrijven van tragedies.

Lees verder >>

Enkele gedachten bij de Nederlandse winst van de International Booker Prize

Door Anne Sluijs

Gisteravond wonnen Nederlands auteur Marieke Lucas Rijneveld en vertaler Michele Hutchison de International Booker Prize voor The Discomfort of Evening (De avond is ongemak). Het zal weinigen ontgaan zijn: de tweets en mediaberichten (mét pushmelding) vlogen je om de oren. En terecht, want het is een belangrijke gebeurtenis voor vertaalde Nederlandse literatuur.

In de uitbundige Nederlandse mediareactie herkende ik raakvlakken met de aandacht voor de Engelse vertaling door Sam Garrett van Gerard Reves De avonden, een paar jaar geleden. Ik onderzocht die reactie – 26 nieuwsberichten in Nederlandse kranten en bladen gewijd aan de vertaling – uitgebreid voor mijn bachelorscriptie. Wat me daarbij vooral fascineerde, en me ook fascineert bij de toekenning van gisteravond, zijn de vragen die een vertaling oproept over het Nederlandse karakter van een boek. 

Lees verder >>

Rijpheid van Albert Verwey: wie is Eusebia?

Door Peter J.I. Flaton 

Net als ‘De brug’ is ‘Rijpheid’ opgenomen in de laatste afdeling van de bundel De weg naar het licht (uit 1922): “De legenden van de eene weg” die uit twaalf gedichten bestaat die op hun beurt elk twaalf verzen tellen.  Dat kan geen toeval zijn: het getal 12 is dat van de perfectie (zoals blijkt uit het boek Jona 4,11 maar we mogen hier ook denken aan de twaalf stammen van Israël, aan Christus’ twaalf leerlingen -de ‘binnenste kring’ genoemd-, aan Herakles’ twaalf werken en aan de twaalf ridders van Arthurs Ronde Tafel en zo voort en verder.) 

Lees verder >>

Het trechtereffect. Over Wederzijds van Kees ’t Hart

In deze video bespreekt Jörgen het trechtereffect in Wederzijds van Kees ’t Hart als variant op het sneeuwbaleffect en de klassieke intrige.

(Bekijk deze video op YouTube.)

De volgende werken worden genoemd:
Kees ’t Hart – Wederzijds
Thomas Rosenboom – Aanvallend spel
Willem Elsschot – Kaas (https://dbnl.org/tekst/elss001kaas01_01/) (vlogboek)
Erik Jan Harmens – De man die in zijn eentje de Olympische Spelen organiseerde (vlogboek)
Kluun – Haantjes

De muziek komt uit Puccini’s Turandot.

Dansen op een koord

Wonen in gedichten (15)

Door Judit Gera
Dit gedicht is geschikt voor licht gevorderde studenten
en hoort bij de categorie Mens en maatschappij,

In de serie Wonen in gedichten bespreekt Judit Gera, hoogleraar in Boedapest, gedichten uit de Nederlandstalige literatuur, ten behoeve van het onderwijs in de Neerlandistiek extra muros (buiten het taalgebied). Vandaag: ‘je hoort verhalen’, van Radna Fabias (1983).

Lees verder >>

Van biografiekast naar letterkast

Door Nico Keuning

Het is soms wonderlijk, om niet te zeggen toevallig hoe een boek ontstaat. Bijna een jaar geleden wilde ik iets schrijven over een obscure, exclusieve uitgave met literaire, pornografische poëzie (Ik schreef erover op deze website). Het boekje had een vaste plaats in mijn boekenkast, maar nu was het onvindbaar. De titel was uit mijn geheugen verdwenen. Wel herinnerde ik mij Arjaan van Nimwegen, drukker van de Bucheliuspers in Utrecht en kenner van bijzondere uitgaven. Al dertig jaar niet meer gesproken. ‘Een boekje met priapeeën,’ legde ik hem voor. ‘Priaap Ontknoopt,’ wist hij. ‘Dat is op internet eenvoudig te bestellen.’ Het herstelde contact had de drukker op een idee gebracht. Een paar dagen later vroeg hij per e-mail of ik een ongepubliceerde tekst had in een van mijn biografiekasten. ‘Niet te lang.’

Lees verder >>

Nederlandse literatuur zonder calvinisme

Door Marc van Oostendorp

Toen er een paar weken geleden een conflict broeide tussen Nederland en Italië over Europese noodgelden om de acute crisis te bestrijden, plaatste Elsevier Weekblad een cartoon: boven zag je twee blonde mensen duidelijk hard werken – de man door aan een wiel te draaien, de vrouw door in een mobiele telefoon te praten terwijl ze met haar aktetas reden – beneden zag je twee zwartharigen van het leven genieten – de man door zo te zien tegelijk wijn én koffie te drinken en trictrac te bekijken, de vrouw door met een roos in haar haar de sociale media te bespelen.

Want dat is het beeld dat Nederlanders kennelijk graag van zichzelf zien: te hard aan het werk om te genieten.

Lees verder >>

‘de zeer oude zingt’

Luceberts ‘alles van waarde is weerloos’

Door Peter J.I. Flaton 

Het ging er voorbije week weer stevig aan toe in de-quiz-met-een-knipoog (zoals de kro-ncrv die noemt). Ik bedoel: ‘De slimste mens’. Eerst veegde Dr. Maarten van Rossem (die almaar meer de nar van het programma wordt wiens commentaartjes intussen bijna voorspelbaar zijn, al heeft hij dat niet door, anders zou hij er wel mee ophouden) de vloer aan met het Oude Testament (nota bene ten overstaan van een/de dochter van Andries Knevel) als z.i. ‘Totaal krankjorum, gewelddadig en idioot’, waarbij hij zich kennelijk niet realiseerde, dat de stap naar het (verwijt van) antisemitisme vervolgens een kleine is (wat me erbij trof, was dat niemand hem tegensprak: Van R. locutus, causa finita’). 

Lees verder >>

Corona als kans voor een sonnettenkrans

De coronakrans van Catharina van Daalen

Door Marie-José Klaver

Op 16 maart jl. ging Nederland in een intelligente lockdown vanwege het nieuwe coronavirus. Het land ging op slot en de inwoners verschansten zich de eerste weken in hun huizen en meden elkaar als de pest uit angst voor besmetting. Dichteres Catharina van Daalen schreef tijdens de coronaperiode een sonnettenkrans, getiteld Corona, een sonnettenkrans. Alle vijftien sonnetten zijn bij Tzum te lezen. Cabaretier Jan Beuving vulde op 7 maart, nog voor de isolatieperiode, een column in Trouw met een aanzet tot een sonnettenkrans. Lees verder >>

Over Willem Barnard (1920-2010)

Door Wiel Kusters

Vandaag is het honderd jaar geleden dat in Rotterdam Willem Barnard werd geboren. Velen kennen hem als de dichter Guillaume van der Graft.

Willem Barnard heb ik in vriendschap gekend gedurende de laatste vijf jaren van zijn leven. Dat houdt een beperking in – de periode waarin we elkaar schreven en met elkaar spraken, was niet zo lang – maar het droeg misschien bij aan de intensiteit van ons contact. Willem was een van die, naar ik meen zeldzame, mensen die nog op hoge leeftijd vrienden kunnen maken.

Lees verder >>

Letterzetters? Puzzelen met schrijvers – uitslag & antwoorden

Kees Swarte [Wikimedia Commons]

Door Roland de Bonth

Bij temperaturen van boven de 35 graden Celsius is het verstandig om binnen te blijven en te genieten van een goed boek. Of om het cryptogram te maken met Nederlandse en Vlaamse schrijvers dat 23 juli op Neerlandistiek geplaatst is (het is hier te vinden). Het aantal inzendingen vlak voor het aflopen van de inzendtermijn lag dan ook opmerkelijk hoog. 

Lees verder >>

Desondanks

Wonen in gedichten (14)

Door Judit Gera
Dit gedicht is geschikt voor beginners
en hoort bij de categorie Migrant,

In de serie Wonen in gedichten bespreekt Judit Gera, hoogleraar in Boedapest, gedichten uit de Nederlandstalige literatuur, ten behoeve van het onderwijs in de Neerlandistiek extra muros (buiten het taalgebied). Vandaag: ‘Het eerste mislukte begin’, van Rodaan Al Galidi (1971).

Lees verder >>

Waar vind ik de ‘beestachtige’ roman Loon naar werken van Hirschmann?

Advertentie 6 november 1889 in de Java-bode

Door Marita Matijsen

Met diepe verontwaardiging wierp de recensent het boek Loon naar werken opzij toen hij eraan begon. In het ‘Voorspel’ van deze roman wordt iets beschreven dat zo schandalig is, zo afschuwelijk, zo ingemeen, zo lager dan dierlijk, zo indruisend tegen alles wat menselijk heet, dat iedere lezer toen hetzelfde zou doen als de recensent van De Vaderlandsche Letteroefeningen uit 1874, volgens deze recensent, de predikant Johannes Hoek. Het tweedelige boek is geschreven door een zekere Hirschmann, en in 1873 uitgekomen bij de Gorinchemse uitgever Horneer. De recensent is geschokt over wat hij in het boek leest, iets wat zo exceptioneel schijnt te zijn dat hij er in zijn zestigjarige leven nog nooit van gehoord had en zelfs nooit gedacht had dat er zoiets bestond. Hij heeft wel kennis van beestachtigheden bij natuurvolken en bij door drank en oorlog verhitte soldaten, maar wat hij nu te lezen kreeg ging over elke grens heen. Hirschmann beweert in het ‘Voorspel’ dat de schanddaad waarover hij schrijft werkelijk gebeurd is – en die is zo afschuwelijk dat de recensent er verder geen woorden aan wil vuil maken. Maar mocht de gebeurtenis verzonnen zijn, dan is de verbeelding van de bedenker wel bijzonder smerig. Dit soort boeken hoort gewoon niet uitgegeven te worden en Johannes Hoek raadt alle directeuren van leesbibliotheken dringend af het boek aan te schaffen.

Lees verder >>